Studie Terwe - Tarwe
This page was last updated : 090611.
File size is: 596 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 13
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.3,
Muiden, 2009.
© Copyright 2009 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.

4096. HENRICK OLTHEIJNEN (ook genaamd HENDRIK DE OUDE).

    Uit hem (o.a.?) :
  • a. Reijer Ontheijnen (ook genaamd Onthein, van Bitterscoten, Goertsen?), (=kw. nr. 1024).
  • b. Evert Henrickx Oltheijnen,[1]
    Leenboek van het Huis Scherpenzeel : Evert Henrickx Oltheijnen heeft op 14-10-1583 een lening van 165 guldens en 10 gulden rente tegoed van Jonkvrouwe Bathe Cornelisdr. van Meerthen, weduwe van Johan van Dompseler. Het onderpand is Groot-Willaer onder Scherpenzeel. Bathe's schuld wordt betaald door Johan van Scherpenzeel. [2]
    Graantelling Barneveld 1566 : "Evert Oltheijnen XLV vijm roggen elcx 1/2 scepel XV vijm boickweitz elx 1/2 scepel L vijm haveren elck 1/2 cleijn mud en I mud bok gedorst". [3]

4098. WILLM VAN WENCKUM (WENCKEM), tr.

4099. HENRIGEN (HENRICHEN) VAN DRONCKELER.
 

Wapen Van Dronckeler : In groen boven een gouden vierkant kruis met onder drie gouden zespuntige sterren, 2,1 geplaatst.[4]
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Aelt Willmsen van Wenckum, ovl. 1544.
    Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[5] 1544: "Item hoc eodem anno (15)44 obijt in het Ampt van E(de) Aelt Willmsen filius Willm van Wenckum et Henrichen (Van Dronckeler) mater sua iudice evicta solvit pro cormeda filij sui 9 etquites Gelr. minus 8 stb. quos adhuc tenetur Dreesken to Barnefelt, haec mulier habet adhuc filios et filias quas una nupta est op de Steenebeck, alia super bono nostro Abbatiali dicti Bitterschotten."
  • b. Luitgen Willmsen, ovl. op Steenbecke onder de Glind 1560,[6] tr. Jacob Peters, ovl. februari 1612.
    Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[7] "Item obijt hoc anno an de Steenbecke in het Ampt van Eda op Vorseler Luitgen Willemsen uxor Jacob Peterse, quonam filia Willm van Wenckum et Henrigen uxoris suae et qua Luitgen defuncta reliquit 6 proles (kinderen) superstites nobis pertinentes vendidi Jacob Petersen cormedam pro 10 flor. Phil. solvit totum."
    "Anno 1612 in februarius obijt in Mollen Lunteren (Meulunteren) Peter Jacobsen colonus op Voerseler, filius Luitgen (Willmsen) Jacob Peters huijsvrow op Voerseler, huius Petri cormedam /: scilicet equum quem Martij 15 traxeramus (paard) redemit Evert Petersen filius dicti Petri exsolvens -32-11-6 (32 guldens, 11 stuiver en 6 duiten) Actum Putten Martij 17. Nota supradicta Luitgen fuit germana soror (zuster uit de zelfde ouders als) Anthoniae Willmsen, quondam op Bitterschotten. vide folio 144a.
  • c. Anthonia (Thoene) Willmsen van Wenckum, (=kw. nr. 2049).

4320. ARISS (WILLEMS), ovl. vóór 1597 [8], tr.

4321. GOERTGEN GOOSSENS.

vul aan HV 1/5
    Uit dit huwelijk geboren [9] :
  • a. Willem Ariss, krijgt op 3-11-1597 afdracht en oprukking voor het herengoed "Beterum" te Ede (later "Hoog Beterum" genoemd) [10], tr. Aeltgen Wolter Gerritsdr.
      Uit dit huwelijk geboren [11] :
    • 1. Beatrix Willems, tr. Jan Rijcks.
  • b. Henrick Ariss, (=kw. nr. 2160).

4328. JELIS HAELBOOM, geb. ca. 1540-1550, ovl. 1623/24, landbouwer (1598), actor in een proces [12].

Op 9-5-1598 verkrijgt Jelis Haelboom, landbouwer, vernieuwde oprukking van het herengoed Haelboom
vul aan HV 1/54
    Uit zijn huwelijk (Haelboom-NN) geboren [13] :
  • a. Hendrick Haelboom, (=kw. nr. 2164).
  • b. Lambertus Haelboom, ovl. waarsch 1626, vermeld in processen en stukken (1621, 1623), heeft land in het "grote Nieulandt" (onder Wageningen)[14], tr. Aertgen Cornelis, uit welk huwelijk vier kinderen, waaronder Jan Lamberts Haelboom en Gijsbert Lambertsz Haelboom[15].
  • c. Willem Haelboom, wordt genoemd in proces stukken[16].
  • d. Weyme Jelis Haelboom, tr. Evert Willems. Beiden geven in 1602 een volmacht af om een deel van het goed "Schepenerf" te verkopen aan Gerrit Gerritsz S???(¥).[17]

     
    COMMENTAAR(¥) ZOEK OP
  • e. Belye (Beliken) Haelboom, verkoopt land (1617, 1620)[18], tr. Antonis Gerritsz, ovl. vóór 1620[19].

4342. JAN JANSEN VAN SCHARRENBURG (alias JAN VAN BARNEN), ovl. verm. Lunteren 1609,[20] eigenaar en bewoner van Scharrenburg in het Nederwoud onder Lunteren,[21] tr.

4343. LYSGHEN SARREN, ovl. vóór 1605.

    Uit dit huwelijk:
  • a. Jan (Hans) Jansen van Scharrenburg (alias Jan van Barnen), blinde man op Scharrenburg ("gevisitiert sijnde van Godt Almachtig met blijntheijt zijnes gesichts").[22]
  • b. Gerrit Jansen van Scharrenburg, geb. 1574, tr. vóór 1605[23] Niesse NN.
      Uit dit huwelijk mogelijk :
    • 1. Dirkje Gerrits van Scherborg, otr. Barneveld 24-11-1632[24] Jan Willemsen, op Nijenhuijs.
  • c. Marie Jansen van Scharrenburg, (=kw. nr. 2171).
    vul aan copie

4528. =2240. JAN CORNELISZ (HOMOET).

4888. RIJCKHOLT WOUTERS.

vul aan VG 22(1997)246
    Uit hem (o.a.?) :
  • a. Wolter Rijcks, (=kw. nr. 2444).

4992. ARNT HENRICXEN DROST, koopt de helft van Hullemansgoet te Nunspeet (1579), tr. vóór 1579

4993. WOBBE NN.

    Uit dit huwelijk (Drost-NN) geboren (o.a.?) :
  • a. Lubbert Aert (Drost), (=kw. nr. 2496).
  • b. Weijme Aerts (Drost), ovl. na 1610.
    Hullemansgoet te Nunspeet[25] :
    De grootte .. etc.
    Op 8-12-1610 krijgen Lubbert Aert Drosten en zijn zuster Weijme Aerts oprukking voor het herengoed. De ene helft is op 2-5-1579 verkocht door Henrick, Goert en Johan van Coot, gebroeders, aan zijn ouders Arnt Henricxen Drost en Wobbe, de andere helft wordt nu aan hen getransporteerd door Derick van Hoeckelom, in naam van Joffer Jacoba van Huet.
    Op 8-12-1610 krijgt Joffer Jacoba van Huet transport na overdracht door Lubbert Aert Drosten en Weijme Drosten, zijn zuster van de helft, welke tot een bijzonder zaalweer wordt gemaakt, groot 4 mudde roggelants en 30 mld. haverlants.

5008. AERT ROLOFS (TOE WESTENDOROP), geb. ca. 1545.

    Uit hem:[26]
  • a. Geertgen Aerts.
  • b. Henrick Aerts.
  • c. Jenne Aerts.
  • d. Reijner Aerts.
  • e. Lambert Aerts, (=kw. nr. 2504).

5016. GERRIT JANSEN FORSTELMAN, geb. ca. 1540, te Apeldoorn. wordt genoemd in het Tynsregister van Apeldoorn [27]: Roelof Gerrits te Wormingen, voor dezen Jacob Forstelman, Postea Gerrit Jans Forstelman.

vul aan VG 24(1999)251, 25(2000)292
    Uit hem (o.a.?) :
  • a. J(oh)an Gerritsen (Vorstelman), geb. ca. 1570, (=kw. nr. 2508).

5020. JAN BRUYNISSEN (BROENISSEN), geb. ca. 1560, te Epe.

vul aan VG 24(1999)251
    Uit hem :
  • a. Breunis Jans, geb. ca. 1584.
  • b. Jan Jans, geb. ca. 1585.
  • c. Hendrick Jans, geb. ca. 1587, is momber in 1636.
  • d. Lambert Jans, geb. ca. 1590, (=kw. nr. 2510).

5022. REIJN(D)ER ANDREESEN, geb. ca. 1565.

vul aan VG 24(1999)251
    Uit hem :
  • a. Geele Reijners, geb. ca. 1595, (=kw. nr. 2511).

5218. ARENT (VAN KEGELENBERGH).

    Uit zijn huwelijk (van Kegelenbergh-NN) geboren (o.a.?) :
  • a. Francijntgen van Kegelenbergh, geb. Antwerpen, (=kw. nr. 2609).
  • b. Geertje Arents van Kegelenbergh, doopget. (1648), filiatie niet bewezen.
  • c. Pieter Arentsz van Kegelenbergh, doopget. (1646), huw.get. (1633).

5380. PIETER GOVERTSZ VAN WIJN(¥), "coorencooper" wonende "in den Dorpe van Maeslant", benoemde bij zijn testament van 23-3-1623 (bekrachtigd met een pentagram), [28] tot zijn erfgenamen zijn beide zoons.
 

Handtekening van Pieter Govertsz van Wijn. [29]
klik op plaatje(s) om te vergroten


 
COMMENTAAR(¥) Vooralsnog onduidelijk is of de volgende vermeldingen met hem in verband staan :
Govert van Wijn, raad in het Hof van Holland, gehuwd met de enige dr. van jonkheer Henrick Crusinck, heer van Benthuysen (1586) [30].
Pieter Govertsz, beg. Naaldwijk 1-6-1641 (Rekeningen. kerkmr. f 4,--) in een oud graf, 5 x luiden [31].
Pieter Govertsz, schuytvoerder, betaalt 10 gld/jaar wegens huur van 16 hond vlietland tussen de Vlieten, vermaakt door Maertgen Jansdr, wed. van Dirck Anthonisz, volgens testament van 5-1-1590 aan de Heilige Geestmrs. te Maassluis [32].
Pieter Govertsz pacht voor 4 sc. de henneptiende te Vlaardingen (1536) [33].
Govert Pietersz, brouwer te Delft, wordt op 10-3-1557 beleend met 2 1/2 morgen in een perceel van 7 morgen 4 1/2 hond land te Maasland in het ambacht Dorp in Buytenveen, leenroerig aan de hofstede Hodenpijl [34].
Thijs Govertsz, voor f 3,-- (1544)[35] , £ 6,-- (1553)[36] en £ 4,-- en £ 6,-- (1559)[37] , en £ 9,--,-- (1561) [38] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis,
Goverts Aertsz, voor f 3,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544)[39].
Govert Pietersz, voor f 3,-- (1544)[40] en £ 3,--,-- (1561)[41] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis
    Uit hem :
  • a. Govert Pietersz van Wijn, geb. ca. 1574, (=kw. nr. 2690).
  • b. Jan Pietersz van Wijn, ovl. vóór 1-8-1636, waard en herbergier in de Spaensche Vloot te Maasland, collecteur van de impost op het gemaal over Monster, Naaldwijk en 's Gravenzande (1612), pachter van de impost op de bieren van Vlaardingen, genoemd als gemachtigde, wonende te Maasland (1615),[42] tr. Jannitge Gerritsdr Mijnheer, ovl./beg. Maasland 1649/50 (in de kerk op 't koor), dr van Gerrit Jansz "op te Geest" tot 's-Gravenzande en (verm.) Maritgen Pietersdr [43].
      Uit dit huwelijk (volgorde onbekend):[44]
    • 1. Pieter Jansz van Wijn, beg. Maasland 13-9-1636.
    • 2. Gerrit Jansz van Wijn, ca. 1598, ovl. 's-Gravenzande 22-9-1666, kocht op 9-9-1641 huis en erf, gelegen aan de Langestraat te 's-Gravenzande, genaamd "de Bosboom" en veranderde de naam in "de Spaensche Vloot", herbergier aldaar, thesaurier en burgemeester van 's-Gravenzande, tr.[45] Volckgen Leendertsdr, ovl. 1679-1681.
        Uit dit huwelijk:[46]
      • aa. Jan Gerritsz van Wijn, ovl. Monster 8-9-1643 (aan een verwonding toegebracht door een jongen van tien jaren), in opleiding voor timmerman te Monster.
      • bb. Willem Gerritsz van Wijn, volgt IVc.
      • cc. Ary Gerritsz van Wijn, volgt IVd.
      • dd. Leendert Gerritsz van Wijn, volgt IVe.
      • ee. Geertie Gerritsdr van Wijn, ged. 's-Gravenzande 1-9-1641.
      • ff. Jan Gerritsz van Wijn, volgt IVf.
    • 3. Cornelis Jansz van Wijn, ovl. vóór 22-10-1649, verm. ca. 20 okt. 1636, korenkoper en kerkmeester te Maasland, tr. verm.[47] Grietge Tussen, ovl. verm. ca. 20 okt. 1636.
        Uit dit huwelijk:[48]
      • aa. Pieter Cornelisz van Wijn, geb. ca. 1624/5, beg. Maassluis 22-1-1685, herbergier, grossier in zout, collecteur van de gemenelandsmiddelen, rentmeester van de Huyscommanderij van Maasland van de Balije van Utrecht, alsmede van die van Katwijk aan de Rijn en Leiden, kapitein van het Prinse vaandel op Maassluis (1672), reder en boekhouder, gecommitteerde (1662-'64, 1682-'84) en president gecommitteerde (1665) van de visserij, schepen (1668-'70, 1672 en 1675-'77), burgemeester (1678-'82) te Maassluis, welgeboren man van Delfland (1667, '78 en '79), tr. 1o Maassluis 3-11-1647[49] Simontgen Simonsdr, ged. Pijnacker 27-7-1625, ovl. Maassluis tussen 23 mei en 17 sept. 1655, dr. van Simon Eggertsz en Pleuntje Dirksdr van Dijk. tr. 2o Maassluis 28-6-1656[50] Maertge Arentsdr Uytendoorn, geb. ca. 1626, ovl. Maassluis 1664-1666, wed. van Jacob Ariensz Holleman, dr. van Arent Arentsz Uytendoorn en Trijntgen Pietersdr Buys.
          Uit zijn eerste huwelijk (van Wijn-Simonsdr) :[51]
        • aaa. Cornelis van Wijn, ged. Maassluis 21-2-1651, ovl. jong.
        • bbb. Cornelis van Wijn, ged. Maassluis 18-21652, volgt V f.
        • ccc. Grietje van Wijn, ged. Maassluis 23-5-1655, ovl. jong.
          Uit zijn tweede huwelijk (van Wijn-Uytendoorn):
        • ddd. Trijntje van Wijn, ged. Maassluis 15-4-1657, ovl. jong.
        • eee. Arent van Wijn, ged. Maassluis 10-11-1658, ovl. jong.
        • fff. Jan van Wijn, votlgt Vg.
        • ggg. Willem van Wijn, ged. Maassluis 15-4-1661, ovl. jong.
        • hhh. Ary van Wijn, ged. Maassluis 6-1-1664, ovl. jong.
      • bb. Willem van Wijn, vermeld 29-5-1655.
      • cc. NN Cornelisz van Wijn, beg. Maasland 10-1-1637.
    • 4. Krijn Jansz van Wijn, geb. ca. 1606, beg. Maasland 1654 (in de kerk op 't koor), bode van Maasland. tr.[52] NN, beg. Maasland 1652 (in de kerk op 't koor).
        Uit dit huwelijk:[53]
      • aa. Jan van Wijn, ged. Maasland 26-7-1643, ovl. 1643/44.
      • bb. Ermpje van Wijn, ged. Maasland 28-7-1647, ovl. 1654.
    • 5. Abraham Jansz van Wijn, beg. Maasland 6-7-1636.
    • 6. Maartje Jansdr van Wijn, ovl. Maassluis 2-7-1660, tr. (voor 28 jan. 1629),[54] Jan van Lis, geb. ca. 1609, ovl. Maassluis 7-4-1662, koopman, waard "in 't Moerjaenshooft" te Maassluis (1639), afslager van de vis, reder en boekhouder, gecommitteerde van de visserij 1641, '42, (1645-'47, 1652-'54), president gecommitteerde van de visserij (1654), schepen (1646-'55), burgemeester en tenslotte schout van Maassluis, zn. van Gillis Pietersz van Lis.
    • 7. Jacob Jansz van Wijn, ovl. 1655/56, mr. timmerman te Maasland, aannemer van publieke werken, tr.[55] Crijntje Aryensdr (Seun), geb. Zegwaard, dr. van Ary Seun en Geertje Symonsdr. Zij hertr. (huw. voorw. 13-1-1657) Jan van Santen Adriaensz, lakenkoper te Voorburg, pres.ident schepen aldaar en welgeborene van Rijnland, wedr. van Agneesken Jacobsdr van Oosterwijck.[56]
    • 8. Aeltje Jansdr van Wijn, geb. ca. 1612 73, ovl. Maassluis 22-5-1673, tr. 1o Delft,[57] Adriaen Cornelisz van der Lely, geb. ca. 1610, ovl. Maassluis tussen 18 jan. en 8 maart 1647, wedr van Trijntgen Wiilemsdr, mr. schoenmaker te Maasland, vervolgens herbergier in de Spaensche Vloot te Monster (1636-'42), vestigt zich vanuit Maasland als herbergier in de door hem nieuw gebouwde herberg, het Hof van Holland, aan de zuidzijde van de Haven te Maassluis in 1643, zn. van Cornelis Adriaansz van der Lely en Liedewij Ariensdr, tr. 2o Maassluis 7-9-1647[58] Nicolaes van Dalen, ovl. 1663-1665, eveneens herbergier in het Hof van Holland te Maassluis, zn. van Cornelis Claesz van Dalen en Maeycke Bastiaensdr.
    • 9. Krijntje Jansdr van Wijn, ovl. 1658-1664, tr.[59] Leendert van der Marel, geb. ca. 1620, ovl. tussen 11 juli en 4 okt. 1664, herbergier in de Spaensche Vloot te Maasland, H. Geest-armmeester aldaar, zn. van Jan Adriaensz van der Marel, rentmeester en subst. schout te 's-Gravenzande.

5382. JACOB CORNELISZ (VAN VELDEN)(¥), geb. vóór ca. 1555, ovl. na 1598, belender te Wateringe (1568)[60], leenman (1572..1598), schuytvoerder te Maassluis.

 

COMMENTAAR(¥) Te Schipluiden komt in 1616 vijf maal een Jacob Cornelisz voor als geref. lidmaat [61]. Is bovenstaande Jacob Cornelisz soms identiek met een van hen?
Wat is het verband met Crijn Jaspersz van Velden, tr. Lijsbet Maertensdr. (1653).[62]
Jan Jacobsz van Velde, ovl. Maassluis 1657 in de Zuidbuurt, en Marijtje Vrancksdr, zijn h.v. (ovl 1652), genoemd als lidmaten van Maasland (1640).[63]
Jan Gerritsz van Velde, ovl 1640-verm. 1663, genoemd als lidmaat van Maasland (1640).[64]
 

==== BELENINGEN ====
Hontshol (nr. 94) : 8 hond land (gemeen met het godshuis van Maeslant, 1423), te Maasland[65] :
20-9-1572 Jacob Cornelisz van de Velde bij dode van zijn vader Cornelis Jacobsz.
28-1-1598 Jan Jansz Thoen na overdracht door zijn vader Jacob Cornelisz van de Velde(¥).

 
COMMENTAAR(¥) sic! Jan Jansz Thoen is zijn zwager, zie [66]


Hontshol (nr. 95) : 13 hond land (gemeen met Jan van der Woude, Bertelmeus Bertelmeusz en zijn vader, 1423) te Maasland [67] :
beleningen als hierboven bij Hontshol nr. 94.

Hodenpijl (nr. 8) : 4 morgen land met een huis te Maasland (bewoond door Boudijn van de Velde Muysz, 1369) [68] :
25-1-1537 : Vranck Jacob Cornelisz te Wateringen bij dode van zijn vader Jacob Cornelisz.
1570 : Cornelis Jacobsz oom van en na overdracht door zijn broer Vries Cornelisz [69]
1572 : Jacob Cornelisz van Velden na dode van zijn vader Cornelis Jacobsz[70].
1594 : Dirck van den Velde na overdracht door Jacob Cornelisz van Velden.
1621 : Cornelis van den Velden bij dode van zijn vader Dirck van den Velden

Wateringen (nr. 5) : 3 morgen land te Wateringen [71] :
20-9-1572 Jacob Cornelisz van Velde bij dode van zijn vader Cornelis Jacopsz.
6-2-1580 Jacob Cornelisz van Velde draagt over aan Willem van Hoof.

Lek (nr. 53B) : 2 morgen land te Maasland [72] :
1572 Jacob Cornelisz van Velde na dode van zijn vader[73]
25-9-1590 Jan Jansz Thoen na overdracht door Jacob Cornelisz van de Velde (die het blijkbaar van zijn vader heeft geërfd (LL)).

Heilige Geest Maassluis :
Jacob Cornelisz, schuytvoerder, betaalt 20 st. wegens huur van een werf (vóór ca. 1590).[74]
Jacob Cornelisz van Velde bezit het Noordweer te Maassluis.[75]

Grafelijkheid (nr. 9) : tiende buitendijks in Zuyt Maeslant, strekkende vanaf Maritgen Adriaensdr, wed. van Cornelis Jacobsz tot Spijckerboortshouck :
1601 Jacob Cornelisz in Velden pacht het voor 11 pond.[76]
    Uit zijn huwelijk (van Velden-NN) geboren (o.a.?) :
  • a. Trijntje Jacobs van Velden, geb. vóór ca. 1580, (=kw. nr. 2691).
  • b. Cornelis Jacobsz van Velden, filiatie niet bewezen,[77] lidmaat te Schipluiden, die mogelijk wordt beg. Naaldwijk kerk 27-2-1636 of 7-4-1642[78], tr.[79] Marijtge Heymens, dr. van Heijmen Jacob (van der Hoeven) en Marijtgen Cornelisdr.[80]
      Uit dit huwelijk wellicht :
    • 1. Maertgen Cornelisdr van der Velde(¥), ovl. na 28-3-1650 of voor 1647[81], afkomstig van Maasland, beleend 1-5-1628. tr.[82] Adriaen Claesz Jonge Trapper, ovl. vóór 1628,[83] zn. van Claes Ariensz Jonge Trapper en Aeltgen Pietersdr, vermeld sinds 28-7-1580 etc. woont te Maasland, leenman van Honingen (1610).[84]

       
      COMMENTAAR(¥) is zij Martje Cornelisdr van der Velde, h.v. van Dirck Pietersz Molenaar, lidmaat van Maasland (1663).
      vul aan OV 54(1999)132 ACJT.

5408. WILLEM (BREUR?)(¥), geb. vóór ca. 1555, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:

  • a. Adriaen (Ary) Willems Breur, geb. 1576/77, ovl. kort voor 1658, (=kw. nr. 2704).

     
    COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk verwant met :
    Ariaen Breur, die 4 rinsgulden schuldig is aan de weeskinderen van Ariaen Ockers te Rotterdam (1504).[85]

5410. ARIJEN ARIENSS SCHRAM, geb. vóór ca. 1550, ovl. ca. 1597, woonde te Maassluis, tr. vóór 1574

5411. MAERTGEN DIRCXDR (anders genaemt Maertgen Jans), ovl. kort voor 1614.

Op 21-9-1614 wordt Adriaen Willemss Breur, wonend te Maassluis, gemachtigd door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Adriaen Willemss Breur (nomine uxoris), Claes Meess (nomine uxoris), Corn. Corneliss Reus (nomine uxoris) en Corn. Adriaenss. [86]
Op 26-4-1615 wordt hij wederom gemachtigd, als gehuwd met Willemijntge Adriaens, door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Cornelis Adriaenss Schram, Willemijntge Adriaens, Maertgen Adriaens, geh. met Claes Meess, Neeltge Adriaens, geh. met Corn. Corneliss Reus. [87]
Op 20-9-1643 wordt een getuigenis afgelegd over Arijen Arienss Schram gewoond hebbend te Maassluis, overleden ca. 1597, vader van Willemtge Adriaensdr en Maertgen Adriaensdr. [88]
    Uit dit huwelijk in 1614 in leven:
  • a. Willem(ijn)tgen Aryens (Adriaens), geb. 1573/74, ovl. na 1643?, (=kw. nr. 2705).
  • b. Maertgen Adriaens (Arentse), geb. 1578/79, ovl. na 1644, legt een getuigenis af 20-9-1615 en 6-10-1615, (oud ca. 36 jr.) [89] woont te Maassluis (1643), tr. vóór 1614 Claes Meess, ovl. kort voor 1643, scheepstimmerman te Maassluis (1615, 1616), legt een getuigenis af 20-9-1615, [90] scheepmaker (1643).
    Akten over Claes Meess zaliger en diens wed. Maertgen Adriaensdr (oud 64 jaar), 1643, 1644. [91]
      Uit dit huwelijk in 1643 in leven:
    • 1. Adriaen Claess (Meess), ovl. na 1643.
  • c. Cornelis Adriaenss Schram, geb. ca. 1586, ovl. na 1637, legt een getuigenis af 15-3-1616 (oud ca. 30 jr.), [92] stierman (1637), legt een getuigenis af 17-8-1637. [93]
      Uit hem (o.a.?):
    • 1. Neeltge Cornelis Schram, beg. Maassluis 5-8-1666.
    • 2. Jacob Corn. (Schram), legt een getuigenis af 28-6-1636. [94]
  • d. Neeltge Adriaens, ovl. na 1614, tr. vóór 1614 Corn. Corneliss Reus (de Jonge?), stierman (1614). Hij testeert 7-11-1618, dan gehuwd met Emmitgen Dircxdr (zijn tweede vrouw?). [95]

5412. GERRIT ROCHUSZ, kuiper.

    Uit hem (o.a.?) :[96]
  • a. Rochus Gerritsz van Pomeren, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1652-1662, (=kw. nr. 2706).

5414. PELLE JACOBSZ, ovl. na 1623, parentatie niet bewezen, stierman wonende te Vlaardingen (1599), poorter van Vlaardingen (1623), tr. vóór 1623

5415. AELTGEN ARENTS CRUIJCK(¥), geb. ca. 1545, ovl. na 1623, parentatie niet bewezen, tr. 1o voor 1623 JASPER CORNELISZ, met wie zij "ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft".

 

COMMENTAAR(¥) In 1598 is sprake van een schipper Cruijck op de Rode Galei.[97] Is hij verwant?
 

Op 31-1-1599 constitueren Pelle Jacobsz, stierman wonende te Vlaardingen en zijn gemene reders, Cornelis Joorisz van Schiedam burger en inwoner van de stad Embden, om aldaar te vernemen naar 11 netten, welke door de voorn. stierman in zee zijn verloren. [98]
Attestatie d.d. 29-3-1623 Ten versoucke van Louris ende Dirck Ariensz van der Houve cum socijs: Compeerde Aeltgen Arents Cruijck out ontrent 78 iaren, iegenwoordich huijsvrouwe van Pelle Jacobsz poorter deser stede. Ende verclaerde bij hare vrouwe waerheijt in plaets van eede, waerachtich te zijn dat deposante ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft met Jasper Cornelisz haer vorige man. Twelcke was een broeder van zaliger Maritgen Aelbrechts dije een soon hadde genaemt Pieter Meesz. Verclaerde voorts overzulcx mede wel te weten, dat de voorsz. hare zaliger mans als Maritgen Aelbrecht moeder noijt geen heele noch halve broeders off zusters heeft gehadt, noch oock dÕgemelde hare zaliger mans moeder immermeer ijets daervan horen vermanen te hebben, niettegenstaende sij deposante inde sieckte daer in sij ontrent anderhalff iaer was, haer continuelijcken gedient ende hantreijckinge gedaen heeft tottet overlijden toe. Affirmeerde mede sij deposante sedert de bevestinge vant huwelick tusschen haer ende dvoorsz. Jasper Cornelisz, altijts goede ende familiare kennisse gehouden te hebben met desselffs moeder ende Maritgen Aelbrechts, beijden voorgeroert. Ende mitsdien vant voorsz. gedeposeerden goede kennisse te hebben. Actum den 29 Martij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. [99]
    Uit haar eerste huwelijk (Jacobsz-Cruijck) vermoedelijk(¥):

     
    COMMENTAAR(¥) Aeltgen Pelle en Anneken Pelle zijn in ieder geval zusters want zij worden in een akte genoemd als respectievelijk moeder en meuije van Arien Rochusz Cruijck van Pomeren. [100]
  • a. Aeltie Pelle (Kruijck), geb. vóór ca. 1590, (=kw. nr. 2707).
  • b. Annetje Pellen, ovl. na 1631, woont te Vlaardingen (1644), tr. 1o Joost Jacobsz Slijp, ovl. vóór 1631, verm. zn. van Jacob Pietersz Slijp, stierman te Vlaardingen,[101] tr. 2o voor 1631 Leendert Fransz Boomgaert, geb. ca. 1685, ovl. 1631-1642, varentman, burger van Vlaardingen (1631).
    200e penning Vlaardingen 1628: Joost Jacobsz Slijp's twee kinderen ƒ 20-00-00. [102]

    200e penning Vlaardingen 1631: Joost Jacobsz Slijp's twee kinderen ƒ 20-00-00. [103]
    Attestatie d.d. 15-5-1623 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck: "Hebben Cornelis Willemsz, clockestelder out ontrent 50 jaeren ende Leendert Fransz Boomgaert, out ontrent 38 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat sijluijden huijden vergadert sijn geweest in de herberge van St. Joris, int geselschap van den requirant ende dat aldaer bij hen deposanten gecomen is Steven Aelbrechtsz Attevelt, cuijper, ende dat de selve onder andere propoosten iegens den voorn. requirant seijde ende hem met smaet woorde verweet in effecte dese woorden, Òghij hebt u vader verradenÓ Tselve tot meer maelen verhaelende. Actum coram van den ondergeteijckende schepenen den 15 Meij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. J. G. Noijkens. [104]
    Protocol : 11-12-1631 Leendert Fransz Boomgaert, varentman, burger van Vlaardingen, gehuwd met Annetje Pellen, eerder wed. van Joost Jacobsz Slijp, is schuldig aan Rochus Gerritsz van Pomeren, koopman alhier, 335 gld. (oude obligatie van 1-10-1619 200 gld.door Joost Jacobsz Slijp gepasseerd) over gehaalde stoffen voor kleding volgens register. Hij kan niet betalen en verkoopt daarom goederen, huisraad e.d.[105]
    Op 21-7-1642 constitueert Annitgen Pellendr, weduwe van Lenert Fransz Boogaert, wonende te Vlaardingen, Anthonij de Ridder en Heijndrick Backer beiden procureurs te Amsterdam, om haar zaken waar te nemen i.v.m. een transport door Anthonjj van der Kaeck op 12-7-1642 te Amsterdam voor notaris N. van der Piet, ten hare behoeve gepasseerd. [106]
    Op 18-5-1644 compareerde te Schiedam Annetge Pelle, weduwe van Leendert Fransz Boogaert, wonende tot Vlaerdingen, en bekende te cederen, transporteren en in volkomen eigendom op te dragen, gelijk zij doet bij dezen aan Toontgen Joosten Slijp, huisvrouw van Anthonij van der Aeck, wonende tot Amsterdam, zodanige somme van penningen, tsy 320 car. guldens min ofte meerder, als haar comparante zijn compterende tot Amsterdam van de coucharge aldaar en van ene Arent van Gent enz. [107]
    In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur. Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar tante is Anneke Pelle. [108]
      Uit haar eerste huwelijk (Slijp-Pelle) vermoedelijk:
    • 1. Toontge Joosten Slijp, wonende tot Amsterdam (1644). tr. vóór 1644 Anthonij van der Aeck.
    • 2. Arijen Jooste Slijp.
      200e penning Vlaardingen 1628: Joost Jacobsz Slijp's twee kinderen ƒ 20-00-00. [109]
      200e penning Vlaardingen 1631: Joost Jacobsz Slijp's twee kinderen ƒ 20-00-00. [110]
      200e penning Vlaardingen 1635: Arijen Jooste Slijp bij verclaringe ƒ 10-00-00. [111]
      200e penning Vlaardingen 1644: Arijen Jooste Slijp bij verclaringe ƒ 10-00-00. [112]

5416. JAN JANSZ SCHIM(¥), ovl. 1591-1606,[113] wiens huijsinge voor f 8,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1553)[114], belender, bezit een laan en sloot in vlietland aan de Maeslandse sluizen (1591)[115], tr.

5417. ANNA DOESSEN, ovl. 1606,[116]

 

COMMENTAAR(¥) Is hij (verwant) aan NN Schimme, voor f 6,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544)[117].
 

Op 2-2-1577 heeft Cornelis Jacobsz de Corte, scheepstimmerman, verkocht aan Jan Jansz Schim van Maassluis een nieuw veerschip zo het van stapel gelopen is. Prijs ƒ 84 van 40 gr. Vlaams, te betalen op 2 termijnen. Gedaan onder verband van waterrecht. Borg: Jan Jorisz, veerman van Maassluis. [118]
==== BELENINGEN ====
Grafelijkheid nr. 25 : 7 morgen land te Maasland leenroerig aan de graaf :
7-2-1582 : Jan Jansz Schim.
29-9-1599 : overdracht van de helft van het leen aan Frans Willem Patijn te Maeslandersluijs [119]
17-4-1606: komt de andere helft aan Doe Jansz Schim bij dode van zijn vader[120].
3-8-1610 : 3 hond ten eigen tegen 120 pond, deze mogen door zijn moeder Anna Doensdr van de hoogheemraden van Delfland worden opgehoogd om er huizen op te zetten daar zij in het boezemland liggen.
Leen verminderd tot 3 morgen.
1-15-1615 : Adriaen Breur de Jonge onmondig, hulde door zijn vader Adriaen Adriaensz Breur de Oude, na overdracht door Doe Jansz Schim.
8-7-1619 : Vranck Doesen van der Houff (zie ook [121] tzt kw.) na naasting ten laste van Adriaen Adriaensz Breur de Oude en diens zoon Adriaen.
Archief van het burger weeshuis :[122]
10-7-1606: Adriaen Aertsz. Waert, schout, Adriaen Cornelisz. Hensbrouck en Jan Louwerisz, schepenen te Wateringe, oorkonden dat Adriaen Doesz, Arent Doesz en Jacob Doesz, elk voor 1/6 deel. Anna Doessen, weduwe van Jan Jansz Schim, met haar zoon Willem Jansz Schim, seylmaker, mede na-mens haar zusters en broers voor 1/6 deel. Adriaen Doesz als voogd van de kinderen van wijlen Rutger Abrahamsz, gehuwd met Stijntgen Claesdochter, en Harmen Heyndricksz, gehuwd met Stijntgen, de weduwe van Floris Claesz, voor 1/6 deel, verkopen aan meester Franchois Vranckenz, raad in de Hoge Raad in Hollant, een woning, huis, bijhuis, schuren, bergen, potinge en plantinge met 25 1/2 morgen land in Naeltwijckerbroock te Wateringe, dat zij hebben ge‘rfd van Cornelis Doesz, die er op woonde, n.1. 5 1/2 morgen, zijnde de helft van een strekweer, waarop het huis staat, een heel strekweer, groot 10 morgen, ten westen van het vorige, belend ten noorden: de Broockweg, ten zuiden: de Sweth, ten oosten: Jan Aertsz met bruikwaar, ten westen: de ontvanger Mierop; 3 morgen belend ten noorden: de pastorie van Warmont en de landsadvocaat van Hollant meester Jan van Oldebarnevelt, ten oosten en zuiden: genoemde meester Jan, ten westen: Adriaen Willemsz en Conincxvelt; 6 1/2 morgen tegenover de woning, belend ten zuiden: de Broockweg, ten noorden: de Merriendijck, ten westen: de weduwe van Dirck Been, ten oosten: Claes Maertensz. Belast met de volgende jaarrenten: 1 pond hollands ten behoeve van de kerk en het kapittel van Naeltwijck; 81 gulden ten behoeve van Philips Jacobsz te Delft; 10 gulden ten behoeve van de abdij van Loosduynen, 55 gulden ten behoeve van het Sint Aechtenconvent te Delft. Bezegeld door de schout: een springend paard.
Is er verband met Cornelis Doesz ca. 1535[123]? of met
Pieter Jan Duez, voor f 4,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544)[124].
Is zij Anna Sc(h)immen voor £ 3,10,-- (1559)[125] en £ 6,--,-- (1561) [126] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis.
    Uit zijn huwelijk (Schim-NN) geboren (o.a.?) :
  • a. Willem Jansz Schim, (=kw. nr. 2708).
  • b. Doe Jansz Schim, geb. Maasland 1578/79, ovl. na 1643. Doe Jansz Schim, oud ca. 41 jaar, wonend 1620 aan de Boonesluys onder Maaslant, treedt op in een acte als inwoner van Maesland,[127] schepen van Maassluis (1614..1626) [128], burgemeester (1641) treedt op als getuige in 1643, dan 64 jr. oud en wonend te Maassluis,[129] tr. Maasland voor 1617[130] Hester Vrancken van Ouwen, geb. Maasland, dr. van Frans Jansz van Ouwen en Adriaentge Claesdr.
    Vermeld in akten 1614 (dan wonend te Maassluis) tot 1620 (dan ca. 41 jr.). [131]
    5 morgen 2 hond land in de Duyfpolder te Maasland, leenroerig aan de Duitse orde :
    25-5-1617: Pouwels van Berensteyn, oud burgemeester van Delft, neemt ten overstaan van Dirck Dircsz. van den Chijs (of Cluys) en Corstiaen Doesz backer, schepenen te Maeslandt, het land in pacht tegen 25 karolus gulden van 20 st. na overdracht door Doe Jansz Schim, gehuwd met een dochter van Adriaentge Claesdochter, weduwe van Frans Jansz. van Ouwen, waarvoor een dubbele halve pacht moet worden betaald.[132]
    vul aan en Onze Voorouders III, p294
      Uit dit huwelijk waarschijnlijk :
    • 1. Jan Doe(sen) Schim, ovl. na 1643, schoenmaker wonend te Maassluis, testeert op 4-2-1636[133] en als vleeshouwer op 5-12-1643[134] met zijn vrouw Meijnsge Sijmonsdr, ovl. na 1643, woont te Maassluis (1643).
      25-3-1641: Maritge Arentsdochter, weduwe van Symon Jorisz. van Dijck, in de Zuytbuyrt van Maeslandt, geassisteerd door haar zoon Adriaen Symonsz. van Dijck, verkoopt aan heer Jacob van der Wyele, heer van der Werve, haar woning, bijhuis, bergen en geboomte aldaar met 28 morgen land, waarvan 4 morgen 4 hond leenroerig zijn aan het huis van der Spangen en waarmee haar genoemde zoon is beleend, strekkende van de Rijskade tot in de Mase, tegen 700 gulden per morgen.
      25-11-1642: De vrouwe van der Werve betaalt aan Adriaen Symonsz. van Dijck, Arendt Symonsz. van Dijck, Jan Doe Schim en Job Jansz. van der Bosch wegens de koop in de vorige acte vermeld aan verlopen rente 540 gulden, aflossing 4.000 gulden met bijkomende rente 90 gulden, verminderd met 623 gulden 6 st. 8 p. wegens de verpachting van het complex aan Ary Symonsz.[135]
    • 2. Maartje Doenen Schim, filiatie niet bewezen, wed. van NN, tr. Maassluis 20-12-1671[136] Jan Jansz Thoen (alias Fool), wednr van Stijntje Dirks en Pleuntje Arense zn. van Jan Jansz Thoen en Catharina Cornelisdr van de Velde (zie kw. nr. 10765 sub c).
    • 3. (P)leuntje Doenen Schim, geb. Maasland 1625, tr. Maassluis 16-6-1647[137] Doe Pietersz Sonneveld, ged. Maasland 4-12-1623, beg. Maasland 4-11-1689, landbouwer, schrijnwerker,[138] zn. van Pieter Dircksz van Sonneveld en Sara Doensdr.
        Uit dit huwelijk:[139]
      • aa. Sara Doens Sonneveld, geb. 1648, tr. Maasland april 1676[140] Claes Jan Ruijendijck.
      • bb. Pieter Doens Sonneveld, geb. Maasland 1655, tr. 1o 1679[141] Lijsbeth Cornelisd van Maarlevelt, geb. Terheijde ca. 1630, ovl. vóór 1690, tr. 2o 1690[142] Annetje Cornelisd van der Kooij, geb. ca. 1665, dr. van Cornelis Abrahams van der Kooij en Elsje Cornelisd Suijthoorn.
          Uit dit huwelijk 7 kinderen.
    • 3. (P)leuntje Doenen Schim, geb. Maasland 1625, tr. Maassluis 16-6-1647[143] Doe Pietersz Sonneveld, ged. Maasland 4-12-1623, beg. Maasland 4-11-1689, landbouwer, schrijnwerker,[144] zn. van Pieter Dircksz van Sonneveld en Sara Doensdr.
      • cc. Jan Doensz Sonneveld, geb./ged. Maassluis/Maasland 1664/31-8-1664, beg. Rozenburg 15-7-1737, landbouwer op Blankenburg (Rozenburg), tr. Rozenburg 20-4-1692[145] Trijntje Jansd Moerman, geb./ged. Rozenburg 18/19-3-1674, ovl./beg. Vlaardingerambacht/Rozenburg 10/18-11-1749, dr. van Jan Willemsz Moerman en Elisabeth Ariens Meeldijk.
          Uit dit huwelijk (o.a.?) :
        • aaa. Jan Jansz Zonneveld, ged. Blankenburg (Rozenburg) 25-11-1703, tr Maasland 30-11-1732,[146] Leentje Cornelisse van Bergen, ged. Maasland 13-10-1715, dr. van Cornelis Leendersz van Bergen, boer, en Maartje Pieterse Bregman.
            Uit dit huwelijk (o.a.?) :
          • aaaa. Jan Jansz Zonneveld, ged. Maasland 31-1-1734, ovl. Maasland 17-4-1804, tr. 1o Maasland 6-12-1765[147] Diewertje Cornelisse Kap, ged. Schiedam 27-12-1739, beg. Maasland 15-1-1771, tr. 2o Maasland na 1773[148] Susanna Hordijk, geb./ged. 10-7/15-8-1745, ovl. Maasland 19-11-1819, dr. van Johannes Hordijk en Ingetje van Putten. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
            VUL AAN Onze Voorouders III, p294.
  • c. Cornelis Jansz Schim, geb. vóór ca. 1585, filiatie niet bewezen, vermeld in een transportakte 18-8-1614 als stierman te Maassluis, geh. met Annitge Corndr, [149] genoemd onder 't scheepsvolk op een schip ter kabeljauwvaart (1622),[150] tr. vóór 1609 Annitge Corndr.
      Uit dit huwelijk vermoedelijk:
    • 1. P(iete)r Cornelisz Schim, geb. 1608/09, j.m. afkomstig uit Maessluys (1635). legt een verklaring af 1644 (dan 35 jaar),[151] otr./tr. Delft/Maassluis 20-7-1635/.. Jannetge Jans, j.d. afkomstig uit Maessluys (1635).
  • d. Jan Jansz Schim, geb. vóór ca. 1580, ovl. vóór 1618, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon, tr. vóór ca. 1600 Janneken Jansdr, ovl. na 1618.
    • 1. Mr. J(oh)an Jansze Schim, ovl. 1623-1626, j.m. woont te Brielle (1618), bij Resolutie van 17-7-1621 in plaats van Mr. David van der Heul benoemd tot stadschirurgijn te Brielle, wiens tractement in 1622 van ƒ 156,-- op ƒ 100,-- werd gebracht, schepen (1622) en geref. diaken (5-8-1623) te Brielle, otr./tr. Delft/Den Briel 4-3-1618/..,[152] Maertge (Maritjen) Jacobs Verhouf (Verhouve), j.d. wonend te Rotterdam (1618), als Maritjen Jacobs, huisvrouw van Mr. Jan Jansze Schim, toegelaten tot het avondmaal (2-1-1620) te Brielle. Zij hertr. 20-4-1626 Mr. Johan Sismus.
      Op 6-2-1618 worden te Rotterdam huwelijksvoorwaarden gemaakt door Jan Jansz Schim, j.g. te Briele, geass. met zijn schoonvader (=stiefvader?) Willem Quirijnsz, dienaar des Godlijcken Woorts te Delft, en zijn moeder Janneken Jansdr, en zijn oom Willem Jansz Schim, zeylmaker te Maessluys, en Maertgen Jacobsdr, j.d. geass. met haar voogden Johan Govertsz van Beaumont en Geraert Berck. [153]
        Uit het huwelijk (Schim-Verhouve) :[154]
      • aa. Jannetjen Schim, ged. (Brielle?) 30-12-1618 (get. Jannitjen Jans van der Zandtvaerts).
    • 2. Catarina Jans Schim, geb. vóór ca. 1620, woont te Maassluis (1638, 1640), testeert met haar man Dominicus (Ds?) Steffanus Morelius op 10-9-1638 en 8-5-1640,[155] genoemd in een akte van procuratie d.d. 28-12-1640 als dr. van mr. Johan Schim zaliger, chirurgijn te Den Briel,[156] otr. Delft/Maassluis 22-5/9-6-1638 Dr. Steffan(i)us Morelius, geb. 1611/12, ingeschreven als student aan de Universiteit van Leiden 6-2-1632 (afk. uit Delft, oud 20 jr.),[157] afkomstig uit Maessluys (1638).

5420. JAN ARENTS TOU(W) VAN DER BURGH, geb. Naaldwijk ca. 1539[158] [159] , ovl. 't Woud 8-8-1595[160] , beg. De Lier, gezworene van Woutharnas, Groenevelt en St. Aegtenrecht 24-9-1582, schepen aldaar (ca. 1582),[161] in 1593,[162] Heilige Geestmr. in De Lier (1578-1579), kerkmr. aldaar (1583),[163] belender te De Lier (1588) met een woninkje toebehorend aan Jan Arend Thouw,[164] tr. ca. 1560[165]

5421. NEELTJE WILLEMS CORSSEN VAN DER VLIET, geb. ca. 1540, ovl. De Lier 15-9-1606[166] , beg. De Lier[167] .

Grafstenen in de NH Kerk te de Lier :[168]
Hier x levt x begraven / Jan x Arent x zoon x Tou / van der x Burch x ende / starf x den x achsten / Augusti x anno x 1595 / Virtute x Ulciscor / Invidos /
Hier x leit x begraven / Neelqen x Willem x Corsen/ Dr x vand x Vliet De Huys / Vrouwe x van Jan Arent / z x Tou x starf x den 15 x / September x anno x 1606 / Deucht x V. Heucht x Hoop is Blide.
Op 23-6-1588 oorkonden schepenen van Woutharnas en Groeneveld, dat "Joris Cornelisz wonende jegenwoerdich int amboecht van Naeltwijc verkocht aan Jan Arent Touwensz wonende inde parochie van de Lyer inden amboecht van Woutharnasch een woninge met huys, bijhuys, schuyr, barge en (de) gheboemte dair op staende voor vrij eigen mitsgaders drie en(de) dartich margen drie hont acht en( de) tsestich gaerden lants alle leggende in den amboecht van Woutharnasch in Groeneveltsepolder aen de swedtkaede ofte swedtwech".[169]
Op 20-10-1565 bekende Jan Touwesz aan Lenertge Pietersdr "sijne moeder" schuldig te zijn de somma van ƒ 9600,--, wegens de koop van de woning daar Lenertgen voorschreven nu ter tijd op woont en verbond daartoe de woning en nog de helft van 32 morgen 2 hont eigen land in de Hof van Delft.[170]
verleent hebben verlyen en(de) verleenen mitsdesen onse brieven Jan Arent Touwens opt Swet, de helft van sestalff margen lants gelegen opt Wout in Jansambacht van Groenevelt gemengder aerden mit hen en(de) zijne mede erfgenaeme(n) van wijle(n) Arent Touwe Janss sijn vader, belegen opte oostzijde selver mit eygen. mit der erffgen(aemen) voorss opt zuyteynde die Vlietsloot, opto westzijde hij selffs mette voorn. andere(n) erffgen (naemen), opt noorteyndc de Swetwech den voorn. Jan Arent Touwenss aengecomen bij doode ende overlijden van Lenaertgen Pietersdochter sijne moeder, die tselve lant van ons te leen te houden plaeh. Opden XXVe(n) February anno SVC acht en(de) tseventich". [171]
Oirconden dat voor ons gecomen en(de) gecomp(ar)eert is Arent Touw Jacobss en(de) bekende voor hem zijnen erven en(de) nacomelingen wel en(de) wettelicken v(er)coft te hebben Jan Arent Touwes, zijn broeder, alle de p(er)celen van landen in d(e) v(oor)ss Jan Touwez woninck leggen(de) hem comp(ar)ant aenbestorven doert overlijden van Lenertgen Pieters zijn moeder. Te weten eerst een vierdepaert van sestalff margen lants genaemt die vette wij belast met boterpacht, belopen(de) die seven margen met een kinnetgen boters, mitsgaders elcke marge(n) III blanken tsj(ae)rs, belendt aen (de) noortzijde die swedtwech doestzijde Adriaen Jacob Bruynsz(oon) en(de) Cornelis Jorisz(oon) tysuyteynde en(de) de westzijde Jan Touwez voorss. met S. Urselen convent. Noch een vierdepaert van XVI hontlants genaemt tbuytelant dair een Bijstuyn opstaen(de) is, belendt aentsuyteynde die Swedtwech aentnoortevnde de swet, twesteynde Jan Reyersz tot Delff, Noch een vierdepaert van XXX morgen 11 hont lants eygen ofte vrijlant in welcke XXX margen 11 hont lants begrepen is het leen en(de) is groot omtrent II margen IIII hont, belendt het noerteynde de Swetwech doestzijde Jan Touwez en(de) S. Urselen convent tzuyteynde de molensloot de westzijde Jan Reyersz v(oorschreven). Noch die helft van V l/2 margen lants gelegen opt Woudt inde polder genaemt poeldijck en(de) is belendt aent noorteijnde die Swedtcae aent zuyteynde de molensloot an(de) oestzijde P(iete)r Allertsz c(u)m socijs en(de) Crijntgen Jansdr de wede van Claes Prsz aen(de) westzijde het gasth(uy)s te Delff. Ende geeft hij comp(ar)ant opte coepe van(de) zelve landen toe zijn gerechte helft van(de) ryetvelde inde Lyer mits dat den comparant triet dair opwassen(de) zal moegen laten snijden zoelange zij gebroeders beyde in levende liive zijn. Geeft hij comparant noch de gerechte helft van een halff margen buytelants gelegen opt Woudt aen(de) woninge van Claes Dircxs alias Osgen en (de) Arent Corn(elis)z beyde opt Swedt. Welcke v(oor)ss p(ar)tijen van landen hij comp(ar)ant beloef te vrijen te waeren als recht is Ondert v(er)bant van zij(n) p(er)soens etc. Ende bekende van(de)coepe van(de) v(oor)ss partijen van landen voldaen te zij(n) den lesten p(ennin)g metten eersten Actum opt (en) Mey 1584. [172]
VUL AAN Prom IX, p295, OV 54(1999)91, NL 70(1953)204.

