|
This page was last updated : 090611.
|
File size is: 596 k.
|
Kwartierstaat Van
Schothorst
Generatie 13 |
NB Het symbool
voor
een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
|
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.3,
Muiden, 2009. |
| © Copyright 2009 : L.
Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of
this publication may be reproduced, stored in a retrieval
system, or transmitted, in any form or by any means,
electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise
without the prior written permission of the publisher. An
exemption is made for genealogical publications provided
that adequate reference is being made.
|
4096. HENRICK OLTHEIJNEN (ook genaamd
HENDRIK DE OUDE).
- a. Reijer
Ontheijnen (ook genaamd Onthein, van Bitterscoten, Goertsen?),
(=kw. nr.
1024).
- b. Evert Henrickx
Oltheijnen,[1]
Leenboek van het Huis
Scherpenzeel : Evert Henrickx Oltheijnen
heeft op 14-10-1583 een lening van 165 guldens en 10 gulden
rente tegoed van Jonkvrouwe Bathe Cornelisdr. van
Meerthen, weduwe van Johan van Dompseler.
Het onderpand is Groot-Willaer onder Scherpenzeel. Bathe's
schuld wordt betaald door Johan van Scherpenzeel.
[2]
Graantelling Barneveld 1566 :
"Evert Oltheijnen XLV vijm roggen elcx 1/2
scepel XV vijm boickweitz elx 1/2 scepel L vijm haveren elck
1/2 cleijn mud en I mud bok gedorst". [3]
4098.
WILLM VAN WENCKUM (WENCKEM), tr.
4099.
HENRIGEN (HENRICHEN) VAN DRONCKELER.
|
Wapen Van Dronckeler : In groen boven
een gouden vierkant kruis met onder drie gouden zespuntige
sterren, 2,1 geplaatst.[4] |
Uit dit huwelijk (o.a.?):
- a. Aelt Willmsen
van Wenckum, ovl. 1544.
Register van overleden
keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[5] 1544:
"Item hoc eodem anno (15)44 obijt in het Ampt van E(de)
Aelt Willmsen filius Willm van
Wenckum et Henrichen (Van Dronckeler)
mater sua iudice evicta solvit pro cormeda filij sui 9
etquites Gelr. minus 8 stb. quos adhuc tenetur Dreesken to
Barnefelt, haec mulier habet adhuc filios et filias quas una
nupta est op de Steenebeck, alia super bono nostro Abbatiali
dicti Bitterschotten."
- b. Luitgen
Willmsen, ovl. op Steenbecke onder de Glind
1560,[6] tr. Jacob Peters, ovl.
februari 1612.
Register van overleden
keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[7] "Item
obijt hoc anno an de Steenbecke in het Ampt van Eda op
Vorseler Luitgen Willemsen uxor
Jacob Peterse, quonam filia Willm van
Wenckum et Henrigen uxoris suae et qua Luitgen
defuncta reliquit 6 proles (kinderen) superstites nobis
pertinentes vendidi Jacob Petersen cormedam
pro 10 flor. Phil. solvit totum."
"Anno 1612 in februarius obijt in Mollen Lunteren
(Meulunteren) Peter Jacobsen colonus op
Voerseler, filius Luitgen (Willmsen)
Jacob Peters huijsvrow op Voerseler, huius
Petri cormedam /: scilicet equum quem Martij 15 traxeramus
(paard) redemit Evert Petersen filius dicti
Petri exsolvens -32-11-6 (32 guldens, 11 stuiver en 6
duiten) Actum Putten Martij 17. Nota supradicta Luitgen fuit
germana soror (zuster uit de zelfde ouders als)
Anthoniae Willmsen, quondam op Bitterschotten. vide
folio 144a.
- c. Anthonia
(Thoene) Willmsen van Wenckum,
(=kw. nr.
2049).
4320.
ARISS (WILLEMS), ovl. vóór 1597 [8], tr.
4321. GOERTGEN GOOSSENS.
vul aan HV 1/5
Uit dit huwelijk geboren [9] :
- a. Willem Ariss,
krijgt op 3-11-1597 afdracht en oprukking voor het herengoed
"Beterum" te Ede (later "Hoog Beterum" genoemd) [10],
tr. Aeltgen Wolter Gerritsdr.
Uit dit huwelijk geboren [11] :
-
1. Beatrix Willems, tr. Jan
Rijcks.
- b. Henrick Ariss,
(=kw. nr.
2160).
4328.
JELIS HAELBOOM, geb. ca. 1540-1550, ovl. 1623/24,
landbouwer (1598), actor in een proces [12].
Op 9-5-1598 verkrijgt
Jelis Haelboom, landbouwer, vernieuwde oprukking van
het herengoed Haelboom
vul aan HV 1/54
Uit zijn huwelijk (Haelboom-NN) geboren [13] :
- a. Hendrick
Haelboom, (=kw.
nr.
2164).
- b. Lambertus
Haelboom, ovl. waarsch 1626, vermeld in
processen en stukken (1621, 1623), heeft land in het "grote
Nieulandt" (onder Wageningen)[14], tr.
Aertgen Cornelis, uit welk huwelijk vier kinderen,
waaronder Jan Lamberts Haelboom en
Gijsbert Lambertsz Haelboom[15].
- c. Willem Haelboom,
wordt genoemd in proces stukken[16].
- d. Weyme Jelis
Haelboom, tr. Evert Willems.
Beiden geven in 1602 een volmacht af om een deel van het goed
"Schepenerf" te verkopen aan Gerrit Gerritsz S???(¥).[17]
- e. Belye (Beliken)
Haelboom, verkoopt land (1617, 1620)[18],
tr. Antonis Gerritsz, ovl. vóór 1620[19].
4342.
JAN JANSEN VAN SCHARRENBURG (alias JAN VAN BARNEN), ovl.
verm. Lunteren 1609,[20] eigenaar en bewoner van
Scharrenburg in het Nederwoud onder Lunteren,[21] tr.
4343. LYSGHEN SARREN, ovl.
vóór 1605.
- a. Jan (Hans)
Jansen van Scharrenburg (alias Jan van Barnen),
blinde man op Scharrenburg ("gevisitiert sijnde van Godt
Almachtig met blijntheijt zijnes gesichts").[22]
- b. Gerrit Jansen
van Scharrenburg, geb. 1574, tr. vóór 1605[23]
Niesse NN.
Uit dit huwelijk mogelijk :
-
1. Dirkje Gerrits van Scherborg, otr.
Barneveld 24-11-1632[24] Jan Willemsen,
op Nijenhuijs.
- c. Marie Jansen
van Scharrenburg,
(=kw. nr.
2171).
vul aan copie
4528. =2240. JAN CORNELISZ (HOMOET).
4888. RIJCKHOLT WOUTERS.
vul aan VG 22(1997)246
- a. Wolter Rijcks,
(=kw. nr.
2444).
4992. ARNT HENRICXEN DROST,
koopt de helft van Hullemansgoet te Nunspeet (1579), tr. vóór 1579
4993. WOBBE NN.
Uit dit huwelijk (Drost-NN) geboren (o.a.?) :
- a. Lubbert Aert
(Drost), (=kw.
nr.
2496).
- b. Weijme Aerts
(Drost), ovl. na 1610.
Hullemansgoet te Nunspeet[25]
:
De grootte .. etc.
Op 8-12-1610 krijgen Lubbert Aert Drosten
en zijn zuster Weijme Aerts oprukking voor
het herengoed. De ene helft is op 2-5-1579 verkocht door
Henrick, Goert en Johan van Coot,
gebroeders, aan zijn ouders Arnt Henricxen Drost
en Wobbe, de andere helft wordt nu aan hen
getransporteerd door Derick van Hoeckelom,
in naam van Joffer Jacoba van Huet.
Op 8-12-1610 krijgt Joffer Jacoba van Huet
transport na overdracht door Lubbert Aert Drosten
en Weijme Drosten, zijn zuster van de
helft, welke tot een bijzonder zaalweer wordt gemaakt, groot
4 mudde roggelants en 30 mld. haverlants.
5008.
AERT ROLOFS (TOE WESTENDOROP), geb. ca. 1545.
- e. Lambert Aerts,
(=kw. nr.
2504).
5016.
GERRIT JANSEN FORSTELMAN, geb. ca. 1540, te Apeldoorn.
wordt genoemd in het Tynsregister van Apeldoorn [27]:
Roelof Gerrits te Wormingen, voor dezen
Jacob Forstelman, Postea Gerrit Jans Forstelman.
vul aan VG 24(1999)251,
25(2000)292
- a. J(oh)an
Gerritsen (Vorstelman), geb. ca. 1570,
(=kw. nr.
2508).
5020.
JAN BRUYNISSEN (BROENISSEN), geb. ca. 1560, te Epe.
vul aan VG 24(1999)251
- a. Breunis Jans,
geb. ca. 1584.
- b. Jan Jans,
geb. ca. 1585.
- c. Hendrick Jans,
geb. ca. 1587, is momber in 1636.
- d. Lambert Jans,
geb. ca. 1590, (=kw. nr.
2510).
5022. REIJN(D)ER ANDREESEN,
geb. ca. 1565.
vul aan VG 24(1999)251
- a. Geele Reijners,
geb. ca. 1595, (=kw. nr.
2511).
5218. ARENT (VAN KEGELENBERGH).
Uit zijn huwelijk (van Kegelenbergh-NN) geboren (o.a.?) :
- a. Francijntgen
van Kegelenbergh, geb. Antwerpen,
(=kw. nr.
2609).
- b. Geertje Arents
van Kegelenbergh, doopget. (1648),
filiatie niet bewezen.
- c. Pieter Arentsz
van Kegelenbergh, doopget. (1646), huw.get.
(1633).
5380. PIETER GOVERTSZ VAN WIJN(¥),
"coorencooper" wonende "in den Dorpe van Maeslant", benoemde bij
zijn testament van 23-3-1623 (bekrachtigd met een pentagram),
[28] tot zijn erfgenamen zijn beide zoons.
|
Handtekening van Pieter Govertsz
van Wijn. [29] klik op
plaatje(s) om te vergroten |
COMMENTAAR(¥)
Vooralsnog onduidelijk is of de volgende vermeldingen met
hem in verband staan :
Govert van Wijn, raad in het Hof van
Holland, gehuwd met de enige dr. van jonkheer
Henrick Crusinck, heer van Benthuysen (1586)
[30].
Pieter Govertsz, beg. Naaldwijk 1-6-1641
(Rekeningen. kerkmr. f 4,--) in een oud graf, 5 x luiden
[31].
Pieter Govertsz, schuytvoerder, betaalt 10
gld/jaar wegens huur van 16 hond vlietland tussen de
Vlieten, vermaakt door Maertgen Jansdr,
wed. van Dirck Anthonisz, volgens testament
van 5-1-1590 aan de Heilige Geestmrs. te Maassluis [32].
Pieter Govertsz pacht voor 4 sc. de
henneptiende te Vlaardingen (1536) [33].
Govert Pietersz, brouwer te Delft, wordt op
10-3-1557 beleend met 2 1/2 morgen in een perceel van 7
morgen 4 1/2 hond land te Maasland in het ambacht Dorp in
Buytenveen, leenroerig aan de hofstede Hodenpijl [34].
Thijs Govertsz, voor f 3,-- (1544)[35]
, £ 6,-- (1553)[36] en £ 4,-- en £ 6,-- (1559)[37]
, en £ 9,--,-- (1561) [38] getaxeerd voor de
tiende penning te Maassluis,
Goverts Aertsz, voor f 3,-- getaxeerd voor
de tiende penning te Maassluis (1544)[39].
Govert Pietersz, voor f 3,-- (1544)[40]
en £ 3,--,-- (1561)[41] getaxeerd voor de tiende
penning te Maassluis |
- a. Govert Pietersz
van Wijn, geb. ca. 1574,
(=kw. nr.
2690).
- b. Jan Pietersz
van Wijn, ovl. vóór 1-8-1636, waard en
herbergier in de Spaensche Vloot te Maasland, collecteur van de
impost op het gemaal over Monster, Naaldwijk en 's Gravenzande
(1612), pachter van de impost op de bieren van Vlaardingen,
genoemd als gemachtigde, wonende te Maasland (1615),[42]
tr. Jannitge Gerritsdr Mijnheer, ovl./beg.
Maasland 1649/50 (in de kerk op 't koor), dr van Gerrit
Jansz "op te Geest" tot 's-Gravenzande en (verm.)
Maritgen Pietersdr [43].
Uit dit huwelijk (volgorde onbekend):[44]
-
1. Pieter Jansz van Wijn, beg. Maasland
13-9-1636.
-
2. Gerrit Jansz van Wijn, ca. 1598, ovl.
's-Gravenzande 22-9-1666, kocht op 9-9-1641 huis en erf,
gelegen aan de Langestraat te 's-Gravenzande, genaamd "de
Bosboom" en veranderde de naam in "de Spaensche Vloot",
herbergier aldaar, thesaurier en burgemeester van
's-Gravenzande, tr.[45] Volckgen
Leendertsdr, ovl. 1679-1681.
- aa. Jan
Gerritsz van Wijn, ovl. Monster 8-9-1643
(aan een verwonding toegebracht door een jongen van tien
jaren), in opleiding voor timmerman te Monster.
- bb.
Willem Gerritsz van Wijn, volgt IVc.
- cc. Ary
Gerritsz van Wijn, volgt IVd.
- dd.
Leendert Gerritsz van Wijn, volgt IVe.
- ee.
Geertie Gerritsdr van Wijn, ged.
's-Gravenzande 1-9-1641.
- ff. Jan
Gerritsz van Wijn, volgt IVf.
-
3. Cornelis Jansz van Wijn, ovl. vóór
22-10-1649, verm. ca. 20 okt. 1636, korenkoper en
kerkmeester te Maasland, tr. verm.[47]
Grietge Tussen, ovl. verm. ca. 20 okt. 1636.
- aa.
Pieter Cornelisz van Wijn, geb. ca.
1624/5, beg. Maassluis 22-1-1685, herbergier, grossier
in zout, collecteur van de gemenelandsmiddelen,
rentmeester van de Huyscommanderij van Maasland van de
Balije van Utrecht, alsmede van die van Katwijk aan de
Rijn en Leiden, kapitein van het Prinse vaandel op
Maassluis (1672), reder en boekhouder, gecommitteerde
(1662-'64, 1682-'84) en president gecommitteerde (1665)
van de visserij, schepen (1668-'70, 1672 en 1675-'77),
burgemeester (1678-'82) te Maassluis, welgeboren man van
Delfland (1667, '78 en '79), tr. 1o Maassluis
3-11-1647[49] Simontgen Simonsdr,
ged. Pijnacker 27-7-1625, ovl. Maassluis tussen 23 mei
en 17 sept. 1655, dr. van Simon Eggertsz
en Pleuntje Dirksdr van Dijk. tr. 2o
Maassluis 28-6-1656[50] Maertge
Arentsdr Uytendoorn, geb. ca. 1626, ovl.
Maassluis 1664-1666, wed. van Jacob Ariensz
Holleman, dr. van Arent Arentsz
Uytendoorn en Trijntgen Pietersdr Buys.
Uit zijn eerste huwelijk (van Wijn-Simonsdr) :[51]
- aaa.
Cornelis van Wijn, ged. Maassluis
21-2-1651, ovl. jong.
- bbb.
Cornelis van Wijn, ged. Maassluis
18-21652, volgt V f.
- ccc.
Grietje van Wijn, ged. Maassluis
23-5-1655, ovl. jong.
Uit zijn tweede huwelijk (van Wijn-Uytendoorn):
- ddd.
Trijntje van Wijn, ged. Maassluis
15-4-1657, ovl. jong.
- eee.
Arent van Wijn, ged. Maassluis
10-11-1658, ovl. jong.
- fff.
Jan van Wijn, votlgt Vg.
- ggg.
Willem van Wijn, ged. Maassluis
15-4-1661, ovl. jong.
- hhh.
Ary van Wijn, ged. Maassluis
6-1-1664, ovl. jong.
- bb.
Willem van Wijn, vermeld 29-5-1655.
- cc. NN
Cornelisz van Wijn, beg. Maasland
10-1-1637.
-
4. Krijn Jansz van Wijn, geb. ca. 1606,
beg. Maasland 1654 (in de kerk op 't koor), bode van
Maasland. tr.[52] NN, beg.
Maasland 1652 (in de kerk op 't koor).
- aa. Jan
van Wijn, ged. Maasland 26-7-1643, ovl.
1643/44.
- bb.
Ermpje van Wijn, ged. Maasland
28-7-1647, ovl. 1654.
-
5. Abraham Jansz van Wijn, beg. Maasland
6-7-1636.
-
6. Maartje Jansdr van Wijn, ovl.
Maassluis 2-7-1660, tr. (voor 28 jan. 1629),[54]
Jan van Lis, geb. ca. 1609, ovl. Maassluis
7-4-1662, koopman, waard "in 't Moerjaenshooft" te Maassluis
(1639), afslager van de vis, reder en boekhouder,
gecommitteerde van de visserij 1641, '42, (1645-'47,
1652-'54), president gecommitteerde van de visserij (1654),
schepen (1646-'55), burgemeester en tenslotte schout van
Maassluis, zn. van Gillis Pietersz van Lis.
-
7. Jacob Jansz van Wijn, ovl. 1655/56,
mr. timmerman te Maasland, aannemer van publieke werken, tr.[55]
Crijntje Aryensdr (Seun), geb. Zegwaard,
dr. van Ary Seun en Geertje
Symonsdr. Zij hertr. (huw. voorw. 13-1-1657)
Jan van Santen Adriaensz, lakenkoper te
Voorburg, pres.ident schepen aldaar en welgeborene van
Rijnland, wedr. van Agneesken Jacobsdr van
Oosterwijck.[56]
-
8. Aeltje Jansdr van Wijn, geb. ca. 1612
73, ovl. Maassluis 22-5-1673, tr. 1o Delft,[57]
Adriaen Cornelisz van der Lely, geb. ca.
1610, ovl. Maassluis tussen 18 jan. en 8 maart 1647, wedr
van Trijntgen Wiilemsdr, mr. schoenmaker te
Maasland, vervolgens herbergier in de Spaensche Vloot te
Monster (1636-'42), vestigt zich vanuit Maasland als
herbergier in de door hem nieuw gebouwde herberg, het Hof
van Holland, aan de zuidzijde van de Haven te Maassluis in
1643, zn. van Cornelis Adriaansz van der Lely
en Liedewij Ariensdr, tr. 2o
Maassluis 7-9-1647[58] Nicolaes van Dalen,
ovl. 1663-1665, eveneens herbergier in het Hof van Holland
te Maassluis, zn. van Cornelis Claesz van Dalen
en Maeycke Bastiaensdr.
-
9. Krijntje Jansdr van Wijn, ovl.
1658-1664, tr.[59] Leendert van der Marel,
geb. ca. 1620, ovl. tussen 11 juli en 4 okt. 1664,
herbergier in de Spaensche Vloot te Maasland, H.
Geest-armmeester aldaar, zn. van Jan Adriaensz van
der Marel, rentmeester en subst. schout te
's-Gravenzande.
5382.
JACOB CORNELISZ (VAN VELDEN)(¥), geb. vóór ca.
1555, ovl. na 1598, belender te Wateringe (1568)[60],
leenman (1572..1598), schuytvoerder te Maassluis.
COMMENTAAR(¥) Te
Schipluiden komt in 1616 vijf maal een Jacob
Cornelisz voor als geref. lidmaat [61].
Is bovenstaande Jacob Cornelisz soms identiek met een van
hen?
Wat is het verband met Crijn Jaspersz van Velden,
tr. Lijsbet Maertensdr. (1653).[62]
Jan Jacobsz van Velde, ovl. Maassluis 1657
in de Zuidbuurt, en Marijtje Vrancksdr,
zijn h.v. (ovl 1652), genoemd als lidmaten van Maasland
(1640).[63]
Jan Gerritsz van Velde, ovl 1640-verm.
1663, genoemd als lidmaat van Maasland (1640).[64]
|
==== BELENINGEN ====
Hontshol (nr. 94) : 8 hond land (gemeen met het godshuis van
Maeslant, 1423), te Maasland[65] :
20-9-1572 Jacob Cornelisz van de Velde bij dode
van zijn vader Cornelis Jacobsz.
28-1-1598 Jan Jansz Thoen na overdracht door
zijn vader Jacob Cornelisz van de Velde(¥).
| COMMENTAAR(¥)
sic! Jan Jansz Thoen is zijn zwager,
zie [66] |
Hontshol (nr. 95) : 13 hond land (gemeen met Jan van der
Woude, Bertelmeus Bertelmeusz en zijn
vader, 1423) te Maasland [67] :
beleningen als hierboven bij Hontshol nr. 94.
Hodenpijl (nr. 8) : 4 morgen land met een huis te Maasland
(bewoond door Boudijn van de Velde Muysz, 1369)
[68] :
25-1-1537 : Vranck Jacob Cornelisz te
Wateringen bij dode van zijn vader Jacob Cornelisz.
1570 : Cornelis Jacobsz oom van en na
overdracht door zijn broer Vries Cornelisz
[69]
1572 : Jacob Cornelisz van Velden na dode van
zijn vader Cornelis Jacobsz[70].
1594 : Dirck van den Velde na overdracht door
Jacob Cornelisz van Velden.
1621 : Cornelis van den Velden bij dode van
zijn vader Dirck van den Velden
Wateringen (nr. 5) : 3 morgen land te Wateringen [71]
:
20-9-1572 Jacob Cornelisz van Velde bij dode
van zijn vader Cornelis Jacopsz.
6-2-1580 Jacob Cornelisz van Velde draagt over
aan Willem van Hoof.
Lek (nr. 53B) : 2 morgen land te Maasland [72] :
1572 Jacob Cornelisz van Velde na dode van zijn
vader[73]
25-9-1590 Jan Jansz Thoen na overdracht door
Jacob Cornelisz van de Velde (die het blijkbaar
van zijn vader heeft geërfd (LL)).
Heilige Geest Maassluis :
Jacob Cornelisz, schuytvoerder, betaalt 20 st.
wegens huur van een werf (vóór ca. 1590).[74]
Jacob Cornelisz van Velde bezit het Noordweer
te Maassluis.[75]
Grafelijkheid (nr. 9) : tiende buitendijks in Zuyt Maeslant,
strekkende vanaf Maritgen Adriaensdr, wed. van
Cornelis Jacobsz tot Spijckerboortshouck :
1601 Jacob Cornelisz in Velden pacht het voor
11 pond.[76]
Uit zijn huwelijk (van Velden-NN) geboren (o.a.?) :
- a. Trijntje Jacobs
van Velden, geb. vóór ca. 1580,
(=kw. nr.
2691).
- b. Cornelis
Jacobsz van Velden,
filiatie niet bewezen,[77] lidmaat te
Schipluiden, die mogelijk wordt beg. Naaldwijk kerk 27-2-1636 of
7-4-1642[78], tr.[79] Marijtge
Heymens, dr. van Heijmen Jacob (van der Hoeven)
en Marijtgen Cornelisdr.[80]
Uit dit huwelijk wellicht :
-
1. Maertgen Cornelisdr van der Velde(¥),
ovl. na 28-3-1650 of voor 1647[81], afkomstig van
Maasland, beleend 1-5-1628. tr.[82]
Adriaen Claesz Jonge Trapper, ovl. vóór 1628,[83]
zn. van Claes Ariensz Jonge Trapper en
Aeltgen Pietersdr, vermeld sinds 28-7-1580
etc. woont te Maasland, leenman van Honingen (1610).[84]
| COMMENTAAR(¥)
is zij Martje Cornelisdr van der Velde,
h.v. van Dirck Pietersz Molenaar,
lidmaat van Maasland (1663). |
vul aan OV 54(1999)132
ACJT.
5408.
WILLEM (BREUR?)(¥), geb. vóór ca. 1555,
vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:
- a. Adriaen (Ary)
Willems Breur, geb. 1576/77, ovl. kort voor
1658, (=kw. nr.
2704).
COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk verwant met :
Ariaen Breur, die 4 rinsgulden schuldig
is aan de weeskinderen van Ariaen Ockers
te Rotterdam (1504).[85] |
5410. ARIJEN ARIENSS SCHRAM,
geb. vóór ca. 1550, ovl. ca. 1597, woonde te Maassluis, tr. vóór
1574
5411. MAERTGEN DIRCXDR (anders
genaemt Maertgen Jans), ovl. kort voor 1614.
Op 21-9-1614 wordt Adriaen
Willemss Breur, wonend te Maassluis, gemachtigd door de
erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders
genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden
genoemd: Adriaen Willemss Breur (nomine
uxoris), Claes Meess (nomine uxoris),
Corn. Corneliss Reus (nomine uxoris) en Corn.
Adriaenss. [86]
Op 26-4-1615 wordt hij wederom gemachtigd, als gehuwd met
Willemijntge Adriaens, door de erfgenamen van
Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt
Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd:
Cornelis Adriaenss Schram, Willemijntge
Adriaens, Maertgen Adriaens, geh. met
Claes Meess, Neeltge Adriaens,
geh. met Corn. Corneliss Reus. [87]
Op 20-9-1643 wordt een getuigenis
afgelegd over Arijen Arienss Schram gewoond
hebbend te Maassluis, overleden ca. 1597, vader van
Willemtge Adriaensdr en Maertgen Adriaensdr.
[88]
Uit dit huwelijk in 1614 in leven:
- a. Willem(ijn)tgen
Aryens (Adriaens), geb. 1573/74, ovl. na 1643?,
(=kw. nr.
2705).
- b. Maertgen
Adriaens (Arentse), geb. 1578/79, ovl. na 1644,
legt een getuigenis af 20-9-1615 en 6-10-1615, (oud ca. 36 jr.)
[89] woont te Maassluis (1643), tr. vóór 1614
Claes Meess, ovl. kort voor 1643, scheepstimmerman te
Maassluis (1615, 1616), legt een getuigenis af 20-9-1615,
[90] scheepmaker (1643).
Akten over Claes Meess
zaliger en diens wed. Maertgen Adriaensdr
(oud 64 jaar), 1643, 1644. [91]
Uit dit huwelijk in 1643 in leven:
-
1. Adriaen Claess (Meess), ovl. na 1643.
- c. Cornelis
Adriaenss Schram, geb. ca. 1586, ovl. na 1637,
legt een getuigenis af 15-3-1616 (oud ca. 30 jr.), [92]
stierman (1637), legt een getuigenis af 17-8-1637. [93]
-
1. Neeltge Cornelis Schram, beg.
Maassluis 5-8-1666.
-
2. Jacob Corn. (Schram), legt een
getuigenis af 28-6-1636. [94]
- d. Neeltge
Adriaens, ovl. na 1614, tr. vóór 1614
Corn. Corneliss Reus (de Jonge?), stierman (1614). Hij
testeert 7-11-1618, dan gehuwd met Emmitgen Dircxdr
(zijn tweede vrouw?). [95]
5412. GERRIT ROCHUSZ,
kuiper.
- a. Rochus Gerritsz
van Pomeren, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1652-1662,
(=kw. nr.
2706).
5414. PELLE JACOBSZ, ovl. na
1623, parentatie niet bewezen,
stierman wonende te Vlaardingen (1599), poorter van Vlaardingen
(1623), tr. vóór 1623
5415. AELTGEN ARENTS CRUIJCK(¥),
geb. ca. 1545, ovl. na 1623, parentatie niet
bewezen, tr. 1o voor 1623 JASPER
CORNELISZ, met wie zij "ontrent negen jaren in wettelijcke
huijshoudinge heeft geleeft".
| COMMENTAAR(¥) In
1598 is sprake van een schipper Cruijck op
de Rode Galei.[97] Is hij verwant?
|
Op 31-1-1599 constitueren
Pelle Jacobsz, stierman wonende te Vlaardingen en zijn
gemene reders, Cornelis Joorisz van Schiedam
burger en inwoner van de stad Embden, om aldaar te vernemen naar
11 netten, welke door de voorn. stierman in zee zijn verloren.
[98]
Attestatie d.d. 29-3-1623 Ten
versoucke van Louris ende Dirck Ariensz van der Houve
cum socijs: Compeerde Aeltgen Arents Cruijck
out ontrent 78 iaren, iegenwoordich huijsvrouwe van
Pelle Jacobsz poorter deser stede. Ende verclaerde bij
hare vrouwe waerheijt in plaets van eede, waerachtich te zijn
dat deposante ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge
heeft geleeft met Jasper Cornelisz haer vorige
man. Twelcke was een broeder van zaliger Maritgen
Aelbrechts dije een soon hadde genaemt Pieter
Meesz. Verclaerde voorts overzulcx mede wel te weten,
dat de voorsz. hare zaliger mans als Maritgen Aelbrecht
moeder noijt geen heele noch halve broeders off zusters heeft
gehadt, noch oock dÕgemelde hare zaliger mans moeder immermeer
ijets daervan horen vermanen te hebben, niettegenstaende sij
deposante inde sieckte daer in sij ontrent anderhalff iaer was,
haer continuelijcken gedient ende hantreijckinge gedaen heeft
tottet overlijden toe. Affirmeerde mede sij deposante sedert de
bevestinge vant huwelick tusschen haer ende dvoorsz.
Jasper Cornelisz, altijts goede ende familiare kennisse
gehouden te hebben met desselffs moeder ende Maritgen
Aelbrechts, beijden voorgeroert. Ende mitsdien vant
voorsz. gedeposeerden goede kennisse te hebben. Actum den 29
Martij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz
Waelwijck. [99]
Uit haar eerste huwelijk (Jacobsz-Cruijck) vermoedelijk(¥):
| COMMENTAAR(¥)
Aeltgen Pelle en Anneken Pelle
zijn in ieder geval zusters want zij worden in een akte
genoemd als respectievelijk moeder en meuije van
Arien Rochusz Cruijck van Pomeren. [100]
|
- a. Aeltie Pelle
(Kruijck), geb. vóór ca. 1590,
(=kw. nr.
2707).
- b. Annetje Pellen,
ovl. na 1631, woont te Vlaardingen (1644), tr. 1o
Joost Jacobsz Slijp, ovl. vóór 1631, verm. zn.
van Jacob Pietersz Slijp, stierman te
Vlaardingen,[101] tr. 2o voor 1631
Leendert Fransz Boomgaert, geb. ca. 1685, ovl.
1631-1642, varentman, burger van Vlaardingen (1631).
200e penning Vlaardingen 1628:
Joost Jacobsz Slijp's twee kinderen ƒ
20-00-00. [102]
200e penning Vlaardingen 1631: Joost Jacobsz Slijp's
twee kinderen ƒ 20-00-00. [103]
Attestatie d.d. 15-5-1623 Ten
versoucke van Arien Jansz Vonck: "Hebben
Cornelis Willemsz, clockestelder out
ontrent 50 jaeren ende Leendert Fransz Boomgaert,
out ontrent 38 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich
te sijn dat sijluijden huijden vergadert sijn geweest in de
herberge van St. Joris, int geselschap van den requirant
ende dat aldaer bij hen deposanten gecomen is Steven
Aelbrechtsz Attevelt, cuijper, ende dat de selve
onder andere propoosten iegens den voorn. requirant seijde
ende hem met smaet woorde verweet in effecte dese woorden,
Òghij hebt u vader verradenÓ Tselve tot meer maelen
verhaelende. Actum coram van den ondergeteijckende schepenen
den 15 Meij 1623. Was getekend: Lambrecht
Christoffelsz Waelwijck. J. G. Noijkens.
[104]
Protocol : 11-12-1631
Leendert Fransz Boomgaert, varentman, burger van
Vlaardingen, gehuwd met Annetje Pellen,
eerder wed. van Joost Jacobsz Slijp, is
schuldig aan Rochus Gerritsz van Pomeren,
koopman alhier, 335 gld. (oude obligatie van 1-10-1619 200
gld.door Joost Jacobsz Slijp gepasseerd)
over gehaalde stoffen voor kleding volgens register. Hij kan
niet betalen en verkoopt daarom goederen, huisraad e.d.[105]
Op 21-7-1642 constitueert
Annitgen Pellendr, weduwe van
Lenert Fransz Boogaert, wonende te Vlaardingen,
Anthonij de Ridder en Heijndrick
Backer beiden procureurs te Amsterdam, om haar
zaken waar te nemen i.v.m. een transport door
Anthonjj van der Kaeck op 12-7-1642 te Amsterdam
voor notaris N. van der Piet, ten hare behoeve gepasseerd.
[106]
Op 18-5-1644 compareerde te
Schiedam Annetge Pelle, weduwe van
Leendert Fransz Boogaert, wonende tot Vlaerdingen,
en bekende te cederen, transporteren en in volkomen eigendom
op te dragen, gelijk zij doet bij dezen aan Toontgen
Joosten Slijp, huisvrouw van Anthonij van
der Aeck, wonende tot Amsterdam, zodanige somme van
penningen, tsy 320 car. guldens min ofte meerder, als haar
comparante zijn compterende tot Amsterdam van de coucharge
aldaar en van ene Arent van Gent enz.
[107]
In een akte van Procuratie
d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van
Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur.
Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar
tante is Anneke Pelle. [108]
Uit haar eerste huwelijk (Slijp-Pelle) vermoedelijk:
-
1. Toontge Joosten Slijp, wonende tot
Amsterdam (1644). tr. vóór 1644 Anthonij van der
Aeck.
-
2. Arijen Jooste Slijp.
200e penning Vlaardingen
1628: Joost Jacobsz Slijp's twee
kinderen ƒ 20-00-00. [109]
200e penning Vlaardingen 1631: Joost Jacobsz
Slijp's twee kinderen ƒ 20-00-00. [110]
200e penning Vlaardingen 1635: Arijen Jooste
Slijp bij verclaringe ƒ 10-00-00. [111]
200e penning Vlaardingen 1644: Arijen Jooste
Slijp bij verclaringe ƒ 10-00-00. [112]
5416. JAN JANSZ SCHIM(¥),
ovl. 1591-1606,[113] wiens huijsinge voor f 8,--
getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1553)[114],
belender, bezit een laan en sloot in vlietland aan de Maeslandse
sluizen (1591)[115], tr.
5417.
ANNA DOESSEN, ovl. 1606,[116]
| COMMENTAAR(¥) Is
hij (verwant) aan NN Schimme, voor f 6,--
getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544)[117].
|
Op 2-2-1577 heeft Cornelis
Jacobsz de Corte, scheepstimmerman, verkocht aan
Jan Jansz Schim van Maassluis een nieuw
veerschip zo het van stapel gelopen is. Prijs ƒ 84 van 40 gr.
Vlaams, te betalen op 2 termijnen. Gedaan onder verband van
waterrecht. Borg: Jan Jorisz, veerman van
Maassluis. [118]
==== BELENINGEN ====
Grafelijkheid nr. 25 : 7 morgen land te Maasland leenroerig aan
de graaf :
7-2-1582 : Jan Jansz Schim.
29-9-1599 : overdracht van de helft van het leen aan
Frans Willem Patijn te Maeslandersluijs [119]
17-4-1606: komt de andere helft aan Doe Jansz Schim
bij dode van zijn vader[120].
3-8-1610 : 3 hond ten eigen tegen 120 pond, deze mogen door zijn
moeder Anna Doensdr van de hoogheemraden van
Delfland worden opgehoogd om er huizen op te zetten daar zij in
het boezemland liggen.
Leen verminderd tot 3 morgen.
1-15-1615 : Adriaen Breur de Jonge onmondig,
hulde door zijn vader Adriaen Adriaensz Breur
de Oude, na overdracht door Doe Jansz Schim.
8-7-1619 : Vranck Doesen van der Houff (zie ook
[121] tzt kw.) na naasting ten laste van
Adriaen Adriaensz Breur de Oude en diens zoon Adriaen.
Archief van het burger weeshuis :[122]
10-7-1606: Adriaen Aertsz. Waert, schout,
Adriaen Cornelisz. Hensbrouck en Jan
Louwerisz, schepenen te Wateringe, oorkonden dat
Adriaen Doesz, Arent Doesz en
Jacob Doesz, elk voor 1/6 deel. Anna
Doessen, weduwe van Jan Jansz Schim,
met haar zoon Willem Jansz Schim, seylmaker,
mede na-mens haar zusters en broers voor 1/6 deel.
Adriaen Doesz als voogd van de kinderen van wijlen
Rutger Abrahamsz, gehuwd met Stijntgen
Claesdochter, en Harmen Heyndricksz,
gehuwd met Stijntgen, de weduwe van
Floris Claesz, voor 1/6 deel, verkopen aan meester
Franchois Vranckenz, raad in de Hoge Raad in
Hollant, een woning, huis, bijhuis, schuren, bergen, potinge en
plantinge met 25 1/2 morgen land in Naeltwijckerbroock te
Wateringe, dat zij hebben ge‘rfd van Cornelis Doesz,
die er op woonde, n.1. 5 1/2 morgen, zijnde de helft van een
strekweer, waarop het huis staat, een heel strekweer, groot 10
morgen, ten westen van het vorige, belend ten noorden: de
Broockweg, ten zuiden: de Sweth, ten oosten: Jan Aertsz
met bruikwaar, ten westen: de ontvanger Mierop;
3 morgen belend ten noorden: de pastorie van Warmont en de
landsadvocaat van Hollant meester Jan van Oldebarnevelt,
ten oosten en zuiden: genoemde meester Jan, ten westen:
Adriaen Willemsz en Conincxvelt; 6 1/2 morgen tegenover
de woning, belend ten zuiden: de Broockweg, ten noorden: de
Merriendijck, ten westen: de weduwe van Dirck Been,
ten oosten: Claes Maertensz. Belast met de
volgende jaarrenten: 1 pond hollands ten behoeve van de kerk en
het kapittel van Naeltwijck; 81 gulden ten behoeve van
Philips Jacobsz te Delft; 10 gulden ten behoeve van de
abdij van Loosduynen, 55 gulden ten behoeve van het Sint
Aechtenconvent te Delft. Bezegeld door de schout: een springend
paard.
Is er verband met Cornelis
Doesz ca. 1535[123]? of met
Pieter Jan Duez, voor f 4,-- getaxeerd voor de
tiende penning te Maassluis (1544)[124].
Is zij Anna Sc(h)immen voor £ 3,10,-- (1559)[125]
en £ 6,--,-- (1561) [126] getaxeerd voor de tiende
penning te Maassluis.
Uit zijn huwelijk (Schim-NN) geboren (o.a.?) :
- a. Willem Jansz
Schim, (=kw.
nr.
2708).
- b. Doe Jansz Schim,
geb. Maasland 1578/79, ovl. na 1643. Doe Jansz Schim,
oud ca. 41 jaar, wonend 1620 aan de Boonesluys onder Maaslant,
treedt op in een acte als inwoner van Maesland,[127]
schepen van Maassluis (1614..1626) [128],
burgemeester (1641) treedt op als getuige in 1643, dan 64 jr.
oud en wonend te Maassluis,[129] tr. Maasland voor
1617[130] Hester Vrancken van Ouwen,
geb. Maasland, dr. van Frans Jansz van Ouwen en
Adriaentge Claesdr.
Vermeld in akten 1614 (dan
wonend te Maassluis) tot 1620 (dan ca. 41 jr.). [131]
5 morgen 2 hond land in de
Duyfpolder te Maasland, leenroerig aan de Duitse orde :
25-5-1617: Pouwels van Berensteyn, oud
burgemeester van Delft, neemt ten overstaan van
Dirck Dircsz. van den Chijs (of Cluys) en
Corstiaen Doesz backer, schepenen te Maeslandt, het
land in pacht tegen 25 karolus gulden van 20 st. na
overdracht door Doe Jansz Schim, gehuwd met
een dochter van Adriaentge Claesdochter,
weduwe van Frans Jansz. van Ouwen, waarvoor
een dubbele halve pacht moet worden betaald.[132]
vul aan en Onze Voorouders
III, p294
Uit dit huwelijk waarschijnlijk :
-
1. Jan Doe(sen) Schim, ovl. na 1643,
schoenmaker wonend te Maassluis, testeert op 4-2-1636[133]
en als vleeshouwer op 5-12-1643[134] met zijn
vrouw Meijnsge Sijmonsdr, ovl. na 1643,
woont te Maassluis (1643).
25-3-1641: Maritge
Arentsdochter, weduwe van Symon Jorisz.
van Dijck, in de Zuytbuyrt van Maeslandt,
geassisteerd door haar zoon Adriaen Symonsz. van
Dijck, verkoopt aan heer Jacob van der
Wyele, heer van der Werve, haar woning,
bijhuis, bergen en geboomte aldaar met 28 morgen land,
waarvan 4 morgen 4 hond leenroerig zijn aan het huis van
der Spangen en waarmee haar genoemde zoon is beleend,
strekkende van de Rijskade tot in de Mase, tegen 700
gulden per morgen.
25-11-1642: De vrouwe van der Werve
betaalt aan Adriaen Symonsz. van Dijck,
Arendt Symonsz. van Dijck, Jan
Doe Schim en Job Jansz. van der Bosch
wegens de koop in de vorige acte vermeld aan verlopen
rente 540 gulden, aflossing 4.000 gulden met bijkomende
rente 90 gulden, verminderd met 623 gulden 6 st. 8 p.
wegens de verpachting van het complex aan Ary
Symonsz.[135]
-
2. Maartje Doenen Schim,
filiatie niet bewezen,
wed. van NN, tr. Maassluis 20-12-1671[136]
Jan Jansz Thoen (alias Fool), wednr van
Stijntje Dirks en Pleuntje Arense
zn. van Jan Jansz Thoen en
Catharina Cornelisdr van de Velde (zie kw. nr.
⇒ 10765 sub c).
-
3. (P)leuntje Doenen Schim, geb.
Maasland 1625, tr. Maassluis 16-6-1647[137]
Doe Pietersz Sonneveld, ged. Maasland
4-12-1623, beg. Maasland 4-11-1689, landbouwer,
schrijnwerker,[138] zn. van Pieter
Dircksz van Sonneveld en Sara Doensdr.
- aa.
Sara Doens Sonneveld, geb. 1648, tr.
Maasland april 1676[140] Claes Jan
Ruijendijck.
- bb.
Pieter Doens Sonneveld, geb. Maasland
1655, tr. 1o 1679[141]
Lijsbeth Cornelisd van Maarlevelt, geb.
Terheijde ca. 1630, ovl. vóór 1690, tr. 2o
1690[142] Annetje Cornelisd van der
Kooij, geb. ca. 1665, dr. van Cornelis
Abrahams van der Kooij en Elsje
Cornelisd Suijthoorn.
Uit dit huwelijk 7 kinderen.
-
3. (P)leuntje Doenen Schim, geb.
Maasland 1625, tr. Maassluis 16-6-1647[143]
Doe Pietersz Sonneveld, ged. Maasland
4-12-1623, beg. Maasland 4-11-1689, landbouwer,
schrijnwerker,[144] zn. van Pieter
Dircksz van Sonneveld en Sara Doensdr.
- cc. Jan
Doensz Sonneveld, geb./ged.
Maassluis/Maasland 1664/31-8-1664, beg. Rozenburg
15-7-1737, landbouwer op Blankenburg (Rozenburg), tr.
Rozenburg 20-4-1692[145] Trijntje
Jansd Moerman, geb./ged. Rozenburg
18/19-3-1674, ovl./beg. Vlaardingerambacht/Rozenburg
10/18-11-1749, dr. van Jan Willemsz Moerman
en Elisabeth Ariens Meeldijk.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
- aaa.
Jan Jansz Zonneveld, ged.
Blankenburg (Rozenburg) 25-11-1703, tr Maasland
30-11-1732,[146] Leentje
Cornelisse van Bergen, ged. Maasland
13-10-1715, dr. van Cornelis Leendersz van
Bergen, boer, en Maartje Pieterse
Bregman.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaaa. Jan Jansz Zonneveld, ged.
Maasland 31-1-1734, ovl. Maasland 17-4-1804, tr.
1o Maasland 6-12-1765[147]
Diewertje Cornelisse Kap, ged.
Schiedam 27-12-1739, beg. Maasland 15-1-1771,
tr. 2o Maasland na 1773[148]
Susanna Hordijk, geb./ged.
10-7/15-8-1745, ovl. Maasland 19-11-1819, dr.
van Johannes Hordijk en
Ingetje van Putten.
Hieruit nageslacht, (nog)
niet verder onderzocht.
VUL AAN Onze
Voorouders III, p294.
- c. Cornelis Jansz
Schim, geb. vóór ca. 1585,
filiatie niet bewezen, vermeld in een
transportakte 18-8-1614 als stierman te Maassluis, geh. met
Annitge Corndr, [149] genoemd onder
't scheepsvolk op een schip ter kabeljauwvaart (1622),[150]
tr. vóór 1609 Annitge Corndr.
Uit dit huwelijk vermoedelijk:
-
1. P(iete)r Cornelisz Schim, geb.
1608/09, j.m. afkomstig uit Maessluys (1635). legt een
verklaring af 1644 (dan 35 jaar),[151] otr./tr.
Delft/Maassluis 20-7-1635/.. Jannetge Jans,
j.d. afkomstig uit Maessluys (1635).
- d. Jan Jansz Schim,
geb. vóór ca. 1580, ovl. vóór 1618, alleen bekend uit het
patroniem van zijn zoon, tr. vóór ca. 1600 Janneken
Jansdr, ovl. na 1618.
-
1. Mr. J(oh)an Jansze Schim, ovl.
1623-1626, j.m. woont te Brielle (1618), bij Resolutie van
17-7-1621 in plaats van Mr. David van der Heul
benoemd tot stadschirurgijn te Brielle, wiens tractement in
1622 van ƒ 156,-- op ƒ 100,-- werd gebracht, schepen (1622)
en geref. diaken (5-8-1623) te Brielle, otr./tr. Delft/Den
Briel 4-3-1618/..,[152] Maertge
(Maritjen) Jacobs Verhouf (Verhouve), j.d. wonend
te Rotterdam (1618), als Maritjen Jacobs,
huisvrouw van Mr. Jan Jansze Schim,
toegelaten tot het avondmaal (2-1-1620) te Brielle. Zij
hertr. 20-4-1626 Mr. Johan Sismus.
Op 6-2-1618 worden te
Rotterdam huwelijksvoorwaarden gemaakt door Jan
Jansz Schim, j.g. te Briele, geass. met zijn
schoonvader (=stiefvader?) Willem Quirijnsz,
dienaar des Godlijcken Woorts te Delft, en zijn moeder
Janneken Jansdr, en zijn oom
Willem Jansz Schim, zeylmaker te Maessluys, en
Maertgen Jacobsdr, j.d. geass. met haar
voogden Johan Govertsz van Beaumont en
Geraert Berck. [153]
Uit het huwelijk (Schim-Verhouve) :[154]
- aa.
Jannetjen Schim, ged. (Brielle?)
30-12-1618 (get. Jannitjen Jans van der
Zandtvaerts).
-
2. Catarina Jans Schim, geb. vóór ca.
1620, woont te Maassluis (1638, 1640), testeert met haar man
Dominicus (Ds?) Steffanus Morelius op
10-9-1638 en 8-5-1640,[155] genoemd in een akte
van procuratie d.d. 28-12-1640 als dr. van mr. Johan
Schim zaliger, chirurgijn te Den Briel,[156]
otr. Delft/Maassluis 22-5/9-6-1638 Dr. Steffan(i)us
Morelius, geb. 1611/12, ingeschreven als student
aan de Universiteit van Leiden 6-2-1632 (afk. uit Delft, oud
20 jr.),[157] afkomstig uit Maessluys (1638).
5420.
JAN ARENTS TOU(W) VAN DER BURGH, geb. Naaldwijk ca. 1539[158]
[159] , ovl. 't Woud 8-8-1595[160] , beg. De
Lier, gezworene van Woutharnas, Groenevelt en St. Aegtenrecht
24-9-1582, schepen aldaar (ca. 1582),[161] in 1593,[162]
Heilige Geestmr. in De Lier (1578-1579), kerkmr. aldaar (1583),[163]
belender te De Lier (1588) met een woninkje toebehorend aan
Jan Arend Thouw,[164] tr. ca. 1560[165]
5421.
NEELTJE WILLEMS CORSSEN VAN DER VLIET, geb. ca. 1540, ovl.
De Lier 15-9-1606[166] , beg. De Lier[167] .
Grafstenen in de NH Kerk te de
Lier :[168]
Hier x levt x begraven / Jan x Arent x zoon x Tou / van der x
Burch x ende / starf x den x achsten / Augusti x anno x 1595 /
Virtute x Ulciscor / Invidos /
Hier x leit x begraven / Neelqen x Willem x Corsen/ Dr x vand x
Vliet De Huys / Vrouwe x van Jan Arent / z x Tou x starf x den
15 x / September x anno x 1606 / Deucht x V. Heucht x Hoop is
Blide.
Op 23-6-1588 oorkonden schepenen
van Woutharnas en Groeneveld, dat "Joris Cornelisz
wonende jegenwoerdich int amboecht van Naeltwijc verkocht aan
Jan Arent Touwensz wonende inde parochie van de
Lyer inden amboecht van Woutharnasch een woninge met huys,
bijhuys, schuyr, barge en (de) gheboemte dair op staende voor
vrij eigen mitsgaders drie en(de) dartich margen drie hont acht
en( de) tsestich gaerden lants alle leggende in den amboecht van
Woutharnasch in Groeneveltsepolder aen de swedtkaede ofte
swedtwech".[169]
Op 20-10-1565 bekende Jan
Touwesz aan Lenertge Pietersdr "sijne
moeder" schuldig te zijn de somma van ƒ 9600,--, wegens de koop
van de woning daar Lenertgen voorschreven nu ter tijd op woont
en verbond daartoe de woning en nog de helft van 32 morgen 2
hont eigen land in de Hof van Delft.[170]
verleent hebben verlyen en(de)
verleenen mitsdesen onse brieven Jan Arent Touwens
opt Swet, de helft van sestalff margen lants gelegen opt Wout in
Jansambacht van Groenevelt gemengder aerden mit hen en(de) zijne
mede erfgenaeme(n) van wijle(n) Arent Touwe Janss
sijn vader, belegen opte oostzijde selver mit eygen. mit der
erffgen(aemen) voorss opt zuyteynde die Vlietsloot, opto
westzijde hij selffs mette voorn. andere(n) erffgen (naemen),
opt noorteyndc de Swetwech den voorn. Jan Arent Touwenss
aengecomen bij doode ende overlijden van Lenaertgen
Pietersdochter sijne moeder, die tselve lant van ons te
leen te houden plaeh. Opden XXVe(n) February anno SVC acht
en(de) tseventich". [171]
Oirconden dat voor ons gecomen
en(de) gecomp(ar)eert is Arent Touw Jacobss
en(de) bekende voor hem zijnen erven en(de) nacomelingen wel
en(de) wettelicken v(er)coft te hebben Jan Arent Touwes,
zijn broeder, alle de p(er)celen van landen in d(e) v(oor)ss
Jan Touwez woninck leggen(de) hem comp(ar)ant
aenbestorven doert overlijden van Lenertgen Pieters
zijn moeder. Te weten eerst een vierdepaert van sestalff margen
lants genaemt die vette wij belast met boterpacht, belopen(de)
die seven margen met een kinnetgen boters, mitsgaders elcke
marge(n) III blanken tsj(ae)rs, belendt aen (de) noortzijde die
swedtwech doestzijde Adriaen Jacob Bruynsz(oon)
en(de) Cornelis Jorisz(oon) tysuyteynde en(de)
de westzijde Jan Touwez voorss. met S. Urselen
convent. Noch een vierdepaert van XVI hontlants genaemt
tbuytelant dair een Bijstuyn opstaen(de) is, belendt
aentsuyteynde die Swedtwech aentnoortevnde de swet, twesteynde
Jan Reyersz tot Delff, Noch een vierdepaert van
XXX morgen 11 hont lants eygen ofte vrijlant in welcke XXX
margen 11 hont lants begrepen is het leen en(de) is groot
omtrent II margen IIII hont, belendt het noerteynde de Swetwech
doestzijde Jan Touwez en(de) S. Urselen convent
tzuyteynde de molensloot de westzijde Jan Reyersz
v(oorschreven). Noch die helft van V l/2 margen lants gelegen
opt Woudt inde polder genaemt poeldijck en(de) is belendt aent
noorteijnde die Swedtcae aent zuyteynde de molensloot an(de)
oestzijde P(iete)r Allertsz c(u)m socijs en(de)
Crijntgen Jansdr de wede van Claes Prsz
aen(de) westzijde het gasth(uy)s te Delff. Ende geeft hij
comp(ar)ant opte coepe van(de) zelve landen toe zijn gerechte
helft van(de) ryetvelde inde Lyer mits dat den comparant triet
dair opwassen(de) zal moegen laten snijden zoelange zij
gebroeders beyde in levende liive zijn. Geeft hij comparant noch
de gerechte helft van een halff margen buytelants gelegen opt
Woudt aen(de) woninge van Claes Dircxs alias Osgen
en (de) Arent Corn(elis)z beyde opt Swedt.
Welcke v(oor)ss p(ar)tijen van landen hij comp(ar)ant beloef te
vrijen te waeren als recht is Ondert v(er)bant van zij(n)
p(er)soens etc. Ende bekende van(de)coepe van(de) v(oor)ss
partijen van landen voldaen te zij(n) den lesten p(ennin)g
metten eersten Actum opt (en) Mey 1584. [172]
VUL AAN Prom IX, p295, OV
54(1999)91, NL 70(1953)204.
|
Wapen Van der Vliet : zoek op in
Rietstap p410. |
Uit dit huwelijk (van der Burgh-van der Vliet) geboren (o.a.?) :
- a. Claes Jansz Tou
van der Burgh, geb. ca. 1570,
(=kw. nr.
2710).
- b. Jannetje Jansdr
Touw van der Burgh, geb. ca. 1565[173]
, beg. Naaldwijk in de kerk 3-10-1638[174] , tr. De
Lier 7-8-1588[175] Pouwel(s) Adriaensz van
Dijck (van Adrichem), geb. 't Woudt ca 1568[176]
, beg. Naaldwijk in de kerk 10-11-1630[177] , get.
bijn de huwelijksvoorwaarden van zijn zwager (1608) zn. van
Adriaen Corstiaensz van Dijck en
Hilleken Jacobs.[178]
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder
onderzocht, o.a. zoons beg. Naaldwijk in de kerk
16-3-1632 en 20-4-1633.[179]
vul aan Prom. 14, p87, OV
54(1999)93
Uit dit huwelijk nageslacht, o.a. zoons beg. Naaldwijk in de
kerk 16-3-1632 en 20-4-1633.[180] en volgens
[181] :
-
1. Soetgen Pouwels van Dijck, tr.[182]
Cornelis Jorisz van der Meer, ged.
Naaldwijk 26-9-1593.
-
2. Neeltgen Pouwels van Dijck de Jongere,
ged. Naaldwijk 24-2-1608, beg. Naaldwijk 15-11-1697, tr. ca.
1640[183] Jan Pouwelsz Verspeck,
geb. Delfgauw 1620, ovl. De Lier 1680, beg. Naaldwijk,
baljuw en schout van De Lier, zn. van Pouwel Jacobsz
Verspeck en Jaepgen Adriaensdr Overgauw.
- aa.
Pouwel Jansz Verspeck, ged. De Lier
16-9-1640, beg. De Lier 1-8-1701, tr. De Lier 8-12-1688[185]
Maertge Vrancken Inhoeck, ged. Monster
1-9-1652, dr. van Vranck Oliviers Inhouck
en Lijsbeth Maartendr Sprockenburg.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder
onderzocht.
- bb.
Jannetje Verspeck, ged. De Lier
2-3-1642, tr.[186] Pieter Pieters
Coolen.
- cc.
Geertje Verspeck, ged. De Lier
13-12-1643, ovl. Naaldwijk 23-3-1693, tr. Naaldwijk
22-5-1667[187] Cornelis Vrancken
Inhouck, ged. Naaldwijk 30-10-1639, beg.
Naaldwijk 21-4-1694.
- c. Pietertje
Jansdr Tou van der Burch, geb. Naaldwijk ca.
1580, ovl. Vlaardingerambacht na 12-10-1645, tr. Naaldwijk
31-5-1609 (huw. voorw. Vlaardingerambacht 7-5-1609)
Jacob Riddersz Dockum, geb. Opmeer ca. 1570[188]
, ovl. Vlaardingen 1618/19[189] , machtigt
Aelbrecht van der Meer 21-3-1612, [190]
ambachtsbewaarder (1612-1614) en schepen (1617-1618) te
Vlaardingerambacht, bouwman in de Holierhoekse polder,[191]
zn. van Ridder Heijndricksz Dockum
ambachtsbewaarder en hoofd van Vlaardingersluis, en
Dieuwertje Vredericksdr.[192]
Op 7-5-1609 maken
Jacob Riddersz Dockum en Pietertje Jansdr
Thou van der Burch huwelijkse voorwaarden,
geassisteerd met Ridder Heijndricksz, zijn
vader en met Hendrick en Cornelis Riddersz
zijn broeders. Pietertje Jansdr (wonende
tot Naaldwijk) is er bij aanwezig met Arent, Willem,
en Claes Jansz Thou van der Burch haar broeders.
