Boek 2.
Rechtspersonen
Titel 1. Algemene
bepalingen
Artikel 1
1.
De Staat, de
provincies, de gemeenten, de waterschappen,
alsmede alle lichamen waaraan krachtens de
Grondwet verordenende bevoegdheid is
verleend, bezitten rechtspersoonlijkheid.
2.
Andere lichamen, waaraan
een deel van de overheidstaak is opgedragen,
bezitten slechts rechtspersoonlijkheid,
indien dit uit het bij of krachtens de wet
bepaalde volgt.
3.
De volgende artikelen van
deze titel, behalve artikel 5, gelden niet
voor de in de voorgaande leden bedoelde
rechtspersonen.
Artikel 2
1.
Kerkgenootschappen
alsmede hun zelfstandige onderdelen en
lichamen waarin zij zijn verenigd, bezitten
rechtspersoonlijkheid.
2.
Zij worden geregeerd door
hun eigen statuut, voor zover dit niet in
strijd is met de wet. Met uitzondering van
artikel 5 gelden de volgende artikelen van
deze titel niet voor hen; overeenkomstige
toepassing daarvan is geoorloofd, voor zover
deze is te verenigen met hun statuut en met
de aard der onderlinge verhoudingen.
Artikel 3
Verenigingen,
coöperaties, onderlinge
waarborgmaatschappijen, naamloze
vennootschappen, besloten vennootschappen
met beperkte aansprakelijkheid en
stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4
1.
Een rechtspersoon
ontstaat niet bij het ontbreken van een door
een notaris ondertekende akte of een
verklaring van geen bezwaar, voor zover door
de wet voor de totstandkoming vereist. Het
ontbreken van kracht van authenticiteit aan
een door een notaris ondertekende akte
verhindert het ontstaan van de rechtspersoon
slechts, indien die rechtspersoon in een bij
die akte gemaakte uiterste wilsbeschikking
in het leven zou zijn geroepen.
2.
Vernietiging van de
rechtshandeling waardoor een rechtspersoon
is ontstaan, tast diens bestaan niet aan.
Het vervallen van de deelneming van een of
meer oprichters van een rechtspersoon heeft
op zichzelf geen invloed op de
rechtsgeldigheid van de deelneming der
overblijvende oprichters.
3.
Is ten name van een niet
bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd,
dan benoemt de rechter op verzoek van een
belanghebbende of het openbaar ministerie
een of meer vereffenaars. Artikel 22 is van
overeenkomstige toepassing.
4.
Het vermogen wordt
vereffend als dat van een ontbonden
rechtspersoon in de voorgewende rechtsvorm.
Degenen die zijn opgetreden als bestuurders,
zijn hoofdelijk verbonden voor de tot dit
vermogen behorende schulden die opeisbaar
zijn geworden in het tijdvak waarin zij dit
deden. Zij zijn eveneens verbonden voor de
schulden die voortspruiten uit in die tijd
ten behoeve van dit vermogen verrichte
rechtshandelingen, voor zover daarvoor
niemand ingevolge de vorige zin verbonden
is. Ontbreken personen die ingevolge de
vorige twee zinnen verbonden zijn, dan zijn
degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
5.
Indien alsnog een
rechtspersoon wordt opgericht ter opvolging
in het vermogen, kan de rechter desverzocht
toestaan dat dit niet wordt vereffend, doch
dat het in die rechtspersoon wordt
ingebracht.
Artikel 5
Een rechtspersoon
staat wat het vermogensrecht betreft, met
een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de
wet het tegendeel voortvloeit.
Artikel 6
1.
Op wijzigingen in
statuten en reglementen en op ontbinding van
de rechtspersoon, die krachtens dit boek
moeten worden openbaar gemaakt, kan voordat
deze openbaarmakingen en, in geval van
statutenwijziging, de voorgeschreven
openbaarmaking van de gewijzigde statuten
zijn geschied, geen beroep worden gedaan
tegen een wederpartij en derden die daarvan
onkundig waren.
2.
Een door de wet
toegelaten beroep op statutaire
onbevoegdheid van het bestuur of van een
bestuurder tot vertegenwoordiging van de
rechtspersoon bij een rechtshandeling kan
tegen een wederpartij die daarvan onkundig
was, niet worden gedaan, indien de beperking
of uitsluiting van de bevoegdheid niet ten
tijde van het verrichten van die
rechtshandeling op de door de wet
voorgeschreven wijzen was openbaar gemaakt.
Hetzelfde geldt voor een beroep op een
beperking van de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van anderen
dan bestuurders, aan wie die bevoegdheid bij
de statuten is toegekend.
3.
De rechtspersoon kan
tegen een wederpartij die daarvan onkundig
was, niet de onjuistheid of onvolledigheid
van de in het register opgenomen gegevens
inroepen. Juiste en volledige inschrijving
elders of openbaarmaking van de statuten is
op zichzelf niet voldoende bewijs dat de
wederpartij van de onjuistheid of
onvolledigheid niet onkundig was.
4.
Voor zover de wet niet
anders bepaalt, kan de wederpartij van een
rechtspersoon zich niet beroepen op
onbekendheid met een feit dat op een door de
wet aangegeven wijze is openbaar gemaakt,
tenzij die openbaarmaking niet is geschied
op elke wijze die de wet vereist of daarvan
niet de voorgeschreven mededeling is gedaan.
5.
De beide vorige leden
gelden niet voor rechterlijke uitspraken die
in het faillissementsregister of het
surséanceregister zijn ingeschreven.
Artikel 7
Een door een
rechtspersoon verrichte rechtshandeling is
vernietigbaar, indien daardoor het doel werd
overschreden en de wederpartij dit wist of
zonder eigen onderzoek moest weten; slechts
de rechtspersoon kan een beroep op deze
grond tot vernietiging doen.
Artikel 8
1.
Een rechtspersoon en
degenen die krachtens de wet en de statuten
bij zijn organisatie zijn betrokken, moeten
zich als zodanig jegens elkander gedragen
naar hetgeen door redelijkheid en
billijkheid wordt gevorderd.
2.
Een tussen hen krachtens
wet, gewoonte, statuten, reglementen of
besluit geldende regel is niet van
toepassing voor zover dit in de gegeven
omstandigheden naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
zou zijn.
Artikel 9
Elke bestuurder is
tegenover de rechtspersoon gehouden tot een
behoorlijke vervulling van de hem opgedragen
taak. Indien het een aangelegenheid betreft
die tot de werkkring van twee of meer
bestuurders behoort, is ieder van hen voor
het geheel aansprakelijk terzake van een
tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te
wijten en hij niet nalatig is geweest in het
treffen van maatregelen om de gevolgen
daarvan af te wenden.
Artikel 10
1.
Het bestuur is verplicht
van de vermogenstoestand van de
rechtspersoon en van alles betreffende de
werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de
eisen die voortvloeien uit deze
werkzaamheden, op zodanige wijze een
administratie te voeren en de daartoe
behorende boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren,
dat te allen tijde de rechten en
verplichtingen van de rechtspersoon kunnen
worden gekend.
2.
Onverminderd het bepaalde
in de volgende titels is het bestuur
verplicht jaarlijks binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar de balans en de
staat van baten en lasten van de
rechtspersoon te maken en op papier te
stellen.
3.
Het bestuur is verplicht
de in de leden 1 en 2 bedoelde boeken,
bescheiden en andere gegevensdragers
gedurende zeven jaren te bewaren.
4.
De op een gegevensdrager
aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op
papier gestelde balans en staat van baten en
lasten, kunnen op een andere gegevensdrager
worden overgebracht en bewaard, mits de
overbrenging geschiedt met juiste en
volledige weergave der gegevens en deze
gegevens gedurende de volledige bewaartijd
beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd
leesbaar kunnen worden gemaakt.
Artikel 10a
Het boekjaar van een
rechtspersoon is het kalenderjaar, indien in
de statuten geen ander boekjaar is
aangewezen.
Artikel 11
De aansprakelijkheid
van een rechtspersoon als bestuurder van een
andere rechtspersoon rust tevens hoofdelijk
op ieder die ten tijde van het ontstaan van
de aansprakelijkheid van de rechtspersoon
daarvan bestuurder is.
Artikel 12
Het stemrecht over
besluiten waarbij de rechtspersoon aan
bepaalde personen, anders dan in hun
hoedanigheid van lid, aandeelhouder of lid
van een orgaan, rechten toekent of
verplichtingen kwijtscheldt, kan door de
statuten aan die personen en aan hun
echtgenoot, geregistreerde partner, en
bloedverwanten in de rechte lijn worden
ontzegd.
Artikel 13
1.
Een stem is nietig in de
gevallen waarin een eenzijdige
rechtshandeling nietig is; een stem kan niet
worden vernietigd.
2.
Een onbekwame die lid is
van een vereniging, kan zijn stemrecht
daarin zelf uitoefenen, voor zover de
statuten zich daartegen niet verzetten; in
andere gevallen komt de uitoefening van het
stemrecht toe aan zijn wettelijke
vertegenwoordiger.
3.
Tenzij de statuten anders
bepalen, is het in de vergadering van een
orgaan van een rechtspersoon uitgesproken
oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag
van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt
voor de inhoud van een genomen besluit, voor
zover werd gestemd over een niet
schriftelijk vastgelegd voorstel.
4.
Wordt onmiddellijk na het
uitspreken van het oordeel van de voorzitter
de juistheid daarvan betwist, dan vindt een
nieuwe stemming plaats, indien de
meerderheid der vergadering of, indien de
oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of
schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde
aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe
stemming vervallen de rechtsgevolgen van de
oorspronkelijke stemming.