 
Wapen Van der Vliet : zoek op in Rietstap p410.
    Uit dit huwelijk (van der Burgh-van der Vliet) geboren (o.a.?) :
  • a. Claes Jansz Tou van der Burgh, geb. ca. 1570, (=kw. nr. 2710).
  • b. Jannetje Jansdr Touw van der Burgh, geb. ca. 1565[173] , beg. Naaldwijk in de kerk 3-10-1638[174] , tr. De Lier 7-8-1588[175] Pouwel(s) Adriaensz van Dijck (van Adrichem), geb. 't Woudt ca 1568[176] , beg. Naaldwijk in de kerk 10-11-1630[177] , get. bijn de huwelijksvoorwaarden van zijn zwager (1608) zn. van Adriaen Corstiaensz van Dijck en Hilleken Jacobs.[178] Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht, o.a. zoons beg. Naaldwijk in de kerk 16-3-1632 en 20-4-1633.[179]
    vul aan Prom. 14, p87, OV 54(1999)93
      Uit dit huwelijk nageslacht, o.a. zoons beg. Naaldwijk in de kerk 16-3-1632 en 20-4-1633.[180] en volgens [181] :
    • 1. Soetgen Pouwels van Dijck, tr.[182] Cornelis Jorisz van der Meer, ged. Naaldwijk 26-9-1593.
    • 2. Neeltgen Pouwels van Dijck de Jongere, ged. Naaldwijk 24-2-1608, beg. Naaldwijk 15-11-1697, tr. ca. 1640[183] Jan Pouwelsz Verspeck, geb. Delfgauw 1620, ovl. De Lier 1680, beg. Naaldwijk, baljuw en schout van De Lier, zn. van Pouwel Jacobsz Verspeck en Jaepgen Adriaensdr Overgauw.
        Uit dit huwelijk:[184]
      • aa. Pouwel Jansz Verspeck, ged. De Lier 16-9-1640, beg. De Lier 1-8-1701, tr. De Lier 8-12-1688[185] Maertge Vrancken Inhoeck, ged. Monster 1-9-1652, dr. van Vranck Oliviers Inhouck en Lijsbeth Maartendr Sprockenburg. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
      • bb. Jannetje Verspeck, ged. De Lier 2-3-1642, tr.[186] Pieter Pieters Coolen.
      • cc. Geertje Verspeck, ged. De Lier 13-12-1643, ovl. Naaldwijk 23-3-1693, tr. Naaldwijk 22-5-1667[187] Cornelis Vrancken Inhouck, ged. Naaldwijk 30-10-1639, beg. Naaldwijk 21-4-1694.
  • c. Pietertje Jansdr Tou van der Burch, geb. Naaldwijk ca. 1580, ovl. Vlaardingerambacht na 12-10-1645, tr. Naaldwijk 31-5-1609 (huw. voorw. Vlaardingerambacht 7-5-1609) Jacob Riddersz Dockum, geb. Opmeer ca. 1570[188] , ovl. Vlaardingen 1618/19[189] , machtigt Aelbrecht van der Meer 21-3-1612, [190] ambachtsbewaarder (1612-1614) en schepen (1617-1618) te Vlaardingerambacht, bouwman in de Holierhoekse polder,[191] zn. van Ridder Heijndricksz Dockum ambachtsbewaarder en hoofd van Vlaardingersluis, en Dieuwertje Vredericksdr.[192]
    Op 7-5-1609 maken Jacob Riddersz Dockum en Pietertje Jansdr Thou van der Burch huwelijkse voorwaarden, geassisteerd met Ridder Heijndricksz, zijn vader en met Hendrick en Cornelis Riddersz zijn broeders. Pietertje Jansdr (wonende tot Naaldwijk) is er bij aanwezig met Arent, Willem, en Claes Jansz Thou van der Burch haar broeders. [193]
    Op 15-6-1615 draagt Jacob Ridderss wonende tot Vlaerdinqen als man ende voocht van Pietertgen Jansdr een dochter van Jan Arent Touwenss in zijn leven gewoont hebbende op te Sweth met medewerkinq van Arent Thou Janss van (der) Burch wonende binnen Delft, Willem Janss Thou van der Burch tot Vlaardinqen en Pouwels Ariaenss van Dijck wonende in het ambacht van Naaldwijk, zijn zwaqers, over drie morgen drie honden land in De Lier.[194]
    Op 9-5-1613 transporteerde Jacob Riddersz. Dockum, in gelijke qualiteit en met medewerking van de reeds genoemde personen, huis, schuur, berg en geboomte en zekere bogaard, genaamd De Vliethonaard, gelegen omtrent de Vlietmolen in Naalwijk.[195]
    Eerste dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622:[196]
    Pietertgen Jans weduwe van Jacob Riddersz ƒ 14-00-00.
    De vier weeskinderen van de voorn. Pietertgen ƒ 8-00-00.
    Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622: idem.[197]
    200e penning Vlaardingerambacht 1631 en 1635:[198]
    Pietertgen Jansdr, weduwe, solvit 21-5-1632 ƒ 40-00-00.
    Desselffs weeskinderen gewonnen bij Jacob Riddersz, solvit 2-6-1632 ƒ 20-00-00.
    200e penning Vlaardingerambacht 1638:[199]
    De weeskinderen van Jacob Riddersz ƒ 10-00-00.
    200e penning Vlaardingerambacht 1638:[200]
    De weeskinderen van Jacob Ridder verhoocht op Joris Cornelisz Vlieger, memorie Arien Cornelisz van der Burch met de erffenis van sijn vader ƒ 30-00-00.
      Uit dit huwelijk geboren (tussen 1609 en 1619) :[201]
    • 1. Jan Jacobsz. Dockum, ovl. tussen 31-8-1652 en 18-2-1653, bouwman in Vlaardingerambacht, schepen (1639-1648, 1651, 1652) en armmeester (1644- 1645) van Vlaardingerambacht, otr. Vlaardingen/Hillegersberg 7-6/31-7-1640[202] Neeltje Arentsd. van Vliet, geb. Hillegersberg, dr. van Arij Leendertsz en Maertgen Pietersd.
        Uit dit huwelijk:[203]
      • aa. Jacob Jansz Dockum, geb. Vlaardingerambacht ca. 1641, ovl. vóór 1720, bouwman in Vlaardingerambacht, poorter van Vlaardingen (16-3-1665), Collectant van het weeshuis van Vlaardingen (1650), otr. Vlaardingen 25-9-1664[204] Leuntje Dircksdr van Dorp, beg. Vlaardingen lO-6-1737.
          Uit dit huwelijk:[205]
        • aaa. Jan Jacobsz. Dockum, ged. Vlaardingen 7-3-1666 (get. Neltgen Dircksdr en Arij Jansen).
      • bb. Maartje Jansd Dockum, geb. ca. 1642, otr./tr. Kethel 7/27-1-1669 (met attestatie van Vlaardingen),[206] Cornelis Leendersz Decker (alias van der Snoeck), ged. Kethel 17-12-1645, zn. van Leendert Jansz Decker en Maartje Pietersdr Post.
      • cc. Adriaen (Arij) Jansz Dockum, ged. Vlaardingen 23-10-1644 (get. Dirck Laurensz en Trijntje NN), beg. Vlaardingen apr. 1708, bouwman, schepen (1699- 1705), armmeester (1684, 1687) en kerkmeester (1695-1698) van Vlaardingerambacht, tr. l)[207] NN, beg. Vlaardingen 1682, otr. 2o Maasland 15-l-1684[208] Neeltie Meesse Leeuwerschilt, geb. Maasland, dr. van Mees Jansz Leeuwerschilt en Maartje Pietersdr Proost.
          Uit het tweede huwelijk (Dockum-Leeuwerschilt):[209]
        • aaa. Jan Arijensz. Dockum, ged. Vlaardingen 22-10-1684 (get. Jacob Janse Dockum, Maritie Jans en Pleuntie Dircks).
        • bbb. Maertie Arijensdr Dockum, ged. Vlaardingen 28-1l- 1685 (get. Lijsbeth Meesse), beg. Vlaardigen 27-8-1743, otr. Vlaardingen 8-4-1708[210] Willem Pietersz Dijkshoorn, ged. Vlaardingen 1-1-1686, ovl. Vlaardingerambacht 8-3-1781, bouwman, vele malen achteman, schepen, ambachtsbewaarder, armmeester en kerkmeester van Vlaardingerambacht, zn. van Pieter Willemsz Dijkshoorn en Maria Ariensdr Qualm.
            Uit dit huwelijk:[211]:
          • aaaa. Willem Willemsz Dijkshoorn.
          • bbbb. Arij Willemsz Dijkshoorn.
          • cccc. Maria Willemsd Dijkshoorn.
          • dddd. Pieter Willemsz Dijkshoorn.
        • ccc. Neeltie Arijensdr Dockum, ged. Vlaardingen 24-6-1693 (get. Maertie Jans), tr. Vlaardingen,[212] Dirk Jans. Bijl, ovl. na 1739, wonende te Zouteveen.
      • dd. Neeltje Jansdr Dockum, ged. Vlaardingen 28-10-1646 (get. Joris Cornelisz Vlieger en Maertge Maertensdr), beg. Vlaardingen feb. 1684, otr. Vlaardingen 6-5-1673[213] Philip Arentsz van Drongelen, ged. Vlaardingen 27-12-1648, beg. Vlaardingen feb. 1718, zn. van Aryen Jansz van Drongelen en Burgje Jansdr. Hij hertr. 2o 1684 Sijtje Doensdr van der Burgh en 3) 1684 Catharina Arentsd Uijttenbroek.
      • ee. Ridder Jansz Dockum, geb. Vlaardingerambacht 1648, ovl. Vlaardingen april 1704, poorter van Vlaardingen (6-8-1701), otr. Vlaardingen 2l-2-1699[214] Sijmetie Pietersdr Maen, ged. Vlaardingen 15-6-1672, beg. Vlaardingen apr. 1747, dr. van Pieter Alewijnsz Maen en Neeltie Jorisdr Suijtmaeslant. Zij otr. 2o Vlaardingen 10-8-1710 Joris Cornelisz van Wijngaarden.
        Op 1-8-1716 passeert een akte te Schiedam waaruit blijkt dat Ridder Janse Dockum 2 kinderen heeft verwekt bij Sijmentie Pieters Maen, welke na het overlijden van hun tante Trijntie Pieters Maen en hun moeder(¥), erfgenamen zijn van Neeltje Joris Zuidmaesland, hun grootmoeder. [215]


         
        COMMENTAAR(¥) Klopt dat wel met het begraven van deze moeder in 1747? Zoek uit!
          Uit het huwelijk (Dockum-Maen):[216]
        • aaa. Neeltje Riddersdr Dockum, ged. Vlaardingen 13-12-1699 (get. Maartje Jans), beg. op 't Woud 5-2-1779, tr. Vlaardingen 14-4-1720[217] Sijmon Gabrielsz van der Kooij, ged. op 't Woud 6-12-1764, zn. van Gabriel Jacobsz van der Kooij en Annetje Sijmonsdr Hoorewech.
            Uit dit huwelijk:[218]:
          • aaaa. Maria van der Kooij.
        • bbb. Pietertje Riddersd Dockum, ged. Vlaardingen 15-4-1703, ovl. Schipluiden, tr. Vlaardingen 28-10-1731 Jacobus Abrahamsz Maen.
            Uit dit huwelijk:[219]:
          • aaaa. Abraham Maan.
          • bbbb. Ridder Maan.
      • ff. Leendert Jansz Dockum, geb. ca. 1649.
    • 2. Leentge Jacobsd. Dockum, otr. 1o Vlaardingen 11-11-1640[220] Joris Cornelisz Vlieger, ovl. vóór 1656, achteman (1654- 1655) en ambachtsbewaarder (1647) van Vlaardingerambacht, otr. 2o Vlaardingen 29-12-1656[221] Jan Arentsz Mooijman.
    • 3. Maertge Jacobsd. Dockum, ovl. vóór 9-1-1638, otr. Vlaardingen 7-10-1635[222] Abraham Jansz. Suijtmaeslant, ovl. tussen 15-10-1656 en 3-12-1659.
  • d. Willem Jans Touw (van der Burch), ovl. 1637-1639, get. bij de huw. voorw. van zijn broer (1608), en zuster (1609), achtman te Vlaardingen (1614),[223] woont te Vlaardingen (1615), Souteveen (1623, 1631), gebruiker van een boomgaard in de Holierhoekse polder te Vlaardingerambacht (voor 1622), belender aldaar (1616),[224] tr.[225] [226] Annetje Gerritsdr Brouck, ovl. Vlaarderingerambacht 1615-1617, dr. van Gerrit Jansz Brouck, burgemr. van Vlaardingen.[227]

     
    COMMENTAAR(¥) VUL AAN NL 1953/201, Kron. 6(1997)72 en 92, Kron. 7(1998)240
    11-6-1617: Willem Jansz. Touw wonend in Vlaardingerambacht is schuldig aan Cornelis Jacobsz. Schipper en Claes Bastiaensz., bouwman, beiden wonend in Vlaardingen, als erfgenamen van Pieter Willemsz. Holy, 4783 gld. over de koop van 6 morgen en 5 hond land aan de Kethelweg, te betalen in twee termijnen. Het land is belend: oost: Gerrit Jansz. Brouck, noord: de oude Vlaarding, west: het Gasthuis te Delft en Pieter Arentsz., zuid Leendert Jan Tijsz. en Gerrit Cornelisz. den Driell. Met een vrij uitpad over de werf van de woning van Leendert Jan Tijsz..[228]
    Attestatie d.d. 13-7-1622 Ten versoucke van Willem Jansz Tou: Compareerden Pieter Cornelisz ende Arien Gerritsz, bogaertluijden woonenden in Maeslant ende verclaerden bij eede dat sijluijden over ontrent acht dagen, sonder de perfecte dach onthouden te hebben, gecompareert zijn bij eenen Arien Pietersz Holij, dwelcke hem qualificeerde ende seijde last te hebben van eenen Willem Pietersz van der Hoeff, woonende tot Delff, eijgenaer van de landen gelegen in Holijerhouck, daerop gewoont heeft de requirant, om te verhuijeren den boomgaert gelegen aen de westsijde van de wecht. Ende dat sij dienvolgende de vruchten van den selven boomgaert finalij hebben gehuijert vanden selven Holij als last hebbende van de voorsz. van der Hoeff ende dat voor desen iare 1622 om 15 ponden Vlaems. Actum den 13 Julij 1622 ten overstaen van de schout. Was getekend: Louris Ariensz van der Houve. [229]

    Attestatie d.d. 21-01-1623. Ten versoucke van Willem Pietersz. van der Houff wonende tot Delft: Compareerde Cornelis Pietersz out ontrent 63 iaren ende Jan Huijgensz out ontrent 56 iaren, beijde bogaertluijden tot Delft. Ende verclaerden bij eede dat sij op huijden ten versoucke van den requirant hebben besichticht ende doorgaens gevisiteert, de plantagie van de twee boomgaerden, gelegen deene ter sijden ende dandere recht over des requirants wooninge, staende in de Holijerhouckse polder in Vlaerdinger-ambacht, lest gebruijckt bij Willem Jansz Tou. Ende dat sij deposanten nae hare beste kennisse ende opmerckinge de plantagie van den boomgaert, gelegen ter zijden de voorsz. wooninge, oordelinge out te zijn ontrent tweendertich iaren. Ende de plantagie van den anderen boomgaert, gelegen over de wech, sestien iaren. Actum den 21 Januarij 1623 ten overstaen van de schout voor de ondergetekende schepen. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz. Waelwijck. [230]

    Attestatie d.d. 21-03-1623. Ten versoucke van Willem Jansz. Tou opte Souteveen: Compareerde Leendert Dircxz rooper out 80 iaren ende Cornelis Willemsz goutsmith oud 76 iaren, beijde burger deser stede. Ende verclaerden bij eede dat sij goede memorie ende geheuchnisse hebben dat sedert ses ofte seven ende vijftich iaren harwaerts opte werff in Vlaerdinger-ambacht aende Holijerhouckse wech daer op den requirant heeft gewoont, (doorgehaald is: van tegenwoordich possesseur is Willem Pietersz. van der Hoeff), all vruchtboomen stonden ende beplant was met versche ooftboomen. Dat mede tlant over de sloot aende werff, belent aende oostsijde de wech, aende westsijde de weije ende aent suijteijnde de tochsloot, doen all was een boomgaert, daerin nu een duijfhuijs staet. Verclaerden mede dat int boomgaertgen, leggende aende oostsijde van de voorsz. Holijerhouckse wech ontrent dÕvoorsz. tijt alleenlijcken stonden, een ofte twee oude groote ooftbomen. Gevende voor redenen van wetenschappe hij Leendert Dircxz, dat hij ontrent ten voorgemelden tijde als bouknecht gedient heeft Jan Gerritsz. Brouck, doen opte selve wooninge bouneringe doende ende hij Cornelis Willemsz, dat hij alsdoen mede aldaer dickmaels verkeerde, als aende selve Jan Gerritsz familaire kennisse hebbende. Actum den 21 Martij 1623 ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz. Waelwijck. [231]
    Attestatie d.d. 6-9-1631. Ten versoucke van Willem Jansz. Touw wonende op de Souteveen hebben Aelbrecht Jansz out 38 jaren ende Thonis Jacobsz out 37 jaren, beide wonende ontrent den requirant, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat seecker koebeest vant tweede calff sijnde, gehaert root met gremelt hooft en staert wat hoog leggende, dat de voorn. requirant inde eerste Schorelmarckt des jaers 16 dertich hadde gecoft ende van daer gebracht, bij hen getuijgen is bevonden te dragen calff ende tÕselve in de voertijt des volgende jaers in de weijde is quit geworden. Actum coram de ondergeteijckende schepen. Was getekend: Arijen Pietersz. Bisdommer. [232]
    Eerste dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622:[233]
    Willem Jansz. Touw ƒ 48-00-00.
    Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622:[234]
    Willem Jansz. Touw ƒ 48-00-00.
    Tweede 200e penning Vlaardingerambacht 1625:[235]
    Willem Jansz. Touw ƒ 120-00-00.
    Willem Jansz. Touw, solvit 31-1-1632 en 20-5-1632 ƒ 130-00-00.
    200e penning Vlaardingerambacht 1635:[236]
    Willem Jansz. Touw ƒ 60-00-00.
    Eerste dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622:[237]
    De drie weeskinderen van Annitgen Gerrits daer vader aff is Willem Jansz. Touw ƒ 12-00-00.
    Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingerambacht 1622: idem.[238]
    De drije weeskinderen van Annitgen Gerrits, daer vader aff is Willem Jansz. Touw ƒ 12-00-00.
    Tweede 200e penning Vlaardingerambacht 1625:[239]
    200e penning Vlaardingerambacht 1631:[240]
    De weeskinderen van Annitgen Gerritsdr, solvit ƒ 33-07-00 op 20-5-1632, de rest moet betalen Willem Jansz. Touw. Op 14-06-1636 van de secretaris Dwinglo ontfangen noch f 16-13-00 in voldoening van de ƒ 50, als blijckt bij quitantije aen hem gegeven.
    200e penning Vlaardingerambacht 1638:[241]
    De kinderen ende erffgenamen van Willem Jansz. Touw ƒ 80-00-00
    200e penning Vlaardingen 1644:[242] De kinderen ende erfgenamen van Willem Jansz. Touw sijn vetrocken onder het resort van Delf ende aldaer aengeschreven, dient pro memorie.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Neeltgen Willemsdr Tou van der Burg, tr.[243] Pieter Philipsz Heemskerck.
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
      • aa. Neeltje Heemskerck, ged. Naaldwijk 12-4-1637, ovl. 1704-1710, tr. Rijswijk 26-10-1659[244] Adriaen Arentsz Dijcxhoorn, bouwman in de Vlietpolder onder Naaldwijk, welgeboren man van Naaldwijk, kapitein der schutterij aldaar, zn. van Arend Blasius Dijxhoorn en Elisabeth (Lijsbeth) Adriaensdr de Zeeuw (zie kw. nr. 21531 sub e/1/cc). Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
  • e. Arent Jansz Thou van der Burch, get. bij de huw. voorw. van zijn broer (1608), en zuster (1609), woont te Delft (1615).

5422. CLAES JANSZ VERCROFT, ovl. tussen 13-1 en 24-2-1593, bouwman aan de Holyweg in Vlaardingerambacht, waar hij in 1568 een huis met 14 morgen 5 hond eigen land en ca. 24 morgen bruikwaar gekocht had, tr. 1o [245] MARITGE JORISDR, overl. kort voor 25-1-1587 tr. 2o vóór ca. 1590[246]

5423. NEELTGE ANDRIESDR (AERTSDR), geb. vóór ca. 1570, tr. 2o (huw. voorw. Delft 19-8-1593),[247] PIETER ALLERTSZ VAN DER HOUFF, geb. 1571/72, ovl. na 1631, ambachtsbewaerder van Vlaerdingerambacht (1619), bouman in Vlaerdingerambacht (1622), woont te Vlaardingen (1631).

vul aan OV 54(1999)131 en ZHSN 86/113
Attestatie d.d. 29-11-1619 Ten versoucke van Cornelis Jacobsz Bieman woonende tot Naeldwijc: Hebben Pieter Allertsz van der Houve out 47 jaeren jegenwoordich ambachtsbewaerder van Vlaerdinger ambacht ende Engel Engelsz out 50 jaeren, volger geweest zijnde van de ambachtsbewaerder van den voorsz ambachte, verclaert ende bij solemnelen eede getuijcht wel te weten dat den Ommering van de dijck, gelegen in den ambachte voorsz omt Carckiecx lant, streckende vande Schutkoeij tot aende jegenwoordige Maesdijc toe, bij heemraeden van Delflant is geconsenteert af te haelen ende te brengen op de voorsz Maesdijc ende dat uijt crachte van dien, niemant en vermach eenige aerde daer van haelen om op de voorsz Maesdijc te brengen van die daer eertijds gehouffslaecht zijn geweest, dan met consent van den gerechten van Vlaerdinger ambacht voorsz Verclaeren noch dat sij deposanten den voorsz ambachte lange tijt hebben gedient, maer dat sij noeijt en hebben gehoort dat de here van Arenberch daer eenich recht op heeft. Verclaeren sij deposanten noch datter eenen ouden ouden dijck is leggende int Nijeuwelant ontrent ten halff wegen tusschen dese stadt Vlaerding ende de Ketel, die gebruijckt werdt bij Cornelis Corsz, in welcke voorsz Nijeuwelant den ambachtsheer van Vlaerdingen sijn gerechticheijt van de thijenden heeft. Widers nijet getuijgende. Soo waerlic most hen Godt almachtich helpen. Actum den 20 Novembris 1619. Was getekend: Jan Heijndricxz Versijde. [248]
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende dÕselve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29 Meij 1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz. [249]
Attestatie d.d. 28-9-1631 Ten versoucke van de Cathuijsmeesteren der stede Schiedam: heeft Pieter Allertsz van der Houve wonende binnen deser stede, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat hij getrout hebbende Neeltgen Aertsdr doenmaels weduwe van Claes Jansz Vercroft, met de selve weduwe te huwen heeft gehadt seeckere woninge ende landen in Vlaerdinger ambacht ende onder de selve drije margen lants geleegen op Vlaerdinger woutt, van outs genaempt het Cruijselant. Welcke drije margen lants hij comparant daer naer heeft vercocht aen Joris Arijensz, vleeshouwer tot Delft, vrij ende sonder eenige belastinge. Doch dat hij getuijge de naem vant voorsz Cruijselant alleen heeft van hooren seggen tott oude persoonen die daer bij seijden dat het voorsz lant de naem voorsz hadde becomen tot oirsaecke dat voor haer tijden opt selve lant was begaen een nederlage, ende dat daeromme opt voorsz lant ware gestelt een cruijs, ende daer naer geheeten tÕCruijselant. Verclaert mede dat hij getuijge aende voorn. requirant wel heeft betaelt een rente van drije ponden Hollants siaers, maer dat hem getuijge niettemin is onbekent dat de deselve rente is verseeckert op de voorsz drije morgen, alsoe hij de voorsz rente met de woninge ende landen indistinctelijcken hadde genomen tot sijnen laste. Actum coram Mr. Jeremias Noijkens schepen. Was getekend: J. Noijkens. [250]
    Uit zijn tweede huwelijk (Verdroft-Andriesdr) geboren (o.a.?) :
  • a. Maritge Claesdr (Vercroft), geb. vóór ca. 1590, (=kw. nr. 2711).

5424. JAN (JOANNES) JANSSONE VAN WAESBERGHE, geb. Breyvelde (Grootenberge) onder Zottegem 1528 [251] of 1534 [252] , ovl./beg. Rotterdam (in het hooge koor der Grote Kerk) 9/11-4-1590, boekdrukkersleerling bij Jan Verwithaghe (ca 1553), poorter van Antwerpen 5-7-1555 als boekdrukker en verkoper van Breyvelde (Beervelde),[253] vrijmeester in de boekhandel en boekdrukkunst, lid van het St. Lucasgilde (mei 1557), boekverkoper en boekdrukker op Onser Liever Vrouwen Kerckhof en op de Lijnwaetmerct in "Het Schildt van Vlaenderen". In januari 1569 wordt hij gevangen genomen in verband met het drukken en verkopen van verboden psalmboeken en het bijwonen van de predikatien der Hervormden. In mei 1570 wordt hij op borgtocht vrijgelaten na een request van zijn vrouw aan het Hof te Brussel. In 1583 koopt hij de drukkerij vanouds genaamd "Roodenborg" in de Korte Cammerstraat. Hij vestigde zich in 1588 te Rotterdam na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma. Hij gaf in zijn Antwerpse tijd ruim 50 boeken uit. Hij tr. Antwerpen (voor?) ca. 1556

5425. ELISABETH JANSDR ROELAN(D)TS, ovl./beg. Rotterdam (in het hooge koor der Grote kerk) 17-9-1595;(¥)

 

COMMENTAAR(¥) Registratie bij de Weeskamer 18-9-1595 [254]. ZOEK OP.
 

Op 13-1-1569 wordt Jan van Waesberghe door de schout van Antwerpen ervan beschuldigd "overmits hy nyettegenstaende den eet die hij solemnelijck gedaen heeft in handen mijns Heere den Marckgraef (...) van getrouwe te syne den Heyligen Catolycken geloove der Roomsche Kercke, ende besunders in alle diligentie hem te wachtene in eenige overtredinge van de placcaeten op stuck van boeckprinters, boeckvercoopers oft boeckbinders gemaeckt (...), duerende de predicatie van de Sectarissen derselver faveur ende assistentie te dragen ende te doene, ende dat doende huer sermoonen te frequenteren ende oyck te printen ende te vercoopen verboden psalmboecken". Jan van Waesberghe ontkent echter "pure et simpliciter, ende bysondere dat hy eenige continuatie van verboden predicatien gedaen te hebbene, dan dat hij in 't passeren ende voerby gaen de predicatie forte fortuna, gelyck meer andere, die gehoort heeft sonder dat hy met opsetten wille om die te hooren derwaerts gegaen is, ontkennende oyck eenige Psalm van Datenus gedruckt te hebbene oft oyck eenige andere verbode boecken". Hij zal bovendien tonen een goed katholiek te zijn [255].

Op 27-7-1570 verschijnt hij te Antwerpen voor Plantijn, die verklaart dat "Jehan van Wassemberghe, demourant en ceste ville d'Anvers, s'estant comparu devant moy, m'a premièrement monstre de lectres d'admission (...) et davantage autres lectres d'attestation de son absolution et reabilitation selon la grace du St. Siege Apostolique, de sa bonne fame, renommee et foy catholique (...). Et estant examine, a dict avoir aprins chez Jan Verwithaghe environ deux ans en l'an 1553 et ensuivant [256].
In 1576/77 verklaart Jan van Geelen, gesworen boeckprinter ende boeckvercoopere, Deken van den boeckprinters, dat zijn mede-Deken Dierick Vander Linden "is vermoort geweest van Spaenschen soldaten". Hij verzoekt het Stadsbestuur een nieuwe Deken te benoemen uit de volgende kandidaten: Daniel Vervloet, Anthoni Thielens, Peeter Beelaerts en Jan van Waesbergen. [257]
Op 17-4-1594 bekennen Willem Pietersz en Maeycken Roelants wonende te Rotterdam, schuldig te zijn "aen Elisabeth Roelants weduwe van wijlen Jan van Waesberge wonende nu buyten Rotterdam" 90 Car. gld. aan penningen, geleend onder verband van 10 Car. gld. aan lijfrente op naam van Maeycken Roelants, met als onderpand een huis en erf toebehorend de weduwe van Adriaen van Breusegem te Antwerpen, genaamd Mayken de Meire, en aan haar gelegateerd door Pieter van Breusegem de Oude.[258]

Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout" [259].

Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier". [260].
    Uit het huwelijk (van Waesberghe-Roelants) geboren o.a.:(¥)

     
    COMMENTAAR(¥) In Ref. [261] wordt het volgende gezegd over Johan Coutereels:
    Uit Antwerpen afkomstig was Johan Coutereels 160, die eveneens schoolmeester was, en in 1594 in Middelburg kwam wonen, waar hij van 1596 tot 1624 als beleder van het gilde wordt genoemd. In 1613 werd hij Frans schoolmeester te Arnemuiden en drie jaar later schepen van deze stad, later, in elk geval v——r 1632, is hij weer naar Middelburg teruggekeerd. Coutereels, die een welgesteld man was 161, is de schrijver van het * ÔConstigh cyffer-boeck oft arithmeticaÕ (1599) 162, aanvankelijk zowel in het Nederlands als in het Frans verschenen, later meermalen herdrukt, vertaald, uitgewerkt of vermeerderd uitgegeven, en in het midden der zeventiende eeuw en later op de meeste scholen van Zeeland en vele van Holland in gebruik. Hij schreef bovendien nog * ÔDen vasten stijl van boeck-houdenÕ (1603) 163 en enkele andere werkjes 164 op wis- en boekhoudkundig gebied.
    Hierna volgt in een noot:
    Coutereels was verzwagerd met de Delfts-Rotterdamse boekdrukker Felix van Sambix, en moet dus getrouwd zijn geweest met een dochter van Jan van Waesberghe uit het bekende uitgeversgeslacht. - Zijn portret komt voor in de meeste uitgaven van zijn werken, vgl. Zel. Illustr., I, blz. 346 - 347. - Uit het voorwerk van de druk van 1623 van ÔDen vasten stijl van boeck-houdenÕ blijkt dat hij bekend was met de oude letteren. Uit lofdichten blijkt zijn vriendschap met Janus Gruterus, Jacobus Miggrode en Antonius Walaeus. Coutereels schreef een lofdicht voor de ÔSpieghel der schrijfkonsteÕ (1605) van de eveneens uit Antwerpen geboortige Jan van den Velde, Fransoysch school-meester binnen de vermaerde coopstadt Rotterdam, verder bijdragen voor de ÔGedichten van verscheijde po‘tenÕ (1628) en bovendien een ÔCantique des victoires obtenues par l'illustre prince de NassauÕ (Middelbourg, 1600) (Pamflet Knuttel, no. 1140).
    Met welke dochter van Jan van Waesberghe zou Johan Coutereels dan getrouwd zijn geweest?
  • a. Jan van Waesberghe, geb. Antwerpen 1556, (=kw. nr. 2712).
  • b. Martina (Martijn(tg)en) van Waesberg(h)e(n), ovl. 1589-1593, j.d. van Antwerpen, wonend te Rotterdam (1589), otr./tr. Rotterdam geref. 26-11/10-12-1589, otr./tr. Delft geref. 25-11/10-12-1589[262] Abraham Brivermans (Bruijlemans, Brielman(s), Brullemans), caffawerker (1589, 1593), afkomstig uit Antwerpen, wonend in de Doelstraet (1593). Hij hertr. Delft 21-2-1593 Meynsghen Ausen, wed. van Adriaen Brouwers, afkomstig uit Naerden, wonend te Vrou Juttenlandt.
  • c. Pauwelyntken van Waesberghe.

5426. PIETER VAN BRACHT(¥), woont verm. te Turnhout (voor 1598).

5427. HEYLTGEN MATTHEUSDR VAN POSTELE.

 

COMMENTAAR(¥) Is er een verband met de Dordtse familie Van Bracht (zie kw. nr. 5556 , en [263])?
 

    Uit het huwelijk (van Bracht-van Postele) geboren (en in 1598 nog in leven) :
  • a. Margrieta (Marguerite) van Bracht, (=kw. nr. 2713).
  • b. Barbara (Baijken) van Bracht, geb. Turnhout vóór ca. 1570, ovl. 1628/29, heeft een suyckerbackerije en een cruydenierswinckel te Rotterdam (1628), tr. 1o Merten Bogaerts, ovl. vóór 1593, tr. 2o Rotterdam geref. 28-3/11-4-1593 Philips de Grave (Graeff), geb. Antwerpen, ovl. 1616-1620, commies, boekverkoper te Rotterdam (1598, 1606), vermeld als boekdrukker te Rotterdam (1593-1605), voogd over de nagelaten kinderen van zijn schoonzuster Margrieta van Bracht (1600). Op 26-4-1619 wordt een akte opgemaakt "ten huize van Phillip de Graeff staande op de Hoochstraet. [264] Het is onduidelijk of Philip dan zelf nog in leven is.
    Op 27-3-1593 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen Philips de Graeve, geb. te Antwerpen, thans wonend te Rotterdam, en Barbara van Bracht, geb. Turnhout, wed. van Maerten Bogaerts, thans wonend te Rotterdam. Hij brengt in ca. 1200 Car. gulden, zij 500 Car. gulden. [265]
    Op 29-12-1606 wordt op verzoek van de erfgenamen van Joris van Capenborch een verklaring afgelegd door Phillips de Grave, boekvercoper, Hans Woutersz, chirurgijn, Jan Schijn, Jan Caerle, waert in de Toelast, NN Obbertgen. Verder is sprake van Leeuwenborch, de Braderijestraet in Antwerpen, Middelborch De verklaring betreft een accoord. [266]
    Op 12-3-1616 doen Leendert Berrewouts, broeder van Michiel Berrewouts, overleden in Valledolid, en Abraham Duyfhuysen, roededrager, een aanzegging (insinuatie) contra Jan Berrewouts, zijn broer, Elias van Oldenbarnevelt, Cornelis Smotius, secretaris van Rotterdam, Henrick Willemsz Nobel, Hillebrant Petersz, Fransois Lansbergen, en Philips de Grave. [267]
    Op 4-5-1620 bevestigt Bayken van Bracht, weduwe van Phillips de Grave in zijn leven comys, te hebben ontvangen van Samuel Blommaert, coopman te Amsterdam, een bedrag van 246 gulden en 12 stuivers, zijn 6 2/3 maand gage door haar man verdiend op het schip van Marten Cornelisz pynas op de reis van Angoloo, plus een bedrag van 52 gulden en 12 stuivers zijnde de netto opbrengst van de verkochte kleding van haar man. [268]
    Op 17-1-1628 testeert Baycken van Bracht, weduwe van Phillips de Graeff, in de Hoochstraet. Zij benoemt tot erfgenamen Maerten Boogert, Heyltgen Boogert, kinderen van haar eerste man Maerten Boogert, en haar nakinderen Baycken Phillipsdr de Graeff, Mayken Phillipsdr de Graeff, en benoemt tot voogd over haar zoon Harmen Jansz van de Heuvel haar zwager(¥). Tot de te vererven goederen behoren een suyckerbackerije en een cruydenierswinckel. [269]

     
    COMMENTAAR(¥) Met welke zuster zou die zwager dan getrouwd zijn?
    Op 28-5-1629 machtigt Jannitgen du Plowijs, coopvrouw en vrouw van Antony du Plowijs, wonend te Amsterdam, Jan de Reus, coopman alhier (te Rotterdam), om gelden te innen van de kinderen nagelaten door Baycken van Bracht, en Frerick Adriaensz Overschie, man van Heyltgen Maertensdr, wegens geleverd camericxdoek en geleverde waren. [270]
      Uit haar eerste huwelijk (Bogaerts-van Bracht) :
    • 1. Maerten Maertensz Boogert, ovl. na 1628 (mogelijk beg. Rotterdam 16-8-1648 als Maerten Bogaert, man van Susanna NN), woont in 1610 in Gotenburg (S), schieman (1616).
      Op 26-8-1610 hebben op verzoek van Thomas Robbrechtsz, schipper, en zijn gemene reeders, Conrardus Mirquinius, dienaer des godlycken woorts te Capelle op de IJsel. en Maerten Maertensz Bogaert, van Gottenburch, een verklaring afgelegd over de arrestatie van requirant te Gottenburch in Sweeden op last van Gerrit Huygensz, coopman te Gottenburch, commis van de bevrachters van requirant te Lisbona ten huize van Lambrecht van Someren, burchgrave aldaar. [271]
      Op 8-9-1616 leggen Maerten Bogaert, schieman, en Claes Arentsz Langmans, 23 jaar, bosschieter, een verklaring af. Uittreksel van de akte is niet helemaal duidelijk. Het gaat over Casteel Soete bij Candia, Courier of Postpaert, coopvaerdijeschip van 250 lasten, (onder?) Alexander de Backer van Venetia naar Candia. De verklaring gaat over het gevangen zetten van matrozen op Casteel Soete te Antwerpen. [272]
    • 2. Heyltgen Maertensdr (Boogert), ovl. na 1640 (mogelijk beg. Rotterdam 1-10-1651 of 14-12-1653), woont in de Hoochstraat (1624, 1638) in het huis "De Pluymen" (1639), tr. 1o voor 1621;(¥) Ja(c)ques (Jacob) (Willemsz) Muyshont (Muyshout, Muyssert), ovl. 1621-1624 (mogelijk beg. Rotterdam 2-12-1623 als Jacob Willemsz), linnelaeckencoopper (1621), zn. van Willem (Muijshont?) en verm. Scholastica Jansdr, tr. 2o Rotterdam 8-4-1624 Frerick Adriaensz Overschie, ovl. 1630-1638, jongeman van Delft, wonend op de Hoochstraet te Rotterdam (1624).

       
      COMMENTAAR(¥) In 1632 worden drie kinderen Annetgen, Guillaum en Bayken Muyshont vermeld van Jacob Willemsz Muyshont. Het is (nog) niet duidelijk of Heyltgen Maertensdr Boogert van deze drie de moeder is.
      Op 10-9-1621 machtigen Jaecques Muyshout, linnelaeckencoopper, voogd over Phillips de Graeff de Jonge, en Mayken de Graeff, j.d., beiden namens Willem Jansz Thybout, man van Bayken de Graeff, wonende te Gorinchem, erfgenamen van Samuel de Graeff, hun broer en zwager, Samuel Du Gardijn, coopman te Amsterdam, om bij de bewindhebberen van de Oost Indische Compagnie te Amsterdam het door Samuel de Graeff op zijn reis naar Oost Indie verdiende maandgeld te innen. [273]
      Op 18-3-1624 sluit Frederick Adriaensz Overschie een contract van huwelijkse voorwaarden met Heyltgen Maertensdr, weduwe van Jacques....(onleesbaar). [274]
      Op 13-7-1626 wordt op verzoek van de weduwe van Jacques Muyshont, nu vrouw van Frederick Adryaensz Overschie, een verklaring afgelegd door Susanna Corstyaensdr, vrouw van Pieter Joosten van Igum, wonende in den Ouden Noorman op de Blaeck, dat Jacques Muyshont nooit enige vleesselijcke conversatie met attestante heeft gehad of een kind bij haar verwekt. [275]
      Op 10-2-1629 verkoopt Fredrick Adryaens Overschie, man van Heyltgen Mertens, weduwe van Jaques Muyssert, aan Lowijs Jacobs Vermander, een tuin met opstal gelegen aan de Leeuwelaan, belend noord Olivier Oliviersen, zuid Bortel Thonisz, hoedecramer, en achter de Stadssloot. [276]
      Op 19-3-1629 machtigt Harman Harmans, brouwersknecht te Schiedam, Phrederick Adriaens Overschie, om aan Pieter Hendricx de eigendom over te dragen een een huis aan de noordzijde van de Baenstraet volgens de gifte d.d. 14-12-1622. Hij heeft de koopsom van 75 gulden ontvangen. Het huis is belend aan de weduwe van Hans Pieters, cuyper, en de weduwe van Jan Maertens. [277]
      Op 2-4-1629 verklaart Willem Tibout schuldig te zijn aan Engeltge Michiels, weduwe van Vranck Ariens de somma van 200 gulden t.z.v. geldlening. Frederic Ariens van Overschie en Philps de Graeff, beiden alhier (te Rotterdam), stellen zich tot borg voor dit bedrag. [278]
      Op 29-10-1630 machtigt Phrederick Ariens Overschie Dirck Jans, glaseschrijver te Gorinchem, om van meester Samuel, gewezen schoolmeester te Overschie 1 1/2 gulden te vorderen voor geleverde kragen en ander lijwaet. [279]
      Op 17-4-1632 testeert Anna Willemsdr, weduwe van Harman Hendricxsz, cramer. Zij brengt wijzigingen aan in haar testamenten van 27-7-1630 en 26-10-1630 gemaakt bij notaris Jacob Duyfhuysen, waarin legaten waren vermeld voor het geld wat zij geërfd heeft van haar moeder Scholastica Jansdr. Te weten de kinderen van Jacob Willemsz Muyshont, haar broer, Annetgen, Guillaum en Bayken Muyshont, Pieter Willemsz Muyshont, haar broer, en Maycken Pietersdr Muyshont, dochter uit zijn eerder huwelijk. Het testament is opgemaakt ten huize van Anna Willemsdr Muyshont, gelegen aan de noordzijde van de Hooghstraat, genaamd "De Drie Cannen". [280]
      De akte is vergezeld van een andere akte: Op 1-5-1632 testeert Maertgen Pietersdr Muyshont. Zij verleent haar vader Pieter Muyshont levenslang het vruchtgebruik van al haar na te laten goederen, en benoemt hem tot haar enige erfgenaam. Bij zijn overlijden gaat de erfenis over op haar halfbroers en halfzusters. Verder legateert zij het Armenhuis 25 gulden. [281]
      Op 21-10-1635 testeert Anneken Willemsdr Muyshont, weduwe van Harmen Hendricxz. Zij benoemt tot haar erfgenamen: Maycken Pietersdr, Hendrick Pietersz, Scholastica Pietersdr, Guilliam Pietersz, en Abraham Pietersz, allen kinderen van testatrices broer Pieter Willemsz Muyshont, samen met: Guilliamme Jacobsz, en Baycken Jacobsdr, kinderen van haar overleden broer Jacob Willemsz Muyshont, en wel ieder voor een gelijk deel en met de conditie dat Pieter Willemsz Muyshont het vruchtgebruik zal houden van het deel van zijn ongetrouwde kinderen. [282]
      Op 20-7-1638 verklaart Leonart Verboom, coopman, dat hij en Heijltge Maertens, weduwe van Fredrick van Ouwerschie, die wonen aan de zuidzijde van de Hoochstraet een gemeenschappelijke zijbetimmering van hun huizen hebben. Heijltge Maertens is nu bezig in deze muur een schoorsteen te maken. Verboom staat dit toe, maar als er kwestie over ontstaat zal ze hem moeten afbreken, omdat de schoorsteen aan zijn winkel grenst. [283]
      Op 20-1-1639 bekent Heijltghe Maertensdr, weduwe van Frederick Overschie, die op de Hoochstraet woont in "De Pluymen", 100 car. gulden schuldig te zijn aan Pieter van Hemelscoers, lakencoper, over geleverde winkelwaren. [284]
      Op 12-4-1640 bekent Heyltge Maertensdr, weduwe van Frederick Ouwerschie, 300 gulden schuldig te zijn aan Michiel Jacobsz en Frans Fransz, voogden over de kinderen van N.N. [285]
      Uit haar tweede huwelijk (de Grave-van Bracht):
    • 1. Samuel de Graeff, ovl. verm. voor 1621, reist voor de VOC naar Indië, waarbij hij vermoedelijk om het leven komt.
    • 2. Baycken (Barbara) Phillipsdr de Graeff, ovl. na 1628, j.d., otr./tr. Rotterdam 17-1/16-2-1621 Willem Jansz Thybout (Tibault), ovl. na 1629, j.m. (1621), wonende te Gorinchem (1621).
      Op 2-4-1629 verklaart Willem Tibout schuldig te zijn aan Engeltge Michiels, weduwe van Vranck Ariens de somma van 200 gulden t.z.v. geldlening. Frederic Ariens van Overschie en Philps de Graeff, beiden alhier (te Rotterdam), stellen zich tot borg voor dit bedrag. [286]
        Uit dit huwelijk:
      • aa. Maergriet (Willems/Jansen/Tibault), ged. geref. Rotterdam 2-8-1630 (get. Annetge Jacops en Dirck Tijbont).
      • bb. Maergriet Tijbout, ged. geref. Rotterdam 22-10-1631 (get. Jan Tibout en Niesgen Jans).
      • cc. Plips Tijboudt, ged. geref. Rotterdam 4-8-1634 (get. Sara Huisens en Plips de Graef).
    • 3. Mayken Phillipsdr de Graeff, geb. Rotterdam, ovl. na 1628, over wie Jaecques Muyshout in 1621 voogd is, wonend in de Hoochstraet (1627), tr. Rotterdam 30-5-1627 Harman Jansz, jongeman van Rotterdam, moutmaecker, wonend in De Houttuin (1627).
    • 4. Philips Phillipsz de Graeff (de Jonge), ovl. na 1629, zoon, onmondig in 1628, over wie Jaecques Muyshout in 1621 voogd is, doopget. (1631), jongeman, wonend op de Hoochstraet (1628), tr. Rotterdam 24-4-1628 Catharina Gerridts van Willigen, jongedochter, wonend op de Delffsevaert (1628).
  • c. Maria (Maijken) van Bracht, geb. vóór ca. 1575, otr./tr. Rotterdam geref. 21-6/5-7-1592 Jan (Hans) van den Velde (I), geb. Antwerpen 1569, ovl. (volgens Ref. [287] Rotterdam in 1623, volgens Ref. [288] Haarlem 10-9-1623, verliet ca. 1588 Antwerpen om zich in Delft te vestigen, benoemd tot schrijfmeester aan de Latijnse School in Rotterdam (1592), waarnaast hij leiding gaf aan een school aan huis, waar leerlingen werden voorbereid op een commerciële carrière, publiceert in 1605 de 'Spieghel der schrijfkonste', waarin kalligrafie en verschillende lettertypen worden behandeld, deed afstand van zijn school en verhuisde in 1620 naar Haarlem, waar hij eveneens aan de Latijnse School werkzaam was,[289] schoolmr. te Rotterdam (1598, 1632), voogd over de nagelaten kinderen van zijn schoonzuster Margrieta van Bracht (1600), zn. van NN van den Velde, spijkersmid te Antwerpen.

 
Titelpagina van Spiegel der Schrijf-Konste (1605) door Jan van den Velde (1569-1623). De titel op de titelpagina van het boek is geschreven in Van de Velde's schoonschrift. Het ontwerp voor de omlijsting van de kalligrafie was van de hand van kunstenaar Karel van Mander.
Drukinkt op papier. 27,5 x 33 cm.
De eerste druk werd uitgegeven door zijn zwager Jan van Waesberghe (zie kw. nr. 2712 ).
Bron: Rijksprentenkabinet, Amsterdam.
Illustratie uit Spiegel der Schrijf-Konste (1605) door Jan van den Velde (1569-1623).
Tekst: "Desen circul is gemaeckt van Jan de Velde, sonder passer".
Bron: Rijksprentenkabinet, Amsterdam.

klik op plaatje(s) om te vergroten

 
Gravure door Jacob Matham van Jan van den Velde (1569-1623) op 36-jarige leeftijd.
Datering: 1605.
Bron: Ref. [290]

klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout" [291].

Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier". [292].
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars, zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde. De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd. [293]
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. NN van den Velde, beg. Rotterdam (Kerkmeesters) 8-5-1610 ("een kind van Jan van der Velden).
    • 2. NN van den Velde, beg. Rotterdam (Kerkmeesters) 16-7-1611 ("een kind van Hans van der Velde").
    • 3. Jan van de Velde (II), geb. ca. 1593, ovl. 1641,[294] tekenaar, graveur, schilder en uitgever, ging in de leer bij de graveur Jacob Matham in Haarlem, stond daar vanaf 1614 ingeschreven als meester bij het Sint-Lucas gilde, vervaardigde verschillende series etsen van landschappen, gekenmerkt door eenvoudige composities en vloeiende arceringen, en daaraast portretten, genrestukken en boekillustraties, aanvankelijk naar zijn eigen ontwerpen, later gebaseerd op werk van onder meer Willem Buytewech, Pieter Saenredam en zijn neef Esaias van de Velde.

 
"De witte koe" door Jan van de Velde (II) (ca. 1593-1641).
Datering: 1622
Ets en gravure. 16,9 x 22,6 cm
Tekst (vertaald): "Nauwelijks is de nacht voorbij, of deze ijverige boer drijft zijn bokken en zijn koe van het platteland naar de stad, terwijl hij kippen op zijn schouders draagt. Het zware werk is licht voor hem, zo lang hij beladen met veel geld huiswaarts keert."
Locatie: Rijksprentenkabinet, Amsterdam.
"Stilleven met hoog bierglas" door Jan van de Velde (II) (ca. 1593-1641).
Datering: 1647
Olieverf op paneel. 64 x 59 cm
Locatie: Rijksmuseum, Amsterdam.

klik op plaatje(s) om te vergroten
        Uit hem (o.a.?):
      • aa. Jan Jansz van de Velde (III), geb. Haarlem 1619/20, ovl. Rotterdam 1662,[295] schilder, kreeg zijn opleiding in Haarlem, gespecialiseerd in stillevens, verhuisde in 1656 naar Amsterdam.[296]

 
"Stilleven met roemer, fluit, aarden kruik en pijpen" door Jan van de Velde (III) (1619/20-1662).
Datering: 1651
Olieverf op doek. 69 x 89,5 cm
Locatie: Rijksmuseum, Amsterdam.
"Stilleven" door Jan van de Velde (III) (1619/20-1662).
Datering: ca. 1653
Olieverf op paneel. 14,4 x 12 cm
Locatie: particuliere verzameling.

klik op plaatje(s) om te vergroten
  • d. Pieter van Bracht, ovl. na 1598.

5436. HARMAN HENRICKSZN VAN RAMSDONCK, parentatie niet bewezen. tr. Utrecht RK, schepenen 16-7-1586

5437. WEIJNTGEN WILLEMSDR, parentatie niet bewezen. uit dit huwelijk vermoedelijk :

  • a. Harmen Harmensz Van Ramsdonk, ovl. Utrecht voor nov. 1618, (=kw. nr. 2718).

5438. WILLEM AERTS SOEST.

    Uit zijn huwelijk geboren (o.a.?) :
  • a. Sophia Willem Aerts Soest, (=kw. nr. 2719). filiatie niet bewezen.
  • b. Aert Willemsz Soest, filiatie niet bewezen. otr./tr. Utrecht RK, schepenen 24-11-1604 (beide wonen te Utrecht) Gijsberta Raet(s). Aert Willemsz Soest, burger van Utrecht, en zijn echtgenote Gijsberta Raets, vragen octrooi aan om te testeren 10-9-1605 (Nots. S. Brunings).[297]

5448. JAN (CAPERMAN?), geb. vóór ca. 1545, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoons.

 

COMMENTAAR(¥) Twee dochters van Anthony Lenaertsz Ruijchrok te Dirksland noemen zich Capmans (1606, 1625).[298] Is er een verband?
 

    Uit hem (o.a.?):
  • a. Dirck Jansz Cap(er)man, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1636,[299] (karveel)schipper (1597-1621) en visser te Geervliet[300], schepen van Geervliet (1607),[301] treedt op als borg (1599..1636), belender te Geervliet bij de stadsmuur (1602), met land bij de Polderweg (1611), met een tuin bij de Nieuwstraat (1615, 1634), met bruikwaar (1623), met huis en erf bij de Tolstraat (1623..1637), tr. vóór ca. 1595 Heijltje Krijne, mogelijk dr. van Crijn Domusz,[302] als zijn huisvrouw geref. lidmaat te Geervliet op belijdenis 4-1-1632,[303] in 1638 lidmaat in de Tollestraat aldaar.[304]
    Op 17-10-1598 bekent Dirk Jansz Caperman met als borgen David Jansz Caperman en Ouwe Jan Crijne aan Arie Cornelisz Tootge wonend op de Gracht een schuld van £ 712.10.- wegens leverantie van een korveelschip met toebehoren. [305]
    Op 18-10-1603 bekent Dirk Jansz Caperman met als borgen Oude Jan Crijne en David Jansz Caperman aan NN Jacobsz te Jispe een schuld van £ ?.12.- wegens koop van een krabbeschuit. [306]
    Op 16-6-1606 bekent Dirk Jansz Caperman met als borgen David Jansz Caperman en Oude Jan Crijne aan Roeland Leendertsz, schipper te Leiden, een schuld van £ 576,-- wegens koop van een damloper schip. [307]
    Op 3-3-1607 bekent Dirk Jansz Caperman met als borg zijn broeder David Jansz Caperman, mede-schepen en binnenlands hoogheemraad van Putten, aan Cornelis van Dijk, luitenant van de Baljuw van Rijnland, een schuld van ƒ 750 wegens koop van een huis genaamd Het Schaeck (belend w. de Tolstraat, n. Trijn Bouwens' huis en erf, o. 's heren achterweg, z. de schuur van Aalbrecht Cornelisz en huis en erf van Jan Ariens). Schuld is restant van de schuld die Simon Crijne, comparants zwager terzake nog had aan van Dijk. [308]
    Op 2-5-1621 bekent Arie Pietersz Doesburg, schipper op de Bostel, aan Dirk Jansz Caperman een schuld van ƒ 850 wegens koop van een kromstevenschuit. Borg is Jacob Ghuebels, koopman te Dordrecht. [309]
    Op 12-4-1633 verklaart Lieven Marcusz, collecteur, en voorheen medestander van de salmvangst van Delft, Delftshaven en Maessluijs, volledig betaald te zijn door Dirck Jansz Caperman over de zalmvangst en de verkoop daarvan op de markt, over het jaar 1632. [310]
    VUL AAN Capmans OV 53(1998)256,258 (2x)
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Jan Dirricks Caperman, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1654, treedt op als borg voor zijn broer Crijn (1618), schepen te Geervliet (1621..1635),[311] [312] schipper te Geervliet (1628-1636),[313] geref. lidmaat in de Voorstraat te Geervliet 9-1-1639[314], borg (1632..1638), heeft het recht van uitpad met 5½ gem. teelland onder Geervliet (1639), [315] schipper van Zuytlandt (1647), schout van Zuidland (1650[316], 1654), tr. vóór 1627 Lijsbeth (Elisabeth) Hendricks, dr. van Magdaleentje Pietersdr. Berkel en Hendrik Pieter Boenensz (Boenisse), dijkgraaf (1601) en burgemeester te Zuidland,[317] als zijn huisvrouw geref. lidmaat te Geervliet 3-1-1627 met attestatie van Suijdland.[318]
      Op 16-7-1628 bekent Jan Dirksz Caperman aan Job Gillisz, scheepstimmerman in Dordrecht, een schuld van ƒ 840 wegens koop van een kromsteven schuit. Borgen: Dirk Jansz Caperman, schepen, en Crijn Dirksz Caperman. [319]
      Op 4-7-1630 transporteert Adriaan Jansz Verhoef te Geervliet aan Jan Dirksz Caperman een schuldbrief van ƒ 780 ten laste van Willem Ariens Thoen en diens borgen Midt Adriaansz Troost en Jan Jacobsz Priem, in 1629 gepasseerd voor het gerecht van Stavenisse, spruitende uit de koop van een schuit. [320]
      Op 4-7-1630 bekent Adriaan Jansz Verhoef aan Jan Dirksz Caperman een schuld van ƒ 310 wegens koop van een kromsteven schuit. Borgen: comparants vader Jan Ariens Verhoef, burgemeester van Geervliet, en Lijsbeth Theeuwis te Poortugaal, moeder van zijn huisvrouw. [321]
      Op 3-12-(1631) bekent Jan Dirksz Caperman, schepen, aan Jacob Ariens Coelbier, schepen, een schuld van ƒ 1600 wegens koop van een huis, schuur en erf en de helft van het erf achter de schuur die Jan Ariens Verhoef van verkoper heeft gekocht. Het huis staat recht voor de kaai en strekt van de straat tot het gemeen slop (belend o. Claasje Pieters, w. het stadhuis). [322]
      Op 17-2-1632 transporteert Jan Dirksz Caperman aan Leendert Ariens in Poortugaal 3 G land op Hoorenstuin onder Geervliet (belend o. Arie Dirksz Hollander, w. Wouter Jacobsz, beiden met bruikwaar, z. Jacob Ariens Coelbier, n. de Weg Regtuijt. Koper wordt vertegenwoordigd door Abraham Jacobsz, metselaar te Geervliet. Volgt schuldbekentenis van ƒ 1000. [323]
      Op 24-12-1633 transporteert Jan Ariens Verhoef, burgemeester, aan Jan Dirksz Caperman, schepen, een tuin en erf met duivenkooi achter het stadhuis (belend o. Jan Joosten, z. de brandsloot, n. 's heren slop, w. Hendrik Lodewijksz met zijn erf). [324]
      Op 16-3-1634 transporteert Jan Dirksz Caperman, schepen, aan Dammis Dirksz Hoenderhoek, mede schepen, 3 G in de Westhoek (belend o. Cornelis Jansz oud-secretaris, z. en w. de zeedijk, n. Arie Dirksz) [325]
      Op 16-9-1635 bekent Jacob Leendertsz te Brielle, met als borgen Maartje Ariens weduwe van Claas IJemants en Harmen Dominicusz, beiden eveneens te Brielle, aan Jan Dirksz Caperman een schuld van ƒ 1000 wegens koop van een kromsteven schuit. [326]
      Op 16-6-1635 transporteert Dirk IJskens, mannenbode, aan Jan Dirksz Caperman de helft in 4 G land in Oud Tolland (belend o. de gemeenlandse watering, z. de oude dijk, n. Logier Jansz Havermaat, w. koper). [327]
      Op 16-6-1635 transporteert Cornelis Jansz Verhoef aan Jan Dirksz Caperman, schepen, beiden te Geervliet, 2 G in Oud-Tolland (belend o. de gemeenlandse watering, w. Logier Jansz Havermaat, z. de oude dijk, n. koper). [328]
      Op 22-3-1636 transporteert Jacob Ariens Coelbier, burgemeester, aan Corvinck Eeuwoutsz, mede-burgemeester, een kustingbrief uit 1632 nog inhoudende ƒ 800 t.l.v. Jan Dirksz Caperman. [329]
      Op 20-7-1636 bekent Jan Dirksz Caperman met Dirk Jansz Caperman als borg, aan Jan Ariens Verhoef, oud-burgemeester, een schuld van ƒ 350 wegens koop van 2/3 deel in een schuur en erf achter verkopers huis, aan de zuidzijde van het slop, waarvan het resterende deel toekomt aan Dirk Lodewijksz v.d. Vos (belend z. en w. Jan Joosten, n. het slop) onder welke koop begrepen een varkenskot en een erf waar nu mest op ligt. [330]
      Op 5-9-1637 beloven Arie Jansz Verhoef en Steijn Jansz Verhoef, Jan Dirksz Caperman en diens zuster Neeltje Dirks, nu weduwe van Dirk Lodewijksz van der Vos, schadeloos te zullen houden als borg t.b.v. wijlen hun vader Jan Ariens Verhoef in een schuld van ƒ 200. [331]
      Op 21-5-1647 machtigt te Rotterdam Jan Dircxsz Kaeperman, schipper van Zuytlandt, Korving Eewoutsz van de Hofste, burgemeester te Geervliet, om van Leendert Cornelisz van der Visch, schipper te Brouwershaven, als schuldenaar, met Jacob Cornelisz Nachtegael en Willem Rengels als borgen 900 gulden te innen die hij van hen tegoed heeft wegens leverantie van een carveelschip. [332]
      Op 24-7-1654 verklaart Jan Aryenss van Hage, beenhacker, op verzoek van Maerten Phillips Vermaet, wonende te Spijkenis, dat hij in oktober 1652 op last van de Oost Indische Compagnie naar Spijkenis is geweest om enige vette beesten te bekijken en te kopen. Op de beestenmarct te Geervliet is hij in contact gekomen met Teunis Corneliss Sijdervelt, schout van Symonshaven, Jan Dircxs Caperman, schout van Suytlant en diens clerck Adriaen Abrahamss, die nu schoelmeester in Nieuwbeyerlant is en met Arent Toniss Keyser, schout te Spijkenis. Sijdervelt en Keyser wilden beiden beesten laten zien. Op weg naar de beesten van Sijdervelt is er onenigheid ontstaan tussen de heren, waarbij Keyser gescholden en een mes getrokken heeft. [333]
        Uit dit huwelijk (o.a.?) :[334]
      • aa. Dirk Jansz Caperman, ovl. vóór 1758 (wanneer sprake is van zijn erfgenamen), schout (1686..1716) en dijkgraaf (1716) van Zuidland, treedt in 1672 op voor zich en zijn naaste verwanten in de afwikkeling van een fidei-commis,[335] en treedt, als baljuw en dijkgraaf van Zuidland, op als voogd (1669),[336] belender met bruikwaar aan de Welleweg te Spijkenisse (1686, 1688). [337]
        Op 2-5-1692 verkoopt Tonis Sijdervelt, schout van Simonshaven, aan Jan Philipsz Vermaat zijn woning, schuur, berge en erf aan de Conijndijk, met het aangelegen boomgaardje en de Leendijk waarop de woning staat. Op het stuk dijk tussen de doorwatering en de Hoenderhoekse molen rust een erfpacht van ƒ 1 per jaar te betalen aan Dirk Caperman, schout van Zuidland. Met de koop mee komt het gebruik van een hoeveelheid land. Totale prijs ƒ 1000. [338]
        Op 12-10-1694 verkoopt Abraham Steijaart te Brielle procuratie hebbende van mr. Gerrit Fransz Meerman te Leiden, aan Paulus Portanje te Geervliet 6 G 12 R zaailand met de gevolgen in Nieuw Hoenderhoek voor ƒ 350. Volgt afschrift acte van procuratie tov notaris Jacobus van de Eijke te Leiden. Gerard Fransz Meerman is advocaat. Machtiging geldt ook 5 G 75 R in Oud Hoenderhoek gebruikt door Arie Ewoutsz Corvingh, en 9 G 150 R in Zuidland, te verkopen aan Dirk Caperman, schout aldaar. [339]
        Op 13-12-1716 machtigt Dirk Caperman, schout en dijkgraaf van Zuidland, zijn zoon Johan Caperman om namens hem in de Korendijk een woning over te dragen met ruim 23 morgen land in de Eendrachtspolder aan Maria Naveu, wed. van Francois Quispel, en om alle huur- en pachtpenningen te ontvangen. [340]
        Op 30-4-1722 heeft Jan Caperman, pp. voor zijn vader als bovenvermeld, verkocht en transporteert aan Anthony Tael, raad en oudburgemeester van Brielle, 2 gem. zaailand aan de Laeneweg, get. nr. 24, 2 gem. 230 r. weiland aldaar op nr. 45 en nog 2 gem. 174 r. weiland aan de Welleweg op nr. 75 voor 969 g. 15 st. contant. [341]
        Op 8-8-1726 verkoopt Jan Philipsz Vermaat, wonende onder Spijkenisse aan zijn zoon Hendrik Jansz Vermaat een huis met 2 schuren, barge en wagenkeet aan de Conijndijk, met de eigendom van de dijk, belast met ƒ 1 per jaar tbv Dirk Caperman, voor ƒ 1000. [342]
    • 2. Crijn Dircksz Cap(er)man, geb. vóór ca. 1595, ovl. 1630, treedt op als borg voor zijn broer Jan (1627), schipper te Geervliet (1619-1630),[343] tr. vóór 1630 Lijsbeth Hendriks, ovl. na 1630.
      Op 1-7-1618 verkoopt Crijn Dirksz schipper te Geervliet, met Jan Dirksz Caperman als borg aan Joost Cornelisz Landman, schipper te Middelharnis, een Dordtse kromsteven schuit. [344]
      Op 18-11-1628 transporteert Arie Dirksz Hoenderhoek aan Crijn Dirksz Caperman 3 G met gevolgen in Nw. Noordeland (belend o. de kinderen van Lenert Ariens, z. de Noorddijk, w. koper zelf, n. de Maas). [345]
      Op 18-11-1628 transporteert Crijn Dirksz Caperman aan Corvingh Eeuwoutsz 3 G 90 R in het Oudeland van Geervliet in de hoek van de Hoenderhoeksedijk (belend n. de kinderen van Mathenes, o. Cornelis Jansz oud-secretaris, z. en w. de dijk). [346]
      Op 5-7-1630 bekent Teunis Maartensz van Vlaardingen aan de weduwe en kinderen van Crijn Dirksz Caperman een schuld van ƒ 900 wegens koop van een damloper schuit. Borg is Cornelis Jansz, oud-secretaris van Geervliet. [347]
      Op 18-8-1630 bekent Jan Pasquier, secretaris van Geervliet, aan de weduwe en erfgenamen van Crijn Dirksz Caperman een schuld van ƒ 1150 wegens koop van een huis en erf in de Tolstraat (belend o. de straat, z. Jan Jansz Vrouweling met huis en erf, w. de haven, n. Jan Crijnen). Huis is belast met ƒ 3 per jaar t.b.v. Cornelis van Beest, notaris te Delft. [348]
      Op 2-12-1632 bekent Lijsbeth Hendriks weduwe van Crijn Dirksz Caperman, aan Herman Lucasz een schuld van ƒ 425 wegens koop van een huis en erf in de Tolstraat bij de Tolpoort (belend o. de straat, w. de haven, n. stadserf, z. Jan Crijnen). [349]
        Uit dit huwelijk kinderen. (Het weeskind van Crijn Dirksz Caperman is belender te Geervliet in een akte zonder leesbare datum.[350])
    • 3. Neeltje Dircks (Caperman), ged. Geervliet 12-1-1603[351], ovl. na 1637, tr. Geervliet 12-10-1625[352] Dirck Lodewijks van der Vos, geb. Abbenbroek ca. 1600, ovl. 1636/37, j.g. van Abbenbroek, belender te Geervliet bij de Kerkstraat (1630..1635), schepen van Geervliet (1632), is borg (1633), zn. van Lodewijck Dircsz van der Vos.[353]
      In 1632 bekent Dirk Lodewijksz van der Vos, schepen, aan de erfgenamen van Pieter Leendertsz Romeijn een schuld van ƒ 70 wegens koop van een hoofje (geen belending vermeld). [354]
      In 1634/35 bekent Dirk Lodewijksz v.d. Vos aan de erfgenamen van mr. Christoffel Woutersz een schuld van ƒ 750 wegens koop van een huis en erf in de Kerkstraat (belend zw. de straat, zo.het huis van Dirk Yskens, no. 's heren weg, w. Cornelis Engelsz' huis). Borgen: Dirk Jansz Caperman en Jan Dirksz Caperman. [355]
      In feb. 1635 Dirk Lodewijksz v.d. Vos bekent aan Jan Ariens Verhoef, burgemeester, een schuld van ƒ 250 wegens koop van de aan de straatzijde gelegen helft van een schuur aan de westzijde van de Kerkstraat (belend o. en n. de straat, z. Jan Joosten, w. de andere schuurhelft, waarop koper eventueel recht van eerste bod heeft). [356]
      Op 20-7-1636 bekent Jan Dirksz Caperman met Dirk Jansz Caperman als borg, aan Jan Ariens Verhoef, oud-burgemeester, een schuld van ƒ 350 wegens koop van 2/3 deel in een schuur en erf achter verkopers huis, aan de zuidzijde van het slop, waarvan het resterende deel toekomt aan Dirk Lodewijksz v.d. Vos (belend z. en w. Jan Joosten, n. het slop) onder welke koop begrepen een varkenskot en een erf waar nu mest op ligt. [357]
      Op 5-9-1637 beloven Arie Jansz Verhoef en Steijn Jansz Verhoef, Jan Dirksz Caperman en diens zuster Neeltje Dirks, nu weduwe van Dirk Lodewijksz van der Vos, schadeloos te zullen houden als borg t.b.v. wijlen hun vader Jan Ariens Verhoef in een schuld van ƒ 200. [358]
        Uit dit huwelijk:[359]
      • aa. Heijltie Dirricksdr De Vos, ged. geref. Geervliet 1-4-1629.
      • bb. Trijntje Dirricksdr De Vos, ged. geref. Geervliet 18-7-1632.
      • cc. Lodewijk Dirckse De Vos, ged. geref. Geervliet 11-4-1635, ovl. na 1682, tr.[360] Jobje Jans, geb. ca. 1635.
        Op 10-1-1682 bekent Lijntje Jacobs, wed. van Jan Merkenburgh, wonend onder Geervliet een schuld van ƒ 400 aan Lodewijk Dirksz de Vos te Geervliet, verzekerd op haar bouwhuis en het bijbehorende boomgaardje genaamd het vestje. [361]
        Op 22-3-1682 verkoopt Lodewijk Dirksz van der Vos, wonend te Geervliet, aan Leendert Arensz Brouckman te Geervliet een huisje en erf in de Molenstraat te Geervliet (bel. ten w. Lodewijk Pietersz, ten o. erf van Leendert Cleijsse, ten n. 's Heren straat en ten z. de boomgaard van de Ruwaard) alles voor ƒ 70. N.B.: Engel Nootdorp, schepen, zegelt dubbel omdat zijn confrater Leendert Cleijsse geen zegel heeft. [362]
  • b. David Jansz Caperman, geb. vóór ca. 1575, (=kw. nr. 2724).