[193]
Op 15-6-1615 draagt
Jacob Ridderss wonende tot Vlaerdinqen als man ende
voocht van Pietertgen Jansdr een dochter
van Jan Arent Touwenss in zijn leven
gewoont hebbende op te Sweth met medewerkinq van
Arent Thou Janss van (der) Burch wonende binnen
Delft, Willem Janss Thou van der Burch tot
Vlaardinqen en Pouwels Ariaenss van Dijck
wonende in het ambacht van Naaldwijk, zijn zwaqers, over
drie morgen drie honden land in De Lier.[194]
Op 9-5-1613 transporteerde Jacob Riddersz. Dockum,
in gelijke qualiteit en met medewerking van de reeds
genoemde personen, huis, schuur, berg en geboomte en zekere
bogaard, genaamd De Vliethonaard, gelegen omtrent de
Vlietmolen in Naalwijk.[195]
Eerste dubbele 1000e penning
Vlaardingerambacht 1622:[196]
Pietertgen Jans weduwe van Jacob
Riddersz ƒ 14-00-00.
De vier weeskinderen van de voorn. Pietertgen ƒ 8-00-00.
Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622: idem.[197]
200e penning Vlaardingerambacht 1631 en 1635:[198]
Pietertgen Jansdr, weduwe, solvit 21-5-1632
ƒ 40-00-00.
Desselffs weeskinderen gewonnen bij Jacob Riddersz,
solvit 2-6-1632 ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingerambacht 1638:[199]
De weeskinderen van Jacob Riddersz ƒ
10-00-00.
200e penning Vlaardingerambacht 1638:[200]
De weeskinderen van Jacob Ridder verhoocht
op Joris Cornelisz Vlieger, memorie
Arien Cornelisz van der Burch met de erffenis van
sijn vader ƒ 30-00-00.
Uit dit huwelijk geboren (tussen 1609 en 1619) :[201]
-
1. Jan Jacobsz. Dockum, ovl. tussen
31-8-1652 en 18-2-1653, bouwman in Vlaardingerambacht,
schepen (1639-1648, 1651, 1652) en armmeester (1644- 1645)
van Vlaardingerambacht, otr. Vlaardingen/Hillegersberg
7-6/31-7-1640[202] Neeltje Arentsd. van
Vliet, geb. Hillegersberg, dr. van Arij
Leendertsz en Maertgen Pietersd.
- aa.
Jacob Jansz Dockum, geb.
Vlaardingerambacht ca. 1641, ovl. vóór 1720, bouwman in
Vlaardingerambacht, poorter van Vlaardingen (16-3-1665),
Collectant van het weeshuis van Vlaardingen (1650), otr.
Vlaardingen 25-9-1664[204] Leuntje
Dircksdr van Dorp, beg. Vlaardingen lO-6-1737.
- aaa.
Jan Jacobsz. Dockum, ged.
Vlaardingen 7-3-1666 (get. Neltgen Dircksdr
en Arij Jansen).
- bb.
Maartje Jansd Dockum, geb. ca. 1642,
otr./tr. Kethel 7/27-1-1669 (met attestatie van
Vlaardingen),[206] Cornelis Leendersz
Decker (alias van der Snoeck), ged. Kethel
17-12-1645, zn. van Leendert Jansz Decker
en Maartje Pietersdr Post.
- cc.
Adriaen (Arij) Jansz Dockum, ged.
Vlaardingen 23-10-1644 (get. Dirck Laurensz
en Trijntje NN), beg. Vlaardingen apr.
1708, bouwman, schepen (1699- 1705), armmeester (1684,
1687) en kerkmeester (1695-1698) van Vlaardingerambacht,
tr. l)[207] NN, beg.
Vlaardingen 1682, otr. 2o Maasland 15-l-1684[208]
Neeltie Meesse Leeuwerschilt, geb.
Maasland, dr. van Mees Jansz Leeuwerschilt
en Maartje Pietersdr Proost.
Uit het tweede huwelijk (Dockum-Leeuwerschilt):[209]
- aaa.
Jan Arijensz. Dockum, ged.
Vlaardingen 22-10-1684 (get. Jacob Janse
Dockum, Maritie Jans en
Pleuntie Dircks).
- bbb.
Maertie Arijensdr Dockum, ged.
Vlaardingen 28-1l- 1685 (get. Lijsbeth
Meesse), beg. Vlaardigen 27-8-1743, otr.
Vlaardingen 8-4-1708[210] Willem
Pietersz Dijkshoorn, ged. Vlaardingen
1-1-1686, ovl. Vlaardingerambacht 8-3-1781, bouwman,
vele malen achteman, schepen, ambachtsbewaarder,
armmeester en kerkmeester van Vlaardingerambacht,
zn. van Pieter Willemsz Dijkshoorn
en Maria Ariensdr Qualm.
-
aaaa. Willem Willemsz Dijkshoorn.
-
bbbb. Arij Willemsz Dijkshoorn.
-
cccc. Maria Willemsd Dijkshoorn.
-
dddd. Pieter Willemsz Dijkshoorn.
- ccc.
Neeltie Arijensdr Dockum, ged.
Vlaardingen 24-6-1693 (get. Maertie Jans),
tr. Vlaardingen,[212] Dirk Jans.
Bijl, ovl. na 1739, wonende te Zouteveen.
- dd.
Neeltje Jansdr Dockum, ged. Vlaardingen
28-10-1646 (get. Joris Cornelisz Vlieger
en Maertge Maertensdr), beg.
Vlaardingen feb. 1684, otr. Vlaardingen 6-5-1673[213]
Philip Arentsz van Drongelen, ged.
Vlaardingen 27-12-1648, beg. Vlaardingen feb. 1718, zn.
van Aryen Jansz van Drongelen en
Burgje Jansdr. Hij hertr. 2o
1684 Sijtje Doensdr van der Burgh en 3)
1684 Catharina Arentsd Uijttenbroek.
- ee.
Ridder Jansz Dockum, geb.
Vlaardingerambacht 1648, ovl. Vlaardingen april 1704,
poorter van Vlaardingen (6-8-1701), otr. Vlaardingen
2l-2-1699[214] Sijmetie Pietersdr
Maen, ged. Vlaardingen 15-6-1672, beg.
Vlaardingen apr. 1747, dr. van Pieter Alewijnsz
Maen en Neeltie Jorisdr Suijtmaeslant.
Zij otr. 2o Vlaardingen 10-8-1710
Joris Cornelisz van Wijngaarden.
Op 1-8-1716 passeert
een akte te Schiedam waaruit blijkt dat
Ridder Janse Dockum 2 kinderen heeft
verwekt bij Sijmentie Pieters Maen,
welke na het overlijden van hun tante
Trijntie Pieters Maen en hun moeder(¥),
erfgenamen zijn van Neeltje Joris
Zuidmaesland, hun grootmoeder. [215]
| COMMENTAAR(¥)
Klopt dat wel met het begraven van deze
moeder in 1747? Zoek uit! |
Uit het huwelijk (Dockum-Maen):[216]
- aaa.
Neeltje Riddersdr Dockum, ged.
Vlaardingen 13-12-1699 (get. Maartje Jans),
beg. op 't Woud 5-2-1779, tr. Vlaardingen 14-4-1720[217]
Sijmon Gabrielsz van der Kooij,
ged. op 't Woud 6-12-1764, zn. van Gabriel
Jacobsz van der Kooij en Annetje
Sijmonsdr Hoorewech.
-
aaaa. Maria van der Kooij.
- bbb.
Pietertje Riddersd Dockum, ged.
Vlaardingen 15-4-1703, ovl. Schipluiden, tr.
Vlaardingen 28-10-1731 Jacobus Abrahamsz
Maen.
- ff.
Leendert Jansz Dockum, geb. ca. 1649.
-
2. Leentge Jacobsd. Dockum, otr. 1o
Vlaardingen 11-11-1640[220] Joris
Cornelisz Vlieger, ovl. vóór 1656, achteman (1654-
1655) en ambachtsbewaarder (1647) van Vlaardingerambacht,
otr. 2o Vlaardingen 29-12-1656[221]
Jan Arentsz Mooijman.
-
3. Maertge Jacobsd. Dockum, ovl. vóór
9-1-1638, otr. Vlaardingen 7-10-1635[222]
Abraham Jansz. Suijtmaeslant, ovl. tussen
15-10-1656 en 3-12-1659.
- d. Willem Jans
Touw (van der Burch), ovl. 1637-1639, get. bij
de huw. voorw. van zijn broer (1608), en zuster (1609), achtman
te Vlaardingen (1614),[223] woont te Vlaardingen
(1615), Souteveen (1623, 1631), gebruiker van een boomgaard in
de Holierhoekse polder te Vlaardingerambacht (voor 1622),
belender aldaar (1616),[224] tr.[225]
[226] Annetje Gerritsdr Brouck, ovl.
Vlaarderingerambacht 1615-1617, dr. van Gerrit Jansz
Brouck, burgemr. van Vlaardingen.[227]
| COMMENTAAR(¥)
VUL AAN NL 1953/201, Kron. 6(1997)72 en 92, Kron.
7(1998)240 |
11-6-1617: Willem
Jansz. Touw wonend in Vlaardingerambacht is
schuldig aan Cornelis Jacobsz. Schipper en
Claes Bastiaensz., bouwman, beiden wonend
in Vlaardingen, als erfgenamen van Pieter Willemsz.
Holy, 4783 gld. over de koop van 6 morgen en 5 hond
land aan de Kethelweg, te betalen in twee termijnen. Het
land is belend: oost: Gerrit Jansz. Brouck,
noord: de oude Vlaarding, west: het Gasthuis te Delft en
Pieter Arentsz., zuid Leendert Jan
Tijsz. en Gerrit Cornelisz. den Driell.
Met een vrij uitpad over de werf van de woning van
Leendert Jan Tijsz..[228]
Attestatie d.d. 13-7-1622 Ten
versoucke van Willem Jansz Tou:
Compareerden Pieter Cornelisz ende
Arien Gerritsz, bogaertluijden woonenden in
Maeslant ende verclaerden bij eede dat sijluijden over
ontrent acht dagen, sonder de perfecte dach onthouden te
hebben, gecompareert zijn bij eenen Arien Pietersz
Holij, dwelcke hem qualificeerde ende seijde last
te hebben van eenen Willem Pietersz van der Hoeff,
woonende tot Delff, eijgenaer van de landen gelegen in
Holijerhouck, daerop gewoont heeft de requirant, om te
verhuijeren den boomgaert gelegen aen de westsijde van de
wecht. Ende dat sij dienvolgende de vruchten van den selven
boomgaert finalij hebben gehuijert vanden selven Holij als
last hebbende van de voorsz. van der Hoeff
ende dat voor desen iare 1622 om 15 ponden Vlaems. Actum den
13 Julij 1622 ten overstaen van de schout. Was getekend:
Louris Ariensz van der Houve. [229]
Attestatie d.d. 21-01-1623. Ten versoucke van Willem
Pietersz. van der Houff wonende tot Delft:
Compareerde Cornelis Pietersz out ontrent
63 iaren ende Jan Huijgensz out ontrent 56
iaren, beijde bogaertluijden tot Delft. Ende verclaerden bij
eede dat sij op huijden ten versoucke van den requirant
hebben besichticht ende doorgaens gevisiteert, de plantagie
van de twee boomgaerden, gelegen deene ter sijden ende
dandere recht over des requirants wooninge, staende in de
Holijerhouckse polder in Vlaerdinger-ambacht, lest
gebruijckt bij Willem Jansz Tou. Ende dat
sij deposanten nae hare beste kennisse ende opmerckinge de
plantagie van den boomgaert, gelegen ter zijden de voorsz.
wooninge, oordelinge out te zijn ontrent tweendertich iaren.
Ende de plantagie van den anderen boomgaert, gelegen over de
wech, sestien iaren. Actum den 21 Januarij 1623 ten
overstaen van de schout voor de ondergetekende schepen. Was
getekend: Lambrecht Christoffelsz. Waelwijck.
[230]
Attestatie d.d. 21-03-1623. Ten versoucke van Willem
Jansz. Tou opte Souteveen: Compareerde
Leendert Dircxz rooper out 80 iaren ende
Cornelis Willemsz goutsmith oud 76 iaren, beijde
burger deser stede. Ende verclaerden bij eede dat sij goede
memorie ende geheuchnisse hebben dat sedert ses ofte seven
ende vijftich iaren harwaerts opte werff in
Vlaerdinger-ambacht aende Holijerhouckse wech daer op den
requirant heeft gewoont, (doorgehaald is: van tegenwoordich
possesseur is Willem Pietersz. van der Hoeff),
all vruchtboomen stonden ende beplant was met versche
ooftboomen. Dat mede tlant over de sloot aende werff, belent
aende oostsijde de wech, aende westsijde de weije ende aent
suijteijnde de tochsloot, doen all was een boomgaert, daerin
nu een duijfhuijs staet. Verclaerden mede dat int
boomgaertgen, leggende aende oostsijde van de voorsz.
Holijerhouckse wech ontrent dÕvoorsz. tijt alleenlijcken
stonden, een ofte twee oude groote ooftbomen. Gevende voor
redenen van wetenschappe hij Leendert Dircxz,
dat hij ontrent ten voorgemelden tijde als bouknecht gedient
heeft Jan Gerritsz. Brouck, doen opte selve
wooninge bouneringe doende ende hij Cornelis
Willemsz, dat hij alsdoen mede aldaer dickmaels
verkeerde, als aende selve Jan Gerritsz
familaire kennisse hebbende. Actum den 21 Martij 1623 ten
overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen. Was
getekend: Lambrecht Christoffelsz. Waelwijck.
[231]
Attestatie d.d. 6-9-1631. Ten
versoucke van Willem Jansz. Touw wonende op
de Souteveen hebben Aelbrecht Jansz out 38
jaren ende Thonis Jacobsz out 37 jaren,
beide wonende ontrent den requirant, verclaert ende
getuijcht waerachtich te sijn, dat seecker koebeest vant
tweede calff sijnde, gehaert root met gremelt hooft en
staert wat hoog leggende, dat de voorn. requirant inde
eerste Schorelmarckt des jaers 16 dertich hadde gecoft ende
van daer gebracht, bij hen getuijgen is bevonden te dragen
calff ende tÕselve in de voertijt des volgende jaers in de
weijde is quit geworden. Actum coram de ondergeteijckende
schepen. Was getekend: Arijen Pietersz. Bisdommer.
[232]
Eerste dubbele 1000e penning
Vlaardingerambacht 1622:[233]
Willem Jansz. Touw ƒ 48-00-00.
Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622:[234]
Willem Jansz. Touw ƒ 48-00-00.
Tweede 200e penning Vlaardingerambacht 1625:[235]
Willem Jansz. Touw ƒ 120-00-00.
Willem Jansz. Touw, solvit 31-1-1632 en
20-5-1632 ƒ 130-00-00.
200e penning Vlaardingerambacht 1635:[236]
Willem Jansz. Touw ƒ 60-00-00.
Eerste dubbele 1000e penning
Vlaardingerambacht 1622:[237]
De drie weeskinderen van Annitgen Gerrits
daer vader aff is Willem Jansz. Touw ƒ
12-00-00.
Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622: idem.[238]
De drije weeskinderen van Annitgen Gerrits,
daer vader aff is Willem Jansz. Touw ƒ
12-00-00.
Tweede 200e penning Vlaardingerambacht 1625:[239]
200e penning Vlaardingerambacht 1631:[240]
De weeskinderen van Annitgen Gerritsdr,
solvit ƒ 33-07-00 op 20-5-1632, de rest moet betalen
Willem Jansz. Touw. Op 14-06-1636 van de secretaris
Dwinglo ontfangen noch f 16-13-00 in voldoening van de ƒ 50,
als blijckt bij quitantije aen hem gegeven.
200e penning Vlaardingerambacht 1638:[241]
De kinderen ende erffgenamen van Willem Jansz. Touw
ƒ 80-00-00
200e penning Vlaardingen 1644:[242] De kinderen
ende erfgenamen van Willem Jansz. Touw sijn
vetrocken onder het resort van Delf ende aldaer
aengeschreven, dient pro memorie.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Neeltgen Willemsdr Tou van der Burg,
tr.[243] Pieter Philipsz Heemskerck.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
- aa.
Neeltje Heemskerck, ged. Naaldwijk
12-4-1637, ovl. 1704-1710, tr. Rijswijk 26-10-1659[244]
Adriaen Arentsz Dijcxhoorn, bouwman in
de Vlietpolder onder Naaldwijk, welgeboren man van
Naaldwijk, kapitein der schutterij aldaar, zn. van
Arend Blasius Dijxhoorn en
Elisabeth (Lijsbeth) Adriaensdr de Zeeuw (zie
kw. nr.
⇒ 21531 sub e/1/cc).
Hieruit nageslacht, (nog) niet
verder onderzocht.
- e. Arent Jansz
Thou van der Burch, get. bij de huw. voorw. van
zijn broer (1608), en zuster (1609), woont te Delft (1615).
5422.
CLAES JANSZ VERCROFT, ovl. tussen 13-1 en 24-2-1593,
bouwman aan de Holyweg in Vlaardingerambacht, waar hij in 1568 een
huis met 14 morgen 5 hond eigen land en ca. 24 morgen bruikwaar
gekocht had, tr. 1o [245] MARITGE
JORISDR, overl. kort voor 25-1-1587 tr. 2o vóór
ca. 1590[246]
5423. NEELTGE ANDRIESDR (AERTSDR),
geb. vóór ca. 1570, tr. 2o (huw. voorw. Delft 19-8-1593),[247]
PIETER ALLERTSZ VAN DER HOUFF, geb. 1571/72, ovl.
na 1631, ambachtsbewaerder van Vlaerdingerambacht (1619), bouman in
Vlaerdingerambacht (1622), woont te Vlaardingen (1631).
vul aan OV 54(1999)131 en ZHSN
86/113
Attestatie d.d. 29-11-1619 Ten
versoucke van Cornelis Jacobsz Bieman woonende
tot Naeldwijc: Hebben Pieter Allertsz van der Houve
out 47 jaeren jegenwoordich ambachtsbewaerder van Vlaerdinger
ambacht ende Engel Engelsz out 50 jaeren,
volger geweest zijnde van de ambachtsbewaerder van den voorsz
ambachte, verclaert ende bij solemnelen eede getuijcht wel te
weten dat den Ommering van de dijck, gelegen in den ambachte
voorsz omt Carckiecx lant, streckende vande Schutkoeij tot aende
jegenwoordige Maesdijc toe, bij heemraeden van Delflant is
geconsenteert af te haelen ende te brengen op de voorsz Maesdijc
ende dat uijt crachte van dien, niemant en vermach eenige aerde
daer van haelen om op de voorsz Maesdijc te brengen van die daer
eertijds gehouffslaecht zijn geweest, dan met consent van den
gerechten van Vlaerdinger ambacht voorsz Verclaeren noch dat sij
deposanten den voorsz ambachte lange tijt hebben gedient, maer
dat sij noeijt en hebben gehoort dat de here van
Arenberch daer eenich recht op heeft. Verclaeren sij
deposanten noch datter eenen ouden ouden dijck is leggende int
Nijeuwelant ontrent ten halff wegen tusschen dese stadt
Vlaerding ende de Ketel, die gebruijckt werdt bij
Cornelis Corsz, in welcke voorsz Nijeuwelant den
ambachtsheer van Vlaerdingen sijn gerechticheijt van de
thijenden heeft. Widers nijet getuijgende. Soo waerlic most hen
Godt almachtich helpen. Actum den 20 Novembris 1619. Was
getekend: Jan Heijndricxz Versijde. [248]
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten
versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als
getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van
Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde
Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman,
woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde
bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den
1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr
verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende
drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende
wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede
penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij
betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz
van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als
stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen
Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet
aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders
dienvolgende dÕselve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te
hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen
van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten
huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem
Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen
van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije
hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert
gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te
willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn
behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna
geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem
Pieter Allersz noch telde soo veel penningen
datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120
gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij
Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck
aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent
seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na
betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken
als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende
ondergeteijckende schepen den 29 Meij 1622. Was getekend: bij
mij Frans Dircxz. [249]
Attestatie d.d. 28-9-1631 Ten
versoucke van de Cathuijsmeesteren der stede Schiedam: heeft
Pieter Allertsz van der Houve wonende binnen
deser stede, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat
hij getrout hebbende Neeltgen Aertsdr doenmaels
weduwe van Claes Jansz Vercroft, met de selve
weduwe te huwen heeft gehadt seeckere woninge ende landen in
Vlaerdinger ambacht ende onder de selve drije margen lants
geleegen op Vlaerdinger woutt, van outs genaempt het
Cruijselant. Welcke drije margen lants hij comparant daer naer
heeft vercocht aen Joris Arijensz, vleeshouwer
tot Delft, vrij ende sonder eenige belastinge. Doch dat hij
getuijge de naem vant voorsz Cruijselant alleen heeft van hooren
seggen tott oude persoonen die daer bij seijden dat het voorsz
lant de naem voorsz hadde becomen tot oirsaecke dat voor haer
tijden opt selve lant was begaen een nederlage, ende dat
daeromme opt voorsz lant ware gestelt een cruijs, ende daer naer
geheeten tÕCruijselant. Verclaert mede dat hij getuijge aende
voorn. requirant wel heeft betaelt een rente van drije ponden
Hollants siaers, maer dat hem getuijge niettemin is onbekent dat
de deselve rente is verseeckert op de voorsz drije morgen, alsoe
hij de voorsz rente met de woninge ende landen
indistinctelijcken hadde genomen tot sijnen laste. Actum coram
Mr. Jeremias Noijkens schepen. Was getekend:
J. Noijkens. [250]
Uit zijn tweede huwelijk (Verdroft-Andriesdr) geboren (o.a.?) :
- a. Maritge Claesdr
(Vercroft), geb. vóór ca. 1590,
(=kw. nr.
2711).
5424.
JAN (JOANNES) JANSSONE VAN WAESBERGHE, geb. Breyvelde
(Grootenberge) onder Zottegem 1528 [251] of 1534
[252] , ovl./beg. Rotterdam (in het hooge koor der Grote Kerk)
9/11-4-1590, boekdrukkersleerling bij Jan Verwithaghe
(ca 1553), poorter van Antwerpen 5-7-1555 als boekdrukker en
verkoper van Breyvelde (Beervelde),[253] vrijmeester in
de boekhandel en boekdrukkunst, lid van het St. Lucasgilde (mei
1557), boekverkoper en boekdrukker op Onser Liever Vrouwen Kerckhof
en op de Lijnwaetmerct in "Het Schildt van Vlaenderen". In januari
1569 wordt hij gevangen genomen in verband met het drukken en
verkopen van verboden psalmboeken en het bijwonen van de predikatien
der Hervormden. In mei 1570 wordt hij op borgtocht vrijgelaten na
een request van zijn vrouw aan het Hof te Brussel. In 1583 koopt hij
de drukkerij vanouds genaamd "Roodenborg" in de Korte Cammerstraat.
Hij vestigde zich in 1588 te Rotterdam na de verovering van
Antwerpen in 1585 door Parma. Hij gaf in zijn Antwerpse tijd ruim 50
boeken uit. Hij tr. Antwerpen (voor?) ca. 1556
5425.
ELISABETH JANSDR ROELAN(D)TS, ovl./beg. Rotterdam (in het
hooge koor der Grote kerk) 17-9-1595;(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Registratie bij de Weeskamer 18-9-1595 [254].
ZOEK OP. |
Op 13-1-1569 wordt Jan van
Waesberghe door de schout van Antwerpen ervan
beschuldigd "overmits hy nyettegenstaende den eet die hij
solemnelijck gedaen heeft in handen mijns Heere den Marckgraef
(...) van getrouwe te syne den Heyligen Catolycken geloove der
Roomsche Kercke, ende besunders in alle diligentie hem te
wachtene in eenige overtredinge van de placcaeten op stuck van
boeckprinters, boeckvercoopers oft boeckbinders gemaeckt (...),
duerende de predicatie van de Sectarissen derselver faveur ende
assistentie te dragen ende te doene, ende dat doende huer
sermoonen te frequenteren ende oyck te printen ende te vercoopen
verboden psalmboecken". Jan van Waesberghe
ontkent echter "pure et simpliciter, ende bysondere dat hy
eenige continuatie van verboden predicatien gedaen te hebbene,
dan dat hij in 't passeren ende voerby gaen de predicatie forte
fortuna, gelyck meer andere, die gehoort heeft sonder dat hy met
opsetten wille om die te hooren derwaerts gegaen is, ontkennende
oyck eenige Psalm van Datenus gedruckt te
hebbene oft oyck eenige andere verbode boecken". Hij zal
bovendien tonen een goed katholiek te zijn [255].
Op 27-7-1570 verschijnt hij te Antwerpen voor Plantijn,
die verklaart dat "Jehan van Wassemberghe,
demourant en ceste ville d'Anvers, s'estant comparu devant moy,
m'a premièrement monstre de lectres d'admission (...) et
davantage autres lectres d'attestation de son absolution et
reabilitation selon la grace du St. Siege Apostolique, de sa
bonne fame, renommee et foy catholique (...). Et estant examine,
a dict avoir aprins chez Jan Verwithaghe
environ deux ans en l'an 1553 et ensuivant [256].
In 1576/77 verklaart Jan
van Geelen, gesworen boeckprinter ende boeckvercoopere,
Deken van den boeckprinters, dat zijn mede-Deken Dierick
Vander Linden "is vermoort geweest van Spaenschen
soldaten". Hij verzoekt het Stadsbestuur een nieuwe Deken te
benoemen uit de volgende kandidaten: Daniel Vervloet,
Anthoni Thielens, Peeter Beelaerts
en Jan van Waesbergen. [257]
Op 17-4-1594 bekennen
Willem Pietersz en Maeycken Roelants
wonende te Rotterdam, schuldig te zijn "aen Elisabeth
Roelants weduwe van wijlen Jan van Waesberge
wonende nu buyten Rotterdam" 90 Car. gld. aan penningen, geleend
onder verband van 10 Car. gld. aan lijfrente op naam van
Maeycken Roelants, met als onderpand een huis en erf
toebehorend de weduwe van Adriaen van Breusegem
te Antwerpen, genaamd Mayken de Meire, en aan
haar gelegateerd door Pieter van Breusegem de
Oude.[258]
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe,
boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne
vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met
Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende
Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van
Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven
ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht,
haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht
ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende
oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele,
haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck,
wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen
het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende
weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij
Thurnhout" [259].
Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en
Philips de Grave "geordonneert voochden over de
naegelatene kinderen van Margriete van Bracht,
daer vader aff is Jan van Waesbergen,
boeckvercoeper alhier". [260].
Uit het huwelijk (van Waesberghe-Roelants) geboren o.a.:(¥)
COMMENTAAR(¥)
In Ref. [261] wordt het volgende gezegd over
Johan Coutereels:
Uit Antwerpen afkomstig was Johan Coutereels 160, die
eveneens schoolmeester was, en in 1594 in Middelburg
kwam wonen, waar hij van 1596 tot 1624 als beleder van
het gilde wordt genoemd. In 1613 werd hij Frans
schoolmeester te Arnemuiden en drie jaar later schepen
van deze stad, later, in elk geval v——r 1632, is hij
weer naar Middelburg teruggekeerd. Coutereels, die een
welgesteld man was 161, is de schrijver van het *
ÔConstigh cyffer-boeck oft arithmeticaÕ (1599) 162,
aanvankelijk zowel in het Nederlands als in het Frans
verschenen, later meermalen herdrukt, vertaald,
uitgewerkt of vermeerderd uitgegeven, en in het midden
der zeventiende eeuw en later op de meeste scholen van
Zeeland en vele van Holland in gebruik. Hij schreef
bovendien nog * ÔDen vasten stijl van boeck-houdenÕ
(1603) 163 en enkele andere werkjes 164 op wis- en
boekhoudkundig gebied.
Hierna volgt in een noot:
Coutereels was verzwagerd met de Delfts-Rotterdamse
boekdrukker Felix van Sambix, en moet
dus getrouwd zijn geweest met een dochter van
Jan van Waesberghe uit het bekende
uitgeversgeslacht. - Zijn portret komt voor in de meeste
uitgaven van zijn werken, vgl. Zel. Illustr., I, blz.
346 - 347. - Uit het voorwerk van de druk van 1623 van
ÔDen vasten stijl van boeck-houdenÕ blijkt dat hij
bekend was met de oude letteren. Uit lofdichten blijkt
zijn vriendschap met Janus Gruterus, Jacobus Miggrode en
Antonius Walaeus. Coutereels schreef een lofdicht voor
de ÔSpieghel der schrijfkonsteÕ (1605) van de eveneens
uit Antwerpen geboortige Jan van den Velde, Fransoysch
school-meester binnen de vermaerde coopstadt Rotterdam,
verder bijdragen voor de ÔGedichten van verscheijde
po‘tenÕ (1628) en bovendien een ÔCantique des victoires
obtenues par l'illustre prince de NassauÕ (Middelbourg,
1600) (Pamflet Knuttel, no. 1140).
Met welke dochter van Jan van Waesberghe
zou Johan Coutereels dan getrouwd zijn
geweest? |
- a. Jan van
Waesberghe, geb. Antwerpen 1556,
(=kw. nr.
2712).
- b. Martina
(Martijn(tg)en) van Waesberg(h)e(n), ovl.
1589-1593, j.d. van Antwerpen, wonend te Rotterdam (1589),
otr./tr. Rotterdam geref. 26-11/10-12-1589, otr./tr. Delft
geref. 25-11/10-12-1589[262] Abraham
Brivermans (Bruijlemans, Brielman(s), Brullemans),
caffawerker (1589, 1593), afkomstig uit Antwerpen, wonend in de
Doelstraet (1593). Hij hertr. Delft 21-2-1593 Meynsghen
Ausen, wed. van Adriaen Brouwers,
afkomstig uit Naerden, wonend te Vrou Juttenlandt.
- c. Pauwelyntken
van Waesberghe.
5426.
PIETER VAN BRACHT(¥), woont verm. te Turnhout
(voor 1598).
5427. HEYLTGEN MATTHEUSDR VAN POSTELE.
| COMMENTAAR(¥) Is
er een verband met de Dordtse familie Van Bracht (zie
kw. nr.
⇒ 5556 , en [263])?
|
Uit het huwelijk (van Bracht-van Postele) geboren (en in 1598
nog in leven) :
- a. Margrieta
(Marguerite) van Bracht,
(=kw. nr.
2713).
- b. Barbara
(Baijken) van Bracht, geb. Turnhout vóór ca.
1570, ovl. 1628/29, heeft een suyckerbackerije en een
cruydenierswinckel te Rotterdam (1628), tr. 1o
Merten Bogaerts, ovl. vóór 1593, tr. 2o
Rotterdam geref. 28-3/11-4-1593 Philips de Grave
(Graeff), geb. Antwerpen, ovl. 1616-1620, commies,
boekverkoper te Rotterdam (1598, 1606), vermeld als boekdrukker
te Rotterdam (1593-1605), voogd over de nagelaten kinderen van
zijn schoonzuster Margrieta van Bracht (1600).
Op 26-4-1619 wordt een akte opgemaakt "ten huize van
Phillip de Graeff staande op de Hoochstraet. [264]
Het is onduidelijk of Philip dan zelf nog in leven is.
Op 27-3-1593 worden
huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen Philips de
Graeve, geb. te Antwerpen, thans wonend te
Rotterdam, en Barbara van Bracht, geb.
Turnhout, wed. van Maerten Bogaerts, thans
wonend te Rotterdam. Hij brengt in ca. 1200 Car. gulden, zij
500 Car. gulden. [265]
Op 29-12-1606 wordt op verzoek
van de erfgenamen van Joris van Capenborch
een verklaring afgelegd door Phillips de Grave,
boekvercoper, Hans Woutersz, chirurgijn,
Jan Schijn, Jan Caerle,
waert in de Toelast, NN Obbertgen. Verder
is sprake van Leeuwenborch, de Braderijestraet in Antwerpen,
Middelborch De verklaring betreft een accoord. [266]
Op 12-3-1616 doen
Leendert Berrewouts, broeder van Michiel
Berrewouts, overleden in Valledolid,
en Abraham Duyfhuysen, roededrager, een
aanzegging (insinuatie) contra Jan Berrewouts,
zijn broer, Elias van Oldenbarnevelt,
Cornelis Smotius, secretaris van Rotterdam,
Henrick Willemsz Nobel, Hillebrant
Petersz, Fransois Lansbergen, en
Philips de Grave. [267]
Op 4-5-1620 bevestigt
Bayken van Bracht, weduwe van Phillips de
Grave in zijn leven comys, te hebben ontvangen van
Samuel Blommaert, coopman te Amsterdam, een
bedrag van 246 gulden en 12 stuivers, zijn 6 2/3 maand gage
door haar man verdiend op het schip van Marten
Cornelisz pynas op de reis van Angoloo, plus een
bedrag van 52 gulden en 12 stuivers zijnde de netto
opbrengst van de verkochte kleding van haar man. [268]
Op 17-1-1628 testeert
Baycken van Bracht, weduwe van Phillips de
Graeff, in de Hoochstraet. Zij benoemt tot
erfgenamen Maerten Boogert,
Heyltgen Boogert, kinderen van haar eerste man
Maerten Boogert, en haar nakinderen
Baycken Phillipsdr de Graeff, Mayken
Phillipsdr de Graeff, en benoemt tot voogd over
haar zoon Harmen Jansz van de Heuvel haar
zwager(¥). Tot de te vererven goederen behoren
een suyckerbackerije en een cruydenierswinckel. [269]
| COMMENTAAR(¥)
Met welke zuster zou die zwager dan getrouwd
zijn? |
Op 28-5-1629 machtigt
Jannitgen du Plowijs, coopvrouw en vrouw van
Antony du Plowijs, wonend te Amsterdam,
Jan de Reus, coopman alhier (te Rotterdam),
om gelden te innen van de kinderen nagelaten door
Baycken van Bracht, en Frerick Adriaensz
Overschie, man van Heyltgen Maertensdr,
wegens geleverd camericxdoek en geleverde waren. [270]
Uit haar eerste huwelijk (Bogaerts-van Bracht) :
-
1. Maerten Maertensz Boogert, ovl. na
1628 (mogelijk beg. Rotterdam 16-8-1648 als Maerten
Bogaert, man van Susanna NN),
woont in 1610 in Gotenburg (S), schieman (1616).
Op 26-8-1610 hebben op
verzoek van Thomas Robbrechtsz,
schipper, en zijn gemene reeders, Conrardus
Mirquinius, dienaer des godlycken woorts te
Capelle op de IJsel. en Maerten Maertensz
Bogaert, van Gottenburch, een verklaring
afgelegd over de arrestatie van requirant te Gottenburch
in Sweeden op last van Gerrit Huygensz,
coopman te Gottenburch, commis van de bevrachters van
requirant te Lisbona ten huize van Lambrecht van
Someren, burchgrave aldaar. [271]
Op 8-9-1616 leggen
Maerten Bogaert, schieman, en Claes
Arentsz Langmans, 23 jaar, bosschieter, een
verklaring af. Uittreksel van de akte is niet helemaal
duidelijk. Het gaat over Casteel Soete bij Candia,
Courier of Postpaert, coopvaerdijeschip van 250 lasten,
(onder?) Alexander de Backer van
Venetia naar Candia. De verklaring gaat over het
gevangen zetten van matrozen op Casteel Soete te
Antwerpen. [272]
-
2. Heyltgen Maertensdr (Boogert), ovl.
na 1640 (mogelijk beg. Rotterdam 1-10-1651 of 14-12-1653),
woont in de Hoochstraat (1624, 1638) in het huis "De
Pluymen" (1639), tr. 1o voor 1621;(¥)
Ja(c)ques (Jacob) (Willemsz) Muyshont (Muyshout,
Muyssert), ovl. 1621-1624 (mogelijk beg. Rotterdam
2-12-1623 als Jacob Willemsz),
linnelaeckencoopper (1621), zn. van Willem
(Muijshont?) en verm. Scholastica Jansdr,
tr. 2o Rotterdam 8-4-1624 Frerick
Adriaensz Overschie, ovl. 1630-1638, jongeman van
Delft, wonend op de Hoochstraet te Rotterdam (1624).
| COMMENTAAR(¥)
In 1632 worden drie kinderen Annetgen,
Guillaum en Bayken Muyshont vermeld van
Jacob Willemsz Muyshont. Het is
(nog) niet duidelijk of Heyltgen Maertensdr
Boogert van deze drie de moeder is.
|
Op 10-9-1621 machtigen
Jaecques Muyshout, linnelaeckencoopper,
voogd over Phillips de Graeff de Jonge,
en Mayken de Graeff, j.d., beiden
namens Willem Jansz Thybout, man van
Bayken de Graeff, wonende te Gorinchem,
erfgenamen van Samuel de Graeff, hun
broer en zwager, Samuel Du Gardijn,
coopman te Amsterdam, om bij de bewindhebberen van de
Oost Indische Compagnie te Amsterdam het door
Samuel de Graeff op zijn reis naar Oost Indie
verdiende maandgeld te innen. [273]
Op 18-3-1624 sluit
Frederick Adriaensz Overschie een contract van
huwelijkse voorwaarden met Heyltgen Maertensdr,
weduwe van Jacques....(onleesbaar). [274]
Op 13-7-1626 wordt op
verzoek van de weduwe van Jacques Muyshont,
nu vrouw van Frederick Adryaensz Overschie,
een verklaring afgelegd door Susanna
Corstyaensdr, vrouw van Pieter Joosten
van Igum, wonende in den Ouden Noorman op de
Blaeck, dat Jacques Muyshont nooit
enige vleesselijcke conversatie met attestante heeft
gehad of een kind bij haar verwekt. [275]
Op 10-2-1629 verkoopt
Fredrick Adryaens Overschie, man van
Heyltgen Mertens, weduwe van
Jaques Muyssert, aan Lowijs Jacobs
Vermander, een tuin met opstal gelegen aan de
Leeuwelaan, belend noord Olivier Oliviersen,
zuid Bortel Thonisz, hoedecramer, en
achter de Stadssloot. [276]
Op 19-3-1629 machtigt
Harman Harmans, brouwersknecht te
Schiedam, Phrederick Adriaens Overschie,
om aan Pieter Hendricx de eigendom over
te dragen een een huis aan de noordzijde van de
Baenstraet volgens de gifte d.d. 14-12-1622. Hij heeft
de koopsom van 75 gulden ontvangen. Het huis is belend
aan de weduwe van Hans Pieters, cuyper,
en de weduwe van Jan Maertens.
[277]
Op 2-4-1629 verklaart
Willem Tibout schuldig te zijn aan
Engeltge Michiels, weduwe van
Vranck Ariens de somma van 200 gulden t.z.v.
geldlening. Frederic Ariens van Overschie
en Philps de Graeff, beiden alhier (te
Rotterdam), stellen zich tot borg voor dit bedrag.
[278]
Op 29-10-1630 machtigt
Phrederick Ariens Overschie
Dirck Jans, glaseschrijver te Gorinchem, om van
meester Samuel, gewezen schoolmeester te Overschie 1 1/2
gulden te vorderen voor geleverde kragen en ander
lijwaet. [279]
Op 17-4-1632 testeert
Anna Willemsdr, weduwe van
Harman Hendricxsz, cramer. Zij brengt
wijzigingen aan in haar testamenten van 27-7-1630 en
26-10-1630 gemaakt bij notaris Jacob Duyfhuysen, waarin
legaten waren vermeld voor het geld wat zij geërfd heeft
van haar moeder Scholastica Jansdr. Te
weten de kinderen van Jacob Willemsz Muyshont,
haar broer, Annetgen, Guillaum en Bayken
Muyshont, Pieter Willemsz Muyshont,
haar broer, en Maycken Pietersdr Muyshont,
dochter uit zijn eerder huwelijk. Het testament is
opgemaakt ten huize van Anna Willemsdr Muyshont,
gelegen aan de noordzijde van de Hooghstraat, genaamd
"De Drie Cannen". [280]
De akte is vergezeld van een andere akte: Op 1-5-1632
testeert Maertgen Pietersdr Muyshont.
Zij verleent haar vader Pieter Muyshont
levenslang het vruchtgebruik van al haar na te laten
goederen, en benoemt hem tot haar enige erfgenaam. Bij
zijn overlijden gaat de erfenis over op haar halfbroers
en halfzusters. Verder legateert zij het Armenhuis 25
gulden. [281]
Op 21-10-1635 testeert
Anneken Willemsdr Muyshont, weduwe van
Harmen Hendricxz. Zij benoemt tot haar
erfgenamen: Maycken Pietersdr,
Hendrick Pietersz, Scholastica
Pietersdr, Guilliam Pietersz,
en Abraham Pietersz, allen kinderen van
testatrices broer Pieter Willemsz Muyshont,
samen met: Guilliamme Jacobsz, en
Baycken Jacobsdr, kinderen van haar
overleden broer Jacob Willemsz Muyshont,
en wel ieder voor een gelijk deel en met de conditie dat
Pieter Willemsz Muyshont het
vruchtgebruik zal houden van het deel van zijn
ongetrouwde kinderen. [282]
Op 20-7-1638 verklaart
Leonart Verboom, coopman, dat hij en
Heijltge Maertens, weduwe van
Fredrick van Ouwerschie, die wonen aan de
zuidzijde van de Hoochstraet een gemeenschappelijke
zijbetimmering van hun huizen hebben. Heijltge
Maertens is nu bezig in deze muur een
schoorsteen te maken. Verboom staat dit
toe, maar als er kwestie over ontstaat zal ze hem moeten
afbreken, omdat de schoorsteen aan zijn winkel grenst.
[283]
Op 20-1-1639 bekent
Heijltghe Maertensdr, weduwe van
Frederick Overschie, die op de
Hoochstraet woont in "De Pluymen", 100 car. gulden
schuldig te zijn aan Pieter van Hemelscoers,
lakencoper, over geleverde winkelwaren. [284]
Op 12-4-1640 bekent
Heyltge Maertensdr, weduwe van
Frederick Ouwerschie, 300 gulden schuldig te
zijn aan Michiel Jacobsz en
Frans Fransz, voogden over de kinderen van N.N.
[285]
Uit haar tweede huwelijk (de Grave-van Bracht):
-
1. Samuel de Graeff, ovl. verm. voor
1621, reist voor de VOC naar Indië, waarbij hij vermoedelijk
om het leven komt.
-
2. Baycken (Barbara) Phillipsdr de Graeff,
ovl. na 1628, j.d., otr./tr. Rotterdam 17-1/16-2-1621
Willem Jansz Thybout (Tibault), ovl. na
1629, j.m. (1621), wonende te Gorinchem (1621).
Op 2-4-1629 verklaart
Willem Tibout schuldig te zijn aan
Engeltge Michiels, weduwe van
Vranck Ariens de somma van 200 gulden t.z.v.
geldlening. Frederic Ariens van Overschie
en Philps de Graeff, beiden alhier (te
Rotterdam), stellen zich tot borg voor dit bedrag.
[286]
- aa.
Maergriet (Willems/Jansen/Tibault), ged.
geref. Rotterdam 2-8-1630 (get. Annetge Jacops
en Dirck Tijbont).
- bb.
Maergriet Tijbout, ged. geref. Rotterdam
22-10-1631 (get. Jan Tibout en
Niesgen Jans).
- cc.
Plips Tijboudt, ged. geref. Rotterdam
4-8-1634 (get. Sara Huisens en
Plips de Graef).
-
3. Mayken Phillipsdr de Graeff, geb.
Rotterdam, ovl. na 1628, over wie Jaecques Muyshout
in 1621 voogd is, wonend in de Hoochstraet (1627), tr.
Rotterdam 30-5-1627 Harman Jansz, jongeman
van Rotterdam, moutmaecker, wonend in De Houttuin (1627).
-
4. Philips Phillipsz de Graeff (de Jonge),
ovl. na 1629, zoon, onmondig in 1628, over wie
Jaecques Muyshout in 1621 voogd is, doopget.
(1631), jongeman, wonend op de Hoochstraet (1628), tr.
Rotterdam 24-4-1628 Catharina Gerridts van Willigen,
jongedochter, wonend op de Delffsevaert (1628).
- c. Maria (Maijken)
van Bracht, geb. vóór ca. 1575, otr./tr.
Rotterdam geref. 21-6/5-7-1592 Jan (Hans) van den Velde
(I), geb. Antwerpen 1569, ovl. (volgens Ref. [287]
Rotterdam in 1623, volgens Ref. [288] Haarlem 10-9-1623, verliet
ca. 1588 Antwerpen om zich in Delft te vestigen, benoemd tot
schrijfmeester aan de Latijnse School in Rotterdam (1592),
waarnaast hij leiding gaf aan een school aan huis, waar
leerlingen werden voorbereid op een commerciële carrière,
publiceert in 1605 de 'Spieghel der schrijfkonste', waarin
kalligrafie en verschillende lettertypen worden behandeld, deed
afstand van zijn school en verhuisde in 1620 naar Haarlem, waar
hij eveneens aan de Latijnse School werkzaam was,[289]
schoolmr. te Rotterdam (1598, 1632), voogd over de nagelaten
kinderen van zijn schoonzuster Margrieta van Bracht
(1600), zn. van NN van den Velde, spijkersmid
te Antwerpen.
|
Titelpagina van Spiegel der
Schrijf-Konste (1605) door Jan van den Velde
(1569-1623). De titel op de titelpagina van het boek is
geschreven in Van de Velde's schoonschrift. Het ontwerp voor
de omlijsting van de kalligrafie was van de hand van
kunstenaar Karel van Mander.
Drukinkt op papier. 27,5 x 33 cm.
De eerste druk werd uitgegeven door zijn zwager Jan
van Waesberghe (zie kw. nr.
⇒ 2712 ).
Bron: Rijksprentenkabinet, Amsterdam. |
|
Illustratie uit Spiegel der
Schrijf-Konste (1605) door Jan van den Velde
(1569-1623).
Tekst: "Desen circul is gemaeckt van Jan de Velde, sonder
passer".
Bron: Rijksprentenkabinet, Amsterdam. klik op
plaatje(s) om te vergroten |
|
Gravure door Jacob Matham
van Jan van den Velde (1569-1623) op
36-jarige leeftijd.
Datering: 1605.
Bron: Ref. [290] klik op plaatje(s) om te vergroten
|
Op 17-2-1598 compareren "Jan
van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta
van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave,
boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne
vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester,
met Maria van Bracht, allen woonende tot
Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor
Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van
Pieter van Bracht ende Heyltgen
Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van
Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij
machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt
van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende
gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen
behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout"
[291].
Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en
Philips de Grave "geordonneert voochden over de
naegelatene kinderen van Margriete van Bracht,
daer vader aff is Jan van Waesbergen,
boeckvercoeper alhier". [292].
Op 15-4-1634 dragen Jacob
de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager
Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars,
alsook voor Grietgen de Mars, zijn zuster, en
procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als
voogd over Jan en Harmen de Mars zijn
minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan
de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan
Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een
vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde.
De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd. [293]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. NN van den Velde, beg. Rotterdam
(Kerkmeesters) 8-5-1610 ("een kind van Jan van der
Velden).
-
2. NN van den Velde, beg. Rotterdam
(Kerkmeesters) 16-7-1611 ("een kind van Hans van der
Velde").
-
3. Jan van de Velde (II), geb. ca. 1593,
ovl. 1641,[294] tekenaar, graveur, schilder en
uitgever, ging in de leer bij de graveur Jacob
Matham in Haarlem, stond daar vanaf 1614
ingeschreven als meester bij het Sint-Lucas gilde,
vervaardigde verschillende series etsen van landschappen,
gekenmerkt door eenvoudige composities en vloeiende
arceringen, en daaraast portretten, genrestukken en
boekillustraties, aanvankelijk naar zijn eigen ontwerpen,
later gebaseerd op werk van onder meer Willem
Buytewech, Pieter Saenredam en
zijn neef Esaias van de Velde.
|
"De witte koe" door Jan van de
Velde (II) (ca. 1593-1641).
Datering: 1622
Ets en gravure. 16,9 x 22,6 cm
Tekst (vertaald): "Nauwelijks is de nacht voorbij, of deze
ijverige boer drijft zijn bokken en zijn koe van het
platteland naar de stad, terwijl hij kippen op zijn
schouders draagt. Het zware werk is licht voor hem, zo lang
hij beladen met veel geld huiswaarts keert."
Locatie: Rijksprentenkabinet, Amsterdam. |
|
"Stilleven met hoog bierglas" door
Jan van de Velde (II) (ca. 1593-1641).
Datering: 1647
Olieverf op paneel. 64 x 59 cm
Locatie: Rijksmuseum, Amsterdam. klik op plaatje(s)
om te vergroten |
- aa. Jan
Jansz van de Velde (III), geb. Haarlem
1619/20, ovl. Rotterdam 1662,[295] schilder,
kreeg zijn opleiding in Haarlem, gespecialiseerd in
stillevens, verhuisde in 1656 naar Amsterdam.[296]
|
"Stilleven met roemer, fluit, aarden
kruik en pijpen" door Jan van de Velde (III)
(1619/20-1662).
Datering: 1651
Olieverf op doek. 69 x 89,5 cm
Locatie: Rijksmuseum, Amsterdam. |
|
"Stilleven" door Jan van de
Velde (III) (1619/20-1662).
Datering: ca. 1653
Olieverf op paneel. 14,4 x 12 cm
Locatie: particuliere verzameling. klik op
plaatje(s) om te vergroten |
- d. Pieter van
Bracht, ovl. na 1598.
5436.
HARMAN HENRICKSZN VAN RAMSDONCK,
parentatie niet bewezen. tr. Utrecht RK, schepenen
16-7-1586
5437. WEIJNTGEN WILLEMSDR,
parentatie niet bewezen. uit dit
huwelijk vermoedelijk :
- a. Harmen Harmensz
Van Ramsdonk, ovl. Utrecht voor nov. 1618,
(=kw. nr.
2718).
5438. WILLEM AERTS SOEST.
Uit zijn huwelijk geboren (o.a.?) :
- a. Sophia Willem
Aerts Soest,
(=kw. nr.
2719). filiatie niet bewezen.
- b. Aert Willemsz
Soest, filiatie niet
bewezen. otr./tr. Utrecht RK, schepenen 24-11-1604
(beide wonen te Utrecht) Gijsberta Raet(s).
Aert Willemsz Soest, burger van Utrecht, en
zijn echtgenote Gijsberta Raets, vragen octrooi
aan om te testeren 10-9-1605 (Nots. S. Brunings).[297]
5448. JAN (CAPERMAN?), geb.
vóór ca. 1545, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoons.
| COMMENTAAR(¥) Twee
dochters van Anthony Lenaertsz Ruijchrok te
Dirksland noemen zich Capmans (1606, 1625).[298]
Is er een verband? |
- a. Dirck Jansz
Cap(er)man, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1636,[299]
(karveel)schipper (1597-1621) en visser te Geervliet[300],
schepen van Geervliet (1607),[301] treedt op als borg
(1599..1636), belender te Geervliet bij de stadsmuur (1602), met
land bij de Polderweg (1611), met een tuin bij de Nieuwstraat
(1615, 1634), met bruikwaar (1623), met huis en erf bij de
Tolstraat (1623..1637), tr. vóór ca. 1595 Heijltje
Krijne, mogelijk dr. van Crijn Domusz,[302]
als zijn huisvrouw geref. lidmaat te Geervliet op belijdenis
4-1-1632,[303] in 1638 lidmaat in de Tollestraat
aldaar.[304]
Op 17-10-1598 bekent
Dirk Jansz Caperman met als borgen David
Jansz Caperman en Ouwe Jan Crijne
aan Arie Cornelisz Tootge wonend op de
Gracht een schuld van £ 712.10.- wegens leverantie van een
korveelschip met toebehoren. [305]
Op 18-10-1603 bekent
Dirk Jansz Caperman met als borgen Oude Jan
Crijne en David Jansz Caperman aan
NN Jacobsz te Jispe een schuld van £ ?.12.-
wegens koop van een krabbeschuit. [306]
Op 16-6-1606 bekent
Dirk Jansz Caperman met als borgen David
Jansz Caperman en Oude Jan Crijne
aan Roeland Leendertsz, schipper te Leiden,
een schuld van £ 576,-- wegens koop van een damloper schip.
[307]
Op 3-3-1607 bekent
Dirk Jansz Caperman met als borg zijn broeder
David Jansz Caperman, mede-schepen en
binnenlands hoogheemraad van Putten, aan Cornelis
van Dijk, luitenant van de Baljuw van Rijnland, een
schuld van ƒ 750 wegens koop van een huis genaamd Het
Schaeck (belend w. de Tolstraat, n. Trijn Bouwens'
huis en erf, o. 's heren achterweg, z. de schuur van
Aalbrecht Cornelisz en huis en erf van Jan
Ariens). Schuld is restant van de schuld die
Simon Crijne, comparants zwager terzake nog
had aan van Dijk. [308]
Op 2-5-1621 bekent
Arie Pietersz Doesburg, schipper op de Bostel, aan
Dirk Jansz Caperman een schuld van ƒ 850
wegens koop van een kromstevenschuit. Borg is Jacob
Ghuebels, koopman te Dordrecht. [309]
Op 12-4-1633 verklaart
Lieven Marcusz, collecteur, en voorheen medestander
van de salmvangst van Delft, Delftshaven en Maessluijs,
volledig betaald te zijn door Dirck Jansz Caperman
over de zalmvangst en de verkoop daarvan op de markt, over
het jaar 1632. [310]
VUL AAN Capmans OV
53(1998)256,258 (2x)
-
1. Jan Dirricks Caperman, geb. vóór ca.
1595, ovl. na 1654, treedt op als borg voor zijn broer Crijn
(1618), schepen te Geervliet (1621..1635),[311]
[312] schipper te Geervliet (1628-1636),[313]
geref. lidmaat in de Voorstraat te Geervliet 9-1-1639[314],
borg (1632..1638), heeft het recht van uitpad met 5½ gem.
teelland onder Geervliet (1639), [315] schipper
van Zuytlandt (1647), schout van Zuidland (1650[316],
1654), tr. vóór 1627 Lijsbeth (Elisabeth) Hendricks,
dr. van Magdaleentje Pietersdr. Berkel en
Hendrik Pieter Boenensz (Boenisse),
dijkgraaf (1601) en burgemeester te Zuidland,[317]
als zijn huisvrouw geref. lidmaat te Geervliet 3-1-1627 met
attestatie van Suijdland.[318]
Op 16-7-1628 bekent
Jan Dirksz Caperman aan Job
Gillisz, scheepstimmerman in Dordrecht, een
schuld van ƒ 840 wegens koop van een kromsteven schuit.
Borgen: Dirk Jansz Caperman, schepen,
en Crijn Dirksz Caperman. [319]
Op 4-7-1630 transporteert
Adriaan Jansz Verhoef te Geervliet aan
Jan Dirksz Caperman een schuldbrief van
ƒ 780 ten laste van Willem Ariens Thoen
en diens borgen Midt Adriaansz Troost
en Jan Jacobsz Priem, in 1629
gepasseerd voor het gerecht van Stavenisse, spruitende
uit de koop van een schuit. [320]
Op 4-7-1630 bekent
Adriaan Jansz Verhoef aan Jan Dirksz
Caperman een schuld van ƒ 310 wegens koop van
een kromsteven schuit. Borgen: comparants vader
Jan Ariens Verhoef, burgemeester van Geervliet,
en Lijsbeth Theeuwis te Poortugaal,
moeder van zijn huisvrouw. [321]
Op 3-12-(1631) bekent
Jan Dirksz Caperman, schepen, aan
Jacob Ariens Coelbier, schepen, een
schuld van ƒ 1600 wegens koop van een huis, schuur en
erf en de helft van het erf achter de schuur die
Jan Ariens Verhoef van verkoper heeft gekocht.
Het huis staat recht voor de kaai en strekt van de
straat tot het gemeen slop (belend o. Claasje
Pieters, w. het stadhuis). [322]
Op 17-2-1632 transporteert
Jan Dirksz Caperman aan
Leendert Ariens in Poortugaal 3 G land op
Hoorenstuin onder Geervliet (belend o. Arie
Dirksz Hollander, w. Wouter Jacobsz,
beiden met bruikwaar, z. Jacob Ariens Coelbier,
n. de Weg Regtuijt. Koper wordt vertegenwoordigd door
Abraham Jacobsz, metselaar te
Geervliet. Volgt schuldbekentenis van ƒ 1000. [323]
Op 24-12-1633
transporteert Jan Ariens Verhoef,
burgemeester, aan Jan Dirksz Caperman,
schepen, een tuin en erf met duivenkooi achter het
stadhuis (belend o. Jan Joosten, z. de
brandsloot, n. 's heren slop, w. Hendrik
Lodewijksz met zijn erf). [324]
Op 16-3-1634 transporteert
Jan Dirksz Caperman, schepen, aan
Dammis Dirksz Hoenderhoek, mede
schepen, 3 G in de Westhoek (belend o. Cornelis
Jansz oud-secretaris, z. en w. de zeedijk, n.
Arie Dirksz) [325]
Op 16-9-1635 bekent
Jacob Leendertsz te Brielle, met als
borgen Maartje Ariens weduwe van
Claas IJemants en Harmen
Dominicusz, beiden eveneens te Brielle, aan
Jan Dirksz Caperman een schuld van ƒ
1000 wegens koop van een kromsteven schuit. [326]
Op 16-6-1635 transporteert
Dirk IJskens, mannenbode, aan
Jan Dirksz Caperman de helft in 4 G land in
Oud Tolland (belend o. de gemeenlandse
watering, z. de oude dijk, n. Logier Jansz
Havermaat, w. koper). [327]
Op 16-6-1635 transporteert
Cornelis Jansz Verhoef aan Jan
Dirksz Caperman, schepen, beiden te Geervliet,
2 G in Oud-Tolland (belend o. de gemeenlandse watering,
w. Logier Jansz Havermaat, z. de oude
dijk, n. koper). [328]
Op 22-3-1636 transporteert
Jacob Ariens Coelbier, burgemeester,
aan Corvinck Eeuwoutsz,
mede-burgemeester, een kustingbrief uit 1632 nog
inhoudende ƒ 800 t.l.v. Jan Dirksz Caperman.