Artikel 14
1.
Een besluit van een
orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd
is met de wet of de statuten, is nietig,
tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.
2.
Is een besluit nietig,
omdat het is genomen ondanks het ontbreken
van een door de wet of de statuten
voorgeschreven voorafgaande handeling van of
mededeling aan een ander dan het orgaan dat
het besluit heeft genomen, dan kan het door
die ander worden bekrachtigd. Is voor de
ontbrekende handeling een vereiste gesteld,
dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.
3.
Bekrachtiging is niet
meer mogelijk na afloop van een redelijke
termijn, die aan de ander is gesteld door
het orgaan dat het besluit heeft genomen of
door de wederpartij tot wie het was gericht.
Artikel 15
1.
Een besluit van een
orgaan van een rechtspersoon is,
onverminderd het elders in de wet omtrent de
mogelijkheid van een vernietiging bepaalde,
vernietigbaar:
a. wegens strijd
met wettelijke of statutaire bepalingen
die het tot stand komen van besluiten
regelen;
b. wegens strijd
met de redelijkheid en billijkheid die
door artikel 8 worden geëist;
c. wegens strijd
met een reglement.
2.
Tot de bepalingen als
bedoeld in het vorige lid onder a,
behoren niet die welke de voorschriften
bevatten waarop in artikel 14 lid 2 wordt
gedoeld.
3.
Vernietiging geschiedt
door een uitspraak van de rechtbank van de
woonplaats van de rechtspersoon:
a. op een
vordering tegen de rechtspersoon van
iemand die een redelijk belang heeft bij
de naleving van de verplichting die niet
is nagekomen, of
b. op vordering
van de rechtspersoon zelf, ingesteld
krachtens bestuursbesluit tegen degene
die door de voorzieningenrechter van de
rechtbank is aangewezen op een daartoe
gedaan verzoek van de rechtspersoon; in
dat geval worden de kosten van het
geding door de rechtspersoon gedragen.
4.
Indien een bestuurder in
eigen naam de vordering instelt, verzoekt de
rechtspersoon de voorzieningenrechter van de
rechtbank iemand aan te wijzen, die terzake
van het geding in de plaats van het bestuur
treedt.
5.
De bevoegdheid om
vernietiging van het besluit te vorderen,
vervalt een jaar na het einde van de dag,
waarop hetzij aan het besluit voldoende
bekendheid is gegeven, hetzij de
belanghebbende van het besluit kennis heeft
genomen of daarvan is verwittigd.
6.
Een besluit dat
vernietigbaar is op grond van lid 1 onder
a, kan door een daartoe strekkend
besluit worden bevestigd; voor dit besluit
gelden de zelfde vereisten als voor het te
bevestigen besluit. De bevestiging werkt
niet zolang een tevoren ingestelde vordering
tot vernietiging aanhangig is. Indien de
vordering wordt toegewezen, geldt het
vernietigde besluit als opnieuw genomen door
het latere besluit, tenzij uit de strekking
van dit besluit het tegendeel voortvloeit.
Artikel 16
1.
De onherroepelijke
uitspraak die de nietigheid van een besluit
van een rechtspersoon vaststelt of die zulk
een besluit vernietigt, is voor een ieder,
behoudens herroeping of derdenverzet,
bindend, indien de rechtspersoon partij in
het geding is geweest. Herroeping komt ieder
lid of aandeelhouder toe.
2.
Is het besluit een
rechtshandeling van de rechtspersoon, die
tot een wederpartij is gericht, of is het
een vereiste voor de geldigheid van zulk een
rechtshandeling, dan kan de nietigheid of
vernietiging van het besluit niet aan die
wederpartij worden tegengeworpen, indien
deze het gebrek dat aan het besluit kleefde,
kende noch behoefde te kennen. Niettemin kan
de nietigheid of vernietiging van een
besluit tot benoeming van een bestuurder of
een commissaris aan de benoemde worden
tegengeworpen; de rechtspersoon vergoedt
echter diens schade, indien hij het gebrek
in het besluit kende noch behoefde te
kennen.
Artikel 17
Een rechtspersoon wordt
opgericht voor onbepaalde tijd.
Artikel 18
1.
Een rechtspersoon kan
zich met inachtneming van de volgende leden
omzetten in een andere rechtsvorm.
2.
Voor omzetting zijn
vereist:
a. een besluit tot
omzetting, genomen met inachtneming van
de vereisten voor een besluit tot
statutenwijziging en, tenzij een
stichting zich omzet, genomen met de
stemmen van ten minste negen tienden van
de uitgebrachte stemmen;
b. een besluit tot
wijziging van de statuten;
c. een notariële
akte van omzetting die de nieuwe
statuten bevat.
3.
De in het vorige lid
onder a genoemde meerderheid is niet
vereist voor een omzetting van een naamloze
vennootschap in een besloten vennootschap of
omgekeerd.
4.
Voor de omzetting van of
in een stichting en van een naamloze of
besloten vennootschap in een vereniging is
bovendien rechterlijke machtiging vereist.
5.
Slechts de rechtspersoon
kan machtiging tot omzetting verzoeken aan
de rechtbank, onder overlegging van een
notarieel ontwerp van de akte. Zij wordt in
elk geval geweigerd, indien een vereist
besluit nietig is of indien een
rechtsvordering tot vernietiging daarvan
aanhangig is. Zij wordt geweigerd, indien de
belangen van stemgerechtdigden die niet
hebben ingestemd of van anderen van wie ten
minste iemand zich tot de rechter heeft
gewend, onvoldoende zijn ontzien. Indien
voor de omzetting machtiging van de rechter
is vereist, verklaart de notaris in de akte
van omzetting dat de machtiging op het
ontwerp van de akte is verleend.
6.
Na omzetting van een
stichting moet uit de statuten blijken dat
het vermogen dat zij bij de omzetting heeft
en de vruchten daarvan slechts met
toestemming van de rechter anders mogen
worden besteed dan voor de omzetting was
voorgeschreven. Hetzelfde geldt voor de
statuten van een rechtspersoon voor zover
dit vermogen en deze vruchten daarop
krachtens fusie of splitsing zijn
overgegaan.
7.
De rechtspersoon doet
opgave van de omzetting ter inschrijving in
de registers waarin hij moet zijn en moet
worden ingeschreven dan wel als vereniging
vrijwillig is ingeschreven.
8.
Omzetting beëindigt het
bestaan van de rechtspersoon niet.
Artikel 19
1.
Een rechtspersoon wordt
ontbonden:
a. door een
besluit van de algemene vergadering of,
indien de rechtspersoon een stichting
is, door een besluit van het bestuur
tenzij in de statuten anders is
voorzien;
b. bij het
intreden van een gebeurtenis die volgens
de statuten de ontbinding tot gevolg
heeft, en die niet een besluit of een op
ontbinding gerichte handeling is;
c. na
faillietverklaring door hetzij opheffing
van het faillissement wegens de toestand
van de boedel, hetzij door insolventie;
d. door het geheel
ontbreken van leden, indien de
rechtspersoon een vereniging, een
coöperatie of een onderlinge
waarborgmaatschappij is;
e. door een
beschikking van de Kamer van Koophandel
en Fabrieken als bedoeld in artikel 19a;
f. door de rechter
in de gevallen die de wet bepaalt.
2.
De rechtbank verklaart op
verzoek van het bestuur, een belanghebbende
of het openbaar ministerie, of en op welk
tijdstip de rechtspersoon is ontbonden in
een geval als bedoeld in lid 1 onder b
of d. De beschikking is voor een
ieder bindend. Is de rechtspersoon in een
register ingeschreven, dan wordt de in
kracht van gewijsde gegane uitspraak,
inhoudende de verklaring, door de zorg van
de griffier aldaar ingeschreven.
3.
Aan de registers waar de
rechtspersoon is ingeschreven wordt van de
ontbinding opgaaf gedaan: in de gevallen als
bedoeld in lid 1, onder a, b en d
door de vereffenaar, indien deze er is en
anders door het bestuur, in het geval als
bedoeld in lid 1, onder c door de
faillissementscurator, in het geval als
bedoeld in lid 1, onder e door de
Kamer van Koophandel en Fabrieken en in het
geval als bedoeld in lid 1 onder f
door de griffier van het betrokken gerecht.
4.
Indien de rechtspersoon
op het tijdstip van zijn ontbinding geen
baten meer heeft, houdt hij alsdan op te
bestaan. In dat geval doet het bestuur of,
bij toepassing van artikel 19a, de Kamer van
Koophandel en Fabrieken, daarvan opgaaf aan
de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven.
5.
De rechtspersoon blijft
na ontbinding voortbestaan voor zover dit
tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
In stukken en aankondigingen die van hem
uitgaan, moet aan zijn naam worden
toegevoegd: in liquidatie.
6.
De rechtspersoon houdt in
geval van vereffening op te bestaan op het
tijdstip waarop de vereffening eindigt. De
vereffenaar of de faillissementscurator doet
aan de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven, daarvan opgaaf.
7.
De gegevens die omtrent
de rechtspersoon in de registers zijn
opgenomen op het tijdstip waarop hij ophoudt
te bestaan, blijven daar gedurende tien
jaren na dat tijdstip bewaard.
Artikel 19a
1.