5450. CORNELIS MAARTENSZ (CUIJPER), geb. vóór ca. 1540, ovl. 1599/1600, schepen van Geervliet (1564) (samen met Bouwen Maartensz, zijn broer?), bezit 26 gemet land in Oud Hoenderhoek te Geervliet (1597),[363] is borg (1597), belender te Geervliet in Oud- en Nieuw-Hoenderhoek (1597), in Nieuw Noordeland (1597) bij de Deurlo (1598), Weg Regtuit (1598), in Tolland (1600), tr. vóór ca. 1575

5451. PIETERTJE ARIENS, ovl. 1604-1606, als de weduwe van Cornelis Maartensz belendster bij de voormalige kapittelgoederen (1600), aan de Weg Regtuijt (1603).

In een ongedateerde akte (sept/okt 1597?) verzekeren Cornelis Maartensz, Aren Aalbrechtsz te Geervliet en (doorgehaald: Pieter Claasz Proeije) Jan Elandtsz te Spijkenisse t.b.v. de weeskinderen van Cornelis van der Nath en Weijntje van Opmeer een erfrente van ƒ 80.10.- per jaar op Cornelis Maartensz' 26 G in Oud Hoenderhoek (belend o. Joris Willemsz, n. de Hoenderhoekseweg, z. de Oudhoenderhoeksedijk, w. Jan Claasz) welk land reeds is belast met een rente t.b.v. de Zusters te Monnikendam. Nog op diens 10 G weiland achter zijn huis (belend n. dit huis, o. en w. Frans van Bodegom, z. de weeskinderen van Andries Cornelisz Vogelaar met bruikwaar, w. nog Claas Arens). Mede-voogd over de kinderen is mr. Cornelis Jan Barendszz, die de hoofdsom van ƒ 1400 fourneerde. In marge: op 22-9-1614 is deze brief vertoond, gekwiteerd door J. van Swaneburch als rentmeester voor juffr. Cornelie van der Nath en hier geroyeerd. w.g. Cornelis Jansz secretaris. [364]
Op 11-2-1598 transporteert Cornelis Maartensz aan Hendrik Jansz op de Conijndijk 2 lijnen land (belend w. de wezen in Den Haag, n. de Bronckhorsten, o. de Grafelijkheid, z. Joost Huigen aan de Conijndijk en het hoofje waar Hendrik Jansz' keet op staat). [365]
Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000,-- wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615. [366]
In een ongedateerde akte (juli 1600?) verzekert Cornelis Jansz Potte t.b.v. Pietertje Ariens weduwe van Cornelis Maartensz Cuijper een schuld van £ 200,-- op zijn huis (belend o. en z. de Hoogstraat, w. de haven, n. Govert Jansz kuiper). [367]
In een akte met onleesbare datum (sept. 1600?) komen voor Pietertje Ariens weduwe van Cornelis Maartensz met Frans Cornelisz, haar zoon, en ??. In marge: opgehouden en niet gepasseerd. [368]
Op 28-12-1606 transporteert Daniel Roelofsz van Proeije, mede-schepen, als curator in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens aan Cornelis Jansz secretaris een kustingbrief t.l.v. Eeuwit Ariens Corvynck, verzekerd op een huis etc. bij de Landpoort. [369]
Op 28-12-1606 transporteren Curatoren in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens aan jhr. Charles van Mathenesse een kustingbrief t.l.v. Aalbrecht Cornelisz smid, verzekerd op een huis en erf in de Hoogstraat. [370]
Daniel Roelofs van Prooijen, burgemeester, en Cornelis Jansz, secretaris van Geervliet, worden genoemd als curatoren in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens (1607).[371]
Op 13-1-1609 verkoopt David Gijsbrechtsz van Mathenesse, stedehouder van de schout van Geervliet, voor Daniel Roelofsz van Prooije als curator in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens en ten laste van Maarten Cornelisz buiten de Landpoort als gecondemneerde: - 8 G 180 R in Nieuw Noordeland (belend z. Paulus van Beresteijn, w. dijk en buitenblok van Jan Claasz, n. de Maas, o. Jonge Cornelis Ariens Compeer), - dijken, gorzen en aanwassen achter Nieuw Hoenderhoek (belend o. Paulus van Beresteijn en Craeijesteijn c.s., z. de Bernisse, w. Craeijesteijn met zijn gorsingen, n. de kinderen van wijlen Cornelis Jacobsz Cuijper). Koper is Paulus van Beresteijn. [372]
Op 18-6-1615 verzekert Aalbrecht Cornelisz smid t.b.v. Paulus van Beresteijn, oud-burgemeester van Delft, een losrente van ƒ 33 per jaar op een hoofdsom van ƒ 550 op: - 8 lijnen weiland genaamd Blommendaal aan de Dankertseweg (belend o. de weg, z. Lambrecht Hendriksz met bruikwaar, w. Jacob Jacobsz nu bij naasting Jacob Jansz, n. Hendrik Jansz) - 7 lijnen aan de Doorlo (belend w. de Doorlo, n. het weeshuis in Den Haag, o. Adriaan Fransz en Pieter Lenaartsz met bruikwaar, z. Jacob Jacobsz). Op dit land zijn verhaalbaar gerechtskosten van Trijntje Cornelis en Maritge Davids voor de gemene erfgenamen van zaliger Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens. [373]
    Uit dit huwelijk (o.a.?):(¥)

     
    COMMENTAAR(¥) Er zijn mogelijk maar niet bewezen nog andere kinderen : Arie Cornelisz Cuijper en zijn zuster Aartge Cornelis, Pieter Cornelisz Bakker, Cornelis Cornelisz Bakker, Cornelis Cornelisz Cuijper.
  • a. Machtelt Cornelis, geb. vóór ca. 1580, ovl. vóór 28-7-1608, (=kw. nr. 2725).
  • b. Frans Cornelisz (Bakker), geb. vóór ca. 1575, ovl. 1623/24?, belender te Geervliet bij de Conijndijk (1598), met een boomgaard bij de Molenstraat (ca. 1601), bij de Molenstraat (1605), met een tuin bij de Visserszijde (1610, 1615), in Nw. Noordeland (1617), met bruikwaar bij de Zeugeweg (1617), met bruikwaar in het Hogeland van Geervliet (1619), met bruikwaar bij de Geervlietse korenmolen (1620), aan de Weg Regtuijt (1621, 1622), gebruikt weiland te Geervliet (1600), is borg (1603, 1618, 1619), kan medio 1607 kennelijk zijn schulden niet meer betalen, waarna (een deel van?) zijn boedel wordt verkocht, jonggezel (1620), schepen van Geervliet (1621-1623), wiens boedel wordt verkocht in 1624 door curator Jacob Boot. Onduidelijk blijft of hij dan is overleden of wederom failleert (en mogelijk gevlucht is).
    Op 9-2-1600 kocht Frans Cornelisz voor zijn moeder Pietertje Ariens uit de voormalige kapittelgoederen: - 5 G 50 R (belend no. het hierna volgende stuk, zw. dezelfde weduwe, Pietertje Ariens, n. en nw. Jacob Jacobsz). Land is belast met een losrente van £ 30,-- per jaar te betalen als voren. - 3 G (belend w. Cornelis Maartensz met bruikwaar het kapittel toekomend, n. Cornelis Cornelisz Bakker met bruikwaar toekomende Hans de Reeck als rentmeester, o. Gillis Claasz met bruikwaar, z. Jacob de Jonge met ca. 5 G). Land is verpacht aan IJsbrand Barentsz en belast met £ 18,-- per jaar te betalen als voren. [374]
    Op 9-2-1600 kocht Frans Cornelisz uit de voormalige kapittelgoederen 3 ½ G genaamd de Duijvenkamp (belend o. de Deurlo, z. Jan Claasz als bruiker van het land toekomende Lijsbeth Cornelis te Rotterdam, w. Jacob Jacobsz, n. de achterweg). Land is belast met een losrente van £ 15,-- per jaar, te betalen als voren. In marge: rente in 1620 afgekocht door Abraham Jacobsz. [375]
    Op 9-2-1600 kocht Frans Cornelisz uit de voormalige kapittelgoederen 4 G 200 R (belend o. de Zeugweg, z. Kerkwerve in Den Briel, w. de Drogendijk, n. kapittelland gebruikt door Jacob Jacobsz). Land is belast met een losrente van £ 28,-- per jaar, te betalen als voren. [376]
    Op 9-2-1600 kocht Maarten Cornelisz voor zijn moeder Pietertje Ariens uit de voormalige kapittelgoederen 2 G 25 R (belend n. de Dankertseweg, o. Cornelis Adriaansz Hoos met bruikwaar toekomende de Bronckhorsten , z. 4 G genaamd de Zandkamp, bruiker Jacob Jacobsz, toekomende het kapittel, w. de pastorie van Geervliet). Land is belast met een losrente van £ 12,-- per jaar, te betalen als voren. [377]
    Op 25-5-1604 transporteert Frans Cornelisz aan Pieter Cornelisz Nout 1 ½ G land aan de Conijndijk. [378]
    In feb. 1605 transporteert Frans Cornelisz aan Pieter Harmensz een landeken van 6 ½ G genaamd het galgeveld of galgeland (belend n. de Bernisse, w. Trijn Bouwensz, weduwe van Thomas Meesz, o. de koper, z. de dijken van het landeken). Koper neemt tot zijn last een rentebrief van ƒ 1100 t.b.v. Willem Cornelisz Voorstad te Delft. [379]
    Op 20-3-1605 verzekert Frans Cornelisz Bakker t.b.v. de H. Geestarmen van Geervliet een losrente van ƒ 6.5.- per jaar op zijn huis (belend ? Jacob Jansz metselaar ???) en zijn boomgaard (belend o. 's heren weg, z. de Molenstraat, w. en n. het spui). [380]
    Op 18-4-1606 kavelen Jhr. Nicolaas van Abbenbroek als rentmeester van de Capittelaren van Abbenbroek en Frans Cornelisz te Geervliet, het zgn. Guldelandeken, voor een derde deel aan Frans Cornelisz aangekomen vanwege wijlen zijn moeder. Het gehele land is belend w. de wielinge genaamd de Barnisse, z. de schenkel van Nieuw Hoenderhoek en Nieuw Guldeland, zo rechtuit tot in de Barnisse, n. de haven, o. de ? dijk met de stadsmuur en de Guldenpoort. De twee derde delen van het kapittel van Abbenbroek liggen in het noorden, het een derde deel van Frans Cornelisz in het zuiden. Volgens een vertoonde kavelbrief van 1465 is de scheiding de raaisloot, liggende van de Geervlietse dijk tot achter de dijk van het Guldeland. Deze moet gezamenlijk onderhouden worden. [381]
    Op 2-6-1607 compareren de geinteresseerden in de boedel van Frans Cornelisz te Geervliet, m.n. Cornelis Pietersz Nout pp. voor David Jansz Caperman, Daniel Roelofs van Prooijen, burgemeester, en Cornelis Jansz, secretaris van Geervliet als curatoren in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens en Willem Cornelisz Voorstad te Delft pp. voor Paulus van Beresteijn, burgemeester aldaar. Zij verklaren geen bezwaar te hebben tegen verkoop door Frans Cornelisz aan het weeshuis in Den Haag van: - 5 G weiland aan de Deurlo (belend n. het weeshuis voornoemd, no. Hendrik v. Coesvelt als rentmeester van jhr. Nicolaas v. Mathenesse, zo. Aalbrecht Cornelisz smid, w. de Deurlo), welk land genaamd was de Passchijneweije; - 3 G weiland (belend nw. Abraham Jansz Commersteijn als rentmeester van de pastoriegoederen met zeker vicarieland, no. Coesvelt voornoemd, zo. Adriaan Aalbrechtsz en Cornelis Ariens Hoos, zw. Commersteijn voornoemd) - twee stukken land Frans Cornelisz aangekomen van zijn moeder Pietertje Ariens, t.w. in het Oude Guldeland (belend zo. de Guldenpoort met de oude dijk, zw. het kapittel van Abbenbroek, nw. de oude Guldelandsedijk, no. dezelfde dijk en de haven van Geervliet) en in Nieuw Guldeland (belend zo. de Guldelandsedijk, zw. het kapittel, nw. en no de Nieuwe Guldelandsedijk). [382]
    Op 18-9-1607 transporteert David Gijsbrechtsz van Mathenesse, stedehouder van de schout, aan IJsbrand Barentsz pp. voor Pieter Nout een huis en erf toekomende Frans Cornelisz (belend w. de Hoogstraat, n. Pieter Cornelisz Nout en de erfgenamen van Nele Claas, o. en z. de plaats van het huis). Aan de koopsom wordt verhaald het beslag van ƒ 49.5.- gelegd door Thomas Dammesz, o.a. wegens gijzelbraak. [383]
    Op 14-8-1607 bekent Maarten Cornelisz Cuijper aan Gerrit van Streefland, deurwaarder van het Hof van Holland, een schuld van £ 650,-- wegens koop van een tuin en boomgaard, gekomen van Frans Cornelisz (belend o. en n. het spui, o. en z. 's heren straat). Belast met ƒ 6.5.- en tweemaal 15 stv., alles toekomende de H.Geestarmen van Geervliet. Hij verzekert deze schuld mede op zijn huis (belend n. de scheisloot, o. 's heren weg, z. Daniel van Prooije, w. 's heren weg). [384]
    Op 9-4-1618 bekent Jacob Joosten, met als borgen Cornelis Joosten en Jan Joosten, aan Frans Cornelisz Bakker en de erfgenamen van Neeltje Cornelis en van jonge Cornelis Cornelisz Bakker een schuld van ƒ 463 wegens koop van een huis en erf in de Nieuwstraat (belend n. de straat, o. 's heren weg, z. de heer van Urk, w. Gerrit Ariens Compeer). Tot de koop behoort overname van de stadsveste over de weg gelegen 'gelijk tselve ofgedolven leijt'. [385]
    Op 31-12-1619 verzekert Frans Cornelisz Bakker te Geervliet t.b.v. Jhr. Floris Bam in Den Haag een losrente van ƒ 50 per jaar op zijn 7 G 'vrije eigen patrimoniale weilanden' in de Noordhoek (belend n. de Noorddijk, o. Gerrit Ariens Compeer met bruikwaar, z. Jacob Jacobsz met bruikwaar, w. comparant). [386]
    Op 28-11-1620 verzekert Frans Cornelisz Bakker jonggezel t.b.v. Arent Maartens, ambachtsheer van Barendrecht, een losrente van ƒ 62.10.- per jaar op 8 G gemeen met de kinderen van wijlen Pieter Cornelisz Bakker (belend z. de Weg Regtuit, w. de erfg. van Dirk v.d. Does, n. Abraham Commersteijn, o. Jan Crijne met bruikwaar) en nog 4 G in Oud-Markenburg (belend w. de Hogeweg, n. de kinderen van Lenaart Ariens en David Jansz, o. de vronen, z. de Hogelandseweg en de Brede Meeldijk). [387]
    Op 6-5-1621 heeft Arie Frans speciaal verbonden en in handen gesteld van Frans Cornelisz Bakker en Jan Adriaansz Verhoef, zijn 3 G land genaamd De Duijvencamp, aan achterweg en Deurlo gelegen, ter verzekering van ƒ 400 hoofdgeld waarvoor zij borgen waren t.b.v. Jacob Stoop te Dordrecht. [388]
    Op 3-6-1621 verzekert Frans Cornelisz Bakker t.b.v. Jan Stoop in Den Haag een losrente van ƒ 62.10.- of een hoofdsom van ƒ 1000 op 3 G land (belend o. de Griendweg, w. de steenheul, n. kapitein Lambregt) en 4 lijnen in de Noordhoek (belend w.,o. en n. Gerrit Compeer met bruikwaar,z. het weeshuis in Den Haag). [389]
    Op 11-5-1621 verzekert Frans Cornelisz Bakker, schepen van Geervliet, t.b.v. Paulus v. Beresteijn een losrente van ƒ 100 per jaar of een hoofdsom van ƒ 1600 op 6 G 80 R weiland genaamd de Hofweij (belend n. en o. 's heren weg, z. het weeshuis in Den Haag, w. Beresteijn met zijn Hofweij). [390]
    Op 30-12-1622 bekent Jan Willemsz v.d. Meulen aan Frans Cornelisz Bakker, schepen, een schuld van ƒ 1000 wegens koop van: - 3 G 107 R weiland op kaartnr. 157, zijnde leenland (belend w. de Vriezeweg, n. Beresteijn, o.en z. de erfgenamen van Baertwijk). - 1 G 209 R op kaartnr. 22 (belend z. de Weg Regtui, w. de Bronckhorsten, n. en o. de Karthuizers in Utrecht). Volgt transport. [391]
    Op 20-1-1623 verzekert Frans Cornelisz Bakker, schepen van Geervliet, t.b.v. Pieter Willemsz Voorstadt, koopman te Delft, een schuld van ƒ 1600 op 6 + 3 G wei aaneen gelegen (belend z. de Weg Regtui, w. de Griendweg, n. de Blindeweg, o. de Bronckhorsten) en op 7 ½ G in Nw.Noordeland (belend z. de oude Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met de aanwassen, o. de kinderen van zijn halfzuster). Beide stukken reeds bezwaard t.b.v. Jhr. Bam in Den Haag. Nog op 2 ½ G in Oud Markenburg, gekomen van de kinderen van Bouwen Bouwensz (belend w. de Hogelandseweg, n. en z. de kinderen van zijn halfzuster, o. de dijkwal of de vronen). [392]
    Op 27-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan de rentmeester Johan Stoop - 5 G 174 R weiland op kaartnr. 16 en annex daaraan 3 G 183 R op nr. 25 (belend n. de Bronckhorsten, o. de Weg Regtuit, z. de Griendweg, w. de Blindeweg) - de helft in 8 G 162 R op kaartnr. 42 (belend o. de Weg Regtuit, z. de wederhelft toekomende de kinderen van Pieter Cornelisz Bakker, w. Commersteijn, n. Stoop en de kinderen Bekesteijn). - 6 G 267 R op nr. 46 (belend n. de Noorddijk, o. en z. de weduwe van Gerrit Ariens Compeer en Jacob Jacobsz en Jonge Jan Crijne met bruikwaar, w. Stoop). [393]
    Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan David Jansz Caperman geprocreëerd bij Ariaantje Pieters en die van Lenaart Ariens geprocreëerd bij Nelletje Pieters(¥) - 2 ½ G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 ½ G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd). [394]

     
    COMMENTAAR(¥) De formulering van de familierelaties is hier nogal onduidelijk.
    Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan Paulus van Beresteijn - 6 G 94 R wei op kaartnr. 200 (belend n. de weg buiten de Landpoort, o. de Polderweg, z. het weeshuis in Den Haag, w. koper) - 3 G 71 R op nr. 4 (belend o. de Weg Regtuit, n. de Griendweg, z. de weg buiten de Landpoiort, w. admiraal Lambert). [395]
    Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan Pieter Willemsz v. Voorstad 4 G teelland in Oud-Markenburg op kaartnr. 142 (belend o. de vronen, w. en z. de Hogelandseweg, n. de kinderen van wijlen Lenaart Ariens en van Ariaantje Pieters). [396]
    Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan Jan Stoop (borgen: Paulus v. Beresteijn en Charles v. Mathenesse) een woning bij de kerk met schuur, keten, tuin en boomgaard (belendn. de erfgenamen van mr. Wouter Christoffelsz met hun boomgaard genaamd Duijckendael en Labije met diens boomgaard, o., z. en w. 's heren weg en straat). Huis belast met 15 stv. t.b.v. de Grote Armen en (19?) stv. t.b.v. de stad. Hierbij gaan zekere Hoofjes of Vestjes met een duifhuis en keet daarop staande (belend n. Jacob Joosten met gelijk vestje, o., z. en w. 's heren weg), waarop een erfpacht rust van 30 stv. t.b.v. de stad. Totaal inclusief overname bruikwaar voor ƒ 5160. [397]
  • c. Maarten Cornelisz (Cuijper), geb. vóór ca. 1575, ovl. na 1622, wonende buiten de Landpoort te Geervliet (1602..1608), belender te Geervliet in Oud-Hoenderhoek met bruikwaar (!606), bij de 's Herenweg (1608, 1613), is borg (1617), tr. vóór ca. 1600 Antge Thijmons, ovl. na 1618.
    Op 8-1-1600 nemen Cornelis Dingemans, Maarten Cornelisz Cuijper, Heijman Jacobsz v.d. Mast, Simon Crijne, Jonge Jan Crijne, Cornelis Proosterman, Cornelis Fopsz smid, Laurens Joosten wever, Arie Leendertsz Moera, Hubert Bastiaansz, Dirk Dirksz Goetbier en Christiaan Ravenschot mannenbode, te samen van Jan Bouwensz in erfpacht 3 G in Tolland om te beboomgaarden (belend o. Oude Jan Crijne, z. Thomas Meesse en Cornelis Maartensz, w. de Toldam, n. de erfgenamen van Cornelis Aalbrechtsz smid). [398]
    Op 9-2-1600 kocht Maarten Cornelisz uit de voormalige kapittelgoederen 3 G zaailand (belend o. de Deurlo, z. Cornelis Jacobsz Cuijper met land gekomen van de Karthuizers te Delft, nu Dirk Jansz als nazaat van Cornelis Jacobsz Cuijper, w. de Drogendijk, n. de Ankermeet). Land is belast met een losrente van £ 16,-- per jaar te betalen als voren. [399]
    Op 9-2-1600 kocht Maarten Cornelisz voor zijn moeder Pietertje Ariens uit de voormalige kapittelgoederen 2 G 25 R (belend n. de Dankertseweg, o. Cornelis Adriaansz Hoos met bruikwaar toekomende de Bronckhorsten , z. 4 G genaamd de Zandkamp, bruiker Jacob Jacobsz, toekomende het kapittel, w. de pastorie van Geervliet). Land is belast met een losrente van £ 12,-- per jaar, te betalen als voren. [400]
    Op 13-8-1602 transporteert Ewit Jansz snijer, mede-schepen, aan jhr. Charles van Mathenesse de huurcedule van £ 150,-- die hij sprekende heeft op Maarten Cornelisz buiten de Landpoort terzake van 5 G in het Nieuwe Noordeland (belend w. Jacob Cuijper, n. de Maas, o. Bouwen Bouwensz, z. de Noorddijk). Comparant verzekert mede op zijn huis (belend n. de Hoogstraat, o. Jacob Jacobsz, z. 's heren weg). [401]
    Op 1-5-1604 verzekert Maarten Cornelisz, tegenwoordig wonende buiten de Landpoort te Geervliet, met als borg zijn moeder Pietertje Ariens, weduwe van Cornelis Maartensz, t.b.v. Willem Cornelisz Voorstad in Delft een schuld van £ 1500,-- op: - 2 G volgerland in Nw.Hoenderhoek (belend z. Jacob Jacobsz, w. de nieuwe dijk, n. Dirk Jansz, o. de Oude Hoenderhoekse dijk); - 5 G in Nieuw Hoenderhoek (belend z. Jacob Jansz in Biert, w. de nieuwe dijk, o. de oude Hoenderhoekse dijk, n. Jan Claasz); - 10 G in Nieuw Hoenderhoek (belend z. Jan Claasz, w. de dijk, n. Jacob Jacobsz); - 8 G in Nieuw Noordeland (belend w. de oude Ruijterdijk toekomende Jan Claasz); - de Hofwei (belend w. de Deurlo, n. 's heren achterweg, n. Cornelis Cornelisz Bakker, z. het weeshuis in Den Haag); - 4 lijnen (belend z. de Deurlo, w., n. en o. Cornelis Engelsz met bruikwaar). [402]
    Op 16-3-1606 verzekert Maarten Cornelisz wonende te Geervliet buiten de Landpoort t.b.v. jhr. Charles van Mathenesse een schuld van £ 208,-- op zijn huis, schuren, berg en keten. [403]
    Op 13-5-1606 transporteren jhr. Charles van Mathenesse, schout, en Cornelis Jansz, secretaris van Geervliet, aan Paulus van Beresteijn, burgemeester van Delft, een aantal openbaar verkochte landerijen toekomende Maarten Cornelisz buiten de Landpoort: - 2 G volgerland in Nieuw Hoenderhoek (belend z. Beresteijn, w. de nieuwe dijk, n. Dirk Jansz, o. de oude Hoenderhoeksedijk); - 5 G in Nieuw Hoenderhoek (belend z. Jacob Jansz in Biert, w. de nieuwe dijk, n. Jan Claasz, o. de oude Hoenderhoeksedijk); - 10 lijnen in Nieuw Hoenderhoek (belend z. Jan Claasz, w. de nieuwe dijk, n. Beresteijn); - 8 G in Nieuw Noordeland (belend w. de oude Ruiterdijk toekomende Jan Claasz, n. de nieuwe dijk, o. Arie Aalbrechtsz, z. de Noorddijk); - 6 G, de zgn. Hofwei (belend w. de Deurlo, n. 's heren achterweg, o. Cornelis Cornelisz Bakker, z. het weeshuis in Den Haag); - 4 lijnen (belend z. de Deurlo, w., n. en o. Cornelis Cornelisz Cuijper met bruikwaar). Op het land in Nieuw Hoenderhoek rust de helft in een rente van ƒ 34 per jaar toekomende Arie Claasz Goudswaard nomine uxoris. Op hetzelfde land nog een hoofdgeld van ƒ 1500 toekomende Willem Cornelisz Voorstad, koopman te Delft. [404]
    Op 14-8-1607 bekent Maarten Cornelisz Cuijper aan Gerrit van Streefland, deurwaarder van het Hof van Holland, een schuld van £ 650,-- wegens koop van een tuin en boomgaard, gekomen van Frans Cornelisz (belend o. en n. het spui, o. en z. 's heren straat). Belast met ƒ 6.5.- en tweemaal 15 stv., alles toekomende de H.Geestarmen van Geervliet. Hij verzekert deze schuld mede op zijn huis (belend n. de scheisloot, o. 's heren weg, z. Daniel van Prooije, w. 's heren weg). [405]
    Op 6-1-1607 transporteert Maarten Cornelisz wonende te Geervliet buiten de Landpoort aan jhr. Charles van Mathenesse 3 G in Tolland buiten de Tolpoort (belend z. de stadssingel, w. de Toldam, n. Cornelis Jansz, o. de oude Noorddijk). [406]
    Op 15-9-1607 transporteert Maarten Cornelisz Cuijper aan zijn dochter Stijntje Maartens als schenking bij leven een boomgaard (belend ?) [407]
    Op 13-1-1609 verkoopt David Gijsbrechtsz van Mathenesse, stedehouder van de schout van Geervliet, voor Daniel Roelofsz van Prooije als curator in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens en ten laste van Maarten Cornelisz buiten de Landpoort als gecondemneerde: - 8 G 180 R in Nieuw Noordeland (belend z. Paulus van Beresteijn, w. dijk en buitenblok van Jan Claasz, n. de Maas, o. Jonge Cornelis Ariens Compeer), - dijken, gorzen en aanwassen achter Nieuw Hoenderhoek (belend o. Paulus van Beresteijn en Craeijesteijn c.s., z. de Bernisse, w. Craeijesteijn met zijn gorsingen, n. de kinderen van wijlen Cornelis Jacobsz Cuijper). Koper is Paulus van Beresteijn. [408]
    Op 13-9-1617 bekent Maarten Cornelisz Cuijper aan Nicolaas Nicolay, predikant, een schuld van ƒ 450 wegens koop van een huis en tuin aan de St.Anthonieplaats (belend n. de plaats, o. David Gijsbrechtsz van Mathenesse, z. 's heren pad en kerkhof, w. het schoolhuis en Fop Cornelisz). Huis belast met een erfrente t.b.v. het kapittel. [409]
    Op 30-4-1618 heeft Jhr. Jan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, van Maarten Cornelisz Cuijper en diens huisvrouw Antge Thijmons voor ƒ 2400 een huis en erf gekocht (belend z. Nicolaas Nicolay, de Anthonisplaats en Maritge Joosten, wed.v. Pieter Cornelisz Nout, w.en o. 's heren weg, n. Aaltje Corsse, Gerrit Ariens Compeer en Joost Simonsz). Aan Maarten Cornelisz Kuijper en diens zwager (=schoonzoon?) Arie Lawijns werd reeds een deel betaald. Volgt schuldbrief ad ƒ 940 en gelijke brief t.b.v. Annetje Roncke, dochter van Stijntje Maartens en dus kleindochter van Antge Thijmons. [410]
    Akte gedateerd 12-12-1620: op 19-3-1616 kocht Jhr. Jan v.d. Werve heer van Urk en Emmeloord van mr. Christoffel Woutersz en diens moeder Aaltje Corsse haar huis etc. in de Nieuwstraat (belend n. de straat, o. de boomgaard van Gerrit Ariens Compeer, z. de scheisloot met wijlen(¥) Maarten Cornelisz Kuijper -nu v.d.Werve zelf- , w. weg en straat). Huis belast met ƒ -.4.- t.b.v. de Armen van Geervliet. [411]

     
    COMMENTAAR(¥) Merkwaardig: hier (in 1616 of 1620) is sprake van wijlen Maarten Cornelisz Kuijper, terwijl uit de volgende blijkt dat hij in 1622 nog leeft. Is deze akte soms later bijgeschreven en aangevuld?
    Op 25-8-1622 verzekeren Maarten Cornelisz, vroeger wonende buiten de Landpoort te Geervliet, met zijn zoons Arie Maartensz en Hendrik Maartensz, t.b.v. Paulus van Beresteijn een schuld van ƒ 800 op land dat hij heeft geërfd van zijn zuster Trijntje Cornelis: - de helft in 8 G 15 R in Oud Hoenderhoek (belend o. de Oudhoenderhoekseweg, z. de wederhelft van het land, toekomend de kinderen van wijlen Aalbrecht Cornelisz smid en Maartge Ariens, w. de Hoenderhoekse Achterdijk, n. Beresteijn) - de helft in 7 G 215 R aan de Dankertseweg (belend o. de weg, z. de erven Drenkwaart en het weeshuis in Den Haag, w. de wederhelft als boven, n. Jan Hendriksz). [412]
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Stijntje Maartens, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1607, tr. vóór 1618 NN.
      Op 30-4-1618 heeft Jhr. Jan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, van Maarten Cornelisz Cuijper en diens huisvrouw Antge Thijmons voor ƒ 2400 een huis en erf gekocht (belend z. Nicolaas Nicolay, de Anthonisplaats en Maritge Joosten, wed.v. Pieter Cornelisz Nout, w.en o. 's heren weg, n. Aaltje Corsse, Gerrit Ariens Compeer en Joost Simonsz). Aan Maarten Cornelisz Kuijper en diens zwager Arie Lawijns werd reeds een deel betaald. Volgt schuldbrief ad ƒ 940 en gelijke brief t.b.v. Annetje Roncke, dochter van Stijntje Maartens en dus kleindochter van Antge Thijmons. [413]
        Uit dit huwelijk (o.a.?):(¥)
      • aa. Annetje Roncke, geb. vóór 1618.

         
        COMMENTAAR(¥) In een akte van 1613 wordt een Ronck Everts vermeld. Zou hij haar vader, en dus de echtgenoot van Stijntje Maartens zijn?
    • 2. Hendrik Maartensz, ovl. na 1622.
    • 3. Arie Maartensz, ovl. na 1633, voogd van de drie nagelaten kinderen van wijlen Jacob Jansz Eland en Ariaantje Pieters (1633).[414]
  • d. Trijntje Cornelis, geb. vóór ca. 1585, ovl. 1618-1622, belendster te Geervliet bij de Oud-Hoenderhoeksedijk (1606), te Geervliet (1612), bij de Deurlo (1615, 1616), bij de Weg Regtuit (1617), in Nieuw-Hoenderhoek (1618), tr. verm. Arie Lawijns, ovl. na 1617.
    Op 18-6-1615 verzekert Aalbrecht Cornelisz smid t.b.v. Paulus van Beresteijn, oud-burgemeester van Delft, een losrente van ƒ 33 per jaar op een hoofdsom van ƒ 550 op: - 8 lijnen weiland genaamd Blommendaal aan de Dankertseweg (belend o. de weg, z. Lambrecht Hendriksz met bruikwaar, w. Jacob Jacobsz nu bij naasting Jacob Jansz, n. Hendrik Jansz) - 7 lijnen aan de Doorlo (belend w. de Doorlo, n. het weeshuis in Den Haag, o. Adriaan Fransz en Pieter Lenaartsz met bruikwaar, z. Jacob Jacobsz). Op dit land zijn verhaalbaar gerechtskosten van Trijntje Cornelis en Maritge Davids voor de gemene erfgenamen van zaliger Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens. [415]
    Op 31-8-1617 bekent Arie Lawijns, met Maarten Cornelisz Cuijper en Daniel Lawijns als borgen, aan Maritge Jooste wed. v. Pieter Cornelisz Nout en haar mondige en onmondige kinderen een schuld van ƒ 420 wegens koop van een huis en erf in de Hoogstraat (belend n. de straat, z.,o. en w. huis en erf van Cornelis Ariens Snier). Er is recht van afwatering via een goot langs het huis van Jan Ariens. In marge: niet geëffectueerd. [416]
    Op 30-4-1618 heeft Jhr. Jan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, van Maarten Cornelisz Cuijper en diens huisvrouw Antge Thijmons voor ƒ 2400 een huis en erf gekocht (belend z. Nicolaas Nicolay, de Anthonisplaats en Maritge Joosten, wed.v. Pieter Cornelisz Nout, w.en o. 's heren weg, n. Aaltje Corsse, Gerrit Ariens Compeer en Joost Simonsz). Aan Maarten Cornelisz Kuijper en diens zwager Arie Lawijns werd reeds een deel betaald. Volgt schuldbrief ad ƒ 940 en gelijke brief t.b.v. Annetje Roncke, dochter van Stijntje Maartens en dus kleindochter van Antge Thijmons. [417]
    Op 6-4-1623 transporteert Arie Fransz, schepen, mede voor zijn halfbroer Frans Fransz en voor de kinderen van wijlen zijn halfbroer Gerrit Fransz, nog voor Simon Dirksz Muijser als man en voogd van zijn zuster Berber Frans, allen erfgenamen(¥) van wijlen Trijntje Cornelis, aan Jan Maartensz Wittens pp. voor Jacob v.d. Goes, burgemeester van Brielle en ontvanger v.d. gemene middelen voor Voorne, Putten en Overflakke, 4 G 168 R op kaartnr. 189 (belend o. de Dankertseweg, z. Hendrik Jansz en de erfgenamen van Margrietha de Jonghe, w. de Polderweg, n. Dirk Jansz Caperman en Lambrecht Hendriksz met bruikwaar). [418]

     
    COMMENTAAR(¥) Hoe zijn zij erfgenamen? Was Trijntje Cornelis getrouwd met een Frans NN?

5484. = 10764. CORNELIS JACOBSZ VAN VELDEN.

5485. = 10765. MARIA POLS VAN DER MIJE ARENTSDR.

5536. NN TARGIER. Hij is vermoedelijk identiek met Jacob Jochumsz Tergier vemeld 1579.

Op 16-1-1579 verklaart Jacob Elbertsz, 's heren dienaar in de secretarie van Dordrecht, dat hij op verzoek van Jacob Jochumsz Tergier, ongeveer veertien dagen tevoren gearresteerd heeft een zekere Maerten de Vrunt, die op het punt stond uit Dordrecht te vertrekken. Maerten heeft beloofd, dat hij Dordrecht niet zal verlaten voordat hij Jacob Tergier heeft "voldaen met recht oft gemoede." [419]
    Uit hem (o.a.?)(¥):
  • a. Bartholomeus Targier (Tersier), geb. Doopsgez. Dordrecht, ovl. Dordrecht doopsgez. 4-6-1636, (=kw. nr. 2768).
  • b. Jochem Tergier, ovl. wellicht Dordrecht doopsgez. 8-2-1663 ("Jochem Tergier, jongman"), aangewezen (1636) als voogd over de voorkinderen van zijn broer Bartholomeus.

     
    COMMENTAAR(¥) Wie zijn verder:
    J. Targier, dichter, "vriend en kunstbroeder van Karel van Mander, voor wiens Schilderboek (eerste uitgave 1604) hij sonnetten plaatst".
    Jan Targier, predikant te Brouwershaven (1591) [420] (waar studeerde deze?).

5540. ADRIAEN (JOCHEMS) VAN GENT [421], geb. vóór ca. 1551, ovl. vóór 5-1-1590, "treedt zelfstandig op 3-9-1576 te Tiel,[422], heeft 6-6-1579 een geschil met zijn moeder, die zich beklaagt over zijn eigenmachtig optreden in geldzaken met betrekking tot haar lijftocht,[423]", tr. (verm. ca. 1578)

5541. CATHARINA VAN TOEVEN (TOEFFEN) [424], ovl. na 30-7-1598, compareert als wed. van Adriaen Jochems van Gent te Tiel 5-1-1590,[425] en 30-7-1598 [426] , tr. 1o [427] DIRCK VAN RIEMSDIJCK, ovl. (Tiel?) 15-3-1575 ("zijn vrouw in zwangere toestand achterlatend" [428]), zn. van Jacob Dirksz van Riemsdijck(¥) en NN Willem Pauwelszdr [429], [430].

Adriaen van Gent(h) vermeld in de Schepen Signaten Tiel 1570-1583 f133v, f194, Schepen Signaten Tiel 1585-1589 f18, f35v, f39v-124-127.
Dirrick van Riemsdijck vermeld in de Schepen Signaten Tiel 1570-1583 f90 en f111v, Schepen Signaten Tiel 1585-1589 f96.


 
COMMENTAAR(¥) De erven van Jacob van Riemsdijk (deze?) worden genoemd als belender in Leeuwen te Wamel [431].
    Uit haar tweede huwelijk (van Gent-van Toeven) geboren [432] :
  • a. Adriaen van Gent, ovl. verm. voor 8-4-1611.
  • b. Joachim van Gent, (=kw. nr. 2770).
  • c. Dirck van Gent, compareert nog 8-4-1611 met zijn broer Joachim. [433].
  • d. Lijsbeth van Gent.
  • e. Evaken van Gent.
  • f. Anneken Aerts, ovl. Dordrecht doopsgez. 4-11-1635 ("Anneken Aerts, Aert Jochimsz moeije"), filiatie niet bewezen. Ref. [434] vermeldt haar niet onder de kinderen uit het tweede huwelijk van Adriaen van Gent.

5544. JACQUES JACQUESZ TERWEN(¥), geb. vóór ca. 1555, betaalt in 1580 als Jaecques Teruwe ƒ 8,-- 50e penning te Dordrecht voor een huis op De Gevulde Gracht dat hij voor 25 gl. huurt van de weduwe van Rochus Woutersz, timmerman,[435] tr. vóór 1580[436]

5545. HEILTGE HENDRIKSDR PRINS(EN), ovl. na 1603 (mogelijk ovl. Dordrecht doopsgez. 14-12-1645 als "Heijlge Jaques Teruwen"). Zij wonen te Dordrecht sinds 1580. Hij is borg in 1591 voor Hendrik de Prins (zijn schoonvader ?), wonend te Luik.[437] Deze is verm. Henry le Prince, "née á Anvers, demeurant á Liége depuis 14 á 15 ans, ayant acquis le 24 juillet 1590 les métiers des févre, des drapiers et d'autres". [438] .

 

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk verwant aan ((klein)zoon van?) Jan Aertsz (van) Terwen, geb. Teruenne (?) 1511, ovl. Dordrecht 1589, beeldhouwer, die het eikenhouten koorgestoelte in de Groote Kerk te Dordrecht vervaardigt (1538-1542).[439]
Volgens Ref. [440] is er geen verwantschap met Abraham Philipsz Terwen van Antwerpen, schrijnwerker, hertr. Dordrecht 1594, als wednr. van NN, Lijsbeth Aert Woutersen.
 