[329]
Op 20-7-1636 bekent
Jan Dirksz Caperman met Dirk
Jansz Caperman als borg, aan Jan Ariens
Verhoef, oud-burgemeester, een schuld van ƒ 350
wegens koop van 2/3 deel in een schuur en erf achter
verkopers huis, aan de zuidzijde van het slop, waarvan
het resterende deel toekomt aan Dirk Lodewijksz
v.d. Vos (belend z. en w. Jan Joosten,
n. het slop) onder welke koop begrepen een varkenskot en
een erf waar nu mest op ligt. [330]
Op 5-9-1637 beloven
Arie Jansz Verhoef en Steijn
Jansz Verhoef, Jan Dirksz Caperman
en diens zuster Neeltje Dirks, nu
weduwe van Dirk Lodewijksz van der Vos,
schadeloos te zullen houden als borg t.b.v. wijlen hun
vader Jan Ariens Verhoef in een schuld
van ƒ 200. [331]
Op 21-5-1647 machtigt te
Rotterdam Jan Dircxsz Kaeperman,
schipper van Zuytlandt, Korving Eewoutsz van de
Hofste, burgemeester te Geervliet, om van
Leendert Cornelisz van der Visch,
schipper te Brouwershaven, als schuldenaar, met
Jacob Cornelisz Nachtegael en Willem
Rengels als borgen 900 gulden te innen die hij
van hen tegoed heeft wegens leverantie van een
carveelschip. [332]
Op 24-7-1654 verklaart
Jan Aryenss van Hage, beenhacker, op
verzoek van Maerten Phillips Vermaet,
wonende te Spijkenis, dat hij in oktober 1652 op last
van de Oost Indische Compagnie naar Spijkenis is geweest
om enige vette beesten te bekijken en te kopen. Op de
beestenmarct te Geervliet is hij in contact gekomen met
Teunis Corneliss Sijdervelt, schout van
Symonshaven, Jan Dircxs Caperman,
schout van Suytlant en diens clerck Adriaen
Abrahamss, die nu schoelmeester in
Nieuwbeyerlant is en met Arent Toniss Keyser,
schout te Spijkenis. Sijdervelt en
Keyser wilden beiden beesten laten
zien. Op weg naar de beesten van Sijdervelt
is er onenigheid ontstaan tussen de heren, waarbij
Keyser gescholden en een mes getrokken
heeft. [333]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[334]
- aa.
Dirk Jansz Caperman, ovl. vóór 1758
(wanneer sprake is van zijn erfgenamen), schout
(1686..1716) en dijkgraaf (1716) van Zuidland, treedt in
1672 op voor zich en zijn naaste verwanten in de
afwikkeling van een fidei-commis,[335] en
treedt, als baljuw en dijkgraaf van Zuidland, op als
voogd (1669),[336] belender met bruikwaar aan
de Welleweg te Spijkenisse (1686, 1688). [337]
Op 2-5-1692 verkoopt
Tonis Sijdervelt, schout van
Simonshaven, aan Jan Philipsz Vermaat
zijn woning, schuur, berge en erf aan de Conijndijk,
met het aangelegen boomgaardje en de Leendijk waarop
de woning staat. Op het stuk dijk tussen de
doorwatering en de Hoenderhoekse molen rust een
erfpacht van ƒ 1 per jaar te betalen aan
Dirk Caperman, schout van Zuidland. Met de
koop mee komt het gebruik van een hoeveelheid land.
Totale prijs ƒ 1000. [338]
Op 12-10-1694 verkoopt
Abraham Steijaart te Brielle
procuratie hebbende van mr. Gerrit Fransz
Meerman te Leiden, aan Paulus
Portanje te Geervliet 6 G 12 R zaailand met
de gevolgen in Nieuw Hoenderhoek voor ƒ 350. Volgt
afschrift acte van procuratie tov notaris Jacobus
van de Eijke te Leiden. Gerard Fransz
Meerman is advocaat. Machtiging geldt ook 5
G 75 R in Oud Hoenderhoek gebruikt
door Arie Ewoutsz Corvingh, en 9 G
150 R in Zuidland, te verkopen aan Dirk
Caperman, schout aldaar. [339]
Op 13-12-1716 machtigt
Dirk Caperman, schout en dijkgraaf
van Zuidland, zijn zoon Johan Caperman
om namens hem in de Korendijk een woning over te
dragen met ruim 23 morgen land in de
Eendrachtspolder aan Maria Naveu,
wed. van Francois Quispel, en om
alle huur- en pachtpenningen te ontvangen.
[340]
Op 30-4-1722 heeft Jan Caperman,
pp. voor zijn vader als bovenvermeld, verkocht en
transporteert aan Anthony Tael,
raad en oudburgemeester van Brielle, 2 gem. zaailand
aan de Laeneweg, get. nr. 24, 2 gem. 230 r. weiland
aldaar op nr. 45 en nog 2 gem. 174 r. weiland aan de
Welleweg op nr. 75 voor 969 g. 15 st. contant.
[341]
Op 8-8-1726 verkoopt
Jan Philipsz Vermaat, wonende onder
Spijkenisse aan zijn zoon Hendrik Jansz
Vermaat een huis met 2 schuren, barge en
wagenkeet aan de Conijndijk, met de eigendom van de
dijk, belast met ƒ 1 per jaar tbv Dirk
Caperman, voor ƒ 1000. [342]
-
2. Crijn Dircksz Cap(er)man, geb. vóór
ca. 1595, ovl. 1630, treedt op als borg voor zijn broer Jan
(1627), schipper te Geervliet (1619-1630),[343]
tr. vóór 1630 Lijsbeth Hendriks, ovl. na
1630.
Op 1-7-1618 verkoopt
Crijn Dirksz schipper te Geervliet, met
Jan Dirksz Caperman als borg aan
Joost Cornelisz Landman, schipper te
Middelharnis, een Dordtse kromsteven schuit. [344]
Op 18-11-1628
transporteert Arie Dirksz Hoenderhoek
aan Crijn Dirksz Caperman 3 G met
gevolgen in Nw. Noordeland (belend o. de kinderen van
Lenert Ariens, z. de Noorddijk, w.
koper zelf, n. de Maas). [345]
Op 18-11-1628
transporteert Crijn Dirksz Caperman aan
Corvingh Eeuwoutsz 3 G 90 R in het
Oudeland van Geervliet in de hoek van de
Hoenderhoeksedijk (belend n. de kinderen van Mathenes,
o. Cornelis Jansz oud-secretaris, z. en
w. de dijk). [346]
Op 5-7-1630 bekent
Teunis Maartensz van Vlaardingen aan de weduwe
en kinderen van Crijn Dirksz Caperman
een schuld van ƒ 900 wegens koop van een damloper
schuit. Borg is Cornelis Jansz,
oud-secretaris van Geervliet. [347]
Op 18-8-1630 bekent
Jan Pasquier, secretaris van Geervliet,
aan de weduwe en erfgenamen van Crijn Dirksz
Caperman een schuld van ƒ 1150 wegens koop van
een huis en erf in de Tolstraat (belend o. de straat, z.
Jan Jansz Vrouweling met huis en erf,
w. de haven, n. Jan Crijnen). Huis is
belast met ƒ 3 per jaar t.b.v. Cornelis van
Beest, notaris te Delft. [348]
Op 2-12-1632 bekent
Lijsbeth Hendriks weduwe van
Crijn Dirksz Caperman, aan Herman
Lucasz een schuld van ƒ 425 wegens koop van een
huis en erf in de Tolstraat bij de Tolpoort (belend o.
de straat, w. de haven, n. stadserf, z. Jan
Crijnen). [349]
Uit dit huwelijk kinderen. (Het weeskind van
Crijn Dirksz Caperman is belender te Geervliet
in een akte zonder leesbare datum.[350])
-
3. Neeltje Dircks (Caperman), ged.
Geervliet 12-1-1603[351], ovl. na 1637, tr.
Geervliet 12-10-1625[352] Dirck Lodewijks
van der Vos, geb. Abbenbroek ca. 1600, ovl.
1636/37, j.g. van Abbenbroek, belender te Geervliet bij de
Kerkstraat (1630..1635), schepen van Geervliet (1632), is
borg (1633), zn. van Lodewijck Dircsz van der Vos.[353]
In 1632 bekent
Dirk Lodewijksz van der Vos, schepen, aan de
erfgenamen van Pieter Leendertsz Romeijn
een schuld van ƒ 70 wegens koop van een hoofje (geen
belending vermeld). [354]
In 1634/35 bekent
Dirk Lodewijksz v.d. Vos aan de erfgenamen van
mr. Christoffel Woutersz een schuld van
ƒ 750 wegens koop van een huis en erf in de Kerkstraat
(belend zw. de straat, zo.het huis van Dirk
Yskens, no. 's heren weg, w. Cornelis
Engelsz' huis). Borgen: Dirk Jansz
Caperman en Jan Dirksz Caperman.
[355]
In feb. 1635 Dirk
Lodewijksz v.d. Vos bekent aan Jan
Ariens Verhoef, burgemeester, een schuld van ƒ
250 wegens koop van de aan de straatzijde gelegen helft
van een schuur aan de westzijde van de Kerkstraat
(belend o. en n. de straat, z. Jan Joosten,
w. de andere schuurhelft, waarop koper eventueel recht
van eerste bod heeft). [356]
Op 20-7-1636 bekent
Jan Dirksz Caperman met Dirk
Jansz Caperman als borg, aan Jan Ariens
Verhoef, oud-burgemeester, een schuld van ƒ 350
wegens koop van 2/3 deel in een schuur en erf achter
verkopers huis, aan de zuidzijde van het slop, waarvan
het resterende deel toekomt aan Dirk Lodewijksz
v.d. Vos (belend z. en w. Jan Joosten,
n. het slop) onder welke koop begrepen een varkenskot en
een erf waar nu mest op ligt. [357]
Op 5-9-1637 beloven
Arie Jansz Verhoef en Steijn
Jansz Verhoef, Jan Dirksz Caperman
en diens zuster Neeltje Dirks, nu
weduwe van Dirk Lodewijksz van der Vos,
schadeloos te zullen houden als borg t.b.v. wijlen hun
vader Jan Ariens Verhoef in een schuld
van ƒ 200. [358]
- aa.
Heijltie Dirricksdr De Vos, ged. geref.
Geervliet 1-4-1629.
- bb.
Trijntje Dirricksdr De Vos, ged. geref.
Geervliet 18-7-1632.
- cc.
Lodewijk Dirckse De Vos, ged. geref.
Geervliet 11-4-1635, ovl. na 1682, tr.[360]
Jobje Jans, geb. ca. 1635.
Op 10-1-1682 bekent
Lijntje Jacobs, wed. van
Jan Merkenburgh, wonend onder Geervliet een
schuld van ƒ 400 aan Lodewijk Dirksz de Vos
te Geervliet, verzekerd op haar bouwhuis en het
bijbehorende boomgaardje genaamd het vestje.
[361]
Op 22-3-1682 verkoopt
Lodewijk Dirksz van der Vos, wonend
te Geervliet, aan Leendert Arensz Brouckman
te Geervliet een huisje en erf in de Molenstraat te
Geervliet (bel. ten w. Lodewijk Pietersz,
ten o. erf van Leendert Cleijsse,
ten n. 's Heren straat en ten z. de boomgaard van de
Ruwaard) alles voor ƒ 70. N.B.: Engel
Nootdorp, schepen, zegelt dubbel omdat zijn
confrater Leendert Cleijsse geen
zegel heeft. [362]
- b. David Jansz
Caperman, geb. vóór ca. 1575,
(=kw. nr.
2724).
5450. CORNELIS MAARTENSZ (CUIJPER),
geb. vóór ca. 1540, ovl. 1599/1600, schepen van Geervliet (1564)
(samen met Bouwen Maartensz, zijn broer?), bezit 26
gemet land in Oud Hoenderhoek te Geervliet (1597),[363]
is borg (1597), belender te Geervliet in Oud- en Nieuw-Hoenderhoek
(1597), in Nieuw Noordeland (1597) bij de Deurlo (1598), Weg Regtuit
(1598), in Tolland (1600), tr. vóór ca. 1575
5451. PIETERTJE ARIENS, ovl.
1604-1606, als de weduwe van Cornelis Maartensz
belendster bij de voormalige kapittelgoederen (1600), aan de Weg
Regtuijt (1603).
In een ongedateerde akte (sept/okt
1597?) verzekeren Cornelis Maartensz,
Aren Aalbrechtsz te Geervliet en (doorgehaald:
Pieter Claasz Proeije) Jan Elandtsz te
Spijkenisse t.b.v. de weeskinderen van Cornelis van der
Nath en Weijntje van Opmeer een
erfrente van ƒ 80.10.- per jaar op Cornelis Maartensz'
26 G in Oud Hoenderhoek (belend o. Joris Willemsz,
n. de Hoenderhoekseweg, z. de Oudhoenderhoeksedijk, w.
Jan Claasz) welk land reeds is belast met een rente
t.b.v. de Zusters te Monnikendam. Nog op diens 10 G weiland
achter zijn huis (belend n. dit huis, o. en w. Frans van
Bodegom, z. de weeskinderen van Andries
Cornelisz Vogelaar met bruikwaar, w. nog Claas
Arens). Mede-voogd over de kinderen is mr.
Cornelis Jan Barendszz, die de hoofdsom van ƒ 1400
fourneerde. In marge: op 22-9-1614 is deze brief vertoond,
gekwiteerd door J. van Swaneburch als
rentmeester voor juffr. Cornelie van der Nath
en hier geroyeerd. w.g. Cornelis Jansz
secretaris. [364]
Op 11-2-1598 transporteert
Cornelis Maartensz aan Hendrik Jansz
op de Conijndijk 2 lijnen land (belend w. de wezen in Den Haag,
n. de Bronckhorsten, o. de Grafelijkheid, z. Joost
Huigen aan de Conijndijk en het hoofje waar
Hendrik Jansz' keet op staat). [365]
Op 12-2-1599 bekent David
Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader
Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000,-- wegens koop
van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis
en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg).
Geroyeerd in 1615. [366]
In een ongedateerde akte (juli
1600?) verzekert Cornelis Jansz Potte t.b.v.
Pietertje Ariens weduwe van Cornelis
Maartensz Cuijper een schuld van £ 200,-- op zijn huis
(belend o. en z. de Hoogstraat, w. de haven, n. Govert
Jansz kuiper). [367]
In een akte met onleesbare datum
(sept. 1600?) komen voor Pietertje Ariens
weduwe van Cornelis Maartensz met Frans
Cornelisz, haar zoon, en ??. In marge: opgehouden en
niet gepasseerd. [368]
Op 28-12-1606 transporteert
Daniel Roelofsz van Proeije, mede-schepen, als
curator in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz
en Pietertje Ariens aan Cornelis Jansz
secretaris een kustingbrief t.l.v. Eeuwit Ariens
Corvynck, verzekerd op een huis etc. bij de Landpoort.
[369]
Op 28-12-1606 transporteren
Curatoren in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz
en Pietertje Ariens aan jhr. Charles
van Mathenesse een kustingbrief t.l.v.
Aalbrecht Cornelisz smid, verzekerd op een huis en erf
in de Hoogstraat. [370]
Daniel Roelofs van
Prooijen, burgemeester, en Cornelis Jansz,
secretaris van Geervliet, worden genoemd als curatoren in de
boedel van wijlen Cornelis Maartensz en
Pietertje Ariens (1607).[371]
Op 13-1-1609 verkoopt
David Gijsbrechtsz van Mathenesse, stedehouder van de
schout van Geervliet, voor Daniel Roelofsz van Prooije
als curator in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz
en Pietertje Ariens en ten laste van
Maarten Cornelisz buiten de Landpoort als
gecondemneerde: - 8 G 180 R in Nieuw Noordeland (belend z.
Paulus van Beresteijn, w. dijk en buitenblok
van Jan Claasz, n. de Maas, o. Jonge
Cornelis Ariens Compeer), - dijken, gorzen en aanwassen
achter Nieuw Hoenderhoek (belend o.
Paulus van Beresteijn en Craeijesteijn c.s., z. de
Bernisse, w. Craeijesteijn met zijn gorsingen, n. de kinderen
van wijlen Cornelis Jacobsz Cuijper). Koper is
Paulus van Beresteijn. [372]
Op 18-6-1615 verzekert
Aalbrecht Cornelisz smid t.b.v. Paulus van
Beresteijn, oud-burgemeester van Delft, een losrente
van ƒ 33 per jaar op een hoofdsom van ƒ 550 op: - 8 lijnen
weiland genaamd Blommendaal aan de Dankertseweg (belend o. de
weg, z. Lambrecht Hendriksz met bruikwaar, w.
Jacob Jacobsz nu bij naasting Jacob
Jansz, n. Hendrik Jansz) - 7 lijnen
aan de Doorlo (belend w. de Doorlo, n. het weeshuis in Den Haag,
o. Adriaan Fransz en Pieter Lenaartsz
met bruikwaar, z. Jacob Jacobsz). Op dit land
zijn verhaalbaar gerechtskosten van Trijntje Cornelis
en Maritge Davids voor de gemene erfgenamen van
zaliger Cornelis Maartensz en Pietertje
Ariens. [373]
Uit dit huwelijk (o.a.?):(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Er zijn mogelijk maar niet bewezen nog andere kinderen :
Arie Cornelisz Cuijper en zijn zuster
Aartge Cornelis, Pieter
Cornelisz Bakker, Cornelis Cornelisz
Bakker, Cornelis Cornelisz Cuijper.
|
- a. Machtelt
Cornelis, geb. vóór ca. 1580, ovl. vóór
28-7-1608, (=kw. nr.
2725).
- b. Frans Cornelisz
(Bakker), geb. vóór ca. 1575, ovl. 1623/24?,
belender te Geervliet bij de Conijndijk (1598), met een
boomgaard bij de Molenstraat (ca. 1601), bij de Molenstraat
(1605), met een tuin bij de Visserszijde (1610, 1615), in Nw.
Noordeland (1617), met bruikwaar bij de Zeugeweg (1617), met
bruikwaar in het Hogeland van Geervliet (1619), met bruikwaar
bij de Geervlietse korenmolen (1620), aan de Weg Regtuijt (1621,
1622), gebruikt weiland te Geervliet (1600), is borg (1603,
1618, 1619), kan medio 1607 kennelijk zijn schulden niet meer
betalen, waarna (een deel van?) zijn boedel wordt verkocht,
jonggezel (1620), schepen van Geervliet (1621-1623), wiens
boedel wordt verkocht in 1624 door curator Jacob Boot.
Onduidelijk blijft of hij dan is overleden of wederom failleert
(en mogelijk gevlucht is).
Op 9-2-1600 kocht
Frans Cornelisz voor zijn moeder Pietertje
Ariens uit de voormalige kapittelgoederen: - 5 G 50
R (belend no. het hierna volgende stuk, zw. dezelfde weduwe,
Pietertje Ariens, n. en nw. Jacob Jacobsz).
Land is belast met een losrente van £ 30,-- per jaar te
betalen als voren. - 3 G (belend w. Cornelis
Maartensz met bruikwaar het kapittel toekomend, n.
Cornelis Cornelisz Bakker met bruikwaar
toekomende Hans de Reeck als rentmeester,
o. Gillis Claasz met bruikwaar, z.
Jacob de Jonge met ca. 5 G). Land is verpacht aan
IJsbrand Barentsz en belast met £ 18,-- per
jaar te betalen als voren. [374]
Op 9-2-1600 kocht
Frans Cornelisz uit de voormalige kapittelgoederen
3 ½ G genaamd de Duijvenkamp (belend o. de Deurlo, z.
Jan Claasz als bruiker van het land
toekomende Lijsbeth Cornelis te Rotterdam,
w. Jacob Jacobsz, n. de achterweg). Land is
belast met een losrente van £ 15,-- per jaar, te betalen als
voren. In marge: rente in 1620 afgekocht door
Abraham Jacobsz. [375]
Op 9-2-1600 kocht
Frans Cornelisz uit de voormalige kapittelgoederen
4 G 200 R (belend o. de Zeugweg, z. Kerkwerve in Den Briel,
w. de Drogendijk, n. kapittelland gebruikt door
Jacob Jacobsz). Land is belast met een losrente van
£ 28,-- per jaar, te betalen als voren. [376]
Op 9-2-1600 kocht
Maarten Cornelisz voor zijn moeder
Pietertje Ariens uit de voormalige kapittelgoederen
2 G 25 R (belend n. de Dankertseweg, o. Cornelis
Adriaansz Hoos met bruikwaar toekomende de
Bronckhorsten , z. 4 G genaamd de Zandkamp, bruiker
Jacob Jacobsz, toekomende het kapittel, w.
de pastorie van Geervliet). Land is belast met een losrente
van £ 12,-- per jaar, te betalen als voren. [377]
Op 25-5-1604 transporteert
Frans Cornelisz aan Pieter
Cornelisz Nout 1 ½ G land aan de Conijndijk.
[378]
In feb. 1605 transporteert
Frans Cornelisz aan Pieter Harmensz
een landeken van 6 ½ G genaamd het galgeveld of galgeland
(belend n. de Bernisse, w. Trijn Bouwensz,
weduwe van Thomas Meesz, o. de koper, z. de
dijken van het landeken). Koper neemt tot zijn last een
rentebrief van ƒ 1100 t.b.v. Willem Cornelisz
Voorstad te Delft. [379]
Op 20-3-1605 verzekert
Frans Cornelisz Bakker t.b.v. de H. Geestarmen van
Geervliet een losrente van ƒ 6.5.- per jaar op zijn huis
(belend ? Jacob Jansz metselaar ???) en
zijn boomgaard (belend o. 's heren weg, z. de Molenstraat,
w. en n. het spui). [380]
Op 18-4-1606 kavelen Jhr.
Nicolaas van Abbenbroek als rentmeester van
de Capittelaren van Abbenbroek en Frans Cornelisz
te Geervliet, het zgn. Guldelandeken, voor een derde deel
aan Frans Cornelisz aangekomen vanwege
wijlen zijn moeder. Het gehele land is belend w. de wielinge
genaamd de Barnisse, z. de schenkel van Nieuw Hoenderhoek en
Nieuw Guldeland, zo rechtuit tot in de Barnisse, n. de
haven, o. de ? dijk met de stadsmuur en de Guldenpoort. De
twee derde delen van het kapittel van Abbenbroek liggen in
het noorden, het een derde deel van Frans Cornelisz
in het zuiden. Volgens een vertoonde kavelbrief van 1465 is
de scheiding de raaisloot, liggende van de Geervlietse dijk
tot achter de dijk van het Guldeland. Deze moet gezamenlijk
onderhouden worden. [381]
Op 2-6-1607 compareren de
geinteresseerden in de boedel van Frans Cornelisz
te Geervliet, m.n. Cornelis Pietersz Nout
pp. voor David Jansz Caperman,
Daniel Roelofs van Prooijen, burgemeester, en
Cornelis Jansz, secretaris van Geervliet
als curatoren in de boedel van wijlen Cornelis
Maartensz en Pietertje Ariens en
Willem Cornelisz Voorstad te Delft pp. voor
Paulus van Beresteijn, burgemeester aldaar.
Zij verklaren geen bezwaar te hebben tegen verkoop door
Frans Cornelisz aan het weeshuis in Den
Haag van: - 5 G weiland aan de Deurlo (belend n. het
weeshuis voornoemd, no. Hendrik v. Coesvelt
als rentmeester van jhr. Nicolaas v. Mathenesse,
zo. Aalbrecht Cornelisz smid, w. de
Deurlo), welk land genaamd was de Passchijneweije; - 3 G
weiland (belend nw. Abraham Jansz Commersteijn
als rentmeester van de pastoriegoederen met zeker
vicarieland, no. Coesvelt voornoemd, zo. Adriaan
Aalbrechtsz en Cornelis Ariens Hoos,
zw. Commersteijn voornoemd) - twee stukken land
Frans Cornelisz aangekomen van zijn moeder
Pietertje Ariens, t.w. in het Oude Guldeland
(belend zo. de Guldenpoort met de oude dijk, zw. het
kapittel van Abbenbroek, nw. de oude Guldelandsedijk, no.
dezelfde dijk en de haven van Geervliet) en in Nieuw
Guldeland (belend zo. de Guldelandsedijk, zw. het kapittel,
nw. en no de Nieuwe Guldelandsedijk). [382]
Op 18-9-1607 transporteert
David Gijsbrechtsz van Mathenesse,
stedehouder van de schout, aan IJsbrand Barentsz
pp. voor Pieter Nout een huis en erf
toekomende Frans Cornelisz (belend w. de
Hoogstraat, n. Pieter Cornelisz Nout en de
erfgenamen van Nele Claas, o. en z. de
plaats van het huis). Aan de koopsom wordt verhaald het
beslag van ƒ 49.5.- gelegd door Thomas Dammesz,
o.a. wegens gijzelbraak. [383]
Op 14-8-1607 bekent
Maarten Cornelisz Cuijper aan Gerrit van
Streefland, deurwaarder van het Hof van Holland,
een schuld van £ 650,-- wegens koop van een tuin en
boomgaard, gekomen van Frans Cornelisz
(belend o. en n. het spui, o. en z. 's heren straat). Belast
met ƒ 6.5.- en tweemaal 15 stv., alles toekomende de
H.Geestarmen van Geervliet. Hij verzekert deze schuld mede
op zijn huis (belend n. de scheisloot, o. 's heren weg, z.
Daniel van Prooije, w. 's heren weg).
[384]
Op 9-4-1618 bekent
Jacob Joosten, met als borgen Cornelis
Joosten en Jan Joosten, aan
Frans Cornelisz Bakker en de erfgenamen van
Neeltje Cornelis en van jonge
Cornelis Cornelisz Bakker een schuld van ƒ 463
wegens koop van een huis en erf in de Nieuwstraat (belend n.
de straat, o. 's heren weg, z. de heer van Urk, w.
Gerrit Ariens Compeer). Tot de koop behoort
overname van de stadsveste over de weg gelegen 'gelijk
tselve ofgedolven leijt'. [385]
Op 31-12-1619 verzekert
Frans Cornelisz Bakker te Geervliet t.b.v.
Jhr. Floris Bam in Den Haag een losrente
van ƒ 50 per jaar op zijn 7 G 'vrije eigen patrimoniale
weilanden' in de Noordhoek (belend n. de Noorddijk, o.
Gerrit Ariens Compeer met bruikwaar, z.
Jacob Jacobsz met bruikwaar, w. comparant).
[386]
Op 28-11-1620 verzekert
Frans Cornelisz Bakker jonggezel t.b.v.
Arent Maartens, ambachtsheer van
Barendrecht, een losrente van ƒ 62.10.- per jaar op 8 G
gemeen met de kinderen van wijlen Pieter Cornelisz
Bakker (belend z. de Weg Regtuit,
w. de erfg. van Dirk v.d. Does, n.
Abraham Commersteijn, o. Jan Crijne
met bruikwaar) en nog 4 G in Oud-Markenburg (belend w. de
Hogeweg, n. de kinderen van Lenaart Ariens
en David Jansz, o. de vronen, z. de
Hogelandseweg en de Brede Meeldijk). [387]
Op 6-5-1621 heeft Arie
Frans speciaal verbonden en in handen gesteld van
Frans Cornelisz Bakker en Jan
Adriaansz Verhoef, zijn 3 G land genaamd De
Duijvencamp, aan achterweg en Deurlo gelegen, ter
verzekering van ƒ 400 hoofdgeld waarvoor zij borgen waren
t.b.v. Jacob Stoop te Dordrecht. [388]
Op 3-6-1621 verzekert
Frans Cornelisz Bakker t.b.v. Jan Stoop
in Den Haag een losrente van ƒ 62.10.- of een hoofdsom van ƒ
1000 op 3 G land (belend o. de Griendweg, w. de steenheul,
n. kapitein Lambregt) en 4 lijnen in de
Noordhoek (belend w.,o. en n. Gerrit Compeer
met bruikwaar,z. het weeshuis in Den Haag). [389]
Op 11-5-1621 verzekert
Frans Cornelisz Bakker, schepen van Geervliet,
t.b.v. Paulus v. Beresteijn een losrente
van ƒ 100 per jaar of een hoofdsom van ƒ 1600 op 6 G 80 R
weiland genaamd de Hofweij (belend n. en o. 's heren weg, z.
het weeshuis in Den Haag, w. Beresteijn met
zijn Hofweij). [390]
Op 30-12-1622 bekent
Jan Willemsz v.d. Meulen aan Frans
Cornelisz Bakker, schepen, een schuld van ƒ 1000
wegens koop van: - 3 G 107 R weiland op kaartnr. 157, zijnde
leenland (belend w. de Vriezeweg, n. Beresteijn,
o.en z. de erfgenamen van Baertwijk). - 1 G
209 R op kaartnr. 22 (belend z. de Weg Regtui, w. de
Bronckhorsten, n. en o. de Karthuizers in Utrecht).
Volgt transport. [391]
Op 20-1-1623 verzekert
Frans Cornelisz Bakker, schepen van Geervliet,
t.b.v. Pieter Willemsz Voorstadt, koopman
te Delft, een schuld van ƒ 1600 op 6 + 3 G wei aaneen
gelegen (belend z. de Weg Regtui, w. de Griendweg, n. de
Blindeweg, o. de Bronckhorsten) en op 7 ½ G
in Nw.Noordeland (belend z. de oude Noorddijk, w.
Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met de aanwassen,
o. de kinderen van zijn halfzuster). Beide stukken reeds
bezwaard t.b.v. Jhr. Bam in Den Haag. Nog
op 2 ½ G in Oud Markenburg, gekomen van de
kinderen van Bouwen Bouwensz (belend w. de
Hogelandseweg, n. en z. de kinderen van zijn halfzuster, o.
de dijkwal of de vronen). [392]
Op 27-3-1624 transporteert
Jacob Boot als curator in de boedel van
Frans Cornelisz Bakker aan de rentmeester
Johan Stoop - 5 G 174 R weiland op kaartnr.
16 en annex daaraan 3 G 183 R op nr. 25 (belend n. de
Bronckhorsten, o. de Weg Regtuit, z. de
Griendweg, w. de Blindeweg) - de helft in 8 G 162 R op
kaartnr. 42 (belend o. de Weg Regtuit, z. de wederhelft
toekomende de kinderen van Pieter Cornelisz Bakker,
w. Commersteijn, n. Stoop en de kinderen
Bekesteijn). - 6 G 267 R op nr. 46 (belend
n. de Noorddijk, o. en z. de weduwe van Gerrit
Ariens Compeer en Jacob Jacobsz en
Jonge Jan Crijne met bruikwaar, w.
Stoop). [393]
Op 28-3-1624 transporteert
Jacob Boot als curator in de boedel van
Frans Cornelisz Bakker aan David
Jansz Caperman geprocreëerd bij Ariaantje
Pieters en die van Lenaart Ariens
geprocreëerd bij Nelletje Pieters(¥)
- 2 ½ G teelland in Oud Markenburg op
kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de
Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 ½ G land met gevolgen in
Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn
Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o.
de kinderen voornoemd). [394]
| COMMENTAAR(¥)
De formulering van de familierelaties is hier
nogal onduidelijk. |
Op 28-3-1624 transporteert
Jacob Boot als curator in de boedel van
Frans Cornelisz Bakker aan Paulus
van Beresteijn - 6 G 94 R wei op kaartnr. 200
(belend n. de weg buiten de Landpoort, o. de Polderweg, z.
het weeshuis in Den Haag, w. koper) - 3 G 71 R op nr. 4
(belend o. de Weg Regtuit, n. de Griendweg, z. de weg buiten
de Landpoiort, w. admiraal Lambert).
[395]
Op 28-3-1624 transporteert
Jacob Boot als curator in de boedel van
Frans Cornelisz Bakker aan Pieter
Willemsz v. Voorstad 4 G teelland in Oud-Markenburg
op kaartnr. 142 (belend o. de vronen, w. en z. de
Hogelandseweg, n. de kinderen van wijlen Lenaart
Ariens en van Ariaantje Pieters).
[396]
Op 28-3-1624 transporteert
Jacob Boot als curator in de boedel van
Frans Cornelisz Bakker aan Jan
Stoop (borgen: Paulus v. Beresteijn
en Charles v. Mathenesse) een woning bij de
kerk met schuur, keten, tuin en boomgaard (belendn. de
erfgenamen van mr. Wouter Christoffelsz met
hun boomgaard genaamd Duijckendael en Labije
met diens boomgaard, o., z. en w. 's heren weg en straat).
Huis belast met 15 stv. t.b.v. de Grote Armen en (19?) stv.
t.b.v. de stad. Hierbij gaan zekere Hoofjes of Vestjes met
een duifhuis en keet daarop staande (belend n. Jacob
Joosten met gelijk vestje, o., z. en w. 's heren
weg), waarop een erfpacht rust van 30 stv. t.b.v. de stad.
Totaal inclusief overname bruikwaar voor ƒ 5160. [397]
- c. Maarten
Cornelisz (Cuijper), geb. vóór ca. 1575, ovl. na
1622, wonende buiten de Landpoort te Geervliet (1602..1608),
belender te Geervliet in Oud-Hoenderhoek met bruikwaar (!606),
bij de 's Herenweg (1608, 1613), is borg (1617), tr. vóór ca.
1600 Antge Thijmons, ovl. na 1618.
Op 8-1-1600 nemen
Cornelis Dingemans, Maarten Cornelisz
Cuijper, Heijman Jacobsz v.d. Mast,
Simon Crijne, Jonge Jan Crijne,
Cornelis Proosterman, Cornelis
Fopsz smid, Laurens Joosten wever,
Arie Leendertsz Moera, Hubert
Bastiaansz, Dirk Dirksz Goetbier
en Christiaan Ravenschot mannenbode, te
samen van Jan Bouwensz in erfpacht 3 G in
Tolland om te beboomgaarden (belend o. Oude Jan
Crijne, z. Thomas Meesse en
Cornelis Maartensz, w. de Toldam, n. de
erfgenamen van Cornelis Aalbrechtsz smid).
[398]
Op 9-2-1600 kocht
Maarten Cornelisz uit de voormalige
kapittelgoederen 3 G zaailand (belend o. de Deurlo, z.
Cornelis Jacobsz Cuijper met land gekomen
van de Karthuizers te Delft, nu Dirk Jansz
als nazaat van Cornelis Jacobsz Cuijper, w.
de Drogendijk, n. de Ankermeet). Land is belast met een
losrente van £ 16,-- per jaar te betalen als voren.
[399]
Op 9-2-1600 kocht
Maarten Cornelisz voor zijn moeder
Pietertje Ariens uit de voormalige kapittelgoederen
2 G 25 R (belend n. de Dankertseweg, o. Cornelis
Adriaansz Hoos met bruikwaar toekomende de
Bronckhorsten , z. 4 G genaamd de Zandkamp, bruiker
Jacob Jacobsz, toekomende het kapittel, w.
de pastorie van Geervliet). Land is belast met een losrente
van £ 12,-- per jaar, te betalen als voren. [400]
Op 13-8-1602 transporteert
Ewit Jansz snijer, mede-schepen, aan jhr.
Charles van Mathenesse de huurcedule van £
150,-- die hij sprekende heeft op Maarten Cornelisz
buiten de Landpoort terzake van 5 G in het Nieuwe
Noordeland (belend w. Jacob Cuijper,
n. de Maas, o. Bouwen Bouwensz, z. de
Noorddijk). Comparant verzekert mede op zijn huis (belend n.
de Hoogstraat, o. Jacob Jacobsz, z. 's
heren weg). [401]
Op 1-5-1604 verzekert
Maarten Cornelisz, tegenwoordig wonende buiten de
Landpoort te Geervliet, met als borg zijn moeder
Pietertje Ariens, weduwe van Cornelis
Maartensz, t.b.v. Willem Cornelisz Voorstad
in Delft een schuld van £ 1500,-- op: - 2 G volgerland in
Nw.Hoenderhoek (belend z. Jacob Jacobsz, w.
de nieuwe dijk, n. Dirk Jansz, o. de Oude
Hoenderhoekse dijk); - 5 G in Nieuw Hoenderhoek
(belend z. Jacob Jansz in Biert, w. de
nieuwe dijk, o. de oude Hoenderhoekse dijk, n. Jan
Claasz); - 10 G in Nieuw Hoenderhoek (belend z.
Jan Claasz, w. de dijk, n. Jacob
Jacobsz); - 8 G in Nieuw Noordeland (belend w. de
oude Ruijterdijk toekomende Jan Claasz); -
de Hofwei (belend w. de Deurlo, n. 's heren achterweg, n.
Cornelis Cornelisz Bakker, z. het weeshuis
in Den Haag); - 4 lijnen (belend z. de Deurlo, w., n. en o.
Cornelis Engelsz met bruikwaar). [402]
Op 16-3-1606 verzekert
Maarten Cornelisz wonende te Geervliet buiten de
Landpoort t.b.v. jhr. Charles van Mathenesse
een schuld van £ 208,-- op zijn huis, schuren, berg en
keten. [403]
Op 13-5-1606 transporteren
jhr. Charles van Mathenesse, schout, en
Cornelis Jansz, secretaris van Geervliet,
aan Paulus van Beresteijn, burgemeester van
Delft, een aantal openbaar verkochte landerijen toekomende
Maarten Cornelisz buiten de Landpoort: - 2
G volgerland in Nieuw Hoenderhoek (belend z.
Beresteijn, w. de nieuwe dijk, n. Dirk
Jansz, o. de oude Hoenderhoeksedijk); - 5 G in
Nieuw Hoenderhoek (belend z. Jacob
Jansz in Biert, w. de nieuwe dijk, n. Jan
Claasz, o. de oude Hoenderhoeksedijk); - 10 lijnen
in Nieuw Hoenderhoek (belend z. Jan Claasz,
w. de nieuwe dijk, n. Beresteijn); - 8 G in
Nieuw Noordeland (belend w. de oude
Ruiterdijk toekomende Jan Claasz, n. de
nieuwe dijk, o. Arie Aalbrechtsz, z. de
Noorddijk); - 6 G, de zgn. Hofwei (belend w. de Deurlo, n.
's heren achterweg, o. Cornelis Cornelisz Bakker,
z. het weeshuis in Den Haag); - 4 lijnen (belend z. de
Deurlo, w., n. en o. Cornelis Cornelisz Cuijper
met bruikwaar). Op het land in Nieuw Hoenderhoek rust de
helft in een rente van ƒ 34 per jaar toekomende Arie
Claasz Goudswaard nomine uxoris. Op hetzelfde land
nog een hoofdgeld van ƒ 1500 toekomende Willem
Cornelisz Voorstad, koopman te Delft. [404]
Op 14-8-1607 bekent
Maarten Cornelisz Cuijper aan Gerrit van
Streefland, deurwaarder van het Hof van Holland,
een schuld van £ 650,-- wegens koop van een tuin en
boomgaard, gekomen van Frans Cornelisz
(belend o. en n. het spui, o. en z. 's heren straat). Belast
met ƒ 6.5.- en tweemaal 15 stv., alles toekomende de
H.Geestarmen van Geervliet. Hij verzekert deze schuld mede
op zijn huis (belend n. de scheisloot, o. 's heren weg, z.
Daniel van Prooije, w. 's heren weg).
[405]
Op 6-1-1607 transporteert
Maarten Cornelisz wonende te Geervliet
buiten de Landpoort aan jhr. Charles van Mathenesse
3 G in Tolland buiten de Tolpoort (belend z. de stadssingel,
w. de Toldam, n. Cornelis Jansz, o. de oude
Noorddijk). [406]
Op 15-9-1607 transporteert
Maarten Cornelisz Cuijper aan zijn dochter
Stijntje Maartens als schenking bij leven
een boomgaard (belend ?) [407]
Op 13-1-1609 verkoopt
David Gijsbrechtsz van Mathenesse, stedehouder van
de schout van Geervliet, voor Daniel Roelofsz van
Prooije als curator in de boedel van wijlen
Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens
en ten laste van Maarten Cornelisz buiten
de Landpoort als gecondemneerde: - 8 G 180 R in Nieuw
Noordeland (belend z. Paulus van Beresteijn,
w. dijk en buitenblok van Jan Claasz, n. de
Maas, o. Jonge Cornelis Ariens Compeer), -
dijken, gorzen en aanwassen achter Nieuw Hoenderhoek
(belend o. Paulus van Beresteijn en Craeijesteijn
c.s., z. de Bernisse, w. Craeijesteijn met zijn gorsingen,
n. de kinderen van wijlen Cornelis Jacobsz Cuijper).
Koper is Paulus van Beresteijn. [408]
Op 13-9-1617 bekent
Maarten Cornelisz Cuijper aan Nicolaas
Nicolay, predikant, een schuld van ƒ 450 wegens
koop van een huis en tuin aan de St.Anthonieplaats (belend
n. de plaats, o. David Gijsbrechtsz van Mathenesse,
z. 's heren pad en kerkhof, w. het schoolhuis en Fop
Cornelisz). Huis belast met een erfrente t.b.v. het
kapittel. [409]
Op 30-4-1618 heeft Jhr.
Jan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord,
van Maarten Cornelisz Cuijper en diens
huisvrouw Antge Thijmons voor ƒ 2400 een
huis en erf gekocht (belend z. Nicolaas Nicolay,
de Anthonisplaats en Maritge Joosten, wed.v.
Pieter Cornelisz Nout, w.en o. 's heren
weg, n. Aaltje Corsse, Gerrit
Ariens Compeer en Joost Simonsz).
Aan Maarten Cornelisz Kuijper en diens
zwager (=schoonzoon?) Arie Lawijns werd
reeds een deel betaald. Volgt schuldbrief ad ƒ 940 en
gelijke brief t.b.v. Annetje Roncke,
dochter van Stijntje Maartens en dus
kleindochter van Antge Thijmons. [410]
Akte gedateerd 12-12-1620: op
19-3-1616 kocht Jhr. Jan v.d. Werve heer
van Urk en Emmeloord van mr. Christoffel Woutersz
en diens moeder Aaltje Corsse haar huis
etc. in de Nieuwstraat (belend n. de straat, o. de boomgaard
van Gerrit Ariens Compeer, z. de scheisloot
met wijlen(¥) Maarten Cornelisz Kuijper
-nu v.d.Werve zelf- , w. weg en straat).
Huis belast met ƒ -.4.- t.b.v. de Armen van Geervliet.
[411]
| COMMENTAAR(¥)
Merkwaardig: hier (in 1616 of 1620) is sprake
van wijlen Maarten Cornelisz Kuijper,
terwijl uit de volgende blijkt dat hij in 1622 nog
leeft. Is deze akte soms later bijgeschreven en
aangevuld? |
Op 25-8-1622 verzekeren
Maarten Cornelisz, vroeger wonende buiten
de Landpoort te Geervliet, met zijn zoons Arie
Maartensz en Hendrik Maartensz,
t.b.v. Paulus van Beresteijn een schuld van
ƒ 800 op land dat hij heeft geërfd van zijn zuster
Trijntje Cornelis: - de helft in 8 G 15 R in Oud
Hoenderhoek (belend o. de Oudhoenderhoekseweg, z. de
wederhelft van het land, toekomend de kinderen van wijlen
Aalbrecht Cornelisz smid en Maartge
Ariens, w. de Hoenderhoekse Achterdijk, n.
Beresteijn) - de helft in 7 G 215 R aan de Dankertseweg (belend
o. de weg, z. de erven Drenkwaart en het weeshuis in Den
Haag, w. de wederhelft als boven, n. Jan Hendriksz).
[412]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Stijntje Maartens, geb. vóór ca.
1600, ovl. na 1607, tr. vóór 1618 NN.
Op 30-4-1618 heeft Jhr.
Jan v.d. Werve, heer van Urk en
Emmeloord, van Maarten Cornelisz Cuijper
en diens huisvrouw Antge Thijmons voor
ƒ 2400 een huis en erf gekocht (belend z.
Nicolaas Nicolay, de Anthonisplaats en
Maritge Joosten, wed.v. Pieter
Cornelisz Nout, w.en o. 's heren weg, n.
Aaltje Corsse, Gerrit Ariens
Compeer en Joost Simonsz). Aan
Maarten Cornelisz Kuijper en diens
zwager Arie Lawijns werd reeds een deel
betaald. Volgt schuldbrief ad ƒ 940 en gelijke brief
t.b.v. Annetje Roncke, dochter van
Stijntje Maartens en dus kleindochter
van Antge Thijmons. [413]
Uit dit huwelijk (o.a.?):(¥)
- aa.
Annetje Roncke, geb. vóór 1618.
| COMMENTAAR(¥)
In een akte van 1613 wordt een
Ronck Everts vermeld. Zou hij haar
vader, en dus de echtgenoot van Stijntje
Maartens zijn? |
-
2. Hendrik Maartensz, ovl. na 1622.
-
3. Arie Maartensz, ovl. na 1633, voogd
van de drie nagelaten kinderen van wijlen Jacob
Jansz Eland en Ariaantje Pieters
(1633).[414]
- d. Trijntje
Cornelis, geb. vóór ca. 1585, ovl. 1618-1622,
belendster te Geervliet bij de Oud-Hoenderhoeksedijk (1606), te
Geervliet (1612), bij de Deurlo (1615, 1616), bij de Weg Regtuit
(1617), in Nieuw-Hoenderhoek (1618), tr. verm. Arie
Lawijns, ovl. na 1617.
Op 18-6-1615 verzekert
Aalbrecht Cornelisz smid t.b.v. Paulus van
Beresteijn, oud-burgemeester van Delft, een
losrente van ƒ 33 per jaar op een hoofdsom van ƒ 550 op: - 8
lijnen weiland genaamd Blommendaal aan de Dankertseweg (belend
o. de weg, z. Lambrecht Hendriksz met
bruikwaar, w. Jacob Jacobsz nu bij naasting
Jacob Jansz, n. Hendrik Jansz)
- 7 lijnen aan de Doorlo (belend w. de Doorlo, n. het
weeshuis in Den Haag, o. Adriaan
Fransz en Pieter Lenaartsz met
bruikwaar, z. Jacob Jacobsz). Op dit land
zijn verhaalbaar gerechtskosten van Trijntje
Cornelis en Maritge Davids voor de
gemene erfgenamen van zaliger Cornelis Maartensz
en Pietertje Ariens. [415]
Op 31-8-1617 bekent
Arie Lawijns, met Maarten Cornelisz Cuijper
en Daniel Lawijns als borgen, aan
Maritge Jooste wed. v. Pieter Cornelisz
Nout en haar mondige en onmondige kinderen een
schuld van ƒ 420 wegens koop van een huis en erf in de
Hoogstraat (belend n. de straat, z.,o. en w. huis en erf van
Cornelis Ariens Snier). Er is recht van
afwatering via een goot langs het huis van Jan
Ariens. In marge: niet geëffectueerd. [416]
Op 30-4-1618 heeft Jhr.
Jan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord,
van Maarten Cornelisz Cuijper en diens
huisvrouw Antge Thijmons voor ƒ 2400 een
huis en erf gekocht (belend z. Nicolaas Nicolay,
de Anthonisplaats en Maritge Joosten, wed.v.
Pieter Cornelisz Nout, w.en o. 's heren
weg, n. Aaltje Corsse, Gerrit
Ariens Compeer en Joost Simonsz).
Aan Maarten Cornelisz Kuijper en diens
zwager Arie Lawijns werd reeds een deel
betaald. Volgt schuldbrief ad ƒ 940 en gelijke brief t.b.v.
Annetje Roncke, dochter van
Stijntje Maartens en dus kleindochter van
Antge Thijmons. [417]
Op 6-4-1623 transporteert
Arie Fransz, schepen, mede voor zijn
halfbroer Frans Fransz en voor de kinderen
van wijlen zijn halfbroer Gerrit Fransz,
nog voor Simon Dirksz Muijser als man en
voogd van zijn zuster Berber Frans, allen
erfgenamen(¥) van wijlen Trijntje
Cornelis, aan Jan Maartensz Wittens
pp. voor Jacob v.d. Goes, burgemeester van
Brielle en ontvanger v.d. gemene middelen voor Voorne,
Putten en Overflakke, 4 G 168 R op kaartnr. 189 (belend o.
de Dankertseweg, z. Hendrik Jansz en de
erfgenamen van Margrietha de Jonghe, w. de
Polderweg, n. Dirk Jansz Caperman en
Lambrecht Hendriksz met bruikwaar).
[418]
| COMMENTAAR(¥)
Hoe zijn zij erfgenamen? Was Trijntje
Cornelis getrouwd met een Frans NN?
|
5484.
= 10764. CORNELIS JACOBSZ VAN VELDEN.
5485. = 10765. MARIA POLS VAN DER
MIJE ARENTSDR.
5536. NN TARGIER. Hij is
vermoedelijk identiek met Jacob Jochumsz Tergier
vemeld 1579.
Op 16-1-1579 verklaart
Jacob Elbertsz, 's heren dienaar in de secretarie van
Dordrecht, dat hij op verzoek van Jacob Jochumsz Tergier,
ongeveer veertien dagen tevoren gearresteerd heeft een zekere
Maerten de Vrunt, die op het punt stond uit
Dordrecht te vertrekken. Maerten heeft beloofd, dat hij
Dordrecht niet zal verlaten voordat hij Jacob Tergier
heeft "voldaen met recht oft gemoede." [419]
- a. Bartholomeus
Targier (Tersier), geb. Doopsgez. Dordrecht, ovl.
Dordrecht doopsgez. 4-6-1636,
(=kw. nr.
2768).
- b. Jochem Tergier,
ovl. wellicht Dordrecht doopsgez. 8-2-1663 ("Jochem
Tergier, jongman"), aangewezen (1636) als voogd over de
voorkinderen van zijn broer Bartholomeus.
COMMENTAAR(¥)
Wie zijn verder:
J. Targier, dichter, "vriend en
kunstbroeder van Karel van Mander, voor
wiens Schilderboek (eerste uitgave 1604) hij sonnetten
plaatst".
Jan Targier, predikant te Brouwershaven
(1591) [420] (waar studeerde deze?).
|
5540.
ADRIAEN (JOCHEMS) VAN GENT [421], geb. vóór ca.
1551, ovl. vóór 5-1-1590, "treedt zelfstandig op 3-9-1576 te Tiel,[422],
heeft 6-6-1579 een geschil met zijn moeder, die zich beklaagt over
zijn eigenmachtig optreden in geldzaken met betrekking tot haar
lijftocht,[423]", tr. (verm. ca. 1578)
5541. CATHARINA VAN TOEVEN (TOEFFEN)
[424], ovl. na 30-7-1598, compareert als wed.
van Adriaen Jochems van Gent te Tiel 5-1-1590,[425]
en 30-7-1598 [426] , tr. 1o [427]
DIRCK VAN RIEMSDIJCK, ovl. (Tiel?) 15-3-1575 ("zijn
vrouw in zwangere toestand achterlatend" [428]), zn. van
Jacob Dirksz van Riemsdijck(¥) en
NN Willem Pauwelszdr [429], [430].
Adriaen van Gent(h)
vermeld in de Schepen Signaten Tiel 1570-1583 f133v, f194,
Schepen Signaten Tiel 1585-1589 f18, f35v, f39v-124-127.
Dirrick van Riemsdijck vermeld in de Schepen
Signaten Tiel 1570-1583 f90 en f111v, Schepen Signaten Tiel
1585-1589 f96.
| COMMENTAAR(¥) De
erven van Jacob van Riemsdijk (deze?)
worden genoemd als belender in Leeuwen te Wamel [431].
|
Uit haar tweede huwelijk (van Gent-van Toeven) geboren
[432] :
- a. Adriaen van
Gent, ovl. verm. voor 8-4-1611.
- b. Joachim van
Gent, (=kw. nr.
2770).
- c. Dirck van Gent,
compareert nog 8-4-1611 met zijn broer Joachim. [433].
- f. Anneken Aerts,
ovl. Dordrecht doopsgez. 4-11-1635 ("Anneken Aerts,
Aert Jochimsz moeije"),
filiatie niet bewezen. Ref. [434] vermeldt haar niet
onder de kinderen uit het tweede huwelijk van Adriaen
van Gent.
5544.
JACQUES JACQUESZ TERWEN(¥),
geb. vóór ca. 1555, betaalt in 1580 als
Jaecques Teruwe
ƒ 8,-- 50e penning te Dordrecht voor een huis op De Gevulde Gracht
dat hij voor 25 gl. huurt van de weduwe van
Rochus Woutersz,
timmerman,[435]
tr. vóór 1580[436]
5545. HEILTGE
HENDRIKSDR PRINS(EN),
ovl. na 1603 (mogelijk ovl. Dordrecht doopsgez. 14-12-1645 als "Heijlge
Jaques Teruwen").
Zij wonen te Dordrecht sinds 1580. Hij is borg in 1591 voor
Hendrik de Prins
(zijn schoonvader ?), wonend te Luik.[437]
Deze is verm.
Henry le Prince,
"née á Anvers, demeurant á Liége depuis 14 á 15 ans, ayant acquis le
24 juillet 1590 les métiers des févre, des drapiers et d'autres".
[438]
.
COMMENTAAR(¥)
Hij is
mogelijk verwant aan ((klein)zoon van?) Jan Aertsz
(van) Terwen, geb. Teruenne (?) 1511, ovl.
Dordrecht 1589, beeldhouwer, die het eikenhouten
koorgestoelte in de Groote Kerk te Dordrecht vervaardigt
(1538-1542).[439]
Volgens Ref. [440] is er geen verwantschap met
Abraham Philipsz Terwen van Antwerpen,
schrijnwerker, hertr. Dordrecht 1594, als wednr. van NN,
Lijsbeth Aert Woutersen.
|
Uit zijn huwelijk (Terwen-Prins) mogelijk geboren
[441]
:
-
a. Hendrik Jacqueszn
Ter(u)we(n),
geb. vóór ca. 1585, ovl. Dordrecht doopsgez. 2-10-1625 ("Hendrick
Teruwe
hier Dienaer int Woort")[442].
ouderling van de Vlaamsch Doopsgezinde Gemeente te Dordrecht
[443],
huw. get. (1612), betaalt ƒ 15 hoofdgeld (1622) als eigenaar van
een huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man, 6 kinderen, 3
vrouwen personeel ("twee winkel meysens 1 dienstmaecht"),
[444]
betaalt in 1626 als
Hendrick Terwen,
sijdecramer, £ 25,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in
het Seste Quartier (beginnende in de Willem Oskenstraet aen de
Voorstraet tot aen Steechoversloot),[445]
otr./tr. 1o
Dordrecht gerecht 1-5/10-6-1603 (get.
Heijltken Princen,
zijn moeder, en
Caerl van Bockstael,
hoedenmaker, haar vader, In margine:
Jan Cornelisz,
wielmaker, en
Bartholomeus Henricxsz,
schoenmaker, verklaren dat deze personen in hun (doopsgezinde)
gemeente getrouwd zijn),[446]
Kathalina
(Lijntken) Karelsdr van Bo(c)kstaal,
otr. 2o
Dordrecht gerecht 9-11-1606 (get. voor hem
Jan Jacobsz. Cotermans,
voor haar
Neeltken Jacob
Cotermansdr),[447]
Agatha (Aechtken)
Jacob Jansdr van Wesel,
huw. get. (1612, 1614), dr. van
Jacob Jansz van Wesel
en
Kornelia (Neeltken) Jacobsdr Kotermans,
tr. 3o
Utrecht 26-6-1623[448]
Sebilletje Verbeeck,
ovl. na 1657, huw. get (1627), wed. van
Daniel van Mollem,
dr. van
Jacob Verbeek,
oudste van de doopsgez. gemeente te Utrecht, en
Segerina Caf(fa).
Zij hertr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 17-3/2-4-1628
Leendert
Bastiaensz van de Roer.
Op 17-10-1626
compareert Tanneken van de Kemel, weduwe
van Johan Cabbeliau cum tutore en
Honas Cabelliau haar zwager wonende te Rotterdam.
Zij verkopen aan Sebilla Verbeeck, weduwe
van Hendrick Terwen, een huis omtrent de
Munt(aan de Voorstraat) genaamd Out Ceulen, staande tussen
het huis van Franchoijs Fransz Bredehoff en
het huis van koopster, strekkende van voren van 's
herenstraat tot achter aan de Doelen. Koopster verkoopt aan
verkoopster 5 gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op het
voornoemde huis. In margine: rentebrief geroyeerd op 30 jan.
1627. [449]
Uit zijn tweede huwelijk (Terwen-van Wesel) :[450]
-
1.
Kathalina Hendriksdr Ter(u)wen,
geb. Utrecht ca. 1606, ged. ald. doopsgez. 15-11-1626, ovl.
Utrecht 26-9-1642, j.d. wonend te Dordrecht (1627), otr.
Dordrecht gerecht/doopsgez. 2-9-1627 (get. voor hem
Jacques
Terwe de Jonghe,
voor haar
Sibilla Verbeeck,
haar "behout moeder"), tr. Dordrecht doopsgez. 26-9-1627
("en zijn van Outste
Jacop Verbeeck
bevesticht")[451]
Jakob
Jakobsz Verbeek (de Jonge),
geb. Utrecht, ovl. 8-1-1669, zn van
Jacob Verbeek
en
Mayken van der Houten.
Hij hertr. Haarlem 15-2-1643
Jacomina Ampe.
Voor de
nakomelingen uit deze huwelijken zie Wapenheraut 1910,
pag. 1 e.v.