Een in het
handelsregister ingeschreven naamloze
vennootschap, besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij wordt door
een beschikking van de Kamer van Koophandel
en Fabrieken, waar die rechtspersoon is
ingeschreven, ontbonden, indien de Kamer is
gebleken dat ten minste twee van de
hiernavolgende omstandigheden zich voordoen:
a. de
rechtspersoon heeft het voor zijn
inschrijving in het handelsregister of
voor de inschrijving van een aan hem
toebehorende onderneming verschuldigde
bedrag niet voldaan gedurende ten minste
een jaar na de datum waarvoor hij dat
bedrag had moeten voldoen;
b. er staan
gedurende ten minste een jaar geen
bestuurders van de rechtspersoon in het
register ingeschreven, terwijl ook geen
opgaaf tot inschrijving is gedaan, dan
wel er doet zich, indien er wel
bestuurders staan ingeschreven, met
betrekking tot alle ingeschreven
bestuurders een van de navolgende
omstandigheden voor:
1°. bestuurder
is overleden,
2°. de
bestuurder is ten minste een jaar
niet bereikbaar gebleken op het in
het register vermelde adres, en
evenmin op het in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens
ingeschreven adres, dan wel in die
administratie staat ten minste een
jaar geen adres van de bestuurder
vermeld;
c. de
rechtspersoon is ten minste een jaar in
gebreke met de nakoming van de
verplichting tot openbaarmaking van de
jaarrekening of de balans en de
toelichting overeenkomstig de artikelen
394, 396 of 397;
d. de
rechtspersoon heeft ten minste een jaar
geen gevolg gegeven aan een aanmaning
als bedoeld in artikel 9, lid 3 van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen tot
het doen van aangifte voor de
vennootschapsbelasting.
2.
Een in het
handelsregister ingeschreven vereniging of
stichting, die niet een onderneming drijft
die in het handelsregister staat
ingeschreven, wordt door een beschikking van
de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waar
de rechtspersoon is ingeschreven, ontbonden,
indien de Kamer is gebleken dat de
omstandigheid, genoemd in het lid 1 onder
b, zich voordoet en zij ten minste een
jaar in gebreke is het voor inschrijving in
het handelsregister verschuldigde bedrag te
voldoen.
3.
Indien de Kamer op grond
van haar bekende gegevens gebleken is dat
een rechtspersoon als bedoeld in de leden 1
en 2 voor ontbinding in aanmerking komt,
deelt zij de rechtspersoon en de
ingeschreven bestuurders bij aangetekende
brief aan hun laatst bekende adres mee, dat
zij voornemens is tot ontbinding van de
rechtspersoon over te gaan, met vermelding
van de omstandigheden waarop het voornemen
is gegrond. De Kamer schrijft deze
mededeling in het register. Als de
omstandigheid, bedoeld in lid 1, onder b
zich voordoet, doet de Kamer van het
voornemen tot ontbinding tevens een
mededeling opnemen in de Nederlandse
Staatscourant. Voor zover de kosten van
deze publikatie niet uit het vermogen van de
rechtspersoon kunnen worden voldaan, komen
deze ten laste van Onze Minister van
Justitie.
4.
Na verloop van acht weken
na de dagtekening van de aangetekende brief
ontbindt de Kamer de rechtspersoon bij
beschikking, tenzij voordien is gebleken dat
de omstandigheden die ingevolge het derde
lid zijn vermeld, zich niet of niet meer
voordoen.
5.
De beschikking wordt
bekend gemaakt aan de rechtspersoon en de
ingeschreven bestuurders.
6.
De Kamer doet van de
ontbinding een mededeling opnemen in de
Nederlandse Staatscourant. Lid 3, vierde
zin, is van overeenkomstige toepassing.
7.
Als op grond van artikel
23, lid 1 geen vereffenaars kunnen worden
aangewezen, treedt de Kamer op als
vereffenaar van het vermogen van de
ontbonden rechtspersoon, behoudens het
bepaalde in artikel 19, lid 4. Op verzoek
van de Kamer benoemt de rechtbank in haar
plaats een of meer andere vereffenaars.
8.
Indien tegen een
beschikking als bedoeld in lid 4, beroep
wordt ingesteld bij het College van Beroep
voor het bedrijfsleven schrijft de Kamer dat
in het register in. De beslissing op het
beroep wordt tevens ingeschreven. Indien de
beslissing strekt tot vernietiging van de
beschikking doet de Kamer een mededeling
daarvan opnemen in de Nederlandse
Staatscourant. Gedurende het tijdvak
waarin de rechtspersoon na de beschikking
tot ontbinding had opgehouden te bestaan, is
er een verlengingsgrond als bedoeld in
artikel 320 van Boek 3 ten aanzien van de
verjaring van rechtsvorderingen van of tegen
de rechtspersoon.
Artikel 20
1.
Een rechtspersoon waarvan
de werkzaamheid in strijd is met de openbare
orde, wordt door de rechtbank op verzoek van
het openbaar ministerie verboden verklaard
en ontbonden.
2.
Een rechtspersoon waarvan
het doel in strijd is met de openbare orde,
wordt door de rechtbank op verzoek van het
openbaar ministerie ontbonden. Alvorens de
ontbinding uit te spreken kan de rechtbank
de rechtspersoon in de gelegenheid stellen
binnen een door haar te bepalen termijn zijn
doel zodanig te wijzigen dat het niet meer
in strijd is met de openbare orde.
Artikel 21
1.
De rechtbank ontbindt een
rechtspersoon, indien:
a. aan zijn
totstandkoming gebreken kleven;
b. zijn statuten
niet aan de eisen der wet voldoen;
c. hij niet onder
de wettelijke omschrijving van zijn
rechtsvorm valt.
2.
De rechtbank ontbindt de
rechtspersoon niet, indien zij hem een
termijn vergund heeft en hij na afloop
daarvan een rechtspersoon is die aan de
eisen van de wet voldoet.
3.
De rechtbank kan een
rechtspersoon ontbinden, indien deze de in
dit boek voor zijn rechtsvorm gestelde
verboden overtreedt of in ernstige mate in
strijd met zijn statuten handelt.
4.
De ontbinding wordt
uitgesproken op verzoek van een
belanghebbende of het openbaar ministerie.
Artikel 22
1.
De rechter voor wie een
verzoek tot ontbinding van de rechtspersoon
aanhangig is, kan de goederen van die
rechtspersoon desverlangd onder bewind
stellen; de beschikking vermeldt het
tijdstip waarop zij in werking treedt.
2.
De rechter benoemt bij
zijn beschikking een of meer bewindvoerders,
en regelt hun bevoegdheden en hun beloning.
3.
Voor zover de rechter
niet anders bepaalt, kunnen de organen van
de rechtspersoon zonder voorafgaande
goedkeuring van de bewindvoerder geen
besluiten nemen en kunnen vertegenwoordigers
van de rechtspersoon zonder diens
medewerking geen rechtshandelingen
verrichten.
4.
De beschikking kan te
allen tijde door de rechter worden gewijzigd
of ingetrokken; het bewind eindigt in ieder
geval, zodra de uitspraak op het verzoek tot
ontbinding in kracht van gewijsde gaat.
5.
De bewindvoerder doet aan
de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven, opgaaf van de beschikking en
van de gegevens over zichzelf die omtrent
een bestuurder worden verlangd.
6.
Een rechtshandeling die
de rechtspersoon ondanks zijn uit het bewind
voortvloeiende onbevoegdheid vóór de
inschrijving heeft verricht, is niettemin
geldig, indien de wederpartij het bewind
kende noch behoorde te kennen.
Artikel 22a
1.
Voor of bij het doen van
een verzoek door het openbaar ministerie tot
ontbinding van een naamloze vennootschap of
een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, kan het openbaar
ministerie de rechter bij verzoekschrift
vragen te bevelen dat, tot de uitspraak op
genoemd verzoek in kracht van gewijsde gaat,
aan de aandeelhouders de bevoegdheid tot het
vervreemden, verpanden of met vruchtgebruik
belasten van aandelen wordt ontzegd.
2.
De rechter beslist na
summier onderzoek. Het bevel wordt gegeven
onder voorwaarde dat het instellen van het
verzoek tot ontbinding geschiedt binnen een
door de rechter daartoe te bepalen termijn.
Tegen deze beschikking is geen hogere
voorziening toegelaten.
3.
De beschikking wordt
onverwijld, zo mogelijk op dezelfde dag,
betekend aan de aandeelhouders en de
vennootschap. De griffier draagt zorg voor
de inschrijving van de beschikking in het
register waarin de rechtspersoon is
ingeschreven.
4.
Binnen acht dagen na de
betekening in het vorige lid vermeld kunnen
de aandeelhouders tegen de beschikking in
verzet komen. Het verzet schorst het bevel
niet, behoudens de bevoegdheid van de
aandeelhouders om daarop in kort geding door
de voorzieningenrechter van de rechtbank te
doen beslissen. Verzet tegen de beschikking
kan niet gegrond zijn op de bewering dat de
aandeelhouder zijn aandelen wil overdragen.
5.
Het verzoek tot
ontbinding moet binnen acht dagen nadat deze
is ingesteld aan de aandeelhouder worden
betekend.
Artikel 23
1.
Voor zover de rechter
geen andere vereffenaars heeft benoemd en de
statuten geen andere vereffenaars aanwijzen,
worden de bestuurders vereffenaars van het
vermogen van een ontbonden rechtspersoon. Op
vereffenaars die niet door de rechter worden
benoemd, zijn de bepalingen omtrent de
benoeming, de schorsing, het ontslag en het
toezicht op bestuurders van toepassing, voor
zover de statuten niet anders bepalen. Het
vermogen van een door de rechter ontbonden
rechtspersoon wordt vereffend door een of
meer door hem te benoemen vereffenaars.
2.
Ontslaat de rechter een
vereffenaar, dan kan hij een of meer andere
benoemen. Ontbreken vereffenaars, dan
benoemt de rechtbank een of meer
vereffenaars op verzoek van een
belanghebbende of het openbaar ministerie.