    Uit zijn huwelijk (Terwen-Prins) mogelijk geboren [441] :
  • a. Hendrik Jacqueszn Ter(u)we(n), geb. vóór ca. 1585, ovl. Dordrecht doopsgez. 2-10-1625 ("Hendrick Teruwe hier Dienaer int Woort")[442]. ouderling van de Vlaamsch Doopsgezinde Gemeente te Dordrecht [443], huw. get. (1612), betaalt ƒ 15 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man, 6 kinderen, 3 vrouwen personeel ("twee winkel meysens 1 dienstmaecht"), [444] betaalt in 1626 als Hendrick Terwen, sijdecramer, £ 25,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in het Seste Quartier (beginnende in de Willem Oskenstraet aen de Voorstraet tot aen Steechoversloot),[445] otr./tr. 1o Dordrecht gerecht 1-5/10-6-1603 (get. Heijltken Princen, zijn moeder, en Caerl van Bockstael, hoedenmaker, haar vader, In margine: Jan Cornelisz, wielmaker, en Bartholomeus Henricxsz, schoenmaker, verklaren dat deze personen in hun (doopsgezinde) gemeente getrouwd zijn),[446] Kathalina (Lijntken) Karelsdr van Bo(c)kstaal, otr. 2o Dordrecht gerecht 9-11-1606 (get. voor hem Jan Jacobsz. Cotermans, voor haar Neeltken Jacob Cotermansdr),[447] Agatha (Aechtken) Jacob Jansdr van Wesel, huw. get. (1612, 1614), dr. van Jacob Jansz van Wesel en Kornelia (Neeltken) Jacobsdr Kotermans, tr. 3o Utrecht 26-6-1623[448] Sebilletje Verbeeck, ovl. na 1657, huw. get (1627), wed. van Daniel van Mollem, dr. van Jacob Verbeek, oudste van de doopsgez. gemeente te Utrecht, en Segerina Caf(fa). Zij hertr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 17-3/2-4-1628 Leendert Bastiaensz van de Roer.
    Op 17-10-1626 compareert Tanneken van de Kemel, weduwe van Johan Cabbeliau cum tutore en Honas Cabelliau haar zwager wonende te Rotterdam. Zij verkopen aan Sebilla Verbeeck, weduwe van Hendrick Terwen, een huis omtrent de Munt(aan de Voorstraat) genaamd Out Ceulen, staande tussen het huis van Franchoijs Fransz Bredehoff en het huis van koopster, strekkende van voren van 's herenstraat tot achter aan de Doelen. Koopster verkoopt aan verkoopster 5 gl. jaarlijkse losrente, verzekerd op het voornoemde huis. In margine: rentebrief geroyeerd op 30 jan. 1627. [449]
      Uit zijn tweede huwelijk (Terwen-van Wesel) :[450]
    • 1. Kathalina Hendriksdr Ter(u)wen, geb. Utrecht ca. 1606, ged. ald. doopsgez. 15-11-1626, ovl. Utrecht 26-9-1642, j.d. wonend te Dordrecht (1627), otr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 2-9-1627 (get. voor hem Jacques Terwe de Jonghe, voor haar Sibilla Verbeeck, haar "behout moeder"), tr. Dordrecht doopsgez. 26-9-1627 ("en zijn van Outste Jacop Verbeeck bevesticht")[451] Jakob Jakobsz Verbeek (de Jonge), geb. Utrecht, ovl. 8-1-1669, zn van Jacob Verbeek en Mayken van der Houten. Hij hertr. Haarlem 15-2-1643 Jacomina Ampe.
      Voor de nakomelingen uit deze huwelijken zie Wapenheraut 1910, pag. 1 e.v.
      Op 1-9-1627 verklaart Jacob Verbeeck de Jonghe, wonende te Utrecht, dat hij in Dordrecht is geweest om toestemming te geven voor het huwelijk tussen zijn zoon Jacob Verbeeck en Catelijn Tarwe, dochter van wijlen Henrick Tarwe, die als voogden haar verwanten Jacques Tarwe en Jeronimus Tarwe heeft. Onwetende over de procedure rond de aankondiging is hij met de voogden te snel naar Rotterdam vertrokken. Zij beloven zonodig voor de tweede aankondiging naar Dordrecht te komen. [452]
    • 2. Jan Hendriksz Terwen, tr. Petronelle Adams.
        Uit dit huwelijk mogelijk:
      • aa. Marij (Marijcke) Jans (Terwe), geb. vóór ca. 1660, filiatie niet bewezen, otr. Dordrecht 5-5-1680 Jan (van) Ro(o)der(e)velt.
          Uit dit huwelijk (o.a?):
        • aaa. Hermanus Rodervelt, ged. geref. Dordrecht 10-9-1681.
        • bbb. Lauwerens Rooderevelt, ged. geref. Dordrecht 18-6-1692.
    • 3. Jakob Hendriksz Terwen, ovl. Dordrecht doopsgez. 21-11-1649 ("Jacob Teruwen Henderickx, koordenwerker"), vermoedelijk identiek met Jacob Terwen, zijdewerker en burger van Dordrecht, die in 1545 optreedt in een akte betreffende zijn neef Jacques Terwen (zie kw. nr. 2773 sub a), tr. Magtild van den Berg.
    • 4. Heyltje Hendriksdr Terwen, tr. Jakob Joachimsz.
    • 5. Thomas Hendriksz Terwen, geb. Dordrecht vóór ca. 1620, ovl. mrt-sept. 1693, wonende te Utrecht (1642), bezit een hofstede te Werkhoven (1689), zijdereder te Utrecht (1693), legateert ƒ 100,-- aan de doopsgezinde gemeente te Utrecht 18-7-1693,[453] tr. 1o Utrecht 11-6-1642[454] Segertje (Segerina) Verbeek, ovl. Utrecht 11-4-1670, wed. van Govert Jansz Quartel, koopman te Rotterdam, dr. van Jacob Verbeek en Mayken van der Houten, tr. 2o Agnietje van Ingen,[455] otr. 3o Utrecht 20-6-1685 zijn schoonzuster,[456] Jacomina Ampe(n), ovl. na 1691, te Werkhoven, wed. van Jacob Verbeek.
      Op 21-12-1689 compareren te Utrecht ter ene zijde Thomas Terwen x Jacomina Ampen, wonend te Utrecht, en ter andere zijde Gysbert Ponssen van Vulpen x Jannitje Huyberts, wonend aan de Meern. Het betreft een overeenkomst over de leidinggevende werkzaamheden door de tweede party op de hofstede te Werkhoven van de eerste party, gedurende 2 jaren.[457]
      Op 27-6-1691 compareren te Utrecht Jacomina Ampen, geh. met Thomas Terwen, voor wie als gemachtigde optreedt Abraham Verbeeck Jacobszoon, haar zoon en koopman wonend te Utrecht, en Jan Cornelissen Loenderslooth, wonend te Isselsteyn. Het betreft de verpachting van de vruchten van een boomgaard in Werkhoven.[458]
      Op 30-3-1693 compareert te Utrecht Thomas Terwen, zydereeder wonend te Utrecht, voor het maken van een codicil. Het betreft herroeping, wyzigingen, en toewyzing van legaten onder verwijzing naar het testament d.d. 17-12-1682 voor notaris Ph. van Delden ten Berckhuys. Abraham Verbeeck Jacobszoon wordt benoemd tot substituut voogd en executeur in plaats van de overleden Jacobus de Vries.[459]
      Op 25-08-1693 compareert te Utrecht Abraham Verbeeck Jacobszoon, koopman wonend te Utrecht om te verklaren dat hy het executeur en voogdyschap, gesteld by testament en volgens bovenstaand codicil door Thomas Terwen, niet kan aanvaarden, met verzoek tot insinuatie aan Johannes Terwen, zijn mede-voogd en executeur.[460]
      Op 19-9-1693 compareren te Utrecht ter ene zijde Jacomina Ampen, laatst wed. van Thomas Terwen, en ter andere zijde de kinderen van Thomas Terwen. Het betreft afstand van pretenties op helft van huis de Zirckzeeuse Soutmaat, belend zz Wittevrouwenstraat, en tevens schenking van 8 jaar kostgeld.[461]
      Op 13-2-1694 compareren te Utrecht de erven van Thomas Terwen en zijn tweede vrouw Niesgen Aarts, in leven echtelieden, met name Johannes Terwen, hun zoon en sydereeder te Utrecht, Aachjen Terwen, hun dochter, Cathalina Terwen, hun dochter en wed. van Mattheus Noppen, en Johannes van Veen x Zegerina Terwen, hun dochter. Het betreft de scheiding van de boedels van hun vader en stiefmoeder. De huysinge ende erve aan de Zirckzeeuwse Soutmaat, belend zz Wittevrouwerstraat, te Utrecht gaat naar Johannes van Veen nomine uxoris. Verwijzing: plecht d.d. 13-4-1687 voor het gerecht van 's-Gravenhage. [462]
        Uit zijn eerste huwelijk (Terwen-Verbeek) geboren (o.a.?) :[463]
      • aa. Johannes Thomasz Terwe (Tarwe, Tarruwe, etc.), ovl. 1701-1704, afkomstig van Utrecht, legateert ƒ 500,-- aan de doopsgezinde gemeente te Utrecht 14-6-1692,[464] sydereeder te Utrecht (1694), fabriquer in stoffen (1699), tr. Utrecht (Domkerk) 20-4-1664 (get. Thomas Terwe, zijn vader en Trijntje Knippij, haar moeder) Sibylle (Belichjen) Jans Knippi, ovl. 1712-1720 (waarsch. kort voor 12-11-1720), dr. van Hans Knippi en Catharina (Trijntje) Goosendr. van Haringh (Trijntje Knippijs).
        Op 25-10-1701 testeren te Utrecht Johannes Terwe en zijn echtgenote Sibilla Knippi, wonend te Utrecht. Erfgenamen zijn Johanna Terwe, hun dochter, geh. met Henrik vand Sant, Segerina Terwe, hun dochter, gesepareerd van Jan Betrang en Jacomina Terwe, hun dochter, geh. met Johannes de Visser.[465]
        Op 10-12-1704 compareert te Utrecht Sibilla Knippi, wed. van Johannes Terwe, wonend te Utrecht voor het maken van een codicil. Het betreft bepalingen t.a.v. het fideicommissair verband betreffende de goederen die haar dochter Segerina Terwe van haar zal erven. Verwijzing: testament 25-10-1701 voor nots. A. Duerkant. [466]
        Op 17-12-1704 compareren te Utrecht ter ene zijde Sebilla Knippi, wed. van Johannes Terwe, en ter andere zijde Jan Pietersz Blommendaal. Het betreft huur en verhuur van een huyssinge en erve in de Smeesteegh, over het Bartholomeigasthuys te Utrecht.[467]
        Op 22-8-1710 testeert te Utrecht Sibilla Knippi, wed. van Johannes Terwe. Erfgenamen zijn Johanna Terwe, haar dochter, geh. met Gerad Wessens, Segerina Terwe, haar dochter, wed. van Jan Beterang, en Jacomina Terwe, geh. met Johannes de Visser. Verwijzing: eerder testament d.d. 25-10-1701 voor nots. A. Duerkant.[468]
        Op 16-2-1712 testeert te Utrecht Sibilla Knippi, wed. van Johannes Terwe. Erfgenamen zijn haar kinderen, met name Johanna Terwe, geh. met Gerard Wessens, Segerina Terwe, wed. van Jan Bezerany (sic!, leesfout?), en Jacomina Terwe, geh. met Johannes de Visser. Verwijzing: eerder testament d.d. 22-8-1710 voor nots. A. Duerkant.[469]
        Op 16-2-1712 compareren te Utrecht Sibilla Knippi, wed. van Johannes Terwe, en Johannes de Visser, haar swager (=schoonzoon). Het betreft een procuratie tot beheer van haar huizen in Utrecht.[470]
        Op 12-11-1720 compareren te Utrecht erven van Sebilla Knippi, in leven wed. van Johannes Tarwe, met name Segerina Tarwe, wed. van Jan Beterang, Jacomina Tarwe, wed. van Jan de Visser, en Jan de Haen x Sebilla van de Sand, dochter van wijlen Johanna Tarwe by Hendrick van de Sand voor de boedelscheiding.
        Naar Segerina Tarwe gaan a) 5 kameren gelegen nz Raemsteegh, belend achter Jan Gerritss, onder het gerecht De Waerde, b) een huysinge cum annexis gelegen nz Voorstraet anders St. Jansveld, belend ow Het Wapen van Jerusalem, onder het gerecht Utrecht, c) een huysinge of kamere gelegen zz Stroystege, belend ow Aeltje van Galen, ww de poortweg van N.N., wed. Antonis van Cuyck, en Johan van der Cloes, onder het gerecht Utrecht.
        Naar Jacomina Tarwe gaan a) een kamere cum annexis gelegen oz Groenesteeg, belend achter: het hof van nakomelingen van Alexander van Lamsweerde, de Jacobikerck, nw Dirk van Zuchelem, zw Jacobus Postel, onder het gerecht Utrecht, b) twee kameren annex met hofje gelegen Molesteeg by de Springweg, belend achter: hoff van NN Junius, ene zyde: poort van NN Junius, andere zyde: kamertjens van de Augsburgse kerk, onder het gerecht Utrecht, c) een kamere gelegen nz Lange Smeesteegh, belend ow NN Buys, ww schoenlapper NN Bommelaer, onder het gerecht Utrecht, d) een huysinge gelegen wz Lange Nieuwstraet ontrent de Brigittesteegh, belend ene zyde: Millo van de Lindeboom, andere zyde: Hendrick Siebeeck, onder het gerecht Utrecht, e) een huysinge ende hoff gelegen oz Nieuwegraft, tusschen de Wittevrouwebrug ende de Plompetoorn, met uytgang in de Zeebeexsteegh of Molesteegh, belend zw NN Breyer, nw nakomelingen van Jan Stevense van Doorn, achter: erf van NN Nelman, onder het gerecht Utrecht.
        Naar Jan de Haen gaat een huysinge cum annexis gelegen oz Nieuwegraft op de hoeck van de Zeebeexsteegje ofte Molensteegje ontrent de Plompentoorn, belend achter en zw N.N., wed. NN Criex, nw Zeebeexsteegje of Molensteegje, onder het gerecht Utrecht.[471]
          Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Utrecht :[472]
        • aaa. Johanna Terwe, ged. Domk. 13-1-1665, ovl. 1712-1720, tr. 1o voor 1701 Henrik vand Sant, ovl. 1701-1710, tr. 2o voor 1710 Gerrid (Gerad) Wessens, ovl. na 1712.
            Uit haar eerste huwelijk (vand Sant-Terwe):
          • aaaa. Sebilla van de Sand, ovl. na 1720, tr. vóór 1720 Jan de Haen, ovl. na 1733, zydeverver te Amsterdam (1730, 1733).
        • bbb. Catharina Terwe, ged. Domk. 16-9-1666, ovl. jong?
        • ccc. Catharina Terwe, ged. Catharinak. 30-11-1669.
        • ddd. Tomas Terwe, ged. Catharinak 30-11-1669, ovl. verm. voor 1701.
        • eee. Jaquemina Terwe, ged. Domk. 17-11-1671, ovl. jong? of is dit een leesfout en is dit Segerina?
        • fff. Johannes Terwe, ged. Domk. 17-11-1671, ovl. verm. voor 1701.
        • ggg. Jacomina (Jaquemijntje) Terwe (Terwen, Tarwe), ged. Catharinak. 22-11-1674, beg. Utrecht 5-4-1734, koopvrouw te Utrecht (1728), tr. Utrecht (Anthonie Gasthuis) 14-6-1698 (get. Harmen Wolf, oom van de bruid en Johannes Tarwe, vader van de bruid) Johannes de Visscher (de Visser), ged. geref. Utrecht Jacobik. 12-5-1670, ovl. 1717-1720, koopman in lakenen, gemachtigd tot beheer van de huizen van in Utrecht van zijn schoonmoeder (1712), zn. van Claes Woutersz. de Visscher en Gisberta (Gijsbertje) Lambert. de Wolf(f).
          Op 5-4-1728 compareren te Utrecht ter ene zijde Jacomina Terwe, coopvrouw binnen Utrecht en wed. van Jan de Visser, en ter ander zijde Jan de Visser, haar onmondige zoon. Het betreft haar toestemming tot diens huwelyk met Anna Catharina Ackerman, dochter van Johannes Ackerman en Willemina Dollemans, te Rotterdam.[473]
          Op 4-11-1730 compareert te Utrecht Jacomina Terwen, wed. van Johannes Visser, wonend te Utrecht voor het maken van een codicil betreffende een compensatie-regeling voor haar ongetrouwde kinderen, waaronder haar zoon Lambertus Visser, die nog extra wordt geprelegateerd. Jan de Haan, zydeverver te Amsterdam, wordt benoemd tot executeur.[474]
          Op 29-6-1733 testeert te Utrecht Jacomina Terwen, coopvrouw te Utrecht en wed. van Johannes de Visser op haar kinderen. Haar neef Jan de Haan, zydeverver te Amsterdam, wordt benoemd tot executeur. Verwijzingen: voogdbenoeming d.d. 8-7-1718 voor notaris W. Verwey en codicil d.d. 4-11-1730 voor notaris C.F. Pronckert.[475]
            Uit dit huwelijk 8 kinderen geref. gedoopt te Utrecht (1700-1717).
        • hhh. Segerina (Segertje) Terwen, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1720, tr. vóór 1694 (gescheiden van tafel en bed 19-7-1699) Jan Betrangh, ovl. 1701-1710. Zij gaat na de scheiding blijkbaar met haar kind weer bij haar moeder wonen.
          Op 19-7-1699 compareren te Utrecht ter ene zijde Jan Betrangh, geh. met Segerina Terwe, en ter andere zijde Segerina Terwe, geh. met Jan Betrangh, geassisteerd met Johannes Terwe, haar vader en fabriquer in stoffen en geh. met Sibilla Knippi, haar moeder. Zij scheiden van tafel en bed onder de bepaling dat Jan Betrangh jaarlyks ƒ 40,- zal betalen voor alimentatie van hun kind Elisabeth Betrangh. Verwijzing: testament d.d. 7-9-1694 voor notaris N. van Loosdrecht te Amsterdam.[476]
          Op 10-12-1704 compareren te Utrecht ter ene zijde Sibilla Knippi, wed. van Johannes Terwe, en ter ander zijde Segerina Terwe, haar dochter, gesepareerd van Jan Betrangh. Het betreft een schuldbekentenis van ƒ 488,- wegens bewezen diensten en lening. Zolang Segerina Terwe en haar kind by Sibilla Knippi wonen, zullen zy kost, inwoning en f 100,- per jaar ontvangen. Kwitantie wordt verleend op 1-10-1707.[477]
        Uit zijn tweede huwelijk (Terwen-Aarts) geboren (o.a.?) :
      • bb. Aachjen Terwen, ovl. na 1711.
      • cc. Cathalina Terwen, ovl. na 1694, tr. vóór 1694 Mattheus Noppen, ovl. vóór 1694, tr. 2?) voor 1711, (niet bewezen) Anselmus van 's Heerenbergh, ovl. na 1711.
      • dd. Zegerina Terwen, ovl. 1694-1711, tr. vóór 1694 Johannes van Veen, ovl. na 1711, sydereeder te Utreght (1711), Zij erven van haar vader een huysinge ende erve aan de Zirckzeeuwse Soutmaat, belend zz Wittevrouwerstraat te Utrecht.
        Op 9-9-1711 compareren te Utrecht ter ene zijde Johannes van Veen, sydereeder te Utreght en wedr. van Zegerina Terwen, dochter van wijlen Thomas Terwen, en ter andere zijde de erven van Zegerina Terwen, met name Anselmus van 's Heerenbergh x Catharina Terwen, Gerrid Wessens x Johanna Terwen, Segertje Terwen, wed. van Jan Betrangh, Johannes de Visscher x Jacomina Terwen, en Aagje Terwen. Het betreft een uitkoop waarvoor een huis De Zirikzeeuwse Soutmaet, belend zz Wittevrouwenstraat, onderpand is voor een derde deel van uitkoopsom, te betalen na overlyden van Johannes van Veen. Verwijzingen: testament d.d. 22-10-1694 voor notaris C. de Coole, codicil d.d. 13-5-1700 voor notaris C. de Coole, scheiding d.d. 13-2-1694 voor notaris P. Leechbruch.[478]
      • ee. Jacobus Terwe, geb. vóór ca. 1675, otr. Dordrecht 19-10-1698 Sijtje (Zijgje, Sijchje) Makke/Terwe/Kreeck/Kregel .
          Uit dit huwelijk (o.a?):
        • aaa. Thomas Terwe, ged. geref. Dordrecht 20-7-1699 (hier heet de moeder Kreek).
        • bbb. Maria Terwe, ged. geref. Dordrecht 29-8-1701 (hier heet de moeder Kreeck).
        • ccc. Lijsbeth Terwe, ged. geref. Dordrecht 22-9-1704 (hier heet de moeder Kreeck).
        • ddd. Jacoba Terwe, ged. geref. Dordrecht 21-5-1707 (hier heet de moeder Terwe).
        • eee. Johannes Terwe, ged. geref. Dordrecht 28-9-1709 (hier heet de moeder Makka).
    • 6. Sebilla Henderickx Ter(u)wen, jonge dochter van Dordrecht (1649), tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 20-5-/6-6-1649 (get. Jacob Neering, zijn goede bekende, en Hester van Mollen, de vrouw van Jan van Halma, haar zuster)(¥) Eemant van de Sande, jongman van Emmerich (1649).

       
      COMMENTAAR(¥) In Balen [479] valt deze dochter niet te vinden. Ook de getuige bij het huwelijk, de zuster Hester van Mollen, is enigmatisch. Hoe zit dit?
      Uit zijn derde huwelijk (Terwen-Verbeeck): (o.a.?)
    • 7. Hendrikje (Hendrina) Hendrickdr Terwe(n), geb. 1623-1625, ovl. 1654-1661, jonge dochter (1654), tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 26-5/21-6-1654 (get. Willem van Oosterwijck, zijn zwager, en Sebilla Verbeeck, haar moeder) Lodewij(c)k van de Poel, geb. Utrecht verm. ca. 1625, ged. Utrecht Doopsgez. 4-9-1647, ovl. Utrecht 2-10-1665 (dood aangegeven),[480] jongman van Utrecht (1654), zn. van Pieter van de Poel en Annechien Pieters van Ervervelt (zie kw. nr. 2775 ). Voor nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. 2775 sub e). s
  • b. Jacques Terwen, geb. ca. 1589, ovl. Dordrecht 20-7-1636, (=kw. nr. 2772).
  • c. (H)Ieronimus Ter(u)we(n), geb. vóór ca. 1590, ovl. Dordrecht doopsgez. 25-3-1638 ("Jeronimus Teruwe, diaken dienaar, sterft hier, zeer subijt"), koopman te Dordrecht, betaalt ƒ 13 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man, 1 vrouw, 4 kinderen, 1 man en 2 vrouwen personeel, [481] betaalt in 1626 als Jeronimus Terwe, coopman, £ 16,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in het Seste Quartier (beginnende in de Willem Oskenstraet aen de Voorstraet tot aen Steechoversloot),[482] is als Jeronimus Terwen, koopman en burger van Dordrecht, borg voor Cornelis Matthijsz Baelen, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht (1626),[483] huw. get. (1623, 1637), voogd over de dochter Catelijn van wijlen zijn broer Henrick Tarwe (1627), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1638), tr. 1o voor 1611[484] Hester Symons Bo(s)sch(a)ert, ovl. 1611-1619, otr. 2o Dordrecht gerecht 9-5-1619 (get. Philips Teruwe, en haar vader en moeder Frans Ariensz (van Dorsten) en Grietgen Jacobsdr Kotermans)) Maeijken Fransdr (van Dorsten), ovl. na 1641, huw. get. (1635).
    Op 2-10-1626 verkopen Melchior van de Broeck, schepen in wette te Dordrecht en Dingman Beens, beiden geordonneerde voogden van de weeskinderen van Cornelis Jansz van Breda en zich sterk makende voor Franchoijs Beens, mede voogd van voornoemde kinderen, aan Jeronimus Terwen, koopman en burger van Dordrecht, een huis, waar uithangt den Witten Engel, staande achter het stadhuis tussen het huis van Jan Jansz van Dongen en Henrick van Valckenberch. Waarborgen: Melchior van de Broeck en Dingman Beens, vervangende Franchoijs Beens. Kent betaald. Promittit quitare. [485]
    Op 19-4-1627 compareren te Dordrecht Grietken Jacobsdr, als grootmoeder, en Jeronimus Terwe, als oom van de drie onmondige weeskinderen van wijlen Cornelis Anthonisz, voor zichzelf, en zich sterk makende voor Cornelis van Dorsten, mede als oom en voogd van genoemde weeskinderen, enerzijds en Francoijs Geemansz, (vader van hierna te noemen Aper Fransz) anderzijds. Comparanten verklaren dat tussen hen geschil was ontstaan over de uitvoering van drie testamenten, t.w. het testament gepasseerd door Aper Fransz en zijn vrouw Digna Anthonisdr op 22 sept. 1620 en de testamenten van wijlen Corsken Apersdr en Tanneken Apersdr. Om verdere onkosten en moeiten door procederen e.d. te vermijden zijn comparanten door bemiddeling van hun advocaten tot een overeenkomst gekomen. Frans Geemansz zal in mei 1628 ten behoeve van de weeskinderen een somma van 150 gl. aan de weeskamer overdragen. Akte gecollationeerd op 20 juni 1627. [486]
    Op 15-10-1641 compareert Maria Fransdr van Dorsten, weduwe van Jeronimus Terwen, koopman te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan de Armen van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht 600 gl. en aan de Armen van de NG gemeente aldaar 200 gl. Aan zuster Anneken Fransdr vermaakt zij een jaarlijkse en haar leven lang durende uitkering van 30 gl.. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt ze haar drie kinderen Franchoijs Terwen, Jacob Terwen en Margrieta Terwen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Abraham Terwen, de halfbroer van voornoemde kinderen en Philips Terwen en Jan Fransz van Dorsten, hun ooms. [487]
      Uit zijn eerste huwelijk (Terwen-Bosschert):
    • 1. Abraham Jeronimusz Ter(u)wen, geb. 31-3-1611, ovl. Dordrecht doopsgez. 10-2-1674, beg. Dordrecht Grote Kerk, huw. get. (1669, 1673), koopman te Dordecht, tr. Dordrecht 8-8-1638[488] Margrieta Kornelisdr (van) Balen, geb. Dordrecht 2-9-1612, ovl. Dordrecht 18-8-1696, beg. Dordrecht Grote Kerk, huw. get. (1651), dr. van Cornelis Matthijsz Balen, zijdenlakenkramer, en Elisabeth van Dorsten.
      Zerk in de Grote Kerk van Dordrecht:[489] (niet vermeld in Bloys[490] ):
      "Hier r(us)t Abraham Terwen Ieronimuszoon overleden de 10 febuarii 1674 out zynde (62?) jaren 10 maenden en (10?) dagen en Margarita Balen syn huisvrouw overleden den 18 augustus 1696 oud zynde 83 jaare(n) 11 maanden en 15 dagen:"
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
      • aa. Hester Ter(ru)we, ovl. 1700/01, jonge dochter van Dordrecht (1669), woont te Utrecht (1679..1686), coopvrouw te Utrecht (1700), otr./tr. 1o Dordrecht gerecht/doopsgez. 8-8/2-9-1669 (get. Abraham Terwen, haar vader, voor hem Chrispijn van Outgaerden "uit de Achten van Dordrecht"),[491] Cornelis Hoor(e)ns, ovl. 1669-1679, jongman van Utrecht (1669), coopman te Utrecht, tr. 2o Amsterdam 29-12-1686[492] Pieter Noordijk, ovl./beg. Amsterdam 20/26-11-1708, koopman te Utrecht (1697), doopsgez. leraar te Utrecht (1699), te Amsterdam (1703), zn. van Pieter Noordijk en Martina Oillaerts. Hij hertr. 1703.
        Collectie Balen: "Eersang op het gewenschte houwelick van de begaefde discrete jongman Sr Cornelis Hoorens, bruydegom, en de eerbare deughtrijcke juffrouw juffr. Hester Terwen, bruyt, echtelick versamelt op den 1e sept. des jaers 1669". Door L. van Vos, Non est mortali quod opto en P. van Bracht, gedrukt te Dordrecht bij Nicolaes de Vries. [493]
        Op 1-11-1679 compareren te Utrecht ter ene zijde Johannes Andries, coopman, en Hester Terwe, wed. van Cornelis Hoorns, in leven coopman te Utrecht, en ter andere zijde Willem Oortman, wonend te 's- Hartogenbossche. Het betreft een procuratie om gelden te innen van Willem Peterss als erfgenaam of medeerfgenaam van Anthonis Peterss, in leven lakenkoopman in Lienden.[494]
        Op 28-10-1684 compareert te Utrecht Hester Terwe, wed. van Cornelis Horens, wonend te Utrecht om procuratie te verlenen aan Johan Beeckman, procureur te 's Gravenhage, tot het voeren van proces tegen kapitein NN Lamy.[495]
        Op 30-3-1685 compareert te Utrecht Hester Terwe, wed. van Cornelis Horens, wonend te Utrecht, om procuratie te verlenen aan Fredrick van Schorrenbergh, procureur te 's Gravenhage, om kapitein NN Lamyn rechtens te vervolgen, vanwege schulden.[496]
        Op 17-3-1687 compareren te Utrecht Piter Noordyck x Hester Terwe, wonend te Utrecht. Zij benoemen de langstlevende tot voogd over hun onmondige kinderen.[497]
        Op 10-4-1697 compareren te Utrecht Piter Noortdyck, coopman, x Hester Terwe, wonend te Utrecht om procuratie ter verlenen aan NN, om, voor de rekenkamer van Rotterdam, een verklaring af te leggen vanwege het collateraal. Hester Terwe, is medeerfgename van haar moeder Margareta Balen, in leven wed. van Abraham Terwe, koopman te Dordrecht.[498]
        Op 9-3-1700 compareert te Utrecht Hester Terwe, coopvrouw, geh. met Piter Noordyk, wonend te Utrecht, om procuratie te verlenen aan Piter van Pelt, coopman te Buiren, om een vordering by Margareta van Leuwen, genaamd Margareta van Heimbach, te innen.[499]
        Op 21-07-1701 compareren te Utrecht Piter Noordyk, wednr. van Hester Terwe, wonend te Utrecht, en Daniel Hoorens Cornelissoon, coopman te Amsterdam. Eerstgenoemde benoemt laatstgenoemde tot voogd over zyn onmondig kind Piter Noordyk. Daniel Hoorens Cornelissoon accepteert de voogdy. Verwijzing: voogdbenoeming d.d. 17-3-1687 voor notaris H. van Hees.[500]
      • bb. Lijsbeth (Elisabeth) Ter(u)wen, geb. Dordrecht, jonge dochter wonend te Dordrecht (1673), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 12-10-1673/okt. 1673 (get. Arien Jacobs Morre, zijn vader, Abraham Teruwen, haar vader) Jacob Morre, geb. Dordrecht, jongman van Dordrecht (1673).
      • cc. Marija Abrams Terwen(¥), jonge dochter van Dordrecht (1681), tr. Dordrecht doopsgez. 23-11-1681 Jacobus Verbrugge, weduwnaar van Rotterdam (1681).

         
        COMMENTAAR(¥) Wie is:
        Maria Terwe, geb. vóór ca. 1655, tr. vóór 1674 Jan van Breda.
            Uit dit huwelijk (o.a?):
          • 1. Johannes van Breda, ged. geref. Dordrecht 1-10-1674.
    • 2. Sijmon Jeronimus Teruwe, ovl. Dordrecht doopsgez. 24-9-1635. Hij zou mogelijk ook een zoon uit het tweede huwelijk kunnen zijn.
      Uit zijn tweede huwelijk (Terwen-van Dorsten):
    • 3. Franc(h)oijs Terwen(¥), ovl. Dordrecht doopsgez. 15-9-1668 ("Fransoijs Terwen, diaken dienaar"), betaalt als Frans Terwen, twijnder, 20 ponden (doorgehaald en vervangen door 15 ponden, met de aantekening "bij doleantie") 200e penning (1653),[501] koopman te Dordrecht (1666), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1665), tr. vóór 1659 Susanna (Susanneken) van Hoorn (Horen), ovl. Dordrecht doopsgez. 8-6-1686 ("Susanneken van Horen, weduwe van Francois Terwen"), burgeres van Dordrecht (1676, 1677), zet na de dood van haar echtgenoot diens twijnderij voort.

       
      COMMENTAAR(¥) Wie is:
      Maeijke France Terwen, ovl. genoteerd Dordrecht doopsgez. 9-2-1663 ("overleden te Haarlem").
      Weeskamer Dordrecht: extract uit het testament van Francoijs Terwen en zijn weduwe Susanna van Horen, gepasseerd voor notaris Johan Cop (wiens protocollen niet bewaard zijn gebleven) op 31 dec. 1659 en gecollationeerd op 16 okt. 1668: zij hebben elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemd. [502]
      Weeskamer Dordrecht: extract van het testament van Susanna van Hoorn, weduwe van Francois Terwen, burgeres van Dordrecht, op 28 juni 1677 gepasseerd voor notaris J. Hellu te Dordrecht, gecollationeerd op 3 sept. 1686. [503]
      Op 28-6-1677 compareert Susanna van Hoorn, weduwe van Franchois Terwe, burgeres van Dordrecht. Zij herroept eerdere testamenten, codicillen etc. Aangezien haar zoon Jeronimus Terwe nog onmondig is, wil zij dat terstond na haar overlijden voor hem "veniam aetatis" wordt verzocht, opdat hij zonder bemoeienis van anderen handel kan drijven. Tot erfgenamen benoemt zij haar vier kinderen, bij haar verwekt door Franchois Terwen. Zij legateert aan haar zoon Jeronimus haar twijnmolens, alsmede de schalen, kisten en gewichten en al hetgeen tot de twijnderij behoort. Aan de Armen van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht legateert zij 400 gl. Aangezien haar oudste dochter (Levijna Terwe) bij huwelijk een "behoorlijke" uitzet heeft gekregen, wil zij, dat haar overige kinderen elk uit haar boedel een somma van 1600 gl. zullen ontvangen. Zij benoemt tot voogden haar broer Willem van Hoorn en haar zwager Johannes Terwen. Comparante tekent met haar naam. [504]
      Weeskamer Dordrecht: Testament van Susanna van Hoorn, weduwe van Francois Terwe, burgeres van Dordrecht, gepasseerd voor not. Johannes Hellu op 12 nov. 1683: zij bekrachtigt het testament gepasseerd voor dezelfde notaris op 28 juni 1677, behalve dat zij in de plaats van haar inmiddels overleden broer Willem van Hoorn en haar zwager Johannes Terwe nu tot voogden benoemt haar zoon Jeronimus Terwe en haar twee "zwagers" (schoonzoons!) Lodewijck Terwe en Jan Welsingh (getrouwd met Maria Terwen Fransdr). [505]
      Op 21-5-1715 compareren Levina Terwen, weduwe van Lodewijck Terwen, Jeronimus Terwen, voor zichzelf en vervangende Jan Welsingh, koopman te Amsterdam, als echtgenoot van Maria Terwen en Adriaen op de Camp, als echtgenoot van Maria Terwen, allen kinderen en kleinkind van Susanna van Horen, weduwe van Francois Terwen. Zij verklaren, dat zij in gemeenschappelijk bezit hebben gehad een pakhuis in de Oude Breestraat, staande schuin tegenover de Lombardstraat, tussen het huis van Abram Bossaelaer metselaar en dat van Cornelis Verhouven bakker, welk pakhuis in jan. 1705 door hen is verkocht en aangenomen door Jeronimus Terwen voor een bedrag van 475 gl. 13 st. en 8 penn., waarvan ieder van hen comparanten een vierde deel ofwel een somma van 118 gl. 18 st. en 6 penn. heeft gekregen. [506]
        Uit dit huwelijk (vier kinderen in leven 1677):
      • aa. Jeronimus Terwe, geb. na 1652? (in 1677 nog onmondig), ovl. 1715-1722, voor ¼ eigenaar van een pakhuis in de Oude Breestraat (1705),s koopman te Dordrecht (1709), aangewezen als executeur-testamentair in het testament (1709) van zijn achternicht Jannetje Terwe (zij noemt hem "neef" zie kw. nr. 1773 sub a/3).
        Op 21-5-1715 compareren Levina Terwen, weduwe van Lodewijck Terwen, Jeronimus Terwen, voor zichzelf en vervangende Jan Welsingh, koopman te Amsterdam, als echtgenoot van Maria Terwen en Adriaen op de Camp, als echtgenoot van Maria Terwen, allen kinderen en kleinkind van Susanna van Horen, weduwe van Francois Terwen. Zij verklaren, dat zij in gemeenschappelijk bezit hebben gehad een pakhuis in de Oude Breestraat, staande schuin tegenover de Lombardstraat, tussen het huis van Abram Bossaelaer metselaar en dat van Cornelis Verhouven bakker, welk pakhuis in jan. 1705 door hen is verkocht en aangenomen door Jeronimus Terwen voor een bedrag van 475 gl. 13 st. en 8 penn., waarvan ieder van hen comparanten een vierde deel ofwel een somma van 118 gl. 18 st. en 6 penn. heeft gekregen. [507]
        Op 6-1-1722 compareren Levina Terwen, weduwe en boedelhoudster van Lodewijck Terwen, koopman te Dordrecht en Cornelis Terwen, mede koopman wonende te Dordrecht, als executeur van het testament van wijlen Jeronimus Terwen, koopman te Dordrecht, en als last hebbende van Jan Welsing Isaacszoon, koopman te Amsterdam, getrouwd met Maria Terwen en nog als last hebbende van Jan Welsing Isaacszoon en Francois Welsingh, als executeurs van het testament van Jeronimus Terwen, volgens procuratie gepasseerd op 31 dec. 1721 voor de Amsterdamse notaris Pieter Schabaalje. Zij verkopen aan mr. Pieter van der Dussen, schepen in wette en oudraad te Dordrecht, een pakhuis met toebehoren in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Abraham Bosselaar meester-metselaar en dat van bakker Van der Heul, voor 410 gl. [508]
      • bb. Levyna Fransdr Ter(u)we(n), geb. Dordrecht 1657, ged. Dordrecht doopsgez. en lidmaat 8-11-1675, ovl. Dordrecht doopsgez. (ingeschreven) 30-8-1729, beg. Dordrecht Grote Kerk 16-8-1729 ("op de Voorstraat, bij de Ruijtestraat, met koetsen, 8 boven de ordinaere", laat kinderen na, krijgt de eerste boete (wegens het begraven met meer koetsen dan wettelijk was toegestaan), jonge dochter van Dordrecht (1676), voor ¼ eigenaar van een pakhuis in de Oude Breestraat (1705), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 8-1/2-2-1676 (get. zijn vader Cornelis Teruwe, haar moeder Susanna van Hoorn, weduwe van Francois Teruwe) haar achterneef Lodewij(c)k Ter(u)we(n), geb. Dordrecht, ovl. 1714-1719, zn. van Kornelis Ter(u)wen en Segerina (Segertje) Verbee(c)k (zie kw. nr. 2773 sub b/2 ook voor verdere gegevens van dit echtpaar).
      • cc. Maria Fransdr Terwen, geb. ca. 1660, ovl. 1729-1732, jonge dochter van Dordrecht (1682), voor ¼ eigenaar van een pakhuis in de Oude Breestraat (1705), tr. Dordrecht doopsgez. 11-1-1682 Jan Isaacszoon Welsingh, ovl. 1722-1732, jongman van Amsterdam (1682), koopman te Amsterdam (17151722).
        Op 21-5-1715 compareren Levina Terwen, weduwe van Lodewijck Terwen, Jeronimus Terwen, voor zichzelf en vervangende Jan Welsingh, koopman te Amsterdam, als echtgenoot van Maria Terwen en Adriaen op de Camp, als echtgenoot van Maria Terwen, allen kinderen en kleinkind van Susanna van Horen, weduwe van Francois Terwen. Zij verklaren, dat zij in gemeenschappelijk bezit hebben gehad een pakhuis in de Oude Breestraat, staande schuin tegenover de Lombardstraat, tussen het huis van Abram Bossaelaer metselaar en dat van Cornelis Verhouven bakker, welk pakhuis in jan. 1705 door hen is verkocht en aangenomen door Jeronimus Terwen voor een bedrag van 475 gl. 13 st. en 8 penn., waarvan ieder van hen comparanten een vierde deel ofwel een somma van 118 gl. 18 st. en 6 penn. heeft gekregen. [509]
          Uit dit huwelijk (ouders Doopsgezind):[510]
        • aaa. Helena Welsingh, geb. Amsterdam 15-10-1682.
        • bbb. Francois Welsingh, geb. Amsterdam 9-4-1684, ovl. na 1732.
        • ccc. Zusanna Welsingh, geb. Amsterdam 7-6-1687
        • ddd. Geertruijd Welsingh, geb. Amsterdam 2-10-1689.
        • eee. Josina Welsingh, geb. Amsterdam 8-8-1695.
        • fff. Maria Welsingh, geb. Amsterdam 3-12-1697.
          Op 4-3-1732 compareren Jan van Delwijn, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Francois Welsingh en Jan Walijen, "als vermits het executeren van Heer Lodewijk Vermande alleen aangestelde Executeurs" van het testament van wijlen Maria Terwe, in haar leven weduwe van Jan Welsingh Isaacsz, gepasseerd voor de Amsterdamse notaris Isaacq Costerus op dec. 1729, beiden wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepaaseerd voor notaris Costerus op 11 febr. 1732. Zij verkopen in die hoedanigheid aan Cornelis Terwe, koopman te Dordrecht, de helft van zeker huis en erf, aan de weduwe Welsingh toebedeeld uit de boedel van wijlen Jeronimus Terwen, staande en gelegen op de Groenmarkt tussen het huis van de weduwe van burgemeester Hoeufft en het gewezen huisje, "nu reets vertimmert", van Maria Leendertsdr Vinck, waarvan de wederhelft toebehoort aan koper. Verkopers verklaren van de kooppenningen vandien, zijnde 2000 gl., voldaan te zijn met gereed en contant geld. [511]
      • dd. Josyna Terwen, geb. vóór ca. 1670, ovl. vóór 1713, j.d. van en wonend te Dordrecht (1692), otr./tr. Rotterdam stadstrouw 12/27-4-1692, otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 10-4/4-5-1692 (get. Laurens Terwen, zijn broer, Jeronimus Terwen, haar broer) Hendrik Terwen (senior), geb. Dordrecht vóór ca. 1670, ovl. 1698-1709, j.m. van Dordrecht, woont te Rotterdam (1692), was te Rotterdam in 1693 diaken en in 1698 ouderling van de Vlaamsche Doopsgezinde Gemeente, zn. van Jacques Terwen en Maria Laurensdr (van) Eppenhof (zie kw. nr. 2773 sub a). Voor verder nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. 2773 sub a/6.
    • 4. Jacob Ter(u)we(n), ovl. 1641-1675, tr. vóór 1676 Josina (Josijntie) Cornelisdr van Hoorn, ovl. na 1676, wonende te Dordrecht (1675), wonende te Emmerich (1676). Zij hertr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 3/19-5-1675 (zij geasst. met Cornelis Teruwe) Salomon van Wijlick, weduwnaar van Emmerich.
        Uit dit huwelijk (Terwen-van Hoorn) kinderen in leven 1676.
        Op 23-4-1676 compareren Susanna van Hoorn, weduwe van Franchoijs Teruwen, burgeres van Dordrecht, als procuratie hebbende van Josina van Hoorn, eerder weduwe van Jacob Teruwen en nu getrouwd met Salomon van Wijlick, wonende te Emmerich, mede als moeder en voogd van haar kinderen en tevens last hebbende van Margrieta Teruwen, weduwe van Philips van Caseel, en wonende te Haarlem, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Geraers te Haarlem op 8 april 1676, mitsgaders Margrieta van Balen, weduwe en erfgename van Abraham Teruwe, samen erfgenamen van voornoemde Jacob Teruwen, resp. hun broer en zwager. Zij verkopen aan Hendrick van den Santheuvel, oud-magistraat van Dordrecht, een huis en erf achter het stadhuis, genaamd "het Lam", staande tussen het huis van Sophia van Wesel en dat van Pieter Jurriaens, met nog een huisje daarachter in zekere gang, uitkomende in de Breestraat, voor 5000 gl. contant. [512]
    • 5. Margrieta Ter(u)wen, ovl. na 1676, jonge dochter (1653), wonende te Haarlem (1676), huw. get. (1672), tr. Dordrecht doopsgez. 6-4-1653 Flips van Kaseel, ovl. 1653-1676, jongman van Haarlem (1653).
    • 6. Johannis Terwe, geb. Utrecht, ovl. na 1677, jongman wonende te Utrecht (1666). otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 1/24-10-1666 (get. zijn neef Cornelis Terwe, pondgaarder te Dordrecht, Willem van Hoorn, koopman te Amsterdam, en Franchois Terwe, koopman te Dordrecht, resp. haar broer en zwager) Levijnna de Grae(d)t, geb. Haarlem, jonge dochter wonende te Dordrecht (1666).
  • d. Elizabeth Jacques Terwendr, geb. vóór ca. 1585, ovl. 1603/04, otr. Dordrecht gerecht 12-6-1603 (get. Heijltken Henricxdr, haar moeder, en Lieven Neering de man van zijn zuster) Boudewijn Segers (Taijaert), ovl. Dordrecht doopsgez. 23-9-1661 (als Boudewijn Taeijert), knoopmaker, jongman van Gent (1603), weduwnaar van Gent wonende te Dordrecht (1604), kramer (1607). Hij hertr. 1o Dordrecht gerecht 11-11-1604 Neeltken Jacobsdr Cotermans, en hertr. 2o Dordrecht gerecht 17-5-1607 Cornelia Gerrits van Bilaerdochter.
  • e. Janneken Jacobsdr Terwen, geb. vóór ca. 1590, jonge dochter wonende te Dordrecht (1612), otr. Dordrecht gerecht (onderscheiden gezindten) 22-3-1612 (get. voor haar Aechtken Jacobsdr. van Wesel, voor hem Henrick Terwen) Pieter Jansz, blauwercker van Haarlem (1612).
  • f. Lijntgen Jacobsdr Ter(u)we(n), geb. vóór ca. 1595, jonge dochter wonende te Dordrecht (1616), otr. Dordrecht gerecht (onderscheiden gezindten) 7-7-1616 (get. voor haar Jannigen Cornelisdr, vrouw van Jaecques Teruwe, voor hem Hendrick Teruwe) Isack Ariensz, weduwnaar van Oud-Beijerland (1616).
  • g. Philips Terwen (Tarwe), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1646, betaalt ƒ 5 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Wijnstraat, bewoond door 1 man, 1 vrouw, geen kinderen, [513] aangewezen als voogd over de kinderen uit het tweede huwelijk van zijn broer Jeronimus (1641), tr.eedt op als leenheffer voor de hoofdmannen van het hospitaal te Dordrecht 14-12-1646.[514]
  • h. Sara Terwe, geb. vóór ca. 1600, filiatie niet bewezen, otr. Dordrecht 20-12-1620 Jan Bastiaensen, vermoedelijk identiek met Jan Bastiaensse, schrijnwercker, betaalt in 1626 £ 2,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis int Steechoversloot.[515]
      Uit dit huwelijk (o.a?):
    • 1. Cornelis Jans, ged. geref. Dordrecht 1-3-1623.
    • 2. Claerke Jans, ged. geref. Dordrecht 1-2-1625.
    • 3. Abraham Jans, ged. geref. Dordrecht 1-1-1629.
    • 4. Marijken Jans, ged. geref. Dordrecht 1-10-1631.
  • i. Grietke Terwe, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1626 filiatie niet bewezen, aangeslagen in 1626 als "de weduwe van Claes Jacobs timmerman, nijet quotisabel" (inschrijving daarom doorgehaald), voor £ 2,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis "omme de houck van de Nieubreestraet naer 't Bagijnhoff" ,[516] otr. Dordrecht 8-5-1605 Claes Jacobsz, ovl. 1606-1626, timmerman.
      Uit dit huwelijk (o.a?):
    • 1. NN Claes, ged. geref. Dordrecht 1-4-1606 (naam van het kind niet genoemd).

5546. CORNELIS JANSZ(¥), ovl. Dordrecht doopsgez. 3-6-1633 ("Cornelis Jansz, diaken dienaar", van Dordrecht, kuiper (1592-1608), azijnmaker (1602-1633), tr.eedt op als voogd over het weeskind van zijn broer Pieter Jansz (1610-1618), diaken bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, betaalt in 1626 als Cornelis Jans, asijnmaecker, £ 26,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in het Thiende quartier beginnende vant Vischcoopershuijs op de Cleijne Vischmerckt tot den huijse ende brouwerije genaempt de Seven Sterren aen wedersijden vande Voorstraet,[517] tr. 2o vóór ca. 1600[518] NN, otr. 3o Dordrecht (schepenen) 13-5-1605[519] PIETERKE PIETERSDR, j.d., wonende te Dordrecht, dr. van Pieter NN en Lijsbeth Gielisdr, tr. 4o voor 1614[520] GOOLKEN JANSDR, ovl. Dordrecht 29-3-1640, huw. get. (1614, 1632), otr. 1o Dordrecht (schepenen) 22-10-1592[521]

5547. TRIJNTJE THONISDR REPELAER, geb. vóór ca. 1570, ovl. 1596-1605, van Dordrecht.

 

COMMENTAAR(¥) Volgens ms. Terwen[522] "bijgenaemt 't Geusje (...) zijnde 't Geusje een bijnaam aan sijn vader gegeven in de tijd van de Spaense Inquisitie, als wanneer enige burgers bijeen waeren, die ondereen uytriepen, indien ymand Geus wil worden die steek sijn vingeren op, en omdat dese Kornelis sijn vader d'eerste was, gaf men hem de bynaem vant Geusje." Echter, "Met de bijnaam 't Geusje werd hij overigens niet aangetroffen en het lijkt onwaarschijnlijk dat deze op hem betrekking heeft, dit naar zijn geschatte leeftijd gerekend. Hij trouwt nl. in 1592 en het hier bedoelde voorval zal, voor wat Dordrecht betreft, voor 1572 moeten hebben plaatsgehad."[523]

  

Wapen Repelaer (voor de adelsverheffing van 1816) : In groen een zilveren lepelaar, bek en poten van goud. Helmteken: de lepelaar tussen een vlucht, rechts groen, links zilver. Dekkleden: zilver en groen.[524]
1594. In de Kleine Spuistraat: Cornelis Jansz, kuiper, huurt van de erfgenamen van Reijer Jacobz.[525]

25 jan. 1597. Adriaan, Huich en Herman Repelaer Anthoniszonen, Cornelis Jansz, als man en vooogd van Trijntge Repelaers Anthonisdr en Anthonis Arentsz als man en voogd van Heijltge Repelaer Anthonisdr, zich sterk makende voor Marijcke Repelaer Anthonisdr, allen erfgenamen van Aechge Anthonisdr. Repelaer, transporteren aan Anthonis Willemsz, wijnkoper, de helft van een huis c.a., genaamd De Gouden Leeuw, staande over de Tolbrug, aan de poortzijde te Dordrecht, tussen het huis van Jacob van Diemen en dat van Jacob Govertsz, verkopers aangekomen door de dood van Aechge Anthonisdr. (Repelaer) voornoemd, van welk huis de genoemde Anthonis Willemsz de andere helft bezit.[526]

30 maart 1602. Cornelis Jansz, azijnmaker, koopt van Aert Reyniersz c.s. een huis, staande in de Kleine Spuistraat te Dordrecht, tussen het huis van Cornelis Pietersz, stebode (stadsbode) en dat van Laurens de spelmaker, alsmede een ledig erf, daar tegenover gelegen, waarop de genoemde Cornelis Jansz tegenwoordig azijn maakt.[527]

5 Jan. 1605. Olivier van de Vinck, procuratie hebbend van Frans Theunisz, wijnkoper, en Maritgen Theunisdr (Repelaer), echtelieden, verbindt ten behoeve van Cornelis Jansz, azijnmaker, de erfenis, die de genoemde Frans Theunisz is aangekomen door het overlijden van Aechtgen Thonisdr (Repelaer), die huisvrouw was van Theunis Willemsz, wijnkoper, evenals de besterfenis die deze laatstgenoemden is aangekomen door het overlijden van Heyltgen Thonisdr (Repelaer), die huisvrouw was van Thonis Adriaansz, pontgaarder, beiden zusters van de genoemde Maritgen Thonisdr (Repelaer), wegens 694 gl. van geleverde wijn, die Frans Theunisz aan Cornelis Jansz schuldig is.[528]

1 maart 1607. Thonnis Ariensz, pontgaarder, die getrouwd is geweest met Helena Anthonisdr Repelaer, verklaart dat zijn vrouw, in haar testament van 18 juni 1604 voor notaris Balis, aan haar broeders, en zusters 600 gl. had gelegateerd. Daarom verkoopt hij aan Adriaan Repelaer Anthonisz, zijn zwager, voor diens portie die hem in deze 600 gl. toekomt. 7 car. gl. losrente op een huis c.a. staande op de hoek van de Pelsebrug te Dordrecht, tussen deze brug en (het huis van) Maarten Balen, met gelijke brief op Hugo Repelaer, Herman Repelaer, de nagelaten kinderen van Marijke Repelaer, verwekt bij Frans Anthonisz, en op Cornelis Jansz als getrouwd hebbend Trijntken Repelaer.[529]

4 mei 1608. Cornelis Jansz, kuiper, koopt van Fransken Alewynsdr., weduwe van Gerard Jansz, molder. een huis c.a. staande op de hoek van de Grote Spuistraat (en de Voorstraat) te Dordrecht, tussen het huis van Theunis Cornelisz, schoenmaker, en 's Herenstraat.[530]

17 nov. 1610. Adriaan Repelaer Anthonisz, schepen in wette, en Hugo Repelaer Anthonisz, voor zichzelf en als ooms en bloedvoogden van de nagelaten weeskinderen van Catharina Repelaer Anthonisdr, verwekt bij Cornelis Jansz, azijnmaker, en mede voor het nagelaten weeskind van Herman Repelaer Anthonisz zaliger, Cornelis Jansz, azijnmaker, als actie en transport hebbend van Frans Anthonisz, te samen voor de ene helft, en Quintijn Pietersz van der Velde, bakker, en Pieter Albertsz, hoedenmaker, voor zichzelf en tevens vervangende en zich sterkmakende voor Janneken Meeusdr, weduwe van Hans Wilder, Aaltgen Meeusdr, weduwe van Frederick van Dousburch en eveneens, voor de achtergelaten kinderen van Willem Meeusz, voor de andere helft, allen erfgenamen van zaliger Thonis Willemsz, in leven wijnkoper te Dordrecht, verkopen aan Geerit Veder, een huis c.a. waar uithangt Gulick, staande bij de Tolbrug aan de landzijde te Dordrecht, tussen het huis van Jan de Braemaecker en dat van Gilles van Luffelen.[531]

12 okt. 1612. Inventaris van de nalatenschap van Herman Repelaer, weduwnaar, koopman, overleden 21 nov. 1609. Aldaar, op blz. 175: Cornelis Jansz, azijnmaker alhier "compt goet p. obligatie" van 500 gl. hoofdsom en van intrest 8 gl. 7 st., te samen 508 7 st. [532]

15 juni 1613. Cornelis Jansz, azijnmaker, voor zichzelf voor drie-vierde deel en als oom en voogd van het weeskind van Pieter Jansz, zijn broeder, en Adriaan Cornelisz, als behuwdoom van dit weeskind voor een vierde deel, verkopen aan Arien Huigensz, kuiper, een huis c.a., staande in de Vriesestraat te Dordrecht. tussen de Ploegkapel en het huis, van Cornelis Jansz en het weeskind, beiden voorgenoemd, elk voor een gelijk deel aan de andere zijde.[533]

9 okt. 1623: Crispijn van Outgaerden voor zichzelf, Jan Ariensz, steenhouwer, mede voor zichzelf en als vervanger van zijn broers en zusters, verkopen aan Cornelis Jansz, azijnmaker, twee-derde delen in een vierde deel van een geheel huis c.a., genaamd Het Avontmael, waarvan de koper de overige delen reeds bezit, staande in de Vriesestraat te Dordrecht, tussen het huis van Maarten Thonisz en dat van Aafken Hermansdr.[534]

13 okt. 1632. Testament van Cornelis Jansz, azijnmaker, en Gooltgen Jansz, echtelieden. Hij noemt zijn jongste zoon, Cornelis Cornelisz van der Fles en zijn vooroverleden zoon Thonis Cornelisz die gehuwd was met Mayke Dirksdr (van Oosterwijk). Zij noemt haar beide kinderen: Claus Cornelisz (van der Fles) en Cornelis Cornelisz (van der Fles). Zij stellen tot voogden: Jan Cornelisz (Vijgenboom), voorzoon, en Jacques Terwen, zwager (lees schoonzoon) van de testateur.[535]

4 april 1634. Scheiding van de nalatenschap van Cornelis Jansz zaliger. Jan Cornelisz (Vijgenboom), Jacques Terwen getrouwd met Janneke Cornelisdr, voor zichzelf en als voogden over Cornelis Cornelisz (van der Fles), onmondig weeskind van Cornelis Jansz zaliger en Goolken Jansdr, echtelieden, alsmede over Dirk Theunisz (van Oosterwijk), nagelaten weeskind van zaliger Theunis Cornelisz en Mayke Dirksdr (van Oosterwijk), echtelieden, en Nicolaas Dirksz (van Vianen), getrouwd met Heyltgen Cornelisdr, alsmede Nicolaas Cornelisz (van der Fles) als vervanger van Willem Dirksz van Oosterwijk die getrouwd is met Pieterke Cornelisdr, allen kinderen en erfgenamen van zaliger Cornelis Jansz. Jan Cornelisz (Vijgenboom) verkrijgt het huis c.a. staande in de Kleine Spuistraat, tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Pietersz, stadsbode, en dat van wijlen Laurens de spelmaker. Nicolaas Dirksz (van Vianen) verkrijgt het huis, genaamd Het Avontmael, staande in de Vriesestraat, tussen het huis van Maarten Thonisz kuiper. en dat van Cornelis Jansz, huistimmerman. Nicolaas Cornelisz (van der Fles) verkrijgt het huis genaamd De Asijnfles, staande op de hoek van de Grote Spuistraat (en de Voorstraat), belend door de Spuistraat en het huis van Cornelis Burgers, met de azijnplaats daartoe behorende, gelegen in de Kleine Spuistraat, tussen de stadsgracht of gemene gang en het huis van Jan van der Burch. [536]
    Uit zijn eerste huwelijk (Jansz-Repelaer) geboren [537] [538] (te Dordrecht?) :
  • a. Jannetje Cornelisdr, (=kw. nr. 2773).
  • b. Thonis Cornelisz, geb. 1592-1600, ovl. Dordrecht 18-1-1625, betaalt als azijnmaker ƒ 6 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man, 1 vrouw, [539] tr. vóór 1622[540] Mayke Dirksdr van Oosterwijk, ovl. na 1626(¥), betaalt als wed. van Thonis Cornelis, asynmaecker, 18 lb 15 s. hoofdgeld (1626) ("1626: Wederom inde Stadt, de wed. van Thonis Cornelis asynmaecker 18 lb 15 s.)[541] betaalt in 1626 als de weduwe van Teunis Cornelis, asijnmaecker, £ 6,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in het Elffde quartier beginnende vande Vuijlpoort tot aende Seven Sterren aen wedersijden inde Voorstraet,[542] Zij hertr. Dordrecht gerecht 31-12-1625 Jan Nering.

     
    COMMENTAAR(¥) Zou zij identiek zijn met Marijken Dirickxz van Vijane, ovl Dordrecht doopsgez. 16-1-1627.
    vul aan NL
  • c. Heiltje Cornelisdr, geb. 1592-1605, ovl. Dordrecht 2-1-1649, "daer de Vsanens uyt syn"[543], j.d. van Dordrecht, winkelierster ald, tr. Dordrecht (schepenen) 23-5-1624[544] Claas Dirksz. (van Vianen), ovl. Vianen 29-1-1639 (Dgz. overlijdensregister Dordrecht: "29 jan. 1639 Claes Dirickxsz, Dienaar in het Woord, overleden te Vianen"), koopman, twijnder, bakker, dienaar in het Woord bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht,[545] betaalt als twijnder ƒ 6 hoofdgeld (1622), 11 lb. 5 s. (1626), als eigenaar van een huis in de Voorstraat bij de Vuilpoort, bewoond door 1 man, 1 vrouw, 1 vrouw personeel,[546] betaalt in 1626 als Claes Dircxs Abspeuij (!), £ 4,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in Voorstraet beginnende van de steijger over de Seven Sterren, bij de Vuijlpoort.[547]
    vul aan NL
    Uit zijn tweede huwelijk (Jansz-NN) geboren :
  • d. Jan Cornelisz. (Vijgenboom), geb. ca. 1600-1605, ovl. Dordrecht doopsgez. 4-11-1665 ("Jan Cornelisz Vijgenboom, diaken dienaar"), beg. Dordrecht Grote Kerk noorderzijbeuk onder een zerk met het opschrift "HIER LEYT BEGRAVEN JAN CORNELISSE VYGENBOOM OUT 65 JAREN. IS GESTORVEN DEN 4 NOVEMBER 1665" [548]), "na syn uythangbort genaemt Vijgeboons",[549] kruidenier, diaken bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, woonde in een door hem "nieuw getimmerd" huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, in welk huis hij en zijn vrouw ook zijn overleden, huw. get. (1638, 1639), burger van Dordrecht (1645), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1665), tr. 1o vóór ca. 1634[550] Annetje Joosten Bogaert, ovl. Dordrecht doopsgez. 24-11-1650 ("Anneken Joosten, huisvrouw van Jan Cornelisz"), dr. van Joost Bogaert en Catharina Kesteloot, tr. 2o Amsterdam (schepenen) 8-10-1651[551] Maria Jacobsdr Messchert, geb. ca. 1611, ged. Amsterdam (Doopsgezind) 4-6-1634, ovl. Dordrecht doopsgez. 21-12-1673 ("Marijke Jacobs, weduwe van Jan Cornelisse Vijgenboom"). dr. van Jacob Dirksz. Messchert en Jannetgen Jansdr.
    Op 24-6-1645 verkoopt Jan Cornelisz Vijgeboom, burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Willem Jansz van Ratingen, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Lombardbrug, staande tussen de brug en het huis van Willem Joosten, tingieter. Waarborg: Huijbert Roosboom, als last en procuratie hebbende van Pieter Hoochlander, apotheker. [552]
    In de boedelinventaris van Maertien Jacobsdr Metschert, weduwe van Jan Cornelis Vingeboom (29-1-1674) worden o.a. de volgende schilderijen genoemd : Een gesteeghte schilderije met een ebbe lijst en een glas daerover, opde Voorcamer. Een groote schilderij zijnde een lantschap, Een dito schilderije zijnde mede een lantschap. [553]
    Op 16-5-1679 compareren Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom, hun oom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit voornoemde nalatenschap. [554]
      Uit zijn eerste huwelijk volgens Ref. [555] geen kinderen. Gezien de bovenstaande akte blijkbaar ook niet uit zijn tweede huwelijk.
      vul aan NL
    Uit zijn derde huwelijk (Jansz-Pietersdr) geboren :
  • e. Pietertje Cornelisdr, geb. 1605-ca. 1612, ovl. (aangegeven) Utrecht 9-10-1648, j.d. van Dordrecht (1632), otr./tr. Dordrecht doopsgez./schepenen 3/21-12-1632 (get. Jacques Terwe, zijn zwager, Goolken Jansdr, haar stiefmoeder),[556] tr. Utrecht 29-12-1632[557] Wil(le)m Dirksz van Oosterwij(c)k, geb. ca. sept. 1605, ovl. (aangegeven) Utrecht 28-5-1677, j.m. (1632), zijdenlakenkoper. Hij hertr. 1649 Geertruyt Petersdr van de Poel, dr. van Pieter van de Poel en Annechien Pieters van Ervervelt (zie kw. nr. 2775 sub b).
    Op 13-5-1650 maken van Willem van Oosterwijk en Geertruyt van de Poel een mutueel testament. Aan zijn vier kinderen uit zijn eerste huwelijk komt 4000 gl. toe wegens hun moederlijk goed. [558]
    Op 18-6-1661 maakt Geertruyd van de Poel, vrouw van Willem van Oosterwijk, zijdenlakenkoopman, een testament.[559]
      Uit dit huwelijk (van Oosterwijk-Cornelisdr) :[560]
    • 1. Dirk van Oosterwijk, geb. 19-10-1633.
    • 2. Anneke van Oosterwijk, geb. 6-12-1634.
    • 3. Cornelis van Oosterwijk, geb. 6-9-1636.
    • 4. Petronella van Oosterwijk, geb. 13-7-1638.
    • 5. Dirk van Oosterwijk, geb. 14-7-1640.
    • 6. Cornelis van Oosterwijk, geb. 20-9-1642.
    • 7. Johannes van Oosterwijk, geb. 5-12-1646.
    • 8. Pieter van Oosterwijk, geb. 22-6-1648.
    Uit zijn vierde huwelijk (Jansz-Jansdr) geboren (volgorde onzeker) :
  • f. Trijntje Cornelisdr, geb. 1605-ca. 1608, ovl. Dordrecht doopsgez. 23-6-1630, j.d. van Dordrecht (1626), otr. Dordrecht (schepenen) 7-1-1626[561] Cornelis Dirksz van Oosterwijk, geb. ca. 1600, ovl. Dordrecht doopsgez. 25-1-1673 ("Cornelis van Oosterwijck, diaken dienaar"), j.g. van Oosterwijk, azijnmaker, wonende in het huis De Vergulde Paele, aan de Vest nabij de Vuilpoort te Dordrecht, is voogd van het weeskind van Abraham Nering (1638), diaken bij de Doopsgezinde gemeente aldaar (1673), huw. get. (1640..1669). Hij hertr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 6/9-4-1631 Aelgen Isra(h)els (ovl. 1636), en Dordrecht gerecht/doopsgez. 24-3/10-4-1639 Saergen Heindrickxz, weduwe van Bartelmeeus Tarsier (zie kw. nr. 1768 ).
    vul aan NL
  • g. Claas Cornelisz (van der Fles), geb. ca. 1612, ovl. Dordrecht doopsgez. 13-11-1663, j.m. van Dordrecht, azijnmaker, koopman in granen, diaken bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, wonende ald. in het huis De Asijnfles in de Voorstraat op de hoek van de Grote Spuistraat, "van der Fless naest uythangt",[562] als Claes Cornelisz Fles, koopman te Dordrecht, get. in een akte (1644), treedt in 1649 samen met Aert Jochemsz van Gent op namens de doopsgezinde gemeente Dordrecht om een conflict tussen twee medebroeders op te lossen,[563] huw. get. (1649), tr. Rotterdam (schepenen) 26-4-1639[564] Lijsbeth Jansdr. Bosschaers, ovl. Dordrecht doopsgez. 10-1-1650 ("Elisabet Bosschaert, huisvrouw van Klaes Cornelisz van der Fles"), wed. van Baltus Verdonck.
    In de boedelinventaris (op verzoek van de weesmeesters Johan Cornelis Vijgenboom en Cornelis Dircxsz van Oosterwijck) van wijlen Nicolas Cornelisz van der Fles (2-1-1664) worden o.a. de volgende schilderijen genoemd : De kersnacht door B. Cuijp, inde Binnenkeucken. [565]
    Dit schilderij komt kennelijk terecht bij zijn neef (oomzegger) Jacques Terwen x Maria Laurensdr (van) Eppenhof, in wier boedel het in 1677 wordt vermeld (zie kw. nr. 2773 sub a).
    Van de schilder Benjamin Gerritsz Cuijp (zie kw. nr. 5557 sub j) is thans geen "kersnach(t)" bekend. Eventueel zou het kunnen gaan om diens "Aanbidding der wijzen" (datering 1627-1652) of "De aanbidding der herders" (datering 1633-1636). [566]
      Uit dit huwelijk:[567]
    • 1. Johannes van der Fles, ovl. Dordrecht doopsgez. 14-2-1665 ("Johannes van der Fles, jongman"), "ongetrout gestorven".[568]
    • 2. Go(uwe)li(j)na van der Fles, geb. Dordrecht vóór ca. 1642, ovl. 1666-1692, gedoopt en doopsgezind lidmaat te Dordrecht 20-3-1660 als Golijntie Klaesdr van der Fles jonge dochter, jongedochter, wonende te Dordrecht (1666), otr. Dordrecht gerecht 6-5-1666 (get. Sr. Verdonck, zijn vader, en Jan van de Cloot en Cornelis Dircxsz Oosterwijck, haar ooms) otr./tr. Rotterdam stadstrouw 8/23-5-1666 tr. Delft 30-5-1666 Ja(e)cques Verdonck, geb. Rotterdam, ovl. na 1692, j.m., afkomstig van Rotterdam (1666).
      Op 3-7-1692 neemt Margrita van Blenckvliet (weduwe) een hypotheek van ƒ 1300,-- op Jacob Roskam en Jacques Verdonck (weduwnaar) en Elisabeth Verdonk. Het betreft drie onderpanden te Dordrecht waarvan telkens eenderde deel gehypothekeerd is. De eerste twee staan op de hoek van de Spuistraat, het derde in de Bagijnhof. Belenders zijn Wouter de Gelder, secretaris militaire zaken, Elisabeth Hulsthout ((diens?) weduwe), Geertruij Reebergen, Leendert van Steijn ((diens?) weduwe). Verder worden genoemd : Johannes van der Cloot (overleden), Golina van der Fles (overleden), Claes van der Fles Cornelisz (overleden), Hendrick Hoffman Antonij van Meeningen (overleden). [569]
    • 3. Maria Nicolaesdr van der Fles, jonge dochter van Dordrecht (1665), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 3/26-12-1665 (get. Jan Woutersz van Swieten en Cornelis Verdonck, zijn ooms, en voor haar Crispijn van Outgaerden, Jan van de Cloot, Cornelis Dircxsz van Oosterwijck en Abraham Terwe) Joost Outerman, jongman van Haarlem en daar wonende (1665), waaruit : een kind, "dood".[570]
      vul aan NL
  • h. Cornelis Cornelisz (van der Fles), geb. ca. 1620, ovl. (aangegeven) Utrecht 6-11-1648, genoteerd Dordrecht doopsgez. Kb. 7-11-1648 ("Cornelis Cornelisz van der Fles, overleden in Utrecht"), zijdenlakenkoper, tr. Utrecht (schepenen) 16-9-1643[571] Stijntje Abramsdr Sprong. Zij hertr. 1655.
      Uit haar eerste huwelijk (van der Fles-Sprong) :[572]
    • 1. Kornelis van der Fles, "ongetrout gestorven".
    • 2. Roeland van der Fles, tr. Susanna Bosschage.
      vul aan NL

5550. PIETER HENRICXSZ VAN ERVERVELT\*, tr. vóór 1600

5551. TANNEKEN (VAN) HULSEN, parentatie niet bewezen.

 

COMMENTAAR(¥) Het lijkt erop dat "van Ervervelt" een toponiem is, verwijzende naar de plaats Elberfeld bij Wuppertal (D).
 