Op 1-9-1627
verklaart Jacob Verbeeck de Jonghe,
wonende te Utrecht, dat hij in Dordrecht is geweest om
toestemming te geven voor het huwelijk tussen zijn zoon
Jacob Verbeeck en Catelijn
Tarwe, dochter van wijlen Henrick Tarwe,
die als voogden haar verwanten Jacques Tarwe
en Jeronimus Tarwe heeft. Onwetende
over de procedure rond de aankondiging is hij met de
voogden te snel naar Rotterdam vertrokken. Zij beloven
zonodig voor de tweede aankondiging naar Dordrecht te
komen. [452]
-
2.
Jan Hendriksz Terwen,
tr.
Petronelle Adams.
Uit dit huwelijk mogelijk:
-
aa. Marij (Marijcke)
Jans (Terwe),
geb. vóór ca. 1660,
filiatie niet
bewezen,
otr. Dordrecht 5-5-1680
Jan (van)
Ro(o)der(e)velt.
-
aaa.
Hermanus Rodervelt,
ged. geref. Dordrecht 10-9-1681.
-
bbb.
Lauwerens Rooderevelt,
ged. geref. Dordrecht 18-6-1692.
-
3.
Jakob Hendriksz Terwen,
ovl. Dordrecht doopsgez. 21-11-1649 ("Jacob
Teruwen Henderickx,
koordenwerker"), vermoedelijk identiek met
Jacob Terwen,
zijdewerker en burger van Dordrecht, die in 1545 optreedt in
een akte betreffende zijn neef
Jacques Terwen
(zie kw.
nr.
⇒ 2773
sub
a), tr.
Magtild van den Berg.
-
4.
Heyltje Hendriksdr Terwen,
tr.
Jakob Joachimsz.
-
5.
Thomas Hendriksz Terwen,
geb. Dordrecht vóór ca. 1620, ovl. mrt-sept. 1693, wonende
te Utrecht (1642), bezit een hofstede te Werkhoven (1689),
zijdereder te Utrecht (1693), legateert ƒ 100,-- aan de
doopsgezinde gemeente te Utrecht 18-7-1693,[453]
tr. 1o
Utrecht 11-6-1642[454]
Segertje (Segerina) Verbeek,
ovl. Utrecht 11-4-1670, wed. van
Govert Jansz Quartel,
koopman te Rotterdam, dr. van
Jacob Verbeek
en
Mayken van der Houten,
tr. 2o
Agnietje van Ingen,[455]
otr. 3o
Utrecht 20-6-1685 zijn schoonzuster,[456]
Jacomina Ampe(n),
ovl. na 1691, te Werkhoven, wed. van
Jacob Verbeek.
Op 21-12-1689
compareren te Utrecht ter ene zijde Thomas
Terwen x Jacomina Ampen,
wonend te Utrecht, en ter andere zijde Gysbert
Ponssen van Vulpen x Jannitje Huyberts,
wonend aan de Meern. Het betreft een overeenkomst over
de leidinggevende werkzaamheden door de tweede party op
de hofstede te Werkhoven van de eerste party, gedurende
2 jaren.[457]
Op 27-6-1691
compareren te Utrecht Jacomina Ampen,
geh. met Thomas Terwen, voor wie als
gemachtigde optreedt Abraham Verbeeck Jacobszoon,
haar zoon en koopman wonend te Utrecht, en Jan
Cornelissen Loenderslooth, wonend te
Isselsteyn. Het betreft de verpachting van de vruchten
van een boomgaard in Werkhoven.[458]
Op 30-3-1693
compareert te Utrecht Thomas Terwen,
zydereeder wonend te Utrecht, voor het maken van een
codicil. Het betreft herroeping, wyzigingen, en
toewyzing van legaten onder verwijzing naar het
testament d.d. 17-12-1682 voor notaris Ph. van Delden
ten Berckhuys. Abraham Verbeeck Jacobszoon
wordt benoemd tot substituut voogd en executeur in
plaats van de overleden Jacobus de Vries.[459]
Op 25-08-1693
compareert te Utrecht Abraham Verbeeck
Jacobszoon, koopman wonend te Utrecht om te
verklaren dat hy het executeur en voogdyschap, gesteld
by testament en volgens bovenstaand codicil door
Thomas Terwen, niet kan aanvaarden, met verzoek
tot insinuatie aan Johannes Terwen,
zijn mede-voogd en executeur.[460]
Op 19-9-1693
compareren te Utrecht ter ene zijde Jacomina
Ampen, laatst wed. van Thomas Terwen,
en ter andere zijde de kinderen van Thomas
Terwen. Het betreft afstand van pretenties op
helft van huis de Zirckzeeuse Soutmaat, belend zz
Wittevrouwenstraat, en tevens schenking van 8 jaar
kostgeld.[461]
Op 13-2-1694
compareren te Utrecht de erven van Thomas Terwen
en zijn tweede vrouw Niesgen Aarts, in
leven echtelieden, met name Johannes Terwen,
hun zoon en sydereeder te Utrecht, Aachjen
Terwen, hun dochter, Cathalina Terwen,
hun dochter en wed. van Mattheus Noppen,
en Johannes van Veen x Zegerina
Terwen, hun dochter. Het betreft de scheiding
van de boedels van hun vader en stiefmoeder. De huysinge
ende erve aan de Zirckzeeuwse Soutmaat, belend zz
Wittevrouwerstraat, te Utrecht gaat naar
Johannes van Veen nomine uxoris. Verwijzing:
plecht d.d. 13-4-1687 voor het gerecht van
's-Gravenhage. [462]
Uit zijn eerste huwelijk (Terwen-Verbeek) geboren
(o.a.?) :[463]
-
aa. Johannes
Thomasz Terwe (Tarwe, Tarruwe, etc.),
ovl. 1701-1704, afkomstig van Utrecht, legateert ƒ
500,-- aan de doopsgezinde gemeente te Utrecht
14-6-1692,[464]
sydereeder te Utrecht (1694), fabriquer in stoffen
(1699), tr. Utrecht (Domkerk) 20-4-1664 (get.
Thomas
Terwe,
zijn vader en
Trijntje Knippij,
haar moeder)
Sibylle (Belichjen)
Jans Knippi,
ovl. 1712-1720 (waarsch. kort voor 12-11-1720), dr. van
Hans Knippi
en
Catharina
(Trijntje) Goosendr. van Haringh (Trijntje Knippijs).
Op
25-10-1701 testeren te Utrecht Johannes
Terwe en zijn echtgenote Sibilla
Knippi, wonend te Utrecht. Erfgenamen zijn
Johanna Terwe, hun dochter, geh.
met Henrik vand Sant,
Segerina Terwe, hun dochter, gesepareerd
van Jan Betrang en Jacomina
Terwe, hun dochter, geh. met
Johannes de Visser.[465]
Op
10-12-1704 compareert te Utrecht Sibilla
Knippi, wed. van Johannes Terwe,
wonend te Utrecht voor het maken van een codicil.
Het betreft bepalingen t.a.v. het fideicommissair
verband betreffende de goederen die haar dochter
Segerina Terwe van haar zal erven.
Verwijzing: testament 25-10-1701 voor nots. A.
Duerkant. [466]
Op
17-12-1704 compareren te Utrecht ter ene zijde
Sebilla Knippi, wed. van
Johannes Terwe, en ter andere zijde
Jan Pietersz Blommendaal. Het betreft huur
en verhuur van een huyssinge en erve in de
Smeesteegh, over het Bartholomeigasthuys te Utrecht.[467]
Op 22-8-1710
testeert te Utrecht Sibilla Knippi,
wed. van Johannes Terwe. Erfgenamen
zijn Johanna Terwe, haar dochter,
geh. met Gerad Wessens,
Segerina Terwe, haar dochter, wed. van
Jan Beterang, en Jacomina
Terwe, geh. met Johannes de Visser.
Verwijzing: eerder testament d.d. 25-10-1701 voor
nots. A. Duerkant.[468]
Op 16-2-1712
testeert te Utrecht Sibilla Knippi,
wed. van Johannes Terwe. Erfgenamen
zijn haar kinderen, met name Johanna Terwe,
geh. met Gerard Wessens,
Segerina Terwe, wed. van Jan
Bezerany (sic!, leesfout?), en
Jacomina Terwe, geh. met Johannes
de Visser. Verwijzing: eerder testament d.d.
22-8-1710 voor nots. A. Duerkant.[469]
Op 16-2-1712
compareren te Utrecht Sibilla Knippi,
wed. van Johannes Terwe, en
Johannes de Visser, haar swager (=schoonzoon).
Het betreft een procuratie tot beheer van haar
huizen in Utrecht.[470]
Op
12-11-1720 compareren te Utrecht erven van
Sebilla Knippi, in leven wed. van
Johannes Tarwe, met name Segerina
Tarwe, wed. van Jan Beterang,
Jacomina Tarwe, wed. van
Jan de Visser, en Jan de Haen
x Sebilla van de Sand, dochter van
wijlen Johanna Tarwe by
Hendrick van de Sand voor de
boedelscheiding.
Naar Segerina Tarwe gaan a) 5
kameren gelegen nz Raemsteegh, belend achter
Jan Gerritss, onder het gerecht De Waerde,
b) een huysinge cum annexis gelegen nz Voorstraet
anders St. Jansveld, belend ow Het Wapen van
Jerusalem, onder het gerecht Utrecht, c) een
huysinge of kamere gelegen zz Stroystege, belend ow
Aeltje van Galen, ww de poortweg
van N.N., wed. Antonis van Cuyck,
en Johan van der Cloes, onder het
gerecht Utrecht.
Naar Jacomina Tarwe gaan a) een
kamere cum annexis gelegen oz Groenesteeg, belend
achter: het hof van nakomelingen van
Alexander van Lamsweerde, de Jacobikerck,
nw Dirk van Zuchelem, zw
Jacobus Postel, onder het gerecht Utrecht,
b) twee kameren annex met hofje gelegen Molesteeg by
de Springweg, belend achter: hoff van NN
Junius, ene zyde: poort van NN
Junius, andere zyde: kamertjens van de
Augsburgse kerk, onder het gerecht Utrecht, c) een
kamere gelegen nz Lange Smeesteegh, belend ow
NN Buys, ww schoenlapper NN
Bommelaer, onder het gerecht Utrecht, d)
een huysinge gelegen wz Lange Nieuwstraet ontrent de
Brigittesteegh, belend ene zyde: Millo van
de Lindeboom, andere zyde: Hendrick
Siebeeck, onder het gerecht Utrecht, e) een
huysinge ende hoff gelegen oz Nieuwegraft, tusschen
de Wittevrouwebrug ende de Plompetoorn, met uytgang
in de Zeebeexsteegh of Molesteegh, belend zw
NN Breyer, nw nakomelingen van Jan
Stevense van Doorn, achter: erf van
NN Nelman, onder het gerecht Utrecht.
Naar Jan de Haen gaat een huysinge
cum annexis gelegen oz Nieuwegraft op de hoeck van
de Zeebeexsteegje ofte Molensteegje ontrent de
Plompentoorn, belend achter en zw N.N., wed.
NN Criex, nw Zeebeexsteegje of
Molensteegje, onder het gerecht Utrecht.[471]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Utrecht :[472]
-
aaa. Johanna
Terwe,
ged. Domk. 13-1-1665, ovl. 1712-1720, tr. 1o
voor 1701
Henrik vand
Sant,
ovl. 1701-1710, tr. 2o
voor 1710
Gerrid (Gerad)
Wessens,
ovl. na 1712.
Uit haar eerste huwelijk (vand Sant-Terwe):
-
aaaa.
Sebilla van de Sand,
ovl. na 1720, tr. vóór 1720
Jan de
Haen,
ovl. na 1733, zydeverver te Amsterdam (1730,
1733).
-
bbb.
Catharina Terwe,
ged. Domk. 16-9-1666, ovl. jong?
-
ccc.
Catharina Terwe,
ged. Catharinak. 30-11-1669.
-
ddd. Tomas
Terwe,
ged. Catharinak 30-11-1669, ovl. verm. voor 1701.
-
eee.
Jaquemina Terwe,
ged. Domk. 17-11-1671, ovl. jong? of is dit een
leesfout en is dit Segerina?
-
fff.
Johannes Terwe,
ged. Domk. 17-11-1671, ovl. verm. voor 1701.
-
ggg.
Jacomina (Jaquemijntje) Terwe (Terwen, Tarwe),
ged. Catharinak. 22-11-1674, beg. Utrecht 5-4-1734,
koopvrouw te Utrecht (1728), tr. Utrecht (Anthonie
Gasthuis) 14-6-1698 (get.
Harmen Wolf,
oom van de bruid en
Johannes
Tarwe,
vader van de bruid)
Johannes de
Visscher (de Visser),
ged. geref. Utrecht Jacobik. 12-5-1670, ovl.
1717-1720, koopman in lakenen, gemachtigd tot beheer
van de huizen van in Utrecht van zijn schoonmoeder
(1712), zn. van
Claes
Woutersz. de Visscher
en
Gisberta
(Gijsbertje) Lambert. de Wolf(f).
Op
5-4-1728 compareren te Utrecht ter ene zijde
Jacomina Terwe, coopvrouw
binnen Utrecht en wed. van Jan de Visser,
en ter ander zijde Jan de Visser,
haar onmondige zoon. Het betreft haar
toestemming tot diens huwelyk met Anna
Catharina Ackerman, dochter van
Johannes Ackerman en Willemina
Dollemans, te Rotterdam.[473]
Op
4-11-1730 compareert te Utrecht Jacomina
Terwen, wed. van Johannes
Visser, wonend te Utrecht voor het
maken van een codicil betreffende een
compensatie-regeling voor haar ongetrouwde
kinderen, waaronder haar zoon Lambertus
Visser, die nog extra wordt
geprelegateerd. Jan de Haan,
zydeverver te Amsterdam, wordt benoemd tot
executeur.[474]
Op
29-6-1733 testeert te Utrecht Jacomina
Terwen, coopvrouw te Utrecht en wed.
van Johannes de Visser op haar
kinderen. Haar neef Jan de Haan,
zydeverver te Amsterdam, wordt benoemd tot
executeur. Verwijzingen: voogdbenoeming d.d.
8-7-1718 voor notaris W. Verwey en codicil d.d.
4-11-1730 voor notaris C.F. Pronckert.[475]
Uit dit huwelijk 8 kinderen geref. gedoopt te
Utrecht (1700-1717).
-
hhh.
Segerina (Segertje) Terwen,
geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1720, tr. vóór 1694
(gescheiden van tafel en bed 19-7-1699)
Jan
Betrangh,
ovl. 1701-1710. Zij gaat na de scheiding blijkbaar
met haar kind weer bij haar moeder wonen.
Op
19-7-1699 compareren te Utrecht ter ene zijde
Jan Betrangh, geh. met
Segerina Terwe, en ter andere zijde
Segerina Terwe, geh. met
Jan Betrangh, geassisteerd met
Johannes Terwe, haar vader en
fabriquer in stoffen en geh. met Sibilla
Knippi, haar moeder. Zij scheiden van
tafel en bed onder de bepaling dat Jan
Betrangh jaarlyks ƒ 40,- zal betalen
voor alimentatie van hun kind Elisabeth
Betrangh. Verwijzing: testament d.d.
7-9-1694 voor notaris N. van Loosdrecht te
Amsterdam.[476]
Op
10-12-1704 compareren te Utrecht ter ene zijde
Sibilla Knippi, wed. van
Johannes Terwe, en ter ander
zijde Segerina Terwe, haar
dochter, gesepareerd van Jan Betrangh.
Het betreft een schuldbekentenis van ƒ 488,-
wegens bewezen diensten en lening. Zolang
Segerina Terwe en haar kind by
Sibilla Knippi wonen, zullen zy
kost, inwoning en f 100,- per jaar ontvangen.
Kwitantie wordt verleend op 1-10-1707.[477]
Uit zijn tweede huwelijk (Terwen-Aarts) geboren (o.a.?)
:
-
bb. Aachjen
Terwen,
ovl. na 1711.
-
cc. Cathalina
Terwen,
ovl. na 1694, tr. vóór 1694
Mattheus Noppen,
ovl. vóór 1694, tr. 2?) voor 1711, (niet bewezen)
Anselmus
van 's Heerenbergh,
ovl. na 1711.
-
dd. Zegerina
Terwen,
ovl. 1694-1711, tr. vóór 1694
Johannes van
Veen,
ovl. na 1711, sydereeder te Utreght (1711), Zij erven
van haar vader een huysinge ende erve aan de
Zirckzeeuwse Soutmaat, belend zz Wittevrouwerstraat te
Utrecht.
Op 9-9-1711
compareren te Utrecht ter ene zijde Johannes
van Veen, sydereeder te Utreght en wedr.
van Zegerina Terwen, dochter van
wijlen Thomas Terwen, en ter andere
zijde de erven van Zegerina Terwen,
met name Anselmus van 's Heerenbergh
x Catharina Terwen, Gerrid
Wessens x Johanna Terwen,
Segertje Terwen, wed. van
Jan Betrangh, Johannes de Visscher
x Jacomina Terwen, en Aagje
Terwen. Het betreft een uitkoop waarvoor
een huis De Zirikzeeuwse Soutmaet, belend zz
Wittevrouwenstraat, onderpand is voor een derde deel
van uitkoopsom, te betalen na overlyden van
Johannes van Veen. Verwijzingen: testament
d.d. 22-10-1694 voor notaris C. de Coole, codicil
d.d. 13-5-1700 voor notaris C. de Coole, scheiding
d.d. 13-2-1694 voor notaris P. Leechbruch.[478]
-
ee. Jacobus
Terwe,
geb. vóór ca. 1675, otr. Dordrecht 19-10-1698
Sijtje
(Zijgje, Sijchje) Makke/Terwe/Kreeck/Kregel
.
-
aaa. Thomas
Terwe,
ged. geref. Dordrecht 20-7-1699 (hier heet de moeder
Kreek).
-
bbb. Maria
Terwe,
ged. geref. Dordrecht 29-8-1701 (hier heet de moeder
Kreeck).
-
ccc.
Lijsbeth Terwe,
ged. geref. Dordrecht 22-9-1704 (hier heet de moeder
Kreeck).
-
ddd. Jacoba
Terwe,
ged. geref. Dordrecht 21-5-1707 (hier heet de moeder
Terwe).
-
eee.
Johannes Terwe,
ged. geref. Dordrecht 28-9-1709 (hier heet de moeder
Makka).
-
6.
Sebilla Henderickx Ter(u)wen,
jonge dochter van Dordrecht (1649), tr. Dordrecht gerecht/doopsgez.
20-5-/6-6-1649 (get.
Jacob Neering,
zijn goede bekende, en
Hester van Mollen,
de vrouw van
Jan van Halma,
haar zuster)(¥)
Eemant van de Sande,
jongman van Emmerich (1649).
|
COMMENTAAR(¥)
In Balen
[479] valt deze dochter niet te vinden.
Ook de getuige bij het huwelijk, de zuster
Hester van Mollen, is enigmatisch. Hoe zit
dit? |
Uit zijn derde huwelijk (Terwen-Verbeeck): (o.a.?)
-
7.
Hendrikje (Hendrina) Hendrickdr Terwe(n),
geb. 1623-1625, ovl. 1654-1661, jonge dochter (1654), tr.
Dordrecht gerecht/doopsgez. 26-5/21-6-1654 (get.
Willem van
Oosterwijck,
zijn zwager, en
Sebilla Verbeeck,
haar moeder)
Lodewij(c)k van de
Poel,
geb. Utrecht verm. ca. 1625, ged. Utrecht Doopsgez.
4-9-1647, ovl. Utrecht 2-10-1665 (dood aangegeven),[480]
jongman van Utrecht (1654), zn. van
Pieter van de Poel
en
Annechien Pieters van Ervervelt
(zie kw.
nr.
⇒ 2775
).
Voor nageslacht van dit echtpaar
zie kw. nr.
⇒ 2775
sub
e). s
-
b. Jacques Terwen,
geb. ca. 1589, ovl. Dordrecht 20-7-1636,
(=kw. nr.
2772).
-
c. (H)Ieronimus
Ter(u)we(n),
geb. vóór ca. 1590, ovl. Dordrecht doopsgez. 25-3-1638 ("Jeronimus
Teruwe,
diaken dienaar, sterft hier, zeer subijt"), koopman te
Dordrecht, betaalt ƒ 13 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een
huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man, 1 vrouw, 4 kinderen,
1 man en 2 vrouwen personeel,
[481]
betaalt in 1626 als
Jeronimus Terwe,
coopman, £ 16,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in het
Seste Quartier (beginnende in de Willem Oskenstraet aen de
Voorstraet tot aen Steechoversloot),[482]
is als
Jeronimus Terwen,
koopman en burger van Dordrecht, borg voor
Cornelis Matthijsz
Baelen,
zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht (1626),[483]
huw. get. (1623, 1637), voogd over de dochter Catelijn van
wijlen zijn broer
Henrick Tarwe
(1627), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1638),
tr. 1o
voor 1611[484]
Hester
Symons Bo(s)sch(a)ert,
ovl. 1611-1619, otr. 2o
Dordrecht gerecht 9-5-1619 (get.
Philips Teruwe,
en haar vader en moeder
Frans Ariensz (van
Dorsten)
en
Grietgen Jacobsdr
Kotermans))
Maeijken Fransdr (van
Dorsten),
ovl. na 1641, huw. get. (1635).
Op 2-10-1626
verkopen Melchior van de Broeck, schepen in
wette te Dordrecht en Dingman Beens, beiden
geordonneerde voogden van de weeskinderen van
Cornelis Jansz van Breda en zich sterk makende voor
Franchoijs Beens, mede voogd van voornoemde
kinderen, aan Jeronimus Terwen, koopman en
burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt den Witten
Engel, staande achter het stadhuis tussen het huis van
Jan Jansz van Dongen en Henrick van
Valckenberch. Waarborgen: Melchior van de
Broeck en Dingman Beens,
vervangende Franchoijs Beens. Kent betaald.
Promittit quitare. [485]
Op 19-4-1627
compareren te Dordrecht Grietken Jacobsdr,
als grootmoeder, en Jeronimus Terwe, als
oom van de drie onmondige weeskinderen van wijlen
Cornelis Anthonisz, voor zichzelf, en zich sterk
makende voor Cornelis van Dorsten, mede als
oom en voogd van genoemde weeskinderen, enerzijds en
Francoijs Geemansz, (vader van hierna te noemen
Aper Fransz) anderzijds. Comparanten verklaren dat tussen
hen geschil was ontstaan over de uitvoering van drie
testamenten, t.w. het testament gepasseerd door Aper
Fransz en zijn vrouw Digna Anthonisdr
op 22 sept. 1620 en de testamenten van wijlen
Corsken Apersdr en Tanneken Apersdr.
Om verdere onkosten en moeiten door procederen e.d. te
vermijden zijn comparanten door bemiddeling van hun
advocaten tot een overeenkomst gekomen. Frans
Geemansz zal in mei 1628 ten behoeve van de
weeskinderen een somma van 150 gl. aan de weeskamer
overdragen. Akte gecollationeerd op 20 juni 1627. [486]
Op 15-10-1641
compareert Maria Fransdr van Dorsten,
weduwe van Jeronimus Terwen, koopman te
Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan de
Armen van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht 600 gl. en
aan de Armen van de NG gemeente aldaar 200 gl. Aan zuster
Anneken Fransdr vermaakt zij een jaarlijkse
en haar leven lang durende uitkering van 30 gl.. Tot
erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt
ze haar drie kinderen Franchoijs Terwen,
Jacob Terwen en Margrieta Terwen.
Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan
Abraham Terwen, de halfbroer van voornoemde
kinderen en Philips Terwen en Jan
Fransz van Dorsten, hun ooms. [487]
Uit zijn eerste huwelijk (Terwen-Bosschert):
-
1.
Abraham Jeronimusz Ter(u)wen,
geb. 31-3-1611, ovl. Dordrecht doopsgez. 10-2-1674, beg.
Dordrecht Grote Kerk, huw. get. (1669, 1673), koopman te
Dordecht, tr. Dordrecht 8-8-1638[488]
Margrieta Kornelisdr (van) Balen,
geb. Dordrecht 2-9-1612, ovl. Dordrecht 18-8-1696, beg.
Dordrecht Grote Kerk, huw. get. (1651), dr. van
Cornelis
Matthijsz Balen,
zijdenlakenkramer, en
Elisabeth van
Dorsten.
Zerk in de Grote
Kerk van Dordrecht:[489] (niet vermeld in
Bloys[490] ):
"Hier r(us)t Abraham Terwen Ieronimuszoon
overleden de 10 febuarii 1674 out zynde (62?) jaren 10
maenden en (10?) dagen en Margarita Balen syn huisvrouw
overleden den 18 augustus 1696 oud zynde 83 jaare(n) 11
maanden en 15 dagen:"
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Hester
Ter(ru)we,
ovl. 1700/01, jonge dochter van Dordrecht (1669), woont
te Utrecht (1679..1686), coopvrouw te Utrecht (1700),
otr./tr. 1o
Dordrecht gerecht/doopsgez. 8-8/2-9-1669 (get.
Abraham
Terwen,
haar vader, voor hem
Chrispijn van
Outgaerden
"uit de Achten van Dordrecht"),[491]
Cornelis Hoor(e)ns,
ovl. 1669-1679, jongman van Utrecht (1669), coopman te
Utrecht, tr. 2o
Amsterdam 29-12-1686[492]
Pieter Noordijk,
ovl./beg. Amsterdam 20/26-11-1708, koopman te Utrecht
(1697), doopsgez. leraar te Utrecht (1699), te Amsterdam
(1703), zn. van
Pieter Noordijk
en
Martina
Oillaerts.
Hij hertr. 1703.
Collectie
Balen: "Eersang op het gewenschte houwelick van de
begaefde discrete jongman Sr Cornelis
Hoorens, bruydegom, en de eerbare
deughtrijcke juffrouw juffr. Hester Terwen,
bruyt, echtelick versamelt op den 1e sept. des jaers
1669". Door L. van Vos, Non est
mortali quod opto en P. van Bracht,
gedrukt te Dordrecht bij Nicolaes de Vries.
[493]
Op 1-11-1679
compareren te Utrecht ter ene zijde Johannes
Andries, coopman, en Hester Terwe,
wed. van Cornelis Hoorns, in leven
coopman te Utrecht, en ter andere zijde
Willem Oortman, wonend te 's-
Hartogenbossche. Het betreft een procuratie om
gelden te innen van Willem Peterss
als erfgenaam of medeerfgenaam van Anthonis
Peterss, in leven lakenkoopman in Lienden.[494]
Op
28-10-1684 compareert te Utrecht Hester
Terwe, wed. van Cornelis Horens,
wonend te Utrecht om procuratie te verlenen aan
Johan Beeckman, procureur te 's
Gravenhage, tot het voeren van proces tegen kapitein
NN Lamy.[495]
Op 30-3-1685
compareert te Utrecht Hester Terwe,
wed. van Cornelis Horens, wonend te
Utrecht, om procuratie te verlenen aan
Fredrick van Schorrenbergh, procureur te 's
Gravenhage, om kapitein NN Lamyn
rechtens te vervolgen, vanwege schulden.[496]
Op 17-3-1687
compareren te Utrecht Piter Noordyck
x Hester Terwe, wonend te Utrecht.
Zij benoemen de langstlevende tot voogd over hun
onmondige kinderen.[497]
Op 10-4-1697
compareren te Utrecht Piter Noortdyck,
coopman, x Hester Terwe, wonend te
Utrecht om procuratie ter verlenen aan NN, om, voor
de rekenkamer van Rotterdam, een verklaring af te
leggen vanwege het collateraal. Hester Terwe,
is medeerfgename van haar moeder Margareta
Balen, in leven wed. van Abraham
Terwe, koopman te Dordrecht.[498]
Op 9-3-1700
compareert te Utrecht Hester Terwe,
coopvrouw, geh. met Piter Noordyk,
wonend te Utrecht, om procuratie te verlenen aan
Piter van Pelt, coopman te Buiren,
om een vordering by Margareta van Leuwen,
genaamd Margareta van Heimbach, te
innen.[499]
Op
21-07-1701 compareren te Utrecht Piter
Noordyk, wednr. van Hester Terwe,
wonend te Utrecht, en Daniel Hoorens
Cornelissoon, coopman te Amsterdam.
Eerstgenoemde benoemt laatstgenoemde tot voogd over
zyn onmondig kind Piter Noordyk.
Daniel Hoorens Cornelissoon
accepteert de voogdy. Verwijzing: voogdbenoeming d.d.
17-3-1687 voor notaris H. van Hees.[500]
-
bb. Lijsbeth
(Elisabeth) Ter(u)wen,
geb. Dordrecht, jonge dochter wonend te Dordrecht
(1673), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 12-10-1673/okt.
1673 (get.
Arien Jacobs
Morre,
zijn vader,
Abraham Teruwen,
haar vader)
Jacob Morre,
geb. Dordrecht, jongman van Dordrecht (1673).
-
cc. Marija
Abrams Terwen(¥),
jonge dochter van Dordrecht (1681), tr. Dordrecht
doopsgez. 23-11-1681
Jacobus
Verbrugge,
weduwnaar van Rotterdam (1681).
COMMENTAAR(¥)
Wie is:
Maria Terwe, geb. vóór ca.
1655, tr. vóór 1674 Jan van Breda.
-
1.
Johannes van Breda,
ged. geref. Dordrecht 1-10-1674.
|
-
2.
Sijmon Jeronimus Teruwe,
ovl. Dordrecht doopsgez. 24-9-1635. Hij zou mogelijk ook een
zoon uit het tweede huwelijk kunnen zijn.
Uit zijn tweede huwelijk (Terwen-van Dorsten):
-
3.
Franc(h)oijs Terwen(¥),
ovl. Dordrecht doopsgez. 15-9-1668 ("Fransoijs
Terwen,
diaken dienaar"), betaalt als
Frans Terwen,
twijnder, 20 ponden (doorgehaald en vervangen door 15 ponden,
met de aantekening "bij doleantie") 200e penning (1653),[501]
koopman te Dordrecht (1666), diaken van de Doopsgezinde
gemeente te Dordrecht (1665), tr. vóór 1659
Susanna (Susanneken)
van Hoorn (Horen),
ovl. Dordrecht doopsgez. 8-6-1686 ("Susanneken
van Horen,
weduwe van
Francois Terwen"),
burgeres van Dordrecht (1676, 1677), zet na de dood van haar
echtgenoot diens twijnderij voort.
COMMENTAAR(¥)
Wie is:
Maeijke France Terwen, ovl.
genoteerd Dordrecht doopsgez. 9-2-1663 ("overleden
te Haarlem"). |
Weeskamer
Dordrecht: extract uit het testament van
Francoijs Terwen en zijn weduwe Susanna
van Horen, gepasseerd voor notaris Johan Cop (wiens
protocollen niet bewaard zijn gebleven) op 31 dec. 1659
en gecollationeerd op 16 okt. 1668: zij hebben elkaar
tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemd.
[502]
Weeskamer
Dordrecht: extract van het testament van Susanna
van Hoorn, weduwe van Francois Terwen,
burgeres van Dordrecht, op 28 juni 1677 gepasseerd voor
notaris J. Hellu te Dordrecht, gecollationeerd op 3 sept.
1686. [503]
Op 28-6-1677
compareert Susanna van Hoorn, weduwe
van Franchois Terwe, burgeres van
Dordrecht. Zij herroept eerdere testamenten, codicillen
etc. Aangezien haar zoon Jeronimus Terwe
nog onmondig is, wil zij dat terstond na haar overlijden
voor hem "veniam aetatis" wordt verzocht, opdat hij
zonder bemoeienis van anderen handel kan drijven. Tot
erfgenamen benoemt zij haar vier kinderen, bij haar
verwekt door Franchois Terwen. Zij
legateert aan haar zoon Jeronimus haar twijnmolens,
alsmede de schalen, kisten en gewichten en al hetgeen
tot de twijnderij behoort. Aan de Armen van de
Doopsgezinde gemeente van Dordrecht legateert zij 400
gl. Aangezien haar oudste dochter (Levijna Terwe)
bij huwelijk een "behoorlijke" uitzet heeft gekregen,
wil zij, dat haar overige kinderen elk uit haar boedel
een somma van 1600 gl. zullen ontvangen. Zij benoemt tot
voogden haar broer Willem van Hoorn en
haar zwager Johannes Terwen. Comparante
tekent met haar naam. [504]
Weeskamer
Dordrecht: Testament van Susanna van Hoorn,
weduwe van Francois Terwe, burgeres van
Dordrecht, gepasseerd voor not. Johannes Hellu op 12 nov.
1683: zij bekrachtigt het testament gepasseerd voor
dezelfde notaris op 28 juni 1677, behalve dat zij in de
plaats van haar inmiddels overleden broer Willem
van Hoorn en haar zwager Johannes Terwe
nu tot voogden benoemt haar zoon Jeronimus Terwe
en haar twee "zwagers" (schoonzoons!) Lodewijck
Terwe en Jan Welsingh
(getrouwd met Maria Terwen Fransdr).
[505]
Op 21-5-1715
compareren Levina Terwen, weduwe van
Lodewijck Terwen, Jeronimus
Terwen, voor zichzelf en vervangende
Jan Welsingh, koopman te Amsterdam, als
echtgenoot van Maria Terwen en
Adriaen op de Camp, als echtgenoot van
Maria Terwen, allen kinderen en kleinkind van
Susanna van Horen, weduwe van
Francois Terwen. Zij verklaren, dat zij in
gemeenschappelijk bezit hebben gehad een pakhuis in de
Oude Breestraat, staande schuin tegenover de
Lombardstraat, tussen het huis van Abram
Bossaelaer metselaar en dat van
Cornelis Verhouven bakker, welk pakhuis in jan.
1705 door hen is verkocht en aangenomen door
Jeronimus Terwen voor een bedrag van 475 gl. 13
st. en 8 penn., waarvan ieder van hen comparanten een
vierde deel ofwel een somma van 118 gl. 18 st. en 6 penn.
heeft gekregen. [506]
Uit dit huwelijk (vier kinderen in leven 1677):
-
aa. Jeronimus
Terwe,
geb. na 1652? (in 1677 nog onmondig), ovl. 1715-1722,
voor ¼ eigenaar van een pakhuis in de Oude Breestraat
(1705),s koopman te Dordrecht (1709), aangewezen als
executeur-testamentair in het testament (1709) van zijn
achternicht
Jannetje Terwe
(zij noemt hem "neef"
zie kw. nr.
⇒
1773
sub a/3).
Op 21-5-1715
compareren Levina Terwen, weduwe
van Lodewijck Terwen,
Jeronimus Terwen, voor zichzelf en
vervangende Jan Welsingh, koopman
te Amsterdam, als echtgenoot van Maria
Terwen en Adriaen op de Camp,
als echtgenoot van Maria Terwen,
allen kinderen en kleinkind van Susanna van
Horen, weduwe van Francois Terwen.
Zij verklaren, dat zij in gemeenschappelijk bezit
hebben gehad een pakhuis in de Oude Breestraat,
staande schuin tegenover de Lombardstraat, tussen
het huis van Abram Bossaelaer
metselaar en dat van Cornelis Verhouven
bakker, welk pakhuis in jan. 1705 door hen is
verkocht en aangenomen door Jeronimus Terwen
voor een bedrag van 475 gl. 13 st. en 8 penn.,
waarvan ieder van hen comparanten een vierde deel
ofwel een somma van 118 gl. 18 st. en 6 penn. heeft
gekregen. [507]
Op 6-1-1722
compareren Levina Terwen, weduwe en
boedelhoudster van Lodewijck Terwen,
koopman te Dordrecht en Cornelis Terwen,
mede koopman wonende te Dordrecht, als executeur van
het testament van wijlen Jeronimus Terwen,
koopman te Dordrecht, en als last hebbende van
Jan Welsing Isaacszoon, koopman te
Amsterdam, getrouwd met Maria Terwen
en nog als last hebbende van Jan Welsing
Isaacszoon en Francois Welsingh,
als executeurs van het testament van
Jeronimus Terwen, volgens procuratie
gepasseerd op 31 dec. 1721 voor de Amsterdamse
notaris Pieter Schabaalje. Zij verkopen aan mr.
Pieter van der Dussen, schepen in
wette en oudraad te Dordrecht, een pakhuis met
toebehoren in de Oude Breestraat, staande tussen het
huis van Abraham Bosselaar
meester-metselaar en dat van bakker Van der
Heul, voor 410 gl. [508]
-
bb. Levyna
Fransdr Ter(u)we(n),
geb. Dordrecht 1657, ged. Dordrecht doopsgez. en lidmaat
8-11-1675, ovl. Dordrecht doopsgez. (ingeschreven)
30-8-1729, beg. Dordrecht Grote Kerk 16-8-1729 ("op de
Voorstraat, bij de Ruijtestraat, met koetsen, 8 boven de
ordinaere", laat kinderen na, krijgt de eerste boete (wegens
het begraven met meer koetsen dan wettelijk was
toegestaan), jonge dochter van Dordrecht (1676), voor ¼
eigenaar van een pakhuis in de Oude Breestraat (1705),
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 8-1/2-2-1676 (get.
zijn vader
Cornelis Teruwe,
haar moeder
Susanna van
Hoorn,
weduwe van
Francois Teruwe)
haar achterneef
Lodewij(c)k
Ter(u)we(n),
geb. Dordrecht, ovl. 1714-1719, zn. van
Kornelis
Ter(u)wen
en
Segerina (Segertje)
Verbee(c)k
(zie
kw. nr.
⇒
2773
sub b/2 ook voor
verdere gegevens van dit echtpaar).
-
cc. Maria
Fransdr Terwen,
geb. ca. 1660, ovl. 1729-1732, jonge dochter van
Dordrecht (1682), voor ¼ eigenaar van een pakhuis in de
Oude Breestraat (1705), tr. Dordrecht doopsgez.
11-1-1682
Jan Isaacszoon
Welsingh,
ovl. 1722-1732, jongman van Amsterdam (1682), koopman te
Amsterdam (17151722).
Op 21-5-1715
compareren Levina Terwen, weduwe
van Lodewijck Terwen,
Jeronimus Terwen, voor zichzelf en
vervangende Jan Welsingh, koopman
te Amsterdam, als echtgenoot van Maria
Terwen en Adriaen op de Camp,
als echtgenoot van Maria Terwen,
allen kinderen en kleinkind van Susanna van
Horen, weduwe van Francois Terwen.
Zij verklaren, dat zij in gemeenschappelijk bezit
hebben gehad een pakhuis in de Oude Breestraat,
staande schuin tegenover de Lombardstraat, tussen
het huis van Abram Bossaelaer
metselaar en dat van Cornelis Verhouven
bakker, welk pakhuis in jan. 1705 door hen is
verkocht en aangenomen door Jeronimus Terwen
voor een bedrag van 475 gl. 13 st. en 8 penn.,
waarvan ieder van hen comparanten een vierde deel
ofwel een somma van 118 gl. 18 st. en 6 penn. heeft
gekregen. [509]
Uit dit huwelijk (ouders Doopsgezind):[510]
-
aaa. Helena
Welsingh,
geb. Amsterdam 15-10-1682.
-
bbb.
Francois Welsingh,
geb. Amsterdam 9-4-1684, ovl. na 1732.
-
ccc. Zusanna
Welsingh,
geb. Amsterdam 7-6-1687
-
ddd.
Geertruijd Welsingh,
geb. Amsterdam 2-10-1689.
-
eee. Josina
Welsingh,
geb. Amsterdam 8-8-1695.
-
fff. Maria
Welsingh,
geb. Amsterdam 3-12-1697.
Op
4-3-1732 compareren Jan van Delwijn,
burger van Dordrecht, als procuratie hebbende
van Francois Welsingh en
Jan Walijen, "als vermits het
executeren van Heer Lodewijk Vermande
alleen aangestelde Executeurs" van het testament
van wijlen Maria Terwe, in haar
leven weduwe van Jan Welsingh Isaacsz,
gepasseerd voor de Amsterdamse notaris Isaacq
Costerus op dec. 1729, beiden wonende te
Amsterdam, volgens procuratie gepaaseerd voor
notaris Costerus op 11 febr. 1732. Zij verkopen
in die hoedanigheid aan Cornelis Terwe,
koopman te Dordrecht, de helft van zeker huis en
erf, aan de weduwe Welsingh
toebedeeld uit de boedel van wijlen
Jeronimus Terwen, staande en gelegen op
de Groenmarkt tussen het huis van de weduwe van
burgemeester Hoeufft en het
gewezen huisje, "nu reets vertimmert", van
Maria Leendertsdr Vinck,
waarvan de wederhelft toebehoort aan koper.
Verkopers verklaren van de kooppenningen vandien,
zijnde 2000 gl., voldaan te zijn met gereed en
contant geld. [511]
-
dd. Josyna
Terwen,
geb. vóór ca. 1670, ovl. vóór 1713, j.d. van en wonend
te Dordrecht (1692), otr./tr. Rotterdam stadstrouw
12/27-4-1692, otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez.
10-4/4-5-1692 (get.
Laurens Terwen,
zijn broer,
Jeronimus Terwen,
haar broer)
Hendrik Terwen
(senior),
geb. Dordrecht vóór ca. 1670, ovl. 1698-1709, j.m. van
Dordrecht, woont te Rotterdam (1692), was te Rotterdam
in 1693 diaken en in 1698 ouderling van de Vlaamsche
Doopsgezinde Gemeente, zn. van
Jacques Terwen
en
Maria Laurensdr
(van) Eppenhof
(zie
kw. nr.
⇒
2773
sub a). Voor
verder nageslacht van dit echtpaar
zie kw. nr.
⇒
2773
sub a/6.
-
4.
Jacob Ter(u)we(n),
ovl. 1641-1675, tr. vóór 1676
Josina (Josijntie)
Cornelisdr van Hoorn,
ovl. na 1676, wonende te Dordrecht (1675), wonende te
Emmerich (1676). Zij hertr. Dordrecht gerecht/doopsgez.
3/19-5-1675 (zij geasst. met
Cornelis Teruwe)
Salomon van Wijlick,
weduwnaar van Emmerich.
Uit dit huwelijk (Terwen-van Hoorn) kinderen in leven
1676.
Op 23-4-1676
compareren Susanna van Hoorn,
weduwe van Franchoijs Teruwen,
burgeres van Dordrecht, als procuratie hebbende van
Josina van Hoorn, eerder weduwe van
Jacob Teruwen en nu getrouwd met
Salomon van Wijlick, wonende te
Emmerich, mede als moeder en voogd van haar kinderen
en tevens last hebbende van Margrieta
Teruwen, weduwe van Philips van
Caseel, en wonende te Haarlem, volgens
procuratie gepasseerd voor notaris J. Geraers te
Haarlem op 8 april 1676, mitsgaders
Margrieta van Balen, weduwe en erfgename
van Abraham Teruwe, samen
erfgenamen van voornoemde Jacob Teruwen,
resp. hun broer en zwager. Zij verkopen aan
Hendrick van den Santheuvel, oud-magistraat
van Dordrecht, een huis en erf achter het stadhuis,
genaamd "het Lam", staande tussen het huis van
Sophia van Wesel en dat van
Pieter Jurriaens, met nog een huisje
daarachter in zekere gang, uitkomende in de
Breestraat, voor 5000 gl. contant. [512]
-
5.
Margrieta Ter(u)wen,
ovl. na 1676, jonge dochter (1653), wonende te Haarlem
(1676), huw. get. (1672), tr. Dordrecht doopsgez. 6-4-1653
Flips
van Kaseel,
ovl. 1653-1676, jongman van Haarlem (1653).
-
6.
Johannis Terwe,
geb. Utrecht, ovl. na 1677, jongman wonende te Utrecht
(1666). otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 1/24-10-1666
(get. zijn neef
Cornelis Terwe,
pondgaarder te Dordrecht,
Willem van Hoorn,
koopman te Amsterdam, en
Franchois Terwe,
koopman te Dordrecht, resp. haar broer en zwager)
Levijnna de
Grae(d)t,
geb. Haarlem, jonge dochter wonende te Dordrecht (1666).
-
d. Elizabeth Jacques
Terwendr,
geb. vóór ca. 1585, ovl. 1603/04, otr. Dordrecht gerecht
12-6-1603 (get.
Heijltken Henricxdr,
haar moeder, en
Lieven Neering
de man van zijn zuster)
Boudewijn Segers (Taijaert),
ovl. Dordrecht doopsgez. 23-9-1661 (als
Boudewijn Taeijert),
knoopmaker, jongman van Gent (1603), weduwnaar van Gent wonende
te Dordrecht (1604), kramer (1607). Hij hertr. 1o
Dordrecht gerecht 11-11-1604
Neeltken Jacobsdr
Cotermans,
en hertr. 2o
Dordrecht gerecht 17-5-1607
Cornelia Gerrits van
Bilaerdochter.
-
e. Janneken Jacobsdr
Terwen,
geb. vóór ca. 1590, jonge dochter wonende te Dordrecht (1612),
otr. Dordrecht gerecht (onderscheiden gezindten) 22-3-1612 (get.
voor haar
Aechtken Jacobsdr. van
Wesel,
voor hem
Henrick Terwen)
Pieter
Jansz,
blauwercker van Haarlem (1612).
-
f. Lijntgen Jacobsdr
Ter(u)we(n),
geb. vóór ca. 1595, jonge dochter wonende te Dordrecht (1616),
otr. Dordrecht gerecht (onderscheiden gezindten) 7-7-1616 (get.
voor haar
Jannigen Cornelisdr,
vrouw van
Jaecques Teruwe,
voor hem
Hendrick Teruwe)
Isack
Ariensz,
weduwnaar van Oud-Beijerland (1616).
-
g. Philips Terwen
(Tarwe),
geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1646, betaalt ƒ 5 hoofdgeld (1622)
als eigenaar van een huis aan de Wijnstraat, bewoond door 1 man,
1 vrouw, geen kinderen,
[513]
aangewezen als voogd over de kinderen uit het tweede huwelijk
van zijn broer Jeronimus (1641), tr.eedt op als leenheffer voor
de hoofdmannen van het hospitaal te Dordrecht 14-12-1646.[514]
-
h. Sara Terwe,
geb. vóór ca. 1600,
filiatie niet bewezen,
otr. Dordrecht 20-12-1620
Jan Bastiaensen,
vermoedelijk identiek met
Jan Bastiaensse,
schrijnwercker, betaalt in 1626 £ 2,-- 1000e penning te
Dordrecht voor een huis int Steechoversloot.[515]
-
1.
Cornelis Jans,
ged. geref. Dordrecht 1-3-1623.
-
2.
Claerke Jans,
ged. geref. Dordrecht 1-2-1625.
-
3.
Abraham Jans,
ged. geref. Dordrecht 1-1-1629.
-
4.
Marijken Jans,
ged. geref. Dordrecht 1-10-1631.
-
i. Grietke Terwe,
geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1626
filiatie niet bewezen,
aangeslagen in 1626 als "de weduwe van
Claes Jacobs
timmerman, nijet quotisabel" (inschrijving daarom doorgehaald),
voor £ 2,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis "omme de
houck van de Nieubreestraet naer 't Bagijnhoff" ,[516]
otr. Dordrecht 8-5-1605
Claes Jacobsz,
ovl. 1606-1626, timmerman.
-
1.
NN Claes,
ged. geref. Dordrecht 1-4-1606 (naam van het kind niet
genoemd).
5546.
CORNELIS JANSZ(¥),
ovl. Dordrecht doopsgez. 3-6-1633 ("Cornelis
Jansz,
diaken dienaar", van Dordrecht, kuiper (1592-1608), azijnmaker
(1602-1633), tr.eedt op als voogd over het weeskind van zijn broer
Pieter Jansz
(1610-1618), diaken bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht,
betaalt in 1626 als
Cornelis Jans,
asijnmaecker, £ 26,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in
het Thiende quartier beginnende vant Vischcoopershuijs op de Cleijne
Vischmerckt tot den huijse ende brouwerije genaempt de Seven Sterren
aen wedersijden vande Voorstraet,[517]
tr. 2o
vóór ca. 1600[518]
NN,
otr. 3o
Dordrecht (schepenen) 13-5-1605[519]
PIETERKE
PIETERSDR,
j.d., wonende te Dordrecht, dr. van
Pieter NN
en Lijsbeth
Gielisdr,
tr. 4o
voor 1614[520]
GOOLKEN
JANSDR, ovl.
Dordrecht 29-3-1640, huw. get. (1614, 1632), otr. 1o
Dordrecht (schepenen) 22-10-1592[521]
5547.
TRIJNTJE THONISDR REPELAER, geb. vóór ca. 1570, ovl.
1596-1605, van Dordrecht.
| COMMENTAAR(¥)
Volgens ms. Terwen[522] "bijgenaemt 't Geusje
(...) zijnde 't Geusje een bijnaam aan sijn vader gegeven in
de tijd van de Spaense Inquisitie, als wanneer enige burgers
bijeen waeren, die ondereen uytriepen, indien ymand Geus wil
worden die steek sijn vingeren op, en omdat dese Kornelis
sijn vader d'eerste was, gaf men hem de bynaem vant Geusje."
Echter, "Met de bijnaam 't Geusje werd hij overigens niet
aangetroffen en het lijkt onwaarschijnlijk dat deze op hem
betrekking heeft, dit naar zijn geschatte leeftijd gerekend.
Hij trouwt nl. in 1592 en het hier bedoelde voorval zal,
voor wat Dordrecht betreft, voor 1572 moeten hebben
plaatsgehad."[523] |
|
Wapen Repelaer (voor de adelsverheffing
van 1816) : In groen een zilveren lepelaar, bek en poten van
goud. Helmteken: de lepelaar tussen een vlucht, rechts groen,
links zilver. Dekkleden: zilver en groen.[524]
|
1594. In de Kleine Spuistraat:
Cornelis Jansz, kuiper, huurt van de erfgenamen
van Reijer Jacobz.[525]
25 jan. 1597. Adriaan, Huich en Herman Repelaer
Anthoniszonen, Cornelis Jansz, als man
en vooogd van Trijntge Repelaers Anthonisdr en
Anthonis Arentsz als man en voogd van
Heijltge Repelaer Anthonisdr, zich sterk makende voor
Marijcke Repelaer Anthonisdr, allen erfgenamen
van Aechge Anthonisdr. Repelaer, transporteren
aan Anthonis Willemsz, wijnkoper, de helft van
een huis c.a., genaamd De Gouden Leeuw, staande over de Tolbrug,
aan de poortzijde te Dordrecht, tussen het huis van
Jacob van Diemen en dat van Jacob Govertsz,
verkopers aangekomen door de dood van Aechge Anthonisdr.
(Repelaer) voornoemd, van welk huis de genoemde
Anthonis Willemsz de andere helft bezit.[526]
30 maart 1602. Cornelis Jansz, azijnmaker,
koopt van Aert Reyniersz c.s. een huis, staande
in de Kleine Spuistraat te Dordrecht, tussen het huis van
Cornelis Pietersz, stebode (stadsbode) en dat
van Laurens de spelmaker, alsmede een ledig erf,
daar tegenover gelegen, waarop de genoemde Cornelis
Jansz tegenwoordig azijn maakt.[527]
5 Jan. 1605. Olivier van de Vinck, procuratie
hebbend van Frans Theunisz, wijnkoper, en
Maritgen Theunisdr (Repelaer), echtelieden,
verbindt ten behoeve van Cornelis Jansz,
azijnmaker, de erfenis, die de genoemde Frans Theunisz
is aangekomen door het overlijden van Aechtgen Thonisdr
(Repelaer), die huisvrouw was van Theunis
Willemsz, wijnkoper, evenals de besterfenis die deze
laatstgenoemden is aangekomen door het overlijden van
Heyltgen Thonisdr (Repelaer), die huisvrouw was van
Thonis Adriaansz, pontgaarder, beiden zusters
van de genoemde Maritgen Thonisdr (Repelaer),
wegens 694 gl. van geleverde wijn, die Frans Theunisz
aan Cornelis Jansz schuldig is.[528]
1 maart 1607. Thonnis Ariensz, pontgaarder, die
getrouwd is geweest met Helena Anthonisdr Repelaer,
verklaart dat zijn vrouw, in haar testament van 18 juni 1604
voor notaris Balis, aan haar broeders, en zusters 600 gl. had
gelegateerd. Daarom verkoopt hij aan Adriaan Repelaer
Anthonisz, zijn zwager, voor diens portie die hem in
deze 600 gl. toekomt. 7 car. gl. losrente op een huis c.a.
staande op de hoek van de Pelsebrug te Dordrecht, tussen deze
brug en (het huis van) Maarten Balen, met
gelijke brief op Hugo Repelaer, Herman
Repelaer, de nagelaten kinderen van Marijke
Repelaer, verwekt bij Frans Anthonisz,
en op Cornelis Jansz als getrouwd hebbend
Trijntken Repelaer.[529]
4 mei 1608. Cornelis Jansz, kuiper, koopt van
Fransken Alewynsdr., weduwe van Gerard Jansz,
molder. een huis c.a. staande op de hoek van de Grote Spuistraat
(en de Voorstraat) te Dordrecht, tussen het huis van
Theunis Cornelisz, schoenmaker, en 's Herenstraat.[530]
17 nov. 1610. Adriaan Repelaer Anthonisz,
schepen in wette, en Hugo Repelaer Anthonisz,
voor zichzelf en als ooms en bloedvoogden van de nagelaten
weeskinderen van Catharina Repelaer Anthonisdr,
verwekt bij Cornelis Jansz, azijnmaker, en mede
voor het nagelaten weeskind van Herman Repelaer
Anthonisz zaliger, Cornelis Jansz,
azijnmaker, als actie en transport hebbend van Frans
Anthonisz, te samen voor de ene helft, en
Quintijn Pietersz van der Velde, bakker, en
Pieter Albertsz, hoedenmaker, voor zichzelf en tevens
vervangende en zich sterkmakende voor Janneken Meeusdr,
weduwe van Hans Wilder, Aaltgen Meeusdr,
weduwe van Frederick van Dousburch en eveneens,
voor de achtergelaten kinderen van Willem Meeusz,
voor de andere helft, allen erfgenamen van zaliger
Thonis Willemsz, in leven wijnkoper te Dordrecht,
verkopen aan Geerit Veder, een huis c.a. waar
uithangt Gulick, staande bij de Tolbrug aan de landzijde te
Dordrecht, tussen het huis van Jan de Braemaecker
en dat van Gilles van Luffelen.[531]
12 okt. 1612. Inventaris van de nalatenschap van Herman
Repelaer, weduwnaar, koopman, overleden 21 nov. 1609.
Aldaar, op blz. 175: Cornelis Jansz, azijnmaker
alhier "compt goet p. obligatie" van 500 gl. hoofdsom en van
intrest 8 gl. 7 st., te samen 508 7 st. [532]
15 juni 1613. Cornelis Jansz, azijnmaker, voor
zichzelf voor drie-vierde deel en als oom en voogd van het
weeskind van Pieter Jansz, zijn broeder, en
Adriaan Cornelisz, als behuwdoom van dit
weeskind voor een vierde deel, verkopen aan Arien
Huigensz, kuiper, een huis c.a., staande in de
Vriesestraat te Dordrecht. tussen de Ploegkapel en het huis, van
Cornelis Jansz en het weeskind, beiden
voorgenoemd, elk voor een gelijk deel aan de andere zijde.[533]
9 okt. 1623: Crispijn van Outgaerden voor
zichzelf, Jan Ariensz, steenhouwer, mede voor
zichzelf en als vervanger van zijn broers en zusters, verkopen
aan Cornelis Jansz, azijnmaker, twee-derde
delen in een vierde deel van een geheel huis c.a., genaamd Het
Avontmael, waarvan de koper de overige delen reeds bezit,
staande in de Vriesestraat te Dordrecht, tussen het huis van
Maarten Thonisz en dat van Aafken
Hermansdr.[534]
13 okt. 1632. Testament van Cornelis Jansz,
azijnmaker, en Gooltgen Jansz, echtelieden. Hij
noemt zijn jongste zoon, Cornelis Cornelisz van der Fles
en zijn vooroverleden zoon Thonis Cornelisz die
gehuwd was met Mayke Dirksdr (van Oosterwijk).
Zij noemt haar beide kinderen: Claus Cornelisz (van der
Fles) en Cornelis Cornelisz (van der Fles).
Zij stellen tot voogden: Jan Cornelisz (Vijgenboom),
voorzoon, en Jacques Terwen, zwager (lees
schoonzoon) van de testateur.[535]
4 april 1634. Scheiding van de nalatenschap van Cornelis
Jansz zaliger. Jan Cornelisz (Vijgenboom),
Jacques Terwen getrouwd met Janneke
Cornelisdr, voor zichzelf en als voogden over
Cornelis Cornelisz (van der Fles), onmondig weeskind
van Cornelis Jansz zaliger en Goolken
Jansdr, echtelieden, alsmede over Dirk Theunisz
(van Oosterwijk), nagelaten weeskind van zaliger
Theunis Cornelisz en Mayke Dirksdr (van
Oosterwijk), echtelieden, en Nicolaas Dirksz
(van Vianen), getrouwd met Heyltgen Cornelisdr,
alsmede Nicolaas Cornelisz (van der Fles) als
vervanger van Willem Dirksz van Oosterwijk die
getrouwd is met Pieterke Cornelisdr, allen
kinderen en erfgenamen van zaliger Cornelis Jansz.
Jan Cornelisz (Vijgenboom) verkrijgt het huis
c.a. staande in de Kleine Spuistraat, tussen het huis van de
erfgenamen van Cornelis Pietersz, stadsbode, en
dat van wijlen Laurens de spelmaker.