De vereffenaar die door de rechter is
benoemd, heeft recht op de beloning welke
deze hem toekent.
3.
Een benoeming tot
vereffenaar door de rechter gaat in daags
nadat de griffier de benoeming aan de
vereffenaar heeft meegedeeld; de griffier
doet de mededeling terstond, indien de
beslissing die de benoeming inhoudt, bij
voorraad uitvoerbaar is en anders, zodra zij
in kracht van gewijsde is gegaan.
4.
Iedere vereffenaar doet
aan de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven, opgaaf van zijn optreden als
zodanig en van de gegevens over zichzelf die
van een bestuurder worden verlangd.
5.
De rechtbank kan een
vereffenaar met ingang van een door haar
bepaalde dag ontslaan, het zij op diens
verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen op
verzoek van een medevereffenaar, het
openbaar ministerie of ambtshalve.
6.
De ontslagen vereffenaar
legt rekening en verantwoording af aan
degenen die de vereffening voortzetten. Is
de opvolger door de rechter benoemd, dan
geschiedt de rekening en verantwoording ten
overstaan van de rechter.
Artikel 23a
1.
Een vereffenaar heeft,
tenzij de statuten anders bepalen, dezelfde
bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid
als een bestuurder, voor zover deze
verenigbaar zijn met zijn taak als
vereffenaar.
2.
Zijn er twee of meer
vereffenaars, dan kan ieder van hen alle
werkzaamheden verrichten, tenzij anders is
bepaald. Bij verschil van mening tussen de
vereffenaars beslist op verzoek van een
hunner de rechter die bij de vereffening is
betrokken, en anders de kantonrechter. De
rechter bedoeld in de vorige zin, kan ook
een verdeling van het loon vaststellen.
3.
Zowel de rechtbank als
een door haar in de vereffening benoemde
rechter-commissaris kan voor de vereffening
nodige bevelen geven, al dan niet in de vorm
van een bevelschrift in executoriale vorm.
De vereffenaar is verplicht hun aanwijzingen
op te volgen. Tegen de bevelen en
aanwijzingen staan geen rechtsmiddelen open.
4.
Blijkt de vereffenaar dat
de schulden de baten vermoedelijk zullen
overtreffen, dan doet hij aangifte tot
faillietverklaring, tenzij alle bekende
schuldeisers desgevraagd instemmen met
voortzetting van de vereffening buiten
faillissement.
5.
De voorgaande bepalingen
van dit artikel en de artikelen 23b-23c
zijn niet van toepassing op vereffening in
faillissement.
Artikel 23b
1.
De vereffenaar draagt
hetgeen na de voldoening der schuldeisers
van het vermogen van de ontbonden
rechtspersoon is overgebleven, in verhouding
tot ieders recht over aan hen die krachtens
de statuten daartoe zijn gerechtigd, of
anders aan de leden of aandeelhouders. Heeft
geen ander recht op het overschot, dan keert
hij het uit aan de Staat, die het zoveel
mogelijk overeenkomstig het doel van de
rechtspersoon besteedt.
2.
De vereffenaar stelt een
rekening en verantwoording op van de
vereffening, waaruit de omvang en
samenstelling van het overschot blijken.
Zijn er twee of meer gerechtigden tot het
overschot, dan stelt de vereffenaar een plan
van verdeling op dat de grondslagen der
verdeling bevat.
3.
Voor zover tot het
overschot iets anders dan geld behoort en de
statuten of een rechterlijke beschikking
geen nadere aanwijzing behelzen, komen als
wijzen van verdeling in aanmerking:
a. toedeling van
een gedeelte van het overschot aan ieder
der gerechtigden;
b. overbedeling
aan een of meer gerechtigden tegen
vergoeding van de overwaarde;
c. verdeling van
de netto-opbrengst na verkoop.
4.
De vereffenaar legt de
rekening en verantwoording en het plan van
verdeling neer ten kantore van de registers
waarin de rechtspersoon is ingeschreven, en
in elk geval ten kantore van de
rechtspersoon, als dat er is, of op een
andere plaats in het arrondissement waar de
rechtspersoon woonplaats heeft. De stukken
liggen daar twee maanden voor ieder ter
inzage. De vereffenaar maakt in een
nieuwsblad bekend waar en tot wanneer zij
ter inzage liggen. De rechter kan
aankondiging in de Staatscourant
bevelen.
5.
Binnen twee maanden nadat
de rekening en verantwoording en het plan
zijn neergelegd en de nederlegging
overeenkomstig lid 4 is bekendgemaakt en
aangekondigd, kan iedere schuldeiser of
gerechtigde daartegen door een
verzoekschrift aan de rechtbank in verzet
komen. De vereffenaar doet van gedaan verzet
mededeling op de zelfde wijze als waarop de
nederlegging van de rekening en
verantwoording en het plan van verdeling
zijn medegedeeld.
6.
Telkens wanneer de stand
van het vermogen daartoe aanleiding geeft,
kan de vereffenaar een uitkering bij
voorbaat aan de gerechtigden doen. Na de
aanvang van de verzettermijn doet hij dit
niet zonder machtiging van de rechter.
7.
Zodra de intrekking van
of beslissing op elk verzet onherroepelijk
is, deelt de vereffenaar dit mede op de
wijze waarop het verzet is medegedeeld.
Brengt de beslissing wijziging in het plan
van verdeling, dan wordt ook het gewijzigde
plan van verdeling op deze wijze meegedeeld.
8.
De vereffenaar
consigneert geldbedragen waarover niet
binnen zes maanden na de laatste
betaalbaarstelling is beschikt.
9.
De vereffening eindigt op
het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar
bekende baten meer aanwezig zijn.
10.
Na verloop van een maand
nadat de vereffening is geëindigd, doet de
vereffenaar rekening en verantwoording van
zijn beheer aan de rechter, indien deze bij
de vereffening is betrokken.
Artikel 23c
1.
Indien na het tijdstip
waarop de rechtspersoon is opgehouden te
bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde
tot het saldo opkomt of van het bestaan van
een bate blijkt, kan de rechtbank op verzoek
van een belanghebbende de vereffening
heropenen en zo nodig een vereffenaar
benoemen. In dat geval herleeft de
rechtspersoon, doch uitsluitend ter
afwikkeling van de heropende vereffening. De
vereffenaar is bevoegd van elk der
gerechtigden terug te vorderen hetgeen deze
te veel uit het overschot heeft ontvangen.
2.
Gedurende het tijdvak
waarin de rechtspersoon had opgehouden te
bestaan, is er een verlengingsgrond als
bedoeld in artikel 320 van Boek 3 ten
aanzien van de verjaring van
rechtsvorderingen van of tegen de
rechtspersoon.
Artikel 24
1.
De boeken, bescheiden en
andere gegevensdragers van een ontbonden
rechtspersoon moeten worden bewaard
gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon
heeft opgehouden te bestaan. Bewaarder is
degene die bij of krachtens de statuten, dan
wel door de algemene vergadering of, als de
rechtspersoon een stichting was, door het
bestuur als zodanig is aangewezen.
2.
Ontbreekt een bewaarder
en is de laatste vereffenaar niet bereid te
bewaren, dan wordt een bewaarder, zo
mogelijk uit de kring dergenen die bij de
rechtspersoon waren betrokken, op verzoek
van een belanghebbende benoemd door de
kantonrechter van de rechtbank van het
arrondissement waarin de rechtspersoon
woonplaats had. Rechtsmiddelen staan niet
open.
3.
Binnen acht dagen na het
ingaan van zijn bewaarplicht moet de
bewaarder zijn naam en adres opgeven aan de
registers waarin de ontbonden rechtspersoon
was ingeschreven.
4.
De in lid 2 genoemde
kantonrechter kan desverzocht machtiging tot
raadpleging van de boeken, bescheiden en
andere gegevensdragers geven aan iedere
belanghebbende, indien de rechtspersoon een
stichting was, en overigens aan ieder die
aantoont bij inzage een redelijk belang te
hebben in zijn hoedanigheid van voormalig
lid of aandeelhouder van de rechtspersoon of
houder van certificaten van diens aandelen,
dan wel als rechtverkrijgende van een
zodanige persoon.
Artikel 24a
1.
Dochtermaatschappij van
een rechtspersoon is:
a. een
rechtspersoon waarin de rechtspersoon of
een of meer van zijn
dochtermaatschappijen, al dan niet
krachtens overeenkomst met andere
stemgerechtigden, alleen of samen meer
dan de helft van de stemrechten in de
algemene vergadering kunnen uitoefenen;
b. een
rechtspersoon waarvan de rechtspersoon
of een of meer van zijn
dochtermaatschappijen lid of
aandeelhouder zijn en, al dan niet
krachtens overeenkomst met andere
stemgerechtigden, alleen of samen meer
dan de helft van de bestuurders of van
de commissarissen kunnen benoemen of
ontslaan, ook indien alle
stemgerechtigden stemmen.
2.
Met een
dochtermaatschappij wordt gelijk gesteld een
onder eigen naam optredende vennootschap
waarin de rechtspersoon of een of meer
dochtermaatschappijen als vennoot volledig
jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de
schulden.
3.
Voor de toepassing van
lid 1 worden aan aandelen verbonden rechten
niet toegerekend aan degene die de aandelen
voor rekening van anderen houdt. Aan
aandelen verbonden rechten worden
toegerekend aan degene voor wiens rekening
de aandelen worden gehouden, indien deze
bevoegd is te bepalen hoe de rechten worden
uitgeoefend dan wel zich de aandelen te
verschaffen.
4.