    Uit dit huwelijk:
  • a. NN Pieters, ged. Dordrecht sept. 1600 (vader Peeter Hendrixsz), (=kw. nr. 2775). Zij is mogelijk Annechien Pieters van Ervervelt.
  • b. Baijken Pieters, ged. Dordrecht sept. 1603 (vader Pieter Hendrixsz), mogelijk identiek met Baeijken de oude, ovl Dordrecht doopsgez. 25-10-1643.
  • c. Baptiste Pieters (van Ervervelt), ged. Dordrecht mrt 1606 (vader heet hier Pieter Henricxsz van Ervervelt).

5556. GERRIT GERRITSZ CUYP, geb. Venlo ca. 1565 [573] , beg. Dordrecht Grote Kerk 15-5-1644 [574] ("deftig" vanuit de Tolbrugstraat [575] ), glaesmaecker, glasschrijver of glasbacker, grof- en fijnschilder te Dordrecht, maakte in opdracht der stedelijke regeering van Dordrecht in 1597 het glas voor de St. Janskerk te Gouda, in 1605 voor de kerk te Woudrichem (voor ƒ 180,--) en in 1618 voor de nieuwe kerk te Niervaart of de Klundert (voor ƒ 100,--),[576] lid van het St. Lucasgilde te Dordrecht op 19-1-1585 (entreegeld 5 nobelen in 5 termijnen) [577], boekhouder (1606-1608) en deken (1608/09) van het St. Lucasgilde,[578] woont in de Nieuwe Tolbrugstraat (Waterzijde) (1594) [579], pacht een tuin buiten de St. Jorispoort,[580] betaalt in 1626 als Gerrit Gerritsz, glaesmaker, £ 1,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in de Tollebrugstraet,[581] otr./tr. 2o Dordrecht 9/30-6-1602 [582] EVERIJNKEN ALBERTSDR, ovl. Dordrecht 22-4-1622, wed. van Herman Jansz, hellebaardier. tr. 3o Dordrecht 2-7-1623 [583] of 3-7-1623[584] . HAESGEN HENRICK LAUWERENSDR, beg. Dordrecht Augustijnenk. juli 1624. wonende in de Grote Spuistraat te Dordrecht (1623), tr. 4o Dordrecht 3-12-1624 [585] AEGKE(N) ARIAENS, ovl. Dordrecht Grote Kerk dec. 1624, wed. van Jan Pietersz Blom, schipper uit 'De Monnik' bij het Groothoofd te Dordrecht. otr./tr. 5o Dordrecht 26-10-1625/nov. 1625 [586] ANNEKE TIELMANSDR (VAN BRACHT), ovl. (Mül)bracht 1654/55 [587], wed. van Gerrit Stoffels, dr. van Tielman Pleunisz, afkomstig uit Bracht in het land van Gulik [588], woont (1625) ten huize van haar broer Herman Tielmanse van Bracht, laekenvercooper te Dordrecht, en (1652) te (Mül)bracht [589], otr./tr. 1o geref. Dordrecht Augustijnenkerk 20-1/3-2-1585[590]

5557. GEERTKEN MATTHIJSDR, ovl. Dordrecht 1601 en door de gezamenlijke gildebroeders ten grave gedragen, otr. 1o BERNAERT PELGRIMS, ovl. vóór 1585.

"Als Geraert Geraertsz glaesscryver int gildt quam in den Swarten Arent met die ghemeen gesellen verdroncken op den 19en January 1584(¥) : 3 pond 10 gulden", betaling van 5 Engelse nobels á 2 gld. 10 st. [591].

 
COMMENTAAR(¥) Oude stijl, dus ten rechte 1585


"Gerit Geritzs, glaesscriver betaalt 3 st. voor een knecht" [592].

"Geraert den glaesscryver betaalt 10 st. voor eenen leerjongen" [593].

Gerrit Gerritsz Cuyp maakte in opdracht van de stadsregering van Dordrecht in 1596/97 het glas voor de St. Janskerk te Gouda, in 1605 voor de kerk te Woudrichem voor f 180,-- en in 1618 voor de nieuwe kerk te Niervaart of De Klundert voor f 100,--. Uit de thesauriersrekeningen blijkt dat hij grote bedragen (f 824,--) ontving voor het repareren van glazen en het maken van beschilderingen [594].
Boedelinventaris van Everina Aelberts (12-7-1622): "Staetken jnt Corte, ten begeerte van Mr. Gerrit Gerritssz, glaesbacker, Gemaeckt vuijt den jnventaris byden selven Mr. Gerrit met sijn eijgenhant gescreuen, en opten xij.e Julij 1622 ter weescamere jn Dordrecht geexhibeert vande goederen nagelaten bij Everina Aelberts zijne laetste huysvrouw zulcx sij de selve goederen metten voorsz Mr. Gerrit jnt gemeen hadde....". Hierin worden o.a. de volgende schilderijen genoemd :
  • Item een schilderije voor jnt huys van Jacobs leer aldaer open gelaten, Maer alhier bijden (ver)sz mr Gerrart gewaerdeert op 12-0-0
  • Item ij geschilderde hondekens mede aldaer nyet gewaerdeert maer alhier gestelt op een tot 0-8-0
  • Item een geschildert doots hooft met een kinden mede aldaer nyet gewardeert, maer alhier tot 1-10-0
  • Item een schilderije van Abraham mede aldaer nyet gewaerdeert, maar alhier gestelt, gelijck hij Gerrart dat heeft gecost tot 2-10-0
  • Item jnde koken iiij schilderijen, mede aldaer nyet gewaerdeert, maar alhier genomen tstuck tot xxiiij sts 4-16-0, jnde koken
  • De schilderije van (ver)loren soon bijde erffgenamen jn hare (ver)sz verhooginge gestelt, zeijt den (ver)sz Gerrart te sijn begrepen onder de voorsz iiij partijen, dus hier 0-0-0
  • Item opde achtercamer volgende de (ver)sz verhooginge negen schilderijkens, daer onder den (ver)sz Gerrit Gerritsz seijt te sijn een schilderije van Esechiel mede nyet gewaerdeert maer wert alhier gestelt op xxx gl js 30-0-0
  • Item het conterfeytssel van hem met sijne voorsz huysvrouw, de welcke hij sustineert nyet behoot te werden geexstimeert, Maer is den voorsz Gerrit te vreden, dat de (ver)sz kinderen naer haer nemen hare (ver)sz Moeder, mits dat hij behoude sijnne (ver)sz contrefaictsel, dus hier 0-0-0
  • Item vijff cleene pinneelkens sonder lijsten mede bijde voorsz erffgenamen nyet gewaerdeert, maer bijde voorsz Gerrit Gerritssz genomen (hoe wel de selue soo veel nyet sullen gelden) tstuck tot xxx sts 7-10-0
  • Item noch een schilderijken van een doots hooftken, met een kindeken, mede aldaer nyet vuytgetogen, maer alhier om redenen genomen op 2-0-0
[595]
In juni 1652 machtigen de kinderen van Lysbet Tielmansdr (van Bracht) en Herman Tielmansz (van Bracht) hun oom Jan Tielmansz van Bracht en tante Anneke Tielmansdr van Bracht, "tegenwoordigh woonende tot Mulbracht in't lant van Gulyck" tot verkoop van huis en erf van wijlen hun vader Tielman Pleunisz. [596]
    Uit zijn eerste huwelijk (Cuyp-Matthijsdr) gedoopt te Dordrecht :[597]
  • a. Maritken Gerrits Cuyp, ged. 1-12-1585, tr. Zwijndrecht 28-10-1612 Pieter Willemsz, kleermaker.
      Uit dit huwelijk: 2 dochters.
  • b. Abraham Gerritsz Cuyp, ged. verm. 16-2-1588 (geen kindsnaam vermeld), ovl. vóór 1644, glazenmaker, bewoonde in 1619 een huis aan de Nieuwe Haven, in huur van Cornelis Mesjan, tr. 1o Dordrecht 12-6-1612 Janneken Tonis Janssensdr, ovl. 1621-1627, tr. 2o Dordrecht 26-12-1627 Neeltgen Cornelisdr.
      Uit zijn eerste huwelijk (Cuyp-Janssens) gedoopt te Dordrecht :[598]
    • 1. Gerrit Abrahamsz Cuyp, ged. maart 1613.
    • 2. Teunis Abrahamsz Cuyp, ged. november 1614.
    • 3. Jacob Abrahamsz Cuyp, ged. december 1616, ovl. na 1644.
    • 4. Isaack Abrahamsz Cuyp, ged. augustus 1618.
    • 5. Geraert Abrahamsz Cuyp, ged. juni 1621.
      Uit zijn tweede huwelijk (Cuyp-Cornelisdr) gedoopt te Dordrecht :[599]
    • 6. Daniel Abrahamsz Cuyp, ged. oktober 1628, ovl. na 1644, steen- en beeldhouwer.
      Is hij Daniel van der Cuijp x Catharina Krijnen, uit wie ged. Dordrecht 27-11-1662 een zoon Johannes.
  • c. Heyltken Gerrits Cuyp, ged. april 1592.
  • d. Jacob Gerrits Cuyp, ged. dec. 1594 [600], ovl. Dordrecht (Gasthuis) 23-10-1651, leerde de schilderkunst bij Abraham Bloemaert te Utrecht en werd op 18-7-1617 lid van het St. Lucasgilde te Dordrecht, in welk jaar hij de leden der Hollandsche Munt, (thans in Museum Oud Dordrecht) schilderde, woonde in 1620 op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, maar in en na 1622 op de Nieuwbrug in het huis 't Land van Belofete, later Samson geheten, betaalt ƒ 5 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Voorstraat, bewoond door 1 man, 1 vrouw, 1 kind, 1 vrouw personeel, [601] betaalt in 1626 als Jacob Gerrits, schilder, £ 4,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis op de Nieubrugge,[602] was boekhouder van het St. Lucasgilde (1629..1641), maar scheidde zich in 1642 van dat gilde af met Isaac van Hasselt, Cornelis Tegelberch en Jacques Grief (alias Claeu), om de confrerie der fijnschilders te vormen,[603] diaken (1629, 1634) en ouderling (1641-1643, 1649-1651) van de Waalse Kerk, en afgevaardigde naar de Waalse Synodevergaderingen in Middelburg (1642) en Den Bosch (1651),[604] tr. Dordrecht (ook Waalse kerk) 13-11-1618[605] Aertken Cornelis van Cootendr, geb. Utrecht, beg. Dordrecht Grote K. 14-12-1654.
      Uit dit huwelijk:[606]
    • 1. Albrecht (Aelbert) Jacobsz Cuyp, geb. Dordrecht (in het huis aan de Nieuwehaven bij de Roobrug), ged. Oct. 1620, ovl./beg. Dordrecht Augustijnenkerk 15-11-1691 (deftig), kunstschilder, eigenaar van een tuin aan het Matena'spad, woonde later in het huis Samson aan de Nieuwbrug en na het overlijden van zijn vrouw bij zijn schoonzoon Pieter Onderwater, diaken (1660/61) en ouderling (1672-1674) der Ned. hervormde gemeente, ook der Waalsche gemeente, Mansman van den Hove en Hooge Vierschaar van Zuid-Holland (1679-1682), en regent van het H. Geest- en Pesthuis ter Groote Kerk (1673-..).[607] [608] otr. Dordrecht 14-7-1658 Cornelia Bosman, ovl. nov. 1689, wed. van de Johan van den Corput, gecommitteerde in het College van de Admiraliteit van de Maze te Rotterdam en raad in de Admiraliteit van Zeeland. Zij wonen in de Hofstraat, later in de Wijnstraat.
        Uit dit huwelijk:
      • aa. Arendina Cuyp, ged. Dordrecht 10-12-1659, otr. Dordrecht 19-11-1690 Pieter Onderwater, bierbrouwer in de Drie Gekroonde Lelien, koopt in 1692 de buitenplaats Dordwijk. [609]
          Uit dit huwelijk:
        • aaa. Cornelis Onderwater, ged. Dordrecht 26-10-1691.
  • e. Matthijs Gerrits Cuyp, ged. juli 1597, ovl. vóór 1644, ongehuwd.
  • f. Anna (Anneke) Gerrits Cuyp, ovl. na 1644, woonde in 1622 te Amersfoort, tr. vóór 1622 Goossen van Been/Veen. In de DTB en lidmaten van Amersfoort geen gegevens over dit echtpaar gevonden.
  • g. Isaac Gerrits Cuyp, (=kw. nr. 2778).
    Uit zijn tweede huwelijk (Cuyp-Albertsdr) gedoopt te Dordrecht :
  • h. Gerrit Gerrits Cuyp, ged. april/mei 1602 [610] of april/mei 1603 [611] , beg. Dordrecht 2-11-1651, glasmaker in het Tolbrugstraatje, als schilder ingeschreven in het St. Lucasgilde op 17-1-1631, verkoopt op 27-7-1644 na het overlijden van zijn vader, diens werkplaats en vertrekt naar St. Anthonispolder 2-10-1644, alwaar hij secretaris is van het polderbestuur,[612] ,[613] tr. Belia (Belijntje) Tielmans (van Bracht), dr. van Tielman Pleunisz (zie hierboven).
  • h. Aelbert Gerrits Cuyp, ged. feb. 1605, ovl. verm. ca 1620[614].
  • i. Elisabeth Gerrits Cuyp, ged. jan. 1606, ovl. ca. 1620[615].
  • j. Benjamin Gerrits Cuyp, ged. dec. 1612, beg. Dordrecht Grote K. 28-8-1652 (vanuit het huis van zijn halbroer Jan Huyme), als schilder ingeschreven in het St. Lucasgilde op 17-1-1631, verhuist mogelijk 1641-1643 van Dordrecht naar Den Haag, kunstschilder, ongehuwd, testeert op 16-8-1652.[616]
    Uit de derde, vierde en vijfde huwelijken van Gerrit Gerritsz Cuyp geen kinderen.

5558. BALTEN VAN HORICK, ovl. Dordrecht doopsgez. 28-4-1637 (als Balten van Horick den Ouden), betaalt in 1626 als Balten van Herick in de Harders (?) £ 1,10 1000e penning te Dordrecht voor een huis in de Vriesestraet,[617] tr.

5559. NN, ovl. Dordrecht doopsgez. 15-11-1635 ("Balte van Horick den oudens huisvrouw").

In het Register van de 50e penning Dordrecht 1580[618] komt zesmaal een Balten voor van wie vooralsnog geen verband met Balten van Horick is gevonden:
Balten Cornelisz huurt van Thonis Pouwelsz om 36 gl. ƒ 11-10-4
Balten van Goch int Paradijs ƒ 14
Balten Thijssz schipper eigen ƒ 8
Balten Willemsz orologijmaker ƒ 4
Balten Claesz schoenmaker huurt van Thonis Jansz. om 30 gl. ƒ 9-10-4
Balten Mathijsz zeemtouwer in de Raempt ƒ 8
Deze laatste woont in 1626 het dichtst in de buurt van de Voorstraat, en zou indetiek kunnen zijn met Balten van Horick.

Het huis waar het hier om gaat wordt in de volgende akte ook genoemd:
Op 22-10-1618 compareren Hubrecht Bordels, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Mariken Jaspersdr, weduwe van Abraham Baltensz, wonende te Gorinchem, blijkens procuratie gepasseerd voor Jasper Jansz van Peursum, notaris te Gorinchem, op 25 okt.(sic!) 1618, mitsgaders Anneken Scheij, weduwe van Isaack Baltensz met haar gekoren voogd in deze. Zij transporteren aan Pieter Aertsz, molenaar, een huis, erf en toebehoren achter het Bagijnhof genaamd den Grooten Raempt. Waarborgen: Hubrecht Bordels en Jan van Dongen. [619]

Nog een Balten:
Op 2-7-1603 verkoopt Lijsken Pijeters, weduwe van Balthen Mathijsz, voor 600 gl. aan haar zoon Pijeter Jansz een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Michijel Pouwelsz en dat van Andrijes Cornelisz, kleermaker. [620]
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. (J)Anneken Baltens van Horick, (=kw. nr. 2779).
  • b. Balten Baltensz van Horick, ovl. Dordrecht doopsgez. 22-9-1646 ("Balten Baltensz, kruidenier, diaken dienaar"), huw. get. (1643), is behuwd oom van Cornelis van de Hoogenboom.
  • c. Rebecka Baltens, ovl. Dordrecht doopsgez. 27-1-1658, filiatie niet bewezen.
    Doopsgezind kerkboek Dordrecht 18-2-1653: "soo heeft Cornelis Dickxsz ende Jan Corstijaensz vertoont als dat Rebecka Baltens haer wat verloopen hadt int drincken ende door eenige woorden met haer dochter, daer haer hooft van om liep, soo is zij achter inde Graft gesprongen, daer groote laster vuijtt ontstaen is ende den 23 dito soo is dit de gemeinten vertoont ende is overleijt als dat zij voor de dienaren een hartelijcke bekentenis van rou en leetwesen sou doen, twelck geschiet is den 26 dito." [621]

5628. PETER CORNELIS LEEU, geb. Sprang, ovl. Sprang 1591,[622] woont te Sprang in de Nieuwstraat, tr.

5629. ENGELKE JANSDR, ovl. Sprang na 26-11-1616 (erfdeling),[623]

    Uit dit huwelijk (o.a.?) :[624]
  • a. Cornelis Peetersz (de) (Leeuw(en)) (ook Leeuwen Smit), geb. Sprang, (=kw. nr. 2814).

5856. PETER NOLENS (DE OUDE), ovl. 1599-1609, maasschipper en koopman, koopt op 23-1-1574 een lospacht terug,[625] in acten vermeld (1581..1599), tr. 2o [626] PETRISSE NN. Zij hertr. (voor 1609) Thijs Bronckerts, uit Eijsden, waaruit kinderen. Hij tr. 1o [627]

5857. MEYKEN (KNOPPEN).

In 1545 is Peter Nolens belender te Ool. [628] Het is ondduidelijk of het hier bovenstaand kwartier betreft dan wel een van diens verwanten.
Op 17-10-1581 wordt van Peter Noelens, als rechtsopvolger van Jan Knop van Eisden, gerechtelijk geeist zeker kapitaal met de verlopen rente overeenkomstig een obligatie dd. 2-3-1579 [629]. Op 24-4-1582 converteert hij deze schuld in een hypotheek op zijn goederen die te Eisden zijn gelegen [630]. Op 9-1-1582 eist Peter Noelens voor de schepenbank van Eisden voldoening van een geldvordering, herkomstig van Jan Knoppen, en ter zelfder rechtszitting wordt van Peter Noelens, als vertegenwoordiger van zijn echtgenote Meijcken (Maria) de voldoening van een geldschuld gevorderd [631] . Mogelijk is dus, dat Maria, de vrouw van Peter Nolens, een dochter was van Jan Knoppen[632] .
Op 21-1-1585 werd "Peter Noelens van Eysden" te Maastricht gegicht in een huis gelegen langs de Maas aldaar, welk huis hij geerfd had van wijlen Gertrudis Claessen, de echtgenote van Thonis Rutten van Keer en zuster van zijn moeder [633]. De ouders van Petrus Nolens zijn dus een echtpaar Nolens-Claessen geweest.
De laatste vermelding van Peter Nolens gevonden is van 22-1-1599 [634].
Uit een akte van 13-12-1611 blijkt dat zijn weduwe hertrouwd was met zekere Thijs Bronckerts van Eisden en uit dit laatste huwelijk reeds verschillende kinderen had, zodat wel moet worden aangenomen dat zij voor 1609 hertrouwde [635]. Ook moet uit deze laatste akte geconcludeerd worden, dat Peter Nolens de Oude, gelijk hij na zijn overlijden meestal genoemd wordt, zelf ook tweemaal huwde. Immers zijn vrouw wordt in de akte van 13-12-1611 genoemd Petris en niet Maria (Knoppen?), terwijl hij blijkens dezelfde akte bij testament een erfrente vermaakt had aan zijn kinderen verwekt met Petrisse. Deze nadrukkelijke wilsbeschikking is eerst zinvol wanneer Peter Nolens de Oude ook nakomelingschap had uit een ander huwelijk. De tweede echtgenoot van Petrisse, weduwe van Peter Nolens, nl. Thijs Bronckaerts, hoorde tot een echte maasschippersfamilie [636].
Aangaande het beroep van Petrus Nolens de Oude getuigt een verklaring dd. 22 -2-1644, afgelegd voor de schepenbank van Eisden t.b.v. zijn kleinzoon Geurt Nolens, dat "Peter Noelens den ouden grootvader van den voornoemden Geurt over vele jaeren geleden is geweest stuerman op den stroom vandie Maese, de welcke veele jaeren tot synen sterffdach toe heeft continuelycken vele ende menige schepen affgesteurt paiselijck ende vredelijck sonder eenich obstakel" [637]. Daarnaast blijkt uit een proces in 1589 gevoerd voor de schepenbank Eisden tussen Peter Noelens en Claes Tyckens, dat Peter Noelens te Maastricht. tijdens het beleg door Parma in 1579, een partij "coolen" van Simon Symons had verkocht voor 96 dalers [638]
    Uit zijn eerste huwelijk (Nolens-Knoppen) geboren [639]:
  • a. Geurt (Godfried of Gerard) Nolens. Op 2-2-1607 werd een akte van obligatie ten gunste van zijn erfgenamen opgericht [640].
  • b. Peter Nolens de Jonge, (=kw. nr. 2928).
  • c. Nen Nolens.
  • d. Anna Nolens, tr. Job Geurten, waaruit dr. Mechtild Nolens.
    Uit zijn tweede huwelijk (Nolens-NN) geboren : kinderen, aan wie Peter Nolens een erfrente had vermaakt.
    vul aan akte

5858. (NELIS) NN.

    Uit zijn huwelijk(en) (Nelis-NN) geboren (o.a.?) :
  • a. Maria Nelis, (=kw. nr. 2929).
  • b. Simon Nelis, maesscipper van Eijsden[641].

5872. = 5856. PETER NOLENS (DE OUDE).

5873. = 5857. MEYKEN (KNOPPEN).

5874. = 5858. (NELIS) NN.

5880. WILLEM FRAMBACHS (DE OUDE), ovl. Breust 22-7-1638, rentmeester (1594) en ontvanger (1598) van het Kapittel van St.-Maarten uit Luik, secretaris van Breust, doopget. (1626),[642] tr. 2?) voor 1623 CORNELIA NOPPIS, ovl. na 1656, tr. 1?) 1595[643]

5881. MARTHA PELSERS, ovl. (voor 1623?).

In 1594 procedeert Willem Frambachs als rentmeester van de kapellanen van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Peter Thonissen over een grondrente. [644]
In 1598 procedeert Willem Frambachs als ontvanger van Kapittel van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Geeren Heufkens en consorten over tienden, (grond)renten, kapoenen en overige cijnsen. [645]
In de 16e eeuw (na 1598) procedeert Willem Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen Gelis Lemmens uit St.Geertruid over een vergoeding wegens vruchtgebruik. [646]
In 1611 procedeert Melchior Oest voor de Schepenbank Breust tegen Peter Huyn, Hendrick Aerdts en Willem Frambachs over een pand. [647]
In 1612 procedeert Melchior Oest uit Berneau voor de Schepenbank Breust tegen Willem Frambachs over preferentie bij een vordering. [648]
In 1615 procedeert Wilhelm Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen Aert Bruels uit Eckelrade over een cijns. [649]
In 1618 procedeert het Kapittel van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Willem Frambachs over het gebruik van een hof. [650]
In 1625 procedeert Willem Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen de Gemeentenaren van Breust over een schadevergoeding betreffende militaire vorderingen en inkwartieringen. [651]
In 1627 procederen de Officier en Willem Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen Anna Ryckelts, echtgenote van Piere Bustin over een belediging. [652]
In 1638 procedeert Maria Rijckelts voor de Schepenbank Breust tegen Willem Frambachs de Oude over een schuldvordering. [653]
In 1656 procedeert Hustin als ontvanger van Kapittel van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Cornelia Noppes weduwe van Willem Frambachs over een pacht (appel in Luik). [654]
    Uit zijn eerste huwelijk (Frambach-Pelsers) (o.a.?) :[655]
  • a. Petrus Frambach, geb. ca. 1595, ovl. 1636, (=kw. nr. 2940).
  • b. Anna Frambach, geb. Vise (B) ca. 1595, ovl. na 1647, tr. vóór 1613[656] Petrus Rutjen (alias van Eysen of de Oude Ruth), ovl. vóór 1665, zn van Jan Ruth (de Oude), landmeter, borsier der justitie, rentmeester, schepen van Eijsden, en Sophia Meykens, beschuldigd van hekserij. Hij woont te Eijsden en bezit een huis en brouwerij in de Kerkstraat.
      Uit dit huwelijk (o.a.?) :[657]
    • 1. Joannes Rutten, geb. Breust ca. 1613, ovl. St. Pieter 1675/76, brouwer op den Aldenhof te St. Pieter. tr. vóór 1650[658] Maria Lansmans (alias Bollandt), ged. Maastricht RK St. Nicolaask. 29-3-1619, beg. Maastricht 30-7-1667, wed. van Fredericus Pauli, dr van Joannes Lansmans, brouwer en Catharina Dirck Adriaens Bollandt (alias van der Heijden). Uit dit huwelijk nageslacht.
    Uit zijn tweede huwelijk (Frambach-Noppis) (o.a.?) :
  • c. Willem Frumbach, ged. Breust 15-3-1623 (get.: kanunnik Servatius Meijs en Maria Noppis), ovl. 1643-1658, tr. ca. 1643 (als zn. van Willem Frambach, secretaris van Breust, en Cornelia Noppis),[659] Jehenna (Jenneken) Petermans, geb. ca. 1623, ovl. Eijsden 11-4-1708. Zij hertr. Christianus (Keerst) Pruesten.
    In 1643 procederen Piere Bustin, Jean Rutten en consorten voor de Schepenbank Breust tegen Wilhem Frambach (appel in Luik). [660]
    In 1658 procedeert de weduwe van Wilhem Frambachts voor de Schepenbank Breust tegen Toussaint Ruth namens Kapittel van St.-Maarten uit Luik.. [661]
    6-4-1666: Keerst Praesten, gehuwd met Jehenna Petermans, weduwe van Willem Frambach, verkoopt 9 grote roeden akkerland "met cooren vruchten daerop staende", gelegen in "het Sant", aan Leonard Petermans, voor 252 gulden. De grond was belast met 200 gulden aan de Wittevrouwen van Maastricht.[662]


     
    COMMENTAAR(¥) Niet geplaatste fragmenten FRAMBACH:
    In 1528 was Johan Koenen op ten Aldenhoef burgemeester van Maastricht en in 1532 wederom een Johan Koenen, blijkbaar dezelfde persoon. (Zie Maasgouw 1884, blz. 1036-1039.) Deze Johan Koenen werd in genoemd jaar 1529 met den secretaris Jasper van den Dyck afgezonden naar den bisschop van Luik om te vragen hoe gehandeld moest worden met eenige personen, die wegens "Luterye" gevangen waren genomen, en in 1532 en '33 werd burgemeester Jan Koenen wederom met den secretaris naar Luik afgevaardigd. Zaterdag 29 Maart (1533) nam de stadsraad het besluit dat "onze burgemeester Johan Koenen, Peter Frambach geswoeren ende Lambertus Conynx secretaris noch op huyden saturdach in name der stad by onsen gen. Heren den Cardinael riden sullen en sin Gen. te kennen geven van die Lutherse ende anderen secten, die alswile binnen deze stad opgestaen sin" enz. [663]

6016. TEUNIS PLEUNEN VAN DER WIEL, geb. ca. 1580, ovl. 1625-1638, ambachtsheer van Half-Niemantsvrient (Sliedrecht), betaalt 10 pond 500e penning te Sliedrecht 1627,[664] tr. ca. 1605[665] of ca. 1610,[666]

6017. COMMERTGEN CORNELIS BAEN, geb. Sliedrecht ca 1583, ovl. vóór 1655, tr. 2o NN.

    Uit dit huwelijk:[667]
  • a. Cornelis Teunisz van der Wiel, geb. ca. 1606, ovl. 1656-1667, wordt 24-2-1653 te Sliedrecht vermeld met zijn broeder Jan.
  • b. Jan Teunisz van der Wiel, geb. ca. 1610, (=kw. nr. 3008).
    vul aan Van der Wiel NL 102(1985)26, en OV 40(1985)669 en akte 24
    Begraven Sliedrecht impost :
    Arien Willems van der Wiel (Naaldwijk) en Berber Ariens Visser (Naaldwijk), pro deo 16-4-1706.
    Corneliss Willemse van der Wiel (Sliedrecht) en Lena Rocus (Sliedrecht) pro deo 21-2-1705.

6018. AERT VINCK.

    Uit hem :
  • a. Anneken Aerstdr Vinck, ovl. 1672-1682, (=kw. nr. 3009).
  • b. Geraert Aertse Vinck, voogd, zie akte 23.

6036. DIRK CLAESSEN CRIMPEN, tr. Streefkerk 29-10-1589[668]

6037. MARITGEN CORNELIS LOUWEN.

    Uit dit huwelijk:[669]
  • a. Geertgen Dirks Crimpen, geb. ca. 1590.
  • b. Cornelis Dirks van Crimpen, geb. ca. 1590.
  • c. Mariken Dirks van Crimpen, geb. ca. 1595.
  • d. Claes Dirks van Crimpen, (=kw. nr. 3018).
  • e. Pieter Dirks van Crimpen, geb. ca. 1606.

6038. JAN BASTIAENSE, geb. ca 1577, tr.[670]

6039. METGEN JANS, geb. ca. 1583.

    Uit dit huwelijk:[671]
  • a. Anneke Jans Corporael, (=kw. nr. 3019).
  • a. Bastiaen Jansz Corporael.

6040. PIETER JANSZ, geb. ca. 1574, tr. ca. 1605 NN.

    Uit dit huwelijk (o.a.?) :[672]
  • a. Jan Pieterssen Weert, geb. ca. 1605, (=kw. nr. 3020).

6686. OTTO VAN VILSTEREN, geb. vóór ca. 1480, ovl. 1532-1554 (verm. kort voor 1554), volgt in 1502 zijn vader Engelbert van Vilsteren op in de leengoederen Hof te Vilsteren en de Ylicke, tr. vóór 1525[673]

6687. HILLE VAN ITTERSUM, wordt met haar man nog vermeld in 1532.[674]

==== BELENINGEN ==== [675] [676]

=== 1057. Schoutambt OMMEN en DEN HAM / buurschap Vilsteren
Den Hof Vilster mit al synen toebehoren. Item 't Santhuys mit sinen toebehoren. Item 't Grote Meyering ende 't Luttike Meyering to Vilster mit sinen toebehoren.
ca. 1379-1382 Herman van Vilster.
21-11-1384 Herman van Vilsteren Hermanssoen.
zonder datum (21-11-1384 tot 4-4-1393) Otte Hermanssoen van Vilster, onmondig. Hulder Rembolt van Stegheren.
3-5-1394 Otte van Vilster.
* Den Hof to Vilster. Meijerinc toe Vilster ende dat Zanthuus to Vilster, gelegen in den kerspel van Ummen.
10-10-1433 Otto van Vilsteren.
18-3-1444 Herman van Vilsteren na de dood van zijn vader Otto van Vilsteren.
17-10-1456 Herman van Vylsteren.
13-12-1468 Engbert van Vilsteren na de dood van zijn broer Hermen van Vilsteren.
27-7-1497 Engelbert van Vilsteren.
14-4-1502 Otte van Vilsteren na de dood van zijn vader Engelbrecht van Vilsteren.
19-10-1517 Otto van Vilsteren.
7-2-1526 Otto van Vilsteren.
10-8-1532 Otto vann Vylsteren.
11-8-1532 Yda van Vilsteren na opdracht door haar broer Otto van Vilsteren. Hulder haar man meester Berndt Boxfort.
17-10-1559 Engelbert van Vilsteren na de dood van zijn tante Ida van Vilsteren, weduwe Van Bocxfoirt.
Tot 1714 verder als nr. 445 (Ilike Holtheme).
2-1-1714 Jacob Joseph van Vilsteren, baron van Laerne, zoals Charles van Vilsteren daarmee in 1684 was beleend.
* Den Hoff Vilsteren met de onderhorige vasallagien.
** 1774 heeft : "Het erve Groothof en---sijn onderhoorige lheenkamer.
Verder als nr. 1056 (Engelberting Vilsteren). In 1791 nog genoemd.

=== Nr. 445. Schoutambt HARDENBERG / buurschap Holtheme
Dat goet ter Yliken to Holthem, gheleghen in den kerspel van Hardenberghe.
...
21-4-1457 Derick van Reedze.
20-4-1468 Engelbert van Vilsteren na opdracht door Deric van Redese.
De IJlicke toe Holtheem myt hoeren toebehoren, gelegen in den kerspel van den Herdenberge.
27-7-1497 Engelbert van Vilsteren.
14-4-1502 Otte van Vilsteren na de dood van zijn vader Engelbrecht van Vilsteren.
19-10-1517 Otte van Vilsteren.
** Blijkens een aantekening een strook papier, gelegen bij fol 8, tuchtte Otte zijn vrouw Hille 3 dec. van een ongenoemd jaar, "actum to Zwolle", aan 25 goudgulden per jaar uit dit goed.
7-2-1526 Otto van Vilsteren.
10-8-1532 Otto vann Vylsteren.
26-8-1554 Engelbert van Vilsteren na de dood van zijn vader Otto van Vilsteren.
1557-10-12 Engelbert van Vilsteren.
7-12-1603 Berendt van Vilsteren na de dood van zijn vader Engelberdt van Vilsteren.
13-9-1609 Engelbert van Vilsteren, onmondig, na de dood van zijn vader Berendt van Vilsteren. Hulder Derrick van Heest.
9-5-1626 Herman van Vilsteren, zoals Berent van Vilsteren daarmee was beleend.
Op 2-12-1615 had Herman van Vilsteren de "Monnicke Belte in den gerichte van den Hardenberch gelegen" verpand wegens een schuld aan Stephen Roessingen, die 80 rijksdaalder bedroeg.
12-1-1627 Engelbert van Vilsteren, mondig, deed zelf hulde.
20-2-1632 Henrick van Vilsteren als oudste zoon, mede namens zijn vrouw Cecilia Ulgers, na opdracht door Henricks ouders Herman van Vilsteren en Maria Bentinx, onder de voorwaarde, dat in geval Henrick voor zijn vader kwam overlijden zijn oudste zoon Wilhelmus in alle goederen zou opvolgen, ook die, welke Herman nog onder zich hield.
* De hier naebeschreven landeryen ende lheengoederen, gehoirende onder datt erve ende goet de Ilicke, deser landtschap lheenroerich, als nemptlick hett Ballandt, de Kleijne Panne bij het Ballandt, de gerechticheijt in de heyde van een vierendeel waerthals in de marcke Holthoen, vyff schepel lants, gelegen in de Hollast, datt landt, datt Jan Cock in de Hollast in 't gebruick hefft, groot omtrent ses mudde seijlants, noch haer---actie in de Vuijle Maet, groot omtrent vyff vierendeel dachwercx, ende een dachwerck in Gerryts-maet, by juffer Hille van Vilsteren vercofft aen wijlen Berent van Vilsteren ende van---Herman van Vilsterens vader Henrick van Vilsteren is heergecomen, noch in drie mudde geseijs in de Hollast, so Weggenbacker in 't gebruick hefft, item in alsulcke parchelen als Kunensnijder gebruickt, als twie stucke hooylants genoempt 't Vogelmatien ende de Kleijne Panne tegen 't Ballant over eenen kleijnen belt, mede hooylant, drie schepel garstenlant neffens de Weggenbackers Panne, een kleyn stucke hooijlants in Wegge-backers Panne neffens dat Kleijne Walleken, vijff schepel seeijlants, gehieten de Monnickebelt, een stucke weydelants voir 't Huis Vilsteren, noch een halff vierendeel waert-hals in Holthoen, by juffer Hille van Vilsteren vercofft aen Henrick van Besten ende by denselven noch wort gebruickt, voorts alle recht ende gerechticheijt, so van oldes tott hett lheengoet Ilicke gehoort ende Herman van Vilsteren voirseit mett Otto, sijnen broeder, Hille ende Ida, syne susteren, van haren zaligen vader Henrick van Vilsteren aengestorven ende aengeervet is.
30-1-1646 Cecilia Ulgers met lediger hand. Hulder Conraet Nylant, dr., na de dood van Cecilia's man Henrick van Vilsteren.
** Op dezelfde dag belastten Cecilia en haar zoon Willem Adriaen van Vilsteren het goed met een rente van 72 carolusgulden ten behoeve van Helmich van Twenhuisen en diens vrouw Aelthien Wijntges, aflosbaar met 1200 carolusgulden.
3-5-1680 Berent van Vilsteren, onmondig, na de dood van zijn vader Engelbert van Vilsteren. Hulder zijn voogd Augustinus van Vilsteren.
23-10-1684 Thomas Huete, schout van Herdenberg, mede namens S.E. Blankvoort tot Kollendoorn, als curatoren van de boedel van wijlen Engelbert van Vilsteren, en tevens namens Augustinus van Vilsteren en Simon Vaassen als voogden van Engelberts onmondige kinderen.
23-10-1684 Livina Maria de Beer, weduwe van Gerhard van Vilsteren, baron van Laarne, heer van Arsselare en ter Straten, namens haar onmondige oudste zoon Charles van Vilsteren, als koper, na opdracht door de curatoren en voogden voornoemd. Hulder Derk Rees.
** De volmacht voor Derk Rees was uitgevaardigd Laerne bij Gent in Belgi‘.
2-1-1714 Jacob Joseph van Vilsteren, baron van Laerne, zoals Charles van Vilsteren daarmee was beleend.
* De Ylicke tot Holtheem met haren toebehooren in den carspel van den Herdenbergh in de buyrschap Lutte gelegen neffens alle onderhorige vasallagien.
1-8-1725 Maria Rees na opdracht door Jacob Joseph van Vilsteren, baron van Laerne. Hulder dr. Joan Casimijr Vermeer.
3-12-1739 Maria Rees. Hulder Alexander van Grootvelt na de dood van Joan Casimir Vermeer.
5-5-1747 Alexander van Grootveld na opdracht door Maria van Rees.
24-12-1774 W.H. van Grootvelt na de dood van zijn broer Alexander van Grootvelt.
8-7-1790 (Johanna Maria Helmich geboren Van Grootveld na de dood van haar vader Willem Hendrik van Grootveld. Hulder haar man Michiel Helmich.
13-9-1795 J.G. Pruim, schout van Hardenberg, als koper na opdracht door mr. M. Helmich en zijn vrouw Johanna Maria Helmich geboren Van Grootveld.
** Op verzoek van J.G. Pruim werd de "leenkamer van het erve Ilecke tot Olthein of Holthoen genaamd" 20-7-1796 ("Register van gedaane afkoopen", nr. 13) uit het leenverband ontslagen na betaling van ƒ 240,-("Boek van afkopen", fol 4).
    Uit dit huwelijk (o.a.?):[677]
  • a. Engelbert van Vilsteren, geb. vóór ca. 1525, ovl. 1602/03, wordt in 1554 beleend met de Ylicke, is leenvolger in de Hof te Vilsteren in 1559, verkreeg bij de verdeling van de nalatenschap van Otto van Vilsteren en Hille van Ittersum de helft van het erve Luttikhof, verkoopt in 1624 samen met Dubbelken van Vilsteren hun pretenties op dit erve aan David van Erp, wordt in het verpondingskohier van Salland van 1602 nog genoemd als eigenaar van het halve erve Luttikehof, dat toen woest lag.[678]
    ==== BELENINGEN ==== [679] [680]

    === Nr. 1058. Schoutambt OMMEN en DEN HAM / buurschap Vilsteren
    Dat Lutticke Meyerinck to Vilsteren mit allen synen toebehoiren (in 1652 : "Dat Lutticke Meyerinck, nu genoept Sigerinck, met allen sijnen toebehooren".)
    ** Afsplitsing van nr. 1057.
    2-1-1565 Adolff van den Ruytenberch na opdracht door Engelbert van Vilsteren.
    Verder als nr. 1056 (Engelberting te Vilsteren). In 1791 nog genoemd.
      Uit hem (o.a.?):[681]
    • 1. Berendt van Vilsteren, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1603-1609 (verm. kort voor 1609), wordt in 1603 beleend met het erve Ylicke, wordt in 1603 beleend met het halve erve Luttikehof, tr. vóór 1602?[682] Nese NN.
        Uit dit huwelijk:[683]
      • aa. Engelbert van Vilsteren, geb. ca. 1602?, ovl. na 1627, wordt in 1609 beleend met het erve Ylicke, krijgt reeds in 1609 -nog als minderjarige- de Hof te Vilsteren in leen, hetgeen bij zijn meerderjarigheid in 1627 werd bevestigd.
  • b. Hendrik van Vilsteren, geb. vóór ca. 1560.
      Uit hem (o.a.?):[684]
    • 1. Herman van Vilsteren, geb. vóór 1585, ovl. na 1632, verpandt op 2-12-1615 de "Monnicke Belte in den gerichte van den Hardenberch gelegen" wegens een schuld aan Stephen Roessingen, die 80 rijksdaalder bedroeg, ontvangt in 1626 de goederen de Hof en de Ylicke in leen,[685] tr. vóór ca. 1610 Maria Bentinx (Bentinck), geb. Hattem vóór ca. 1590, ovl. na 1632, dr. van Hendrick Bentinck, Heer van Leeuwenberg, Richter van Arnhem, door Alva aangesteld tot Landdrost van Over-Veluwe, daarna Spaans Kapitein en Gouverneur van Venlo, en Ermgard van den Anxtel.[686]
        Uit dit huwelijk (o.a.?(:
      • aa. Henrick van Vilsteren, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1632-1646 (verm. kort voor 1646), wordt in 1632 beleend met het erve Ylicke, tr. vóór 1632 Cecilia Ulgers, ovl. na 1646, belast in 1646 met haar zoon Willem Adriaen van Vilsteren het goed Ylicke met een rente van 72 carolusgulden ten behoeve van Helmich van Twenhuisen en diens vrouw Aelthien Wijntges, aflosbaar met 1200 carolusgulden.
        In de periode 1647 - 1658 procederen Cecilia Ulger, weduwe van Henrick van Vilsteren, en haar zoon Willem Adriaan van Vilsteren tegen Derk van Heest en consorten over het bezit van het goed Ilike te Holtheme onder Hardenberg, waarvan gedeelten waren vervreemd [687]
          Uit dit huwelijk (o.a.?):
        • aaa. Wilhelmus van Vilsteren, geb. vóór 1632.
        • bbb. Willem Adriaen van Vilsteren, geb. vóór ca. 1635, ovl. na 1659, tr. vóór 1659 Maria Huninga.
          ==== BELENINGEN ====

          === Nr. 447. Schoutambt HARDENBERG / buurschap Holtheme
          Drie stuckies garstenlandes, ongeveer drie mudde gesaey, liggende in Bestens Koeweyde in 't kerspel van den Hardenberch, bourschap Holtheem gelegen, uyt het goedt de Ilijcke.
          ** Afsplitsing van nr. 445.
          22-5-1659 Adolph Frederick Scherff na opdracht door Willem Adriaen van Vilsteren.
          . ...

          === Nr. 448. Schoutambt HARDENBERG / buurschap Holtheme
          Een stuck saeylant, groot omtrent twie mudde gesaeij, genaempt Weggebakers Campken, gelegen in gemelten Haeftens lantt, genaempt het Groot Eyckengoer, uyt het goet de Ilijcke.
          ** Afsplitsing van nr. 445.
          22-12-1659 Derck Statius van Haeften na opdracht door Willem Adriaen van Vilsteren en zijn vrouw Maria Huninga.

          === Nr. 449. Schoutambt HARDENBERG / buurschap Holtheme
          Vier stucke lants, ongeveer twaelff mudde gesay, in de Hollast, kerspel Hardenberch, buirschap Holtheem, uyt het goet d'Ilycke.
          ** Afsplitsing van nr. 445.
          5-5-1660 Henrick van Heest na opdracht door Willem Adriaen van Vilsteren en zijn vrouw Maria Huninga.

          === Nr. 450. Schoutambt HARDENBERG / buurschap Holtheme
          Een stucke hoijlants, genaempt de Gerritsmate, ende --- het daeraen gelegene stucke hoijlants, genaempt de Spyckmate, ieder twie dachmaten groot, mett noch vijff vierendeell dachwercx, 't welck van de Voelemate mett een sloot is gesepareert ende daeraen gelegen, liggende dese drie parcheelen in den gerichte ende kerspel van den Hardenberch, bourschap Holtheme, gehoorende onder het goedt de Ilicke.
          ** Afsplitsing van nr. 445.
          25-11-1665 Willem Edelinck na opdracht door Willem Adriaen van Vilsteren en zijn vrouw Maria Huninga.

          === Nr. 451. Schoutambt HARDENBERG / buurschap Holtheme
          Een stucke hoylants, genaempt de Weggenbackerspanne, groot een dachwerck, mett drie scheppel garstenlant daeraen gelegen, gehoorende onder het --- goet de Ilicke.
          ** Afsplitsing van nr. 445.
          25-11-1665 Margrietha Lofftinck, weduwe Fockinck, na opdracht door Willem Adriaen van Vilsteren en zijn vrouw Maria Huninga. Hulder haar zoon Berent Fockinck.
    • 2. Otto van Vilsteren.
    • 3. Hille van Vilsteren.
    • 4. Ida van Vilsteren.
  • c. Johanna van Vilsteren, geb. vóór ca. 1600, (=kw. nr. 3343).
  • d. Dubbelken van Vilsteren, geb. vóór ca. 1605, verkoopt in 1624 samen met Engelbert van Vilsteren hun pretenties op het erve Luttikhof het erve Luttikhof aan David van Erp,[688] tr. vóór 1624[689] Hermen van Dincklage.

6688. JOHANNES PALTHE (de oudere), geb. Schuettorf, ovl. Bentheim (D) 1564, vermeld (1515-1564), secretaris van de Graaf van Bentheim, ("ab anno 1515 des abgestorbenen Grafen Everwins Amanuensis (=secretaris) und Diener gewesen und bis auf das Jahr 1564 als ein Sekretarius gedient hat" [690]), "führt die Jahresrechnung" (1539) voor de Graaf van Bentheim [691], heeft landerijen te Bentheim in eigendom (zie NL), tr. 2o Bentheim 11-11-1541 GEZEKE HOLTERMAN(S)(¥), die in aktes wordt vermeld 1541-1588. tr. 1o tussen 1525 en 1530

6689. (JUTTA) NN[692], ovl. vóór 1541.

 

COMMENTAAR(¥) Zij is mogelijk verwant aan Hinrich Holterman, Richter te Nordhorn (1467-1491) [693].
 

Matini 1541: huwelijksvoorwaarden te Bentheim tussen Johannes Palthe en Gezeke Holtermans. Er is sprake van voorkinderen, als dedingsfrunde zijn oa. aanwezig Bernhardus Palthe, procurator to Vrendeswesen en Antonius Palthe.[694]
    Uit zijn eerste huwelijk (Palthe-NN) geboren(¥) :

     
    COMMENTAAR(¥) Ongeplaatste Fragmenten Palthe :
    Wibbeke Palthe, tr. Johannes von Lohn[695] , eerste predikant te Nordhorn 1544-1548, Bentheimer Hofkaplan,[696] waaruit een dr. Hesa von Lohn (tr. Bentheim 1601).[697]
    Jan Palthe uit Bentheim, tr. Markelo 1683 Anna Elisabeth Sartorius, mogelijk identiek met Anna Amelia Sartorius, ged. Bentheim 30-9-1657, dr. van Ds Wilhemus Sartorius, predikant te Markelo 1675-1696, en Catharina NN.[698]
  • a. Johann Palthe, uit wie volgens Ref. [699] een uitgestorven tak, studeerde in 1547, werd 22-8-1564 (1554?) als notaris bij nhet Reichskammergericht te Spiers ingeschreven, en werd daarna Stadtschreiber in de vrije Rijksstad Friedberg i. d. Wetterau 1573-1595. Hij moet minstens zeven zonen gehad hebben, waarvan er in 1616 zes nog leefden. Dit blijkt uit het bewaarde grafschrift van zijn zoon, de Frankfortse boekdrukker Zacharias Palthe.[700]
  • b. Berend (Bernhard) Palthe, (=kw. nr. 3344).
  • c. Henrich Palthe, uit wie volgens Ref. [701] een uitgestorven tak, studeerde te Leipzig in 1548, misschien identiek met Mstr. Heinrich Palthe, die in 1578 burger van Neuenhaus werd en wiens weduwe Alheit aldaar nog in 1636 in leven was. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht te Schüttorf.[702]
    Uit zijn tweede huwelijk (Palthe-Holterman) geboren :
  • d. Everwin Palthe, uit wie volgens Ref. [703] een uitgestorven tak. Welke Everwijn Palthe dit zou zijn is vooralsnog onduidelijk, in aanmerking komen :
    Everwinus Palt(h)enius (Palte), schoolmeester te Rolde (1632-1645), zie Fragment PALTHE I
    Everwin Palthe, burgemeester van Enschede, zie Fragment PALTHE II
     
  • e. Johannes Palthe, geb. vóór ca. 1570, uit wie een uitgestorven tak,[704] richter van Graaf Arnold van Bentheim, die in 1591 naar Bremen wordt afgevaardigd,[705] richter en rentmeester van de graaf van Bentheim, komt met zijn broeder Everwijn in acten voor, die op de weduwe Jutte Palthe betrekking hebben.[706]
      Uit hem (o.a.?):
    • 1. (Joh)Anna Palthe, geb. Steinfurt vóór ca. 1600, ovl. Bentheim begin okt. 1675,[707] woonde na de dood van haar echtgenoot nog tot 1653 in Steinfurt, tr. Steinfurt 1620[708] [709] Prof. Dr. Johann(es) Westenberg, geb. Oehne ca. 1590-1595 [710] [711] [712] , ovl./beg. Oldenzaal 28-12-1636/3-1-1637, zn. van Ds. Weseel(us) Westenberg en Sophia Sutoris (zie kw. nr. 1760 ). Voor meer details en nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. 1761 sub a.
    • 2. Magdalene Palthe, tr.[713] Gerhard Hubert(u)s, ovl. 22-6-1621,[714]notaris in Speyer, daarna "Gerichtsschreiber" en notaris in Steinfurt, wiens "Schreibstube" zich in de Wasserstrasze aldaar bevond, zn. van Johannes Huberts, Gerichts Schreiber en keizerlijk notaris te Steinfurt, en Catharina Nünning.
    • 3. Gesa Palthe, ovl. 9-12-1661, ovl 9-12-1661, tr.[715] Michael Oeglein, ovl. (1658?), afkomstig uit Schwaben, gräfliche Kornschreiber (der gräfliche Beamte, der die dem Landesherrn zustehenden Naturalabgaben zu überwachen und einzufordern hatte), eigenaar van het Kornschreiberhaus (1617-1658), dat in 1673 vererfde op zijn zwager Dr. Arnold Palthe en schoonzuster Anna Palthe.[716]
        Uit dit huwelijk een enige dochter:
      • aa. Maria Oeglein, ovl. 1655.
    • 4. Dr. Arnold Palthe, raad te Tecklenburg en later te Oranien in de graafschap Lingen.[717]

 
Het Kornschreiberhaus (Bütkamp 14, in het historische centrum van Burgsteinfurt) in 2006. Dit uit het begin van de 17de eeuw daterende vakwerkhuis was van 1617-1658 in het bezit van de gräfliche Kornschreiber Michael Oeglein. In 1673 vererfde het op zijn zwager Dr. Arnold Palthe en schoonzuster Anna Palthe.
Foto: 2006.
Bron: Ref. [718]

klik op plaatje(s) om te vergroten
  • f. Judith Palthe (Palten), geb. Bentheim ca. 1565, ovl. 21-4-1601, tr. vóór 1595[719] Ds. Eberwin (Everwijn) Wassenberg[720], geb. Steinfurt ca. 1553, ovl. 17-9-1633, rector van de kerk te Gronau (1586), Evangelisch-Reformiert predikant,[721] zn. van Johann Wassenberg en Regina von Lohn.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):[722] [723]
    • 1. Anna Wassenberg.
    • 2. Arnold Wassenberg, ovl. Schüttorf (Bentheim, D) 14-11-1672,[724]
    • 3. Regina Wassenburg, geb. (ged?) Gronau 5-3-1595 (volgens Ref. [725] in 1592), ovl. 10-6-1656, tr. vóór 1629[726] Arnold Rump, geb. (ged?) Tecklenburg 28-11-1579, ovl. Tecklenburg 28-3-1639, zn. van Diedrich Theodor Rump en Talle Bartling.
        Uit dit huwelijk (o.a.?):[727]
      • aa. Gerhard Arnold Rump, geb. Tecklenburg 13-9-1629, ovl. Wersen 20-1-1691, tr.[728] Anna Elsebeyn Elisabeth von Bippen, geb. Cappeln (Grfs. Tecklenburg) 16-7-1631, ovl. Cappeln 19-2-1703, dr. van Bernhard von Bippen en Anna Hausbrand. Hieruit verder nageslacht bekend.