Nicolaas Dirksz (van Vianen) verkrijgt het huis,
genaamd Het Avontmael, staande in de Vriesestraat, tussen het
huis van Maarten Thonisz kuiper. en dat van
Cornelis Jansz, huistimmerman. Nicolaas
Cornelisz (van der Fles) verkrijgt het huis genaamd De
Asijnfles, staande op de hoek van de Grote Spuistraat (en de
Voorstraat), belend door de Spuistraat en het huis van
Cornelis Burgers, met de azijnplaats daartoe behorende,
gelegen in de Kleine Spuistraat, tussen de stadsgracht of gemene
gang en het huis van Jan van der Burch.
[536]
Uit zijn eerste huwelijk (Jansz-Repelaer) geboren [537]
[538] (te Dordrecht?) :
- a. Jannetje
Cornelisdr, (=kw.
nr.
2773).
- b. Thonis
Cornelisz, geb. 1592-1600, ovl. Dordrecht
18-1-1625, betaalt als azijnmaker ƒ 6 hoofdgeld (1622) als
eigenaar van een huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man, 1
vrouw, [539] tr. vóór 1622[540]
Mayke Dirksdr van Oosterwijk, ovl. na 1626(¥),
betaalt als wed. van Thonis Cornelis,
asynmaecker, 18 lb 15 s. hoofdgeld (1626) ("1626: Wederom inde
Stadt, de wed. van Thonis Cornelis asynmaecker 18 lb 15 s.)[541]
betaalt in 1626 als de weduwe van Teunis Cornelis,
asijnmaecker, £ 6,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in
het Elffde quartier beginnende vande Vuijlpoort tot aende Seven
Sterren aen wedersijden inde Voorstraet,[542] Zij
hertr. Dordrecht gerecht 31-12-1625 Jan Nering.
| COMMENTAAR(¥)
Zou zij identiek zijn met Marijken Dirickxz van
Vijane, ovl Dordrecht doopsgez. 16-1-1627.
|
vul aan NL
- c. Heiltje
Cornelisdr, geb. 1592-1605, ovl. Dordrecht
2-1-1649, "daer de Vsanens uyt syn"[543], j.d. van
Dordrecht, winkelierster ald, tr. Dordrecht (schepenen)
23-5-1624[544] Claas Dirksz. (van Vianen),
ovl. Vianen 29-1-1639 (Dgz. overlijdensregister Dordrecht: "29
jan. 1639 Claes Dirickxsz, Dienaar in het Woord,
overleden te Vianen"), koopman, twijnder, bakker, dienaar in het
Woord bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht,[545]
betaalt als twijnder ƒ 6 hoofdgeld (1622), 11 lb. 5 s. (1626),
als eigenaar van een huis in de Voorstraat bij de Vuilpoort,
bewoond door 1 man, 1 vrouw, 1 vrouw personeel,[546]
betaalt in 1626 als Claes Dircxs Abspeuij (!),
£ 4,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in Voorstraet
beginnende van de steijger over de Seven Sterren, bij de
Vuijlpoort.[547]
vul aan NL
Uit zijn tweede huwelijk (Jansz-NN) geboren :
- d. Jan Cornelisz.
(Vijgenboom), geb. ca. 1600-1605, ovl. Dordrecht
doopsgez. 4-11-1665 ("Jan Cornelisz Vijgenboom,
diaken dienaar"), beg. Dordrecht Grote Kerk noorderzijbeuk onder
een zerk met het opschrift "HIER LEYT BEGRAVEN JAN CORNELISSE
VYGENBOOM OUT 65 JAREN. IS GESTORVEN DEN 4 NOVEMBER 1665"
[548]), "na syn uythangbort genaemt Vijgeboons",[549]
kruidenier, diaken bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht,
woonde in een door hem "nieuw getimmerd" huis over de brug bij
het Bagijnhof naast de gracht, in welk huis hij en zijn vrouw
ook zijn overleden, huw. get. (1638, 1639), burger van Dordrecht
(1645), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1665),
tr. 1o vóór ca. 1634[550] Annetje
Joosten Bogaert, ovl. Dordrecht doopsgez. 24-11-1650 ("Anneken
Joosten, huisvrouw van Jan Cornelisz"),
dr. van Joost Bogaert en Catharina
Kesteloot, tr. 2o Amsterdam (schepenen)
8-10-1651[551] Maria Jacobsdr Messchert,
geb. ca. 1611, ged. Amsterdam (Doopsgezind) 4-6-1634, ovl.
Dordrecht doopsgez. 21-12-1673 ("Marijke Jacobs,
weduwe van Jan Cornelisse Vijgenboom"). dr. van
Jacob Dirksz. Messchert en Jannetgen
Jansdr.
Op 24-6-1645 verkoopt
Jan Cornelisz Vijgeboom, burger van Dordrecht, voor
2400 gl. aan Willem Jansz van Ratingen,
burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de
Lombardbrug, staande tussen de brug en het huis van
Willem Joosten, tingieter. Waarborg:
Huijbert Roosboom, als last en procuratie hebbende
van Pieter Hoochlander, apotheker.
[552]
In de boedelinventaris van
Maertien Jacobsdr Metschert, weduwe van
Jan Cornelis Vingeboom (29-1-1674) worden
o.a. de volgende schilderijen genoemd : Een gesteeghte
schilderije met een ebbe lijst en een glas daerover, opde
Voorcamer. Een groote schilderij zijnde een lantschap, Een
dito schilderije zijnde mede een lantschap. [553]
Op 16-5-1679 compareren
Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe
en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht,
erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom,
hun oom en executeurs van het testament van Jan
Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote
Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede
Jan Smith en Jan van Rixtel,
getrouwd met Maria Smits, wonende te
Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria
Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd
tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding
van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan
Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis
over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande
tussen de gracht en het huis van Michiel van der
Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en
naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij
ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat
zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere
goederen uit voornoemde nalatenschap. [554]
Uit zijn eerste huwelijk volgens Ref. [555] geen
kinderen. Gezien de bovenstaande akte blijkbaar ook niet uit
zijn tweede huwelijk.
vul aan NL
Uit zijn derde huwelijk (Jansz-Pietersdr) geboren :
- e. Pietertje
Cornelisdr, geb. 1605-ca. 1612, ovl.
(aangegeven) Utrecht 9-10-1648, j.d. van Dordrecht (1632), otr./tr.
Dordrecht doopsgez./schepenen 3/21-12-1632 (get. Jacques
Terwe, zijn zwager, Goolken Jansdr,
haar stiefmoeder),[556] tr. Utrecht 29-12-1632[557]
Wil(le)m Dirksz van Oosterwij(c)k, geb. ca.
sept. 1605, ovl. (aangegeven) Utrecht 28-5-1677, j.m. (1632),
zijdenlakenkoper. Hij hertr. 1649 Geertruyt Petersdr van
de Poel, dr. van Pieter van de Poel en
Annechien Pieters van Ervervelt (zie kw.
nr.
⇒ 2775 sub b).
Op 13-5-1650 maken van
Willem van Oosterwijk en Geertruyt van de
Poel een mutueel testament. Aan zijn vier kinderen
uit zijn eerste huwelijk komt 4000 gl. toe wegens hun
moederlijk goed. [558]
Op 18-6-1661 maakt
Geertruyd van de Poel, vrouw van Willem van
Oosterwijk, zijdenlakenkoopman, een testament.[559]
Uit dit huwelijk (van Oosterwijk-Cornelisdr) :[560]
-
1. Dirk van Oosterwijk, geb. 19-10-1633.
-
2. Anneke van Oosterwijk, geb.
6-12-1634.
-
3. Cornelis van Oosterwijk, geb.
6-9-1636.
-
4. Petronella van Oosterwijk, geb.
13-7-1638.
-
5. Dirk van Oosterwijk, geb. 14-7-1640.
-
6. Cornelis van Oosterwijk, geb.
20-9-1642.
-
7. Johannes van Oosterwijk, geb.
5-12-1646.
-
8. Pieter van Oosterwijk, geb.
22-6-1648.
Uit zijn vierde huwelijk (Jansz-Jansdr) geboren (volgorde
onzeker) :
- f. Trijntje
Cornelisdr, geb. 1605-ca. 1608, ovl. Dordrecht
doopsgez. 23-6-1630, j.d. van Dordrecht (1626), otr. Dordrecht (schepenen)
7-1-1626[561] Cornelis Dirksz van Oosterwijk,
geb. ca. 1600, ovl. Dordrecht doopsgez. 25-1-1673 ("Cornelis
van Oosterwijck, diaken dienaar"), j.g. van Oosterwijk,
azijnmaker, wonende in het huis De Vergulde Paele, aan de Vest
nabij de Vuilpoort te Dordrecht, is voogd van het weeskind van
Abraham Nering (1638), diaken bij de
Doopsgezinde gemeente aldaar (1673), huw. get. (1640..1669). Hij
hertr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 6/9-4-1631 Aelgen
Isra(h)els (ovl. 1636), en Dordrecht gerecht/doopsgez.
24-3/10-4-1639 Saergen Heindrickxz, weduwe van
Bartelmeeus Tarsier (zie kw. nr.
⇒ 1768 ).
vul aan NL
- g. Claas Cornelisz
(van der Fles), geb. ca. 1612, ovl. Dordrecht
doopsgez. 13-11-1663, j.m. van Dordrecht, azijnmaker, koopman in
granen, diaken bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht,
wonende ald. in het huis De Asijnfles in de Voorstraat op de
hoek van de Grote Spuistraat, "van der Fless naest uythangt",[562]
als Claes Cornelisz Fles, koopman te Dordrecht,
get. in een akte (1644), treedt in 1649 samen met Aert
Jochemsz van Gent op namens de doopsgezinde gemeente
Dordrecht om een conflict tussen twee medebroeders op te lossen,[563]
huw. get. (1649), tr. Rotterdam (schepenen) 26-4-1639[564]
Lijsbeth Jansdr. Bosschaers, ovl. Dordrecht
doopsgez. 10-1-1650 ("Elisabet Bosschaert,
huisvrouw van Klaes Cornelisz van der Fles"),
wed. van Baltus Verdonck.
In de boedelinventaris (op
verzoek van de weesmeesters Johan Cornelis
Vijgenboom en Cornelis Dircxsz van
Oosterwijck) van wijlen Nicolas Cornelisz
van der Fles (2-1-1664) worden o.a. de volgende
schilderijen genoemd : De kersnacht door B. Cuijp,
inde Binnenkeucken. [565]
Dit schilderij komt kennelijk terecht bij zijn neef (oomzegger)
Jacques Terwen x Maria Laurensdr
(van) Eppenhof, in wier boedel het in 1677 wordt
vermeld (zie kw. nr.
⇒ 2773 sub a).
Van de schilder Benjamin Gerritsz Cuijp (zie
kw. nr.
⇒ 5557 sub j) is thans
geen "kersnach(t)" bekend. Eventueel zou het kunnen gaan om
diens "Aanbidding der wijzen" (datering 1627-1652) of "De
aanbidding der herders" (datering 1633-1636). [566]
-
1. Johannes van der Fles, ovl. Dordrecht
doopsgez. 14-2-1665 ("Johannes van der Fles,
jongman"), "ongetrout gestorven".[568]
-
2. Go(uwe)li(j)na van der Fles, geb.
Dordrecht vóór ca. 1642, ovl. 1666-1692, gedoopt en
doopsgezind lidmaat te Dordrecht 20-3-1660 als
Golijntie Klaesdr van der Fles jonge dochter,
jongedochter, wonende te Dordrecht (1666), otr. Dordrecht
gerecht 6-5-1666 (get. Sr. Verdonck, zijn
vader, en Jan van de Cloot en
Cornelis Dircxsz Oosterwijck, haar ooms) otr./tr.
Rotterdam stadstrouw 8/23-5-1666 tr. Delft 30-5-1666
Ja(e)cques Verdonck, geb. Rotterdam, ovl. na 1692,
j.m., afkomstig van Rotterdam (1666).
Op 3-7-1692 neemt
Margrita van Blenckvliet (weduwe) een hypotheek
van ƒ 1300,-- op Jacob Roskam en
Jacques Verdonck (weduwnaar) en
Elisabeth Verdonk. Het betreft drie onderpanden
te Dordrecht waarvan telkens eenderde deel
gehypothekeerd is. De eerste twee staan op de hoek van
de Spuistraat, het derde in de Bagijnhof. Belenders zijn
Wouter de Gelder, secretaris militaire
zaken, Elisabeth Hulsthout ((diens?)
weduwe), Geertruij Reebergen,
Leendert van Steijn ((diens?) weduwe). Verder
worden genoemd : Johannes van der Cloot
(overleden), Golina van der Fles
(overleden), Claes van der Fles Cornelisz
(overleden), Hendrick Hoffman
Antonij van Meeningen (overleden). [569]
-
3. Maria Nicolaesdr van der Fles, jonge
dochter van Dordrecht (1665), otr./tr. Dordrecht
gerecht/doopsgez. 3/26-12-1665 (get. Jan Woutersz
van Swieten en Cornelis Verdonck,
zijn ooms, en voor haar Crispijn van Outgaerden,
Jan van de Cloot, Cornelis Dircxsz
van Oosterwijck en Abraham Terwe)
Joost Outerman, jongman van Haarlem en daar
wonende (1665), waaruit : een kind, "dood".[570]
vul aan NL
- h. Cornelis
Cornelisz (van der Fles), geb. ca. 1620, ovl.
(aangegeven) Utrecht 6-11-1648, genoteerd Dordrecht doopsgez.
Kb. 7-11-1648 ("Cornelis Cornelisz van der Fles,
overleden in Utrecht"), zijdenlakenkoper, tr. Utrecht
(schepenen) 16-9-1643[571] Stijntje Abramsdr
Sprong. Zij hertr. 1655.
Uit haar eerste huwelijk (van der Fles-Sprong) :[572]
-
1. Kornelis van der Fles, "ongetrout
gestorven".
-
2. Roeland van der Fles, tr.
Susanna Bosschage.
vul aan NL
5550. PIETER HENRICXSZ VAN ERVERVELT\*,
tr. vóór 1600
5551. TANNEKEN (VAN) HULSEN,
parentatie niet bewezen.
| COMMENTAAR(¥) Het
lijkt erop dat "van Ervervelt" een toponiem is, verwijzende
naar de plaats Elberfeld bij Wuppertal (D).
|
- a. NN Pieters,
ged. Dordrecht sept. 1600 (vader Peeter Hendrixsz),
(=kw. nr.
2775). Zij is mogelijk Annechien Pieters van
Ervervelt.
- b. Baijken Pieters,
ged. Dordrecht sept. 1603 (vader Pieter Hendrixsz),
mogelijk identiek met Baeijken de oude, ovl
Dordrecht doopsgez. 25-10-1643.
- c. Baptiste
Pieters (van Ervervelt), ged. Dordrecht mrt 1606
(vader heet hier Pieter Henricxsz van Ervervelt).
5556.
GERRIT GERRITSZ CUYP, geb. Venlo ca. 1565 [573]
, beg. Dordrecht Grote Kerk 15-5-1644 [574] ("deftig"
vanuit de Tolbrugstraat [575] ), glaesmaecker,
glasschrijver of glasbacker, grof- en fijnschilder te Dordrecht,
maakte in opdracht der stedelijke regeering van Dordrecht in 1597
het glas voor de St. Janskerk te Gouda, in 1605 voor de kerk te
Woudrichem (voor ƒ 180,--) en in 1618 voor de nieuwe kerk te
Niervaart of de Klundert (voor ƒ 100,--),[576] lid van
het St. Lucasgilde te Dordrecht op 19-1-1585 (entreegeld 5 nobelen
in 5 termijnen) [577], boekhouder (1606-1608) en deken
(1608/09) van het St. Lucasgilde,[578] woont in de Nieuwe
Tolbrugstraat (Waterzijde) (1594) [579], pacht een tuin
buiten de St. Jorispoort,[580] betaalt in 1626 als
Gerrit Gerritsz, glaesmaker, £ 1,-- 1000e penning
te Dordrecht voor een huis in de Tollebrugstraet,[581]
otr./tr. 2o Dordrecht 9/30-6-1602 [582]
EVERIJNKEN ALBERTSDR, ovl. Dordrecht 22-4-1622,
wed. van Herman Jansz, hellebaardier. tr. 3o
Dordrecht 2-7-1623 [583] of 3-7-1623[584] .
HAESGEN HENRICK LAUWERENSDR, beg. Dordrecht
Augustijnenk. juli 1624. wonende in de Grote Spuistraat te Dordrecht
(1623), tr. 4o Dordrecht 3-12-1624 [585]
AEGKE(N) ARIAENS, ovl. Dordrecht Grote Kerk dec.
1624, wed. van Jan Pietersz Blom, schipper uit 'De
Monnik' bij het Groothoofd te Dordrecht. otr./tr. 5o
Dordrecht 26-10-1625/nov. 1625 [586] ANNEKE
TIELMANSDR (VAN BRACHT), ovl. (Mül)bracht 1654/55
[587], wed. van Gerrit Stoffels, dr. van
Tielman Pleunisz, afkomstig uit Bracht in het land
van Gulik [588], woont (1625) ten huize van haar broer
Herman Tielmanse van Bracht, laekenvercooper te
Dordrecht, en (1652) te (Mül)bracht [589], otr./tr. 1o
geref. Dordrecht Augustijnenkerk 20-1/3-2-1585[590]
5557. GEERTKEN MATTHIJSDR,
ovl. Dordrecht 1601 en door de gezamenlijke gildebroeders ten grave
gedragen, otr. 1o BERNAERT PELGRIMS,
ovl. vóór 1585.
"Als Geraert Geraertsz
glaesscryver int gildt quam in den Swarten Arent met die ghemeen
gesellen verdroncken op den 19en January 1584(¥) : 3
pond 10 gulden", betaling van 5 Engelse nobels á 2 gld. 10 st.
[591].
| COMMENTAAR(¥)
Oude stijl, dus ten rechte 1585 |
"Gerit Geritzs, glaesscriver betaalt 3 st. voor
een knecht" [592].
"Geraert den glaesscryver betaalt 10 st. voor
eenen leerjongen" [593].
Gerrit Gerritsz Cuyp maakte in opdracht van de
stadsregering van Dordrecht in 1596/97 het glas voor de St.
Janskerk te Gouda, in 1605 voor de kerk te Woudrichem voor f
180,-- en in 1618 voor de nieuwe kerk te Niervaart of De
Klundert voor f 100,--. Uit de thesauriersrekeningen blijkt dat
hij grote bedragen (f 824,--) ontving voor het repareren van
glazen en het maken van beschilderingen [594].
Boedelinventaris van
Everina Aelberts (12-7-1622): "Staetken jnt Corte, ten
begeerte van Mr. Gerrit Gerritssz, glaesbacker,
Gemaeckt vuijt den jnventaris byden selven Mr. Gerrit met sijn
eijgenhant gescreuen, en opten xij.e Julij 1622 ter weescamere
jn Dordrecht geexhibeert vande goederen nagelaten bij
Everina Aelberts zijne laetste huysvrouw zulcx sij de
selve goederen metten voorsz Mr. Gerrit jnt gemeen hadde....".
Hierin worden o.a. de volgende schilderijen genoemd :
- Item een schilderije voor jnt huys van Jacobs
leer aldaer open gelaten, Maer alhier bijden (ver)sz mr
Gerrart gewaerdeert op 12-0-0
- Item ij geschilderde hondekens mede aldaer nyet
gewaerdeert maer alhier gestelt op een tot 0-8-0
- Item een geschildert doots hooft met een kinden
mede aldaer nyet gewardeert, maer alhier tot 1-10-0
- Item een schilderije van Abraham mede aldaer nyet
gewaerdeert, maar alhier gestelt, gelijck hij Gerrart dat
heeft gecost tot 2-10-0
- Item jnde koken iiij schilderijen, mede aldaer
nyet gewaerdeert, maar alhier genomen tstuck tot xxiiij sts
4-16-0, jnde koken
- De schilderije van (ver)loren soon bijde
erffgenamen jn hare (ver)sz verhooginge gestelt, zeijt den (ver)sz
Gerrart te sijn begrepen onder de voorsz iiij partijen, dus
hier 0-0-0
- Item opde achtercamer volgende de (ver)sz
verhooginge negen schilderijkens, daer onder den (ver)sz
Gerrit Gerritsz seijt te sijn een schilderije van Esechiel
mede nyet gewaerdeert maer wert alhier gestelt op xxx gl js
30-0-0
- Item het conterfeytssel van hem met sijne voorsz
huysvrouw, de welcke hij sustineert nyet behoot te werden
geexstimeert, Maer is den voorsz Gerrit te vreden, dat de (ver)sz
kinderen naer haer nemen hare (ver)sz Moeder, mits dat hij
behoude sijnne (ver)sz contrefaictsel, dus hier 0-0-0
- Item vijff cleene pinneelkens sonder lijsten mede
bijde voorsz erffgenamen nyet gewaerdeert, maer bijde voorsz
Gerrit Gerritssz genomen (hoe wel de selue soo veel nyet
sullen gelden) tstuck tot xxx sts 7-10-0
- Item noch een schilderijken van een doots
hooftken, met een kindeken, mede aldaer nyet vuytgetogen,
maer alhier om redenen genomen op 2-0-0
[595]
In juni 1652 machtigen de kinderen
van Lysbet Tielmansdr (van Bracht) en
Herman Tielmansz (van Bracht) hun oom Jan
Tielmansz van Bracht en tante Anneke Tielmansdr
van Bracht, "tegenwoordigh woonende tot Mulbracht in't
lant van Gulyck" tot verkoop van huis en erf van wijlen hun
vader Tielman Pleunisz. [596]
Uit zijn eerste huwelijk (Cuyp-Matthijsdr) gedoopt te Dordrecht
:[597]
- a. Maritken
Gerrits Cuyp, ged. 1-12-1585, tr. Zwijndrecht
28-10-1612 Pieter Willemsz, kleermaker.
Uit dit huwelijk: 2 dochters.
- b. Abraham
Gerritsz Cuyp, ged. verm. 16-2-1588 (geen
kindsnaam vermeld), ovl. vóór 1644, glazenmaker, bewoonde in
1619 een huis aan de Nieuwe Haven, in huur van Cornelis
Mesjan, tr. 1o Dordrecht 12-6-1612
Janneken Tonis Janssensdr, ovl. 1621-1627, tr. 2o
Dordrecht 26-12-1627 Neeltgen Cornelisdr.
Uit zijn eerste huwelijk (Cuyp-Janssens) gedoopt te
Dordrecht :[598]
-
1. Gerrit Abrahamsz Cuyp, ged. maart
1613.
-
2. Teunis Abrahamsz Cuyp, ged. november
1614.
-
3. Jacob Abrahamsz Cuyp, ged. december
1616, ovl. na 1644.
-
4. Isaack Abrahamsz Cuyp, ged. augustus
1618.
-
5. Geraert Abrahamsz Cuyp, ged. juni
1621.
Uit zijn tweede huwelijk (Cuyp-Cornelisdr) gedoopt te
Dordrecht :[599]
-
6. Daniel Abrahamsz Cuyp, ged. oktober
1628, ovl. na 1644, steen- en beeldhouwer.
Is hij Daniel van
der Cuijp x Catharina Krijnen,
uit wie ged. Dordrecht 27-11-1662 een zoon Johannes.
- c. Heyltken
Gerrits Cuyp, ged. april 1592.
- d. Jacob Gerrits
Cuyp, ged. dec. 1594 [600], ovl.
Dordrecht (Gasthuis) 23-10-1651, leerde de schilderkunst bij
Abraham Bloemaert te Utrecht en werd op
18-7-1617 lid van het St. Lucasgilde te Dordrecht, in welk jaar
hij de leden der Hollandsche Munt, (thans in Museum Oud
Dordrecht) schilderde, woonde in 1620 op de Nieuwe Haven bij de
Roobrug, maar in en na 1622 op de Nieuwbrug in het huis 't Land
van Belofete, later Samson geheten, betaalt ƒ 5 hoofdgeld (1622)
als eigenaar van een huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man,
1 vrouw, 1 kind, 1 vrouw personeel, [601] betaalt in
1626 als Jacob Gerrits, schilder, £ 4,-- 1000e
penning te Dordrecht voor een huis op de Nieubrugge,[602]
was boekhouder van het St. Lucasgilde (1629..1641), maar
scheidde zich in 1642 van dat gilde af met Isaac van
Hasselt, Cornelis Tegelberch en
Jacques Grief (alias Claeu), om de confrerie
der fijnschilders te vormen,[603] diaken (1629, 1634)
en ouderling (1641-1643, 1649-1651) van de Waalse Kerk, en
afgevaardigde naar de Waalse Synodevergaderingen in Middelburg
(1642) en Den Bosch (1651),[604] tr. Dordrecht (ook
Waalse kerk) 13-11-1618[605] Aertken Cornelis
van Cootendr, geb. Utrecht, beg. Dordrecht Grote K.
14-12-1654.
-
1. Albrecht (Aelbert) Jacobsz Cuyp, geb.
Dordrecht (in het huis aan de Nieuwehaven bij de Roobrug),
ged. Oct. 1620, ovl./beg. Dordrecht Augustijnenkerk
15-11-1691 (deftig), kunstschilder, eigenaar van een tuin
aan het Matena'spad, woonde later in het huis Samson aan de
Nieuwbrug en na het overlijden van zijn vrouw bij zijn
schoonzoon Pieter Onderwater, diaken
(1660/61) en ouderling (1672-1674) der Ned. hervormde
gemeente, ook der Waalsche gemeente, Mansman van den Hove en
Hooge Vierschaar van Zuid-Holland (1679-1682), en regent van
het H. Geest- en Pesthuis ter Groote Kerk (1673-..).[607]
[608] otr. Dordrecht 14-7-1658 Cornelia
Bosman, ovl. nov. 1689, wed. van de Johan
van den Corput, gecommitteerde in het College van
de Admiraliteit van de Maze te Rotterdam en raad in de
Admiraliteit van Zeeland. Zij wonen in de Hofstraat, later
in de Wijnstraat.
- aa.
Arendina Cuyp, ged. Dordrecht
10-12-1659, otr. Dordrecht 19-11-1690 Pieter
Onderwater, bierbrouwer in de Drie Gekroonde
Lelien, koopt in 1692 de buitenplaats Dordwijk.
[609]
- aaa.
Cornelis Onderwater, ged. Dordrecht
26-10-1691.
- e. Matthijs
Gerrits Cuyp, ged. juli 1597, ovl. vóór 1644,
ongehuwd.
- f. Anna (Anneke)
Gerrits Cuyp, ovl. na 1644, woonde in 1622 te
Amersfoort, tr. vóór 1622 Goossen van Been/Veen.
In de DTB en lidmaten van Amersfoort geen gegevens over dit
echtpaar gevonden.
- g. Isaac Gerrits
Cuyp, (=kw. nr.
2778).
Uit zijn tweede huwelijk (Cuyp-Albertsdr) gedoopt te Dordrecht :
- h. Gerrit Gerrits
Cuyp, ged. april/mei 1602 [610] of
april/mei 1603 [611] , beg. Dordrecht 2-11-1651,
glasmaker in het Tolbrugstraatje, als schilder ingeschreven in
het St. Lucasgilde op 17-1-1631, verkoopt op 27-7-1644 na het
overlijden van zijn vader, diens werkplaats en vertrekt naar St.
Anthonispolder 2-10-1644, alwaar hij secretaris is van het
polderbestuur,[612] ,[613] tr.
Belia (Belijntje) Tielmans (van Bracht), dr. van
Tielman Pleunisz (zie hierboven).
- h. Aelbert Gerrits
Cuyp, ged. feb. 1605, ovl. verm. ca 1620[614].
- i. Elisabeth
Gerrits Cuyp, ged. jan. 1606, ovl. ca. 1620[615].
- j. Benjamin
Gerrits Cuyp, ged. dec. 1612, beg. Dordrecht
Grote K. 28-8-1652 (vanuit het huis van zijn halbroer
Jan Huyme), als schilder ingeschreven in het St.
Lucasgilde op 17-1-1631, verhuist mogelijk 1641-1643 van
Dordrecht naar Den Haag, kunstschilder, ongehuwd, testeert op
16-8-1652.[616]
Uit de derde, vierde en vijfde huwelijken van Gerrit
Gerritsz Cuyp geen kinderen.
5558. BALTEN VAN HORICK,
ovl. Dordrecht doopsgez. 28-4-1637 (als Balten van Horick
den Ouden), betaalt in 1626 als Balten van Herick
in de Harders (?) £ 1,10 1000e penning te Dordrecht voor een huis in
de Vriesestraet,[617] tr.
5559. NN, ovl. Dordrecht
doopsgez. 15-11-1635 ("Balte van Horick den oudens
huisvrouw").
In het Register van de 50e penning
Dordrecht 1580[618] komt zesmaal een Balten voor van
wie vooralsnog geen verband met Balten van Horick
is gevonden:
Balten Cornelisz huurt van Thonis
Pouwelsz om 36 gl. ƒ 11-10-4
Balten van Goch int Paradijs ƒ 14
Balten Thijssz schipper eigen ƒ 8
Balten Willemsz orologijmaker ƒ 4
Balten Claesz schoenmaker huurt van Thonis
Jansz. om 30 gl. ƒ 9-10-4
Balten Mathijsz zeemtouwer in de Raempt ƒ 8
Deze laatste woont in 1626 het dichtst in de buurt van de
Voorstraat, en zou indetiek kunnen zijn met Balten van
Horick.
Het huis waar het hier om gaat wordt in de volgende akte ook
genoemd:
Op 22-10-1618 compareren Hubrecht Bordels,
burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van
Mariken Jaspersdr, weduwe van Abraham Baltensz,
wonende te Gorinchem, blijkens procuratie gepasseerd voor Jasper
Jansz van Peursum, notaris te Gorinchem, op 25 okt.(sic!) 1618,
mitsgaders Anneken Scheij, weduwe van
Isaack Baltensz met haar gekoren voogd in deze. Zij
transporteren aan Pieter Aertsz, molenaar, een
huis, erf en toebehoren achter het Bagijnhof genaamd den Grooten
Raempt. Waarborgen: Hubrecht Bordels en
Jan van Dongen. [619]
Nog een Balten:
Op 2-7-1603 verkoopt Lijsken Pijeters, weduwe
van Balthen Mathijsz, voor 600 gl. aan haar
zoon Pijeter Jansz een huis op de Riedijk,
staande tussen het huis van Michijel Pouwelsz
en dat van Andrijes Cornelisz, kleermaker.
[620]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
- a. (J)Anneken
Baltens van Horick,
(=kw. nr.
2779).
- b. Balten Baltensz
van Horick, ovl. Dordrecht doopsgez. 22-9-1646
("Balten Baltensz, kruidenier, diaken dienaar"),
huw. get. (1643), is behuwd oom van Cornelis van de
Hoogenboom.
- c. Rebecka Baltens,
ovl. Dordrecht doopsgez. 27-1-1658,
filiatie niet bewezen.
Doopsgezind kerkboek Dordrecht
18-2-1653: "soo heeft Cornelis Dickxsz ende
Jan Corstijaensz vertoont als dat
Rebecka Baltens haer wat verloopen hadt int
drincken ende door eenige woorden met haer dochter, daer
haer hooft van om liep, soo is zij achter inde Graft
gesprongen, daer groote laster vuijtt ontstaen is ende den
23 dito soo is dit de gemeinten vertoont ende is overleijt
als dat zij voor de dienaren een hartelijcke bekentenis van
rou en leetwesen sou doen, twelck geschiet is den 26 dito."
[621]
5628.
PETER CORNELIS LEEU, geb. Sprang, ovl. Sprang 1591,[622]
woont te Sprang in de Nieuwstraat, tr.
5629. ENGELKE JANSDR, ovl.
Sprang na 26-11-1616 (erfdeling),[623]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[624]
- a. Cornelis
Peetersz (de) (Leeuw(en)) (ook Leeuwen Smit),
geb. Sprang, (=kw. nr.
2814).
5856.
PETER NOLENS (DE OUDE), ovl. 1599-1609, maasschipper en
koopman, koopt op 23-1-1574 een lospacht terug,[625] in
acten vermeld (1581..1599), tr. 2o [626]
PETRISSE NN. Zij hertr. (voor 1609) Thijs
Bronckerts, uit Eijsden, waaruit kinderen. Hij tr. 1o
[627]
5857.
MEYKEN (KNOPPEN).
In 1545 is Peter Nolens
belender te Ool. [628] Het is ondduidelijk of het
hier bovenstaand kwartier betreft dan wel een van diens
verwanten.
Op 17-10-1581 wordt van
Peter Noelens, als rechtsopvolger van Jan Knop
van Eisden, gerechtelijk geeist zeker kapitaal met de verlopen
rente overeenkomstig een obligatie dd. 2-3-1579 [629].
Op 24-4-1582 converteert hij deze schuld in een hypotheek op
zijn goederen die te Eisden zijn gelegen [630]. Op
9-1-1582 eist Peter Noelens voor de schepenbank
van Eisden voldoening van een geldvordering, herkomstig van
Jan Knoppen, en ter zelfder rechtszitting wordt
van Peter Noelens, als vertegenwoordiger van
zijn echtgenote Meijcken (Maria) de voldoening van een
geldschuld gevorderd [631] . Mogelijk is dus, dat
Maria, de vrouw van Peter Nolens, een dochter
was van Jan Knoppen[632] .
Op 21-1-1585 werd "Peter Noelens van Eysden" te
Maastricht gegicht in een huis gelegen langs de Maas aldaar,
welk huis hij geerfd had van wijlen Gertrudis Claessen,
de echtgenote van Thonis Rutten van Keer en
zuster van zijn moeder [633]. De ouders van Petrus
Nolens zijn dus een echtpaar Nolens-Claessen geweest.
De laatste vermelding van Peter Nolens gevonden
is van 22-1-1599 [634].
Uit een akte van 13-12-1611 blijkt dat zijn weduwe hertrouwd was
met zekere Thijs Bronckerts van Eisden en uit
dit laatste huwelijk reeds verschillende kinderen had, zodat wel
moet worden aangenomen dat zij voor 1609 hertrouwde [635].
Ook moet uit deze laatste akte geconcludeerd worden, dat
Peter Nolens de Oude, gelijk hij na zijn overlijden
meestal genoemd wordt, zelf ook tweemaal huwde. Immers zijn
vrouw wordt in de akte van 13-12-1611 genoemd Petris en niet
Maria (Knoppen?), terwijl hij blijkens dezelfde
akte bij testament een erfrente vermaakt had aan zijn kinderen
verwekt met Petrisse. Deze nadrukkelijke wilsbeschikking is
eerst zinvol wanneer Peter Nolens de Oude ook
nakomelingschap had uit een ander huwelijk. De tweede echtgenoot
van Petrisse, weduwe van Peter Nolens, nl.
Thijs Bronckaerts, hoorde tot een echte
maasschippersfamilie [636].
Aangaande het beroep van Petrus Nolens de Oude getuigt een
verklaring dd. 22 -2-1644, afgelegd voor de schepenbank van
Eisden t.b.v. zijn kleinzoon Geurt Nolens, dat
"Peter Noelens den ouden grootvader van den
voornoemden Geurt over vele jaeren geleden is geweest stuerman
op den stroom vandie Maese, de welcke veele jaeren tot synen
sterffdach toe heeft continuelycken vele ende menige schepen
affgesteurt paiselijck ende vredelijck sonder eenich obstakel"
[637]. Daarnaast blijkt uit een proces in 1589
gevoerd voor de schepenbank Eisden tussen Peter Noelens
en Claes Tyckens, dat Peter Noelens
te Maastricht. tijdens het beleg door Parma in 1579, een partij
"coolen" van Simon Symons had verkocht voor 96
dalers [638]
Uit zijn eerste huwelijk (Nolens-Knoppen) geboren [639]:
- a. Geurt (Godfried
of Gerard) Nolens. Op 2-2-1607 werd een akte van
obligatie ten gunste van zijn erfgenamen opgericht [640].
- b. Peter Nolens de
Jonge, (=kw.
nr.
2928).
- d. Anna Nolens,
tr. Job Geurten, waaruit dr. Mechtild
Nolens.
Uit zijn tweede huwelijk (Nolens-NN) geboren : kinderen, aan wie
Peter Nolens een erfrente had vermaakt.
vul aan akte
5858. (NELIS) NN.
Uit zijn huwelijk(en) (Nelis-NN) geboren (o.a.?) :
- a. Maria Nelis,
(=kw. nr.
2929).
- b. Simon Nelis,
maesscipper van Eijsden[641].
5872.
= 5856. PETER NOLENS (DE OUDE).
5873.
= 5857. MEYKEN (KNOPPEN).
5874. = 5858. (NELIS) NN.
5880. WILLEM FRAMBACHS (DE OUDE),
ovl. Breust 22-7-1638, rentmeester (1594) en ontvanger (1598) van
het Kapittel van St.-Maarten uit Luik, secretaris van Breust,
doopget. (1626),[642] tr. 2?) voor 1623 CORNELIA
NOPPIS, ovl. na 1656, tr. 1?) 1595[643]
5881. MARTHA PELSERS, ovl.
(voor 1623?).
In 1594 procedeert Willem
Frambachs als rentmeester van de kapellanen van
St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen
Peter Thonissen over een grondrente. [644]
In 1598 procedeert Willem
Frambachs als ontvanger van Kapittel van St.-Maarten
uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Geeren
Heufkens en consorten over tienden, (grond)renten,
kapoenen en overige cijnsen. [645]
In de 16e eeuw (na 1598)
procedeert Willem Frambachs voor de Schepenbank
Breust tegen Gelis Lemmens uit St.Geertruid
over een vergoeding wegens vruchtgebruik. [646]
In 1611 procedeert
Melchior Oest voor de Schepenbank Breust tegen
Peter Huyn, Hendrick Aerdts en
Willem Frambachs over een pand. [647]
In 1612 procedeert
Melchior Oest uit Berneau voor de Schepenbank Breust
tegen Willem Frambachs over preferentie bij een
vordering. [648]
In 1615 procedeert Wilhelm
Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen Aert
Bruels uit Eckelrade over een cijns. [649]
In 1618 procedeert het Kapittel
van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen
Willem Frambachs over het gebruik van een hof.
[650]
In 1625 procedeert Willem
Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen de
Gemeentenaren van Breust over een schadevergoeding betreffende
militaire vorderingen en inkwartieringen. [651]
In 1627 procederen de Officier en
Willem Frambachs voor de Schepenbank Breust
tegen Anna Ryckelts, echtgenote van
Piere Bustin over een belediging. [652]
In 1638 procedeert Maria
Rijckelts voor de Schepenbank Breust tegen
Willem Frambachs de Oude over een schuldvordering.
[653]
In 1656 procedeert Hustin
als ontvanger van Kapittel van St.-Maarten uit Luik voor de
Schepenbank Breust tegen Cornelia Noppes weduwe
van Willem Frambachs over een pacht (appel in
Luik). [654]
Uit zijn eerste huwelijk (Frambach-Pelsers) (o.a.?) :[655]
- a. Petrus Frambach,
geb. ca. 1595, ovl. 1636, (=kw.
nr.
2940).
- b. Anna Frambach,
geb. Vise (B) ca. 1595, ovl. na 1647, tr. vóór 1613[656]
Petrus Rutjen (alias van Eysen of de Oude Ruth),
ovl. vóór 1665, zn van Jan Ruth (de Oude),
landmeter, borsier der justitie, rentmeester, schepen van
Eijsden, en Sophia Meykens, beschuldigd van
hekserij. Hij woont te Eijsden en bezit een huis en brouwerij in
de Kerkstraat.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[657]
-
1. Joannes Rutten, geb. Breust ca. 1613,
ovl. St. Pieter 1675/76, brouwer op den Aldenhof te St.
Pieter. tr. vóór 1650[658] Maria Lansmans
(alias Bollandt), ged. Maastricht RK St. Nicolaask.
29-3-1619, beg. Maastricht 30-7-1667, wed. van
Fredericus Pauli, dr van Joannes Lansmans,
brouwer en Catharina Dirck Adriaens Bollandt (alias
van der Heijden). Uit dit huwelijk nageslacht.
Uit zijn tweede huwelijk (Frambach-Noppis) (o.a.?) :
- c. Willem Frumbach,
ged. Breust 15-3-1623 (get.: kanunnik Servatius Meijs
en Maria Noppis), ovl. 1643-1658, tr. ca. 1643
(als zn. van Willem Frambach, secretaris van
Breust, en Cornelia Noppis),[659]
Jehenna (Jenneken) Petermans, geb. ca. 1623,
ovl. Eijsden 11-4-1708. Zij hertr. Christianus (Keerst)
Pruesten.
In 1643 procederen
Piere Bustin, Jean Rutten en
consorten voor de Schepenbank Breust tegen Wilhem
Frambach (appel in Luik). [660]
In 1658 procedeert de weduwe
van Wilhem Frambachts voor de Schepenbank
Breust tegen Toussaint Ruth namens Kapittel
van St.-Maarten uit Luik.. [661]
6-4-1666: Keerst
Praesten, gehuwd met Jehenna Petermans,
weduwe van Willem Frambach, verkoopt 9
grote roeden akkerland "met cooren vruchten daerop staende",
gelegen in "het Sant", aan Leonard Petermans,
voor 252 gulden. De grond was belast met 200 gulden aan de
Wittevrouwen van Maastricht.[662]
COMMENTAAR(¥)
Niet geplaatste fragmenten FRAMBACH:
In 1528 was Johan Koenen op ten
Aldenhoef burgemeester van Maastricht en in 1532 wederom
een Johan Koenen, blijkbaar dezelfde
persoon. (Zie Maasgouw 1884, blz. 1036-1039.) Deze
Johan Koenen werd in genoemd jaar 1529
met den secretaris Jasper van den Dyck
afgezonden naar den bisschop van Luik om te vragen hoe
gehandeld moest worden met eenige personen, die wegens
"Luterye" gevangen waren genomen, en in 1532 en '33 werd
burgemeester Jan Koenen wederom met den
secretaris naar Luik afgevaardigd. Zaterdag 29 Maart
(1533) nam de stadsraad het besluit dat "onze
burgemeester Johan Koenen,
Peter Frambach geswoeren ende Lambertus
Conynx secretaris noch op huyden saturdach in
name der stad by onsen gen. Heren den Cardinael riden
sullen en sin Gen. te kennen geven van die Lutherse ende
anderen secten, die alswile binnen deze stad opgestaen
sin" enz. [663] |
6016.
TEUNIS PLEUNEN VAN DER WIEL, geb. ca. 1580, ovl. 1625-1638,
ambachtsheer van Half-Niemantsvrient (Sliedrecht), betaalt 10 pond
500e penning te Sliedrecht 1627,[664] tr. ca. 1605[665]
of ca. 1610,[666]
6017.
COMMERTGEN CORNELIS BAEN, geb. Sliedrecht ca 1583, ovl.
vóór 1655, tr. 2o NN.
- a. Cornelis
Teunisz van der Wiel, geb. ca. 1606, ovl.
1656-1667, wordt 24-2-1653 te Sliedrecht vermeld met zijn
broeder Jan.
- b. Jan Teunisz van
der Wiel, geb. ca. 1610,
(=kw. nr.
3008).
vul aan Van der Wiel NL
102(1985)26, en OV 40(1985)669 en akte 24
Begraven Sliedrecht impost :
Arien Willems van der Wiel (Naaldwijk) en
Berber Ariens Visser (Naaldwijk), pro deo
16-4-1706.
Corneliss Willemse van der Wiel
(Sliedrecht) en Lena Rocus (Sliedrecht) pro
deo 21-2-1705.
6018. AERT VINCK.
- a. Anneken Aerstdr
Vinck, ovl. 1672-1682,
(=kw. nr.
3009).
- b. Geraert Aertse
Vinck, voogd, zie akte 23.
6036.
DIRK CLAESSEN CRIMPEN, tr. Streefkerk 29-10-1589[668]
6037.
MARITGEN CORNELIS LOUWEN.
- a. Geertgen Dirks
Crimpen, geb. ca. 1590.
- b. Cornelis Dirks
van Crimpen, geb. ca. 1590.
- c. Mariken Dirks
van Crimpen, geb. ca. 1595.
- d. Claes Dirks van
Crimpen, (=kw.
nr.
3018).
- e. Pieter Dirks
van Crimpen, geb. ca. 1606.
6038. JAN BASTIAENSE, geb.
ca 1577, tr.[670]
6039. METGEN JANS, geb. ca.
1583.
- a. Anneke Jans
Corporael,
(=kw. nr.
3019).
- a. Bastiaen Jansz
Corporael.
6040. PIETER JANSZ, geb. ca.
1574, tr. ca. 1605 NN.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[672]
- a. Jan Pieterssen
Weert, geb. ca. 1605,
(=kw. nr.
3020).
6686.
OTTO VAN VILSTEREN, geb. vóór ca. 1480, ovl. 1532-1554 (verm.
kort voor 1554), volgt in 1502 zijn vader Engelbert van
Vilsteren op in de leengoederen Hof te Vilsteren en de
Ylicke, tr. vóór 1525[673]
6687. HILLE VAN ITTERSUM,
wordt met haar man nog vermeld in 1532.[674]
==== BELENINGEN ====
[675] [676]
=== 1057. Schoutambt OMMEN en DEN HAM / buurschap Vilsteren
Den Hof Vilster mit al synen toebehoren. Item 't Santhuys mit
sinen toebehoren. Item 't Grote Meyering ende 't Luttike
Meyering to Vilster mit sinen toebehoren.
ca. 1379-1382 Herman van Vilster.
21-11-1384 Herman van Vilsteren Hermanssoen.
zonder datum (21-11-1384 tot 4-4-1393) Otte Hermanssoen
van Vilster, onmondig. Hulder Rembolt van
Stegheren.
3-5-1394 Otte van Vilster.
* Den Hof to Vilster. Meijerinc toe Vilster
ende dat Zanthuus to Vilster, gelegen in den kerspel van Ummen.
10-10-1433 Otto van Vilsteren.
18-3-1444 Herman van Vilsteren na de dood van
zijn vader Otto van Vilsteren.
17-10-1456 Herman van Vylsteren.
13-12-1468 Engbert van Vilsteren na de dood van
zijn broer Hermen van Vilsteren.
27-7-1497 Engelbert van Vilsteren.
14-4-1502 Otte van Vilsteren na de dood van
zijn vader Engelbrecht van Vilsteren.
19-10-1517 Otto van Vilsteren.
7-2-1526 Otto van Vilsteren.
10-8-1532 Otto vann Vylsteren.
11-8-1532 Yda van Vilsteren na opdracht door
haar broer Otto van Vilsteren. Hulder haar man
meester Berndt Boxfort.
17-10-1559 Engelbert van Vilsteren na de dood
van zijn tante Ida van Vilsteren, weduwe
Van Bocxfoirt.
Tot 1714 verder als nr. 445 (Ilike Holtheme).
2-1-1714 Jacob Joseph van Vilsteren, baron van
Laerne, zoals Charles van Vilsteren daarmee in
1684 was beleend.
* Den Hoff Vilsteren met de onderhorige vasallagien.
** 1774 heeft : "Het erve Groothof en---sijn onderhoorige
lheenkamer.
Verder als nr. 1056 (Engelberting Vilsteren). In 1791 nog
genoemd.
=== Nr. 445. Schoutambt HARDENBERG / buurschap Holtheme
Dat goet ter Yliken to Holthem, gheleghen in den kerspel van
Hardenberghe.
...
21-4-1457 Derick van Reedze.
20-4-1468 Engelbert van Vilsteren na opdracht
door Deric van Redese.
De IJlicke toe Holtheem myt hoeren toebehoren, gelegen in den
kerspel van den Herdenberge.
27-7-1497 Engelbert van Vilsteren.
14-4-1502 Otte van Vilsteren na de dood van
zijn vader Engelbrecht van Vilsteren.
19-10-1517 Otte van Vilsteren.
** Blijkens een aantekening een strook papier, gelegen bij fol
8, tuchtte Otte zijn vrouw Hille 3 dec. van een ongenoemd jaar,
"actum to Zwolle", aan 25 goudgulden per jaar uit dit goed.
7-2-1526 Otto van Vilsteren.
10-8-1532 Otto vann Vylsteren.
26-8-1554 Engelbert van Vilsteren na de dood
van zijn vader Otto van Vilsteren.
1557-10-12 Engelbert van Vilsteren.
7-12-1603 Berendt van Vilsteren na de dood van
zijn vader Engelberdt van Vilsteren.
13-9-1609 Engelbert van Vilsteren, onmondig, na
de dood van zijn vader Berendt van Vilsteren.
Hulder Derrick van Heest.
9-5-1626 Herman van Vilsteren, zoals
Berent van Vilsteren daarmee was beleend.
Op 2-12-1615 had Herman van Vilsteren de
"Monnicke Belte in den gerichte van den Hardenberch gelegen"
verpand wegens een schuld aan Stephen Roessingen,
die 80 rijksdaalder bedroeg.
12-1-1627 Engelbert van Vilsteren, mondig, deed
zelf hulde.
20-2-1632 Henrick van Vilsteren als oudste
zoon, mede namens zijn vrouw Cecilia Ulgers, na
opdracht door Henricks ouders Herman van Vilsteren
en Maria Bentinx, onder de voorwaarde, dat in
geval Henrick voor zijn vader kwam overlijden zijn oudste zoon
Wilhelmus in alle goederen zou opvolgen, ook die, welke Herman
nog onder zich hield.
* De hier naebeschreven landeryen ende lheengoederen, gehoirende
onder datt erve ende goet de Ilicke, deser landtschap
lheenroerich, als nemptlick hett Ballandt, de Kleijne Panne bij
het Ballandt, de gerechticheijt in de heyde van een vierendeel
waerthals in de marcke Holthoen, vyff schepel lants, gelegen in
de Hollast, datt landt, datt Jan Cock in de
Hollast in 't gebruick hefft, groot omtrent ses mudde seijlants,
noch haer---actie in de Vuijle Maet, groot omtrent vyff
vierendeel dachwercx, ende een dachwerck in Gerryts-maet, by
juffer Hille van Vilsteren vercofft aen wijlen
Berent van Vilsteren ende van---Herman
van Vilsterens vader Henrick van Vilsteren
is heergecomen, noch in drie mudde geseijs in de Hollast, so
Weggenbacker in 't gebruick hefft, item in alsulcke parchelen
als Kunensnijder gebruickt, als twie stucke hooylants genoempt
't Vogelmatien ende de Kleijne Panne tegen 't Ballant over eenen
kleijnen belt, mede hooylant, drie schepel garstenlant neffens
de Weggenbackers Panne, een kleyn stucke hooijlants in
Wegge-backers Panne neffens dat Kleijne Walleken, vijff schepel
seeijlants, gehieten de Monnickebelt, een stucke weydelants voir
't Huis Vilsteren, noch een halff vierendeel waert-hals in
Holthoen, by juffer Hille van Vilsteren
vercofft aen Henrick van Besten ende by
denselven noch wort gebruickt, voorts alle recht ende
gerechticheijt, so van oldes tott hett lheengoet Ilicke gehoort
ende Herman van Vilsteren voirseit mett Otto,
sijnen broeder, Hille ende Ida, syne susteren, van haren zaligen
vader Henrick van Vilsteren aengestorven ende
aengeervet is.
30-1-1646 Cecilia Ulgers met lediger hand.
Hulder Conraet Nylant, dr., na de dood van
Cecilia's man Henrick van Vilsteren.
** Op dezelfde dag belastten Cecilia en haar zoon Willem
Adriaen van Vilsteren het goed met een rente van 72
carolusgulden ten behoeve van Helmich van Twenhuisen
en diens vrouw Aelthien Wijntges, aflosbaar met
1200 carolusgulden.
3-5-1680 Berent van Vilsteren, onmondig, na de
dood van zijn vader Engelbert van Vilsteren.
Hulder zijn voogd Augustinus van Vilsteren.
23-10-1684 Thomas Huete, schout van Herdenberg,
mede namens S.E. Blankvoort tot Kollendoorn,
als curatoren van de boedel van wijlen Engelbert van
Vilsteren, en tevens namens Augustinus van
Vilsteren en Simon Vaassen als voogden
van Engelberts onmondige kinderen.
23-10-1684 Livina Maria de Beer, weduwe van
Gerhard van Vilsteren, baron van Laarne, heer
van Arsselare en ter Straten, namens haar onmondige oudste zoon
Charles van Vilsteren, als koper, na opdracht
door de curatoren en voogden voornoemd. Hulder Derk Rees.
** De volmacht voor Derk Rees was uitgevaardigd
Laerne bij Gent in Belgi‘.
2-1-1714 Jacob Joseph van Vilsteren, baron van
Laerne, zoals Charles van Vilsteren daarmee was
beleend.
* De Ylicke tot Holtheem met haren toebehooren
in den carspel van den Herdenbergh in de buyrschap Lutte gelegen
neffens alle onderhorige vasallagien.
1-8-1725 Maria Rees na opdracht door
Jacob Joseph van Vilsteren, baron van Laerne. Hulder
dr. Joan Casimijr Vermeer.
3-12-1739 Maria Rees. Hulder Alexander
van Grootvelt na de dood van Joan Casimir
Vermeer.
5-5-1747 Alexander van Grootveld na opdracht
door Maria van Rees.
24-12-1774 W.H. van Grootvelt na de dood van
zijn broer Alexander van Grootvelt.
8-7-1790 (Johanna Maria Helmich geboren
Van Grootveld na de dood van haar vader Willem
Hendrik van Grootveld. Hulder haar man Michiel
Helmich.
13-9-1795 J.G. Pruim, schout van Hardenberg,
als koper na opdracht door mr. M. Helmich en
zijn vrouw Johanna Maria Helmich geboren
Van Grootveld.
** Op verzoek van J.G. Pruim werd de "leenkamer
van het erve Ilecke tot Olthein of Holthoen genaamd" 20-7-1796
("Register van gedaane afkoopen", nr. 13) uit het leenverband
ontslagen na betaling van ƒ 240,-("Boek van afkopen", fol 4).
Uit dit huwelijk (o.a.?):[677]
- a. Engelbert van
Vilsteren, geb. vóór ca. 1525, ovl. 1602/03,
wordt in 1554 beleend met de Ylicke, is leenvolger in de Hof te
Vilsteren in 1559, verkreeg bij de verdeling van de nalatenschap
van Otto van Vilsteren en Hille van
Ittersum de helft van het erve Luttikhof, verkoopt in
1624 samen met Dubbelken van Vilsteren hun
pretenties op dit erve aan David van Erp, wordt
in het verpondingskohier van Salland van 1602 nog genoemd als
eigenaar van het halve erve Luttikehof, dat toen woest lag.[678]
==== BELENINGEN ====
[679] [680]
=== Nr. 1058. Schoutambt OMMEN en DEN HAM / buurschap
Vilsteren
Dat Lutticke Meyerinck to Vilsteren mit allen synen
toebehoiren (in 1652 : "Dat Lutticke Meyerinck, nu genoept
Sigerinck, met allen sijnen toebehooren".)
** Afsplitsing van nr. 1057.
2-1-1565 Adolff van den Ruytenberch na
opdracht door Engelbert van Vilsteren.
Verder als nr. 1056 (Engelberting te Vilsteren). In 1791 nog
genoemd.
-
1. Berendt van Vilsteren, geb. vóór ca.
1580, ovl. 1603-1609 (verm. kort voor 1609), wordt in 1603
beleend met het erve Ylicke, wordt in 1603 beleend met het
halve erve Luttikehof, tr. vóór 1602?[682]
Nese NN.
- aa.
Engelbert van Vilsteren, geb. ca. 1602?,
ovl. na 1627, wordt in 1609 beleend met het erve Ylicke,
krijgt reeds in 1609 -nog als minderjarige- de Hof te
Vilsteren in leen, hetgeen bij zijn meerderjarigheid in
1627 werd bevestigd.
- b. Hendrik van
Vilsteren, geb. vóór ca. 1560.
-
1. Herman van Vilsteren, geb. vóór 1585,
ovl. na 1632, verpandt op 2-12-1615 de "Monnicke Belte in
den gerichte van den Hardenberch gelegen" wegens een schuld
aan Stephen Roessingen, die 80 rijksdaalder
bedroeg, ontvangt in 1626 de goederen de Hof en de Ylicke in
leen,[685] tr. vóór ca. 1610 Maria
Bentinx (Bentinck), geb. Hattem vóór ca. 1590, ovl.
na 1632, dr. van Hendrick Bentinck, Heer
van Leeuwenberg, Richter van Arnhem, door Alva aangesteld
tot Landdrost van Over-Veluwe, daarna Spaans Kapitein en
Gouverneur van Venlo, en Ermgard van den Anxtel.[686]
Uit dit huwelijk (o.a.?(:
- aa.
Henrick van Vilsteren, geb. vóór ca.
1610, ovl. 1632-1646 (verm. kort voor 1646), wordt in
1632 beleend met het erve Ylicke, tr. vóór 1632
Cecilia Ulgers, ovl. na 1646, belast in 1646
met haar zoon Willem Adriaen van Vilsteren
het goed Ylicke met een rente van 72 carolusgulden ten
behoeve van Helmich van Twenhuisen en
diens vrouw Aelthien Wijntges,
aflosbaar met 1200 carolusgulden.
In de periode 1647 -
1658 procederen Cecilia Ulger,
weduwe van Henrick van Vilsteren,
en haar zoon Willem Adriaan van Vilsteren
tegen Derk van Heest en consorten
over het bezit van het goed Ilike te Holtheme onder
Hardenberg, waarvan gedeelten waren vervreemd
[687]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
- aaa.
Wilhelmus van Vilsteren, geb. vóór
1632.
- bbb.
Willem Adriaen van Vilsteren, geb.
vóór ca. 1635, ovl. na 1659, tr. vóór 1659
Maria Huninga.