Voor de toepassing van
lid 1 worden stemrechten, verbonden aan
verpande aandelen, toegerekend aan de
pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de
rechten worden uitgeoefend. Zijn de aandelen
evenwel verpand voor een lening die de
pandhouder heeft verstrekt in de gewone
uitoefening van zijn bedrijf, dan worden de
stemrechten hem slechts toegerekend, indien
hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.
Artikel 24b
Een groep is een
economische eenheid waarin rechtspersonen en
vennootschappen organisatorisch zijn verbonden.
Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en
vennootschappen die met elkaar in een groep zijn
verbonden.
Artikel 24c
1.
Een rechtspersoon of
vennootschap heeft een deelneming in een
rechtspersoon, indien hij of een of meer van
zijn dochtermaatschappijen alleen of samen
voor eigen rekening aan die rechtspersoon
kapitaal verschaffen of doen verschaffen
teneinde met die rechtspersoon duurzaam
verbonden te zijn ten dienste van de eigen
werkzaamheid. Indien een vijfde of meer van
het geplaatste kapitaal wordt verschaft,
wordt het bestaan van een deelneming
vermoed.
2.
Een rechtspersoon heeft
een deelneming in een vennootschap, indien
hij of een dochtermaatschappij:
a. daarin als
vennoot jegens schuldeisers volledig
aansprakelijk is voor de schulden; of
b. daarin
anderszins vennoot is teneinde met die
vennootschap duurzaam verbonden te zijn
ten dienste van de eigen werkzaamheid.
Artikel 24d
Bij de vaststelling in
hoeverre de leden of aandeelhouders stemmen,
aanwezig of vertegenwoordigd zijn, of in
hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt of
vertegenwoordigd is, wordt geen rekening
gehouden met lidmaatschappen of aandelen waarvan
de wet bepaalt dat daarvoor geen stem kan worden
uitgebracht.
Artikel 25
Van de bepalingen van dit
boek kan slechts worden afgeweken, voor zover
dat uit de wet blijkt.
Titel 2. Verenigingen
Artikel 26
1.
De vereniging is een
rechtspersoon met leden die is gericht op
een bepaald doel, anders dan een dat is
omschreven in artikel 53 lid 1 of lid 2.
2.
Een vereniging wordt bij
meerzijdige rechtshandeling opgericht.
3.
Een vereniging mag geen
winst onder haar leden verdelen.
Artikel 27
1.
Wordt een vereniging
opgericht bij een notariële akte, dan moeten
de volgende bepalingen in acht worden
genomen.
2.
De akte wordt verleden in
de Nederlandse taal. Een volmacht tot
medewerking aan de akte moet schriftelijk
zijn verleend. Indien de vereniging haar
zetel heeft in de provincie Fryslân kan de
akte in de Friese taal worden verleden.
3.
De akte bevat de statuten
van de vereniging.
4.
De statuten houden in:
a. de naam van de
vereniging en de gemeente in Nederland
waar zij haar zetel heeft;
b. het doel van de
vereniging;
c. de
verplichtingen die de leden tegenover de
vereniging hebben, of de wijze waarop
zodanige verplichtingen kunnen worden
opgelegd;
d. de wijze van
bijeenroeping van de algemene
vergadering;
e. de wijze van
benoeming en ontslag van de bestuurders;
f. de bestemming
van het batig saldo van de vereniging in
geval van ontbinding, of de wijze waarop
de bestemming zal worden vastgesteld.
5.
De notaris, ten overstaan
van wie de akte wordt verleden, draagt zorg
dat de akte voldoet aan het in de leden 2-4
bepaalde. Bij verzuim is hij persoonlijk
jegens hen die daardoor schade hebben
geleden, aansprakelijk.
Artikel 28
1.
Is een vereniging niet
overeenkomstig het eerste lid van het vorige
artikel opgericht, dan kan de algemene
vergadering besluiten de statuten te doen
opnemen in een notariële akte.
2.
De leden 2-5 van het
vorige artikel zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 29
1.
De bestuurders van een
vereniging waarvan de statuten zijn
opgenomen in een notariële akte, zijn
verplicht haar te doen inschrijven in het
handelsregister en een authentiek afschrift
van de akte, dan wel een authentiek
uittreksel van de akte bevattende de
statuten, ten kantore van dat register neer
te leggen.
2.
Zolang de opgave ter
eerste inschrijving en nederlegging niet
zijn geschied, is iedere bestuurder voor een
rechtshandeling waardoor hij de vereniging
verbindt, naast de vereniging hoofdelijk
aansprakelijk.
Artikel 30
1.
Een vereniging waarvan de
statuten niet zijn opgenomen in een
notariële akte, kan geen registergoederen
verkrijgen en kan geen erfgenaam zijn.
2.
De bestuurders zijn
hoofdelijk naast de vereniging verbonden
voor schulden uit een rechtshandeling die
tijdens hun bestuur opeisbaar worden. Na hun
aftreden zijn zij voorts hoofdelijk
verbonden voor schulden, voortspruitend uit
een tijdens hun bestuur verrichte
rechtshandeling, voor zover daarvoor niemand
ingevolge de vorige zin naast de vereniging
is verbonden. Aansprakelijkheid ingevolge
een der voorgaande zinnen rust niet op
degene die niet tevoren over de
rechtshandeling is geraadpleegd en die heeft
geweigerd haar, toen zij hem bekend werd,
als bestuurder voor zijn verantwoording te
nemen. Ontbreken personen die ingevolge de
eerste of tweede zin naast de vereniging
zijn verbonden, dan zijn degenen die
handelden, hoofdelijk verbonden.
3.
De bestuurders van een
zodanige vereniging kunnen haar doen
inschrijven in het handelsregister. Indien
de statuten op schrift zijn gesteld, leggen
zij alsdan een afschrift daarvan ten kantore
van dat register neer.
4.
Heeft de inschrijving,
bedoeld in het vorige lid, plaatsgevonden,
dan is degene die uit hoofde van lid 2 wordt
verbonden slechts aansprakelijk, voor zover
de wederpartij aannemelijk maakt dat de
vereniging niet aan de verbintenis zal
voldoen.
Artikel 31 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 32 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 33
Tenzij de statuten anders
bepalen, beslist het bestuur over de toelating
van een lid en kan bij niet-toelating de
algemene vergadering alsnog tot toelating
besluiten.
Artikel 34
1.
Het lidmaatschap van de
vereniging is persoonlijk, tenzij de
statuten anders bepalen.
2.
Tenzij de statuten van de
vereniging anders bepalen, gaat het
lidmaatschap van een rechtspersoon die door
fusie of splitsing ophoudt te bestaan, over
op de verkrijgende rechtspersoon
onderscheidenlijk overeenkomstig de aan de
akte van splitsing gehechte beschrijving op
een van de verkrijgende rechtspersonen.
Artikel 34a
Verbintenissen kunnen
slechts bij of krachtens de statuten aan het
lidmaatschap worden verbonden.
Artikel 35
1.
Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood
van het lid, tenzij de statuten overgang
krachtens erfrecht toelaten;
b. door opzegging
door het lid;
c. door opzegging
door de vereniging;
d. door
ontzetting.
2.
De vereniging kan het
lidmaatschap opzeggen in de gevallen in de
statuten genoemd, voorts wanneer een lid
heeft opgehouden aan de vereisten door de
statuten voor het lidmaatschap gesteld, te
voldoen, alsook wanneer redelijkerwijs van
de vereniging niet gevergd kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren. Tenzij de
statuten dit aan een ander orgaan opdragen,
geschiedt de opzegging door het bestuur.
3.
Ontzetting kan alleen
worden uitgesproken wanneer een lid in
strijd met de statuten, reglementen of
besluiten der vereniging handelt, of de
vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
4.
Tenzij de statuten dit
aan een ander orgaan opdragen, geschiedt de
ontzetting door het bestuur. Het lid wordt
ten spoedigste schriftelijk van het besluit,
met opgave van redenen, in kennis gesteld.
Hem staat, behalve wanneer krachtens de
statuten het besluit door de algemene
vergadering is genomen, binnen één maand na
ontvangst van de kennisgeving van het
besluit, beroep op de algemene vergadering
of een daartoe bij de statuten aangewezen
orgaan of derde open. De statuten kunnen een
andere regeling van het beroep bevatten,
doch de termijn kan niet korter dan op één
maand worden gesteld. Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het
lid geschorst.
5.
Wanneer het lidmaatschap
in de loop van een boekjaar eindigt, blijft,
tenzij de statuten anders bepalen,
desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het
geheel verschuldigd.
Artikel 36
1.
Tenzij de statuten anders
bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap
slechts geschieden tegen het einde van een
boekjaar en met inachtneming van een
opzeggingstermijn van vier weken; op deze
termijn is de Algemene termijnenwet niet van
toepassing. In ieder geval kan het
lidmaatschap worden beëindigd door opzegging
tegen het eind van het boekjaar, volgend op
dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk,
indien redelijkerwijs niet gevergd kan
worden het lidmaatschap te laten voortduren.
2.
Een opzegging in strijd
met het in het vorige lid bepaalde, doet het
lidmaatschap eindigen op het vroegst
toegelaten tijdstip volgende op de datum
waartegen was opgezegd.
3.
Een lid kan voorts zijn
lidmaatschap met onmiddellijke ingang
opzeggen binnen een maand nadat een besluit
waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn
verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend
geworden of medegedeeld; het besluit is
alsdan niet op hem van toepassing. Deze
bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij
de statuten worden ontzegd voor het geval
van wijziging van de daar nauwkeurig
omschreven rechten en verplichtingen en
voorts in het algemeen voor het geval van
wijziging van geldelijke rechten en
verplichtingen.
4.