 
Fragment PALTHE I

Everwinus Palt(h)enius (Palte), geb. vóór ca. 1615, schoolmeester te Rolde (1632-1645),[729] geref. lidmaat te Groningen met attestatie van Rolde juni 1637,[730] woont in de Zwanestraat (1642, 1643), Gelkingestraat (1645, 1646) te Groningen, tr. 1o voor 1639 Magdalena Brucheri, geb. Rees a/d Rhein (D) vóór ca. 1620, ovl. 1646-1648, dr. van Ds. Hubertus Brucherus, uit de Paltz afkomstige predikant te Haren (1615-1657) en Noordlaren, en Elisabetha NN,[731] [732] otr. 2o Groningen 8-1-1648 (get. voor haar Popke Bartolts als neve) Sibeke Onnes, geb. vóór ca. 1615, wed. ((huw. 1632) van Ds. Johannes Lamberti, praeceptor der Latijnsche scholen te Appingedam en predikant te Siddeburen (1634-1644).[733]
      Uit zijn eerste huwelijk (Paltenius-Brucheri):
    • 1. Ds. Everwi(j)nus Palthenius, geb. 1638/39(¥), ovl. Harkstede 14-2-1679[734], geref. lidmaat in de Popkenstraat te Groningen sept. 1656,[735] ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 16-2-1656 ("Everwinus Palthenius, Groninganus, a. 17, Phil. Gratis propter avum d. Brucherum pastorem in vicina ecclesia Harensi."),[736] beroepen tot predikant te Noorddijk 2-12-1668 en te Harkstede in 1676,[737] [738] [739] bevestigt Ds. Rudolfus Helperi als predikant te Engelbert (1672),[740] otr. Groningen 17-10-1668 (hij als Everhardus Pathenius !, get. voor haar Ruldophus Helperi als neve) Anna Lubberts, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1690, wed. van Lauwerens van Buiren (uit welk huwelijk o.a. een voorzoon Harmannus van Buiren), woont in de Folkingestraat te Groningen (1662..1665), vertrekt in juni 1680 van Harkstede naar Stad Groningen,[741] huw. get. (1690).

       
      COMMENTAAR(¥) Doop niet gevonden te Groningen, maar hij is duidelijk een zoon uit dit huwelijk omdat uit zijn universiteitsinschrijving blijkt dat zijn grootvader Brucherus predikant is in het naburige Haren.
        Uit dit huwelijk:[742] [743]
      • aa. Magdalena Palthenius, ged. Noorddijk 18-10-1669[744].
      • bb. Elijsabeth Palthenius, ged. Noorddijk 13-2-1672[745], geref. lidmaat te Groningen op belijdenis juni 1690,[746] otr. Groningen 20-1-1698 (get. voor haar Harmanus van Buijren als broeder) Helmer Renewarf (Rennewerf), woont in de Kromme Elleboog (1698, 1699), Zwanestraat (1702..1708) te Groningen, huw. get. (1704). Hieruit verder nageslacht bekend (6 kinderen gedoopt te Groningen 1698-1708).
      • cc. Margaretha Palthenius, ged. Noorddijk 19-5-1674, ovl. na 1739, geref. lidmaat te Groningen op belijdenis sept. 1692,[747] als Margaretha Palthenius, weduwe Ritzema, geref. lidmaat te Niekerk met attestatie van Groningen 22-6-1739,[748] otr./tr. Groningen 12/29-7-1704 (get. voor haar Helmer Renewerf als swager),[749] Help(e)rich Ritzema, geb. ca. 1680, beg. Groningen 13-4-1736, afkomstig van Groningen(1704), geref. lidmaat te Groningen maart 1691, zilversmid,[750] woont aan de Folkingestraat (1705, 1707), bij het Collectehuis (1708), aan de Breede Markt (1711, 1713) te Groningen, zn. van Hermannus Ritzema, advocaat, en Anna van Munster. Hieruit verder nageslacht bekend (6 kinderen gedoopt te Groningen 1705-1715).
    • 2. Elisabeth Paltenius, ged. geref. Groningen A-kerk 25-3-1642, ovl. jong?
    • 3. Hubertus Paltenius, ged. geref. Groningen A-kerk 29-12-1643, otr. Groningen 28-1-1665 (get. voor haar Jacob Jacobs als nabuir) Geertruit Jansen, afkomstig van Westerborg (1665).
    • 4. Joannes Palten, ged. geref. Groningen A-kerk 1-5-1645.
    • 5. Elisabeth (Lijsbeth) Palt(h)enius, ged. geref. Groningen Martinikerk 17-6-1646, geref. lidmaat te Warffum als Elizabeth Palthenius, j.d. Kockmaagd van de Heer Trip, met attestatie van Groningen 8-7-1683,[751] afkomstig van Groningen (1684), otr./tr. Groningen 21-6/10-7-1684 (get. voor haar Leendert Eldercamp als goede bekende) Jacob Corver, afkomstig van Lübeck (1680, 1682, 1684), wednr. van Maria Jacobs (huw. voor 1667), Margrietha Walcker (huw. 1680), Elsien Frederiks (huw. 1682).[752]
    • 6. Margreta Palthenius, geb. vóór ca. 1645, filiatie niet bewezen,(¥) geref. lidmaat in de Popkenstraat te Groningen maart 1660.[753]

       
      COMMENTAAR(¥) Haar filiatie is niet bewezen, maar bij haar belijdenis in 1660 woont zij in de Popkenstraat evenals 5 jaar daarvoor (haar broer?) Everwijn.

 
Fragment PALTHE II

Everwi(j)n Palthe(¥), geb. 1609, ovl. 20-2-1669 (?), burgemeester van Enschede (na 1627 tot 1639),[754] tr. na 1639[755] Sara Anna (Sandarina/Sandrina) van Straelen, ovl. na 1671, wed. van Everhardt van der Mark, richter van Enschede, woonde te Oldenzaal,[756] doopget. (1671).

 
COMMENTAAR(¥) Is er een verband met :
Everwijn Palthe, geb. vóór ca. 1640 , weduwnaar uit Oldenzaal (1668), otr./tr. Oldenzaal geref. 13-9/14-10-1668 Catharina Klaessen, weduwe uit Zwolle (1668).
Hendrick Palthe, uit Oldenzaal (1664), otr./tr. Oldenzaal/Almelo geref. 7/21-8-1664 Gerritjen Gerrits, weduwe uit Almelo (1664).
In 1635 verkopen provisoren der stad Schöppingen het halve erve Walhoff in de Eschmarke aan Everhardt van der Marck x Sandaryna van Straelen en Johan Kost x Catharina Laersunders. [757]
Op 29-1-1639 wordt het erve Ribbelt, gelegen op de Ribbelerbrink in het noordelijke deel van de Esmarke te Enschede, verkocht door Ernst van Ittersum tot Nijenhuis aan Everhardt van der Mark, richter van Enschede, gehuwd met Sandarina van Straelen. Nadat Everhardt weinige jaren daarna is gestorven hertrouwde Sandarina van Straelen met burgemeester Everwijn Palthe. Dezen hebben het erve Ribbelt op 8-6-1663 weer verkocht aan Jenneken Vos.[758]
      Uit dit huwelijk:[759]
    • 1. Gerrit Palthen, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1672/73, burgemeester van Enschede (1669), wordt als Gerhard Palthe, man van Meghtelt van Someren, geref. lidmaat te Neede 30-5-1669 op attestatie van Enschede, otr./tr. Neede geref. 14-3/25-4-1669 Mechteld (Magtelane) Tonisdr van Someren, geb. Deventer 1630, ovl. na 1691, (zie kw. nr. 885 ) doopget. (1668, 1678), wed. van Gerhard ten Cate, provisor te Neede, dr. van Teunis Jansen van Someren voor de Bergh poorte te Deventer.
        Uit dit huwelijk (Palthe-van Someren):
      • aa. Sandrina Palthen, ged. geref. Neede 8-10-1671 (get. Herbert Tonnissen van Someren, Sandrina de huisvrouw van Everwijn Palthen, burgemeester van Enschede en Gertien ten Caete).
    • 2. Ds. Everhardus Palthe, geb. vóór ca. 1645, ovl. Elspeet 28-3-1716[760], afkomstig van Enschede (1661) ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 21-2-1661 ("Everhardus Palthe, Enscheda Transisulanus"),[761] predikant te Elspeet (1670-1711), beroepen 15-8-1670,[762] tr. vóór 1687[763] Sara van Eijbergen, zuster of dr. van Ds. Franciscus van Eijbergen en Sophia Palthe.
      Op 13-3-1690 stellen de Barneveldse ambtsjonkers een onderzoek in n.a.v. het verzoek van de predikant om ontheven te worden van de verplichting tot het betalen van de verponding over het kerkenland.[764]
      Op 28-8-1711 nemen de Barneveldse ambtsjonkers kennis van het feit dat de predikant, wegens hoge ouderdom en afnemende krachten zijn functie ter beschikking stelt. Hierop mocht hij van zijn emeritaat gaan genieten. [765]
        Uit dit huwelijk:[766] [767]
      • aa. Ds. Rutger(us) Palthe, geb. Elspeet 19-11-1671, ovl. Voorthuizen 24-8-1727, bevestigd als candidaat/predikant te Voorthuizen 1709, (geen inschrijving van hem aan een van de Nederlandse universiteiten gevonden), otr. Voorthuizen 6-4-1709[768] Wilhelmina Lievens, geb. Nijkerk ca. 1671. Hieruit geen kinderen.
        Op 5-6-1720 besluiten de Barneveldse ambtsjonkers om aan de predikant tien gulden, veertien stuivers te doen toekomen zodat de weduwe van zijn voorganger de nog door haar verschuldigde belastingen aan de substituut-rentmeester van de Veluwe kan betalen.[769]
        Op 6-7-1724 wordt Ds. Rutger Palthe als voorbeeld gesteld aan zijn collega«s, kerkmeesters, kosters en schoolmeesters in het ambt Barneveld, omdat hij zo keurig had gezorgd voor een opgave van alle pastorie-eigendommen en vicarieën, alsmede de opbrengsten daaruit. De anderen moesten dat nu ook maar eens gaan doen.[770]
        Op 2-7-1727 krijgt Ds. Rutger Palthe toestemming om namens de kerkvoogdij van Voorthuizen een stuk pastorieland aan de Schuerdersteegh in erfpacht te geven aan de weduwe van Henrick Otten van de boerderij "Korlaar".[771]
      • bb. Sandrina Palthe, geb. Elspeet 24-5-1674, ovl. kort daarna.
      • cc. Gerharda Palthe, geb./ged. Elspeet 28-5/4-6-1676.
      • dd. Everwijn Palthe, ged. Elspeet 13-10-1678, ovl. kort daarna?.
      • ee. Qiennera Palthe, ged. Elspeet 9-7-1682.
      • ff. Ds. Jo(h)annes Palthe, geb. Elspeet 25-2-1686, ovl. Elspeet 25-9-1727,[772] ingeschreven als filosofie en theologie aan de Universiteit van Harderwijk 23-9-1705 ("Joannes Palthe, Elsp.-Gelr. Ph. et Th."),[773] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 19-8-1710 ("Johannes Palthe, Elspata-Gelrus. 23 (jaar)"),[774] proponent te Elspeet, krijgt op 3-2-1712 toestemming om bij zijn vader als hulpprediker op te treden, volgt zijn vader na diens overlijden op als predikant te Elspeet (1716-1727),[775] otr./tr. Harderwijk 7/21-3-1717[776] Agnes Eusebia Pannekoe(c)k (Pannekouck), ged. Harderwijk 26-9-1694, beg. Harderwijk 11-1-1742,[777] dr. van Johan Pannekoeck en Nicola(a) Greven.
        Op 5-7-1725 geven de ambtsjonkers van Barneveld toestemming aan Ds. Johannes Palthe om een "hofhuijsje" of "weesje" (een prieel) in de tuin van de pastorie te laten bouwen.[778]
          Uit dit huwelijk:[779] [780]
        • aaa. Sara Palthe, ged. Elspeet 15-5-1718, beg. Harderwijk 19-8-1784, geref. lidmaat te Harderwijk op belijdenis juni 1735, tr. Hierden 18-7-1743[781] Hendrik Peters Oosterbaan, ged. Harderwijk 23-6-1706, ovl. Harderwijk 21-6-1754, geref. lidmaat te Harderwijk op belijdenis sept. 1736, koopman, pachter van de visafslag,[782] zn. van Peter Oosterbaan, burgemeester, koopman, gemeensman, rentmeester te Harderwijk, en Geertruid Felbier. Hieruit verder nageslacht bekend.
          Op 3-9-1750 verkoopt Sara Palthe, echtgenote van Hendrik Oosterbaan het erve Nilant. Zij verkreeg dit als erfgename van de weduwe van Lambertus Greven. [783]
          Op 19-12-1776 verschenen voor schepenen van Harderwijk vrouwe Geertje Oosterbaan wed. van wijlen de heer Joachim Johan Geltsayer, in leven onze mederaadsvriend overdenkende de zekerheid des doods enz. legateert aan haar dienstmeid ƒ 100,- en benoemd tot haar erfgenamen de kinderen van haar broer Hendrik Oosterbaan bij Sara Palthe in echt verwekt met namen Agnes Eusebia Oosterbaan getrouwd met Dr Cramer en Anna Oosterbaan getrouwd met Dr Grebor en Geertruid Oosterbaan, getrouwd met Franciscus Martinius en Nicola Oosterbaan, nog ongehuwd, die allen egaal zullen erven en wat betreft de saalwheer van het herengoed zal diegene die dit verkrijgt de anderen een gelijke waarde uit de overige goederen doen toekomen en het gerede moet worden verdeelt en mag niet verkocht worden. [784]
        • bbb. Johan Palthe, ged. Elspeet 23-7-1719.
    • 3. Joan Palthe, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687, waarschijnlijk identiek met Jan Palthe, ged. geref. Oldenzaal 20-10-1658, als zoon van "Everwin en N. Palthe Borger alhier", tr.[785] Catharina Cost, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687 dr. van Jan Cost en Sara Budde (zie kw. nr. 6819 sub e).

 
Fragmenten PALTHE III
Driemaal een Johannes Palthe, van wie de herkomst onbekend is, en van wie ook onduidelijk is of het een en dezelfde persoon betreft:
 
  • a. Johannes Palthenius, geb. vóór ca. 1640, afkomstig van Twente (1658), ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 7-7-1658 ("Johannes Palthenius, Tubant., Phil."),[786]
  • b. Ds. Johannes Palthe(nius), geb. vóór ca. 1635, predikant te Den Andel (1657-1659), vertrokken naar Nordhorn 1659,[787] otr. Groningen 28-3-1657 (als Johannes Palthe) (de "erentrijke") Catherina Louwens.
  • c. Joannes Palthe, geb. vóór ca. 1640, wordt geref. lidmaat te Groningen als "studiosus" met attestatie van Steinfurt juni 1659,[788]:

6690. ROLEF VAN DELDEN, parentatie niet bewezen, burger te Ootmarsum in 1546.[789]

6784. GERRIT LASONDER (alias SMID, LAERSUNDER), geb. Enschede 1540-1555, ovl. Enschede 1-8-1616,[790] burgemeester van Enschede (1593-1609), tr.[791] [792]

6785. ELSKE BROUWER (alias SMITS), geb. Enschede 1560, ovl. 1611-1618, woonde te Enschede Stad.

    Uit dit huwelijk:[793]
  • a. Laurens Lasonder, geb. Enschede 1578-1583, ovl. 1624/25, (=kw. nr. 3392).
  • b. Catharina Lasonder, geb. Enschede 1585-1590, ovl. Enschede 22-10-1664, (zie kw. nr. 6815 ) tr.[794] Jan Cost (junior), geb. Enschede 1581-1589, ovl. Enschede 28-3-1666, (zie kw. nr. 6814 )
  • c. Leffert Lasonder (alias Smid), geb. Enschede 1581-1585, ovl. 1664-1668, smid, linnenreder en burgemeester te Enschede (zie testament van 1662), tr. vóór 1610[795] Grietje (Gredtken) Cost, geb. Enschede 1580-1590, ovl. 1675-1682, dr. van Pelgrim Janzoon Cost en Aale Lasonder (zie kw. nr. 13636 ).
      Uit dit huwelijk (volgorde onbekend):[796]
    • 1. Laurens Lasonder (alias: Lasunders), geb. Enschede 1613-1617, ovl. 1680-1684, burgemeester van Enschede (1660-1682). tr. vóór 1644[797] Geertgen Menkmaat, geb. Enschede 1620, dr. van Herman Menkmaat en Aalke Verwoolde.
      In 1651 nemen Albert en Gerrit Tegederinck 356 D(aa)l(de)r op van Lauwrens Laersunders. [798]
        Uit dit huwelijk geboren te Enschede:
      • aa. Gerrit Lasonder, geb. 1643-1647, ovl. 1716-1723, tr. 1o voor 1669[799] Griete ten Thije, geb. Enschede 1643-1647, ovl. na 1682, dr. van Engelbert ten Thije en Geesken Lambertink. tr. 2o Enschede 6-3-1702[800] Elsje Fransen van den Borge, geb. Emden 1632, ovl. 1703-1710, wed. van Alexander Wingh, eerder van Jan van Lochem.
      • bb. Berend Lasonder, geb. 1638-1658, ovl. vóór 1681.
      • cc. Pelgrom Lasonder, geb. 1645-1652, ovl. Enschede 1717-1724, burgemeester van Enschede, tr. Enschede 4-5-1679 Elsken Jansen Hilderink, geb. Goor 1642-1661, ovl. Enschede na 1703, dr. van Jan Hilderink en Albertje Cuijper. Hieruit verder nageslacht.
      • dd. Hendrik Lasonder, geb. 1635-1658, ovl. Enschede 1718-1723, provisor der stadsarmen in 1702, tr. vóór 1691[801] Aaltje Cost, geb. Enschede ca. 1650, ovl. Enschede na 1717, dr. van Jan Cost, provisor in 1626, en Fenne Dollebotter.
      • ee. Aalken Lasonder, geb. 1635-1658.
      • ff. Herman Lasonder, geb. 1650-1656, ovl. Enschede na 1688, tr. NN. Hieruit verder nageslacht.
      • gg. Fenneken Lasonder, geb. 1658-1665, tr.[802] Gerard Bekker, geb. 1650-1680.
      • hh. Catharina (Trijntje) Lasonder, geb. 1640-1667, tr.[803] Hermannus Stroynck, geb. ca. 1645, ovl. Enschede 1721[804], burgemr. van Enschede[805], zn. van Jorrien Stroink en Judith Wageler (zie kw. nr. 1700 sub a).
    • 2. Anna Lasonder, geb. Enschede 1610-1634, tr. vóór 1652[806] Ludovicus (ten) Wagelaer, geb. Enschede 1600-1633, ovl. 1687-1690, zn. van Johan Wageler en Harbert de Laer (zie kw. nr. 3403 sub b), waard, herbergier in "De Swaene", vaandrig in de schutterij (1646). Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 3. Jacob Lasonder, geb. Enschede 1621-1630, ovl. vóór 1662, tr. Imme Brouwer, geb. Enschede 1625/26, ovl. na 1679, dr. van Lambert Brouwer en Stijne Cost (zie kw. nr. 3392 ). Zij hertrouwde Albert Stroink (zie kw. nr. 3401 sub a).
        Uit dit huwelijk (Lasonder-Brouwer) geboren :
      • aa. Pelgrom Lasonder, geb. 1640-1662.
      • bb. Truide Lasonder, geb. 1640-1662, tr. Jan Jansen Stroink, geb. 1640-1662, zn. van Jan Stroynck (zie kw. nr. 3401 sub b).

6786. PELGRIM (PELGROM) BERENDS COST, geb. Enschede Stad 1525-1560, ovl. Gronau na 1615, woonde te Enschede Stad, tr.[807]

6787. CATHARINA NN, geb. 1535-1560, ovl. Gronau na 1614, woonde te Enschede Stad.

    Uit dit huwelijk:[808]
  • a. Margrete Cost, geb. 1565-1585, (=kw. nr. 3393).
  • b. Berend Cost, geb. 1580-1607, woonde te Enschede Stad.

6790. JOHAN TICHELS, geb. 1530-1555, ovl. na 1605, woonde te Enschede Stad, tr.[809]

6791. ANNA NN, geb. 1530-1555, ovl. na 1605.

    Uit dit huwelijk:
  • a. Wendela Tichels, geb. 1550-1580, ovl. na 1595, (=kw. nr. 3395).

6800. ALBERT STROYNCK, geb. Delden ca. 1540, ovl. Delden 1601-1611, koopman, herbergier en kerkmeester (1588) te Delden, wordt regelmatig (1573-1587) genoemd in verband met zaken die in Delden voor de burgemeesters worden behandeld, spreekt personen aan voor het betalen van wijn (1574, 1577) en voor het terugbetalen van geleend geld (1576, 1577, 1581), treedt op als "ondelwisser" (1584), bezit grond op de Deldener Es (1585), verkoopt paarden (1586), tr. vóór 1586

6801. CAT(H)RIJN NN, geb. vóór ca. 1550, ovl. na 1617, die optreedt als "die weedevrouwe Stroinse" in enkele rechtzaken (1611..1617).

Op 15-12-1586 verklaren enkele personen "dat sie verkofft hadden Albert Stroynck Catharyna syner huisfrouwen und oren Erffgenamen eene jaarlijkse rente van 8 1/2 gold gulden [810].

Verpondingsregister Twenthe 1601 : Albert Stroynck betaalt f 0,4,0 voor "5 spint landtz thobehoernde den erfgenamen van zaliger Henrich van Rehede, gyfft jairlicx 1 daler", in Stad Delden [811].
    Uit het huwelijk (Stroynck-NN) geboren te Delden :
  • a. Rotger Stroynck, geb. ca. 1570, (=kw. nr. 3400).

6804. HENDRIK TEN WAGELER, geb. Enschede Stad 1520-1560, ovl. Enschede Stad 1597-1611, tr.[812]

6805. GERTKEN NN, geb. 1540-1565, ovl. Enschede Stad 1597-1610.

    Uit dit huwelijk:[813]
  • a. Johan (toe) Wagel(a)er, geb. Enschede Stad 1550-1580, ovl. Enschede Stad 1637-1643, (=kw. nr. 3402).
  • b. Jenneke ten Wageler, geb. Enschede Stad 1550-1580, ovl. Enschede Stad na 1611. tr.[814] Berend ten Weemhaeve, geb. Enschede Stad 1576-1581, ovl. Enschede Stad na 1626, schoenmaker te Enschede Stad, woonde te Enschede Stad, zn. van Jan ten Weemhaeve en NN.
  • c. Gertken Wageler, geb. Enschede Stad 1550-1580, ovl. Enschede Stad na 1610, tr.[815] NN Elderink, geb. 1540-1575, ovl. vóór 1600, woonde te Enschede Stad.
  • d. Trijne Wageler, geb. Enschede Stad 1565-1580, ovl. Enschede Stad 1597-1606, tr.[816] Hendrik Roters, geb. Enschede Stad 1534-1544, ovl. Enschede Stad na 1615, schoenmaker te Enschede Stad, wednr. van Kunne NN. Hij hertr. Gertken NN
      Uit dit huwelijk:[817]
    • 1. Derck Roters, geb. Enschede Stad 1600-1606, ovl. na 1610.
  • e. Herman ten Wagelaar, geb. 1570-1581, woonde te Enschede Stad, tr.[818] Mette NN, geb. 1565-1581, woonde te Enschede Stad Hieruit verder nageslacht bekend.

6806. ALBERT(US) DE LAER, ovl. na 1628, notaris publicus, landtschrijver, secretaris (1600, 1609), gerichtsschrijver (1597, 1598, 1609) van stad en gericht Enschede.[819] treedt op als gevolmachtigde voor het Langericht van Oldenzaal (1605, 1618), burgemeester van Enschede (1618..1622).

Stadgericht Oldenzaal:[820]
10-4-1600: Alberto de Laer vergundt die beslage up twee handtschrifften, Hanß van Werden thobehorende unnd bij Hanß Henrickß berustende. Nha Stadtrechte.
7-7-1600: Up voergaende beslage unnd darup (erfolgede) ahngefangene gerichts proceduer, heefft Hanß Henrickß, umb wijdere unkosten und schaden thovermijden, ahn handen Alberti de Laer, Secretarij oppidi Enschedensis tott vuldoninge der schult van Twee unnd vijfftich dalers sampt upgelopene intereße so hie secht, hem ahn Hanß van Veerden? Veltscherder under hopman Pherniow tho resten, avergelevert twee handtschrifften itzg Hanßen thobehoerende, die eine under datum den 29 Januarij Anno 91 spreckende van 47 daler, up Geerdt Geertß unnd Jan Janß offte Jan Roloffß, heerkommende van ennige kopenschap van koenen van .M. Henrich Calije?
Die ander gepaßeert sijnde up maendach ijnden paaschen vorß jaers 91 holdende up Geerdt Geertß, van die summa van 23 daler, allent den daler tho 30 st. unnd den st. tho viffthien placken gereckent, unnd dat under cautie offte borchloffte van Pelgrim ten Thije, dewelche ahngelaevet heefft, infal Hanß Henrickß dußer averleveringe halven ijn ennigen schaden geraeden mochte, datt hie daervoer will ijnstaen, als offte hett sijn eigen saecke wehre wehre, des belaevet Albertus de Laer obg gerortten Pelgrimmen sijnen borghe van alles dußer saecke halven schadeloes tho holden under verhijpothicieringe sijner alingen guideren In meliori forma.
9?-7-1600: Albertis de Laer Secretarius oppidi Enschedensis pendet ahn twee handtschrifften Hanß van Veerden?, veltscherder under hopman Pherniow thobehorende, ende bij Hanß Henrickß berustende.
Stadgericht Oldenzaal d.d. 8-8-1600:[821]
Octava Augusti Prosper Staven Everdt van Delden in stadt Henrichs Loelvincks Borgermeisteren.
Die Edele unnd Erentfeste Joest Nagel unnd Adolph vander Marck constitueren unnd maecken vulmechtigh den Er: wolgelertten .M. Joannen Hampßinck umb alhier bijnnen Oldenzaell voer den oick Edelen unnd Erentfesten Erensten van Ittersum Drosten zlandes van Twenthe tegens Lamberten Budde unnd Alberta de Laer umb sie luide ter frundtschap offte mett rechte daer heer tho holdenn datt sie datt erve unnd guedt Wilminck ijnt gerichte van Enschede ende der groten buermarcke liggende sollen verlaetenn unnd ijn handen der constituenten wedder stellen, unnd datt bij alsolcken bescheijde als bij den heeren Landtdrosten vorß gefunden sall konnen worden, unnd watt gerortte vulmechtiger ter bijllicheit bij consent obg heeren Drosten unnd heeren Johans van der Marck ijn dußer saecke handelen doen, unnd laeten wordt datt selve laven gemelte constituenten pro rato et grato tho wijllen holden. In meliori forma.
Verpondingsregister Twenthe 1601 :
ƒ 3,22,8 voor 't erve Wilminck, tohorende aan Albertus de Laer en Lambertus Budden. groot 7½ mude gesei en 3 mudde land in de Eschmarke te Enschede.
Albertus de Laer : ƒ 1,15,0 voor 5 scepel gesei binnen wigbolts, 1 koeweide strekkende tot 't erve Seggelt, en 7 scepel gesei gelegen buiten wigbolt in de Eschmarke [822].
Stadgericht Oldenzaal d.d. 13-6-1622:[823]
Erschennen Albertus de Laer borgermeister tho Enschede, geaßistiert mett die huißfr van Jan ten Wageler unnd begert van die H. Borgermeisteren umb redelicke moverende oirsaecken datt haer E. believen will gerichtelicken die loeßkundigingh tho mogen doen ahn Johan Roeßen van die summe van twee hundert dalers tho bethalen up naestkumpstigen Christmißen luidt gegevener obligatien gerechtlichen verschrijvinge, twekcke mijn heeren Borgermeisteren also ahngenommen te willen geschien Dijt vorgaende vorß Johannen Roesen voergeleeßen sijnde nijmpt sulxc voer bekandt, unnd secht datt hie gelickfals begerende up Engelbert Pijnninck als principael tho mogen geschien, vann gelicke summe, die hie hem schuldich ijs.
In de periode 1628-1631 wordt een proces gevoerd voor het Richtermabt Almelo tussen Albert van Laer en Herman S. Smit over de eigendom van een paard. [824]
    Uit hem:[825]
  • a. Harbertje de Laer, geb. Enschede Stad 1570-1585, ovl. Enschede Stad na 1647, (=kw. nr. 3403).
  • b. Bernard de Laer, geb. vóór ca. 1580,[826].
    Landgericht Oldenzaal d.d. 12-1-1605:[827]
    Bernhart van Laer hefft nae paelrecht verkofft ein koeperen pott, thobehoerich den Buirrichter ter Losser, ende dat van wegen die gemeine bueren, ende Laer voerschr. is voer 20 stufers bij den slach ahnn dat pandt gebleven.
  • c. Lodewijk de Laer[828], geb. vóór ca. 1590, ovl. na 1620.
    Landgericht Oldenzaal d.d. 20-5-1620:[829]
    Lodewich de Laer, soon van BurgerMr. Albert van Laer exhibiert schrifftlicke anspraecke contra Geert Wiggerinck toe Losser mit vertoonder volmacht, sub dato 1615 den 28 Martij. Die Wigger toe Losser angeeischet sijnde, und nicht erschienende, is per contumatiam verwonnen.

6812. EGBERT JORISSEN.

    Uit hem:[830]
  • a. Derk Jorrissen, geb. Enschede Stad 1590-1615, ovl. Enschede Stad 1650-1653, (=kw. nr. 3406).

6814. JAN COST (alias Junior?), geb. Enschede Stad 1580-1586, ovl. (Enschede?) 28-3-1666, smid te Enschede Stad, tr. vóór 1622[831]

6815. CATHARINA LASONDER, geb. Enschede Stad 1585-1590, ovl. Enschede Stad 22-10-1664.

In 1635 verkopen provisoren der stad Schöppingen het halve erve Walhoff in de Eschmarke aan Everhardt van der Marck x Sandaryna van Straelen en Johan Kost x Catharina Laersunders. [832]
    Uit dit huwelijk:[833]
  • a. Anna Cost, geb. Enschede Stad 1600-1610, ovl. Enschede Stad na 1661, (=kw. nr. 3407).
  • b. Hendrik Cost, geb. Enschede Stad 1605-1615, ovl. Enschede Stad na 1680, woonde te Enschede Stad, burgemeester te Enschede Stad, tr.[834] Geertuid Weijdeman, geb. 1600-1640, ovl. na 1667, woonde te Enschede Stad.
  • c. Gerrit Cost, geb. Enschede Stad 1605-1620, ovl. Enschede Stad na 1675, tr.[835] Catharina Smeddes, geb. 1600-1635, ovl. Enschede Stad na 1662, woonde te Enschede Stad.
      Uit dit huwelijk:[836]
    • 1. Albert Cost, geb. Enschede Stad 1635-1645, ovl. na 1662.
    • 2. Elsje Cost, geb. Enschede Stad 1640-1650, tr.[837] Jan Wessels geb Enschede Stad 1643-1650, ovl. Enschede Stad na 1723, zn. van Gerrit Wessels en NN.
  • d. Aalken Cost, geb. Enschede Stad 1610-1647, ovl. Enschede Stad na 1682, tr.[838] Herman Leferink, geb. 1610-1620, ovl. 1675-1682, woonde te Enschede Stad.
  • e. Jan Cost, geb. 1621/22, ovl. Enschede Stad 16-11-1686, richter, tr.[839] Sara Budde, geb. 1627, ovl. Enschede Stad 22-11-1706, dr. van Herman Budde en Geertruyd van der Marck.
      Uit dit huwelijk:[840]
    • 1. Aleida Cost, geb. Enschede Stad 1645-1656, ovl. Enschede Stad 23-5-1737. tr. Enschede Stad 1-5-1675[841] Ds. Everwinus Stockman, geb. Enschede Stad 1627-1641, ovl. Enschede Stad 9-1-1727, ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 2-11-1658 ("Everwinus Stockman, Transisal."),[842] predikant te Enschede Stad, zn. van Ds. Gerardus Stockman(nus), predikant, en Anneken Steinfurt. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 2. Lambertus Cost, geb. Enschede Stad 1645-1652, ovl. na 1667.
    • 3. Catharina Cost, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687. tr.[843] Joan Palthe, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687, zn. van Everwi(j)n Palthe, burgemeester van Enschede, en Sara Anna (Sandarina/Sandrina) van Straelen (zie Fragment PALTHE II ).
    • 4. Herman Cost, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. Oldenzaal Stad 1-4-1718, tr.[844] NN Stuer, geb. Goor 1655-1665, dr. van Christoffer Stuer en Anneken Putman. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 5. Geertje Cost, geb. Enschede Stad 1659-1661, ovl. Oldenzaal Stad 18-1-1738, tr. 1o [845] Joost Myskedaal, geb. Enschede Stad 1640-1670, ovl. Enschede Stad na 1701, advocaat te Oldenzaal Stad, zn. van Joost Myskedaal en Jenneke Bekker, tr. 2o [846] Albert Muntz, geb. Neuenhaus 1655-1665, zn. van Balthazar Muntz en Adelheijdt Reiners.
    • 6. Anna Cost, geb. Oldenzaal Stad 1662-1672, ovl. Oldenzaal Stad 2-3-1741, woonde te Oldenzaal Stad tr. Deventer 14-1-1702[847] Dr. Andreas Niland(t), geb. Deventer 24-12-1658, ovl. Oldenzaal Stad na 1708, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 18-7-1676 ("Andreas Nieulandt, Daventriensis"),[848] ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1682 ("Andreas Nilant W. F. Daventriensis."),[849] promoveert aldaar 2-11-1682 in de rechten op een dissertatie getiteld "De Usufructu",[850] wordt burger van Oldenzaal 15-1-1708, burgemeester te Oldenzaal Stad, zn. van Willem Nilant, burgemeester te Deventer, en Elisabeth Strockel. Hieruit verder nageslacht bekend.
      Burgerboek Oldenzaal: Ao 1708 den 15 Januarij heeft de Heer Doctor Andrees Niland, voor hem, sijn huisvrouw en kinderen de Burgerschap deser stad gewonnen, gelijk mede in forma den burger eed gepraesteert.
    • 7. Jan Cost, geb. Enschede Stad 12-2-1663, ovl. Enschede Stad 17-5-1722, richter te Enschede Stad, woonde te Enschede Stad, tr. Markelo 18-9-1694[851] Barbara Nilant, geb. Deventer 14-5-1673, ovl. Enschede Stad 28-7-1738, dr. van Willem Nilant, burgemeester te Deventer, en Elisabeth Strockel. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 8. Mechteld Cost, geb. Enschede Stad 1665-1673, ovl. 15-8-1728, tr. Enschede Stad,[852] Ds. Rutger van Eibergen alias Eijbergen, geb. Borculo 13-7-1636, ovl. Weerselo 31-12-1716, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 10-9-1657 ("Rutgerus ab Eibergen, Borkoloa-Gelrus"),[853] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Groningen 13-9-1662 ("Rutgerus ab Eibergen, Borkeloa-Gelrus"),[854] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 15-9-1663 ("Rutgerus ab Eibergen, Bercklo-Gelrus. 24 (jaar) (sic!)"),[855] [856] predikant, zn. van Tönnis van Eibergen en Zetjen van Eibergen. Hieruit verder nageslacht bekend.

6832. = 6784. GERRIT LASONDER (alias SMID).

6833. = 6785. ELSKE SMITS.

6834. = 6786. PELGRIM BERENDS COST.

6835. = 6787. CATHARINA NN.

6912. JOHAN RE(DE)RINCK, geb. 1498-1518, ovl. 1563-1570, mogelijk dezelfde als Johan Rerijnck, burger van Zutphen, "heel geld", zondag na Esto mihi 1545 (=22-2-1545),[857] beleend met Rederinck (1517, onmondig), (1560), voert in 1563 voor het Hof van Gelderland als Johan Reer(d)inck met Derck Valverdingh c.s. een proces over Reerdinckslag onder Hengelo (Gld),[858] tr. vóór 1560

6913. ELISABETH RIDDERS, door Johan gelijftocht (1560).

Beleningen van het goed Rederinck te Hengelo (Gld) :[859]
Dat gued "to Redering", in groten : die hofstat ende 35 maldersaets hoges lants, to gueder maten. Item een weidemait, schiit an Mennynck, geheiten "Rederinx-weidemait". Item 1 stuck beneven Widenstraet, geheiten "Rederinx slach". Item 1 slageken in den Ongevoirde. Ende 1 1/2 slegekijn in den Eketghoir, myt al des gudes tobehoir, als dat leget in den kirspel van Hengel, to 5 marcken.
Oct. 1417 : Ailbert Redering. Hulder is Henric Redering.
11-12-1420 : Ailbert Redering, mondig, doet zelf den eed, na doode van zijn oom en hulder Henric.
27-5-1468 : Johan Rederinck Aelbertsz.
23-1-1495 : Derick Rederinck na doode van zijn vader Johan.
12-12-1517 : Johan Rederinck, onmondig, na doode van zijn vader Derick, en na verzuim. Derick Putzeller, rentmr. van het land van den Berge, is hulder.
30-1-1560 : Idem doet zelf den eed, en lijftocht zijn vrouw Elisabeth Ridders.
11-4-1570 : Derick Rerinck, na doode van zijn vader Johan.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Derick Rerinck, geb. vóór ca. 1550, (=kw. nr. 3456).

6928. NN (PAUWEN)(¥).

 

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met
Berent Paeuwen, burger van Zutphen 31-3-1629.[860] vul aan ppp 5/21/143
Henrik Johannes Pauwe, burger van Zutphen, gartis zaterdag na Epiphanias 1545 (=10-1-1545).[861]
Steven Pauw, burger van Zutphen, zaterdag na Martinus 1516 (=15-11-1516).[862]
 

    Uit hem verm. geboren :
  • a. Jan Pauwen, (=kw. nr. 3464).
  • b. Derk Pauwen, tr. 1o Lochem geref. 7-6-1585 Goessen Elffen, tr. 2o Lochem geref. 28-12-1588 (Derck Pauwen und Hylle sijn h.v.) Hylle NN.
      Uit hem vermoedelijk :
    • 1. Derck Pauwen, ged. geref. Lochem 27-6-1584 ("gedoept Derck Pauwens kyndt. Derck genoemt.").
    • 2. Anna Pauwen, ged. geref. Lochem 28-12-1588 ("Derck Pauwen dochter Anna"), ovl. jong?
    • 3. Johan Pauwen, ged. geref. Lochem 18-10-1592, tweeling? met
    • 4. Anna Pauwen, ged. geref. Lochem 18-10-1592 ("Derck Pauwen twee kynderen, Johan und Anna").
  • c. Hendrick Pa(u)(w)en, ovl. vóór 1627, woont te Lochem (1617), tr. 1o? Lochem geref. 18-4-1591 Greete Greven, tr. 2o Lochem geref. 22-11-1592 Aelken Du(y)men, ovl. 1592-1617, tr. 3o Lochem geref. 10-12-1617 (als haar wednr. te Lochem) Hille Ku(i)pers, wed. van Lochem. Zij (Hille Ku(i)pers) hertr. Lochem geref. 6-1-1627 Zweer Kettels, wednr. van zal. Geertken Freesen.
      Uit hem vermoedelijk :
    • 1. Berndt Pauwen, ged. geref. Lochem 7-4-1586 ("Henrick Pauwen kyndt Berndt"), ovl. jong?
    • 2. Johan Pauwen, ged. geref. Lochem 9-11-1591 ("Henrick Pauwen kyndt Johan").
    • 3. Henrick Pauwen, ged. geref. Lochem 18-3-1593 ("dye lange(¥) Henrick Pauwen kyndt Henrick"). otr. Lochem geref. 28-1-1627 (als "Hendrich Pauwen zal. Hendrich Pauwen naegelatene sohn", attestatie gekregen 24-2-1627) Hilleken Frerix, j.d. van Emmerik (1627).
    • 4. Berndt Pauwen, ged. geref. Lochem 18-4-1593 ("die Jonge(¥) Henrick Pauwen kyndt Berndt"), otr. Lochem geref. 26-9-1624 (als "Berndt Pauwen Jonckman und Zoone van Henrich Pauwen Burger Zu Lochum", en "zyn gecopulert te Vorden") Berntgen AlterKamps, dr. van zaliger Bernt AlterKamps te Vorden.

       
      COMMENTAAR(¥) Blijkt hieruit dat er twee personen Henrick Pauwen (een lange en een jonge) zijn?
  • d. Hendrick Pau(w)en, portier in de Smedenpoort te Lochem (1609). doopget. (1610), tr. vóór 1609 Marie NN.
      Uit dit huwelijk (Pauwen-NN) (o.a.?) :
    • 1. Jenniken Pauwen, ged. geref. Lochem 11-10-1609 ("Hendrick Pauen, de porter in die Smedenporte, Marie sien vroue, ein dochter Jenniken", get. Jorien van Bentum).
    • 2. Berent Pauwen, ged. geref. Lochem 18-10-1612 ("Hendrick Pauwen, Marye sien vroue, ein kint Berent", get. Joeren van Bentem).
      Berent Pauwen en zijn h.v. Berentgen (27-2-1629)[863]. Is dat deze Berend wel?
  • e. Lutgerdt Pauwen, filiatie niet bewezen, tr. Lochem geref. 30-4-1589 Berndt ten Haeve.

6930. NN (WITBECKERS?/KOSTER?).

    Uit zijn huwelijk (o.a.?):
  • a. Margriet Witbeckers, (=kw. nr. 3465).
  • b. Arndt (Aerent) Witbeckers (genaamd Koster), ovl. 1644-1655, doopget. (1616, 1618), momber van zijn zuster Margriet (1643, 1644), schepenrichter en burgemr. van Lochem[864] (1630), tr. 1o Lochem geref. 17-2-1591 (hij als Arndt Koester, zij als Aelken Toellers) Aeltje (Aelken) Tolners, ovl. 1613-1615, tr. 2o (huw. voorw. 4-4-1615[865]) Joestien Kappers, ovl. 1619-1655.
    Op 12-3-1615 zijn Jan Pauwen en Johan Witbeck voogden over de acht kinderen uit het eerste huwelijk van Arndt Witbeckers[866].
    De Ed. Eerentf. ook Eers. Joest Nagel to Amsen, Johan Lamsinck en Derck tho Harckel, burgemr. van Lochem, hebben raadzaam geacht hun getal te vermeerderen, in plaats van de afgestorven Willem ten Ollinckhave en Hendrik van Haerlo, en tot burgemr. benoemd Willem van Bramel, Arndt van Damb, Arndt Coster en Peter Copes, die daarop de eed doen, 20-5-1630[867]
    De erfgenamen van wijlen Joestien Costers, h.v. van wijlen burgemr. Arent Koster, 9-3-1655[868].
    De luitnt. Jan Holman, voor 1/3 erfgenaam van wijlen Joostien Kappers, h.v. van wijlen burgemr. Arent Koster, 29-1-1670[869].
      Uit een mogelijk noo eerder huwelijk (Koster-NN) :
    • 1. Gudula Koester, ged. geref. Lochem 22-6-1589 ("Arndt Koesters dochter Gudula").
      Uit zijn eerste huwelijk (Koster-Tolners, waarvan in 1615 nog acht kinderen in leven) (o.a.) :
    • 2. Gertken Koester, ged. geref. Lochem 17-10-1591 ("Arndt Koesters kyndt Gertken").
    • 3. Henrick Koester, ged. geref. Lochem 16-3-1595 ("Arndt Koesters Soene Henrick"), tr. Lochem geref. 5-7-1618 (als "Hendrick Witbecker s. van Arent Witbecker genant Koster") Essele Mejers, j.d. van Lochum, dr. van zaliger Berndt Meiers.
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
      • aa. NN Koester, ged. geref. Lochem 22-11-1618 ("Hendrick Koster en kint gedoept, get. Berent Gruiter").
      • bb. Reint Koester, ged. geref. Lochem okt. 1623 ("Hendrick Koster kint genaemt Reint, get. Hendrick ter Becke").
    • 4. Jacob Koester, ged. geref. Lochem 10-4-1597 ("gedoept Arndt Koester soene Jacob, gevaders Lambert ten Berenpass frouwe, und Helmich Schoemaker").
    • 5. Anneken Koester, ged. geref. Lochem 6-7-1611 ("Arent Koester, Ealkenn sien vroue, ein kint Anneken, get. Tijs Bonum").
    • 6. Gryete Koester, ged. geref. Lochem 13-10-1613 ("Arent Koester toe Lochem, Alkynn sien vroue, ein kint Gryete, get. Evert Schollemeyster").
      Uit zijn tweede huwelijk (Koster-Kappers):
    • 7. Jost Koster, ged. geref. Lochem 17-12-1617 ("Arendtt Koster, ein kint Jost", get. "dye gevaederenn Heendrick Braebender").
    • 8. NN Koster, ged. geref. Lochem 26-12-1619 ("Aren Koster en kint gedoept, get. die sonnen Albert").
  • c. Johan Witbeck, filiatie niet bewezen. waarsch. dezelfde als Jan Witbecker, koster te Geesteren, ovl. voor 9-12-1628[870] tr. [871] [872] . Anna Blesius, ged. geref. Lochem 3-3-1594 ("Blesius dochter Anna").
      Uit dit huwelijk (Witbecker-Blesius) geboren :
    • 1. Anna Witbecker(s)[873], filiatie niet bewezen. tr. 1o Borculo eind 1623[874] Cornelius Berntzen, tr. 2o voor 26-2-1634[875] Jan Hagens (Petershagen), ovl. 1652-1663, gegoed te Geesteren, zn. van Joost Hagen (alias Petershagen) en Engele Vrijlinck.
      Landgericht Borculo : in 1644 procedeert Jan Buloes tegen Johan Hagens. [876]

      Stad- of Landgericht Borculo : in 1652 procedeert Jan Hagens tegen Berentjen Brethouwers, wed. Rietmolle. [877]
        Uit haar tweede huwelijk (Hagens-Blesius) :[878]
      • aa. Blesius Hagens, geb. Geesteren Gld 1620-1656.
    • 2. Blesius Witbecker, ook genaamd Blesius Coster, op 22-12-1628 vermeld als ruiter onder de compagnie van graaf Otto van Limburg en Bronkhorst[879].

6932. RIKELEN (RIJCKLUKEN) VAN VREDEN, ovl. 1609-1616, bouwman op Vreden in Klein Dochteren.[880]

    Uit zijn huwelijk (o.a.?) :
  • a. Egbert van Vreden, (=kw. nr. 3466).
  • b. Jan van Vreden, otr. Lochem 15-8-1619 (als zn. van zaliger Rijckluken van Vreden in klein duchtren),[881] Emme Alberts, dr. van zaliger Albert op den Hietbrinck in Klein duchtren.
  • c. Goszlick van Vreden, vóór ca. 1585, tr. Lochem geref. 22-11-1609 (als "Ricklukens Son to vreden") Welmer te Draeffsel, dr. van Peter te Draffsel.
  • d. Aeltken van Vreeden, geb. vóór ca. 1595, dr. van zaliger Rijdtluicken van Vreden, wonende in klein duchtren, tr. Lochem geref. 8-9-1616 (als dr. van zaliger Rijdtluicken van Vreden, wonende in klein duchtren) Berndt Smeiers, j.m. zn. van zaliger Berndt Smeiers.

6934. HERMEN (HERMAN, HARMEN) NIJKAMP, ovl. na 1612 (doopget.)[882], doopget. (1612), bouwman op Nijkamp in Klein Dochteren.[883]

    Uit hem (o.a.?) :
  • a. Agnes Nijkamp, (=kw. nr. 3467).

6936. WILLEM (WILLEKEN) VAN EM(B)DEN, ovl. na 1623, te Lochem (1612), is in 1593 huw. get. te Lochem, doopget. (1613, 1623).

    Uit hem (o.a.?) :
  • a. Jan Wylleckes, ged. verm. Lochem geref. 12-7-1590 ("gedoept Willeken van Embdens Soen"), (=kw. nr. 3468).
  • b. Styne Willickens, ged. geref. Lochem 18-8-1591 ("Willickens dochter van Embden Styne genoemt").
  • c. Hermen Willekes, ged. geref. Lochem 5-1-1595 ("Willem van Embdens kyndt Hermen"), doopget. (1618, 1619).
  • d. Aelken Wil(le)kes/van Emden, ged. geref. Lochem 2-9-1596 ("gedoept Willem van Embdens dochter Aelken, gevaders Henrick Macharius, Aelken Lulyffs und Fenne ter Beck"), doopget. (1613), j.d. van Lochem (1617), tr. Lochem geref. 12-10-1617 als Aeltken van Emden, dr. van Willem van Emden) Berndt Smit, j.m. van Roerlo, zn. van zaliger Hendrick Smit.

6938. BERNDT ELBERINCK, verm. te Nahayss.

    Uit hem (o.a.?) :
  • a. Aeltken (Alkynn) Elberinck, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1622-1625, (=kw. nr. 3469).

7040. WESSELUS WESTENBERG, wordt gereformeerd, woonde te Gildehaus zonder enige betrekking, tr.[884]

7041. MARIA ELISABETH WERNINKS, afkomstig van Gildehaus.

    Uit dit huwelijk (o.a.?) :[885]
  • a. Ds. Lambertus Westenberg, predikant te Nordhorn.
  • b. Johannes Westenberg, ovl. 1580 aan de pest, (=kw. nr. 3520). filiatie niet bewezen.

7066. GOVERT GEVERS, geb. vóór ca. 1560.

    Uit hem :[886]
  • a. Lambert Gevers, geb. vóór ca. 1610, vermeld in 1635 als voogd van de kinderen van (zijn zuster) Aeltje Gevers en haar eerste man Gerrit Wyginck.[887] Een zekere Lambertus Gevers (een kleinzoon?) uit Winterswijk schrijft zich op 12-4-1668 op 21-jarige leeftijd in als rechtenstudent te Harderwijk.
  • b. Margaretha Gevers, geb. vóór ca. 1610, tr. vóór 1631[888] Johan Volmer, uit Vreden, luitenant (1662).
    Op 25-10-1631 wordt Gover Wyginck samen met zijn broer Henrick Wyginck door Johan Volmer en Margaretha Gevers gemachtigd op te treden omtrent een erf in de buurt van Vreden.[889]
    Op 8-2-1662 bekent Berendt ter Straecke voor een walbetaelde summa geldes gecediert ende vercoft te hebben an lieutenandt Johan Volmer und sijnen erven, die halfscheijdt des Sijbincks kamp, inden Kerspel Wenterswick, buurschap Medehoe gelegen, allermaeten hij cedent ende sijn olders van Gerdt Sibinck ende Fenneken ehel., densolven altijdt rustelick ende vreedelick in pandtschap beseten, alles luijt pandtverschrijvinge de anno 1629 1 Julij, voor allodiaal en kummervrij, om daruyt die darde garve met het stroe jaerlix te innen. [890]
  • c. Michiel Gevers, geb. vóór ca. 1590, ovl. na 1645, is als Michael Gevers "ein gar reicher man" is in 1624 uit de Vredense Raad gezet,[891] wordt op Pasen 1626 geref. lidmaat te Lochem als "Michael Geevers mit sin frowen moder welcke uth Vreden mede vann die religie willen vertroken",[892] burger te Zutphen (1641), tr. vóór ca. 1610[893] Sibilla Randenraast (Randenraat, Randenrath), ovl. 18-9-1630, beg. Lochem Gudulakerk (grafsteen : "Ao 1630 den 18 September is in den Heeren gerust BEELTIIEN RANDENRATH huesfrouwe van Michael Gevers van Vreden.")[894]. wordt op 22-10-1626 geref. lidmaat te Lochem als "Michael Gevers huisfrowe, welcke uth swackheit hares liefes te voren niet heft communiceren konnen".[895]
    Op 15-4-1641 Erschenen die Weledell und Gestrengen Detherick Philips van Wilich, Heer tott Praestinck, In nahmen und als Volmachtiger des oock Weledelen und Gestrengen heren Herman van Diepenbroeck Heer tott Bulderen, daervan genoechsame Volmacht voor Engelbert Schmele Richtern der Stadt Coesfeldt onder gemeltes Heren Richters Segell in dato den Achtundtwintichsten Februarij Sestijnhondert Een und Viertich onder des Notarij Joannis Ronneboems handt voorbrachte, die bekande In nahmen sijns heren Principalen Constituenten und sijn WolEdl. Erven voor eene walbetaelte summa geldes rechtes steden ewigen und onwedderroeplicken erffkoops avergelaten und verkofft te hebben an die Ervest und Wolfurnehme oock Ehrbare und Thuegentsame Henrichen Willinck Lisabeth Hardes eheluide, Michael Gevers und Aelken Gevers, weduwe Wigincks respective burger und inwonner tott Wenterschwick, Zutphen und Eibargen, und haren rechten erven sijns heren Constituenten Drie frie Erven und goederen, alss nemblick Gielinck, Mšller und Menninck genant inden Kerspell Wenterschwick Buerschap Corle mit allen daertoe gehoerigen olde und nije gerechtigheiden in hare bepalongen gelegen, niet daervan uhtgesondert, voor doorschlechtich kummerfrij, uhtgesondert van oldes daeruhtgaende beswaer. Deses in qualiteit voorss.erfflick gecediert und uhtgegaen, daerop mit hant, halm und monde vertegen, wahrschap, verner und beter verschrijvongh, oock speciale wahrschap voor eviction, und erffvestnis gelaefft nae Landtrechte, Bij veronderpandongh sijnes Heren Principalen Erff und goederen, so voell deren daertoe van noeden in wes heren landen dieselve gelegen und antetreffen wehren. Sonder exception und argelis [896]
    Erschenen Jr. Adrian van Eerde ten Pleckenpoell die bekande voor sich und sijnen erven, voor eene walbetaelte summa geldes rechtes steden ewigen und onwederroeplicken erffkoops avergelaten und verkofft te hebben an Michael Gevers und sijnen erven, een kempken genant den Voorts Kamp, omtrent van Vier schepel geseij mit den gantzen sichtvrede omme den Kamp gelegen, inden Kerspell Wenterschwick Buhrschap Corle, so onder Debbinck is gehoerich gewesen, in vorder bepalinge gelegen, voor doorschlechtich ende mit gienen tienden, Diensten, Voogtes- off Portiersgarven, noch enigen uhtganck beswaert, Deses erfflick gecediert und uhtgegaen. Daerop mitt handt, halm und monde vertegen, wahrschap, verner und beter verschrijvongh und vestnis gelaefft nae Landtrechte, bij veronderpandongh sijner goederen, sonder exception und argelist. [897]
      Uit dit huwelijk geboren :[898]
    • 1. Eggert Gevers, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1670, wordt op Pinksteren 1627 geref. lidmaat te Lochem als "Eggericus Gevers, jongman sohne van Michael Gevers",[899] betaalt ƒ 27,0,-- verponding voor een huis, op 18 dlr. en ƒ 3,0,-- voor een hof, 1 sp. gesaeis, in het dorp Winterswijk, woont met vrouw, 1 zoon 1 dochter en 1 dienstmaagd in 1669 te Vreden,[900] rentmeester (1670),[901] tr. vóór ca. 1635[902] Agnis Christina Volmer, beiden genoemd 1664.[903]
      Op 14-3-1639 Erschenen Rutger van Graes Geesken eheluide, die bekanden voer sich und hare erven voer eene walbetaelte summa geldes rechtes steden ewigen und onwedderroeplicken erfkoops avergelaten und verkofft te hebben ahn Eggert Gevers, Stijnken eheluiden und haren erven haer verkooperen huijs binnen binnen Wenterschwick, mitt eener sijdt langs die Strate, mitter ander naest den Kerckhoff gelegen, mit eenen ende ande Schoelstede mitten anderen oock nae die Strate schietende, mit sijn toebehoer und gerechticheit voor doorschlechtich kummerfrij, allengestalt verkoopere tÕselve bij gerichtlicken Keerssenbrandt an haer erholden. Deses gecediert und uthgegaen, daerop mit hant, halm und munde vertegen, wahrschap verner und beter verschrijvongh und vestnis gelaefft nae Landtrechte, bij veronderpandongh harer verkoperen goederen, sonder exception und argelist. [904]
      Op 30-11-1654 "Erschenen Goossens Harmen in Medehoe ende bekende oprechter wettelijcker schuldt schuldich te sijn aen Eggert Gevers de summa van 27 daalder 2 str. heercoomende van affgekofte waeren, belovende tegens aenstaenden Maij dieselve penningen gewislick ende onfeilbaer te betaelen, onder verbandt van alle sijne geriede ende ongeriede goederen ende poene van reale ende parate executie. [905]
        Uit dit huwelijk:[906]
      • aa. Sibilla Gevers, geb. vóór ca. 1635, tr. Rekken 5-10-1657 (als dochter van Eggert Gevers tot Vreden) Gerrit Noordinck, zn. van de overleden Wilhelmus Noordinck.
      • bb. Joan Gevers.
      • cc. Margaretha Gevers.
    • 2. Aeltje Gevers, geb. vóór ca. 1610, ovl. 19-5-1650[907], tr. 1o Zutphen 17-2-1630 Warner Willemsz T(h)o(o)nhuys, ovl. Deventer 24-3-1640, in 1639 genoemd als hulder, tr. 2o 25-10-1643 Arent Marrienborch,[908] wednr. van Geertruijd Geurtsdr van Eijl, machtigt zijn schoonvader Michiel Gevers en Egbert Gevers.[909]
        Uit haar eerste huwelijk (Toonhuijs-Gevers) :[910]
      • aa. Eeva Toonhuijs, geb./ged. Deventer 22/25-5-1631, ovl. Deventer 12-10-1633.
      • bb. Willem Toonhuijs, geb./ged. Deventer 3/4-1-1633, ovl. Deventer 1-10-1633.
      • cc. Willem Toonhuijs, geb. Deventer 19-9-1635, ovl./beg. Deventer 22/27-12-1680, tr. Deventer 12-11-1664[911] Dorothea (Theodora) Plaate.
          Uit dit huwelijk:[912]
        • aaa. Albert Toonhuis, geb. Deventer 12-9-1665, beg. 28-8-1751, stadsijker te Deventer, tr. 23-6-1713[913] Geertruid Marienburg.
        • bbb. Alijda Toonhuis, geb. Deventer 2-2-1669.
        • ccc. Margriete Toonhuis, geb. Deventer 3-11-1670.
        • ddd. Warnerus Toonhuis, geb. Deventer 21-5-1673.
        • eee. Christina Sibilla Toonhuis, geb. Deventer 15-1-1676, ovl. Deventer 28-12-1677.
        • fff. Arnolda Toonhuis, geb. Deventer 27-1-1678.
      • dd. Govert Toonhuijs, geb./ged. Deventer 11-8-1636, ovl. Deventer 18-8-1638.
      • ee. Lambert Toonhuijs, geb./ged. Deventer 14.6.1838, ovl. Deventer 7-11-1638.
    • 3. Mechtelt Gevers, geb. vóór ca. 1620, wordt in een akte uit 1640 de dochter van Michiel Gevers genoemd,[914] tr. vóór 1641 Steven Jacobs, ovl. vóór 1641, afkomstig van Den Ham, zn. van Jacob Stevens.[915]
  • d. Aeltje Gevers, geb. vóór ca. 1580, (=kw. nr. 3533).
  • e. Catrina Gevers, geb. vóór ca. 1595, filiatie niet bewezen, een zekere Catrina Gevers huwt te Borculo in 1616.