====
BELENINGEN ====
=== Nr. 447. Schoutambt HARDENBERG / buurschap
Holtheme
Drie stuckies garstenlandes, ongeveer drie mudde
gesaey, liggende in Bestens Koeweyde in 't
kerspel van den Hardenberch, bourschap Holtheem
gelegen, uyt het goedt de Ilijcke.
** Afsplitsing van nr. 445.
22-5-1659 Adolph Frederick Scherff
na opdracht door Willem Adriaen van
Vilsteren.
. ...
=== Nr. 448. Schoutambt HARDENBERG / buurschap
Holtheme
Een stuck saeylant, groot omtrent twie mudde
gesaeij, genaempt Weggebakers Campken, gelegen
in gemelten Haeftens lantt, genaempt het Groot
Eyckengoer, uyt het goet de Ilijcke.
** Afsplitsing van nr. 445.
22-12-1659 Derck Statius van Haeften
na opdracht door Willem Adriaen van
Vilsteren en zijn vrouw Maria
Huninga.
=== Nr. 449. Schoutambt HARDENBERG / buurschap
Holtheme
Vier stucke lants, ongeveer twaelff mudde gesay,
in de Hollast, kerspel Hardenberch, buirschap
Holtheem, uyt het goet d'Ilycke.
** Afsplitsing van nr. 445.
5-5-1660 Henrick van Heest na
opdracht door Willem Adriaen van
Vilsteren en zijn vrouw Maria
Huninga.
=== Nr. 450. Schoutambt HARDENBERG / buurschap
Holtheme
Een stucke hoijlants, genaempt de Gerritsmate,
ende --- het daeraen gelegene stucke hoijlants,
genaempt de Spyckmate, ieder twie dachmaten
groot, mett noch vijff vierendeell dachwercx, 't
welck van de Voelemate mett een sloot is
gesepareert ende daeraen gelegen, liggende dese
drie parcheelen in den gerichte ende kerspel van
den Hardenberch, bourschap Holtheme, gehoorende
onder het goedt de Ilicke.
** Afsplitsing van nr. 445.
25-11-1665 Willem Edelinck na
opdracht door Willem Adriaen van
Vilsteren en zijn vrouw Maria
Huninga.
=== Nr. 451. Schoutambt HARDENBERG / buurschap
Holtheme
Een stucke hoylants, genaempt de
Weggenbackerspanne, groot een dachwerck, mett
drie scheppel garstenlant daeraen gelegen,
gehoorende onder het --- goet de Ilicke.
** Afsplitsing van nr. 445.
25-11-1665 Margrietha Lofftinck,
weduwe Fockinck, na opdracht
door Willem Adriaen van Vilsteren
en zijn vrouw Maria Huninga.
Hulder haar zoon Berent Fockinck.
- c. Johanna van
Vilsteren, geb. vóór ca. 1600,
(=kw. nr.
3343).
- d. Dubbelken van
Vilsteren, geb. vóór ca. 1605, verkoopt in 1624
samen met Engelbert van Vilsteren hun
pretenties op het erve Luttikhof het erve Luttikhof aan
David van Erp,[688] tr. vóór 1624[689]
Hermen van Dincklage.
6688.
JOHANNES PALTHE (de oudere), geb. Schuettorf, ovl. Bentheim
(D) 1564, vermeld (1515-1564), secretaris van de Graaf van Bentheim,
("ab anno 1515 des abgestorbenen Grafen Everwins Amanuensis (=secretaris)
und Diener gewesen und bis auf das Jahr 1564 als ein Sekretarius
gedient hat" [690]), "führt die Jahresrechnung" (1539)
voor de Graaf van Bentheim [691], heeft landerijen te
Bentheim in eigendom (zie NL), tr. 2o Bentheim 11-11-1541
GEZEKE HOLTERMAN(S)(¥), die in aktes
wordt vermeld 1541-1588. tr. 1o tussen 1525 en 1530
6689. (JUTTA) NN[692],
ovl. vóór 1541.
| COMMENTAAR(¥) Zij
is mogelijk verwant aan Hinrich Holterman,
Richter te Nordhorn (1467-1491) [693].
|
Matini 1541: huwelijksvoorwaarden
te Bentheim tussen Johannes Palthe en
Gezeke Holtermans. Er is sprake van voorkinderen, als
dedingsfrunde zijn oa. aanwezig Bernhardus Palthe,
procurator to Vrendeswesen en Antonius Palthe.[694]
Uit zijn eerste huwelijk (Palthe-NN) geboren(¥) :
COMMENTAAR(¥)
Ongeplaatste Fragmenten Palthe :
Wibbeke Palthe, tr. Johannes
von Lohn[695] , eerste predikant te
Nordhorn 1544-1548, Bentheimer Hofkaplan,[696]
waaruit een dr. Hesa von Lohn (tr.
Bentheim 1601).[697]
Jan Palthe uit Bentheim, tr. Markelo
1683 Anna Elisabeth Sartorius, mogelijk
identiek met Anna Amelia Sartorius, ged.
Bentheim 30-9-1657, dr. van Ds Wilhemus
Sartorius, predikant te Markelo 1675-1696, en
Catharina NN.[698]
|
- a. Johann Palthe,
uit wie volgens Ref. [699] een uitgestorven tak, studeerde in
1547, werd 22-8-1564 (1554?) als notaris bij nhet
Reichskammergericht te Spiers ingeschreven, en werd daarna
Stadtschreiber in de vrije Rijksstad Friedberg i. d. Wetterau
1573-1595. Hij moet minstens zeven zonen gehad hebben, waarvan
er in 1616 zes nog leefden. Dit blijkt uit het bewaarde
grafschrift van zijn zoon, de Frankfortse boekdrukker
Zacharias Palthe.[700]
- b. Berend
(Bernhard) Palthe,
(=kw. nr.
3344).
- c. Henrich Palthe,
uit wie volgens Ref. [701] een uitgestorven tak, studeerde te
Leipzig in 1548, misschien identiek met Mstr. Heinrich
Palthe, die in 1578 burger van Neuenhaus werd en wiens
weduwe Alheit aldaar nog in 1636 in leven was.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder
onderzocht te Schüttorf.[702]
Uit zijn tweede huwelijk (Palthe-Holterman) geboren :
- d. Everwin Palthe,
uit wie volgens Ref. [703] een uitgestorven tak. Welke
Everwijn Palthe dit zou zijn is vooralsnog onduidelijk,
in aanmerking komen :
Everwinus Palt(h)enius (Palte), schoolmeester
te Rolde (1632-1645), zie
Fragment PALTHE I
Everwin Palthe, burgemeester van Enschede, zie
Fragment PALTHE II
- e. Johannes Palthe,
geb. vóór ca. 1570, uit wie een uitgestorven tak,[704]
richter van Graaf Arnold van Bentheim, die in
1591 naar Bremen wordt afgevaardigd,[705] richter en
rentmeester van de graaf van Bentheim, komt met zijn broeder
Everwijn in acten voor, die op de weduwe Jutte Palthe
betrekking hebben.[706]
-
1. (Joh)Anna Palthe, geb. Steinfurt vóór
ca. 1600, ovl. Bentheim begin okt. 1675,[707]
woonde na de dood van haar echtgenoot nog tot 1653 in
Steinfurt, tr. Steinfurt 1620[708] [709]
Prof. Dr. Johann(es) Westenberg, geb. Oehne
ca. 1590-1595 [710] [711] [712]
, ovl./beg. Oldenzaal 28-12-1636/3-1-1637, zn. van
Ds. Weseel(us) Westenberg en Sophia Sutoris
(zie kw. nr.
⇒ 1760 ). Voor meer
details en nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr.
⇒ 1761 sub a.
-
2. Magdalene Palthe, tr.[713]
Gerhard Hubert(u)s, ovl. 22-6-1621,[714]notaris
in Speyer, daarna "Gerichtsschreiber" en notaris in
Steinfurt, wiens "Schreibstube" zich in de Wasserstrasze
aldaar bevond, zn. van Johannes Huberts,
Gerichts Schreiber en keizerlijk notaris te Steinfurt, en
Catharina Nünning.
-
3. Gesa Palthe, ovl. 9-12-1661, ovl
9-12-1661, tr.[715] Michael Oeglein,
ovl. (1658?), afkomstig uit Schwaben, gräfliche
Kornschreiber (der gräfliche Beamte, der die dem Landesherrn
zustehenden Naturalabgaben zu überwachen und einzufordern
hatte), eigenaar van het Kornschreiberhaus (1617-1658), dat
in 1673 vererfde op zijn zwager Dr. Arnold Palthe
en schoonzuster Anna Palthe.[716]
Uit dit huwelijk een enige dochter:
- aa.
Maria Oeglein, ovl. 1655.
-
4. Dr. Arnold Palthe, raad te
Tecklenburg en later te Oranien in de graafschap Lingen.[717]
|
Het Kornschreiberhaus (Bütkamp 14, in
het historische centrum van Burgsteinfurt) in 2006. Dit uit
het begin van de 17de eeuw daterende vakwerkhuis was van
1617-1658 in het bezit van de gräfliche Kornschreiber
Michael Oeglein. In 1673 vererfde het op
zijn zwager Dr. Arnold Palthe en
schoonzuster Anna Palthe.
Foto: 2006.
Bron: Ref. [718] klik op plaatje(s) om te vergroten
|
- f. Judith Palthe
(Palten), geb. Bentheim ca. 1565, ovl.
21-4-1601, tr. vóór 1595[719] Ds. Eberwin
(Everwijn) Wassenberg[720], geb. Steinfurt
ca. 1553, ovl. 17-9-1633, rector van de kerk te Gronau (1586),
Evangelisch-Reformiert predikant,[721] zn. van
Johann Wassenberg en Regina von Lohn.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[722] [723]
-
2. Arnold Wassenberg, ovl. Schüttorf
(Bentheim, D) 14-11-1672,[724]
-
3. Regina Wassenburg, geb. (ged?) Gronau
5-3-1595 (volgens Ref. [725] in 1592), ovl. 10-6-1656, tr.
vóór 1629[726] Arnold Rump, geb.
(ged?) Tecklenburg 28-11-1579, ovl. Tecklenburg 28-3-1639,
zn. van Diedrich Theodor Rump en
Talle Bartling.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[727]
- aa.
Gerhard Arnold Rump, geb. Tecklenburg
13-9-1629, ovl. Wersen 20-1-1691, tr.[728]
Anna Elsebeyn Elisabeth von Bippen,
geb. Cappeln (Grfs. Tecklenburg) 16-7-1631, ovl. Cappeln
19-2-1703, dr. van Bernhard von Bippen
en Anna Hausbrand.
Hieruit verder nageslacht bekend.
| Fragment
PALTHE I |
Everwinus Palt(h)enius (Palte), geb. vóór
ca. 1615, schoolmeester te Rolde (1632-1645),[729]
geref. lidmaat te Groningen met attestatie van Rolde juni
1637,[730] woont in de Zwanestraat (1642, 1643),
Gelkingestraat (1645, 1646) te Groningen, tr. 1o
voor 1639 Magdalena Brucheri, geb. Rees a/d
Rhein (D) vóór ca. 1620, ovl. 1646-1648, dr. van Ds.
Hubertus Brucherus, uit de Paltz afkomstige
predikant te Haren (1615-1657) en Noordlaren, en
Elisabetha NN,[731] [732]
otr. 2o Groningen 8-1-1648 (get. voor haar
Popke Bartolts als neve) Sibeke
Onnes, geb. vóór ca. 1615, wed. ((huw. 1632) van
Ds. Johannes Lamberti, praeceptor der
Latijnsche scholen te Appingedam en predikant te Siddeburen
(1634-1644).[733]
Uit zijn eerste huwelijk (Paltenius-Brucheri):
-
1. Ds. Everwi(j)nus Palthenius,
geb. 1638/39(¥), ovl. Harkstede 14-2-1679[734],
geref. lidmaat in de Popkenstraat te Groningen sept.
1656,[735] ingeschreven als student
filosofie aan de Universiteit van Groningen
16-2-1656 ("Everwinus Palthenius,
Groninganus, a. 17, Phil. Gratis propter avum d.
Brucherum pastorem in vicina ecclesia Harensi."),[736]
beroepen tot predikant te Noorddijk 2-12-1668 en te
Harkstede in 1676,[737] [738]
[739] bevestigt Ds. Rudolfus
Helperi als predikant te Engelbert (1672),[740]
otr. Groningen 17-10-1668 (hij als
Everhardus Pathenius !, get. voor haar
Ruldophus Helperi als neve)
Anna Lubberts, geb. vóór ca. 1640, ovl. na
1690, wed. van Lauwerens van Buiren
(uit welk huwelijk o.a. een voorzoon
Harmannus van Buiren), woont in de
Folkingestraat te Groningen (1662..1665), vertrekt
in juni 1680 van Harkstede naar Stad Groningen,[741]
huw. get. (1690).
| COMMENTAAR(¥)
Doop niet gevonden te Groningen, maar
hij is duidelijk een zoon uit dit huwelijk
omdat uit zijn universiteitsinschrijving
blijkt dat zijn grootvader Brucherus
predikant is in het naburige Haren.
|
Uit dit huwelijk:[742] [743]
-
aa. Magdalena Palthenius,
ged. Noorddijk 18-10-1669[744].
-
bb. Elijsabeth Palthenius,
ged. Noorddijk 13-2-1672[745], geref.
lidmaat te Groningen op belijdenis juni 1690,[746]
otr. Groningen 20-1-1698 (get. voor haar
Harmanus van Buijren als broeder)
Helmer Renewarf (Rennewerf),
woont in de Kromme Elleboog (1698, 1699),
Zwanestraat (1702..1708) te Groningen, huw. get.
(1704). Hieruit verder
nageslacht bekend (6 kinderen
gedoopt te Groningen 1698-1708).
-
cc. Margaretha Palthenius,
ged. Noorddijk 19-5-1674, ovl. na 1739, geref.
lidmaat te Groningen op belijdenis sept. 1692,[747]
als Margaretha Palthenius,
weduwe Ritzema, geref. lidmaat
te Niekerk met attestatie van Groningen
22-6-1739,[748] otr./tr. Groningen
12/29-7-1704 (get. voor haar Helmer
Renewerf als swager),[749]
Help(e)rich Ritzema, geb. ca.
1680, beg. Groningen 13-4-1736, afkomstig van
Groningen(1704), geref. lidmaat te Groningen
maart 1691, zilversmid,[750] woont
aan de Folkingestraat (1705, 1707), bij het
Collectehuis (1708), aan de Breede Markt (1711,
1713) te Groningen, zn. van Hermannus
Ritzema, advocaat, en Anna van
Munster.
Hieruit verder nageslacht bekend (6
kinderen gedoopt te Groningen 1705-1715).
-
2. Elisabeth Paltenius,
ged. geref. Groningen A-kerk 25-3-1642, ovl. jong?
-
3. Hubertus Paltenius,
ged. geref. Groningen A-kerk 29-12-1643, otr.
Groningen 28-1-1665 (get. voor haar Jacob
Jacobs als nabuir) Geertruit Jansen,
afkomstig van Westerborg (1665).
-
4. Joannes Palten,
ged. geref. Groningen A-kerk 1-5-1645.
-
5. Elisabeth (Lijsbeth)
Palt(h)enius, ged. geref. Groningen
Martinikerk 17-6-1646, geref. lidmaat te Warffum als
Elizabeth Palthenius, j.d.
Kockmaagd van de Heer Trip, met
attestatie van Groningen 8-7-1683,[751]
afkomstig van Groningen (1684), otr./tr. Groningen
21-6/10-7-1684 (get. voor haar Leendert
Eldercamp als goede bekende) Jacob
Corver, afkomstig van Lübeck (1680, 1682,
1684), wednr. van Maria Jacobs
(huw. voor 1667), Margrietha Walcker
(huw. 1680), Elsien Frederiks (huw.
1682).[752]
-
6. Margreta Palthenius,
geb. vóór ca. 1645, filiatie
niet bewezen,(¥) geref.
lidmaat in de Popkenstraat te Groningen maart 1660.[753]
| COMMENTAAR(¥)
Haar filiatie is niet bewezen, maar
bij haar belijdenis in 1660 woont zij in de
Popkenstraat evenals 5 jaar daarvoor (haar
broer?) Everwijn. |
|
| Fragment
PALTHE II |
Everwi(j)n Palthe(¥), geb. 1609,
ovl. 20-2-1669 (?), burgemeester van Enschede (na 1627 tot
1639),[754] tr. na 1639[755]
Sara Anna (Sandarina/Sandrina) van Straelen, ovl.
na 1671, wed. van Everhardt van der Mark,
richter van Enschede, woonde te Oldenzaal,[756]
doopget. (1671).
COMMENTAAR(¥)
Is er een verband met :
Everwijn Palthe, geb. vóór ca. 1640
, weduwnaar uit Oldenzaal (1668), otr./tr. Oldenzaal
geref. 13-9/14-10-1668 Catharina Klaessen,
weduwe uit Zwolle (1668).
Hendrick Palthe, uit Oldenzaal
(1664), otr./tr. Oldenzaal/Almelo geref. 7/21-8-1664
Gerritjen Gerrits, weduwe uit
Almelo (1664). |
In 1635 verkopen
provisoren der stad Schöppingen het halve erve Walhoff
in de Eschmarke aan Everhardt van der Marck
x Sandaryna van Straelen en
Johan Kost x Catharina Laersunders.
[757]
Op 29-1-1639 wordt het
erve Ribbelt, gelegen op de Ribbelerbrink in het
noordelijke deel van de Esmarke te Enschede, verkocht
door Ernst van Ittersum tot Nijenhuis
aan Everhardt van der Mark, richter van
Enschede, gehuwd met Sandarina van Straelen.
Nadat Everhardt weinige jaren daarna is gestorven
hertrouwde Sandarina van Straelen met
burgemeester Everwijn Palthe. Dezen
hebben het erve Ribbelt op 8-6-1663 weer verkocht aan
Jenneken Vos.[758]
-
1. Gerrit Palthen,
geb. vóór ca. 1645, ovl. 1672/73, burgemeester van
Enschede (1669), wordt als Gerhard Palthe,
man van Meghtelt van Someren,
geref. lidmaat te Neede 30-5-1669 op attestatie van
Enschede, otr./tr. Neede geref. 14-3/25-4-1669
Mechteld (Magtelane) Tonisdr van Someren,
geb. Deventer 1630, ovl. na 1691, (zie kw. nr.
⇒ 885 ) doopget.
(1668, 1678), wed. van Gerhard ten Cate,
provisor te Neede, dr. van Teunis Jansen van
Someren voor de Bergh poorte te Deventer.
Uit dit huwelijk (Palthe-van Someren):
-
aa. Sandrina Palthen,
ged. geref. Neede 8-10-1671 (get.
Herbert Tonnissen van Someren,
Sandrina de huisvrouw van
Everwijn Palthen, burgemeester van
Enschede en Gertien ten Caete).
-
2. Ds. Everhardus Palthe,
geb. vóór ca. 1645, ovl. Elspeet 28-3-1716[760],
afkomstig van Enschede (1661) ingeschreven als
student aan de Universiteit van Groningen 21-2-1661
("Everhardus Palthe, Enscheda
Transisulanus"),[761] predikant te
Elspeet (1670-1711), beroepen 15-8-1670,[762]
tr. vóór 1687[763] Sara van
Eijbergen, zuster of dr. van Ds.
Franciscus van Eijbergen en Sophia
Palthe.
Op 13-3-1690
stellen de Barneveldse ambtsjonkers een
onderzoek in n.a.v. het verzoek van de predikant
om ontheven te worden van de verplichting tot
het betalen van de verponding over het
kerkenland.[764]
Op 28-8-1711 nemen
de Barneveldse ambtsjonkers kennis van het feit
dat de predikant, wegens hoge ouderdom en
afnemende krachten zijn functie ter beschikking
stelt. Hierop mocht hij van zijn emeritaat gaan
genieten. [765]
Uit dit huwelijk:[766] [767]
-
aa. Ds. Rutger(us) Palthe,
geb. Elspeet 19-11-1671, ovl. Voorthuizen
24-8-1727, bevestigd als candidaat/predikant te
Voorthuizen 1709, (geen inschrijving van hem aan
een van de Nederlandse universiteiten gevonden),
otr. Voorthuizen 6-4-1709[768]
Wilhelmina Lievens, geb.
Nijkerk ca. 1671. Hieruit geen kinderen.
Op 5-6-1720
besluiten de Barneveldse ambtsjonkers om aan
de predikant tien gulden, veertien stuivers
te doen toekomen zodat de weduwe van zijn
voorganger de nog door haar verschuldigde
belastingen aan de substituut-rentmeester
van de Veluwe kan betalen.[769]
Op 6-7-1724
wordt Ds. Rutger Palthe als
voorbeeld gesteld aan zijn collega«s,
kerkmeesters, kosters en schoolmeesters in
het ambt Barneveld, omdat hij zo keurig had
gezorgd voor een opgave van alle
pastorie-eigendommen en vicarieën, alsmede
de opbrengsten daaruit. De anderen moesten
dat nu ook maar eens gaan doen.[770]
Op 2-7-1727
krijgt Ds. Rutger Palthe
toestemming om namens de kerkvoogdij van
Voorthuizen een stuk pastorieland aan de
Schuerdersteegh in erfpacht te geven aan de
weduwe van Henrick Otten
van de boerderij "Korlaar".[771]
-
bb. Sandrina Palthe,
geb. Elspeet 24-5-1674, ovl. kort daarna.
-
cc. Gerharda Palthe,
geb./ged. Elspeet 28-5/4-6-1676.
-
dd. Everwijn Palthe,
ged. Elspeet 13-10-1678, ovl. kort daarna?.
-
ee. Qiennera Palthe,
ged. Elspeet 9-7-1682.
-
ff. Ds. Jo(h)annes Palthe,
geb. Elspeet 25-2-1686, ovl. Elspeet 25-9-1727,[772]
ingeschreven als filosofie en theologie aan de
Universiteit van Harderwijk 23-9-1705 ("Joannes
Palthe, Elsp.-Gelr. Ph. et Th."),[773]
ingeschreven als student theologie aan de
Universiteit van Leiden 19-8-1710 ("Johannes
Palthe, Elspata-Gelrus. 23 (jaar)"),[774]
proponent te Elspeet, krijgt op 3-2-1712
toestemming om bij zijn vader als hulpprediker
op te treden, volgt zijn vader na diens
overlijden op als predikant te Elspeet
(1716-1727),[775] otr./tr. Harderwijk
7/21-3-1717[776] Agnes
Eusebia Pannekoe(c)k (Pannekouck), ged.
Harderwijk 26-9-1694, beg. Harderwijk 11-1-1742,[777]
dr. van Johan Pannekoeck en
Nicola(a) Greven.
Op 5-7-1725
geven de ambtsjonkers van Barneveld
toestemming aan Ds. Johannes Palthe
om een "hofhuijsje" of "weesje" (een prieel)
in de tuin van de pastorie te laten bouwen.[778]
Uit dit huwelijk:[779] [780]
-
aaa. Sara Palthe,
ged. Elspeet 15-5-1718, beg. Harderwijk
19-8-1784, geref. lidmaat te Harderwijk op
belijdenis juni 1735, tr. Hierden 18-7-1743[781]
Hendrik Peters Oosterbaan,
ged. Harderwijk 23-6-1706, ovl. Harderwijk
21-6-1754, geref. lidmaat te Harderwijk op
belijdenis sept. 1736, koopman, pachter van
de visafslag,[782] zn. van
Peter Oosterbaan,
burgemeester, koopman, gemeensman,
rentmeester te Harderwijk, en
Geertruid Felbier.
Hieruit verder
nageslacht bekend.
Op
3-9-1750 verkoopt Sara Palthe,
echtgenote van Hendrik
Oosterbaan het erve Nilant. Zij
verkreeg dit als erfgename van de weduwe
van Lambertus Greven.
[783]
Op
19-12-1776 verschenen voor schepenen van
Harderwijk vrouwe Geertje
Oosterbaan wed. van wijlen de
heer Joachim Johan Geltsayer,
in leven onze mederaadsvriend
overdenkende de zekerheid des doods enz.
legateert aan haar dienstmeid ƒ 100,- en
benoemd tot haar erfgenamen de kinderen
van haar broer Hendrik
Oosterbaan bij Sara
Palthe in echt verwekt met
namen Agnes Eusebia Oosterbaan
getrouwd met Dr Cramer
en Anna Oosterbaan
getrouwd met Dr Grebor
en Geertruid Oosterbaan,
getrouwd met Franciscus
Martinius en Nicola
Oosterbaan, nog ongehuwd, die
allen egaal zullen erven en wat betreft
de saalwheer van het herengoed zal
diegene die dit verkrijgt de anderen een
gelijke waarde uit de overige goederen
doen toekomen en het gerede moet worden
verdeelt en mag niet verkocht worden.
[784]
-
bbb. Johan Palthe,
ged. Elspeet 23-7-1719.
-
3. Joan Palthe,
geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687,
waarschijnlijk identiek met Jan Palthe,
ged. geref. Oldenzaal 20-10-1658, als zoon van "Everwin
en N. Palthe Borger alhier", tr.[785]
Catharina Cost, geb. Enschede Stad
1650-1660, ovl. na 1687 dr. van Jan Cost
en Sara Budde (zie kw. nr.
⇒ 6819 sub e).
|
| Fragmenten
PALTHE III |
Driemaal een Johannes Palthe, van wie
de herkomst onbekend is, en van wie ook onduidelijk is of
het een en dezelfde persoon betreft:
- a.
Johannes Palthenius, geb. vóór ca. 1640,
afkomstig van Twente (1658), ingeschreven als student
filosofie aan de Universiteit van Groningen 7-7-1658 ("Johannes
Palthenius, Tubant., Phil."),[786]
- b. Ds.
Johannes Palthe(nius), geb. vóór ca.
1635, predikant te Den Andel (1657-1659), vertrokken
naar Nordhorn 1659,[787] otr. Groningen
28-3-1657 (als Johannes Palthe) (de
"erentrijke") Catherina Louwens.
- c. Joannes
Palthe, geb. vóór ca. 1640, wordt geref.
lidmaat te Groningen als "studiosus" met attestatie van
Steinfurt juni 1659,[788]:
|
6690. ROLEF VAN DELDEN,
parentatie niet bewezen, burger te
Ootmarsum in 1546.[789]
6784.
GERRIT LASONDER (alias SMID, LAERSUNDER), geb. Enschede
1540-1555, ovl. Enschede 1-8-1616,[790] burgemeester van
Enschede (1593-1609), tr.[791] [792]
6785.
ELSKE BROUWER (alias SMITS), geb. Enschede 1560, ovl.
1611-1618, woonde te Enschede Stad.
- a. Laurens
Lasonder, geb. Enschede 1578-1583, ovl. 1624/25,
(=kw. nr.
3392).
- b. Catharina
Lasonder, geb. Enschede 1585-1590, ovl. Enschede
22-10-1664, (zie kw. nr.
⇒ 6815 ) tr.[794]
Jan Cost (junior), geb. Enschede 1581-1589,
ovl. Enschede 28-3-1666, (zie kw. nr.
⇒ 6814 )
- c. Leffert
Lasonder (alias Smid), geb. Enschede 1581-1585,
ovl. 1664-1668, smid, linnenreder en burgemeester te Enschede
(zie testament van 1662), tr. vóór 1610[795]
Grietje (Gredtken) Cost, geb. Enschede 1580-1590, ovl.
1675-1682, dr. van Pelgrim Janzoon Cost en
Aale Lasonder (zie kw. nr.
⇒ 13636 ).
Uit dit huwelijk (volgorde onbekend):[796]
-
1. Laurens Lasonder (alias: Lasunders),
geb. Enschede 1613-1617, ovl. 1680-1684, burgemeester van
Enschede (1660-1682). tr. vóór 1644[797]
Geertgen Menkmaat, geb. Enschede 1620, dr. van
Herman Menkmaat en Aalke Verwoolde.
In 1651 nemen
Albert en Gerrit Tegederinck 356 D(aa)l(de)r op
van Lauwrens Laersunders. [798]
Uit dit huwelijk geboren te Enschede:
- aa.
Gerrit Lasonder, geb. 1643-1647, ovl.
1716-1723, tr. 1o voor 1669[799]
Griete ten Thije, geb. Enschede
1643-1647, ovl. na 1682, dr. van Engelbert ten
Thije en Geesken Lambertink.
tr. 2o Enschede 6-3-1702[800]
Elsje Fransen van den Borge, geb. Emden
1632, ovl. 1703-1710, wed. van Alexander Wingh,
eerder van Jan van Lochem.
- bb.
Berend Lasonder, geb. 1638-1658, ovl.
vóór 1681.
- cc.
Pelgrom Lasonder, geb. 1645-1652, ovl.
Enschede 1717-1724, burgemeester van Enschede, tr.
Enschede 4-5-1679 Elsken Jansen Hilderink,
geb. Goor 1642-1661, ovl. Enschede na 1703, dr. van
Jan Hilderink en Albertje
Cuijper. Hieruit verder nageslacht.
- dd.
Hendrik Lasonder, geb. 1635-1658, ovl.
Enschede 1718-1723, provisor der stadsarmen in 1702, tr.
vóór 1691[801] Aaltje Cost,
geb. Enschede ca. 1650, ovl. Enschede na 1717, dr. van
Jan Cost, provisor in 1626, en
Fenne Dollebotter.
- ee.
Aalken Lasonder, geb. 1635-1658.
- ff.
Herman Lasonder, geb. 1650-1656, ovl.
Enschede na 1688, tr. NN. Hieruit
verder nageslacht.
- gg.
Fenneken Lasonder, geb. 1658-1665, tr.[802]
Gerard Bekker, geb. 1650-1680.
- hh.
Catharina (Trijntje) Lasonder, geb.
1640-1667, tr.[803] Hermannus
Stroynck, geb. ca. 1645, ovl. Enschede 1721[804],
burgemr. van Enschede[805], zn. van
Jorrien Stroink en Judith Wageler
(zie kw. nr.
⇒ 1700 sub a).
-
2. Anna Lasonder, geb. Enschede
1610-1634, tr. vóór 1652[806] Ludovicus
(ten) Wagelaer, geb. Enschede 1600-1633, ovl.
1687-1690, zn. van Johan Wageler en
Harbert de Laer (zie kw. nr.
⇒ 3403 sub b), waard,
herbergier in "De Swaene", vaandrig in de schutterij (1646).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Jacob Lasonder, geb. Enschede
1621-1630, ovl. vóór 1662, tr. Imme Brouwer,
geb. Enschede 1625/26, ovl. na 1679, dr. van Lambert
Brouwer en Stijne Cost (zie
kw. nr.
⇒ 3392 ). Zij hertrouwde
Albert Stroink (zie kw. nr.
⇒ 3401 sub a).
Uit dit huwelijk (Lasonder-Brouwer) geboren :
- aa.
Pelgrom Lasonder, geb. 1640-1662.
- bb.
Truide Lasonder, geb. 1640-1662, tr.
Jan Jansen Stroink, geb. 1640-1662, zn.
van Jan Stroynck (zie kw. nr.
⇒ 3401 sub b).
6786.
PELGRIM (PELGROM) BERENDS COST, geb. Enschede Stad
1525-1560, ovl. Gronau na 1615, woonde te Enschede Stad, tr.[807]
6787. CATHARINA NN, geb.
1535-1560, ovl. Gronau na 1614, woonde te Enschede Stad.
- a. Margrete Cost,
geb. 1565-1585, (=kw. nr.
3393).
- b. Berend Cost,
geb. 1580-1607, woonde te Enschede Stad.
6790. JOHAN TICHELS, geb.
1530-1555, ovl. na 1605, woonde te Enschede Stad, tr.[809]
6791. ANNA NN, geb.
1530-1555, ovl. na 1605.
- a. Wendela Tichels,
geb. 1550-1580, ovl. na 1595,
(=kw. nr.
3395).
6800.
ALBERT STROYNCK, geb. Delden ca. 1540, ovl. Delden
1601-1611, koopman, herbergier en kerkmeester (1588) te Delden,
wordt regelmatig (1573-1587) genoemd in verband met zaken die in
Delden voor de burgemeesters worden behandeld, spreekt personen aan
voor het betalen van wijn (1574, 1577) en voor het terugbetalen van
geleend geld (1576, 1577, 1581), treedt op als "ondelwisser" (1584),
bezit grond op de Deldener Es (1585), verkoopt paarden (1586), tr.
vóór 1586
6801. CAT(H)RIJN NN, geb.
vóór ca. 1550, ovl. na 1617, die optreedt als "die weedevrouwe
Stroinse" in enkele rechtzaken (1611..1617).
Op 15-12-1586 verklaren enkele
personen "dat sie verkofft hadden Albert Stroynck
Catharyna syner huisfrouwen und oren Erffgenamen eene jaarlijkse
rente van 8 1/2 gold gulden [810].
Verpondingsregister Twenthe 1601 : Albert Stroynck
betaalt f 0,4,0 voor "5 spint landtz thobehoernde den erfgenamen
van zaliger Henrich van Rehede, gyfft jairlicx
1 daler", in Stad Delden [811].
Uit het huwelijk (Stroynck-NN) geboren te Delden :
- a. Rotger Stroynck,
geb. ca. 1570, (=kw. nr.
3400).
6804. HENDRIK TEN WAGELER,
geb. Enschede Stad 1520-1560, ovl. Enschede Stad 1597-1611, tr.[812]
6805. GERTKEN NN, geb.
1540-1565, ovl. Enschede Stad 1597-1610.
- a. Johan (toe)
Wagel(a)er, geb. Enschede Stad 1550-1580, ovl.
Enschede Stad 1637-1643, (=kw.
nr.
3402).
- b. Jenneke ten
Wageler, geb. Enschede Stad 1550-1580, ovl.
Enschede Stad na 1611. tr.[814] Berend ten
Weemhaeve, geb. Enschede Stad 1576-1581, ovl. Enschede
Stad na 1626, schoenmaker te Enschede Stad, woonde te Enschede
Stad, zn. van Jan ten Weemhaeve en NN.
- c. Gertken Wageler,
geb. Enschede Stad 1550-1580, ovl. Enschede Stad na 1610, tr.[815]
NN Elderink, geb. 1540-1575, ovl. vóór 1600,
woonde te Enschede Stad.
- d. Trijne Wageler,
geb. Enschede Stad 1565-1580, ovl. Enschede Stad 1597-1606, tr.[816]
Hendrik Roters, geb. Enschede Stad 1534-1544,
ovl. Enschede Stad na 1615, schoenmaker te Enschede Stad, wednr.
van Kunne NN. Hij hertr. Gertken NN
-
1. Derck Roters, geb. Enschede Stad
1600-1606, ovl. na 1610.
- e. Herman ten
Wagelaar, geb. 1570-1581, woonde te Enschede
Stad, tr.[818] Mette NN, geb.
1565-1581, woonde te Enschede Stad
Hieruit verder nageslacht bekend.
6806. ALBERT(US) DE LAER,
ovl. na 1628, notaris publicus, landtschrijver, secretaris (1600,
1609), gerichtsschrijver (1597, 1598, 1609) van stad en gericht
Enschede.[819] treedt op als gevolmachtigde voor het
Langericht van Oldenzaal (1605, 1618), burgemeester van Enschede
(1618..1622).
Stadgericht Oldenzaal:[820]
10-4-1600: Alberto de Laer vergundt die beslage
up twee handtschrifften, Hanß van Werden
thobehorende unnd bij Hanß Henrickß berustende.
Nha Stadtrechte.
7-7-1600: Up voergaende beslage unnd darup (erfolgede)
ahngefangene gerichts proceduer, heefft Hanß Henrickß,
umb wijdere unkosten und schaden thovermijden, ahn handen
Alberti de Laer, Secretarij oppidi Enschedensis
tott vuldoninge der schult van Twee unnd vijfftich dalers sampt
upgelopene intereße so hie secht, hem ahn Hanß van
Veerden? Veltscherder under hopman Pherniow
tho resten, avergelevert twee handtschrifften itzg Hanßen
thobehoerende, die eine under datum den 29 Januarij Anno 91
spreckende van 47 daler, up Geerdt Geertß unnd
Jan Janß offte Jan Roloffß,
heerkommende van ennige kopenschap van koenen van .M.
Henrich Calije?
Die ander gepaßeert sijnde up maendach ijnden paaschen vorß
jaers 91 holdende up Geerdt Geertß, van die
summa van 23 daler, allent den daler tho 30 st. unnd den st. tho
viffthien placken gereckent, unnd dat under cautie offte
borchloffte van Pelgrim ten Thije, dewelche
ahngelaevet heefft, infal Hanß Henrickß dußer
averleveringe halven ijn ennigen schaden geraeden mochte, datt
hie daervoer will ijnstaen, als offte hett sijn eigen saecke
wehre wehre, des belaevet Albertus de Laer obg
gerortten Pelgrimmen sijnen borghe van alles dußer saecke halven
schadeloes tho holden under verhijpothicieringe sijner alingen
guideren In meliori forma.
9?-7-1600: Albertis de Laer Secretarius oppidi
Enschedensis pendet ahn twee handtschrifften Hanß van
Veerden?, veltscherder under hopman Pherniow
thobehorende, ende bij Hanß Henrickß
berustende.
Stadgericht Oldenzaal d.d.
8-8-1600:[821]
Octava Augusti Prosper Staven Everdt van Delden in stadt
Henrichs Loelvincks Borgermeisteren.
Die Edele unnd Erentfeste Joest Nagel unnd
Adolph vander Marck constitueren unnd maecken
vulmechtigh den Er: wolgelertten .M. Joannen Hampßinck
umb alhier bijnnen Oldenzaell voer den oick Edelen unnd
Erentfesten Erensten van Ittersum Drosten
zlandes van Twenthe tegens Lamberten Budde unnd
Alberta de Laer umb sie luide ter frundtschap
offte mett rechte daer heer tho holdenn datt sie datt erve unnd
guedt Wilminck ijnt gerichte van Enschede ende der groten
buermarcke liggende sollen verlaetenn unnd ijn handen der
constituenten wedder stellen, unnd datt bij alsolcken bescheijde
als bij den heeren Landtdrosten vorß gefunden sall konnen
worden, unnd watt gerortte vulmechtiger ter bijllicheit bij
consent obg heeren Drosten unnd heeren Johans van der
Marck ijn dußer saecke handelen doen, unnd laeten wordt
datt selve laven gemelte constituenten pro rato et grato tho
wijllen holden. In meliori forma.
Verpondingsregister Twenthe 1601 :
ƒ 3,22,8 voor 't erve Wilminck, tohorende aan Albertus
de Laer en Lambertus Budden. groot 7½
mude gesei en 3 mudde land in de Eschmarke te Enschede.
Albertus de Laer : ƒ 1,15,0 voor 5 scepel gesei
binnen wigbolts, 1 koeweide strekkende tot 't erve Seggelt, en 7
scepel gesei gelegen buiten wigbolt in de Eschmarke [822].
Stadgericht Oldenzaal d.d.
13-6-1622:[823]
Erschennen Albertus de Laer borgermeister tho
Enschede, geaßistiert mett die huißfr van Jan ten
Wageler unnd begert van die H. Borgermeisteren umb
redelicke moverende oirsaecken datt haer E. believen will
gerichtelicken die loeßkundigingh tho mogen doen ahn
Johan Roeßen van die summe van twee hundert dalers tho
bethalen up naestkumpstigen Christmißen luidt gegevener
obligatien gerechtlichen verschrijvinge, twekcke mijn heeren
Borgermeisteren also ahngenommen te willen geschien Dijt
vorgaende vorß Johannen Roesen voergeleeßen
sijnde nijmpt sulxc voer bekandt, unnd secht datt hie gelickfals
begerende up Engelbert Pijnninck als principael
tho mogen geschien, vann gelicke summe, die hie hem schuldich
ijs.
In de periode 1628-1631 wordt een
proces gevoerd voor het Richtermabt Almelo tussen Albert
van Laer en Herman S. Smit over de
eigendom van een paard. [824]
- a. Harbertje de
Laer, geb. Enschede Stad 1570-1585, ovl.
Enschede Stad na 1647, (=kw.
nr.
3403).
- b. Bernard de Laer,
geb. vóór ca. 1580,[826].
Landgericht Oldenzaal d.d.
12-1-1605:[827]
Bernhart van Laer hefft nae paelrecht
verkofft ein koeperen pott, thobehoerich den Buirrichter ter
Losser, ende dat van wegen die gemeine bueren, ende Laer
voerschr. is voer 20 stufers bij den slach ahnn dat pandt
gebleven.
- c. Lodewijk de
Laer[828], geb. vóór ca. 1590, ovl.
na 1620.
Landgericht Oldenzaal d.d.
20-5-1620:[829]
Lodewich de Laer, soon van BurgerMr.
Albert van Laer exhibiert schrifftlicke
anspraecke contra Geert Wiggerinck toe
Losser mit vertoonder volmacht, sub dato 1615 den 28 Martij.
Die Wigger toe Losser angeeischet sijnde, und nicht
erschienende, is per contumatiam verwonnen.
6812. EGBERT JORISSEN.
- a. Derk Jorrissen,
geb. Enschede Stad 1590-1615, ovl. Enschede Stad 1650-1653,
(=kw. nr.
3406).
6814.
JAN COST (alias Junior?), geb. Enschede Stad 1580-1586,
ovl. (Enschede?) 28-3-1666, smid te Enschede Stad, tr. vóór 1622[831]
6815.
CATHARINA LASONDER, geb. Enschede Stad 1585-1590, ovl.
Enschede Stad 22-10-1664.
In 1635 verkopen provisoren der
stad Schöppingen het halve erve Walhoff in de Eschmarke aan
Everhardt van der Marck x Sandaryna van
Straelen en Johan Kost x
Catharina Laersunders. [832]
- a. Anna Cost,
geb. Enschede Stad 1600-1610, ovl. Enschede Stad na 1661,
(=kw. nr.
3407).
- b. Hendrik Cost,
geb. Enschede Stad 1605-1615, ovl. Enschede Stad na 1680, woonde
te Enschede Stad, burgemeester te Enschede Stad, tr.[834]
Geertuid Weijdeman, geb. 1600-1640, ovl. na
1667, woonde te Enschede Stad.
- c. Gerrit Cost,
geb. Enschede Stad 1605-1620, ovl. Enschede Stad na 1675, tr.[835]
Catharina Smeddes, geb. 1600-1635, ovl.
Enschede Stad na 1662, woonde te Enschede Stad.
-
1. Albert Cost, geb. Enschede Stad
1635-1645, ovl. na 1662.
-
2. Elsje Cost, geb. Enschede Stad
1640-1650, tr.[837] Jan Wessels geb Enschede Stad
1643-1650, ovl. Enschede Stad na 1723, zn. van
Gerrit Wessels en NN.
- d. Aalken Cost,
geb. Enschede Stad 1610-1647, ovl. Enschede Stad na 1682, tr.[838]
Herman Leferink, geb. 1610-1620, ovl.
1675-1682, woonde te Enschede Stad.
- e. Jan Cost,
geb. 1621/22, ovl. Enschede Stad 16-11-1686, richter, tr.[839]
Sara Budde, geb. 1627, ovl. Enschede Stad
22-11-1706, dr. van Herman Budde en
Geertruyd van der Marck.
-
1. Aleida Cost, geb. Enschede Stad
1645-1656, ovl. Enschede Stad 23-5-1737. tr. Enschede Stad
1-5-1675[841] Ds. Everwinus Stockman,
geb. Enschede Stad 1627-1641, ovl. Enschede Stad 9-1-1727,
ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van
Groningen 2-11-1658 ("Everwinus Stockman,
Transisal."),[842] predikant te Enschede Stad,
zn. van Ds. Gerardus Stockman(nus),
predikant, en Anneken Steinfurt.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Lambertus Cost, geb. Enschede Stad
1645-1652, ovl. na 1667.
-
3. Catharina Cost, geb. Enschede Stad
1650-1660, ovl. na 1687. tr.[843] Joan
Palthe, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687,
zn. van Everwi(j)n Palthe, burgemeester van
Enschede, en Sara Anna (Sandarina/Sandrina) van
Straelen (zie
Fragment PALTHE II ).
-
4. Herman Cost, geb. Enschede Stad
1650-1660, ovl. Oldenzaal Stad 1-4-1718, tr.[844]
NN Stuer, geb. Goor 1655-1665, dr. van
Christoffer Stuer en Anneken Putman.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
5. Geertje Cost, geb. Enschede Stad
1659-1661, ovl. Oldenzaal Stad 18-1-1738, tr. 1o
[845] Joost Myskedaal, geb.
Enschede Stad 1640-1670, ovl. Enschede Stad na 1701,
advocaat te Oldenzaal Stad, zn. van Joost Myskedaal
en Jenneke Bekker, tr. 2o
[846] Albert Muntz, geb. Neuenhaus
1655-1665, zn. van Balthazar Muntz en
Adelheijdt Reiners.
-
6. Anna Cost, geb. Oldenzaal Stad
1662-1672, ovl. Oldenzaal Stad 2-3-1741, woonde te Oldenzaal
Stad tr. Deventer 14-1-1702[847] Dr.
Andreas Niland(t), geb. Deventer 24-12-1658, ovl.
Oldenzaal Stad na 1708, ingeschreven als student aan De
Illustre School te Deventer 18-7-1676 ("Andreas
Nieulandt, Daventriensis"),[848]
ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht
1682 ("Andreas Nilant W. F.
Daventriensis."),[849] promoveert aldaar
2-11-1682 in de rechten op een dissertatie getiteld "De
Usufructu",[850] wordt burger van Oldenzaal
15-1-1708, burgemeester te Oldenzaal Stad, zn. van
Willem Nilant, burgemeester te Deventer, en
Elisabeth Strockel. Hieruit
verder nageslacht bekend.
Burgerboek Oldenzaal: Ao
1708 den 15 Januarij heeft de Heer Doctor
Andrees Niland, voor hem, sijn huisvrouw en
kinderen de Burgerschap deser stad gewonnen, gelijk mede
in forma den burger eed gepraesteert.
-
7. Jan Cost, geb. Enschede Stad
12-2-1663, ovl. Enschede Stad 17-5-1722, richter te Enschede
Stad, woonde te Enschede Stad, tr. Markelo 18-9-1694[851]
Barbara Nilant, geb. Deventer 14-5-1673,
ovl. Enschede Stad 28-7-1738, dr. van Willem Nilant,
burgemeester te Deventer, en Elisabeth Strockel.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
8. Mechteld Cost, geb. Enschede Stad
1665-1673, ovl. 15-8-1728, tr. Enschede Stad,[852]
Ds. Rutger van Eibergen alias Eijbergen,
geb. Borculo 13-7-1636, ovl. Weerselo 31-12-1716,
ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer
10-9-1657 ("Rutgerus ab Eibergen,
Borkoloa-Gelrus"),[853] ingeschreven als student
theologie aan de Universiteit van Groningen 13-9-1662 ("Rutgerus
ab Eibergen, Borkeloa-Gelrus"),[854]
ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van
Leiden 15-9-1663 ("Rutgerus ab Eibergen,
Bercklo-Gelrus. 24 (jaar) (sic!)"),[855]
[856] predikant, zn. van Tönnis van Eibergen
en Zetjen van Eibergen.
Hieruit verder nageslacht bekend.
6832.
= 6784. GERRIT LASONDER (alias SMID).
6833.
= 6785. ELSKE SMITS.
6834. = 6786. PELGRIM BERENDS COST.
6835. = 6787. CATHARINA NN.
6912.
JOHAN RE(DE)RINCK, geb. 1498-1518, ovl. 1563-1570, mogelijk
dezelfde als Johan Rerijnck, burger van Zutphen,
"heel geld", zondag na Esto mihi 1545 (=22-2-1545),[857]
beleend met Rederinck (1517, onmondig), (1560), voert in 1563 voor
het Hof van Gelderland als Johan Reer(d)inck met
Derck Valverdingh c.s. een proces over
Reerdinckslag onder Hengelo (Gld),[858] tr. vóór 1560
6913. ELISABETH RIDDERS,
door Johan gelijftocht (1560).
Beleningen van het goed Rederinck
te Hengelo (Gld) :[859]
Dat gued "to Redering", in groten : die hofstat ende 35
maldersaets hoges lants, to gueder maten. Item een weidemait,
schiit an Mennynck, geheiten "Rederinx-weidemait". Item 1 stuck
beneven Widenstraet, geheiten "Rederinx slach". Item 1 slageken
in den Ongevoirde. Ende 1 1/2 slegekijn in den Eketghoir, myt al
des gudes tobehoir, als dat leget in den kirspel van Hengel, to
5 marcken.
Oct. 1417 : Ailbert Redering. Hulder is
Henric Redering.
11-12-1420 : Ailbert Redering, mondig, doet
zelf den eed, na doode van zijn oom en hulder Henric.
27-5-1468 : Johan Rederinck Aelbertsz.
23-1-1495 : Derick Rederinck na doode van zijn
vader Johan.
12-12-1517 : Johan Rederinck, onmondig, na
doode van zijn vader Derick, en na verzuim. Derick
Putzeller, rentmr. van het land van den Berge, is
hulder.
30-1-1560 : Idem doet zelf den eed, en lijftocht zijn vrouw
Elisabeth Ridders.
11-4-1570 : Derick Rerinck, na doode van zijn
vader Johan.
- a. Derick Rerinck,
geb. vóór ca. 1550, (=kw. nr.
3456).
6928. NN (PAUWEN)(¥).
COMMENTAAR(¥) Wat
is het verband met
Berent Paeuwen, burger van Zutphen
31-3-1629.[860] vul aan ppp 5/21/143
Henrik Johannes Pauwe, burger van Zutphen,
gartis zaterdag na Epiphanias 1545 (=10-1-1545).[861]
Steven Pauw, burger van Zutphen, zaterdag
na Martinus 1516 (=15-11-1516).[862]
|
- a. Jan Pauwen,
(=kw. nr.
3464).
- b. Derk Pauwen,
tr. 1o Lochem geref. 7-6-1585 Goessen Elffen,
tr. 2o Lochem geref. 28-12-1588 (Derck Pauwen
und Hylle sijn h.v.) Hylle NN.
-
1. Derck Pauwen, ged. geref. Lochem
27-6-1584 ("gedoept Derck Pauwens kyndt.
Derck genoemt.").
-
2. Anna Pauwen, ged. geref. Lochem
28-12-1588 ("Derck Pauwen dochter Anna"),
ovl. jong?
-
3. Johan Pauwen, ged. geref. Lochem
18-10-1592, tweeling? met
-
4. Anna Pauwen, ged. geref. Lochem
18-10-1592 ("Derck Pauwen twee kynderen,
Johan und Anna").
- c. Hendrick
Pa(u)(w)en, ovl. vóór 1627, woont te Lochem
(1617), tr. 1o? Lochem geref. 18-4-1591
Greete Greven, tr. 2o Lochem geref.
22-11-1592 Aelken Du(y)men, ovl. 1592-1617, tr.
3o Lochem geref. 10-12-1617 (als haar wednr. te
Lochem) Hille Ku(i)pers, wed. van Lochem. Zij (Hille
Ku(i)pers) hertr. Lochem geref. 6-1-1627 Zweer
Kettels, wednr. van zal. Geertken Freesen.
-
1. Berndt Pauwen, ged. geref. Lochem
7-4-1586 ("Henrick Pauwen kyndt Berndt"),
ovl. jong?
-
2. Johan Pauwen, ged. geref. Lochem
9-11-1591 ("Henrick Pauwen kyndt Johan").
-
3. Henrick Pauwen, ged. geref. Lochem
18-3-1593 ("dye lange(¥) Henrick Pauwen
kyndt Henrick"). otr. Lochem geref. 28-1-1627 (als "Hendrich
Pauwen zal. Hendrich Pauwen
naegelatene sohn", attestatie gekregen 24-2-1627) Hilleken
Frerix, j.d. van Emmerik (1627).
-
4. Berndt Pauwen, ged. geref. Lochem
18-4-1593 ("die Jonge(¥) Henrick Pauwen
kyndt Berndt"), otr. Lochem geref. 26-9-1624 (als "Berndt
Pauwen Jonckman und Zoone van Henrich
Pauwen Burger Zu Lochum", en "zyn gecopulert te
Vorden") Berntgen AlterKamps, dr. van
zaliger Bernt AlterKamps te Vorden.
| COMMENTAAR(¥)
Blijkt hieruit dat er twee personen
Henrick Pauwen (een lange en een jonge)
zijn? |
- d. Hendrick
Pau(w)en, portier in de Smedenpoort te Lochem
(1609). doopget. (1610), tr. vóór 1609 Marie NN.
Uit dit huwelijk (Pauwen-NN) (o.a.?) :
-
1. Jenniken Pauwen, ged. geref. Lochem
11-10-1609 ("Hendrick Pauen, de porter in
die Smedenporte, Marie sien vroue, ein dochter Jenniken",
get. Jorien van Bentum).
-
2. Berent Pauwen, ged. geref. Lochem
18-10-1612 ("Hendrick Pauwen, Marye sien
vroue, ein kint Berent", get. Joeren van Bentem).
Berent Pauwen
en zijn h.v. Berentgen (27-2-1629)[863].
Is dat deze Berend wel?
- e. Lutgerdt Pauwen,
filiatie niet bewezen, tr.
Lochem geref. 30-4-1589 Berndt ten Haeve.
6930. NN (WITBECKERS?/KOSTER?).
Uit zijn huwelijk (o.a.?):
- a. Margriet
Witbeckers,
(=kw. nr.
3465).
- b. Arndt (Aerent)
Witbeckers (genaamd Koster), ovl. 1644-1655,
doopget. (1616, 1618), momber van zijn zuster Margriet (1643,
1644), schepenrichter en burgemr. van Lochem[864]
(1630), tr. 1o Lochem geref. 17-2-1591 (hij als
Arndt Koester, zij als Aelken Toellers)
Aeltje (Aelken) Tolners, ovl. 1613-1615, tr. 2o
(huw. voorw. 4-4-1615[865]) Joestien Kappers,
ovl. 1619-1655.
Op 12-3-1615 zijn Jan
Pauwen en Johan Witbeck voogden
over de acht kinderen uit het eerste huwelijk van
Arndt Witbeckers[866].
De Ed. Eerentf. ook Eers. Joest Nagel to Amsen,
Johan Lamsinck en Derck tho Harckel,
burgemr. van Lochem, hebben raadzaam geacht hun getal te
vermeerderen, in plaats van de afgestorven Willem
ten Ollinckhave en Hendrik van Haerlo,
en tot burgemr. benoemd Willem van Bramel,
Arndt van Damb, Arndt Coster
en Peter Copes, die daarop de eed doen,
20-5-1630[867]
De erfgenamen van wijlen Joestien Costers,
h.v. van wijlen burgemr. Arent Koster,
9-3-1655[868].
De luitnt. Jan Holman, voor 1/3 erfgenaam
van wijlen Joostien Kappers, h.v. van
wijlen burgemr. Arent Koster, 29-1-1670[869].
Uit een mogelijk noo eerder huwelijk (Koster-NN) :
-
1. Gudula Koester, ged. geref. Lochem
22-6-1589 ("Arndt Koesters dochter
Gudula").
Uit zijn eerste huwelijk (Koster-Tolners, waarvan in 1615
nog acht kinderen in leven) (o.a.) :
-
2. Gertken Koester, ged. geref. Lochem
17-10-1591 ("Arndt Koesters kyndt
Gertken").
-
3. Henrick Koester, ged. geref. Lochem
16-3-1595 ("Arndt Koesters Soene Henrick"),
tr. Lochem geref. 5-7-1618 (als "Hendrick Witbecker
s. van Arent Witbecker genant Koster")
Essele Mejers, j.d. van Lochum, dr. van
zaliger Berndt Meiers.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
- aa. NN
Koester, ged. geref. Lochem 22-11-1618
("Hendrick Koster en kint gedoept, get.
Berent Gruiter").
- bb.
Reint Koester, ged. geref. Lochem okt.
1623 ("Hendrick Koster kint genaemt
Reint, get. Hendrick ter Becke").
-
4. Jacob Koester, ged. geref. Lochem
10-4-1597 ("gedoept Arndt Koester soene
Jacob, gevaders Lambert ten Berenpass
frouwe, und Helmich Schoemaker").
-
5. Anneken Koester, ged. geref. Lochem
6-7-1611 ("Arent Koester, Ealkenn sien
vroue, ein kint Anneken, get. Tijs Bonum").
-
6. Gryete Koester, ged. geref. Lochem
13-10-1613 ("Arent Koester toe Lochem,
Alkynn sien vroue, ein kint Gryete, get. Evert
Schollemeyster").
Uit zijn tweede huwelijk (Koster-Kappers):
-
7. Jost Koster, ged. geref. Lochem
17-12-1617 ("Arendtt Koster, ein kint
Jost", get. "dye gevaederenn Heendrick Braebender").
-
8. NN Koster, ged. geref. Lochem
26-12-1619 ("Aren Koster en kint gedoept,
get. die sonnen Albert").
- c. Johan Witbeck,
filiatie niet bewezen.
waarsch. dezelfde als Jan Witbecker, koster te
Geesteren, ovl. voor 9-12-1628[870] tr. [871]
[872] . Anna Blesius, ged. geref.
Lochem 3-3-1594 ("Blesius dochter Anna").
Uit dit huwelijk (Witbecker-Blesius) geboren :
-
1. Anna Witbecker(s)[873],
filiatie niet bewezen. tr.
1o Borculo eind 1623[874]
Cornelius Berntzen, tr. 2o voor
26-2-1634[875] Jan Hagens (Petershagen),
ovl. 1652-1663, gegoed te Geesteren, zn. van Joost
Hagen (alias Petershagen) en Engele
Vrijlinck.