Een lid kan zijn
lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang
opzeggen binnen een maand nadat hem een
besluit is meegedeeld tot omzetting van de
vereniging is een andere rechtsvorm, tot
fusie of tot splitsing.
Artikel 37
1.
Het bestuur wordt uit de
leden benoemd, De statuten kunnen echter
bepalen dat bestuurders ook buiten de leden
kunnen worden benoemd.
2.
De benoeming geschiedt
door de algemene vergadering. De statuten
kunnen de wijze van benoeming echter ook
anders regelen, mits elk lid middellijk of
onmiddellijk aan de stemming over de
benoeming der bestuurders kan deelnemen.
3.
De statuten kunnen
bepalen, dat een of meer der bestuursleden,
mits minder dan de helft, door andere
personen dan de leden worden benoemd.
4.
Is in de statuten bepaald
dat een bestuurder in een vergadering uit
een bindende voordracht moet worden benoemd,
dan kan aan die voordracht het bindend
karakter worden ontnomen door een met ten
minste twee derden van de uitgebrachte
stemmen genomen besluit van die vergadering.
In de statuten kan worden bepaald dat op
deze vergadering ten minste een bepaald
aantal stemmen moet kunnen worden
uitgebracht; dit aantal mag niet hoger
worden gesteld dan twee derden van het
aantal stemmen dat door de stemgerechtigden
gezamenlijk kan worden uitgebracht.
5.
Indien ingevolge de
statuten een bestuurslid door leden of
afdelingen buiten een vergadering wordt
benoemd, dan moet aan de leden gelegenheid
worden geboden kandidaten te stellen. De
statuten kunnen bepalen dat dit recht
slechts aan een aantal leden gezamenlijk
toekomt, mits hun aantal niet hoger wordt
gesteld dan een vijfde van het aantal leden
dat aan de verkiezing kan deelnemen. De
statuten kunnen voorts bepalen dat aldus
gestelde kandidaten slechts zijn benoemd,
indien zij ten minste een bepaald aantal
stemmen op zich hebben verenigd, mits dit
aantal niet groter is dan twee derden van
het aantal der uitgebrachte stemmen.
6.
Een bestuurslid kan, ook
al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, te
allen tijde door het orgaan dat hem heeft
benoemd, worden ontslagen of geschorst. Een
veroordeling tot herstel van de
arbeidsovereenkomst tussen de vereniging en
bestuurder kan door de rechter niet worden
uitgesproken.
7.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wijst het bestuur uit zijn midden
een voorzitter, een secretaris en een
penningmeester aan.
Artikel 38
1.
Behoudens het in het
volgende artikel bepaalde, hebben alle leden
die niet geschorst zijn, toegang tot de
algemene vergadering en hebben daar ieder
één stem; een geschorst lid heeft toegang
tot de vergadering waarin het besluit tot
schorsing wordt behandeld, en is bevoegd
daarover het woord te voeren. De statuten
kunnen aan bepaalde leden meer dan één stem
toekennen.
2.
Tenzij de statuten anders
bepalen, treden de voorzitter en de
secretaris van het bestuur of hun
vervangers, als zodanig ook op bij de
algemene vergadering.
3.
De statuten kunnen
bepalen dat personen die deel uitmaken van
andere organen der vereniging en die geen
lid zijn, in de algemene vergadering
stemrecht kunnen uitoefenen. Het aantal der
door hen gezamenlijk uitgebrachte stemmen
zal echter niet meer mogen zijn dan de helft
van het aantal der door de leden
uitgebrachte stemmen.
4.
Tenzij de statuten anders
bepalen, kan iemand die krachtens lid 1 of
lid 3 stemgerechtigd is, aan een andere
stemgerechtigde schriftelijk volmacht
verlenen tot het uitbrengen van zijn stem.
5.
Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt
voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
6.
De statuten kunnen
bepalen dat iemand die krachtens lid 1 of
lid 3 stemgerechtigd is het stemrecht kan
uitoefenen door middel van een elektronisch
communicatiemiddel.
7.
Voor de toepassing van
lid 6 is vereist dat de stemgerechtigde via
het elektronisch communicatiemiddel kan
worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter
vergadering en het stemrecht kan uitoefenen.
De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de stemgerechtigde via het
elektronisch communicatiemiddel kan
deelnemen aan de beraadslaging.
8.
De statuten kunnen
bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de
algemene vergadering via een elektronisch
communicatiemiddel worden uitgebracht, doch
niet eerder dan op de dertigste dag voor die
van de vergadering, gelijk worden gesteld
met stemmen die ten tijde van de vergadering
worden uitgebracht.
9.
Bij of krachtens de
statuten kunnen voorwaarden worden gesteld
aan het gebruik van het elektronisch
communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden
krachtens de statuten worden gesteld, worden
deze bij de oproeping bekend gemaakt.
Artikel 39
1.
De statuten kunnen
bepalen dat de algemene vergadering zal
bestaan uit afgevaardigden die door en uit
de leden worden gekozen. De wijze van
verkiezing en het aantal van de
afgevaardigden worden door de statuten
geregeld; elk lid moet middellijk of
onmiddellijk aan de verkiezing kunnen
deelnemen. De leden 4 en 5 van artikel 37
zijn bij de verkiezing van overeenkomstige
toepassing. Artikel 38 lid 3 is van
overeenkomstige toepassing op personen die
deel uitmaken van andere organen der
vereniging en die geen afgevaardigde zijn.
2.
De statuten kunnen
bepalen dat bepaalde besluiten van de
algemene vergadering aan een referendum
zullen worden onderworpen. De statuten
regelen de gevallen waarin, de tijd
waarbinnen, en de wijze waarop het
referendum zal worden gehouden. Hangende de
uitslag van het referendum wordt de
uitvoering van het besluit geschorst.
Artikel 40
1.
Aan de algemene
vergadering komen in de vereniging alle
bevoegdheden toe, die niet door de wet of de
statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2.
Een eenstemmig besluit
van alle leden of afgevaardigden, ook al
zijn deze niet in een vergadering bijeen,
heeft, mits met voorkennis van het bestuur
genomen, dezelfde kracht als een besluit van
de algemene vergadering.
Artikel 41
1.
Het bestuur roept de
algemene vergadering bijeen, zo dikwijls het
dit wenselijk oordeelt, of wanneer het
daartoe volgens de wet of de statuten
verplicht is. De statuten kunnen deze
bevoegdheid ook aan anderen dan het bestuur
verlenen.
2.
Op schriftelijk verzoek
van ten minste een zodanig aantal leden of
afgevaardigden als bevoegd is tot het
uitbrengen van een tiende gedeelte der
stemmen in de algemene vergadering of van
een zoveel geringer aantal als bij de
statuten is bepaald, is het bestuur
verplicht tot het bijeenroepen van een
algemene vergadering op een termijn van niet
langer dan vier weken na indiening van het
verzoek.
3.
Indien aan het verzoek
binnen veertien dagen geen gevolg wordt
gegeven, kunnen, tenzij in de statuten de
wijze van bijeenroeping der algemene
vergadering voor dit geval anders is
geregeld, de verzoekers zelf tot die
bijeenroeping overgaan op de wijze waarop
het bestuur de algemene vergadering
bijeenroept of bij advertentie in ten minste
één ter plaatse waar de vereniging gevestigd
is, veelgelezen dagblad. De verzoekers
kunnen alsdan anderen dan bestuursleden
belasten met de leiding der vergadering en
het opstellen der notulen.
4.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van
schriftelijkheid van het verzoek bedoeld in
lid 2 voldaan indien het verzoek
elektronisch is vastgelegd.
5.
Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien een lid of afgevaardigde
hiermee instemt, de bijeenroeping geschieden
door een langs elektronische weg toegezonden
leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het
adres dat door hem voor dit doel is bekend
gemaakt.
Artikel 41a
De artikelen 37-41
zijn van overeenkomstige toepassing op de
afdelingen van een vereniging die geen
rechtspersonen zijn en die een algemene
vergadering en een bestuur hebben; hetgeen
in die artikelen omtrent de statuten is
bepaald, kan in een afdelingsreglement
worden neergelegd.
Artikel 42
1.
In de statuten van de
vereniging kan geen verandering worden
gebracht dan door een besluit van een
algemene vergadering, waartoe is opgeroepen
met de mededeling dat aldaar wijziging van
de statuten zal worden voorgesteld. De
termijn voor oproeping tot een zodanige
vergadering bedraagt ten minste zeven dagen.
2.
Zij die de oproeping tot
de algemene vergadering ter behandeling van
een voorstel tot statutenwijziging hebben
gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de
vergadering een afschrift van dat voorstel,
waarin de voorgedragen wijziging woordelijk
is opgenomen, op een daartoe geschikte
plaats voor de leden ter inzage leggen tot
na afloop van de dag waarop de vergadering
wordt gehouden. Aan de afdelingen waaruit de
vereniging bestaat en aan afgevaardigden
moet het voorstel ten minste veertien dagen
vóór de vergadering ter kennis zijn
gebracht; de vorige zin is alsdan niet van
toepassing.
3.
Het bepaalde in de eerste
twee leden is niet van toepassing, indien in
de algemene vergadering alle leden of
afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd
zijn en het besluit tot statutenwijziging
met algemene stemmen wordt genomen.
4.
Het in dit artikel en de
eerste twee leden van het volgende artikel
bepaalde is van overeenkomstige toepassing
op een besluit tot ontbinding.
Artikel 43
1.
Tenzij de statuten anders
bepalen, behoeft een besluit tot
statutenwijziging ten minste twee derden van
de uitgebrachte stemmen.
2.