7138. = 7066. GOVERT GEVERS.

7160. J(OH)AN TE WINCKEL, geb. ca. 1560[916], woont te Dochteren (1617), bouwman op de erve "Winckel" in Groot Dochteren[917], tr. 2o [918] MARIE TEN BROECKHUIJS, ovl. vóór 1617, tr. 3o Lochem geref. 2-4-1617 (als haar wednr.)[919] LAMBERTIEN TEN BROECK(E), j.d. van Exele (1617), dr. van Jan ten Broecke (van de erve "Broeckman" te Exel) en Gertrude NN[920], tr. 1o ca. 1584[921]

7161. MECHTELT NN.

voeg toe RA Scholtambt Lochem, vrijw. zaken f14, d.d. 27-8-1617
    Uit zijn eerste huwelijk (te Winckel-NN) gedoopt te Lochem :
  • a. Margaretha te Winckel, ged. geref. Lochem 6-1-1586 ("Ahm 3. koeningen dage gedoept Johan ten Wynkels kyndt Margareta") volgens Ref. [922] op 30-1-1585, tr. 1605[923] Derck to Graffel alias Keminck.
    voeg toe RA Scholtambt Lochem, vrijw. zaken f14, d.d. 15-2-1625 en 3-5-1625
  • b. Esken te Winckel, ged. 30-10-1588, (=kw. nr. 3580).
  • c. Haske(n) t(o)e Winckel, ged. geref. Lochem 29-11-1592 ("Johan ten Wynckels kyndt Haske") [924], doopget. (1613, 1614), tr. vóór 1614 Alken NN.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Lammert toe Winckel, ged. geref. Lochem 18-12-1614 ("Hassken toe Winckel, Alken sien vroue, ein kint Lammert, get. Harmen Sweverinck").
  • d. Derck te Winckel, ged. geref. Lochem 1-2-1597 ("gedoept Johan ten Wijnckels soene Derck, gevaders Egbert T'oenhuyss, Willem Stoltenberch und Jenneken ten Wynckel alias Buryncks") [925], tr.[926] Lysbeth Frilincks.
    voeg toe RA Scholtambt Lochem, vrijw. zaken f29, d.d.24-1-1635
  • e. Gerrit te Winckel, otr./tr. Lochem.Zutphen 8-12-1622/...,[927] Willemken Leunk (Luyinck), dr. van Henrick Luijnck.
    Uit zijn derde huwelijk (te Winckel-ten Broecke) geboren [928]:
  • a. NN toe Winkell, ged. geref. Lochem 8-3-1618 ("Het kient vaen Jaen toe Winkell gedoept, get. Elken te Winkel").
  • b. NN te Winckel, ged. geref. Lochem 24-5-1619 ("Jaen te Winckel in kleyne siet Dochteren, get. Reint ten Brocke").
  • c. NN te Winckel, ged. geref. Lochem mrt 1621 ("Jan te Winckel kindt, get. Oeletge te Harckel").
  • d. Henrick te Winckel, ged. geref. Lochem jan. 1622 ("Jan te Winckels kindt genaemt Henrick, get. Derick te Harckel").
  • e. Geesken te Winckel, ged. geref. Lochem sept. 1623 ("In grot Deuchteren Jan te Winckel kint genaemt Geesken, get. die zoone").
  • a. Lambert te Winckel[929], bouwman op "De Heest" in Swiep.
  • b. Warner te Winckel, ovl. 1652-1678, tr.[930] voor 1644 Garrijtjen Nientjainck, ovl. na 1652. Zij wonen (1652-1657) op "Den Olden Bulderman", daarna op "Den Schuijlenborgh" te Klein Dochteren[931].
    Op 10-5-1652 geven Warner toe Winckel, wonende op den Olden Bulderman, en zijn huisvrouw Garijtien ten Nientjanck een schuldbekentenis aan Lucas van Lennick, origenist tot Deventer, en zijn huisvrouw Jenneken van Lunen. [932]
      Uit dit huwelijk [933]:
    • 1. Jan Warners te Winckel, geb. 1644, ovl. 1693-1714, uit Cl. Duchteren (1669), smid te Lochem (1682..1684), tr. Lochem geref. 7-2-1669 Geertjen Rensinck, uit Lochem, dr. van Henrick Rensinck.
      Op 26-3-1670 erschenen Jan Warners, pro se ende mede als convineta persone als contriven (voogd) van het onmondige kindt van zaliger meester Henrick Rensinck sijns comparanten vrouwen broeder, ook sich sterck makende voor Tonnis Berentsen als samentlijke erffgenamen van zaliger Berent Rensinck en bekande alhijr ingevolg opgerichte liquidatie (rekening) of accort ten overstaen van den edelen magistraet alhijr, enz. [934]
        Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Lochem:[935]
      • aa. Henric te Winckel, ged. 21-11-1669.
      • bb. Aaltjen te Winckel, ged. 8-10-1671.
      • cc. Hadewich te Winckel, ged. 31-12-1673.
      • dd. Warner te Winckel, ged. 9-1-1676, tr. Deventer 4-12-1707 Christina te Harckel, dr van Egbert te Harckel.
      • ee. Henrica te Winckel, ged. 14-4-1678.
      • ff. Evert te Winckel, ged. 2-7-1682 (get. de vader), tr. Deventer 5-4-1721 Johanna Bleeken.
      • gg. Jan te Winckel, ged. 24-8-1684 (get. de vader).
      • hh. Aaltjen te Winckel, ged. 15-2-1693.
    • 2. Lambert Werners te Winckel (alias Schuylenbergh, alias op de Belt, alias Beltman), ovl. Lochem 1697-1704, doopget. (1681), mr. timmerman, tr. Lochem 8-9-1678[936] Elsken Nieuwenhuys, dr van Henric Nieuwenhuys in Klein Duchteren. Zij hertr. Lochem 11-4-1704 Herman Ribbink, uit Herfsen, zn van Frans Ribbink.
        Uit dit huwelijk geboren te Cleijn Duchteren, en geref. gedoopt te Lochem:[937]
      • aa. Werner te Winckel, ged. 22-6-1679 (als zn van Lambert te Winckel, get. Jan te Winckel, Jan Nieuwenhuis, Agnis Schuylenbergh).
      • bb. Bernt te Winckel, ged. 6-8-1682 (als zn van Lambert te Winckel, get. Jan Elsman, Bernt Nieuwenhuys, Clara Boevinck alias Nieuwenhuys).
      • cc. Jan te Winckel, ged. 21-12-1690 (als zn van Lambert op de Belt).
      • dd. Agnes te Winckel, ged. 11-7-1697 (als dr van Lambert Beltman), ovl. na 1743, tr. Lochem 12-4-1722[938] Joost Stegeman, ovl. na 1743, zn van Gerrit Stegeman.
        Op 25-11-1743 erschenen Hendrik Tankink, voorts Jan Berner en Hendersken Tankins eheluyden, sij in dezen met voorn. haare man geassisteert als regtens en bekenden hoe dat hare moeder en schoonmoeder Anneken Aldrink, wed. Derk Tankink met comparanten voorweten en approbatie in eenen steden, vasten en eeuwigdurende erfcoop heeft verkoft aan Joost Stegeman en Agnis te Winckel als doen eheluiden haar plaasken genaamt "Den Molenkamp" in den schependom van Loghum, boerschap Klein Doghteren, langs den erve Kelholt gelegen, breder bij coopzeedul van dato 30. ll. 1730.[939]
    • 3. Derck te Winckel, ovl. vóór 1700, bouwman op "Den Schuylenbergh" tot 1687, daarna op "Hasselo" te Klein Dochteren, tr. Lochem 28-10-1677[940] Agnes Elsman, dr van Geert Elsman. Zij hertr. Lochem 12-9-1700 Jan Ribbink, zn van Frans Ribbink te Harfsen.
        Uit dit huwelijk gedoopt te Lochem:[941]
      • aa. Aaltjen te Winckel, ged. 11-8-1678 (get. Jan Elsman, Geertjen te Winckel, Marie Schuylenbergh)' bb) Warner (Waander) Schuylenborgh (alias to Hasselo, alias Velderman) ged 9-4-1680, ovl. Lochem 27-6-1748, tr. 1o Lochem 31-3-1708[942] Grietje Jansen (te) Draafsel, uit Klein Dochteren, wed. van Derck Peters Velderman op 't Velde te Klein Dochteren, dr van Jan te Draafsel, tr. 2o Lochem 29-9-1738[943] Roelofken Wiltink, dr van Hendrik Roelofs Wiltink te Gorssel. Hieruit nagelsacht.
      • cc. Gerrit te Winckel, ged. 23-4-1682 (get. Lambert en Willem Werners).
      • dd. Egbert te Winckel, ged. 4-7-1684.
      • ee. Geertjen te Winckel, ged. 23-10-1687.
      • ff. Goossen to Hasselo (alias Velhorst, alias Nijkamp), ged. Lochem 18-10-1690, ovl. Klein Dochteren 15-4-1768, bouwman op "Velhorst", later op "Nijkamp" te Klein Dochteren, tr. Lochem 29-12-1720[944] Maria (Martjen) Kelholt, dr van Hendrik Bartholts Sesinck en Jenneken Willems Kilholt. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
    • 4. Marie te Winckel (alias Schuylenberghs, alias Elsman), geb. 1659, tr. Lochem 15-2-1680 Jan Elsman, geb. ca. 1660, doopget. (1684), zn. van Geert Elsman, bouwman op "den Elst".
      Protocollen van processen stad Lochem. Akta 27.6,30.6, 5.7, 10.7 en 13.7.1699: In juni juli 1699 speelt een proces inzake twee knotwilgen bij het goed "Den Elst" in Klein Dochteren. Jan Elsman verklaart omtrent 40 jaar oud te zijn en zijn vrouw Marie in de 40 jaar olt te zijn. In verscheidene akten in dit proces wordt gesproken van de bouwvrouw op het goedt d'Elst, met name Marie Elsman.
        Uit dit huwelijk gedoopt te Lochem:[945]
      • aa. Aaltjen Elsman, ged. 4-7-1680 (get. Lambert Schuylenbergh en Agnes Elsman).
      • bb. Geertjen Elsman, ged. 2-4-1682 (get. Derc Schuylenbergh, Elsken Nieuwenhuys, Grietje Hoogeweijde).
      • cc. Aaltjen Elsman, ged. 8-3-1684 (get. de vader).
      • dd. Warner Elsman, ged. 19-2-1687.
      • ee. Geertjen Elsman, ged. 28-2-1689.
      • ff. Warner Elsman, ged. 10-9-1692.
      • gg. Egbert Elsman, ged. 15-4-1696.
      • hh. Jutte Elsman, ged. 9-7-1699.
    • 5. Willem Werners te Winckel, smid te Lochem, uit Groot Duchteren (1686), burger van Lochem in het Walderstraat Rott NZ (1712),[946] otr./tr. Deventer/Lochem 1686/3-4-1686 Agnes Paeuwen, doet belijdenis te Deventer 1679[947], dr. van Jan Pauwen en Jenneken Nijkamp, zie kw. nr. 1733 sub h)
        Uit dit huwelijk (te Winckel-Pauwen) geref. gedoopt te Lochem[948]:
      • aa. Warner te Winckel, ged. 7-8-1687 (get. Egbert Jansen en Grietje Paauwen).
      • bb. Johanna te Winckel, ged. 9-3-1689 (get. Jan te Winckel, smidt en Jenneken Paauwen), tr. vóór 1730 Jan Slatboom.
        21-8-1730 Jan Slatboom, gehuwd met Janna te Winkel, burgerdochter alhier. Zijn huis is "ongelucklijk" verbrand. Hij heeft reeds twee kinderen, Willem en Arnoldina. Borgen: Jan Joosten en Evert te Winkel
      • cc. Egbertjen te Winckel, ged. 27-8-1693 (get. Hendersken Paauwen).
      • dd. Jenneken te Winckel, ged. 14-8-1696 (get. Egbert Paauwen en Grietjen Paauwen).
      • ee. Warner te Winckel, ged. 14-8-1698.
      • ff. Jan te Winckel, ged. 14-8-1701.
  • c. Jan te Winckel.
  • d. Willem te Winckel.
    voeg toe RA Scholtambt Lochem, vrijw. zaken f68, d.d. 11-3-1627 en f62, d.d. 16-7-1657

7162. HARMEN (HERMEN) SWEFERINCK, ovl. na 1620, doopget. (1609..1620).

    Uit hem (o.a.?) :[949]
  • a. Anna Sweverinck, ged. geref. Lochem 27-8-1592 ("Hermen Sweverincks dochter Anna").
  • b. Catharina (Trijne) Sweverijnck, ged. geref. Lochem 16-2-1595 ("Hermen Sweverijncks dochter Catharina"), (=kw. nr. 3581).
  • c. Hendrick Sweferinck, geb. vóór ca. 1590, j.m. van Duchtren (1614), tr. Lochem geref. 18-9-1614 Griete Lenderinck, j.d. van Laeren (1614), dr. van Jan Lenderinck.

7232. GERRIT VAN BORNE (TEN CATE), geb. Borne, ovl. Borne, coopman te Borne, Zwolle, Oldenzaal en Muenster, volgens [950] genaamd Gerrit ten Cate, boer en koopman in de Grote Buren- of Esmarke onder Enschede, geb. ca. 1540, ovl. aldaar voor 24-1-1602, tr. 1o EGBERT NN, tr. 2o voor 1566

7233. JENNICKEN NN.

Op 18-6-1566 verkopen Johan van Haerle en Lutger, zijn huisvrouw aan Gerrit van Borne en Jennicken, zijn huisvrouw, "huis hoff und berck gelegen buiten Sassenpoerte" te Zwolle. [951]

Verpondingregister Twenthe (1601) : "Gert ten Kaette, gehoerich den erfgenamen van Beloe to Ghoer, groth 9 mudde gesei, 1 dach grasz meyens, gift ter pacht 7 mudde roggen, 2 mudde gersten, tienden aver 't lant in die probstie to Oldenseell, f 4,15,0."
1602 : "Geert then Kotte, groodt achtehalff mudde bowlandt, een hoymate van anderhalven dach meyens" [952]. Betreft het hier inderdaad onze Gerrit?
    Uit zijn tweede huwelijk (van Borne-NN) geboren te Borne [953] :
  • a. Hendrik ten Cate (van Borne), geb. ca. 1565, ovl. Oldenzaal Stad 1635-1645, koopman te Borne, tr. 1o [954] Geertken ten Koks, tr. 2o [955] Hendrikje Jans, woonde te Borne.
      Uit zijn eerste huwelijk (ten Cate-ten Koks):[956]
    • 1. Berend ten Cate, geb. Borne 1580-1606, ovl. Borne 1644-1648.
    • 2. Gerrit ten Cate, geb. Borne 1585-1595, ovl. Hengelo (O) 1659-1663.
      Uit zijn tweede huwelijk (ten Cate-Jans):[957]
    • 3. Teunis (Anthonij) ten Cate, geb. Borne 1566-1621, ovl. Zwolle 18-1-1666.
    • 4. Hendrik ten Cate, geb. Borne 1575-1621, ovl. Amsterdam 12-9-1673.
    • 5. Lambert ten Cate, geb. Borne 1580-1616, ovl. Deventer 1655-1657.
    • 6. Herman ten Cate, geb. Borne 1592-1612, ovl. Almelo 1642-1646.
    • 7. Abraham ten Cate, geb. Borne 1605-1625, ovl. Enschede Stad 1662-1671.
    • 8. Judith ten Cate, geb. Borne 1608-1620, ovl. Groenlo na 1647.
    • 9. Geesje ten Cate, geb. Borne 1610-1616, ovl. Enschede Stad.
  • b. Teunis van Borne, geb. ca. 1575, (=kw. nr. 3616).
  • c. Jan ten Cate (van Borne), geb. 1581, tr.[958] Fenne NN.
  • d. Berend van Borne.

7234. =7288. NN VAN CALCKER, parentatie niet bewezen.

7264. BEREND HESSELINCK, geb. Bocholt ca. 1560, parentatie niet bewezen, vermoedelijk wegens geloofsovertuiging te Muenster gevangen gezet, vlucht via Suijtloon naar Zutphen (1590)[959] of naar Wehl.[960]

    Uit zijn huwelijk(en) :
  • a. Henrica Berents, geb. Südlohn 1588,[961] tr. Zutphen geref. 14-4-1611[962] Rutger Jans, geb. Borck (=Borculo?) ca. 1585.
  • b. Jan Hesselink, geb. Südlohn ca. 1590,[963] tr. Zutphen(?) ca. 1614[964] NN.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Bernt Jansen, geb. Wehl(?) ca. 1615,[965] wagenmaker en burger van Zutphen 28-9-1647, afkomstig van Wull (Wiel of Wehl?)
  • c. Hendrik Berndsz Hesselinck, geb. Arnhem[966] of Zutphen[967] ca. 1595, ovl. Varsseveld(?)[968] , herbergier te Varsseveld, tr. Arnhem ca. 1635[969] Engeltje Jansdr, geb. Arnhem ca. 1615,[970] dr. van Jan Jansz, boekdrukker te Arnhem en Enneken Wijnkies.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Harmen Hesselinck, ged. Arnhem 1-12-1639,[971]
  • d. Pieter Hesselin(c)k, geb. Bocholt 1589, ovl. Deventer 1670, (=kw. nr. 3632). filiatie niet bewezen.
  • e. Karst Hesselink, geb. Zutphen 1600,[972] filiatie niet bewezen.

7288. NN VAN CALCKER, geb. vóór ca. 1560.

    Uit hem (o.a.?) :
  • a. Hendrik van Calcar (Calcker), geb. Vreden (Westfalen) ca. 1580, ovl. verm. na 22-3-1659, (=kw. nr. 3644).
  • b. Maria (van Calcar?), geb. (Vreden?) ca. 1580, ovl. Borne ca. 1650 [973], (=kw. nr. 3617). filiatie niet bewezen.

7290. EGBERT (ENGELBERT) (VAN) HACKENBROCK, geb. vóór ca. 1565, koopman en burgemeester te Vreden (1599), bezit een huis Groenlo [974] tr. vóór ca. 1585

7291. GEERTRUID JACOBSDR VAN HUMMEL, geb. vóór ca. 1565.
 

De van Hummels zegelen in 1608 met een leeuw. [975]
    Uit dit huwelijk:[976]
  • a. Katarina (van) Hackenbrock, geb. waarsch. Vreden vóór ca. 1585, ovl. vóór 16-6-1642, (=kw. nr. 3645).
  • b. Elisabeth von Hackenbroick, geb. vóór ca. 1600, tr. vóór ca. 1620[977] [978] Johan von Kernebeck, geb. ca. 1585, ovl. 1638-1649, zn. van Coert (Conrad) von Kernebeck en Catharina Thiers, vermeld te Vreden 1618-1624 en onder de aldaar wonende hervormden (1624), week uit naar Burgsteinfurt wegens de contra-reformatie, vermeld aldaar 1629-1633 en te Coesfeld (1638). [979]
    De kinderen van Elisabeth von Hackenbroick en Johan von Kernebeck ontvangen een van de ouders der erflaatster afkomstige hof voor de Watermolenpoort te Vreden, alwaar ook de "Taufer" Johan van Hummel had gewoond. [980]
      Uit dit huwelijk:[981]
    • 1. Coert (Coenraad) von Kernebeck, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1664, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 19-10-1639 ("Conradus Kernebeck, Saxofurtensis" (uit Burgsteinfurt) "hi duo ex schola promoti sunt"),[982] als student geref. lidmaat te Groningen dec. 1642, en als theologisch student geref. lidmaat te Deventer sept. 1645,[983] kandidaat theologie (1646), woont in de Grote Overstraat te Deventer (1645, 1646), praeceptor aan de Latijnsche school te Deventer (1652-1664), otr./tr. Deventer 6/21-6-1646[984] [985] Henrica van Dierting, ovl. na 1666, woont in de Grote Overstraat te Deventer (1646), dr. van Salige Arnt Diertingh en Emse Boemers. Hieruit verder nageslacht bekend.
      Gegevens over Coenraad von Kernebeck[986]:
      Raadsbesluiten Deventer. Solis 21 Octobris 1649. Coss. Scholier, van der Beeck. Opt voorstel gedaen in name en vanwege den schoelraet hebben S(chepenen) en R(aad) Conradum Carnebeeck gesurrogeert ende weder gestelt in-plaats van Zal. dno. Joanni Fabritio, gewesen rector quintae classis in triviale schola, alhier.

      Deventer 1649, 22 October. (Notulen Schoolraad) Fabricius praeceptor 5tae classis gestorven synde, soo is hem gesuccedeert : Conradus Carnebeeck.

      Den 31 Juli 1652 verwierf D. Conradus G Kernebeeck praeceptor quintae classis met syn drie kinderen by Henrickjen van Diertinck, echtelijk verweckt geheeten Margaretha, Joannes en Elisabeth het volle of groot burger-recht.

      4 Angustus 1666. Henrica Diertincks, weduwe Conradus van Carnebeeck, bekent voldaan en betaald te zijn -nadat zij van Schepen en raad van Deventer, ten aanzien harer onmondige kinderen daartoe approbatie had bekomen - wegens de overdracht aan Cornelis Hagedoorn, van een rentebrief, gedateerd 27 xxx 1633, staande op de provincie Overijssel en op het coimptoir VHTI Twenthe. SP 1 Renunciatieboek van Deventer, dl. 1655-1668. XXX van Emse Boemers, weduwe van Arent Dieterinck xxx deze xxx, dat haar dochter Hendrika, weduwe van zalige praeceptor Karnebeek vrij zal kunnen wonen in het huis waar zij nu wonen, het huis staande eind Groote Overstraat, dat die weduwe haar moeder in de kost neemt tegen 75 gulden per jaar, de dochter betaalt het "jaerlycx uytganck".
    • 2. Egbert (Engelbert) von Kernebeck (Karnebeek), geb. 1623, ovl. 1664, geref. lidmaat te Rekken (1651),[987] geref. diaken te Vreden en Rekken (1658-1663) [988], tr. vóór 1650[989] Christina Willink, geb. 1628, ovl. 1722, dr. van Jan Willink en Anna van Itteren. Zij hertr. de stadsrentmeester Vastert Stuel. Hieruit verder nageslacht bekend.
  • c. Fenna von Hackenbroick (Decherinck?), ovl. na 1647, tr. vóór 1647 (voor 1639?) Hendrik Holtman, ovl. na 1647.
    Op 24-10-1639 Erschenen Jan ter Woort Rotger Poppinck eheluide, die bekanden voor sich und haren erven voor eene walbetaelte summa geldes rechtes steden ewigen und onwedderroeplicken erffkoops avergelaten und verkofft te hebben Henrick Holtman Fenneken Decherinck eheluiden und haren erven een stuck Bowlandes omtrent van drie schepell geseij voor den Darpe Wenterschwick inden Schulten Esch tuschen Herman Laerberghs und Berndt Kortbecker Landerijen gelegen, mit eenen ende anden gemeinen Wegh, mitten anderen an koeperen goirden schietende, voor doorschlechtich kummerfrij. Deses erfflick gecediert und uthgegaen daerop mit hant halm und monde vertegen, wahrschap, verner und beter verschrijvongh und vestnis gelaefft nae Landtrechte, bij veronderpandongh harer gueder sonder exception und argelist. [990]
    Op 25-6-1646 machtigt te Bredevoort "Aelken Gevers weduw Abbincks" haar zoon Govert Wygincks inzake een zekere Henrich Holtman.[991]
    Op 6-7-1647 testeren te Bredevoort Henrich Holtman x Fenneke Hackenbroeck. Het echtpaar vermaakt goederen (land en erven) rond Winterswijk gelegen, aan hun schoonzoon Johan Haweken (Haefkens), gehuwd met Geertrud Deckerinck. Eenige dagen later verkoopen zij aan hun schoonzoon andere goederen te Winterswijk. [992]
    Verpondingskohier Aalten, 1647:
    In de Buurschappen Haart en Heurne:
    - op Kijfte, Henrick Holtman. Huis, hof 2 sp. boulant 5 mdr. derde gerve, 41 - 13 -.
      Uit dit huwelijk (o.a.?) :
    • 1. Geertrud Deckerinck, tr. vóór 1647 Johan Haweken (Haefkens).
      Op 12-2-1639 is Jan Haeffkes iets schuldig aan Aelken Gevers weduwe van zaliger Derick Abbinck.[993]
  • d. Maria (Maartje) von Hackenbroick, geb. vóór ca. 1600, tr. Vreden 9-12-1617[994] Jan Berendszoon (van Delden), geb. vóór ca. 1595, verm. zn. van Berend van Delden (zie kw. nr. 14584 ). Zie voor dit echtpaar verder onder kw. nr. 14584 sub b.

7292. HENDRIK BERENDS VAN DELDEN, geb. vóór ca. 1575, ovl. vóór 14-12-1621, burger van Deventer 5-11-1595. tr. Deventer 23-11-1595[995]

7293. GRIETGEN PETER ARENTSDR, geb. vóór ca. 1575, tr. 2o [996] GERRIT GERRITSEN.

    Uit haar eerste huwelijk (van Delden-Arentsdr) (o.a.?):
  • a. Berend Hendriks van Delden, geb. 1596-1598, ovl. Deventer 13-4-1663, (=kw. nr. 3646).

7762. CLAAS GERRITS POTTER, te Jorwerd, secretaris van de Grieteny Baarderadeel (1577), later secretaris van de Grieteny Doniawerstal. Vermoedelijk behorend to het geslacht Potter te Sloten. [997]

    Uit hem (o.a.?) :[998]
  • a. Liefke Claesdr Potter, (=kw. nr. 3881).

7874. FREERK DIRX.

    Uit hem (o.a.?) :
  • a. Ancke Houckes, ovl. na 1617, (=kw. nr. 3937).
    Kloptdit wel, gezien het patroniem?

7896. IDS HERCKES, geb. vóór ca. 1530.

    Uit hem (o.a.?) :[999]
  • a. Sible Idtszn Reen, geb. 1549/50, ovl. 31-1-1610, (=kw. nr. 3948).

7898. WATTHIE HESSELS RHEEN, geb. vóór ca. 1515, parentatie niet bewezen, op 26-2-1538 al meerderjarig, dorpsrechter te Lutkewierum (1558).

    Uit hem verm. (o.a.) :[1000]
  • a. Antke Watzedr Reen, geb. 1563/4, ovl. 15-2-1613, (=kw. nr. 3949).

7904. WIJGER HEIJNSZ (HEINES), ovl. 1589-1593, tr. vóór 1593

7905. STIJN ROMPKEDR, ovl. Leeuwarden 30-11-1593 (huisvr. van Wyger Heynszn)[1001], testeert 9-1-1593.

In de Quaclappen (vonnissen van het Hof van Friesland) komt voor:
1-6-1576: Wycher Heines [1002]
1583: Wyger Heyns, vader van Geert, Syrck, Jacob, Wybe en Heyn Wygers [1003]
Of het hier tweemaal dezelfde persoon en bovenstaand kwartier betreft is vooralsnog onduidelijk.
In 1587 verkoopt Nanne Jansz aan Wyger Heynsz een half huis, loods en plaats te Leeuwarden.[1004]
In 1589 verkoopt Laurens Jansz. aan Wyger Heynz. een half huis, plaats en loods c.a. achter 't olde stins(¥) in de Grote Kerkstraat te Leeuwarden.[1005]

 
COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [1006] wordt met 't olde stins Camminghahorn bedoeld (het Leeuwarder Cammingahuis op de hoek). Wyger Heinsz is wellicht zoon van Heijn Dircx en Anna Henricx die ook in de Grote Kerkstraat wonen bij Camminghahorn. Zie De Friese Heinsii van Het Bildt
Op 1-12-1593 wordt te Leeuwarden boedelinventaris opgemaakt door Stijn Rompkedr wed. van Wijger Heijnsz.
    Uit dit huwelijk mogelijk :
  • a. Wieger Wiegers, (=kw. nr. 3952). filiatie niet bewezen.

7928. JOHAN HARMENS CRANS, heeft een brouwerij ten noordenvan de A-Kerk te Groningen, tr.[1007]

7929. JOHANNA GESTMA.

Volgens een oud manuscript in bezit van den Heer W. H. Ditloff Tjassens te Apeldoorn [1008]:
"Jan Crans geslacht is groot geweest 5 soons ende 5 dogters ende hebben deese navolgende kinder en kintskinder nagelaten, dewelke sijn volle nigten en neven kinder ende kunnen te saamen uitbrengen 97 persoonen soo nog tegenwoordig in 't leeven sijn. act. Groningen den 13 Marty 1664."
waarna een lijst volgt waarvan de gegevens hieronder zijn verwerkt.
    Uit dit (of meerdere?) huwelijk(en) :
  • a. Harmen Crans, tr. Aaltgen NN.
      Uit hem zijn in 1664 nog 14 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. Almost Crans, ovl. na 1664, ende dochter (?).
    • 2. Reentijn Crans, ovl. na 1664.
    • 3. Trientjen Crans, geb. ca. 1612, ovl. na 1664, tr. 1o [1009] Jan Hillebrants, otr. 2o Groningen 13-9-1656[1010] Jeremias Mees, geb. Rotterdam 15-9-1598, ovl. Rotterdam 6-2-1677, poorter van Groningen (1627), commies bij de ontvanger-generaal aldaar, ouderling aldaar (1663), zn. van NN (ZOEK OP), wednr. van Annechien Sijgers.
    • 4. Jan Crans kinder (5).
    • 5. Jantijn Starkholts (1).
    • 6. Hindrik Crans soon (1).
    • 7. Derk Crans dogter (1).
  • b. Luitijn Crans.
      Uit hem zijn in 1664 nog 12 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. vrouw van Hopman Harmen Wolters, met kinderen (4).
      dus blijkbaar
    • 1. NN Crans, ovl. na 1664, tr. Harmen Wolters, hopman.
        Uit dit huwelijk in 1664 nog 3 kinderen in leven.
    • 2. vrouw van Rentemr. Haickens, (1)
      dus blijkbaar
    • 2. NN Crans, ovl. na 1664, tr. NN Haickens, rentemr.
        Uit dit huwelijk in 1664 geen kinderen in leven.
    • 3. kinderen van Schrijver Derk Crans, (4)
      dus blijkbaar
    • 3. Derk Crans, ovl. vóór 1664, tr. NN.
        Uit dit huwelijk in 1664 4 kinderen in leven.
    • 4. vrouw van Jurrien Abberinge, (1)
      dus blijkbaar
    • 4. NN Crans, ovl. na 1664, tr. Jurrien Abberinge.
        Uit dit huwelijk in 1664 geen kinderen in leven.
    • 5. Roelof Crans (1).
  • c. P(i)eter Crans, (=kw. nr. 3964).
      Uit hem zijn in 1664 nog 23 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. Remmert Crans, met hun kinderen (3).
    • 2. Luitt Jan Crans, met hun kinderen (5).
    • 3. Claas Crans, met hun kinderen (4).
    • 4. Derk Crans, met hun kinderen (8).
    • 5. Willem Crans, met hun kinderen (3).
  • d. Berent Crans.
      Uit hem zijn in 1664 nog 13 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. weduwe van Borgemeester Eeck, (1)
      dus blijkbaar
    • 1. NN Crans, ovl. na 1664, tr. NN Eeck, ovl. vóór 1664, borgemeester.
        Uit dit huwelijk in 1664 geen kinderen in leven.
    • 2. weduwe met kinderen van Hopman Tjassens, (7)
      dus blijkbaar
    • 2. NN Crans, ovl. na 1664, tr. NN Tjassens, ovl. vóór 1664, hopman.
        Uit dit huwelijk in 1664 nog 6 kinderen in leven.
    • 3. vrouw en kinderen van Proviandmr. Onnes, (5)
      dus blijkbaar
    • 3. NN Crans, ovl. na 1664, tr. NN Onnes, proviandmr.
        Uit dit huwelijk in 1664 nog 4 kinderen in leven.
  • e. Frerik Crans, ovl. vóór 1664, "is tot Riga gestorven zonder kinderen na te laten"
  • f. Assel Crans.
      Uit haar zijn in 1664 nog 4 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. Roelefijn Frericks, (1)
    • 2. vrouw van Vaandrig Willem Hamminks, (1)
    • 3. vrouw van Secret. Menardi, (1)
    • 4. dochter van Ridjer Lacksema, (1)
  • g. Derkijn Crans.
      Uit haar zijn in 1664 nog 5 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. Luitt. Crijn Jans, met de kinder (3).
    • 2. Hopman Hinde Crijns, met de kinder (2).
  • h. Trijntijn Crans.
      Uit haar zijn in 1664 nog 2 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. Meintijn Hopkes, (1)
    • 2. Trijntijn Lubbers, (2)
  • i. Annetijn Crans, geb. vóór ca. 1590, ovl. vóór 1664, tr. 1o vóór ca. 1610[1011] Lubert Lubberts Birza, ovl. vóór 1628, tr. 2o Groningen 6-9-1628 (als zijn weduwe),[1012] Reinder Ottens, geb. vóór ca. 1580, ovl. na 1673 (sic!), woonde in 1673 te Groningen bij de Nije Steentilpoort, wednr. van Geertruid Harmens (huw. 1596) en Aeltijn Jans (huw. 1603), zn. v. Otto NN en Geertruid Ottens.
      Uit haar eerste huwelijk (o.a.?):
    • 1. Annetje Lubberts Birza, geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1664, tr. Groningen 21-12-1628[1013] Otto Reinders, geb. ca. 1603-1610, brouwer te Groningen, zn. van Reinder Ottens en Aeltijn Jans. In 1664 is Luitt. Otto Reinders' vrouw met de 8 kinderen nog in leven. Verschillende kinderen van Otto Reinders nemen de geslachtsnaam Birza aan, terwijl er een de geslachtsnaam Galema aanneemt. [1014]
      In 1664 zijn verder nog 2 kinderen in leven van Lubbert Birsa. Dit zijn kinderen of kleinkinderen van Annetijn Crans.
  • j. Aeltijn Crans.
      Uit haar zijn in 1664 nog 13 ((achter)klein)kinderen in leven:
    • 1. vrouw en kinderen van Hopman Munnicks, (6)
    • 2. Hopman Barelt Vuist, met de kinder (3).
    • 3. Jan Vuist, (1)
    • 4. vrouw en kinderen van Hindrik Seyltijs, (3)

7936. HERE EPESZ, geb. vóór ca. 1515, ovl. na 1548, landbouwer op Rysselaerdt te Lollum, tr. vóór 1538[1015]

7937. YMCK WATTHIEDR, geb. vóór ca.1520, tr. 2o [1016] MINTSE JARICHS.

    Uit haar eerste huwelijk (Epesz-Watthiedr)(o.a.?):[1017]
  • a. Epe Heres, geb. vóór 1543, ovl. 1596-1602, (=kw. nr. 3968).

7938. RIENCK JELLES (BONNEMA).

    Uit hem (o.a.?):[1018]
  • a. Bauck Riencksdr, ovl. na 1602, (=kw. nr. 3969).

7960. FRANS TIETTES (BAERDT), ovl. tussen 16-3-1558 en 24-4-1558,[1019] vermeld te Salwerd onder Franeker (1547, 1555), bloedmomber (1552) over de wezen van Epe Abbes (waarsch. zijn neef) en Ambrosia Romckedr te Welsrijp, tr. vóór 1555

7961. TIJAM SIJBEDR, ovl. 1558-1564, vermeld als zijn weduwe (24-4-1558), beiden vermeld als echtelieden (1555).

    Uit het huwelijk (Baerdt-Sijbedr) geboren :
  • a. Gerlof Fransen Baerdt, (=kw. nr. 3980).
  • b. Rixt Fransdr Baerdt, tr. 1581 NN.
  • c. Doed Fransdr Baerdt.

8016. PAULUS JANS ENNEMA, geb. vóór ca. 1595, parentatie niet bewezen, uit Harlingen, lid van het College van Gedeputeerde Staten van Friesland (1626-1629). [1020]

    Uit hem (o.a.?):
  • a. Ds. Petrus Pauli Ennema, geb. 1619/20, ovl. 16-11-1656, (=kw. nr. 4008).

 
Fragment Ennema
Het verband met de hierbovenstaande Paulus Jans Ennema is vooralsnog onduidelijk.

Piebe Wietses van Abbema (Pibo Ovittius Abbema), geb. vóór ca. 1560, beg. Leeuwarden Jacobijnerkerk sept. 1629, was volgens Ref. [1021] "geen echte dominee", apotheker, medicus, pastoor en dominee, bedienaer de h. evangely te Zuilen in het Sticht van Utrecht, tr. vóór 1594 Waapke Sierks, ovl. 23-8-1594, beg. Oldeboorn in de kerk.
In "Ovittius' Metamorphosen, De onnavolgbare gedaantewisselingen van een (zielen)dokter in de Reformatietijd" beschrijft P.H.A.M. Abels het zonderlinge levensverhaal van Pibo Ovittius Abbema, een Fries die leefde in de zestiende eeuw en wiens lotgevallen niet zouden misstaan in een schelmenroman. Deze apotheker, verbannen uit Friesland wegens bigamie, begon aan een eindeloze zwerftocht, waarbij hij eerst als medicus, daarna als pastoor en ten slotte als dominee in zijn levensonderhoud voorzag. Telkens wist hij voor korte tijd het vertrouwen van hooggeplaatste personen in kerk en politiek te winnen, maar even zo vaak werd hij door geruchten over zijn verleden weer gedwongen om te vluchten. Met betrekking tot zijn amoureuze levenswandel werd duidelijk dat "er oan ien frou blykber net genoch hie", terwijl hij in kerkelijk opzicht met even groot gemak twee heren kon dienen. Als medicus genoot hij de twijfelachtige reputatie van tovenaar en weerwolf. Kortom, hij was een man met vele gezichten, iemand die zijn tijdgenoten in verwarring bracht met zijn voortdurende gedaanteverwisselingen. Deze metamorfosen deden denken aan de Romeinse dichter Ovidius, aan wie hij uiteindelijk ook de naam Ovittius ontleende. [1022]
In 1582 komt Pybe Wytthies Abbema (?) voor in een proces gevoerd voor het Hof van Friesland. [1023]
In 1587 komt Pybe Wytties Abbema voor in een proces gevoerd voor het Hof van Friesland. [1024]
Op 6-9-1587 komt Pybe Wyties Abbema voor in een proces gevoerd voor het Hof van Friesland. [1025]
Grafsteen in de kerk te Oldeboorn:[1026]
Anno 1594 den 23 augusty sterf de erbare Waeb: Syrcksdr echte wyf va Pibo Witzes hier begrave.

Grafsteen in de Jacobijnerkerk te Leeuwarden:[1027]
Pibo ab Abbema ... filius ... gens ... die semptembris Ao 1629 h... ab Abbema ...et exspectat hic resurectionem.
Muursteen (in de kerk van?) Oldeboorn :[1028]
Abbema Bornstra
Ryoerdsma Aeytta
Bobbynga Wyarda

Anno 1612 Pibono Ovittsius van Abbemae bedienaer de h.evangely tot Suylen in Stich van Utrecht.
In de Verzameling D.D. Osinga[1029] bevindt zich informatie over Pybe Wytzes / (alias?) Pibo Ovitius Abbema.
    Uit dit huwelijk mogelijk:
  • a. Adolphus Pibonis, geb. vóór ca. 1585, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Franeker 6-5-1603 ("Adolphus Pibonis, Leovardiensis, theol., alumnus", in het album voor hem eveneens een doorgehaalde inschrijving d.d. 13-5-1603),[1030]
  • b. Johannes Pibonis (Nauta), geb. Leeuwarden vóór ca. 1595, filiatie niet bewezen, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Franeker 7-4-1611 ("Johannes Pibonis, Lewordiensis, theol., alumnus Frisiae")[1031]werd als student op 10-5-1613 schoolmeester te Engelum, "doch schijnt zich binnen het jaar weder naar de hoogeschool of ergens elders begeven te hebben om zijne studie te voltooien. Kandidaat geworden is hij in 1620 beroepen naar Hemelum, predikant aldaar, werd door de klassis afgezet den 23 Mei 1626, en verzocht in 1628 en '29 vruchteloos om weder tot den dienst te worden toegelaten.[1032]
      Uit hem mogelijk:
    • 1. Pibo Johannis, beroepen naar Wijnaldum 1645, maar niet verkozen, beroepen naar Garijp 1647, maar niet verkozen.[1033]
  • c. Wytse Abbema, afkomstig van Utrecht (1615), tr. Harlingen geref. 17-12-1615 Doed Eelckes, afkomstig van Harlingen (1615).
  • d. Ds. Vitus (Fitus) Pibonis (Pobones, Pibonus) (Wytse Pibes) E(e)nema, geb. vóór ca. 1600, ovl. 28-3-1652[1034], ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Franeker 30-9-1618 ("Vitus Pibonis, Frisius"),[1035] predikant te Longerhouw (1627-1631), Makkum (1631-1652), als kandidaat te Otterloo in 1624, van daar beroepen naar Longerhouw en Schettens en geapprobeerd als predikant aldaar 5-11-1627, verroepen naar Makkum, geapprobeerd en gedimitteerd 1-8-1631, ondertekende de formulieren bij de klassis van Dokkum als Vitus Pibonus Enema,[1036] otr./tr. Sneek geref. 25-12-1627/3-1-1628 Aefke Jelles, ged. geref. Sneek 16-7-1607, afkomstig van Sneek (1627), dr. van Jelle Feykes en Styn Jans.
    Universiteit te Franeker, Lijsten van Dossiers inzake Criminele en Civiele Processen:[1037]
    Op 2 en 3-6-1619 moeten V. Pibonis en vier medestudenten voorkomen in een proces terzake van het " Afhouwen van bomen op het kerkhof" te Franeker.
    Op 11-10-1620 zijn V. Pibonis en medestudenten betrokken bij "Tumult in de bursa" te Franeker.
    In het archief van de Familie thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg,[1038] bevindt zich een brief van Sixtus Pibe Enema uit Makkum aan Syds (of Keimpe Jr.) van Donia, gedateerd 1644.
    Muursteen (in/aan de kerk?) te Makkum:[1039]
    "Bonno Donia leyd hier de eerste steen
    Piecke Eelckes kerkenvooghden van 't gemeen
    Vitus Ennema alhier toen predicant
    syn stichters va dit werck aen yeder een bekant
    de 10 juny anno 1652"
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Meijltje Enema, ged. geref. Makkum 20-1-1633 (geen moedersnaam genoemd).
    • 2. Stintje Vitus (Enema), geb. vóór ca. 1640, afkomstig van Makkum (1657), tr. Harlingen geref. 8-11-1657 Hendrick Pieters Ringers, gerechtsbode te Harlingen, afkomstig van Harlingen (1657),
        Uit dit huwelijk:
      • aa. Dr. Vitus (Wiete) Ringers (Rengers), geb./ged. geref. Harlingen Grote K. 22/29-1-1660, ovl. 23-2-1725, beg. Ried in de kerk, van moederszijde een kleinzoon van Ds. V. Enema te Makkum en Franeker,[1040] ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Franeker 1-3-1675 ("Vitus Henrici Rengers, Harlinganus),[1041] promoveert aldaar op 25-1-1681 in de filosofie (L(inquarum) A(rtiumque) M(agister)) na het houden van een disputatio,[1042] predikant te Britsum (1682-1684) en Ried (1684-1725), kandidaat, geapprobeerd 6-6-1682 als predikant te Britsum, lid der klassis Makkum den 3-7-1682, verroepen naar Ried, geapprobeerd aldaar 29-12-1684, otr. 1o Franeker gerecht 22-7/6-8-1682, tr. 1o Franeker geref. (attestatie afgegeven op 6-8-1682) Catharina (Tryntje) Johannes Meyer, ged. Franeker geref. 16-2-1659, ovl. juni 1703, beg. Franeker Martinikerk, afkomstig van Franeker (1682), dr. van Johannes (Hans) Bart Meyer en Jancke Hironimus Ens, tr. 2o Ried geref. 7-9-1704 Grietje Reneman, ged. geref. Harlingen 3-6-1674, ovl. 14-5-1729, beg. Ried in de kerk, dr. van Daniel Reneman(s) en Fokeltie Hendricks, legateerde in haar testament van den 3-6-1728 aan de diaconij te Ried 200 gulden om daarvoor te koopen een zilveren schotel ten gebruike bij het H. Avondmaal, waarop haar en haar mans wapenen moesten gesneden worden, welke schotel nog tot het bedoelde einde gebruikt wordt.[1043]
        Grafsteen in de Martinikerk te Franeker:[1044]
        Anno 1703 den (8?) iuny is in den heere gerust de eerbaer Tryntje Iohannes Bart Meyer de huisvrouw van Vitus Ringers phil:doct: en predicant tot Ried in't 44ste iaar en leit hier begraven.

        Grafsteen in de kerk te Ried:[1045]
        Anno 1725 den 23 febr sterf den erw: ... godz: wel.gel:d:Vitus Ringers dr.phil.art.lib.mag. en predicant int 40ste jaar sijnes dienstes hier en 2 te Britsum oud 65 iaeren en rust hier.
        "Hic cum Ringersi recubat defuncta labora
        Astemens in coelis cum Christo lacta triumphat."
        Ao 1729 den 14 may stierf des selfs huisvrou Grietie Reneman out 55 jaren en is hier ook begraven.
    • 3. Pybe Enema, ged. geref. Makkum 8-6-1634.
    • 4. Aeltie Witusdr Enema, geb. vóór ca. 1640, filiatie niet bewezen, afkomstig van Sneek (1656), otr. Sneek gerecht en geref. 12-7-1656 Jan Gerloffsz, afkomstig van Pingjum (1656).
    • 5. Wilhelmus Ennema, geb. vóór ca. 1650, filiatie niet bewezen, afkomstig van Makkum (1672), jongeman, notaris publicus, afkomstig van Leeuwarden (1672), otr. Bolsward gerecht 12-10-1672, tr. Makkum geref. 1-11-1672 (met attestatie naar Bolsward) Catalijne Lammeringh(a), j.d. afkomstig van Bolsward (1672).
        Uit dit huwelijk (o.a.?)
      • aa. Imcke Ennema, ged. geref. Makkum 20-7-1673 (geen moedersnaam genoemd), ovl. jong?
      • bb. Imcke Ennema, ged. geref. Makkum 22-11-1674 (geen moedersnaam genoemd).
      • cc. Marike Ennema, ged. geref. Makkum 16-1-1678 (geen moedersnaam genoemd).

======================
Anna Enema, geb. ca. 1538, ovl. 11-10-1617, beg. Tjerkwerd in de kerk, tr.[1046] Ds. Hendrik Bernards van Berkel, geb. 1533, ovl. 10-6-1612, diende in de Roomsche kerk van 1564 als Vicarius te Bedum, was reeds in 't genoemde jaar en waarschijnlijk vroeger in Goutum, werd verroepen naar Warns en Scliarl in 't laatst van 1598 of begin van 1599, werd volgens besluit van de Synode in 1599, de facto van zijnen dienst gedestitueerd, werd beroepen naar Tjerkwerd, en op attest van de klassis van Leeuwarden bij de klassis van Bolsward en Workum aangenomen en goedgekeurd den 18-5-1601. In 1604 waren er nieuwe moeilijkheden met hem, daar "een besluit van de klassis van Leeuwarden, aangaande de destitutie van hem, door 't collegie werd geapprobeerd, en de gemeente van Tjerkwerd geordonneerd, binnen 3 weken een anderen dienaar te verkiezen, den 14-11-1604. Dit vonnis schijnt weldra gemitigeerd te zijn, want volgens grafsteen overleed hij als predikant hier 10-6-1612, oud 79 jaren, nadat hij 48 jaren predikant geweest was.[1047] [1048]
Ds. Hendrik Bernards van Berkel werd bij 't Hof van Friesland aangesproken van Claes ten Boer, Ontvanger der contributien van de Ommelanden, als Curator litis, over Swane Henrici voor haar zelven, en mede als rechthebbende voor Geertruid Jansdochter, haar moeder. Als hebbende voor omtrent 20 of 19 jaren, toen hij vicarius in Bedum was, voorz. Geertruid Jans beslapen etc., en "hoewel hij haar behoorde te trakteren als een vader toekomt, en voorts als cessie hebbende van haar moeder, te betalen 19 jaar kostpenningen: tot 20 Gld. 's jaars, en voor haar defloratie , kraamgeld 500 Gld", waartegen hij protesteerde, op grond, dat zoo Swane zijn dochter was, zoude de moeder haar overlange wel aan hem gepresenteerd hebben. Bij sententie van den 26 October 1594, werd zij verklaart zijne natuurlijke dochter te wezen, en hij gecondemneerd om haar daarvoor te agnosceren, voorts gecondemneerd aan haar 't rechthebbende van Geertruid Jans ter zake van haar defloratie en kraamkosten te betalen 140 Carolus Guldens, sonder wijders, doch cum exp.
Grafsteen in de kerk te Tjerkwerd:[1049]
Ao 1617 de 11 october sterfd eerbaren duechtsame Anna Enema huisfrou ... Henrico Bernardi olt omtrent 79 iaren en leit hier begraven.

======================
In 1552 komt Sixtus Pibonis voor in een proces gevoerd voor het Hof van Friesland. [1050]
In 1576 komt Enne Kempes Ennema voor in een proces gevoerd voor het Hof van Friesland. [1051]

8018. TJEPKE RINTIES ABBEMA, geb. 1590/91, ovl. 10-1-1669, beg. Franeker Martinikerk, burger en koopman te Franeker, mogelijk identiek met Tyepcke Rinckes die ca. 1621 wordt vermeld als bewoner/eigenaar vaan en huis in het Noorderkwarter van Franeker,[1052] tr. vóór ca. 1625?;(¥)

8019. ANTIE WITSSESDR, geb. dec. 1589, ovl. 12-9-1660, beg. Franeker Martinikerk.

 

COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [1053] die daarvoor geen bronnen geeft, trouwt Tjepke Rintjes Abbema 1618 te Franeker met Heyltje Wopkedr Bants, dr. van Ryuerds Bants en Aaltje Jansdr. Kinderen uit dit huwelijk zouden zijn Aeltie Ibeltje en Rintje. Het zou een eerste huwelijk van Tjepke kunnen betreffen.
 

Grafsteen in de Martinikerk te Franeker:[1054]
Anno 1660 den 12 september is in den heere gerust de eerbare Antie Witssesdr de huisvrou van Tiepke Rinties Abbema oudt 70 iaer 10 maenten en leit alhier begraven.
Anno 1669 den 10 ianuari is in den heere gerust den eersamen Tiepke Rinties Abbema burger ende coopman binnen Franequer out int 78 iaer en leit hier begraven.
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Aeltie Tyepkes Abbema, geb. vóór ca. 1625, ovl. 1647-1649, (=kw. nr. 4009).
  • b. Heiltie Tiepkes (Abbema?), geb. 1631/32, ovl. 28-3-1674, beg. Franeker Martinikerk, afkomstig van Franeker (1651), tr. Franeker geref. 18-5-1651 (zij heet Hiltie Tiepkes) Beern Poppes Salwerda, geb. 1617/18, ovl. 2-2-1701, beg. Franeker Martinikerk, afkomstig van Franeker (1651), zn. van Poppe Lamberts Salverda en Ydtie Sijbedr Baerdt,[1055]
    Grafsteen in de Martinikerk te Franeker:[1056]
    Anno 1674 den 28 maert is in den heere gerust de eerbare Heiltie Tiepkes de huisvrou van Beern Poppes Salwerda out 42 iaer ende leit alhier begraven.
    Anno 1701 den 2en april sterf den eersamen Beern Poppes Salwerda coopman in graenen old int 83 iaer en leit alhier begraven.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Jurjen (Jurian) Beerns Salverda, geb. vóór ca. 1660, afkomstig van Franeker (1683), otr. Franeker gerecht 10-11-1683 Attie Ages Brunia, (zie kw. nr. 2005 ) afkomstig van Franeker (1683), wed. van Johannes Ennema. Zie kw. nr. 2005 voor nageslacht uit dit huwelijk.
  • c. Ibeltie Tjiepkes Abbema, geb. vóór ca. 1630, afkomstig van Franeker (1651), tr. 1o Franeker geref. 19-3-1651 Lambart Poppes Salvarda, ovl. 1651-1668, afkomstig van Franeker (1651), zn. van Poppe Lamberts Salverda en Ydtie Sijbedr Baerdt,[1057] tr. 2o Franeker geref. 9-1-1668 Hielcke Pyters, afkomstig van Boer (1668).
  • d. Rintie Tiepckes Abbema, geb. ca. 1636, ovl. 15-6-1674, beg. Franeker Martinikerk, afkomstig van Franeker (1658, 1663), burger en koopman te Franeker (1658, 1674), tr. 1o Makkum geref. (attestatie afgegeven op 11-7-1658 naar Franeker), otr./tr. 1o Franeker gerecht/geref. 25-6/11-7-1658 Griettje Lieuwes Meyl(l)ema, ovl. 1658-1663, beg wellicht Franeker Martinikerk, afkomstig van Makkum (1658), otr./tr. 2o Franeker/Harlingen gerecht 29-12-1662/10-1-1663 Antie Aebes Alcama, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1675, beg. Franeker Martinikerk, afkomstig van Harlingen (1663, 1675). Zij hertr. Franeker Gerecht 2-10-1675 (A)emilius Iacobides.
    Grafsteen in de Martinikerk te Franeker:[1058]
    ... is overleden de eerbare Antie Aebes Alcama eerst de huisvroue van wyl:de coopman Rintie Tiepckes Abbema en laest die van vroedtsman Aemilius Iacobides.
    Ao 1674 den 15 iunius is in den heere gerust den eersamen Rintie Tiepkes Abbema burger ende koopman binnen Franequer oudt omtrent 38 iaren ende leidt alhier begraven.
    Grafsteen (een andere dan bovenstaande) in de Martinikerk te Franeker:[1059]
    Ao 16.. de eerb(are) ...ske Abbema syn wyf.
      Uit dit huwelijk wellicht:
    • 1. Anna Rintjes Abbema, tr. Ds. Nicolaus Posthumus, predikant te Ternaard.
  • e. Rint Tiepckes Abbema, geb. vóór ca. 1645, als wed. afkomstig van Franeker (1666), tr. 1o voor 1666 Lucas Phlips, tr. 2o Franeker gerecht 2-2-1666 Schelte Pyters, afkomstig van Lutjelollum (1666).