Landgericht Borculo : in
1644 procedeert Jan Buloes tegen
Johan Hagens. [876]
Stad- of Landgericht Borculo : in 1652 procedeert
Jan Hagens tegen Berentjen
Brethouwers, wed. Rietmolle.
[877]
Uit haar tweede huwelijk (Hagens-Blesius) :[878]
- aa.
Blesius Hagens, geb. Geesteren Gld
1620-1656.
-
2. Blesius Witbecker, ook genaamd
Blesius Coster, op 22-12-1628 vermeld als
ruiter onder de compagnie van graaf Otto van Limburg
en Bronkhorst[879].
6932. RIKELEN (RIJCKLUKEN) VAN VREDEN,
ovl. 1609-1616, bouwman op Vreden in Klein Dochteren.[880]
Uit zijn huwelijk (o.a.?) :
- a. Egbert van
Vreden, (=kw.
nr.
3466).
- b. Jan van Vreden,
otr. Lochem 15-8-1619 (als zn. van zaliger Rijckluken
van Vreden in klein duchtren),[881]
Emme Alberts, dr. van zaliger Albert op den
Hietbrinck in Klein duchtren.
- c. Goszlick van
Vreden, vóór ca. 1585, tr. Lochem geref.
22-11-1609 (als "Ricklukens Son to vreden")
Welmer te Draeffsel, dr. van Peter te
Draffsel.
- d. Aeltken van
Vreeden, geb. vóór ca. 1595, dr. van zaliger
Rijdtluicken van Vreden, wonende in klein
duchtren, tr. Lochem geref. 8-9-1616 (als dr. van zaliger
Rijdtluicken van Vreden, wonende in klein
duchtren) Berndt Smeiers, j.m. zn. van zaliger
Berndt Smeiers.
6934. HERMEN (HERMAN, HARMEN) NIJKAMP,
ovl. na 1612 (doopget.)[882], doopget. (1612), bouwman op
Nijkamp in Klein Dochteren.[883]
- a. Agnes Nijkamp,
(=kw. nr.
3467).
6936. WILLEM (WILLEKEN) VAN EM(B)DEN,
ovl. na 1623, te Lochem (1612), is in 1593 huw. get. te Lochem,
doopget. (1613, 1623).
- a. Jan Wylleckes,
ged. verm. Lochem geref. 12-7-1590 ("gedoept Willeken
van Embdens Soen"),
(=kw. nr.
3468).
- b. Styne
Willickens, ged. geref. Lochem 18-8-1591
("Willickens dochter van Embden Styne genoemt").
- c. Hermen Willekes,
ged. geref. Lochem 5-1-1595 ("Willem van Embdens
kyndt Hermen"), doopget. (1618, 1619).
- d. Aelken
Wil(le)kes/van Emden, ged. geref. Lochem
2-9-1596 ("gedoept Willem van Embdens dochter
Aelken, gevaders Henrick Macharius,
Aelken Lulyffs und Fenne ter Beck"),
doopget. (1613), j.d. van Lochem (1617), tr. Lochem geref.
12-10-1617 als Aeltken van Emden, dr. van
Willem van Emden) Berndt Smit,
j.m. van Roerlo, zn. van zaliger Hendrick Smit.
6938. BERNDT ELBERINCK,
verm. te Nahayss.
- a. Aeltken
(Alkynn) Elberinck, geb. vóór ca. 1590, ovl.
1622-1625, (=kw. nr.
3469).
7040.
WESSELUS WESTENBERG, wordt gereformeerd, woonde te
Gildehaus zonder enige betrekking, tr.[884]
7041. MARIA ELISABETH WERNINKS,
afkomstig van Gildehaus.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[885]
- a. Ds. Lambertus
Westenberg, predikant te Nordhorn.
- b. Johannes
Westenberg, ovl. 1580 aan de pest,
(=kw. nr.
3520). filiatie niet bewezen.
7066. GOVERT GEVERS, geb.
vóór ca. 1560.
- a. Lambert Gevers,
geb. vóór ca. 1610, vermeld in 1635 als voogd van de kinderen
van (zijn zuster) Aeltje Gevers en haar eerste
man Gerrit Wyginck.[887] Een zekere
Lambertus Gevers (een kleinzoon?) uit
Winterswijk schrijft zich op 12-4-1668 op 21-jarige leeftijd in
als rechtenstudent te Harderwijk.
- b. Margaretha
Gevers, geb. vóór ca. 1610, tr. vóór 1631[888]
Johan Volmer, uit Vreden, luitenant (1662).
Op 25-10-1631 wordt
Gover Wyginck samen met zijn broer Henrick
Wyginck door Johan Volmer en
Margaretha Gevers gemachtigd op te treden
omtrent een erf in de buurt van Vreden.[889]
Op 8-2-1662 bekent
Berendt ter Straecke voor een walbetaelde summa
geldes gecediert ende vercoft te hebben an lieutenandt
Johan Volmer und sijnen erven, die
halfscheijdt des Sijbincks kamp, inden Kerspel Wenterswick,
buurschap Medehoe gelegen, allermaeten hij cedent ende sijn
olders van Gerdt Sibinck ende
Fenneken ehel., densolven altijdt rustelick ende
vreedelick in pandtschap beseten, alles luijt
pandtverschrijvinge de anno 1629 1 Julij, voor allodiaal en
kummervrij, om daruyt die darde garve met het stroe jaerlix
te innen. [890]
- c. Michiel Gevers,
geb. vóór ca. 1590, ovl. na 1645, is als Michael Gevers
"ein gar reicher man" is in 1624 uit de Vredense Raad gezet,[891]
wordt op Pasen 1626 geref. lidmaat te Lochem als "Michael
Geevers mit sin frowen moder welcke uth Vreden mede
vann die religie willen vertroken",[892] burger te
Zutphen (1641), tr. vóór ca. 1610[893]
Sibilla Randenraast (Randenraat, Randenrath), ovl.
18-9-1630, beg. Lochem Gudulakerk (grafsteen : "Ao 1630 den 18
September is in den Heeren gerust BEELTIIEN RANDENRATH
huesfrouwe van Michael Gevers van Vreden.")[894].
wordt op 22-10-1626 geref. lidmaat te Lochem als "Michael
Gevers huisfrowe, welcke uth swackheit hares liefes te
voren niet heft communiceren konnen".[895]
Op 15-4-1641 Erschenen die
Weledell und Gestrengen Detherick Philips van Wilich,
Heer tott Praestinck, In nahmen und als Volmachtiger des
oock Weledelen und Gestrengen heren Herman van
Diepenbroeck Heer tott Bulderen, daervan
genoechsame Volmacht voor Engelbert Schmele
Richtern der Stadt Coesfeldt onder gemeltes Heren Richters
Segell in dato den Achtundtwintichsten Februarij
Sestijnhondert Een und Viertich onder des Notarij
Joannis Ronneboems handt voorbrachte, die bekande
In nahmen sijns heren Principalen Constituenten und sijn
WolEdl. Erven voor eene walbetaelte summa geldes rechtes
steden ewigen und onwedderroeplicken erffkoops avergelaten
und verkofft te hebben an die Ervest und Wolfurnehme oock
Ehrbare und Thuegentsame Henrichen Willinck
Lisabeth Hardes eheluide, Michael
Gevers und Aelken Gevers, weduwe
Wigincks respective burger und inwonner
tott Wenterschwick, Zutphen und Eibargen, und haren rechten
erven sijns heren Constituenten Drie frie Erven und
goederen, alss nemblick Gielinck, Mšller und Menninck genant
inden Kerspell Wenterschwick Buerschap Corle mit allen
daertoe gehoerigen olde und nije gerechtigheiden in hare
bepalongen gelegen, niet daervan uhtgesondert, voor
doorschlechtich kummerfrij, uhtgesondert van oldes
daeruhtgaende beswaer. Deses in qualiteit voorss.erfflick
gecediert und uhtgegaen, daerop mit hant, halm und monde
vertegen, wahrschap, verner und beter verschrijvongh, oock
speciale wahrschap voor eviction, und erffvestnis gelaefft
nae Landtrechte, Bij veronderpandongh sijnes Heren
Principalen Erff und goederen, so voell deren daertoe van
noeden in wes heren landen dieselve gelegen und antetreffen
wehren. Sonder exception und argelis [896]
Erschenen Jr. Adrian
van Eerde ten Pleckenpoell die bekande voor sich
und sijnen erven, voor eene walbetaelte summa geldes rechtes
steden ewigen und onwederroeplicken erffkoops avergelaten
und verkofft te hebben an Michael Gevers
und sijnen erven, een kempken genant den Voorts Kamp,
omtrent van Vier schepel geseij mit den gantzen sichtvrede
omme den Kamp gelegen, inden Kerspell Wenterschwick
Buhrschap Corle, so onder Debbinck is gehoerich gewesen, in
vorder bepalinge gelegen, voor doorschlechtich ende mit
gienen tienden, Diensten, Voogtes- off Portiersgarven, noch
enigen uhtganck beswaert, Deses erfflick gecediert und
uhtgegaen. Daerop mitt handt, halm und monde vertegen,
wahrschap, verner und beter verschrijvongh und vestnis
gelaefft nae Landtrechte, bij veronderpandongh sijner
goederen, sonder exception und argelist. [897]
Uit dit huwelijk geboren :[898]
-
1. Eggert Gevers, geb. vóór ca. 1615,
ovl. na 1670, wordt op Pinksteren 1627 geref. lidmaat te
Lochem als "Eggericus Gevers, jongman sohne
van Michael Gevers",[899]
betaalt ƒ 27,0,-- verponding voor een huis, op 18 dlr. en ƒ
3,0,-- voor een hof, 1 sp. gesaeis, in het dorp Winterswijk,
woont met vrouw, 1 zoon 1 dochter en 1 dienstmaagd in 1669
te Vreden,[900] rentmeester (1670),[901]
tr. vóór ca. 1635[902] Agnis Christina
Volmer, beiden genoemd 1664.[903]
Op 14-3-1639 Erschenen
Rutger van Graes Geesken
eheluide, die bekanden voer sich und hare erven voer
eene walbetaelte summa geldes rechtes steden ewigen und
onwedderroeplicken erfkoops avergelaten und verkofft te
hebben ahn Eggert Gevers,
Stijnken eheluiden und haren erven haer
verkooperen huijs binnen binnen Wenterschwick, mitt
eener sijdt langs die Strate, mitter ander naest den
Kerckhoff gelegen, mit eenen ende ande Schoelstede
mitten anderen oock nae die Strate schietende, mit sijn
toebehoer und gerechticheit voor doorschlechtich
kummerfrij, allengestalt verkoopere tÕselve bij
gerichtlicken Keerssenbrandt an haer erholden. Deses
gecediert und uthgegaen, daerop mit hant, halm und munde
vertegen, wahrschap verner und beter verschrijvongh und
vestnis gelaefft nae Landtrechte, bij veronderpandongh
harer verkoperen goederen, sonder exception und
argelist. [904]
Op 30-11-1654 "Erschenen
Goossens Harmen in Medehoe ende bekende
oprechter wettelijcker schuldt schuldich te sijn aen
Eggert Gevers de summa van 27 daalder 2
str. heercoomende van affgekofte waeren, belovende
tegens aenstaenden Maij dieselve penningen gewislick
ende onfeilbaer te betaelen, onder verbandt van alle
sijne geriede ende ongeriede goederen ende poene van
reale ende parate executie. [905]
- aa.
Sibilla Gevers, geb. vóór ca. 1635, tr.
Rekken 5-10-1657 (als dochter van Eggert Gevers
tot Vreden) Gerrit Noordinck, zn. van
de overleden Wilhelmus Noordinck.
-
2. Aeltje Gevers, geb. vóór ca. 1610,
ovl. 19-5-1650[907], tr. 1o Zutphen
17-2-1630 Warner Willemsz T(h)o(o)nhuys,
ovl. Deventer 24-3-1640, in 1639 genoemd als hulder, tr. 2o
25-10-1643 Arent Marrienborch,[908]
wednr. van Geertruijd Geurtsdr van Eijl,
machtigt zijn schoonvader Michiel Gevers en
Egbert Gevers.[909]
Uit haar eerste huwelijk (Toonhuijs-Gevers) :[910]
- aa.
Eeva Toonhuijs, geb./ged. Deventer
22/25-5-1631, ovl. Deventer 12-10-1633.
- bb.
Willem Toonhuijs, geb./ged. Deventer
3/4-1-1633, ovl. Deventer 1-10-1633.
- cc.
Willem Toonhuijs, geb. Deventer
19-9-1635, ovl./beg. Deventer 22/27-12-1680, tr.
Deventer 12-11-1664[911] Dorothea
(Theodora) Plaate.
- aaa.
Albert Toonhuis, geb. Deventer
12-9-1665, beg. 28-8-1751, stadsijker te Deventer,
tr. 23-6-1713[913] Geertruid
Marienburg.
- bbb.
Alijda Toonhuis, geb. Deventer
2-2-1669.
- ccc.
Margriete Toonhuis, geb. Deventer
3-11-1670.
- ddd.
Warnerus Toonhuis, geb. Deventer
21-5-1673.
- eee.
Christina Sibilla Toonhuis, geb.
Deventer 15-1-1676, ovl. Deventer 28-12-1677.
- fff.
Arnolda Toonhuis, geb. Deventer
27-1-1678.
- dd.
Govert Toonhuijs, geb./ged. Deventer
11-8-1636, ovl. Deventer 18-8-1638.
- ee.
Lambert Toonhuijs, geb./ged. Deventer
14.6.1838, ovl. Deventer 7-11-1638.
-
3. Mechtelt Gevers, geb. vóór ca. 1620,
wordt in een akte uit 1640 de dochter van Michiel
Gevers genoemd,[914] tr. vóór 1641
Steven Jacobs, ovl. vóór 1641, afkomstig
van Den Ham, zn. van Jacob Stevens.[915]
- d. Aeltje Gevers,
geb. vóór ca. 1580, (=kw. nr.
3533).
- e. Catrina Gevers,
geb. vóór ca. 1595, filiatie niet bewezen,
een zekere Catrina Gevers huwt te Borculo in
1616.
7138. = 7066. GOVERT GEVERS.
7160. J(OH)AN TE WINCKEL,
geb. ca. 1560[916], woont te Dochteren (1617), bouwman op
de erve "Winckel" in Groot Dochteren[917], tr. 2o
[918] MARIE TEN BROECKHUIJS, ovl. vóór
1617, tr. 3o Lochem geref. 2-4-1617 (als haar wednr.)[919]
LAMBERTIEN TEN BROECK(E), j.d. van Exele (1617),
dr. van Jan ten Broecke (van de erve "Broeckman" te
Exel) en Gertrude NN[920], tr. 1o
ca. 1584[921]
7161. MECHTELT NN.
voeg toe RA Scholtambt Lochem,
vrijw. zaken f14, d.d. 27-8-1617
Uit zijn eerste huwelijk (te Winckel-NN) gedoopt te Lochem :
- a. Margaretha te
Winckel, ged. geref. Lochem 6-1-1586 ("Ahm 3.
koeningen dage gedoept Johan ten Wynkels kyndt
Margareta") volgens Ref. [922] op 30-1-1585, tr. 1605[923]
Derck to Graffel alias Keminck.
voeg toe RA Scholtambt Lochem,
vrijw. zaken f14, d.d. 15-2-1625 en 3-5-1625
- b. Esken te
Winckel, ged. 30-10-1588,
(=kw. nr.
3580).
- c. Haske(n) t(o)e
Winckel, ged. geref. Lochem 29-11-1592 ("Johan
ten Wynckels kyndt Haske") [924], doopget.
(1613, 1614), tr. vóór 1614 Alken NN.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Lammert toe Winckel, ged. geref.
Lochem 18-12-1614 ("Hassken toe Winckel,
Alken sien vroue, ein kint Lammert, get. Harmen
Sweverinck").
- d. Derck te
Winckel, ged. geref. Lochem 1-2-1597 ("gedoept
Johan ten Wijnckels soene Derck, gevaders
Egbert T'oenhuyss, Willem Stoltenberch
und Jenneken ten Wynckel alias Buryncks")
[925], tr.[926] Lysbeth Frilincks.
voeg toe RA Scholtambt Lochem,
vrijw. zaken f29, d.d.24-1-1635
- e. Gerrit te
Winckel, otr./tr. Lochem.Zutphen 8-12-1622/...,[927]
Willemken Leunk (Luyinck), dr. van
Henrick Luijnck.
Uit zijn derde huwelijk (te Winckel-ten Broecke) geboren
[928]:
- a. NN toe Winkell,
ged. geref. Lochem 8-3-1618 ("Het kient vaen Jaen toe
Winkell gedoept, get. Elken te Winkel").
- b. NN te Winckel,
ged. geref. Lochem 24-5-1619 ("Jaen te Winckel
in kleyne siet Dochteren, get. Reint ten Brocke").
- c. NN te Winckel,
ged. geref. Lochem mrt 1621 ("Jan te Winckel
kindt, get. Oeletge te Harckel").
- d. Henrick te
Winckel, ged. geref. Lochem jan. 1622 ("Jan
te Winckels kindt genaemt Henrick, get. Derick
te Harckel").
- e. Geesken te
Winckel, ged. geref. Lochem sept. 1623 ("In grot
Deuchteren Jan te Winckel kint genaemt Geesken,
get. die zoone").
- a. Lambert te
Winckel[929], bouwman op "De Heest"
in Swiep.
- b. Warner te
Winckel, ovl. 1652-1678, tr.[930]
voor 1644 Garrijtjen Nientjainck, ovl. na 1652.
Zij wonen (1652-1657) op "Den Olden Bulderman", daarna op "Den
Schuijlenborgh" te Klein Dochteren[931].
Op 10-5-1652 geven
Warner toe Winckel, wonende op den Olden Bulderman,
en zijn huisvrouw Garijtien ten Nientjanck
een schuldbekentenis aan Lucas van Lennick,
origenist tot Deventer, en zijn huisvrouw Jenneken
van Lunen. [932]
-
1. Jan Warners te Winckel, geb. 1644,
ovl. 1693-1714, uit Cl. Duchteren (1669), smid te Lochem
(1682..1684), tr. Lochem geref. 7-2-1669 Geertjen
Rensinck, uit Lochem, dr. van Henrick
Rensinck.
Op 26-3-1670 erschenen
Jan Warners, pro se ende mede als
convineta persone als contriven (voogd) van het
onmondige kindt van zaliger meester Henrick
Rensinck sijns comparanten vrouwen broeder, ook
sich sterck makende voor Tonnis Berentsen
als samentlijke erffgenamen van zaliger Berent
Rensinck en bekande alhijr ingevolg opgerichte
liquidatie (rekening) of accort ten overstaen van den
edelen magistraet alhijr, enz. [934]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Lochem:[935]
- aa.
Henric te Winckel, ged. 21-11-1669.
- bb.
Aaltjen te Winckel, ged. 8-10-1671.
- cc.
Hadewich te Winckel, ged. 31-12-1673.
- dd.
Warner te Winckel, ged. 9-1-1676, tr.
Deventer 4-12-1707 Christina te Harckel,
dr van Egbert te Harckel.
- ee.
Henrica te Winckel, ged. 14-4-1678.
- ff.
Evert te Winckel, ged. 2-7-1682 (get. de
vader), tr. Deventer 5-4-1721 Johanna Bleeken.
- gg. Jan
te Winckel, ged. 24-8-1684 (get. de
vader).
- hh.
Aaltjen te Winckel, ged. 15-2-1693.
-
2. Lambert Werners te Winckel (alias Schuylenbergh,
alias op de Belt, alias Beltman), ovl.
Lochem 1697-1704, doopget. (1681), mr. timmerman, tr. Lochem
8-9-1678[936] Elsken Nieuwenhuys,
dr van Henric Nieuwenhuys in Klein
Duchteren. Zij hertr. Lochem 11-4-1704 Herman
Ribbink, uit Herfsen, zn van Frans Ribbink.
Uit dit huwelijk geboren te Cleijn Duchteren, en geref.
gedoopt te Lochem:[937]
- aa.
Werner te Winckel, ged. 22-6-1679 (als
zn van Lambert te Winckel, get.
Jan te Winckel, Jan Nieuwenhuis,
Agnis Schuylenbergh).
- bb.
Bernt te Winckel, ged. 6-8-1682 (als zn
van Lambert te Winckel, get.
Jan Elsman, Bernt Nieuwenhuys,
Clara Boevinck alias Nieuwenhuys).
- cc. Jan
te Winckel, ged. 21-12-1690 (als zn van
Lambert op de Belt).
- dd.
Agnes te Winckel, ged. 11-7-1697 (als dr
van Lambert Beltman), ovl. na 1743, tr.
Lochem 12-4-1722[938] Joost Stegeman,
ovl. na 1743, zn van Gerrit Stegeman.
Op 25-11-1743
erschenen Hendrik Tankink, voorts
Jan Berner en Hendersken
Tankins eheluyden, sij in dezen met voorn.
haare man geassisteert als regtens en bekenden hoe
dat hare moeder en schoonmoeder Anneken
Aldrink, wed. Derk Tankink
met comparanten voorweten en approbatie in eenen
steden, vasten en eeuwigdurende erfcoop heeft
verkoft aan Joost Stegeman en
Agnis te Winckel als doen eheluiden
haar plaasken genaamt "Den Molenkamp" in den
schependom van Loghum, boerschap Klein Doghteren,
langs den erve Kelholt gelegen, breder bij
coopzeedul van dato 30. ll. 1730.[939]
-
3. Derck te Winckel, ovl. vóór 1700,
bouwman op "Den Schuylenbergh" tot 1687, daarna op "Hasselo"
te Klein Dochteren, tr. Lochem 28-10-1677[940]
Agnes Elsman, dr van Geert Elsman.
Zij hertr. Lochem 12-9-1700 Jan Ribbink, zn
van Frans Ribbink te Harfsen.
Uit dit huwelijk gedoopt te Lochem:[941]
- aa.
Aaltjen te Winckel, ged. 11-8-1678 (get.
Jan Elsman, Geertjen te Winckel,
Marie Schuylenbergh)' bb) Warner
(Waander) Schuylenborgh (alias to Hasselo, alias
Velderman) ged 9-4-1680, ovl. Lochem 27-6-1748, tr. 1o
Lochem 31-3-1708[942] Grietje Jansen
(te) Draafsel, uit Klein Dochteren, wed. van
Derck Peters Velderman op 't Velde te
Klein Dochteren, dr van Jan te Draafsel,
tr. 2o Lochem 29-9-1738[943]
Roelofken Wiltink, dr van
Hendrik Roelofs Wiltink te Gorssel. Hieruit
nagelsacht.
- cc.
Gerrit te Winckel, ged. 23-4-1682 (get.
Lambert en Willem Werners).
- dd.
Egbert te Winckel, ged. 4-7-1684.
- ee.
Geertjen te Winckel, ged. 23-10-1687.
- ff.
Goossen to Hasselo (alias Velhorst, alias Nijkamp),
ged. Lochem 18-10-1690, ovl. Klein Dochteren 15-4-1768,
bouwman op "Velhorst", later op "Nijkamp" te Klein
Dochteren, tr. Lochem 29-12-1720[944]
Maria (Martjen) Kelholt, dr van Hendrik
Bartholts Sesinck en Jenneken Willems
Kilholt. Hieruit
nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
4. Marie te Winckel (alias Schuylenberghs, alias Elsman),
geb. 1659, tr. Lochem 15-2-1680 Jan Elsman,
geb. ca. 1660, doopget. (1684), zn. van Geert Elsman,
bouwman op "den Elst".
Protocollen van processen
stad Lochem. Akta 27.6,30.6, 5.7, 10.7 en 13.7.1699: In
juni juli 1699 speelt een proces inzake twee knotwilgen
bij het goed "Den Elst" in Klein Dochteren. Jan
Elsman verklaart omtrent 40 jaar oud te zijn en
zijn vrouw Marie in de 40 jaar olt te zijn. In
verscheidene akten in dit proces wordt gesproken van de
bouwvrouw op het goedt d'Elst, met name Marie
Elsman.
Uit dit huwelijk gedoopt te Lochem:[945]
- aa.
Aaltjen Elsman, ged. 4-7-1680 (get.
Lambert Schuylenbergh en Agnes
Elsman).
- bb.
Geertjen Elsman, ged. 2-4-1682 (get.
Derc Schuylenbergh, Elsken
Nieuwenhuys, Grietje Hoogeweijde).
- cc.
Aaltjen Elsman, ged. 8-3-1684 (get. de
vader).
- dd.
Warner Elsman, ged. 19-2-1687.
- ee.
Geertjen Elsman, ged. 28-2-1689.
- ff.
Warner Elsman, ged. 10-9-1692.
- gg.
Egbert Elsman, ged. 15-4-1696.
- hh.
Jutte Elsman, ged. 9-7-1699.
-
5. Willem Werners te Winckel, smid te
Lochem, uit Groot Duchteren (1686), burger van Lochem in het
Walderstraat Rott NZ (1712),[946] otr./tr.
Deventer/Lochem 1686/3-4-1686 Agnes Paeuwen,
doet belijdenis te Deventer 1679[947], dr. van
Jan Pauwen en Jenneken Nijkamp, zie kw.
nr.
⇒ 1733 sub h)
Uit dit huwelijk (te Winckel-Pauwen) geref. gedoopt te
Lochem[948]:
- aa.
Warner te Winckel, ged. 7-8-1687 (get.
Egbert Jansen en Grietje
Paauwen).
- bb.
Johanna te Winckel, ged. 9-3-1689 (get.
Jan te Winckel, smidt en
Jenneken Paauwen), tr. vóór 1730 Jan
Slatboom.
21-8-1730 Jan
Slatboom, gehuwd met Janna te
Winkel, burgerdochter alhier. Zijn huis is
"ongelucklijk" verbrand. Hij heeft reeds twee
kinderen, Willem en Arnoldina. Borgen: Jan
Joosten en Evert te Winkel
- cc.
Egbertjen te Winckel, ged. 27-8-1693
(get. Hendersken Paauwen).
- dd.
Jenneken te Winckel, ged. 14-8-1696
(get. Egbert Paauwen en
Grietjen Paauwen).
- ee.
Warner te Winckel, ged. 14-8-1698.
- ff. Jan
te Winckel, ged. 14-8-1701.
- d. Willem te
Winckel.
voeg toe RA Scholtambt Lochem,
vrijw. zaken f68, d.d. 11-3-1627 en f62, d.d. 16-7-1657
7162. HARMEN (HERMEN) SWEFERINCK,
ovl. na 1620, doopget. (1609..1620).
- a. Anna Sweverinck,
ged. geref. Lochem 27-8-1592 ("Hermen Sweverincks
dochter Anna").
- b. Catharina
(Trijne) Sweverijnck, ged. geref. Lochem
16-2-1595 ("Hermen Sweverijncks dochter
Catharina"), (=kw. nr.
3581).
- c. Hendrick
Sweferinck, geb. vóór ca. 1590, j.m. van
Duchtren (1614), tr. Lochem geref. 18-9-1614 Griete
Lenderinck, j.d. van Laeren (1614), dr. van Jan
Lenderinck.
7232.
GERRIT VAN BORNE (TEN CATE), geb. Borne, ovl. Borne,
coopman te Borne, Zwolle, Oldenzaal en Muenster, volgens [950]
genaamd Gerrit ten Cate, boer en koopman in de
Grote Buren- of Esmarke onder Enschede, geb. ca. 1540, ovl. aldaar
voor 24-1-1602, tr. 1o EGBERT NN, tr. 2o
voor 1566
7233. JENNICKEN NN.
Op 18-6-1566 verkopen
Johan van Haerle en Lutger, zijn huisvrouw aan
Gerrit van Borne en Jennicken, zijn
huisvrouw, "huis hoff und berck gelegen buiten Sassenpoerte" te
Zwolle. [951]
Verpondingregister Twenthe (1601) : "Gert ten Kaette,
gehoerich den erfgenamen van Beloe to Ghoer,
groth 9 mudde gesei, 1 dach grasz meyens, gift ter pacht 7 mudde
roggen, 2 mudde gersten, tienden aver 't lant in die probstie to
Oldenseell, f 4,15,0."
1602 : "Geert then Kotte, groodt achtehalff
mudde bowlandt, een hoymate van anderhalven dach meyens"
[952]. Betreft het hier inderdaad onze Gerrit?
Uit zijn tweede huwelijk (van Borne-NN) geboren te Borne
[953] :
- a. Hendrik ten
Cate (van Borne), geb. ca. 1565, ovl. Oldenzaal
Stad 1635-1645, koopman te Borne, tr. 1o [954]
Geertken ten Koks, tr. 2o [955]
Hendrikje Jans, woonde te Borne.
Uit zijn eerste huwelijk (ten Cate-ten Koks):[956]
-
1. Berend ten Cate, geb. Borne
1580-1606, ovl. Borne 1644-1648.
-
2. Gerrit ten Cate, geb. Borne
1585-1595, ovl. Hengelo (O) 1659-1663.
Uit zijn tweede huwelijk (ten Cate-Jans):[957]
-
3. Teunis (Anthonij) ten Cate, geb.
Borne 1566-1621, ovl. Zwolle 18-1-1666.
-
4. Hendrik ten Cate, geb. Borne
1575-1621, ovl. Amsterdam 12-9-1673.
-
5. Lambert ten Cate, geb. Borne
1580-1616, ovl. Deventer 1655-1657.
-
6. Herman ten Cate, geb. Borne
1592-1612, ovl. Almelo 1642-1646.
-
7. Abraham ten Cate, geb. Borne
1605-1625, ovl. Enschede Stad 1662-1671.
-
8. Judith ten Cate, geb. Borne
1608-1620, ovl. Groenlo na 1647.
-
9. Geesje ten Cate, geb. Borne
1610-1616, ovl. Enschede Stad.
- b. Teunis van
Borne, geb. ca. 1575,
(=kw. nr.
3616).
- c. Jan ten Cate
(van Borne), geb. 1581, tr.[958]
Fenne NN.
7234.
=7288. NN VAN CALCKER, parentatie
niet bewezen.
7264.
BEREND HESSELINCK, geb. Bocholt ca. 1560,
parentatie niet bewezen, vermoedelijk wegens
geloofsovertuiging te Muenster gevangen gezet, vlucht via Suijtloon
naar Zutphen (1590)[959] of naar Wehl.[960]
- a. Henrica Berents,
geb. Südlohn 1588,[961] tr. Zutphen geref. 14-4-1611[962]
Rutger Jans, geb. Borck (=Borculo?) ca. 1585.
- b. Jan Hesselink,
geb. Südlohn ca. 1590,[963] tr. Zutphen(?) ca. 1614[964]
NN.
-
1. Bernt Jansen, geb. Wehl(?) ca. 1615,[965]
wagenmaker en burger van Zutphen 28-9-1647, afkomstig van
Wull (Wiel of Wehl?)
- c. Hendrik Berndsz
Hesselinck, geb. Arnhem[966] of
Zutphen[967] ca. 1595, ovl. Varsseveld(?)[968]
, herbergier te Varsseveld, tr. Arnhem ca. 1635[969]
Engeltje Jansdr, geb. Arnhem ca. 1615,[970]
dr. van Jan Jansz, boekdrukker te Arnhem en
Enneken Wijnkies.
-
1. Harmen Hesselinck, ged. Arnhem
1-12-1639,[971]
- d. Pieter
Hesselin(c)k, geb. Bocholt 1589, ovl. Deventer
1670, (=kw. nr.
3632). filiatie niet bewezen.
- e. Karst Hesselink,
geb. Zutphen 1600,[972]
filiatie niet bewezen.
7288.
NN VAN CALCKER, geb. vóór ca. 1560.
- a. Hendrik van
Calcar (Calcker), geb. Vreden (Westfalen) ca.
1580, ovl. verm. na 22-3-1659,
(=kw. nr.
3644).
- b. Maria (van
Calcar?), geb. (Vreden?) ca. 1580, ovl. Borne
ca. 1650 [973],
(=kw. nr.
3617). filiatie niet bewezen.
7290. EGBERT (ENGELBERT) (VAN)
HACKENBROCK, geb. vóór ca. 1565, koopman en burgemeester te
Vreden (1599), bezit een huis Groenlo [974] tr. vóór ca.
1585
7291.
GEERTRUID JACOBSDR VAN HUMMEL, geb. vóór ca. 1565.
|
De van Hummels zegelen in 1608 met een
leeuw. [975] |
- a. Katarina (van)
Hackenbrock, geb. waarsch. Vreden vóór ca. 1585,
ovl. vóór 16-6-1642, (=kw. nr.
3645).
- b. Elisabeth von
Hackenbroick, geb. vóór ca. 1600, tr. vóór ca.
1620[977] [978] Johan von
Kernebeck, geb. ca. 1585, ovl. 1638-1649, zn. van
Coert (Conrad) von Kernebeck en
Catharina Thiers, vermeld te Vreden 1618-1624 en onder
de aldaar wonende hervormden (1624), week uit naar Burgsteinfurt
wegens de contra-reformatie, vermeld aldaar 1629-1633 en te
Coesfeld (1638). [979]
De kinderen van
Elisabeth von Hackenbroick en Johan von
Kernebeck ontvangen een van de ouders der
erflaatster afkomstige hof voor de Watermolenpoort te
Vreden, alwaar ook de "Taufer" Johan van Hummel
had gewoond. [980]
-
1. Coert (Coenraad) von Kernebeck, geb.
vóór ca. 1620, ovl. 1664, ingeschreven als student aan De
Illustre School te Deventer 19-10-1639 ("Conradus
Kernebeck, Saxofurtensis" (uit Burgsteinfurt) "hi
duo ex schola promoti sunt"),[982] als student
geref. lidmaat te Groningen dec. 1642, en als theologisch
student geref. lidmaat te Deventer sept. 1645,[983]
kandidaat theologie (1646), woont in de Grote Overstraat te
Deventer (1645, 1646), praeceptor aan de Latijnsche school
te Deventer (1652-1664), otr./tr. Deventer 6/21-6-1646[984]
[985] Henrica van Dierting, ovl.
na 1666, woont in de Grote Overstraat te Deventer (1646),
dr. van Salige Arnt Diertingh en
Emse Boemers. Hieruit
verder nageslacht bekend.
Gegevens over
Coenraad von Kernebeck[986]:
Raadsbesluiten Deventer. Solis 21 Octobris 1649. Coss.
Scholier, van der Beeck. Opt voorstel gedaen in name en
vanwege den schoelraet hebben S(chepenen) en R(aad)
Conradum Carnebeeck gesurrogeert ende
weder gestelt in-plaats van Zal. dno. Joanni
Fabritio, gewesen rector quintae classis in
triviale schola, alhier.
Deventer 1649, 22 October. (Notulen Schoolraad)
Fabricius praeceptor 5tae classis gestorven synde, soo
is hem gesuccedeert : Conradus Carnebeeck.
Den 31 Juli 1652 verwierf D. Conradus G
Kernebeeck praeceptor quintae classis met syn
drie kinderen by Henrickjen van Diertinck,
echtelijk verweckt geheeten Margaretha, Joannes en
Elisabeth het volle of groot burger-recht.
4 Angustus 1666. Henrica Diertincks,
weduwe Conradus van Carnebeeck, bekent
voldaan en betaald te zijn -nadat zij van Schepen en
raad van Deventer, ten aanzien harer onmondige kinderen
daartoe approbatie had bekomen - wegens de overdracht
aan Cornelis Hagedoorn, van een
rentebrief, gedateerd 27 xxx 1633, staande op de
provincie Overijssel en op het coimptoir VHTI Twenthe.
SP 1 Renunciatieboek van Deventer, dl. 1655-1668. XXX
van Emse Boemers, weduwe van
Arent Dieterinck xxx deze xxx, dat haar dochter
Hendrika, weduwe van zalige praeceptor Karnebeek
vrij zal kunnen wonen in het huis waar zij nu wonen, het
huis staande eind Groote Overstraat, dat die weduwe haar
moeder in de kost neemt tegen 75 gulden per jaar, de
dochter betaalt het "jaerlycx uytganck".
-
2. Egbert (Engelbert) von Kernebeck (Karnebeek),
geb. 1623, ovl. 1664, geref. lidmaat te Rekken (1651),[987]
geref. diaken te Vreden en Rekken (1658-1663) [988],
tr. vóór 1650[989] Christina Willink,
geb. 1628, ovl. 1722, dr. van Jan Willink
en Anna van Itteren. Zij hertr. de
stadsrentmeester Vastert Stuel.
Hieruit verder nageslacht bekend.
- c. Fenna von
Hackenbroick (Decherinck?), ovl. na 1647, tr.
vóór 1647 (voor 1639?) Hendrik Holtman, ovl. na
1647.
Op 24-10-1639 Erschenen
Jan ter Woort Rotger Poppinck
eheluide, die bekanden voor sich und haren erven voor eene
walbetaelte summa geldes rechtes steden ewigen und
onwedderroeplicken erffkoops avergelaten und verkofft te
hebben Henrick Holtman Fenneken
Decherinck eheluiden und haren erven een stuck
Bowlandes omtrent van drie schepell geseij voor den Darpe
Wenterschwick inden Schulten Esch tuschen Herman
Laerberghs und Berndt Kortbecker
Landerijen gelegen, mit eenen ende anden gemeinen Wegh,
mitten anderen an koeperen goirden schietende, voor
doorschlechtich kummerfrij. Deses erfflick gecediert und
uthgegaen daerop mit hant halm und monde vertegen,
wahrschap, verner und beter verschrijvongh und vestnis
gelaefft nae Landtrechte, bij veronderpandongh harer gueder
sonder exception und argelist. [990]
Op 25-6-1646 machtigt te
Bredevoort "Aelken Gevers weduw Abbincks"
haar zoon Govert Wygincks inzake een zekere
Henrich Holtman.[991]
Op 6-7-1647 testeren te
Bredevoort Henrich Holtman x
Fenneke Hackenbroeck. Het echtpaar vermaakt
goederen (land en erven) rond Winterswijk gelegen, aan hun
schoonzoon Johan Haweken (Haefkens), gehuwd
met Geertrud Deckerinck. Eenige dagen later
verkoopen zij aan hun schoonzoon andere goederen te
Winterswijk. [992]
Verpondingskohier Aalten,
1647:
In de Buurschappen Haart en Heurne:
- op Kijfte, Henrick Holtman. Huis, hof 2
sp. boulant 5 mdr. derde gerve, 41 - 13 -.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Geertrud Deckerinck, tr. vóór 1647
Johan Haweken (Haefkens).
Op 12-2-1639 is
Jan Haeffkes iets schuldig aan Aelken
Gevers weduwe van zaliger Derick
Abbinck.[993]
- d. Maria (Maartje)
von Hackenbroick, geb. vóór ca. 1600, tr. Vreden
9-12-1617[994] Jan Berendszoon (van Delden),
geb. vóór ca. 1595, verm. zn. van Berend van Delden
(zie kw. nr.
⇒ 14584 ). Zie voor dit
echtpaar verder onder kw. nr. 14584 sub b.
7292.
HENDRIK BERENDS VAN DELDEN, geb. vóór ca. 1575, ovl. vóór
14-12-1621, burger van Deventer 5-11-1595. tr. Deventer 23-11-1595[995]
7293.
GRIETGEN PETER ARENTSDR, geb. vóór ca. 1575, tr. 2o
[996] GERRIT GERRITSEN.
Uit haar eerste huwelijk (van Delden-Arentsdr) (o.a.?):
- a. Berend Hendriks
van Delden, geb. 1596-1598, ovl. Deventer
13-4-1663, (=kw. nr.
3646).
7762. CLAAS GERRITS POTTER,
te Jorwerd, secretaris van de Grieteny Baarderadeel (1577), later
secretaris van de Grieteny Doniawerstal. Vermoedelijk behorend to
het geslacht Potter te Sloten. [997]
- a. Liefke Claesdr
Potter, (=kw.
nr.
3881).
7874. FREERK DIRX.
- a. Ancke Houckes,
ovl. na 1617, (=kw. nr.
3937).
Kloptdit wel, gezien het
patroniem?
7896. IDS HERCKES, geb. vóór
ca. 1530.
- a. Sible Idtszn
Reen, geb. 1549/50, ovl. 31-1-1610,
(=kw. nr.
3948).
7898.
WATTHIE HESSELS RHEEN, geb. vóór ca. 1515,
parentatie niet bewezen, op
26-2-1538 al meerderjarig, dorpsrechter te Lutkewierum (1558).
Uit hem verm. (o.a.) :[1000]
- a. Antke Watzedr
Reen, geb. 1563/4, ovl. 15-2-1613,
(=kw. nr.
3949).
7904. WIJGER HEIJNSZ (HEINES),
ovl. 1589-1593, tr. vóór 1593
7905. STIJN ROMPKEDR, ovl.
Leeuwarden 30-11-1593 (huisvr. van Wyger Heynszn)[1001],
testeert 9-1-1593.
In de Quaclappen (vonnissen van
het Hof van Friesland) komt voor:
1-6-1576: Wycher Heines [1002]
1583: Wyger Heyns, vader van Geert, Syrck,
Jacob, Wybe en Heyn Wygers [1003]
Of het hier tweemaal dezelfde persoon en bovenstaand kwartier
betreft is vooralsnog onduidelijk.
In 1587 verkoopt Nanne
Jansz aan Wyger Heynsz een half huis,
loods en plaats te Leeuwarden.[1004]
In 1589 verkoopt Laurens Jansz. aan
Wyger Heynz. een half huis, plaats en loods c.a. achter
't olde stins(¥) in de Grote Kerkstraat te
Leeuwarden.[1005]
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [1006] wordt met 't olde stins
Camminghahorn bedoeld (het Leeuwarder Cammingahuis op de
hoek). Wyger Heinsz is wellicht zoon
van Heijn Dircx en Anna Henricx
die ook in de Grote Kerkstraat wonen bij Camminghahorn.
Zie
⇒ De Friese Heinsii van Het
Bildt |
Op 1-12-1593 wordt te Leeuwarden
boedelinventaris opgemaakt door Stijn Rompkedr
wed. van Wijger Heijnsz.
Uit dit huwelijk mogelijk :
- a. Wieger Wiegers,
(=kw. nr.
3952). filiatie niet bewezen.
7928. JOHAN HARMENS CRANS,
heeft een brouwerij ten noordenvan de A-Kerk te Groningen, tr.[1007]
7929. JOHANNA GESTMA.
Volgens een oud manuscript in
bezit van den Heer W. H. Ditloff Tjassens te Apeldoorn
[1008]:
"Jan Crans geslacht is groot geweest 5 soons
ende 5 dogters ende hebben deese navolgende kinder en
kintskinder nagelaten, dewelke sijn volle nigten en neven kinder
ende kunnen te saamen uitbrengen 97 persoonen soo nog
tegenwoordig in 't leeven sijn. act. Groningen den 13 Marty
1664."
waarna een lijst volgt waarvan de gegevens hieronder zijn
verwerkt.
Uit dit (of meerdere?) huwelijk(en) :
- a. Harmen Crans,
tr. Aaltgen NN.
Uit hem zijn in 1664 nog 14 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
1. Almost Crans, ovl. na 1664, ende
dochter (?).
-
2. Reentijn Crans, ovl. na 1664.
-
3. Trientjen Crans, geb. ca. 1612, ovl.
na 1664, tr. 1o [1009] Jan
Hillebrants, otr. 2o Groningen 13-9-1656[1010]
Jeremias Mees, geb. Rotterdam 15-9-1598,
ovl. Rotterdam 6-2-1677, poorter van Groningen (1627),
commies bij de ontvanger-generaal aldaar, ouderling aldaar
(1663), zn. van NN (ZOEK OP), wednr. van Annechien
Sijgers.
-
5. Jantijn Starkholts (1).
-
6. Hindrik Crans soon (1).
-
7. Derk Crans dogter (1).
Uit hem zijn in 1664 nog 12 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
1. vrouw van Hopman Harmen Wolters, met
kinderen (4).
dus blijkbaar
-
1. NN Crans, ovl. na 1664, tr.
Harmen Wolters, hopman.
Uit dit huwelijk in 1664 nog 3 kinderen in leven.
-
2. vrouw van Rentemr. Haickens, (1)
dus blijkbaar
-
2. NN Crans, ovl. na 1664, tr.
NN Haickens, rentemr.
Uit dit huwelijk in 1664 geen kinderen in leven.
-
3. kinderen van Schrijver Derk Crans,
(4)
dus blijkbaar
-
3. Derk Crans, ovl. vóór 1664, tr.
NN.
Uit dit huwelijk in 1664 4 kinderen in leven.
-
4. vrouw van Jurrien Abberinge, (1)
dus blijkbaar
-
4. NN Crans, ovl. na 1664, tr.
Jurrien Abberinge.
Uit dit huwelijk in 1664 geen kinderen in leven.
- c. P(i)eter Crans,
(=kw. nr.
3964).
Uit hem zijn in 1664 nog 23 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
1. Remmert Crans, met hun kinderen (3).
-
2. Luitt Jan Crans, met hun kinderen
(5).
-
3. Claas Crans, met hun kinderen (4).
-
4. Derk Crans, met hun kinderen (8).
-
5. Willem Crans, met hun kinderen (3).
Uit hem zijn in 1664 nog 13 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
1. weduwe van Borgemeester Eeck, (1)
dus blijkbaar
-
1. NN Crans, ovl. na 1664, tr.
NN Eeck, ovl. vóór 1664, borgemeester.
Uit dit huwelijk in 1664 geen kinderen in leven.
-
2. weduwe met kinderen van Hopman Tjassens,
(7)
dus blijkbaar
-
2. NN Crans, ovl. na 1664, tr.
NN Tjassens, ovl. vóór 1664, hopman.
Uit dit huwelijk in 1664 nog 6 kinderen in leven.
-
3. vrouw en kinderen van Proviandmr. Onnes,
(5)
dus blijkbaar
-
3. NN Crans, ovl. na 1664, tr.
NN Onnes, proviandmr.
Uit dit huwelijk in 1664 nog 4 kinderen in leven.
- e. Frerik Crans,
ovl. vóór 1664, "is tot Riga gestorven zonder kinderen na te
laten"
Uit haar zijn in 1664 nog 4 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
1. Roelefijn Frericks, (1)
-
2. vrouw van Vaandrig Willem Hamminks,
(1)
-
3. vrouw van Secret. Menardi, (1)
-
4. dochter van Ridjer Lacksema, (1)
Uit haar zijn in 1664 nog 5 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
1. Luitt. Crijn Jans, met de kinder (3).
-
2. Hopman Hinde Crijns, met de kinder
(2).
Uit haar zijn in 1664 nog 2 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
2. Trijntijn Lubbers, (2)
- i. Annetijn Crans,
geb. vóór ca. 1590, ovl. vóór 1664, tr. 1o vóór ca.
1610[1011] Lubert Lubberts Birza,
ovl. vóór 1628, tr. 2o Groningen 6-9-1628 (als zijn
weduwe),[1012] Reinder Ottens, geb.
vóór ca. 1580, ovl. na 1673 (sic!), woonde in 1673 te Groningen
bij de Nije Steentilpoort, wednr. van Geertruid Harmens
(huw. 1596) en Aeltijn Jans (huw. 1603), zn. v.
Otto NN en Geertruid Ottens.
Uit haar eerste huwelijk (o.a.?):
-
1. Annetje Lubberts Birza, geb. vóór ca.
1610, ovl. na 1664, tr. Groningen 21-12-1628[1013]
Otto Reinders, geb. ca. 1603-1610, brouwer
te Groningen, zn. van Reinder Ottens en
Aeltijn Jans. In 1664 is Luitt.
Otto Reinders' vrouw met de 8 kinderen nog in
leven. Verschillende kinderen van Otto Reinders
nemen de geslachtsnaam Birza aan, terwijl er een de
geslachtsnaam Galema aanneemt. [1014]
In 1664 zijn verder nog 2 kinderen in leven van
Lubbert Birsa. Dit zijn kinderen of kleinkinderen
van Annetijn Crans.
Uit haar zijn in 1664 nog 13 ((achter)klein)kinderen in
leven:
-
1. vrouw en kinderen van Hopman Munnicks,
(6)
-
2. Hopman Barelt Vuist, met de kinder
(3).
-
4. vrouw en kinderen van Hindrik Seyltijs,
(3)
7936. HERE EPESZ, geb. vóór
ca. 1515, ovl. na 1548, landbouwer op Rysselaerdt te Lollum, tr.
vóór 1538[1015]
7937.
YMCK WATTHIEDR, geb. vóór ca.1520, tr. 2o
[1016] MINTSE JARICHS.
Uit haar eerste huwelijk (Epesz-Watthiedr)(o.a.?):[1017]
- a. Epe Heres,
geb. vóór 1543, ovl. 1596-1602,
(=kw. nr.
3968).
7938. RIENCK JELLES (BONNEMA).
- a. Bauck Riencksdr,
ovl. na 1602, (=kw. nr.
3969).
7960.
FRANS TIETTES (BAERDT), ovl. tussen 16-3-1558 en 24-4-1558,[1019]
vermeld te Salwerd onder Franeker (1547, 1555), bloedmomber (1552)
over de wezen van Epe Abbes (waarsch. zijn neef) en
Ambrosia Romckedr te Welsrijp, tr. vóór 1555
7961. TIJAM SIJBEDR, ovl.
1558-1564, vermeld als zijn weduwe (24-4-1558), beiden vermeld als
echtelieden (1555).
Uit het huwelijk (Baerdt-Sijbedr) geboren :
- a. Gerlof Fransen
Baerdt, (=kw.
nr.
3980).
- b. Rixt Fransdr
Baerdt, tr. 1581 NN.
8016. PAULUS JANS ENNEMA,
geb. vóór ca. 1595, parentatie niet bewezen,
uit Harlingen, lid van het College van Gedeputeerde Staten van
Friesland (1626-1629). [1020]
- a. Ds. Petrus
Pauli Ennema, geb. 1619/20, ovl. 16-11-1656,
(=kw. nr.
4008).
| Fragment Ennema |
Het verband met de hierbovenstaande Paulus Jans
Ennema is vooralsnog onduidelijk.
Piebe Wietses van Abbema (Pibo Ovittius Abbema),
geb. vóór ca. 1560, beg. Leeuwarden Jacobijnerkerk sept.
1629, was volgens Ref. [1021] "geen echte dominee",
apotheker, medicus, pastoor en dominee, bedienaer de h.
evangely te Zuilen in het Sticht van Utrecht, tr. vóór 1594
Waapke Sierks, ovl. 23-8-1594, beg.
Oldeboorn in de kerk.
In "Ovittius'
Metamorphosen, De onnavolgbare gedaantewisselingen van
een (zielen)dokter in de Reformatietijd" beschrijft
P.H.A.M. Abels het zonderlinge levensverhaal van
Pibo Ovittius Abbema, een Fries die leefde in
de zestiende eeuw en wiens lotgevallen niet zouden
misstaan in een schelmenroman. Deze apotheker, verbannen
uit Friesland wegens bigamie, begon aan een eindeloze
zwerftocht, waarbij hij eerst als medicus, daarna als
pastoor en ten slotte als dominee in zijn
levensonderhoud voorzag. Telkens wist hij voor korte
tijd het vertrouwen van hooggeplaatste personen in kerk
en politiek te winnen, maar even zo vaak werd hij door
geruchten over zijn verleden weer gedwongen om te
vluchten. Met betrekking tot zijn amoureuze levenswandel
werd duidelijk dat "er oan ien frou blykber net genoch
hie", terwijl hij in kerkelijk opzicht met even groot
gemak twee heren kon dienen. Als medicus genoot hij de
twijfelachtige reputatie van tovenaar en weerwolf.
Kortom, hij was een man met vele gezichten, iemand die
zijn tijdgenoten in verwarring bracht met zijn
voortdurende gedaanteverwisselingen. Deze metamorfosen
deden denken aan de Romeinse dichter Ovidius, aan wie
hij uiteindelijk ook de naam Ovittius ontleende.
[1022]
In 1582 komt Pybe
Wytthies Abbema (?) voor in een proces gevoerd
voor het Hof van Friesland. [1023]
In 1587 komt Pybe Wytties Abbema voor
in een proces gevoerd voor het Hof van Friesland.
[1024]
Op 6-9-1587 komt Pybe Wyties Abbema
voor in een proces gevoerd voor het Hof van Friesland.
[1025]
Grafsteen in de kerk te
Oldeboorn:[1026]
Anno 1594 den 23 augusty sterf de erbare Waeb:
Syrcksdr echte wyf va Pibo Witzes
hier begrave.
Grafsteen in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden:[1027]
Pibo ab Abbema ... filius ... gens ...
die semptembris Ao 1629 h... ab Abbema ...et exspectat
hic resurectionem.
Muursteen (in de kerk
van?) Oldeboorn :[1028]
Abbema Bornstra
Ryoerdsma Aeytta
Bobbynga Wyarda
Anno 1612 Pibono Ovittsius van Abbemae
bedienaer de h.evangely tot Suylen in Stich van Utrecht.
In de Verzameling D.D.
Osinga[1029] bevindt zich informatie over
Pybe Wytzes / (alias?) Pibo
Ovitius Abbema.
Uit dit huwelijk mogelijk:
- a.
Adolphus Pibonis, geb. vóór ca. 1585,
ingeschreven als student theologie aan de Universiteit
van Franeker 6-5-1603 ("Adolphus Pibonis,
Leovardiensis, theol., alumnus", in het album voor hem
eveneens een doorgehaalde inschrijving d.d. 13-5-1603),[1030]
- b.
Johannes Pibonis (Nauta), geb.
Leeuwarden vóór ca. 1595, filiatie
niet bewezen, ingeschreven als student
theologie aan de Universiteit van Franeker 7-4-1611 ("Johannes
Pibonis, Lewordiensis, theol., alumnus
Frisiae")[1031]werd als student op 10-5-1613
schoolmeester te Engelum, "doch schijnt zich binnen het
jaar weder naar de hoogeschool of ergens elders begeven
te hebben om zijne studie te voltooien. Kandidaat
geworden is hij in 1620 beroepen naar Hemelum, predikant
aldaar, werd door de klassis afgezet den 23 Mei 1626, en
verzocht in 1628 en '29 vruchteloos om weder tot den
dienst te worden toegelaten.[1032]
-
1. Pibo Johannis,
beroepen naar Wijnaldum 1645, maar niet verkozen,
beroepen naar Garijp 1647, maar niet verkozen.[1033]
- c. Wytse
Abbema, afkomstig van Utrecht (1615),
tr. Harlingen geref. 17-12-1615 Doed Eelckes,
afkomstig van Harlingen (1615).
- d. Ds.
Vitus (Fitus) Pibonis (Pobones, Pibonus) (Wytse Pibes)
E(e)nema, geb. vóór ca. 1600, ovl.
28-3-1652[1034], ingeschreven als student
filosofie aan de Universiteit van Franeker 30-9-1618 ("Vitus
Pibonis, Frisius"),[1035] predikant
te Longerhouw (1627-1631), Makkum (1631-1652), als
kandidaat te Otterloo in 1624, van daar beroepen naar
Longerhouw en Schettens en geapprobeerd als predikant
aldaar 5-11-1627, verroepen naar Makkum, geapprobeerd en
gedimitteerd 1-8-1631, ondertekende de formulieren bij
de klassis van Dokkum als Vitus Pibonus Enema,[1036]
otr./tr. Sneek geref. 25-12-1627/3-1-1628 Aefke
Jelles, ged. geref. Sneek 16-7-1607, afkomstig
van Sneek (1627), dr. van Jelle Feykes
en Styn Jans.
Universiteit te
Franeker, Lijsten van Dossiers inzake Criminele en
Civiele Processen:[1037]
Op 2 en 3-6-1619 moeten V. Pibonis
en vier medestudenten voorkomen in een proces
terzake van het " Afhouwen van bomen op het kerkhof"
te Franeker.
Op 11-10-1620 zijn V. Pibonis en
medestudenten betrokken bij "Tumult in de bursa" te
Franeker.
In het archief van de
Familie thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg,[1038]
bevindt zich een brief van Sixtus Pibe Enema
uit Makkum aan Syds (of Keimpe Jr.) van
Donia, gedateerd 1644.
Muursteen (in/aan de
kerk?) te Makkum:[1039]
"Bonno Donia leyd hier de eerste
steen
Piecke Eelckes kerkenvooghden van
't gemeen
Vitus Ennema alhier toen predicant
syn stichters va dit werck aen yeder een bekant
de 10 juny anno 1652"
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Meijltje Enema,
ged. geref. Makkum 20-1-1633 (geen moedersnaam
genoemd).
-
2. Stintje Vitus (Enema),
geb. vóór ca. 1640, afkomstig van Makkum (1657), tr.
Harlingen geref. 8-11-1657 Hendrick Pieters
Ringers, gerechtsbode te Harlingen,
afkomstig van Harlingen (1657),
-
aa. Dr. Vitus (Wiete) Ringers (Rengers),
geb./ged. geref. Harlingen Grote K.