Voor zover de bevoegdheid
tot wijziging bij de statuten mocht zijn
uitgesloten, is wijziging niettemin mogelijk
met algemene stemmen in een vergadering,
waarin alle leden of afgevaardigden aanwezig
of vertegenwoordigd zijn.
3.
Een bepaling in de
statuten, welke de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen beperkt,
kan slechts worden gewijzigd met
inachtneming van gelijke beperking.
4.
Een bepaling in de
statuten, welke de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen uitsluit,
kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering, waarin alle
leden of afgevaardigden aanwezig of
vertegenwoordigd zijn.
5.
Heeft de vereniging
volledige rechtsbevoegdheid, dan treedt de
wijziging niet in werking dan nadat hiervan
een notariële akte is opgemaakt. De
bestuurders zijn verplicht een authentiek
afschrift van de wijziging en de gewijzigde
statuten neder te leggen ten kantore van het
handelsregister.
6.
De bestuurders van een
vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid,
waarvan de statuten overeenkomstig artikel
30 lid 3 van dit Boek in afschrift ten
kantore van het handelsregister zijn
nedergelegd, zijn verplicht aldaar tevens
een afschrift van de wijziging en van de
gewijzigde statuten neder te leggen.
Artikel 44
1.
Behoudens beperkingen
volgens de statuten is het bestuur belast
met het besturen van de vereniging.
2.
Slechts indien dit uit de
statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd
te besluiten tot het aangaan van
overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding
en bezwaring van registergoederen, en tot
het aangaan van overeenkomsten waarbij de
vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een
derde sterk maakt of zich tot
zekerheidstelling voor een schuld van een
ander verbindt. De statuten kunnen deze
bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden
binden. De uitsluiting, beperkingen en
voorwaarden gelden mede voor de bevoegdheid
tot vertegenwoordiging van de vereniging ter
zake van deze handelingen, tenzij de
statuten anders bepalen.
Artikel 45
1.
Het bestuur
vertegenwoordigt de vereniging, voor zover
uit de wet niet anders voortvloeit.
2.
De statuten kunnen de
bevoegdheid tot vertegenwoordiging bovendien
toekennen aan een of meer bestuurders. Zij
kunnen bepalen dat een bestuurder de
vereniging slechts met medewerking van een
of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3.
Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of
aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en
onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet
anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten
of voorgeschreven beperking van of
voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de
vereniging worden ingeroepen.
4.
De statuten kunnen ook
aan andere personen dan bestuurders
bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 46
De vereniging kan,
voor zover uit de statuten niet het
tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de
leden rechten bedingen en, voor zover dit in
de statuten uitdrukkelijk is bepaald, te
hunnen laste verplichtingen aangaan. Zij kan
nakoming van bedongen rechten jegens en
schadevergoeding aan een lid vorderen,
tenzij dit zich daartegen verzet.
Artikel 47
In alle gevallen
waarin de vereniging een tegenstrijdig
belang heeft met een of meer bestuurders of
commissarissen kan de algemene vergadering
een of meer personen aanwijzen om de
vereniging te vertegenwoordigen.
Artikel 48
1.
Het bestuur brengt op een
algemene vergadering binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar, behoudens
verlenging van deze termijn door de algemene
vergadering, een jaarverslag uit over de
gang van zaken in de vereniging en over het
gevoerde beleid. Het legt de balans en de
staat van baten en lasten met een
toelichting ter goedkeuring aan de
vergadering over. Deze stukken worden
ondertekend door de bestuurders en
commissarissen; ontbreekt de ondertekening
van een of meer hunner, dan wordt daarvan
onder opgave van redenen melding gemaakt. Na
verloop van de termijn kan ieder lid van de
gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen
dat zij deze verplichtingen nakomen.
2.
Ontbreekt een raad van
commissarissen en wordt omtrent de
getrouwheid van de stukken aan de algemene
vergadering niet overgelegd een verklaring
afkomstig van een accountant als bedoeld in
artikel 393 lid 1, dan benoemt de algemene
vergadering jaarlijks een commissie van ten
minste twee leden die geen deel van het
bestuur mogen uitmaken. De commissie
onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede
zin van lid 1, en brengt aan de algemene
vergadering verslag van haar bevindingen
uit. Het bestuur is verplicht de commissie
ten behoeve van haar onderzoek alle door
haar gevraagde inlichtingen te verschaffen,
haar desgewenst de kas en de waarden te
tonen en de boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van de vereniging voor
raadpleging beschikbaar te stellen.
3.
Een vereniging die een of
meer ondernemingen in stand houdt welke
ingevolge de wet in het handelsregister
moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de
staat van baten en lasten de netto-omzet van
deze ondernemingen.
Artikel 49
1.
Jaarlijks binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar van een
vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3,
behoudens verlenging van deze termijn met
ten hoogste vijf maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een
jaarrekening op en legt het deze voor de
leden ter inzage ten kantore van de
vereniging. Binnen deze termijn legt het
bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor
de leden, tenzij de artikelen 396 lid 6,
eerste volzin, of 403 voor de vereniging
gelden.
2.
De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen; ontbreekt de ondertekening
van een of meer hunner, dan wordt daarvan
onder opgave van reden melding gemaakt.
3.
De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering die
het bestuur uiterlijk een maand na afloop
van de termijn doet houden. Vaststelling van
de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan
een bestuurder onderscheidenlijk
commissaris.
4.
Artikel 48 lid 1 is niet
van toepassing op de vereniging bedoeld in
artikel 360 lid 3. Artikel 48 lid 2 is
hierop van toepassing met dien verstande dat
onder stukken wordt verstaan de stukken die
ingevolge lid 1 worden overgelegd.
5.
Een vereniging als
bedoeld in artikel 360 lid 3 mag ten laste
van de door de wet voorgeschreven reserves
een tekort slechts delgen voor zover de wet
dat toestaat.
6.
Onze Minister van
Economische Zaken kan desverzocht om
gewichtige redenen ontheffing verlenen van
de verplichting tot het opmaken, het
overleggen en het vaststellen van de
jaarrekening.
Artikel 50
De vereniging, bedoeld
in artikel 360 lid 3, zorgt dat de
opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en
de krachtens artikel 392 lid 1 toe te voegen
gegevens vanaf de oproep voor de algemene
vergadering, bestemd tot behandeling van de
jaarrekening, te haren kantore aanwezig
zijn. De leden kunnen de stukken aldaar
inzien en er kosteloos een afschrift van
verkrijgen.
Artikel 50a
De artikelen 131, 138,
139, 149 en 150 zijn van overeenkomstige
toepassing in geval van faillissement van
een vereniging waarvan de statuten zijn
opgenomen in een notariële akte en die aan
de heffing van vennootschapsbelasting is
onderworpen.
Artikel 51
In geval van
faillissement of surséance van betaling van
een vereniging die is ingeschreven in het
handelsregister, worden de aankondigingen
welke krachtens de Faillissementswet in de
Nederlandse Staatscourant worden
opgenomen, door hem die met die
openbaarmaking is belast, mede ter
inschrijving in dat register opgegeven.
Artikel 52
Voorzover van de
bepalingen van deze titel in de statuten kan
worden afgeweken, kan deze afwijking alleen
geschieden bij op schrift gestelde statuten.
Titel 3. Coöperaties en
onderlinge waarborgmaatschappijen
Afdeling 1. Algemene
bepalingen
Artikel 53
1.
De coöperatie is een bij
notariële akte als coöperatie opgerichte
vereniging. Zij moet zich blijkens de
statuten ten doel stellen in bepaalde
stoffelijke behoeften van haar leden te
voorzien krachtens overeenkomsten, anders
dan van verzekering, met hen gesloten in het
bedrijf dat zij te dien einde te hunnen
behoeve uitoefent of doet uitoefenen.
2.
De onderlinge
waarborgmaatschappij is een bij notariële
akte als onderlinge waarborgmaatschappij
opgerichte vereniging. Zij moet zich
blijkens de statuten ten doel stellen met
haar leden verzekeringsovereenkomsten te
sluiten, een en ander in het
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde
ten behoeve van haar leden uitoefent.
3.
De statuten van een
coöperatie kunnen haar veroorloven
overeenkomsten als die welke zij met haar
leden sluit, ook met anderen aan te gaan;
hetzelfde geldt voor de statuten van een
onderlinge waarborgmaatschappij waarbij
iedere verplichting van leden of oud-leden
om in de tekorten bij te dragen is
uitgesloten.
4.
Indien een coöperatie of
een onderlinge waarborgmaatschappij de in
het vorige lid bedoelde bevoegdheid
uitoefent, mag zij dat niet in een zodanige
mate doen, dat de overeenkomsten met de
leden slechts van ondergeschikte betekenis
zijn.
Artikel 53a
De bepalingen van de
vorige titel zijn, met uitzondering van de
artikelen 26 lid 3 en 44 lid 2, op de
coöperatie en de onderlinge
waarborgmaatschappij van toepassing, voor
zover daarvan in deze titel niet wordt
afgeweken.
Artikel 54
1.
Een coöperatie en een
onderlinge waarborgmaatschappij worden
opgericht door een meerzijdige
rechtshandeling bij notariële akte.
2.
De naam van een
coöperatie moet het woord "coöperatief"
bevatten, die van een onderlinge
waarborgmaatschappij het woord "onderling"
of "wederkerig". De naam van de
rechtspersoon moet aan het slot de letters
W.A., B.A. of U.A. overeenkomstig artikel 56
dragen.
Artikel 54a [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 55
1.