8020. ANDRIES (AGES BRUINIA)(¥), geb. vóór ca. 1590, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:

  • a. Ag(g)e Andries Bruinia, geb. 1614/15, ovl. 6-10-1688, beg. Franeker Martinikerk, (=kw. nr. 4010).

     
    COMMENTAAR(¥) In 1581 en 1582 komt voor in processen gevoerd voor het Hof van Friesland: Agge Andries te IJlst. [1060]
    In de periode 1585-1591 komt voor in processen gevoerd voor het Hof van Friesland: Rinck Andries te IJlst, wed. van Agge Andries, en moeder van diens minderjarige kinderen onder wie Andries Agges. [1061] [1062] [1063] [1064]
    Het is onzeker of er verband is met bovenstaand kwartier nr. 8020.

 
Fragment Brunia
Wat is het verband met:
-- Gerryt Agges (Bru(y)nia), kapitein (te Dokkum?) ca. 1650.[1065]
-- Titia Brunia, aan de Oostermeulenstraat te Franeker [1066].
In de "Stukken afkomstig uit de nalatenschap van Edzard Hobbo van Burmania" [1067] bevindt zich een brief aan Imke van Dekema, wed. Brunia(¥), door Bernard Conders van Helpen, houdende invitatie tot bijwoning van een huwelijksplechtigheid, gedateerd 1624.

 
COMMENTAAR(¥) Dit is waarschijnlijk een leesfout. Doco van Botnia ovl. 1-10-1621, beg. Franeker Martinikerk, Ymck van Dekema, zijn vrouw, ovl. 2-4-1641, beg. Franeker Martinikerk. Brunia hierboven zal dus wel Botnia moeten zijn. Een huwelijk Dekema x Brunia is ook niet te vinden in Friesland.

Referenties van de gegevens van generatie 13 staan ook hier
Referenties Kwartierstaat Van Schothorst --- Generatie 13 ( 1067 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
  1. Leenb. Scherpenzeel, 141:49.RAG, Hof van Gelre, 2563.
  2. Mededeling A.J.W. van Voorthuijsen, Nederwoud, 2005
  3. Mededeling A.J.W. van Voorthuijsen, Nederwoud, 2005
  4. Mededeling A.J.W. van Voorthuijsen, Nederwoud, 2005
  5. E. L. Steinmeier, Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten 1389-1681, Barneveld, 1993
  6. Register keurmedigen, 1560-1.Register keurmedigen, 1611-5/6
  7. E. L. Steinmeier, Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten 1389-1681, Barneveld, 1993
  8. VG 11(1986)180
  9. VG 11(1986)180
  10. VG 11(1986)180
  11. VG 11(1986)180
  12. ter Maat, l.c.
  13. ter Maat, l.c.
  14. Ter Maat, l.c.
  15. Ter Maat, l.c.
  16. Ter Maat, l.c.
  17. Ter Maat, l.c.
  18. Ter Maat, l.c.
  19. Ter Maat, l.c.
  20. VG 15(1990)262
  21. VG 15(1990)262
  22. VG 15(1990)262
  23. VG 15(1990)262
  24. VG 15(1990)262
  25. Herengoederen Veluwe, l.c., p332
  26. VG 33(2008)#3,30
  27. inv. RA Arnhem 1322, 1567-1599, fol. 75
  28. G.A. Delft, ONA Nots. A. Rijshouck, inv. nr. 1775
  29. Zeeuws Kwartierstatenboek, kwst. Neuteboom
  30. OV 42(1987)436
  31. OV 28(1973)285
  32. OV 38(1983)42
  33. OV 39(1984)168
  34. OV 20(1964)231
  35. OV 47(1992)534
  36. OV 47(1992)535
  37. OV 47(1992)535
  38. OV 47(1992)538
  39. OV 47(1992)534
  40. OV 47(1992)534
  41. OV 47(1992)538
  42. ORA Schiedam inv. nr. 606, Nr. 265 folio 216v. d.d. 23-01-1615
  43. NL 98(1981)354
  44. NL 98(1981)354
  45. NL 98(1981)354
  46. NL 98(1981)354
  47. NL 98(1981)354
  48. NL 98(1981)354
  49. NL 98(1981)354
  50. NL 98(1981)354
  51. NL 98(1981)354
  52. NL 98(1981)354
  53. NL 98(1981)354
  54. NL 98(1981)354
  55. NL 98(1981)354
  56. NL 98(1981)354
  57. NL 98(1981)354
  58. NL 98(1981)354
  59. NL 98(1981)354
  60. OV 43(1988)467
  61. OV 20(1965)400
  62. OV 48(1993)434
  63. OV 50(1995)327
  64. OV 50(1995)327
  65. OV 27(1972)234
  66. OV 9(1954)16
  67. OV 27(1972)235
  68. OV 20(1965)225
  69. OV 44(1989)206
  70. OV 44(1989)206, Thoentertijd 11(1988) nr. 21
  71. OV 21(1966)485
  72. OV 37(1982)160
  73. Thoentertijd 11(1988) nr. 21
  74. OV 38(1983)35
  75. OV 38(1983)42
  76. OV 41(1986)692
  77. zie OV 20(1965)400
  78. OV 28(1973)269,287 en J.N. Kuijvenhoven, Index Begraven Naaldwijk
  79. OV 34(1979)238
  80. OV 34(1979)238
  81. Prom. 15, p212
  82. ref OPZOEKEN
  83. Prom. 15, p212
  84. Prom. 15, p212
  85. OV 38(1983)396
  86. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr. 5488, f54
  87. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr. 5488, f79v
  88. NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv. nr. 5490, nr. 343
  89. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr. 5488, nr. f96 en f98
  90. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr. 5488, nr. f96
  91. NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv. nr. 5490, nr. 343, 367, 370
  92. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr. 5488, nr. f122v
  93. NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv. nr. 5489, nr. 101
  94. NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv. nr. 5489, nr. 40
  95. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr. 5488, nr. f193
  96. ISIS Vlaardingen
  97. Bijl, Convooidienst, l.c.
  98. ORA Schiedam, Inv. nr. 605, nr.76 f277, bew. A. van der Tuijn
  99. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 88 folio 43 d.d. 29-03-1623
  100. GA Schiedam, O.N.A. inv. no. : 748 blz. : 2143
  101. ORA Schiedam, passim
  102. OA Schiedam inv. nr. 1447, 200e penning anno 1628, bew. A van der Brugghe
  103. OA Schiedam inv. nr. 1447, 200e penning anno 1628, bew. A van der Brugghe
  104. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 91 folio 44 d.d. 15-05-1623
  105. H. den Boer, l.c., NAV inv. nr. 4 p152
  106. ORA Schiedam, Inv. nr. 608, nr. 126, bew. A. van der Tuijn
  107. GA Schiedam, O.N.A. inv. no. : 756 blz. : 739
  108. NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv. nr. 5490, nr. 397
  109. OA Schiedam inv. nr. 1447, 200e penning anno 1628
  110. OA Schiedam inv. nr. 1449, 200e penning anno 1623
  111. OA Schiedam inv. nr. 1650, 200e penning anno 1635
  112. OA Schiedam inv. nr. 1453, 200e penning anno 1644
  113. OV 43(1988)578
  114. OV 47(1992)535
  115. OV 38(1983)34
  116. OV 43(1988)578
  117. OV 47(1992)534
  118. OA Schiedam inv. nr. 1509 folio 384 d.d. 02-02-1577
  119. OV 25(1970)91 en 44(1989)449
  120. OV 44(1989)449
  121. OV 44(1989)437
  122. OV 43(1988)578
  123. OV 45(1990)436 en 46(1991)133
  124. OV 47(1992)534
  125. OV 47(1992)536
  126. OV 47(1992)538
  127. OV 38(1983)223
  128. Blom, l.c.
  129. NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv. nr. 5490, nr. 280
  130. ⇒ dat1026.htm
  131. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, passim
  132. OV 47(1992)100
  133. NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv. nr. 5489, nr. 7
  134. NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv. nr. 5490, nr. 368
  135. OV 43(1988)589
  136. Thoentertijd 15(1992)nr 29, p 12
  137. ⇒ dat1026.htm
  138. ⇒ kstekst.htm
  139. ⇒ dat1026.htm
  140. ⇒ dat1026.htm
  141. ⇒ dat1026.htm
  142. ⇒ dat1026.htm
  143. ⇒ dat1026.htm
  144. ⇒ kstekst.htm
  145. ⇒ kstekst.htm
  146. ⇒ kstekst.htm
  147. ⇒ kstekst.htm
  148. ⇒ kstekst.htm
  149. NA, ONA Maassluis, Nots. Otto de Roij, inv. nr. 5488, f44
  150. Jb CBG 52(1998)104
  151. NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv. nr. 5490, nr. 378
  152. zie ook ANF 9(1894)107
  153. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr. 36 aktenr. 193 blz 469
  154. ANF 9(1894)107
  155. NA, ONA Maassluis, Nots. Niclaes van der Houff, inv. nr. 5489, nr. 140 en 228
  156. NA, ONA Maassluis, Nots. Heijnrick van Vlijet, inv. nr. 5490, nr. 38
  157. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  158. NL 70(1953)203
  159. ⇒ ~brouw268
  160. NL 70(1953)202
  161. Prom. 12, p343
  162. J. Bos-Bliek et al., Onze Voorouders III, Zoetermeer, 1998, p5
  163. Prom. 13, p210
  164. OV 54(1999)92
  165. Prom. X, p67
  166. Prometheus II/2e dr., p149, Kron. 6(1997)92, Onze Voorouders III, p5
  167. Prom IX, Prom. 12 p343
  168. NL 70(1953)202
  169. NL 70(1953)203
  170. NL 70(1953)203
  171. NL 70(1953)208
  172. NL 70(1953)208
  173. Prom. 12, p341
  174. Prometheus II/2e dr., p121, en Kuijvenhoven, l.c., en Prom. 13 p386
  175. Prometheus II/2e dr., p149
  176. Prom. X, p60
  177. Prom. IX, p280, Prometheus II/2e dr., p149, en Kuijvenhoven, l.c.
  178. Prom. IX, p280
  179. Kuijvenhoven, l.c.
  180. Kuijvenhoven, l.c.
  181. ⇒ ~brouw268
  182. ⇒ ~brouw268
  183. ⇒ ~brouw268
  184. ⇒ ~brouw268
  185. ⇒ ~brouw268
  186. ⇒ ~brouw268
  187. ⇒ ~brouw268
  188. ⇒ Kwartierstaat5.html
  189. Prom. VI, p49
  190. ORA Vlaardingen, inv. nr. 147, Procuratieboek van de Vierschaar, akte nr. 638 folio 67v. d.d. 21-03-1612
  191. OV 45(1990)322
  192. OV 45(1990)322, Prom. VI, p49
  193. RA Vlaardingerambacht 1895 XXXVIII nr. 19 fol. 235
  194. NL 70(1953)202
  195. NL 70(1953)202
  196. OA Schiedam inv. nr. 1443
  197. OA Schiedam inv. nr. 1444
  198. OA Schiedam inv. nr. 1448, 1449, 1450, 200e penning
  199. OA Schiedam inv. nr. 1451, 200e penning
  200. OA Schiedam inv. nr. 1451, 200e penning
  201. OV 45(1990)322
  202. OV 45(1990)322
  203. OV 45(1990)320
  204. OV 45(1990)320
  205. OV 45(1990)320
  206. zie ook OV 45(1990)320
  207. OV 45(1990)320
  208. zie ook OV 45(1990)320
  209. OV 45(1990)320
  210. zie ook OV 45(1990)320
  211. ISIS Vlaardingen
  212. OV 45(1990)320
  213. OV 45(1990)320
  214. zie ook OV 45(1990)320
  215. GA Schiedam, ONA, inv. nr. 856, blz. 543
  216. zie ook OV 45(1990)320
  217. zie ook OV 45(1990)320
  218. ISIS Vlaardingen
  219. ISIS Vlaardingen
  220. OV 45(1990)322
  221. OV 45(1990)322
  222. OV 45(1990)322
  223. ORA Vlaardingen, inv. nr. 147, Procuratieboek van de Vierschaar, akte nr. 701 folio 77v. d.d. 01-01-1614
  224. OV 37(1982)238
  225. D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag, 1960?
  226. ⇒ Kwartierstaat5.html
  227. D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag, 1960?
  228. OV 48(1993)430
  229. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 70 folio 34v. d.d. 13-07-1622
  230. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 85 folio 41v. d.d. 21-01-1623
  231. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 86 folio 42 d.d. 21-03-1623
  232. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 191 folio 77v. d.d. 06-09-1631
  233. OA Schiedam inv. nr. 1443
  234. OA Schiedam inv. nr. 1444
  235. OA Schiedam inv. nr. 1445
  236. OA Schiedam inv. nr. 1450, 200e penning
  237. OA Schiedam inv. nr. 1443
  238. OA Schiedam inv. nr. 1444
  239. OA Schiedam inv. nr. 1445
  240. OA Schiedam inv. nr. 1448
  241. OA Schiedam inv. nr. 1451, 200e penning
  242. OA Schiedam inv. nr. 1453, 200e penning anno 1644
  243. D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag, 1960?
  244. D. van Baalen, Genealogie Dijkshoorn, Den Haag, 1960?
  245. ⇒ www.vanderkrogt.net
  246. ⇒ www.vanderkrogt.net
  247. ⇒ www.vanderkrogt.net
  248. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 17 folio 9v. d.d. 29-11-1619
  249. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 44 folio 21 d.d. 29-05-1622
  250. ORA Vlaardingen, inv. nr. 150, Certificatie en Attestatieboek, akte nr. 182 folio 73v. d.d. 28-09-1631
  251. van Waesberghe, l.c.
  252. Le Parchemin 22(1975)13
  253. F. Melis Taeymans, De Antwerpse Poortersboeken 1533-1608, Stadsarchief, Antwerpen, 1977
  254. GA Rotterdam inv. 51 Weeskamer Rotterdam , index nummer nr. 268, f. 27 v
  255. geciteerd in Briels, l.c, en Ledeboer, l.c.
  256. Rombouts, Certificat Plantin (1881) 22-23, geciteerd in Briels, l.c.
  257. Bron: Requestboek 1576-77, fol. 189 en A.A.B. Deel 23, blz. 428, ⇒ fonds_plaisier.htm
  258. GA Rotterdam, ONA, Nots. J. Symonsz, dl. 4, f152r
  259. GA Rotterdam, ONA, Nots. J. Symonsz, dl. 6, f36
  260. GA Rotterdam, WK dl. 545 nr. 778
  261. ⇒ meer035lett01_01_0030.htm
  262. zie ook ANF 56(1883)6
  263. Castendijk, l.c.
  264. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr. 79 aktenr. 24 blz 94
  265. GA Rotterdam, Nots. J. Symonsz, dl4, f49v
  266. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr. 46 aktenr. 62 blz 95
  267. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr. 49 aktenr. 169 blz 287
  268. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr. 84 aktenr. 71 blz 190
  269. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr. 79 aktenr. 132 blz 471
  270. GA Rotterdam, ONA, Nots. Adriaan Kieboom, inv. nr. 148 aktenr. 126 blz 206
  271. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr. 47 aktenr. 165 blz 238
  272. GA Rotterdam, ONA, Nots. Duyfhuysen, inv. nr. 36 aktenr. 43 blz 92
  273. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr. 78 aktenr. 119 blz 255
  274. GA Rotterdam, ONA, Nots. Willem Jacobsz., inv. nr. 61 aktenr. 1 blz 1
  275. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr. 78 aktenr. 443 blz 809
  276. GA Rotterdam, ONA, Nots. Nicolaas v.d. Hagen, inv. nr. 119 aktenr. 71 blz 149
  277. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 255 aktenr. 93 blz 146
  278. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 255 aktenr. 97 blz 150
  279. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 255 aktenr. 134 blz 209
  280. GA Rotterdam, ONA, Nots. Nicolaas Vogel Adriaansz, inv. nr. 157 aktenr. 33 blz 70
  281. GA Rotterdam, ONA, Nots. Nicolaas Vogel Adriaansz, inv. nr. 157 aktenr. 33a blz 73
  282. GA Rotterdam, ONA, Nots. Willem Jacobsz., inv. nr. 74 aktenr. 100 blz 414
  283. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv. nr. 269 aktenr. 45 blz 78
  284. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen jr, inv. nr. 198 aktenr. 209 blz 310
  285. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 262 aktenr. 169 blz 254
  286. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 255 aktenr. 97 blz 150
  287. ⇒ www.rijksmuseum.nl
  288. ⇒ www.dbnl.org
  289. ⇒ www.rijksmuseum.nl
  290. ⇒ www.dbnl.org
  291. GA Rotterdam, ONA, Nots. J. Symonsz, dl. 6, f36
  292. GA Rotterdam, WK dl. 545 nr. 778
  293. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van Aller Az., inv. nr. 97 aktenr. 143 blz 336
  294. ⇒ www.rijksmuseum.nl
  295. ⇒ spieghel.html
  296. ⇒ spieghel.html
  297. Putman, Octrooien, l.c.
  298. OV 42(1987)580,582
  299. Prometheus II/2e dr.
  300. F. van Hoorn, Geervliet 600 jaar stad, Geervliet, 1980
  301. zie ook Prometheus II/2e dr.
  302. OV 51(1996)154 en 157, en OV 52(1997)334, 337
  303. OV 6(1951)114
  304. OV 7(1952)16
  305. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 30
  306. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 104
  307. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 175
  308. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 185
  309. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 380
  310. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv. nr. 291 aktenr. 53 blz 75
  311. zie ook J. en M. Benne, Bent u een Benne, Hoek van Holland, 1990, p44
  312. NL 93(1977)365
  313. Van Hoorn, l.c., p 229
  314. OV 7(1952)16
  315. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband, Regesten van transportregisters, nr. 480
  316. NL 93(1977)365
  317. NL 93(1977)365
  318. OV 6(1951)113
  319. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 463
  320. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 495
  321. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 496
  322. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 517
  323. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 525
  324. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 545
  325. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 546
  326. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 569
  327. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 570
  328. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 571
  329. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 583
  330. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 594
  331. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 619
  332. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv. nr. 309 aktenr. 60 blz 101
  333. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv. nr. 276 aktenr. 73 blz 165
  334. NL 93(1977)365
  335. NL 93(1977)365
  336. OV 43(1988)257, 385
  337. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband, Regesten van transportregisters, nr. 1176, 1263
  338. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 772
  339. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 797
  340. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband, Regesten van transportregisters, nr. 1402
  341. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Toegangsnummer: 048, Ambacht Spijkenisse en Braband, Regesten van transportregisters, nr. 1403
  342. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 942
  343. Van Hoorn, l.c., p 229
  344. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 327
  345. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 472
  346. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 475
  347. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 497
  348. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 505
  349. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 528
  350. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 629
  351. Prometheus II/2e dr.
  352. Prometheus II/2e dr.
  353. Prometheus II/2e dr.
  354. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 523
  355. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 564
  356. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 566
  1. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 594
  2. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 619
  3. ⇒ 1076576873
  4. ⇒ 1076576873
  5. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 648
  6. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 656
  7. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 4
  8. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 4
  9. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 18
  10. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 34
  11. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 80
  12. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 87
  13. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 179
  14. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 182
  15. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 209
  16. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 227
  17. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 281
  18. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 55
  19. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 63
  20. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 68
  21. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 69
  22. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 141
  23. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 153
  24. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 160
  25. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 174
  26. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 209
  27. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 192
  28. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 190
  29. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 316
  30. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 348
  31. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 362
  32. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 370
  33. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 373
  34. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 381
  35. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 390
  36. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 391
  37. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 417
  38. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 419
  39. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 416
  40. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 418
  41. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 420
  42. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 52
  43. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 61
  44. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 69
  45. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 106
  46. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 140
  47. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 171
  48. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 172
  49. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 190
  50. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 226
  51. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 197
  52. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 227
  53. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 312
  54. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 322
  55. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 365
  56. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 386
  57. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 322
  58. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 532
  59. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 281
  60. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 311
  61. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 322
  62. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Stad Geervliet, Regesten Transportregisters nr. 395
  63. ORA Dordrecht, inv. 733, f181v, d.d. 16-1-1579, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  64. v.d. Aa, l.c., sub voce Targier
  65. Jb. CBG 3(1949)85
  66. Tiel, Schepen Signaten 1570-1583 f133v
  67. Tiel, Schepen Signaten 1570-1583 f194
  68. Jb. CBG 3(1949)85
  69. Tiel, Schepen Signaten 1590-1598 f1
  70. zoek op Tiel, de betreffende acte
  71. Jb. CBG 4(195)73
  72. Tiel Schepen Signaten 1570-1583 f90 en f111v
  73. zoek op Tiel, Schepen Signaten 1563-1570 f55v
  74. zoek op Genealogie Wijnandts van Resandt, p111a
  75. OV 40(1985)205,206
  76. Jb. CBG 3(1949)85
  77. Tiel Schepen Signaten 1599-1615, fol. 246v
  78. Jb. CBG 3(1949)85
  79. GA Dordrecht, Register 50e penning Dordrecht 1580, nr. 3, inv. 3962, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  80. NL 109(1992)289 e.v.
  81. NL 109(1992)289 e.v.
  82. Admissions a la bourgeoisie de Liege
  83. NNBW II p1420, en v.d. Aa sub voce Terwen
  84. NL 109(1992)289 e.v.
  85. Balen, l.c., passim
  86. zie ook NL 74(1957)46
  87. Menn. Encycl., l.c., sub voce Terwen en Dordrecht
  88. Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622, ⇒ www.regiodiep.nl
  89. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  90. zie ook Balen, l.c. passim, em Mededeling P. Kuiperi te Amsterdam, 1999
  91. zie ook Balen, l.c. passim, en Mededeling P. Kuiperi te Amsterdam, 1999
  92. NL 74(1957)46
  93. ORA Dordrecht, inv. 766, f50, d.d. 17-10-1626, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  94. Balen, l.c. deel II, p. 1268-1269, en Mededeling J.L. Kuipéri te Amsterdam, 1999
  95. zie ook NL 74(1957)46
  96. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Cornelisz van der Swan, inv. nr. 183 aktenr. 170 blz 228
  97. A.M.L. Hajenius, Dopers in de Domstad, Hilversum 2003
  98. NL 74(1957)47
  99. NL 74(1957)47
  100. NL 74(1957)47
  101. GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a5, aktenr. 75, d.d. 21-12-1689
  102. GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a6, aktenr. 26, d.d. 27-06-1691
  103. GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a7, aktenr. 21, d.d. 30-03-1693
  104. GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a7, aktenr. 43, d.d. 25-08-1693
  105. GAU, Nots. P. Leechburch, Utrecht, inv.nr.U97a7, aktenr. 47, d.d. 19-09-1693
  106. GAU, Nots. P. LEECHBURCH, Utrecht, inv.nr.U97a7, aktenr. 78, d.d. 13-02-1694
  107. Kuiperi, l.c.
  108. A.M.L. Hajenius, Dopers in de Domstad, Hilversum 2003
  109. GAU, Nots. A. Duerkant , Utrecht, inv.nr.U126a2, aktenr. 13, d.d. 25-10-1701
  110. GAU, Nots. M. van Lobbrecht, Utrecht, inv.nr.U123a3, aktenr. 238, d.d. 10-12-1704
  111. GAU, Nots. M. VAN Lobbrecht , Utrecht, inv.nr.U123a3, aktenr. 241, d.d. 17-12-1704
  112. GAU, Nots. A. Duerkant, Utrecht, inv.nr.U126a2, aktenr. 152, d.d. 22-08-1710
  113. GAU, Nots. A. Duerkant, Utrecht, inv.nr.U126a3, aktenr. 31, d.d. 16-02-1712
  114. GAU, Nots. A. Duerkant, Utrecht, inv.nr.U126a3, aktenr. 32, d.d. 16-02-1712
  115. GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a11, aktenr. 61, d.d. 12-11-1720
  116. Kuiperi, l.c.
  117. GAU, Nots. C. F. Pronckert, Utrecht, inv.nr.U162a9, aktenr. 46, d.d. 05-04-1728
  118. GAU, Nots. C. F. Pronckert , Utrecht, inv.nr.U162a11, aktenr. 160, d.d. 04-11-1730
  119. GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a15, aktenr. 19, d.d. 29-6-1733
  120. GAU, Nots. P. VAN Liender, Utrecht, inv.nr.U122a2, aktenr. 148, d.d. 19-07-1699
  121. GAU, Nots. M. van Lobbrecht, Utrecht, inv.nr.U123a3, aktenr. 237, d.d. 10-12-1704
  122. GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a8, aktenr. 247, d.d. 09-09-1711
  123. Balen, l.c.
  124. NL 81(1964)337
  125. Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622, ⇒ www.regiodiep.nl
  126. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  127. ORA Dordrecht, inv. 766, f6v, d.d. 20-2-1626
  128. Tijds. 1340, 6(1992)140
  129. ORA Dordrecht, inv. 766, f47v, d.d. 2-10-1626, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  130. Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 238 e.v.: akte voor nots. Blasius van Haerlem de Jonge d.d.19-4-1627
  131. ONA Dordrecht, Nots. D.S. Coplaer, inv. 79, f. 95v e.v.
  132. Tijds. 1340, 6(1992)140
  133. ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  134. Mr. P.C. Bloys van Treslong Prins, Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Zuid-Holland, Utrecht, 1922
  135. zie ook Van Zeeuwse Stam 68(1990)9
  136. Van Zeeuwse Stam 68(1990)9
  137. GA Dordrecht, Toegangsnummer: 85, Collectie van bescheiden met betrekking tot de familie Balen en aanverwante geslachten
  138. GAU, Nots. W. Zwaerdecroon, Utrecht, inv.nr.U80a5, aktenr. 425, d.d. 01-11-1679
  139. GAU, Nots. H. van Woudenbergh, Utrecht, inv.nr.U93a9, aktenr. 98, d.d. 28-10-1684
  140. GAU, Nots. H. van Woudenbergh, Utrecht, inv.nr.U93a10, aktenr. 29, d.d. 30-03-1685
  141. GAU, Nots. H. van Hees , Utrecht, inv.nr.U110a2, aktenr. 124, d.d. 17-03-1687
  142. GAU, Nots. H. van Hees , Utrecht, inv.nr.U110a5, aktenr. 98, d.d. 10-04-1697
  143. GAU, Nots. H. van Hees , Utrecht, inv.nr.U110a6, aktenr. 108, d.d. 09-03-1700
  144. GAU, Nots. H. van Hees, Utrecht, inv.nr.U110a6, aktenr. 186, d.d. 21-07-1701
  145. GA Dordrecht nr. 3, inv. 3979 (200e penning Dordrecht anno 1652)
  146. GA Dordrecht, Weeskamer inv. 25, f. 284, gecit. in ⇒ www.uwpassieonline.nl
  147. GA Dordrecht, Weeskamer inv. 28, f. 95v, gecit. in ⇒ www.uwpassieonline.nl
  148. GA Dordrecht, ONA Dordrecht, Nots. J. Hellu, inv. 341, d.d. 28-6-1677
  149. GA Dordrecht, Weeskamer Dordrecht inv. 28 f. 96, gecit. in ⇒ www.uwpassieonline.nl
  150. ONA Dordrecht, 507, akte 28, d.d. 21-5-1715, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  151. ONA Dordrecht, 507, akte 28, d.d. 21-5-1715, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  152. GA Dordrecht, ORA, inv. 813, f. 132v e.v. gecit. in ⇒ www.uwpassieonline.nl
  153. ONA Dordrecht, 507, akte 28, d.d. 21-5-1715, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  154. ⇒ www.uwpassieonline.nl
  155. GA Dordrecht, ORA inv. 817, f. 9 e.v., gecit. in ⇒ www.uwpassieonline.nl
  156. GA Dordrecht, ORA, inv. 789 f. 90 e.v., gecit. in ⇒ www.uwpassieonline.nl
  157. Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622, ⇒ www.regiodiep.nl
  158. OV 40(1985)76
  159. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  160. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  161. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  162. NL 100(1983)491
  163. NL 100(1983)491
  164. zie ook NL 100(1983)491
  165. NL 100(1983)491
  166. Nav 80(1931)281
  167. NL 100(1983)490
  168. Wap. 14(1910)346
  169. Stadsarchief no. 3965, fol. 256. Verpondingskohier
  170. ORA Dordrecht no. 744, fol. 135 v. Transportreg.
  171. ORA Dordrecht no. 746, foll. 101 v. Transportreg.
  172. ORA Dordrecht no. 748, fol. 1. Transportreg.
  173. ORA Dordrecht no. 749, fol. 12. Transportreg.
  174. ORA Dordrecht no. 749. fol. 109. Transportreg.
  175. ORA Dordrecht no. 751, fol. 128 v. Transportreg.
  176. ONA Dordrecht. nes. 10, blz. 159. Nots. P. Eelbo
  177. ORA Dordrecht no. 754, fol. 73. Transportreg.
  178. ORA Dordrecht no. 764, fol. 66 v. Transportreg.
  179. ONA Dordrecht. no. 57, fol. 824 v. Nots. D. Eelbo.
  180. ONA Dordrecht. no. 58, fol. 366. Nots. D. Eelbo
  181. NL 100(1983)494
  182. Nav 80(1931)280
  183. Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622, ⇒ www.regiodiep.nl
  184. NL 100(1983)494
  185. Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622, ⇒ www.regiodiep.nl
  186. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  187. Nav 80(1931)281
  188. NL 100(1983)495
  189. NL 100(1983)495
  190. Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622, ⇒ www.regiodiep.nl
  191. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  192. W. Nijman, Hier leyt begraven, grafzerken in de Grote Kerk van Dordrecht, Dordrecht z.j.
  193. Nav 80(1931)281
  194. NL 100(1983)496
  195. NL 100(1983)496
  196. ORA Dordrecht, inv. 775, f42v, d.d. 24-6-1645, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  197. GA Dordrecht, ONA, inv. nr. 365, d.d. 29-1-1674, ⇒ d-compu.dyndns.org
  198. ORA Dordrecht inv. 791, f. 35v
  199. Nav 80(1931)281
  200. zie ook NL 100(1983)498
  201. NL 100(1983)498
  202. GA. Utrecht. Nats. F. Zwaardecroon
  203. GA. Utrecht. Nots. G. Houtman
  204. NL 100 (1983)498
  205. NL 100(1983)498
  206. Nav 80(1931)281
  207. SA Dordrecht, DTB 78, f37, d.d. 20-2-1649
  208. NL 100(1983)499
  209. GA Dordrecht, ONA, inv. nr. 196, 2-1-1664, ⇒ d-compu.dyndns.org
  210. ⇒ default.asp?action=deepLink&database=ChoiceArtists&%250=19499
  211. Nav 80(1931)281
  212. Nav 80(1931)281
  213. GA Dordrecht, ORA nr. 9, Akten hypotheek, inv. nr. 797 f119
  214. Nav 80(1931)281
  215. NL 100(1983)500
  216. Nav 80(1931)281
  217. R.J. Castendijk, Notities over de familie Van Bracht, Bussum, 1982
  218. NNBW VIII, sub voce Cuyp, en Veerman, l.c.
  219. Castendijk, l.c.
  220. NNBW VIII, p355
  221. NNBW VIII, sub voce Cuyp
  222. Veerman, l.c.
  223. Castendijk, l.c.
  224. Veerman, l.c., p14
  225. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  226. NNBW VIII, p355, en Veerman, l.c.
  227. NNBW, sub voce Cuyp
  228. Veerman, l.c., p14
  229. NNBW, sub voce Cuyp
  230. Castendijk, l.c.
  231. Castendijk, l.c.
  232. Castendijk, l.c.
  233. Castendijk, l.c.
  234. NNBW VIII, p355
  235. GA Dordrecht, gilden 16.884 II f59, geciteerd in Castendijk, l.c.
  236. idem, f74v
  237. idem, f96
  238. NNBW VIII
  239. GA Dordrecht, Weeskamer, inv. nr. 889, 12-7-1622, ⇒ d-compu.dyndns.org
  240. GA Dordrecht, ONA 20 A 46 f172, geciteerd in Castendijk, l.c.
  241. NNBW VIII, p355
  242. Veerman, l.c., p14
  243. Veerman, l.c., p14
  244. zie NNBW VIII, sub voce Cuyp
  245. Dordrecht, Kohier van het hoofdgeld 1622, ⇒ www.regiodiep.nl
  246. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  247. NNBW VIII, p356
  248. Veerman, l.c.
  249. NNBW VIII, p356
  250. NNBW VIII, p356
  251. NNBW VIII, p356
  252. Veerman, l.c. p19
  253. NNBW VIII, p356
  254. Castendijk, l.c.
  255. NNBW VIII, Veerman, l.c., p15
  256. GA Dordrecht, ORA 9.774 f117, geciteerd in Castendijk, l.c.
  257. Veerman, l.c.
  258. Veerman, l.c. p14
  259. Veerman, l.c. p14
  260. Veerman, l.c. p17
  261. GA Dordrecht, Register 1000e penning van Dordrecht (1626), nr. 3, inv. 3975, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  262. GA Dordrecht, Register 50e penning Dordrecht 1580, nr. 3, inv. 3962, ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  263. ORA Dordrecht, inv. 759, f83v, d.d. 22-10-1618, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  264. ORA Dordrecht, inv. 747, f. 31v, d.d. 2-7-1603, gecit. in ⇒ www.andredenhaan.ismijnpassie.nl
  265. DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 45, 18 febr. 1653
  266. Prom. 12, p76
  267. Prom. 12, p76
  268. Prom. 12, p69
  269. RAL; L.v.O. 5324 (Eisden, gichten 1573-1602), f. 23 v.
  270. Limb. Leeuw 8(1960)119
  271. Limb. Leeuw 8(1960)119
  272. G.W.G. van Bree, Inventaris van de Oude Archieven van de stad Roermond, 1259 - 1796, Roermond, 1989
  273. R.A.L; L.v.O. 5201 (Eisden, rolregister 1567-1582), f. 218 v.
  274. RAL; L.v.O. 5324, f. 114
  275. RAL; Brabants Hooggerecht Maastricht, reg. 6415 (gichten 1580-1586), f, 284.
  276. Limb. Leeuw 8(1960)119
  277. RAL; Brabants Hooggerecht Maastricht, reg. 6415 (gichten 1580-1586), f, 284.
  278. RAL; L.v.O. 5203 (Eisden, civ. gedingen 1595-1601).
  279. RAL; L.v 0. 5206 (Eisden, rolreg. 1607-1613), f. 338.
  280. cfr De Limb. Leeuw 3 (1954-'55) 18-19.
  281. RAL; L.v.O. 5133 (Eisden, gerechterijke attesten).
  282. RAL; L.v.O. 5202 (Eisden, rolreg. 1583-1595), f. 134 v.-135 v..
  283. Limb. Leeuw 8(1960)120
  284. RAL; L.v.O. 5326 (Eisden, gichten 1601-1614), 18 nov. 1614.
  285. RAL; L.v.O. 5133 (Eisden, gerechterijke attesten).
  286. GN 50(1995)349
  287. Mededeling Paul Frambach, 2002
  288. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  289. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  290. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  291. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  292. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  293. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  294. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  295. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  296. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  297. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  298. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  299. Mededeling Paul Frambach, 2002
  300. Prom. 17 p63
  301. Prom. 17 p63
  302. Prom. 17 p63
  303. GN 50(1995)348
  304. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  305. RA Limburg, Processen van de Schepenbank Breust
  306. GN 50(1995)348
  307. Wap. 3(1899)202
  308. OV 51(1996)41
  309. NL 102(1985)25
  310. ⇒ bertdelange
  311. NL 102(1985)25
  312. ⇒ bertdelange
  313. ⇒ bertdelange
  314. ⇒ bertdelange
  315. ⇒ bertdelange
  316. ⇒ bertdelange
  317. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  318. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  319. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van het huisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  320. E.D. Eijken, Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen
  321. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  322. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  323. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van het huisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  324. E.D. Eijken, Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen 1379-1805
  325. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van het huisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  326. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  327. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  328. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  329. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  330. ⇒ 1604.htm
  331. HCO, Toegangsnummer: 9, E.D. Eijken, Inventaris van het archief van de Leen-kamer van Overijssel, 1556-1808, Processtukken inzake geschillen over leengoederen, nr. 92
  332. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  333. HCO, A.J. Gevers, A.J. Mensema, Inventaris van hethuisarchief Vilsteren, 1441-1973, Toegangsnummer: 226
  334. Jb. Bentheim 90(1987)1144
  335. Jb. Bentheim ...(1985)...
  336. GN 42(1986)234
  337. Jahrbuch Bentheim, l.c., 77(1974)33
  338. Niedersaechisches Staatarchiv Osnabrueck, Bestand 125 I, nr. 796, Van Wimersma Greidanus, l.c., p141
  339. NP 68(1984)165
  340. Jb. Bentheim 127(1993)50
  341. NP 68(1984)165
  342. Abels, l.c.
  343. NP 4(1913)273
  344. NL 46(1928)147
  345. NP 4(1913)273
  346. NL 46(1928)147
  347. NP 4(1913)273
  348. NP 4(1913)273
  349. Jb. Bentheim 90(1987)10
  350. NL 46(1928)147
  351. ⇒ johann_westenberg.html
  352. Ver. tot Beoefening van Oberijsselsch Regt en Geschiedenis, Verslagen en Mededeelingen, 25, 2de reeks, 31ste stuk, Deventer, 1939
  353. NP 31(1945)326
  354. Jahrbuch Bentheim, l.c., 75(1972)28
  355. Beiträge zur Westfalischen Familienforschung 36-37(1978-79)217
  356. Ver. tot Beoefening van Oberijsselsch Regt en Geschiedenis, Verslagen en Mededeelingen, 25, 2de reeks, 31ste stuk, Deventer, 1939
  1. ⇒ johann_westenberg.html
  2. ⇒ johannes_hubertus.html
  3. ⇒ stenv_buetkamp_14.html
  4. ⇒ stenv_buetkamp_14.html
  5. ⇒ stenv_buetkamp_14.html
  6. ⇒ www.stenvorde.de
  7. Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V., Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
  8. Bauks, l.c., nr. 6669
  9. GN 54(1999)116
  10. Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V., Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
  11. ⇒ ~ricpalthe
  12. ⇒ ~ricpalthe
  13. GN 54(1999)116
  14. Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V., Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
  15. Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V., Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
  16. Genealogisch-Heraldische, Gesellschaft Gšttingen e.V., Mitglieder-Info Nr. 7 - Dezember 2002
  17. ⇒ ~ricpalthe
  18. W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref. Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Groningen 2001
  19. ⇒ ledematen
  20. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en Lande, Groningen, 1792
  21. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en Lande, Groningen, 1792
  22. ⇒ ~ricpalthe
  23. W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref. Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Groningen 2001
  24. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  25. GN 25(1970)53
  26. ⇒ ledematen
  27. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en Lande, Groningen, 1792
  28. ⇒ ledematen
  29. ⇒ ~ricpalthe
  30. zie ook GN 25(1970)53
  31. zie ook ⇒ ~ricpalthe
  32. ⇒ ~ricpalthe
  33. ⇒ ~ricpalthe
  34. ⇒ ~ricpalthe
  35. ⇒ ~ricpalthe
  36. ⇒ ledematen
  37. zie ook GN 25(1970)53
  38. ⇒ ~ricpalthe
  39. ⇒ ledematen
  40. zie ook ⇒ index.html
  41. W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref. Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Groningen 2001
  42. zie ook ⇒ Lijst_van_burgemeesters_van_Enschede
  43. ⇒ ~ricpalthe
  44. ⇒ twentebestand
  45. Snuif, l.c., p77
  46. ⇒ historie.htm
  47. ⇒ ~ricpalthe
  48. ⇒ ~ricpalthe
  49. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  50. VG 12(1987)56
  51. VG 12(1987)56
  52. resolutieboeken, gecit. in ⇒ ~ricpalthe
  53. resolutieboeken, gecit. in ⇒ ~ricpalthe
  54. VG 12(1987)56
  55. ⇒ ~ricpalthe
  56. zie ook ⇒ 1-Lontius.htm
  57. resolutieboeken, gecit. in ⇒ ~ricpalthe
  58. resolutieboeken, gecit. in ⇒ ~ricpalthe
  59. resolutieboeken, gecit. in ⇒ ~ricpalthe
  60. ⇒ ~ricpalthe
  61. D.G. van Epen, Album Studiosorum Academiae Gelro-Zutphanicae 1648-1818, 's-Gravenhage, 1904
  62. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  63. ⇒ ~ricpalthe
  64. zie ook VG 12(1987)56
  65. ⇒ ~ricpalthe
  66. resolutieboeken, gecit. in ⇒ ~ricpalthe
  67. VG 12(1987)56
  68. ⇒ ~ricpalthe
  69. ⇒ ~ricpalthe
  70. ⇒ www.oosterbaan.info
  71. Transportacte Almelo, inv.nr. 2646, folio nr.14.15.??, gecit. in ⇒ ~ricpalthe
  72. ORA Doornspijk, Protocol van bezwaar 1777-1790, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  73. ⇒ twentebestand
  74. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  75. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van Stad en Lande, Groningen, 1792
  76. W.G. Doornbos et al., Lidmatenboek van de Geref. Kerk van de Stad Groningen 1594-1660, Gronigen 2001
  77. Van Wimersma Greidanus, l.c., p141
  78. Zorn, l.c.
  79. Zorn, l.c.
  80. ⇒ twentebestand
  81. Zorn, l.c.
  82. Zorn, l.c.
  83. Zorn, l.c.
  84. Zorn, l.c.
  85. Zorn, l.c.
  86. Snuif, l.c., p116
  87. Zorn, l.c.
  88. Zorn, l.c.
  89. Zorn, l.c.
  90. Zorn, l.c.
  91. Zorn, l.c.
  92. Twente Gen. 5(1989)1, p9
  93. Twente Gen. 5(1989)1, p9
  94. Zorn, l.c.
  95. ⇒ twentebestand
  96. ⇒ twentebestand
  97. ⇒ twentebestand
  98. Stroink, l.c.
  99. Verpondingregister Twenthe, l.c.
  100. ⇒ twentebestand
  101. ⇒ twentebestand
  102. ⇒ twentebestand
  103. ⇒ twentebestand
  104. ⇒ twentebestand
  105. ⇒ twentebestand
  106. ⇒ twentebestand
  107. Benthem, l.c. p76, p129, en Elderink, l.c. p331 en Snuif p228
  108. HCO Zwolle, ORA Stad Oldenzaal, toegang 65.1, inv. nr. 39
  109. HCO Zwolle, ORA Stad Oldenzaal, toegang 65.1, inv. nr. 39
  110. Verpondingregister Twenthe, l.c.
  111. HCO Zwolle, ORA Stad Oldenzaal, toegang 65.1, inv. nr. 58
  112. F.W.J. van den Berg, Inventaris van het archief van het richterambt Almelo, 1554-1811. Zwolle, 1992, inv. nr. 3169
  113. ⇒ twentebestand
  114. Elderink, l.c. passim
  115. HCO Zwolle, ORA Landgericht Oldenzaal, toegang 65.1, inv. nr. 5
  116. Elderink, l.c. p333
  117. HCO Zwolle, ORA Landgericht Oldenzaal, toegang 65.1, inv. nr. 6
  118. ⇒ twentebestand
  119. ⇒ twentebestand
  120. Snuif, l.c., p77
  121. ⇒ twentebestand
  122. ⇒ twentebestand
  123. ⇒ twentebestand
  124. ⇒ twentebestand
  125. ⇒ twentebestand
  126. ⇒ twentebestand
  127. ⇒ twentebestand
  128. ⇒ twentebestand
  129. ⇒ twentebestand
  130. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  131. ⇒ twentebestand
  132. ⇒ twentebestand
  133. ⇒ twentebestand
  134. ⇒ twentebestand
  135. ⇒ twentebestand
  136. J.C. van Slee, De Illustre School te Deventer 1630-1878, 's-Gravenhage, 1916
  137. Album Studiosorum Academiae Rhenotraiectinae, 1636-1886, Utrecht, 1886
  138. Album Promotorum Rijksuniversiteit Utrecht 1815-1936, Leiden, 1963
  139. ⇒ twentebestand
  140. ⇒ twentebestand
  141. J.C. van Slee, De Illustre School te Deventer 1630-1878, 's-Gravenhage, 1916
  142. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  143. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  144. J. E. Kroon, Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1875-1925, Leiden, 1925
  145. Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
  146. W.F.M. Ahoud et al., De Gelderse Leeuw, Arnhem, 1992, p198, verwijst naar RAG, Arch Hof van Gelderland 4948, civ. proces nr. 17
  147. A.P. Van Schilfgaarde, Register lenen Huis Bergh, Arnhem, 1929, p168-169
  148. Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
  149. Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
  150. Leget et al, l.c., Burgerboek Zutphen
  151. Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 251 f143
  152. NL 104(1987)310
  153. RA Stad Lochem, inv. nr. 254 f144, d.d. 14-2-1648
  154. RA Stad Lochem, inv. nr. 248
  155. Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 251 f195
  156. Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 255 f38
  157. Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 255 f162v
  158. RA Borculo, inv. nr. 395 f88v
  159. NL 104(1987)309
  160. ⇒ twentebestand
  161. NL 104(1987)306
  162. NL 104(1987)306
  163. NL 104(1987)306
  164. Borculo, procesdossiers, vonissen, inv. nr 236, f1, ⇒ www.heerlijkheidborculo.nl
  165. Borculo, procesdossiers, vonissen, inv. nr 335, f12, ⇒ www.heerlijkheidborculo.nl
  166. ⇒ twentebestand
  167. NL 104(1987)307
  168. VWG p271
  169. zie ook NL 104(1987)310, en VWG p271
  170. zie ook NL 104(1987)310
  171. VWG p 271
  172. Nav. 14(1864)211
  173. Nav. 14(1864)211
  174. Mededeling E. Roscam Abbing te Nijmegen, 1999
  175. RA Heerlijkheid Borculo, inv.nr. 396, f. 153r-v (12 februari 1635)
  176. Roe\"ll, Zutphensche Kentenissen, 1630-33, f. 240, 1633-36, f. 32
  177. RA Stad Zutphen, inv.nr. 515. Opgave Te Walvaart
  178. RA Bredevoort, inv.nr. 423, f7r
  179. K Scholz, 'Zur Geschichte der Gegenreformation in Vreden Quellenstu\"cke zu den Jahren 1624/1625', in: "Im Geschichte vor Stadt und Stift Vreden in 17. and 18. Jahrhundert" Heimatverein Vreden, 7, Vreden 1977, p. 50 (noot 9)
  180. ⇒ kerk.html
  181. GN 29(1974)62 e.v.
  182. ⇒ kerk.html
  183. ⇒ kerk.html
  184. ⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen Bredevoort, d.d. 15-4-1641, f22
  185. ⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen Bredevoort, d.d. 8-5-1645, f57v
  186. Mededeling E. Roscam Abbing te Nijmegen, 1999
  187. ⇒ kerk.html
  188. Personenschatsregister van de Stadt Vreden" volgens "Im Geschichte vor Stadt und Stift Vreden in 17. und 18. Jahrhundert" Heimatverein Vreden, 7, Vreden 1977, p. 86
  189. RA Heerlijkheid Bredevoort, inv.nr. 131. Opgave Te Walvaart
  190. GN 29(1974)62 e.v.
  191. Aantekeningen van Roell over het geslacht Volmer in het Centraal Bureau voor Genealogie uit de 'Zuthpensche Kentenissen', f. 98.
  192. ⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen Bredevoort, d.d. 14-3-1639, f18
  193. RA Bredevoort, inv.nr. 115, f209r
  194. Mededeling E. Roscam Abbing te Nijmegen, 1999
  195. NL 1926
  196. RA Heerlijkheid Borculo, inv.nr. 399 (7 maart 1646)
  197. RA Stad Zutphen, inv.nr. 518. Opgave Te Walvaart
  198. GN 29(1974)62
  199. GN 29(1974)62
  200. GN 29(1974)62
  201. GN 29(1974)62
  202. A.J. Maris, 'De leen- keurmedige en tynsgoederen van de Sint Salvator-Abdij te Pru\"m in Gelderland', in: Gelre, 1934, p88.
  203. A.J. Mans, 'De leen- keurmedige en tynsgoederen van de Sint Salvator-Abdij te Prum in Gelderland', in: Gelre, 1934, p. 88, en RASZ, inv.nr. 518
  204. GN 37(1982)133
  205. GN 37(1982)133
  206. GN 37(1982)133
  207. zie ook GN 37(1982)133
  208. GN 37(1982)133
  209. GN 37(1982)133
  210. GN 37(1982)133
  211. GN 37(1982)133
  212. zie ook GN 37(1982)133
  213. zie ook GN 37(1982)133
  214. GN 37(1982)133
  215. zie ook GN 37(1982)133
  216. zie ook GN 37(1982)133
  217. GN 37(1982)133
  218. GN 37(1982)135
  219. GN 37(1982)135
  220. ORA Scholtambt Lochem, Protocol van Opdrachten en Vestenissen, inv. 132, f. 28
  221. GN 37(1982)135
  222. R.A. Lochem 26-3-1670. gecit. in GN 37(1982)135
  223. zie ook GN 37(1982)135
  224. GN 37(1982)136
  225. zie ook GN 37(1982)136
  226. GN 37(1982)136
  227. R.A. stad Lochem. inv. nr 259. dd. 25.11.1743, gecit. in GN 37(1982)136
  228. GN 37(1982)136
  229. GN 37(1982)136
  230. GN 37(1982)136
  231. GN 37(1982)136
  232. GN 37(1982)136
  233. zie ook GN 37(1982)135
  234. GN 31 (1976) 345
  235. NL 104(1987)308
  236. GN 37(1982)137
  237. zie ook GN 37(1982)133
  238. Ten Cate, l.c.
  239. Transportenboek Zwolle, 1566
  240. Verpondingregister Twenthe, l.c.
  241. Fam. blad Ten Cate, l.c.
  242. ⇒ twentebestand
  243. ⇒ twentebestand
  244. ⇒ twentebestand
  245. ⇒ twentebestand
  246. ⇒ twentebestand
  247. Kron. 1 (1992)190
  248. G. Hesselink, Genealogie van het geslacht Hesselink, Blarcum, 1992
  249. Hesselink, l.c.
  250. Hesselink, l.c.
  251. Hesselink, l.c.
  252. Hesselink, l.c.
  253. Hesselink, l.c.
  254. Kron. 1(1992)192
  255. Hesselink, l.c.
  256. Hesselink, l.c.
  257. Kron. 1(1992)192
  258. Kron. 1(1992)192
  259. Hesselink, l.c.
  260. Hesselink, l.c.
  261. Ten Cate, l.c.
  262. NL 49(1931)375, NL 49(1931)156
  263. NL 49(1931)205
  264. NL 49(1931)205
  265. NA 41(1948)134
  266. NL 49(1931)375
  267. NA 41(1948)134
  268. NL 49(1931)205
  269. NA 41(1948)134
  270. J.C. van Slee, De Illustre School te Deventer 1630-1878, 's-Gravenhage, 1916
  271. NL 49(1931)203
  272. NA 41(1948)134
  273. NL 49(1931)203
  274. NL 49(1931)203
  275. NL 49(1931)199 ev
  276. NL 49(1931)199 ev
  277. NA 41(1948)134
  278. ⇒ www.heerlijkheidbredevoort.nl, Volontaire protocollen Bredevoort, d.d. 24-10-1639, f45
  279. RA Heerlijkheid Bredevoort, inv.nr. 107, f. 129v.
  280. NL 49(1931)205
  281. RA Heerlijkheid Bredevoort, inv.nr. 411. Opgave Te Walvaart
  282. NL 49(1931)205
  283. GN 36(1981)22
  284. GN 36(1981)22
  285. NL 99(1982)460
  286. NL 99(1982)460
  287. GN 45(1990)137
  288. GN 45(1990)137
  289. HCL, Aanvulling op de Stadsbegraafboeken ca. 1550-1805
  290. Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14, inv. nr. 16696 (v/h deel YY10), blad 215
  291. Archief Hof van Friesland, quaclappen Toegang 14, inv. nr. 16700 (v/h deel YY14), blad 201
  292. Proclamatieboek Folio: 164
  293. GA Leeuwarden, 1589, Proclamatieboek Folio: 256
  294. Mededeling F.N. Heinsius, 2007
  295. GN 57(2002)539
  296. Wap. 21(1917)32
  297. NP 37(1951)172, 67(1983)298
  298. NP 37(1951)172, 67(1983)298
  299. GN 32(1977)234
  300. GN 32(1977)234
  301. GN 32(1977)234
  302. GN 32(1977)234
  303. NP 86(2005)366
  304. NP 86(2005)366
  305. NP 86(2005)366
  306. NP 86(2005)366
  307. Prom. 7, p178
  308. ⇒ naamlijst.htm
  309. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  310. ⇒ 18012
  311. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16700, blad 97
  312. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16702, blad 259
  313. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16702, blad 304
  314. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  315. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  316. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  317. RAF, Toegangsnummer: 328, Archieftitel: Verzameling D.D. Osinga, ⇒ www.archieven.nl
  318. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  319. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  320. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  321. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  322. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  323. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  324. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  325. RAF, Toegangsnummer: 181, Archieftitel: Universiteit te Franeker, Lijsten van Dossiers inzake Criminele en Civiele Processen, ⇒ www.archieven.nl
  326. RAF, Toegangsnummer: 326, Archieftitel: Archieftitel: Familie thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, Inventaris van de papieren van de Familie van Donia, nr. 1107 ⇒ www.archieven.nl
  327. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  328. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  329. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  330. Th.J. Meijer, Album Promotorum Academiae Franekerensis (1591-1811), Franeker, 1972
  331. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  332. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  333. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  334. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  335. Henricus Grevenstein, Naamlyst der predikanten ... in de Steden en Dorpen der Classis Bolswert en Workum, Leeuwarden, 1751, ⇒ books.google.nl
  336. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  337. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  338. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16690, blad 255
  339. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16696, blad 223
  340. ⇒ inwprof.htm
  341. ⇒ www.kstaneke.nl
  342. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  343. ⇒ www.kstaneke.nl
  344. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  345. ⇒ www.kstaneke.nl
  346. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  347. H. de Walle, Friezen uit vroeger eeuwen, 2007, Franeker, 2007, ⇒ books.google.nl
  348. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16699, blad 46, 250
  349. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16701, blad 75, 228, 237
  350. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16702, blad 388, 436
  351. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16703, blad 51, 312
  352. RAF, Archief Hof van Friesland, Quaclappen, Toegang 14, inv. nr. 16704, blad 387
  353. Voet, l.c.
  354. Decretale Verkopingen III, Hof van Friesland 1659-1671 III dl. 17 /222
  355. HCL, Toegangsnummer: 179, Archieftitel: Burmania, nr. 109, Stukken afkomstig uit de nalatenschap van Edzard Hobbo van Burmania

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 14
Back to previous
generation 12
Directly go to generation :
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56