22/29-1-1660, ovl. 23-2-1725, beg. Ried in de
kerk, van moederszijde een kleinzoon van
Ds. V. Enema te Makkum en Franeker,[1040]
ingeschreven als student filosofie aan de
Universiteit van Franeker 1-3-1675 ("Vitus
Henrici Rengers, Harlinganus),[1041]
promoveert aldaar op 25-1-1681 in de filosofie
(L(inquarum) A(rtiumque) M(agister)) na het
houden van een disputatio,[1042]
predikant te Britsum (1682-1684) en Ried
(1684-1725), kandidaat, geapprobeerd 6-6-1682
als predikant te Britsum, lid der klassis Makkum
den 3-7-1682, verroepen naar Ried, geapprobeerd
aldaar 29-12-1684, otr. 1o Franeker
gerecht 22-7/6-8-1682, tr. 1o
Franeker geref. (attestatie afgegeven op
6-8-1682) Catharina (Tryntje) Johannes
Meyer, ged. Franeker geref. 16-2-1659,
ovl. juni 1703, beg. Franeker Martinikerk,
afkomstig van Franeker (1682), dr. van
Johannes (Hans) Bart Meyer en
Jancke Hironimus Ens, tr. 2o
Ried geref. 7-9-1704 Grietje Reneman,
ged. geref. Harlingen 3-6-1674, ovl. 14-5-1729,
beg. Ried in de kerk, dr. van Daniel
Reneman(s) en Fokeltie
Hendricks, legateerde in haar testament
van den 3-6-1728 aan de diaconij te Ried 200
gulden om daarvoor te koopen een zilveren
schotel ten gebruike bij het H. Avondmaal,
waarop haar en haar mans wapenen moesten
gesneden worden, welke schotel nog tot het
bedoelde einde gebruikt wordt.[1043]
Grafsteen in
de Martinikerk te Franeker:[1044]
Anno 1703 den (8?) iuny is in den heere
gerust de eerbaer Tryntje Iohannes
Bart Meyer de huisvrouw van
Vitus Ringers phil:doct: en
predicant tot Ried in't 44ste iaar en leit
hier begraven.
Grafsteen in de kerk te Ried:[1045]
Anno 1725 den 23 febr sterf den erw: ...
godz: wel.gel:d:Vitus Ringers
dr.phil.art.lib.mag. en predicant int 40ste
jaar sijnes dienstes hier en 2 te Britsum
oud 65 iaeren en rust hier.
"Hic cum Ringersi recubat defuncta labora
Astemens in coelis cum Christo lacta
triumphat."
Ao 1729 den 14 may stierf des selfs huisvrou
Grietie Reneman out 55
jaren en is hier ook begraven.
-
3. Pybe Enema, ged.
geref. Makkum 8-6-1634.
-
4. Aeltie Witusdr Enema,
geb. vóór ca. 1640, filiatie
niet bewezen, afkomstig van Sneek
(1656), otr. Sneek gerecht en geref. 12-7-1656
Jan Gerloffsz, afkomstig van
Pingjum (1656).
-
5. Wilhelmus Ennema,
geb. vóór ca. 1650, filiatie
niet bewezen, afkomstig van Makkum
(1672), jongeman, notaris publicus, afkomstig van
Leeuwarden (1672), otr. Bolsward gerecht 12-10-1672,
tr. Makkum geref. 1-11-1672 (met attestatie naar
Bolsward) Catalijne Lammeringh(a),
j.d. afkomstig van Bolsward (1672).
-
aa. Imcke Ennema, ged.
geref. Makkum 20-7-1673 (geen moedersnaam
genoemd), ovl. jong?
-
bb. Imcke Ennema, ged.
geref. Makkum 22-11-1674 (geen moedersnaam
genoemd).
-
cc. Marike Ennema, ged.
geref. Makkum 16-1-1678 (geen moedersnaam
genoemd).
======================
Anna Enema, geb. ca. 1538, ovl. 11-10-1617,
beg. Tjerkwerd in de kerk, tr.[1046] Ds.
Hendrik Bernards van Berkel, geb. 1533, ovl.
10-6-1612, diende in de Roomsche kerk van 1564 als Vicarius
te Bedum, was reeds in 't genoemde jaar en waarschijnlijk
vroeger in Goutum, werd verroepen naar Warns en Scliarl in
't laatst van 1598 of begin van 1599, werd volgens besluit
van de Synode in 1599, de facto van zijnen dienst
gedestitueerd, werd beroepen naar Tjerkwerd, en op attest
van de klassis van Leeuwarden bij de klassis van Bolsward en
Workum aangenomen en goedgekeurd den 18-5-1601. In 1604
waren er nieuwe moeilijkheden met hem, daar "een besluit van
de klassis van Leeuwarden, aangaande de destitutie van hem,
door 't collegie werd geapprobeerd, en de gemeente van
Tjerkwerd geordonneerd, binnen 3 weken een anderen dienaar
te verkiezen, den 14-11-1604. Dit vonnis schijnt weldra
gemitigeerd te zijn, want volgens grafsteen overleed hij als
predikant hier 10-6-1612, oud 79 jaren, nadat hij 48 jaren
predikant geweest was.[1047] [1048]
Ds. Hendrik
Bernards van Berkel werd bij 't Hof van
Friesland aangesproken van Claes ten Boer,
Ontvanger der contributien van de Ommelanden, als
Curator litis, over Swane Henrici voor
haar zelven, en mede als rechthebbende voor
Geertruid Jansdochter, haar moeder. Als
hebbende voor omtrent 20 of 19 jaren, toen hij vicarius
in Bedum was, voorz. Geertruid Jans beslapen
etc., en "hoewel hij haar behoorde te trakteren als een
vader toekomt, en voorts als cessie hebbende van haar
moeder, te betalen 19 jaar kostpenningen: tot 20 Gld. 's
jaars, en voor haar defloratie , kraamgeld 500 Gld",
waartegen hij protesteerde, op grond, dat zoo Swane zijn
dochter was, zoude de moeder haar overlange wel aan hem
gepresenteerd hebben. Bij sententie van den 26 October
1594, werd zij verklaart zijne natuurlijke dochter te
wezen, en hij gecondemneerd om haar daarvoor te
agnosceren, voorts gecondemneerd aan haar 't
rechthebbende van Geertruid Jans ter
zake van haar defloratie en kraamkosten te betalen 140
Carolus Guldens, sonder wijders, doch cum exp.
Grafsteen in de kerk te
Tjerkwerd:[1049]
Ao 1617 de 11 october sterfd eerbaren duechtsame
Anna Enema huisfrou ... Henrico
Bernardi olt omtrent 79 iaren en leit hier
begraven.
======================
In 1552 komt Sixtus Pibonis voor in een
proces gevoerd voor het Hof van Friesland. [1050]
In 1576 komt Enne Kempes Ennema voor in een
proces gevoerd voor het Hof van Friesland. [1051]
|
8018.
TJEPKE RINTIES ABBEMA, geb. 1590/91, ovl. 10-1-1669, beg.
Franeker Martinikerk, burger en koopman te Franeker, mogelijk
identiek met Tyepcke Rinckes die ca. 1621 wordt
vermeld als bewoner/eigenaar vaan en huis in het Noorderkwarter van
Franeker,[1052] tr. vóór ca. 1625?;(¥)
8019. ANTIE WITSSESDR, geb.
dec. 1589, ovl. 12-9-1660, beg. Franeker Martinikerk.
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [1053] die daarvoor geen bronnen geeft, trouwt
Tjepke Rintjes Abbema 1618 te Franeker met
Heyltje Wopkedr Bants, dr. van
Ryuerds Bants en Aaltje Jansdr.
Kinderen uit dit huwelijk zouden zijn Aeltie Ibeltje en
Rintje. Het zou een eerste huwelijk van Tjepke kunnen
betreffen. |
Grafsteen in de Martinikerk te
Franeker:[1054]
Anno 1660 den 12 september is in den heere gerust de eerbare
Antie Witssesdr de huisvrou van Tiepke
Rinties Abbema oudt 70 iaer 10 maenten en leit alhier
begraven.
Anno 1669 den 10 ianuari is in den heere gerust den eersamen
Tiepke Rinties Abbema burger ende coopman
binnen Franequer out int 78 iaer en leit hier begraven.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
- a. Aeltie Tyepkes
Abbema, geb. vóór ca. 1625, ovl. 1647-1649,
(=kw. nr.
4009).
- b. Heiltie Tiepkes
(Abbema?), geb. 1631/32, ovl. 28-3-1674, beg.
Franeker Martinikerk, afkomstig van Franeker (1651), tr.
Franeker geref. 18-5-1651 (zij heet Hiltie Tiepkes)
Beern Poppes Salwerda, geb. 1617/18, ovl.
2-2-1701, beg. Franeker Martinikerk, afkomstig van Franeker
(1651), zn. van Poppe Lamberts Salverda en
Ydtie Sijbedr Baerdt,[1055]
Grafsteen in de Martinikerk te
Franeker:[1056]
Anno 1674 den 28 maert is in den heere gerust de eerbare
Heiltie Tiepkes de huisvrou van
Beern Poppes Salwerda out 42 iaer ende leit alhier
begraven.
Anno 1701 den 2en april sterf den eersamen Beern
Poppes Salwerda coopman in graenen old int 83 iaer
en leit alhier begraven.
-
1. Jurjen (Jurian) Beerns Salverda, geb.
vóór ca. 1660, afkomstig van Franeker (1683), otr. Franeker
gerecht 10-11-1683 Attie Ages Brunia, (zie
kw. nr.
⇒ 2005 ) afkomstig van
Franeker (1683), wed. van Johannes Ennema.
Zie kw. nr. 2005 voor nageslacht uit dit huwelijk.
- c. Ibeltie
Tjiepkes Abbema, geb. vóór ca. 1630, afkomstig
van Franeker (1651), tr. 1o Franeker geref. 19-3-1651
Lambart Poppes Salvarda, ovl. 1651-1668,
afkomstig van Franeker (1651), zn. van Poppe Lamberts
Salverda en Ydtie Sijbedr Baerdt,[1057]
tr. 2o Franeker geref. 9-1-1668 Hielcke
Pyters, afkomstig van Boer (1668).
- d. Rintie Tiepckes
Abbema, geb. ca. 1636, ovl. 15-6-1674, beg.
Franeker Martinikerk, afkomstig van Franeker (1658, 1663),
burger en koopman te Franeker (1658, 1674), tr. 1o
Makkum geref. (attestatie afgegeven op 11-7-1658 naar Franeker),
otr./tr. 1o Franeker gerecht/geref. 25-6/11-7-1658
Griettje Lieuwes Meyl(l)ema, ovl. 1658-1663,
beg wellicht Franeker Martinikerk, afkomstig van Makkum (1658),
otr./tr. 2o Franeker/Harlingen gerecht
29-12-1662/10-1-1663 Antie Aebes Alcama, geb.
vóór ca. 1645, ovl. na 1675, beg. Franeker Martinikerk,
afkomstig van Harlingen (1663, 1675). Zij hertr. Franeker
Gerecht 2-10-1675 (A)emilius Iacobides.
Grafsteen in de Martinikerk te
Franeker:[1058]
... is overleden de eerbare Antie Aebes Alcama
eerst de huisvroue van wyl:de coopman Rintie
Tiepckes Abbema en laest die van vroedtsman
Aemilius Iacobides.
Ao 1674 den 15 iunius is in den heere gerust den eersamen
Rintie Tiepkes Abbema burger ende koopman
binnen Franequer oudt omtrent 38 iaren ende leidt alhier
begraven.
Grafsteen (een andere dan
bovenstaande) in de Martinikerk te Franeker:[1059]
Ao 16.. de eerb(are) ...ske Abbema syn wyf.
Uit dit huwelijk wellicht:
-
1. Anna Rintjes Abbema, tr. Ds.
Nicolaus Posthumus, predikant te Ternaard.
- e. Rint Tiepckes
Abbema, geb. vóór ca. 1645, als wed. afkomstig
van Franeker (1666), tr. 1o voor 1666 Lucas
Phlips, tr. 2o Franeker gerecht 2-2-1666
Schelte Pyters, afkomstig van Lutjelollum
(1666).
8020.
ANDRIES (AGES BRUINIA)(¥), geb. vóór ca. 1590,
vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:
- a. Ag(g)e Andries
Bruinia, geb. 1614/15, ovl. 6-10-1688, beg.
Franeker Martinikerk, (=kw. nr.
4010).
COMMENTAAR(¥)
In 1581 en 1582 komt voor in processen gevoerd voor het
Hof van Friesland: Agge Andries te
IJlst. [1060]
In de periode 1585-1591 komt voor in processen gevoerd
voor het Hof van Friesland: Rinck Andries
te IJlst, wed. van Agge Andries, en
moeder van diens minderjarige kinderen onder wie
Andries Agges. [1061] [1062]
[1063] [1064]
Het is onzeker of er verband is met bovenstaand kwartier
nr. 8020. |
| Fragment Brunia |
Wat is het verband met:
-- Gerryt Agges (Bru(y)nia), kapitein (te
Dokkum?) ca. 1650.[1065]
-- Titia Brunia, aan de Oostermeulenstraat
te Franeker [1066].
In de "Stukken afkomstig
uit de nalatenschap van Edzard Hobbo van
Burmania" [1067] bevindt zich een
brief aan Imke van Dekema, wed.
Brunia(¥), door Bernard
Conders van Helpen, houdende invitatie tot
bijwoning van een huwelijksplechtigheid, gedateerd 1624.
| COMMENTAAR(¥)
Dit is waarschijnlijk een leesfout.
Doco van Botnia ovl. 1-10-1621,
beg. Franeker Martinikerk, Ymck van
Dekema, zijn vrouw, ovl. 2-4-1641, beg.
Franeker Martinikerk. Brunia hierboven zal dus
wel Botnia moeten zijn. Een huwelijk Dekema x
Brunia is ook niet te vinden in Friesland.
|
|
Referenties van de gegevens van generatie 13 staan ook
hier
Referenties Kwartierstaat
Van Schothorst --- Generatie 13 ( 1067 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar
(aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel
van de naam wordt vermeld. |
- Leenb. Scherpenzeel, 141:49.RAG, Hof van Gelre,
2563.
- Mededeling A.J.W. van Voorthuijsen, Nederwoud, 2005
- Mededeling A.J.W. van Voorthuijsen, Nederwoud, 2005
- Mededeling A.J.W. van Voorthuijsen, Nederwoud, 2005
- E. L. Steinmeier, Register van overleden keurmedigen
van de Kelnarij van Putten 1389-1681, Barneveld, 1993
- Register keurmedigen, 1560-1.Register keurmedigen,
1611-5/6
- E. L. Steinmeier, Register van overleden keurmedigen
van de Kelnarij van Putten 1389-1681, Barneveld, 1993
- VG 11(1986)180
- VG 11(1986)180
- VG 11(1986)180
- VG 11(1986)180
- ter Maat, l.c.
- ter Maat, l.c.
- Ter Maat, l.c.
- Ter Maat, l.c.
- Ter Maat, l.c.
- Ter Maat, l.c.
- Ter Maat, l.c.
- Ter Maat, l.c.
- VG 15(1990)262
- VG 15(1990)262
- VG 15(1990)262
- VG 15(1990)262
- VG 15(1990)262
- Herengoederen Veluwe, l.c., p332
- VG 33(2008)#3,30
- inv. RA Arnhem 1322, 1567-1599, fol. 75
- G.A. Delft, ONA Nots. A. Rijshouck, inv. nr. 1775
- Zeeuws Kwartierstatenboek, kwst. Neuteboom
- OV 42(1987)436
- OV 28(1973)285
- OV 38(1983)42
- OV 39(1984)168
- OV 20(1964)231
- OV 47(1992)534
- OV 47(1992)535
- OV 47(1992)535
- OV 47(1992)538
- OV 47(1992)534
- OV 47(1992)534
- OV 47(1992)538
- ORA Schiedam inv. nr. 606, Nr. 265 folio 216v. d.d.
23-01-1615
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- NL 98(1981)354
- OV 43(1988)467
- OV 20(1965)400
- OV 48(1993)434
- OV 50(1995)327
- OV 50(1995)327
- OV 27(1972)234
- OV 9(1954)16
- OV 27(1972)235
- OV 20(1965)225
- OV 44(1989)206
- OV 44(1989)206, Thoentertijd 11(1988) nr. 21
- OV 21(1966)485
- OV 37(1982)160
- Thoentertijd 11(1988) nr. 21
- OV 38(1983)35
- OV 38(1983)42
- OV 41(1986)692
- zie OV 20(1965)400
- OV 28(1973)269,287 en J.N. Kuijvenhoven, Index
Begraven Naaldwijk
- OV 34(1979)238
- OV 34(1979)238
- Prom. 15, p212
- ref OPZOEKEN
- Prom. 15, p212
- Prom. 15, p212
- OV 38(1983)396
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr.
5488, f54
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr.
5488, f79v
- NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv.
nr. 5490, nr. 343
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr.
5488, nr. f96 en f98
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr.
5488, nr. f96
- NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv.
nr. 5490, nr. 343, 367, 370
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr.
5488, nr. f122v
- NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv.
nr. 5489, nr. 101
- NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv.
nr. 5489, nr. 40
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr.
5488, nr. f193
- ISIS Vlaardingen
- Bijl, Convooidienst, l.c.
- ORA Schiedam, Inv. nr. 605, nr.76 f277, bew. A. van
der Tuijn
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 88 folio 43 d.d. 29-03-1623
- GA Schiedam, O.N.A. inv. no. : 748 blz. : 2143
- ORA Schiedam, passim
- OA Schiedam inv. nr. 1447, 200e penning anno 1628,
bew. A van der Brugghe
- OA Schiedam inv. nr. 1447, 200e penning anno 1628,
bew. A van der Brugghe
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 91 folio 44 d.d. 15-05-1623
- H. den Boer, l.c., NAV inv. nr. 4 p152
- ORA Schiedam, Inv. nr. 608, nr. 126, bew. A. van der
Tuijn
- GA Schiedam, O.N.A. inv. no. : 756 blz. : 739
- NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv.
nr. 5490, nr. 397
- OA Schiedam inv. nr. 1447, 200e penning anno 1628
- OA Schiedam inv. nr. 1449, 200e penning anno 1623
- OA Schiedam inv. nr. 1650, 200e penning anno 1635
- OA Schiedam inv. nr. 1453, 200e penning anno 1644
- OV 43(1988)578
- OV 47(1992)535
- OV 38(1983)34
- OV 43(1988)578
- OV 47(1992)534
- OA Schiedam inv. nr. 1509 folio 384 d.d. 02-02-1577
- OV 25(1970)91 en 44(1989)449
- OV 44(1989)449
- OV 44(1989)437
- OV 43(1988)578
- OV 45(1990)436 en 46(1991)133
- OV 47(1992)534
- OV 47(1992)536
- OV 47(1992)538
- OV 38(1983)223
- Blom, l.c.
- NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv.
nr. 5490, nr. 280
-
⇒ dat1026.htm
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, passim
- OV 47(1992)100
- NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv.
nr. 5489, nr. 7
- NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv.
nr. 5490, nr. 368
- OV 43(1988)589
- Thoentertijd 15(1992)nr 29, p 12
-
⇒ dat1026.htm
-
⇒ kstekst.htm
-
⇒ dat1026.htm
-
⇒ dat1026.htm
-
⇒ dat1026.htm
-
⇒ dat1026.htm
-
⇒ dat1026.htm
-
⇒ kstekst.htm
-
⇒ kstekst.htm
-
⇒ kstekst.htm
-
⇒ kstekst.htm
-
⇒ kstekst.htm
- NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr.
5488, f44
- Jb CBG 52(1998)104
- NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv.
nr. 5490, nr. 378
- zie ook ANF 9(1894)107
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr.
36 aktenr. 193 blz 469
- ANF 9(1894)107
- NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv.
nr. 5489, nr. 140 en 228
- NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv.
nr. 5490, nr. 38
- Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae,
1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
- NL 70(1953)203
-
⇒
~brouw268
- NL 70(1953)202
- Prom. 12, p343
- J. Bos-Bliek et al., Onze Voorouders III,
Zoetermeer, 1998, p5
- Prom. 13, p210
- OV 54(1999)92
- Prom. X, p67
- Prometheus II/2e dr., p149, Kron. 6(1997)92, Onze
Voorouders III, p5
- Prom IX, Prom. 12 p343
- NL 70(1953)202
- NL 70(1953)203
- NL 70(1953)203
- NL 70(1953)208
- NL 70(1953)208
- Prom. 12, p341
- Prometheus II/2e dr., p121, en Kuijvenhoven, l.c.,
en Prom. 13 p386
- Prometheus II/2e dr., p149
- Prom. X, p60
- Prom. IX, p280, Prometheus II/2e dr., p149, en
Kuijvenhoven, l.c.
- Prom. IX, p280
- Kuijvenhoven, l.c.
- Kuijvenhoven, l.c.
-
⇒
~brouw268
-
⇒
~brouw268
-
⇒
~brouw268
-
⇒
~brouw268
-
⇒
~brouw268
-
⇒
~brouw268
-
⇒
~brouw268
-
⇒ Kwartierstaat5.html
- Prom. VI, p49
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 147, Procuratieboek van de
Vierschaar, akte nr. 638 folio 67v. d.d. 21-03-1612
- OV 45(1990)322
- OV 45(1990)322, Prom. VI, p49
- RA Vlaardingerambacht 1895 XXXVIII nr. 19 fol. 235
- NL 70(1953)202
- NL 70(1953)202
- OA Schiedam inv. nr. 1443
- OA Schiedam inv. nr. 1444
- OA Schiedam inv. nr. 1448, 1449, 1450, 200e penning
- OA Schiedam inv. nr. 1451, 200e penning
- OA Schiedam inv. nr. 1451, 200e penning
- OV 45(1990)322
- OV 45(1990)322
- OV 45(1990)320
- OV 45(1990)320
- OV 45(1990)320
- zie ook OV 45(1990)320
- OV 45(1990)320
- zie ook OV 45(1990)320
- OV 45(1990)320
- zie ook OV 45(1990)320
- ISIS Vlaardingen
- OV 45(1990)320
- OV 45(1990)320
- zie ook OV 45(1990)320
- GA Schiedam, ONA, inv. nr. 856, blz. 543
- zie ook OV 45(1990)320
- zie ook OV 45(1990)320
- ISIS Vlaardingen
- ISIS Vlaardingen
- OV 45(1990)322
- OV 45(1990)322
- OV 45(1990)322
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 147, Procuratieboek van de
Vierschaar, akte nr. 701 folio 77v. d.d. 01-01-1614
- OV 37(1982)238
- D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag,
1960?
-
⇒ Kwartierstaat5.html
- D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag,
1960?
- OV 48(1993)430
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 70 folio 34v. d.d. 13-07-1622
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 85 folio 41v. d.d. 21-01-1623
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 86 folio 42 d.d. 21-03-1623
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 191 folio 77v. d.d. 06-09-1631
- OA Schiedam inv. nr. 1443
- OA Schiedam inv. nr. 1444
- OA Schiedam inv. nr. 1445
- OA Schiedam inv. nr. 1450, 200e penning
- OA Schiedam inv. nr. 1443
- OA Schiedam inv. nr. 1444
- OA Schiedam inv. nr. 1445
- OA Schiedam inv. nr. 1448
- OA Schiedam inv. nr. 1451, 200e penning
- OA Schiedam inv. nr. 1453, 200e penning anno 1644
- D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag,
1960?
- D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag,
1960?
-
⇒
www.vanderkrogt.net
-
⇒
www.vanderkrogt.net
-
⇒
www.vanderkrogt.net
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 17 folio 9v. d.d. 29-11-1619
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 44 folio 21 d.d. 29-05-1622
- ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en
Attestatieboek, akte nr. 182 folio 73v. d.d. 28-09-1631
- van Waesberghe, l.c.
- Le Parchemin 22(1975)13
- F. Melis Taeymans, De Antwerpse Poortersboeken
1533-1608, Stadsarchief, Antwerpen, 1977
- GA Rotterdam inv. 51 Weeskamer Rotterdam , index
nummer nr. 268, f. 27 v
- geciteerd in Briels, l.c, en Ledeboer, l.c.
- Rombouts, Certificat Plantin (1881) 22-23, geciteerd
in Briels, l.c.
- Bron: Requestboek 1576-77, fol. 189 en A.A.B. Deel
23, blz. 428,
⇒ fonds_plaisier.htm
- GA Rotterdam, ONA, Nots. J. Symonsz, dl. 4, f152r
- GA Rotterdam, ONA, Nots. J. Symonsz, dl. 6, f36
- GA Rotterdam, WK dl. 545 nr. 778
-
⇒ meer035lett01_01_0030.htm
- zie ook ANF 56(1883)6
- Castendijk, l.c.
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr.
79 aktenr. 24 blz 94
- GA Rotterdam, Nots. J. Symonsz, dl4, f49v
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr.
46 aktenr. 62 blz 95
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr.
49 aktenr. 169 blz 287
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr.
84 aktenr. 71 blz 190
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr.
79 aktenr. 132 blz 471
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Adriaan Kieboom, inv. nr.
148 aktenr. 126 blz 206
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr.
47 aktenr. 165 blz 238
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Duyfhuysen, inv. nr. 36
aktenr. 43 blz 92
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr.
78 aktenr. 119 blz 255
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Willem Jacobsz., inv. nr.
61 aktenr. 1 blz 1
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr.
78 aktenr. 443 blz 809
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Nicolaas v.d. Hagen, inv.
nr. 119 aktenr. 71 blz 149
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr.
255 aktenr. 93 blz 146
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr.
255 aktenr. 97 blz 150
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr.
255 aktenr. 134 blz 209
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Nicolaas Vogel Adriaansz,
inv. nr. 157 aktenr. 33 blz 70
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Nicolaas Vogel Adriaansz,
inv. nr. 157 aktenr. 33a blz 73
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Willem Jacobsz., inv. nr.
74 aktenr. 100 blz 414
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv.
nr. 269 aktenr. 45 blz 78
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen jr, inv.
nr. 198 aktenr. 209 blz 310
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr.
262 aktenr. 169 blz 254
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr.
255 aktenr. 97 blz 150
-
⇒ www.rijksmuseum.nl
- ⇒
www.dbnl.org
-
⇒ www.rijksmuseum.nl
- ⇒
www.dbnl.org
- GA Rotterdam, ONA, Nots. J. Symonsz, dl. 6, f36
- GA Rotterdam, WK dl. 545 nr. 778
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr.
97 aktenr. 143 blz 336
-
⇒ www.rijksmuseum.nl
-
⇒ spieghel.html
-
⇒ spieghel.html
- Putman, Octrooien, l.c.
- OV 42(1987)580,582
- Prometheus II/2e dr.
- F. van Hoorn, Geervliet 600 jaar stad, Geervliet,
1980
- zie ook Prometheus II/2e dr.
- OV 51(1996)154 en 157, en OV 52(1997)334, 337
- OV 6(1951)114
- OV 7(1952)16
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 30
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 104
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 175
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 185
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 380
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv.
nr. 291 aktenr. 53 blz 75
- zie ook J. en M. Benne, Bent u een Benne, Hoek van
Holland, 1990, p44
- NL 93(1977)365
- Van Hoorn, l.c., p 229
- OV 7(1952)16
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg,
Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband,
Regesten van transportregisters, nr. 480
- NL 93(1977)365
- NL 93(1977)365
- OV 6(1951)113
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 463
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 495
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 496
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 517
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 525
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 545
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 546
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 569
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 570
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 571
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 583
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 594
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 619
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv.
nr. 309 aktenr. 60 blz 101
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv.
nr. 276 aktenr. 73 blz 165
- NL 93(1977)365
- NL 93(1977)365
- OV 43(1988)257, 385
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg,
Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband,
Regesten van transportregisters, nr. 1176, 1263
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 772
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 797
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg,
Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband,
Regesten van transportregisters, nr. 1402
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg,
Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband,
Regesten van transportregisters, nr. 1403
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 942
- Van Hoorn, l.c., p 229
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 327
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 472
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 475
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 497
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 505
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 528
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 629
- Prometheus II/2e dr.
- Prometheus II/2e dr.
- Prometheus II/2e dr.
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 523
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 564
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 566
|
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 594
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 619
-
⇒ 1076576873
-
⇒ 1076576873
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 648
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 656
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 4
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 4
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 18
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 34
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 80
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 87
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 179
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 182
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 209
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 227
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 281
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 55
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 63
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 68
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 69
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 141
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 153
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 160
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 174
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 209
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 192
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 190
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 316
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 348
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 362
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 370
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 373
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 381
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 390
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 391
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 417
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 419
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 416
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 418
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 420
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 52
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 61
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 69
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 106
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 140
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 171
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 172
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 190
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 226
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 197
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 227
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 312
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 322
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 365
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 386
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 322
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 532
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 281
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 311
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 322
- Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad
Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 395
- ORA Dordrecht, inv. 733, f181v, d.d. 16-1-1579,
gecit. in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- v.d. Aa, l.c., sub voce Targier
- Jb. CBG 3(1949)85
- Tiel, Schepen Signaten 1570-1583 f133v
- Tiel, Schepen Signaten 1570-1583 f194
- Jb. CBG 3(1949)85
- Tiel, Schepen Signaten 1590-1598 f1
- zoek op Tiel, de betreffende acte
- Jb. CBG 4(195)73
- Tiel Schepen Signaten 1570-1583 f90 en f111v
- zoek op Tiel, Schepen Signaten 1563-1570 f55v
- zoek op Genealogie Wijnandts van Resandt, p111a
- OV 40(1985)205,206
- Jb. CBG 3(1949)85
- Tiel Schepen Signaten 1599-1615, fol. 246v
- Jb. CBG 3(1949)85
- GA Dordrecht, Register 50e penning Dordrecht 1580,
nr. 3, inv. 3962,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- NL 109(1992)289 e.v.
- NL 109(1992)289 e.v.
- Admissions a la bourgeoisie de Liege
- NNBW II p1420, en v.d. Aa sub voce Terwen
- NL 109(1992)289 e.v.
- Balen, l.c., passim
- zie ook NL 74(1957)46
- Menn. Encycl., l.c., sub voce Terwen en Dordrecht
- Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622,
⇒
www.regiodiep.nl
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- zie ook Balen, l.c. passim, em Mededeling P. Kuiperi
te Amsterdam, 1999
- zie ook Balen, l.c. passim, en Mededeling P. Kuiperi
te Amsterdam, 1999
- NL 74(1957)46
- ORA Dordrecht, inv. 766, f50, d.d. 17-10-1626,
gecit. in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- Balen, l.c. deel II, p. 1268-1269, en Mededeling
J.L. Kuipéri te Amsterdam, 1999
- zie ook NL 74(1957)46
- GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Cornelisz van der
Swan, inv. nr. 183 aktenr. 170 blz 228
- A.M.L. Hajenius, Dopers in de Domstad, Hilversum
2003
- NL 74(1957)47
- NL 74(1957)47
- NL 74(1957)47
- GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a5,
aktenr. 75, d.d. 21-12-1689
- GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a6,
aktenr. 26, d.d. 27-06-1691
- GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a7,
aktenr. 21, d.d. 30-03-1693
- GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a7,
aktenr. 43, d.d. 25-08-1693
- GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a7,
aktenr. 47, d.d. 19-09-1693
- GAU, Nots. P. LEECHBURCH, Utrecht, inv.nr.U97a7,
aktenr. 78, d.d. 13-02-1694
- Kuiperi, l.c.
- A.M.L. Hajenius, Dopers in de Domstad, Hilversum
2003
- GAU, Nots. A. Duerkant , Utrecht, inv.nr.U126a2,
aktenr. 13, d.d. 25-10-1701
- GAU, Nots. M. van Lobbrecht, Utrecht, inv.nr.U123a3,
aktenr. 238, d.d. 10-12-1704
- GAU, Nots. M. VAN Lobbrecht , Utrecht,
inv.nr.U123a3, aktenr. 241, d.d. 17-12-1704
- GAU, Nots. A. Duerkant, Utrecht, inv.nr.U126a2,
aktenr. 152, d.d. 22-08-1710
- GAU, Nots. A. Duerkant, Utrecht, inv.nr.U126a3,
aktenr. 31, d.d. 16-02-1712
- GAU, Nots. A. Duerkant, Utrecht, inv.nr.U126a3,
aktenr. 32, d.d. 16-02-1712
- GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a11,
aktenr. 61, d.d. 12-11-1720
- Kuiperi, l.c.
- GAU, Nots. C. F. Pronckert, Utrecht, inv.nr.U162a9,
aktenr. 46, d.d. 05-04-1728
- GAU, Nots. C. F. Pronckert , Utrecht,
inv.nr.U162a11, aktenr. 160, d.d. 04-11-1730
- GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a15,
aktenr. 19, d.d. 29-6-1733
- GAU, Nots. P. VAN Liender, Utrecht, inv.nr.U122a2,
aktenr. 148, d.d. 19-07-1699
- GAU, Nots. M. van Lobbrecht, Utrecht, inv.nr.U123a3,
aktenr. 237, d.d. 10-12-1704
- GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a8,
aktenr. 247, d.d. 09-09-1711
- Balen, l.c.
- NL 81(1964)337
- Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622,
⇒
www.regiodiep.nl
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- ORA Dordrecht, inv. 766, f6v, d.d. 20-2-1626
- Tijds. 1340, 6(1992)140
- ORA Dordrecht, inv. 766, f47v, d.d. 2-10-1626,
gecit. in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 238 e.v.: akte voor
nots. Blasius van Haerlem de Jonge d.d.19-4-1627
- ONA Dordrecht, Nots. D.S. Coplaer, inv. 79, f. 95v
e.v.
- Tijds. 1340, 6(1992)140
-
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, Genealogische en
Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der
provincie Zuid-Holland, Utrecht, 1922
- zie ook Van Zeeuwse Stam 68(1990)9
- Van Zeeuwse Stam 68(1990)9
- GA Dordrecht, Toegangsnummer: 85, Collectie van
bescheiden met betrekking tot de familie Balen en
aanverwante geslachten
- GAU, Nots. W. Zwaerdecroon, Utrecht, inv.nr.U80a5,
aktenr. 425, d.d. 01-11-1679
- GAU, Nots. H. van Woudenbergh, Utrecht,
inv.nr.U93a9, aktenr. 98, d.d. 28-10-1684
- GAU, Nots. H. van Woudenbergh, Utrecht,
inv.nr.U93a10, aktenr. 29, d.d. 30-03-1685
- GAU, Nots. H. van Hees , Utrecht, inv.nr.U110a2,
aktenr. 124, d.d. 17-03-1687
- GAU, Nots. H. van Hees , Utrecht, inv.nr.U110a5,
aktenr. 98, d.d. 10-04-1697
- GAU, Nots. H. van Hees , Utrecht, inv.nr.U110a6,
aktenr. 108, d.d. 09-03-1700
- GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a6,
aktenr. 186, d.d. 21-07-1701
- GA Dordrecht nr. 3, inv. 3979 (200e penning
Dordrecht anno 1652)
- GA Dordrecht, Weeskamer inv. 25, f. 284, gecit. in
⇒
www.uwpassieonline.nl
- GA Dordrecht, Weeskamer inv. 28, f. 95v, gecit. in
⇒
www.uwpassieonline.nl
- GA Dordrecht, ONA Dordrecht, Nots. J. Hellu, inv.
341, d.d. 28-6-1677
- GA Dordrecht, Weeskamer Dordrecht inv. 28 f. 96,
gecit. in
⇒
www.uwpassieonline.nl
- ONA Dordrecht, 507, akte 28, d.d. 21-5-1715, gecit.
in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- ONA Dordrecht, 507, akte 28, d.d. 21-5-1715, gecit.
in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- GA Dordrecht, ORA, inv. 813, f. 132v e.v. gecit. in
⇒
www.uwpassieonline.nl
- ONA Dordrecht, 507, akte 28, d.d. 21-5-1715, gecit.
in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
-
⇒
www.uwpassieonline.nl
- GA Dordrecht, ORA inv. 817, f. 9 e.v., gecit. in
⇒
www.uwpassieonline.nl
- GA Dordrecht, ORA, inv. 789 f. 90 e.v., gecit. in
⇒
www.uwpassieonline.nl
- Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622,
⇒
www.regiodiep.nl
- OV 40(1985)76
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- NL 100(1983)491
- NL 100(1983)491
- zie ook NL 100(1983)491
- NL 100(1983)491
- Nav 80(1931)281
- NL 100(1983)490
- Wap. 14(1910)346
- Stadsarchief no. 3965, fol. 256. Verpondingskohier
- ORA Dordrecht no. 744, fol. 135 v. Transportreg.
- ORA Dordrecht no. 746, foll. 101 v. Transportreg.
- ORA Dordrecht no. 748, fol. 1. Transportreg.
- ORA Dordrecht no. 749, fol. 12. Transportreg.
- ORA Dordrecht no. 749. fol. 109. Transportreg.
- ORA Dordrecht no. 751, fol. 128 v. Transportreg.
- ONA Dordrecht. nes. 10, blz. 159. Nots. P. Eelbo
- ORA Dordrecht no. 754, fol. 73. Transportreg.
- ORA Dordrecht no. 764, fol. 66 v. Transportreg.
- ONA Dordrecht. no. 57, fol. 824 v. Nots. D. Eelbo.
- ONA Dordrecht. no. 58, fol. 366. Nots. D. Eelbo
- NL 100(1983)494
- Nav 80(1931)280
- Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622,
⇒
www.regiodiep.nl
- NL 100(1983)494
- Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622,
⇒
www.regiodiep.nl
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- Nav 80(1931)281
- NL 100(1983)495
- NL 100(1983)495
- Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622,
⇒
www.regiodiep.nl
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- W. Nijman, Hier leyt begraven, grafzerken in de
Grote Kerk van Dordrecht, Dordrecht z.j.
- Nav 80(1931)281
- NL 100(1983)496
- NL 100(1983)496
- ORA Dordrecht, inv. 775, f42v, d.d. 24-6-1645,
gecit. in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- GA Dordrecht, ONA, inv. nr. 365, d.d. 29-1-1674,
⇒
d-compu.dyndns.org
- ORA Dordrecht inv. 791, f. 35v
- Nav 80(1931)281
- zie ook NL 100(1983)498
- NL 100(1983)498
- GA. Utrecht. Nats. F. Zwaardecroon
- GA. Utrecht. Nots. G. Houtman
- NL 100 (1983)498
- NL 100(1983)498
- Nav 80(1931)281
- SA Dordrecht, DTB 78, f37, d.d. 20-2-1649
- NL 100(1983)499
- GA Dordrecht, ONA, inv. nr. 196, 2-1-1664,
⇒
d-compu.dyndns.org
-
⇒
default.asp?action=deepLink&database=ChoiceArtists&%250=19499
- Nav 80(1931)281
- Nav 80(1931)281
- GA Dordrecht, ORA nr. 9, Akten hypotheek, inv. nr.
797 f119
- Nav 80(1931)281
- NL 100(1983)500
- Nav 80(1931)281
- R.J. Castendijk, Notities over de familie Van
Bracht, Bussum, 1982
- NNBW VIII, sub voce Cuyp, en Veerman, l.c.
- Castendijk, l.c.
- NNBW VIII, p355
- NNBW VIII, sub voce Cuyp
- Veerman, l.c.
- Castendijk, l.c.
- Veerman, l.c., p14
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- NNBW VIII, p355, en Veerman, l.c.
- NNBW, sub voce Cuyp
- Veerman, l.c., p14
- NNBW, sub voce Cuyp
- Castendijk, l.c.
- Castendijk, l.c.
- Castendijk, l.c.
- Castendijk, l.c.
- NNBW VIII, p355
- GA Dordrecht, gilden 16.884 II f59, geciteerd in
Castendijk, l.c.
- idem, f74v
- idem, f96
- NNBW VIII
- GA Dordrecht, Weeskamer, inv. nr. 889, 12-7-1622,
⇒
d-compu.dyndns.org
- GA Dordrecht, ONA 20 A 46 f172, geciteerd in
Castendijk, l.c.
- NNBW VIII, p355
- Veerman, l.c., p14
- Veerman, l.c., p14
- zie NNBW VIII, sub voce Cuyp
- Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622,
⇒
www.regiodiep.nl
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- NNBW VIII, p356
- Veerman, l.c.
- NNBW VIII, p356
- NNBW VIII, p356
- NNBW VIII, p356
- Veerman, l.c. p19
- NNBW VIII, p356
- Castendijk, l.c.
- NNBW VIII, Veerman, l.c., p15
- GA Dordrecht, ORA 9.774 f117, geciteerd in
Castendijk, l.c.
- Veerman, l.c.
- Veerman, l.c. p14
- Veerman, l.c. p14
- Veerman, l.c. p17
- GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht
(1626), nr. 3, inv. 3975,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- GA Dordrecht, Register 50e penning Dordrecht 1580,
nr. 3, inv. 3962,
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- ORA Dordrecht, inv. 759, f83v, d.d. 22-10-1618,
gecit. in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- ORA Dordrecht, inv. 747, f. 31v, d.d. 2-7-1603,
gecit. in
⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
- DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde
gemeente), f. 45, 18 febr. 1653
- Prom. 12, p76
- Prom. 12, p76
- Prom. 12, p69
- RAL; L.v.O. 5324 (Eisden, gichten 1573-1602), f. 23
v.
- Limb. Leeuw 8(1960)119
- Limb. Leeuw 8(1960)119
- G.W.G. van Bree, Inventaris van de Oude Archieven
van de stad Roermond, 1259 - 1796, Roermond, 1989
- R.A.L; L.v.O. 5201 (Eisden, rolregister 1567-1582),
f. 218 v.
- RAL; L.v.O. 5324, f. 114
- RAL; Brabants Hooggerecht Maastricht, reg. 6415
(gichten 1580-1586), f, 284.
- Limb. Leeuw 8(1960)119
- RAL; Brabants Hooggerecht Maastricht, reg. 6415
(gichten 1580-1586), f, 284.
- RAL; L.v.O. 5203 (Eisden, civ. gedingen 1595-1601).
- RAL; L.v 0. 5206 (Eisden, rolreg. 1607-1613), f.
338.
- cfr De Limb. Leeuw 3 (1954-'55) 18-19.
- RAL; L.v.O. 5133 (Eisden, gerechterijke attesten).
- RAL; L.v.O. 5202 (Eisden, rolreg. 1583-1595), f. 134
v.-135 v..
- Limb. Leeuw 8(1960)120
- RAL; L.v.O. 5326 (Eisden, gichten 1601-1614), 18
nov. 1614.
- RAL; L.v.O. 5133 (Eisden, gerechterijke attesten).
- GN 50(1995)349
- Mededeling Paul Frambach, 2002
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- Mededeling Paul Frambach, 2002
- Prom. 17 p63
- Prom. 17 p63
- Prom. 17 p63
- GN 50(1995)348
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
- GN 50(1995)348
- Wap. 3(1899)202
- OV 51(1996)41
- NL 102(1985)25
-
⇒ bertdelange
- NL 102(1985)25
-
⇒ bertdelange
-
⇒ bertdelange
-
⇒ bertdelange
-
⇒ bertdelange
-
⇒ bertdelange
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van het
huisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- E.D. Eijken, Repertorium op de Overstichtse en
Overijsselse leenprotocollen
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van het
huisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- E.D. Eijken, Repertorium op de Overstichtse en
Overijsselse leenprotocollen 1379-1805
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van het
huisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
-
⇒ 1604.htm
- HCO, Toegangsnummer: 9, E.D. Eijken, Inventaris van
het archief van de Leen-kamer van Overijssel, 1556-1808,
Processtukken inzake geschillen over leengoederen, nr.
92
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van
hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
- Jb. Bentheim 90(1987)1144
- Jb. Bentheim ...(1985)...
- GN 42(1986)234
- Jahrbuch Bentheim, l.c., 77(1974)33
- Niedersaechisches Staatarchiv Osnabrueck, Bestand
125 I, nr. 796, Van Wimersma Greidanus, l.c., p141
- NP 68(1984)165
- Jb. Bentheim 127(1993)50
- NP 68(1984)165
- Abels, l.c.
- NP 4(1913)273
- NL 46(1928)147
- NP 4(1913)273
- NL 46(1928)147
- NP 4(1913)273
- NP 4(1913)273
- Jb. Bentheim 90(1987)10
- NL 46(1928)147
-
⇒ johann_westenberg.html
- Ver. tot Beoefening van Oberijsselsch Regt en
Geschiedenis, Verslagen en Mededeelingen, 25, 2de reeks,
31ste stuk, Deventer, 1939
- NP 31(1945)326
- Jahrbuch Bentheim, l.c., 75(1972)28
- Beiträge zur Westfalischen Familienforschung
36-37(1978-79)217
- Ver. tot Beoefening van Oberijsselsch Regt en
Geschiedenis, Verslagen en Mededeelingen, 25, 2de reeks,
31ste stuk, Deventer, 1939
|
-
⇒ johann_westenberg.html
-
⇒ johannes_hubertus.html
-
⇒ stenv_buetkamp_14.html
-
⇒ stenv_buetkamp_14.html
-
⇒ stenv_buetkamp_14.html
- ⇒
www.stenvorde.de
- Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V.,
Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
- Bauks, l.c., nr. 6669
- GN 54(1999)116
- Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V.,
Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
- GN 54(1999)116
- Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V.,
Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
- Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V.,
Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
- Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V.,
Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
-
⇒ ~ricpalthe
- W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref.
Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Groningen 2001
-
⇒ ledematen
- Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en
Lande, Groningen, 1792
- Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en
Lande, Groningen, 1792
-
⇒ ~ricpalthe
- W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref.
Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Groningen 2001
- Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen,
1915
- GN 25(1970)53
-
⇒ ledematen
- Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en
Lande, Groningen, 1792
-
⇒ ledematen
-
⇒ ~ricpalthe
- zie ook GN 25(1970)53
- zie ook
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ledematen
- zie ook GN 25(1970)53
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ledematen
- zie ook
⇒ index.html
- W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref.
Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Groningen 2001
- zie ook
⇒ Lijst_van_burgemeesters_van_Enschede
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ twentebestand
- Snuif, l.c., p77
-
⇒ historie.htm
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
- Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen,
1915
- VG 12(1987)56
- VG 12(1987)56
- resolutieboeken, gecit. in
⇒ ~ricpalthe
- resolutieboeken, gecit. in
⇒ ~ricpalthe
- VG 12(1987)56
-
⇒ ~ricpalthe
- zie ook
⇒ 1-Lontius.htm
- resolutieboeken, gecit. in
⇒ ~ricpalthe
- resolutieboeken, gecit. in
⇒ ~ricpalthe
- resolutieboeken, gecit. in
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
- D.G. van Epen, Album Studiosorum Academiae
Gelro-Zutphanicae 1648-1818, 's-Gravenhage, 1904
- Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae,
1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
-
⇒ ~ricpalthe
- zie ook VG 12(1987)56
-
⇒ ~ricpalthe
- resolutieboeken, gecit. in
⇒ ~ricpalthe
- VG 12(1987)56
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒ ~ricpalthe
-
⇒
www.oosterbaan.info
- Transportacte Almelo, inv.nr. 2646, folio
nr.14.15.??, gecit. in
⇒ ~ricpalthe
- ORA Doornspijk, Protocol van bezwaar 1777-1790,
⇒ www.streekarchivariaat.nl
-
⇒ twentebestand
- Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen,
1915
- Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en
Lande, Groningen, 1792
- W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref.
Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Gronigen 2001
- Van Wimersma Greidanus, l.c., p141
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
-
⇒ twentebestand
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Snuif, l.c., p116
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Zorn, l.c.
- Twente Gen. 5(1989)1, p9
- Twente Gen. 5(1989)1, p9
- Zorn, l.c.
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
- Stroink, l.c.
- Verpondingregister Twenthe, l.c.
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
- Benthem, l.c. p76, p129, en Elderink, l.c. p331 en
Snuif p228
- HCO Zwolle, ORA Stad Oldenzaal, toegang 65.1, inv.
nr. 39
- HCO Zwolle, ORA Stad Oldenzaal, toegang 65.1, inv.
nr. 39
- Verpondingregister Twenthe, l.c.
- HCO Zwolle, ORA Stad Oldenzaal, toegang 65.1, inv.
nr. 58
- F.W.J. van den Berg, Inventaris van het archief van
het richterambt Almelo, 1554-1811. Zwolle, 1992, inv.
nr. 3169
-
⇒ twentebestand
- Elderink, l.c. passim
- HCO Zwolle, ORA Landgericht Oldenzaal, toegang 65.1,
inv. nr. 5
- Elderink, l.c. p333
- HCO Zwolle, ORA Landgericht Oldenzaal, toegang 65.1,
inv. nr. 6
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
- Snuif, l.c., p77
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
- Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen,
1915
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
- J.C. van Slee, De Illustre School te Deventer
1630-1878, 's-Gravenhage, 1916
- Album Studiosorum Academiae Rhenotraiectinae,
1636-1886, Utrecht, 1886
- Album Promotorum Rijksuniversiteit Utrecht
1815-1936, Leiden, 1963
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
- J.C. van Slee, De Illustre School te Deventer
1630-1878, 's-Gravenhage, 1916
- Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen,
1915
- Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae,
1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
- J. E. Kroon, Album Studiosorum Academiae
Lugduno-Batavae, 1875-1925, Leiden, 1925
- Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
- W.F.M. Ahoud et al., De Gelderse Leeuw, Arnhem,
1992, p198, verwijst naar RAG, Arch Hof van Gelderland
4948, civ. proces nr. 17
- A.P. Van Schilfgaarde, Register lenen Huis Bergh,
Arnhem, 1929, p168-169
- Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
- Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
- Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
- Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 251 f143
- NL 104(1987)310
- RA Stad Lochem, inv. nr. 254 f144, d.d. 14-2-1648
- RA Stad Lochem, inv. nr. 248
- Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 251 f195
- Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 255 f38
- Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 255 f162v
- RA Borculo, inv. nr. 395 f88v
- NL 104(1987)309
-
⇒ twentebestand
- NL 104(1987)306
- NL 104(1987)306
- NL 104(1987)306
- Borculo, procesdossiers, vonissen, inv. nr 236, f1,
⇒ www.heerlijkheidborculo.nl
- Borculo, procesdossiers, vonissen, inv. nr 335, f12,
⇒ www.heerlijkheidborculo.nl
-
⇒ twentebestand
- NL 104(1987)307
- VWG p271
- zie ook NL 104(1987)310, en VWG p271
- zie ook NL 104(1987)310
- VWG p 271
- Nav. 14(1864)211
- Nav. 14(1864)211
- Mededeling E. Roscam Abbing te Nijmegen, 1999
- RA Heerlijkheid Borculo, inv.nr. 396, f. 153r-v (12
februari 1635)
- Roe\"ll, Zutphensche Kentenissen, 1630-33, f. 240,
1633-36, f. 32
- RA Stad Zutphen, inv.nr. 515. Opgave Te Walvaart
- RA Bredevoort, inv.nr. 423, f7r
- K Scholz, 'Zur Geschichte der Gegenreformation in
Vreden Quellenstu\"cke zu den Jahren 1624/1625', in: "Im
Geschichte vor Stadt und Stift Vreden in 17. and 18.
Jahrhundert" Heimatverein Vreden, 7, Vreden 1977, p. 50
(noot 9)
-
⇒ kerk.html
- GN 29(1974)62 e.v.
-
⇒ kerk.html
-
⇒ kerk.html
-
⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen
Bredevoort, d.d. 15-4-1641, f22
-
⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen
Bredevoort, d.d. 8-5-1645, f57v
- Mededeling E. Roscam Abbing te Nijmegen, 1999
-
⇒ kerk.html
- Personenschatsregister van de Stadt Vreden" volgens
"Im Geschichte vor Stadt und Stift Vreden in 17. und 18.
Jahrhundert" Heimatverein Vreden, 7, Vreden 1977, p. 86
- RA Heerlijkheid Bredevoort, inv.nr. 131. Opgave Te
Walvaart
- GN 29(1974)62 e.v.
- Aantekeningen van Roell over het geslacht Volmer in
het Centraal Bureau voor Genealogie uit de 'Zuthpensche
Kentenissen', f. 98.
-
⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen
Bredevoort, d.d. 14-3-1639, f18
- RA Bredevoort, inv.nr. 115, f209r
- Mededeling E. Roscam Abbing te Nijmegen, 1999
- NL 1926
- RA Heerlijkheid Borculo, inv.nr. 399 (7 maart 1646)
- RA Stad Zutphen, inv.nr. 518. Opgave Te Walvaart
- GN 29(1974)62
- GN 29(1974)62
- GN 29(1974)62
- GN 29(1974)62
- A.J. Maris, 'De leen- keurmedige en tynsgoederen van
de Sint Salvator-Abdij te Pru\"m in Gelderland', in:
Gelre, 1934, p88.
- A.J. Mans, 'De leen- keurmedige en tynsgoederen van
de Sint Salvator-Abdij te Prum in Gelderland', in:
Gelre, 1934, p. 88, en RASZ, inv.nr. 518
- GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- zie ook GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- zie ook GN 37(1982)133
- zie ook GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- zie ook GN 37(1982)133
- zie ook GN 37(1982)133
- GN 37(1982)133
- GN 37(1982)135
- GN 37(1982)135
- ORA Scholtambt Lochem, Protocol van Opdrachten en
Vestenissen, inv. 132, f. 28
- GN 37(1982)135
- R.A. Lochem 26-3-1670. gecit. in GN 37(1982)135
- zie ook GN 37(1982)135
- GN 37(1982)136
- zie ook GN 37(1982)136
- GN 37(1982)136
- R.A. stad Lochem. inv. nr 259. dd. 25.11.1743,
gecit. in GN 37(1982)136
- GN 37(1982)136
- GN 37(1982)136
- GN 37(1982)136
- GN 37(1982)136
- GN 37(1982)136
- zie ook GN 37(1982)135
- GN 31 (1976) 345
- NL 104(1987)308
- GN 37(1982)137
- zie ook GN 37(1982)133
- Ten Cate, l.c.
- Transportenboek Zwolle, 1566
- Verpondingregister Twenthe, l.c.
- Fam. blad Ten Cate, l.c.
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
-
⇒ twentebestand
- Kron. 1 (1992)190
- G. Hesselink, Genealogie van het geslacht Hesselink,
Blarcum, 1992
- Hesselink, l.c.
- Hesselink, l.c.
- Hesselink, l.c.
- Hesselink, l.c.
- Hesselink, l.c.
- Kron. 1(1992)192
- Hesselink, l.c.
- Hesselink, l.c.
- Kron. 1(1992)192
- Kron. 1(1992)192
- Hesselink, l.c.
- Hesselink, l.c.
- Ten Cate, l.c.
- NL 49(1931)375, NL 49(1931)156
- NL 49(1931)205
- NL 49(1931)205
- NA 41(1948)134
- NL 49(1931)375
- NA 41(1948)134
- NL 49(1931)205
- NA 41(1948)134
- J.C. van Slee, De Illustre School te Deventer
1630-1878, 's-Gravenhage, 1916
- NL 49(1931)203
- NA 41(1948)134
- NL 49(1931)203
- NL 49(1931)203
- NL 49(1931)199 ev
- NL 49(1931)199 ev
- NA 41(1948)134
-
⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen
Bredevoort, d.d. 24-10-1639, f45
- RA Heerlijkheid Bredevoort, inv.nr. 107, f. 129v.
- NL 49(1931)205
- RA Heerlijkheid Bredevoort, inv.nr. 411. Opgave Te
Walvaart
- NL 49(1931)205
- GN 36(1981)22
- GN 36(1981)22
- NL 99(1982)460
- NL 99(1982)460
- GN 45(1990)137
- GN 45(1990)137
- HCL, Aanvulling op de Stadsbegraafboeken ca.
1550-1805
- Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14,
inv. nr. 16696 (v/h deel YY10), blad 215
- Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14,
inv. nr. 16700 (v/h deel YY14), blad 201
- Proclamatieboek Folio: 164
- GA Leeuwarden, 1589, Proclamatieboek Folio: 256
- Mededeling F.N. Heinsius, 2007
- GN 57(2002)539
- Wap. 21(1917)32
- NP 37(1951)172, 67(1983)298
- NP 37(1951)172, 67(1983)298
- GN 32(1977)234
- GN 32(1977)234
- GN 32(1977)234
- GN 32(1977)234
- NP 86(2005)366
- NP 86(2005)366
- NP 86(2005)366
- NP 86(2005)366
- Prom. 7, p178
-
⇒ naamlijst.htm
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
-
⇒ 18012
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16700, blad 97
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16702, blad 259
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16702, blad 304
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- RAF, Toegangsnummer: 328, Archieftitel: Verzameling
D.D. Osinga,
⇒
www.archieven.nl
- S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album
Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
- S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album
Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
- Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert
de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van
Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
- Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert
de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van
Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
- Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert
de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van
Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
- S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album
Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
- Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert
de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van
Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
- RAF, Toegangsnummer: 181, Archieftitel: Universiteit
te Franeker, Lijsten van Dossiers inzake Criminele en
Civiele Processen,
⇒
www.archieven.nl
- RAF, Toegangsnummer: 326, Archieftitel:
Archieftitel: Familie thoe Schwartzenberg en
Hohenlansberg, Inventaris van de papieren van de Familie
van Donia, nr. 1107
⇒
www.archieven.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert
de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van
Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
- S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album
Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
- Th.J. Meijer, Album Promotorum Academiae
Franekerensis (1591-1811), Franeker, 1972
- Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert
de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van
Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- Henricus Grevenstein, Naamlyst der predikanten ...
in de Steden en Dorpen der Classis Bolswert en Workum,
Leeuwarden, 1751,
⇒
books.google.nl
- Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert
de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van
Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16690, blad 255
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16696, blad 223
-
⇒ inwprof.htm
- ⇒
www.kstaneke.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- ⇒
www.kstaneke.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- ⇒
www.kstaneke.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007,
Franeker, 2007,
⇒
books.google.nl
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16699, blad 46, 250
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16701, blad 75, 228, 237
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16702, blad 388, 436
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16703, blad 51, 312
- RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang
14, inv. nr. 16704, blad 387
- Voet, l.c.
- Decretale Verkopingen III, Hof van Friesland
1659-1671 III dl. 17 /222
- HCL, Toegangsnummer: 179, Archieftitel: Burmania,
nr. 109, Stukken afkomstig uit de nalatenschap van
Edzard Hobbo van Burmania
|
|