Zij die bij
de ontbinding leden waren, of minder dan een
jaar te voren hebben opgehouden leden te
zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar
de in de statuten aangegeven maatstaf voor
een tekort aansprakelijk; wordt een
coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij ontbonden door haar
insolventie nadat zij in staat van
faillissement is verklaard, dan wordt de
termijn van een jaar niet van de dag der
ontbinding, maar van de dag der
faillietverklaring gerekend. De statuten
kunnen een langere termijn dan een jaar
vaststellen.
2.
Bevatten de statuten niet
een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid,
dan zijn allen voor gelijke delen
aansprakelijk.
3.
Kan op een of meer van de
leden of oud-leden het bedrag van zijn
aandeel in het tekort niet worden verhaald,
dan zijn voor het ontbrekende de overige
leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid
van zijn aandeel, aansprakelijk. Deze
aansprakelijkheid bestaat ook, indien de
vereffenaars afzien van verhaal op een of
meer leden of oud-leden, op grond dat door
de uitoefening van het verhaalsrecht een
bate voor de boedel niet zou worden
verkregen. Indien de vereffening geschiedt
onder toezicht van personen, door de wet met
dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars
van dat verhaal slechts afzien met
machtiging van deze personen.
4.
De aansprakelijke leden
en oud-leden zijn gehouden tot onmiddellijke
betaling van hun aandeel in een geraamd
tekort, vermeerderd met 50 ten honderd, of
zoveel minder als de vereffenaars voldoende
achten, tot voorlopige dekking van een
nadere omslag voor de kosten van invordering
en van het aandeel van hen, die in gebreke
mochten blijven aan hun verplichting te
voldoen.
5.
Een lid of oud-lid is
niet bevoegd tot verrekening van zijn schuld
uit hoofde van dit artikel.
Artikel 56
1.
Een coöperatie of een
onderlinge waarborgmaatschappij kan in
afwijking van het in het vorige artikel
bepaalde in haar statuten iedere
verplichting van haar leden of oud-leden om
in een tekort bij te dragen, uitsluiten of
tot een maximum beperken. De leden kunnen
hierop slechts een beroep doen, indien de
rechtspersoon aan het slot van zijn naam in
het eerste geval de letters U.A.
(uitsluiting van aansprakelijkheid), en in
het tweede geval de letters B.A. (beperkte
aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een
rechtspersoon waarop de eerste zin niet is
toegepast, plaatst de letters W.A.
(wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot
van zijn naam.
2.
De genoemde
rechtspersonen zijn, behoudens in
telegrammen en reclames, verplicht haar naam
volledig te voeren.
Artikel 57
1.
Bij de statuten kan
worden bepaald dat er een raad van
commissarissen zal zijn. De raad bestaat uit
een of meer natuurlijke personen.
2.
De raad van
commissarissen heeft tot taak toezicht te
houden op het beleid van het bestuur en op
de algemene gang van zaken in de
rechtspersoon en de daarmee verbonden
onderneming. Hij staat het bestuur met raad
ter zijde. Bij de vervulling van hun taak
richten de commissarissen zich naar het
belang van de rechtspersoon en de daarmee
verbonden onderneming.
3.
Tenzij bij de statuten
anders is bepaald, is de raad van
commissarissen bevoegd iedere door de
algemene vergadering benoemde bestuurder te
allen tijde te schorsen. Deze schorsing kan
te allen tijde door de algemene vergadering
worden opgeheven.
4.
Behoudens het bepaalde in
artikel 47 vertegenwoordigt de raad van
commissarissen de rechtspersoon in andere
gevallen van strijdig belang met een of meer
bestuurders dan het sluiten of wijzigen van
overeenkomsten zoals deze met alle leden in
gelijke omstandigheden worden gesloten. De
statuten kunnen van deze bepaling afwijken.
5.
De statuten kunnen
aanvullende bepalingen omtrent de taak en de
bevoegdheden van de raad en van zijn leden
bevatten.
6.
Tenzij de statuten anders
bepalen, kan de algemene vergadering aan de
commissarissen als zodanig een bezoldiging
toekennen.
7.
Tenzij de statuten de
commissarissen stemrecht toekennen, hebben
zij als zodanig in de algemene vergadering
slechts raadgevende stem.
8.
Het bestuur verschaft de
raad van commissarissen tijdig de voor de
uitoefening van diens taak noodzakelijke
gegevens.
Artikel 57a
1.
Op de benoeming van
commissarissen die niet reeds bij de akte
van oprichting zijn aangewezen, is artikel
37 van overeenkomstige toepassing, tenzij
zij overeenkomstig artikel 63f
geschiedt.
2.
Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris
worden van de kandidaat medegedeeld zijn
leeftijd, zijn beroep en de betrekkingen die
hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor
zover die van belang zijn in verband met de
vervulling van de taak van een commissaris.
Tevens wordt vermeld aan welke
rechtspersonen hij reeds als commissaris is
verbonden; indien zich daaronder
rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde
groep behoren, kan met de aanduiding van de
groep worden volstaan. De aanbeveling en de
voordracht worden met redenen omkleed.
Artikel 58
1.
Jaarlijks binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar,
behoudens verlenging van deze termijn met
ten hoogste vijf maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een
jaarrekening op en legt het deze voor de
leden ter inzage ten kantore van de
rechtspersoon. Binnen deze termijn legt het
bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor
de leden, tenzij de artikelen 396 lid 6, of
403 voor de rechtspersoon gelden. De
jaarrekening wordt vastgesteld door de
algemene vergadering die het bestuur
uiterlijk een maand na afloop van de termijn
doet houden. Artikel 48 lid 2 is van
overeenkomstige toepassing. Vaststelling van
de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan
een bestuurder onderscheidenlijk
commissaris.
2.
De opgemaakte
jaarrekening wordt ondertekend door de
bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer
hunner, dan wordt daarvan onder opgave van
reden melding gemaakt.
3.
De rechtspersoon zorgt
dat de opgemaakte jaarrekening, het
jaarverslag en de krachtens artikel 392 lid
1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep
voor de algemene vergadering, bestemd tot
behandeling van de jaarrekening, te zijnen
kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de
stukken aldaar inzien en er kosteloos een
afschrift van verkrijgen.
4.
Ten laste van de door de
wet voorgeschreven reserves mag een tekort
slechts worden gedelgd voor zover de wet dat
toestaat.
5.
Onze Minister van
Economische Zaken kan desverzocht om
gewichtige redenen ontheffing verlenen van
de verplichting tot het opmaken, het
overleggen en het vaststellen van de
jaarrekening.
Artikel 59
1.
Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen zijn niet bevoegd
door een besluit wijzigingen in de met haar
leden in de uitoefening van haar bedrijf
aangegane overeenkomsten aan te brengen,
tenzij zij zich deze bevoegdheid in de
overeenkomst op duidelijke wijze hebben
voorbehouden. Een verwijzing naar statuten,
reglementen, algemene voorwaarden of
dergelijke, is daartoe niet voldoende.
2.
Op een wijziging als in
het vorige lid bedoeld kan de rechtspersoon
zich tegenover een lid slechts beroepen
indien de wijziging schriftelijk aan het lid
was medegedeeld.
Artikel 60
Voor de coöperatie
geldt voorts dat, met behoud der vrijheid
van uittreding uit de coöperatie, daaraan
bij de statuten voorwaarden, in
overeenstemming met haar doel en strekking,
kunnen worden verbonden. Een voorwaarde
welke verder gaat dan geoorloofd is, wordt
in zoverre voor niet geschreven gehouden.
Artikel 61
Voor een coöperatie,
die in haar statuten niet iedere
verplichting van haar leden of oud-leden om
in een tekort bij te dragen heeft
uitgesloten, gelden bovendien de volgende
bepalingen:
a. Het
lidmaatschap wordt schriftelijk
aangevraagd. Aan de aanvrager wordt
eveneens schriftelijk bericht, dat hij
als lid is toegelaten of geweigerd.
Wanneer hij is toegelaten, wordt hem
tevens medegedeeld onder welk nummer hij
als lid in de administratie der
coöperatie is ingeschreven. Niettemin
behoeft, ten bewijze van de verkrijging
van het lidmaatschap, van een
schriftelijke aanvrage en een
schriftelijk bericht als hiervoor
bedoeld, niet te blijken.
b. De geschriften,
waarbij het lidmaatschap wordt
aangevraagd, worden gedurende ten minste
tien jaren door het bestuur bewaard.
Echter behoeven de hierbedoelde
geschriften niet te worden bewaard voor
zover het betreft diegenen, van wie het
lidmaatschap kan blijken uit een door
hen ondertekende, gedagtekende
verklaring in de administratie van de
coöperatie.
c. De opzegging
van het lidmaatschap kan slechts
geschieden, hetzij bij een afzonderlijk
geschrift, hetzij door een door het lid
ondertekende, gedagtekende verklaring in
de administratie van de coöperatie. Het
lid dat de opzegging doet, ontvangt
daarvan een schriftelijke erkenning van
het bestuur. Wordt de schriftelijke
erkenning niet binnen veertien dagen
gegeven, dan is het lid bevoegd de
opzegging op kosten van de coöperatie
bij deurwaardersexploot te herhalen.
d. Een door het
bestuur gewaarmerkt afschrift van de
ledenlijst wordt ten kantore van het
handelsregister neergelegd bij de
inschrijving van de coöperatie. Binnen
een maand na het einde van ieder
boekjaar wordt door het bestuur een
schriftelijke opgave van de wijzigingen
die de ledenlijst in de loop van het
boekjaar heeft ondergaan, aan de ten
kantore van het handelsregister
neergelegde lijst toegevoegd of wordt,
indien de Kamer van Koophandel en
Fabrieken dit nodig oordeelt, een nieuwe
lijst neergelegd.
Artikel 62
Voor een onderlinge
waarborgmaatschappij gelden voorts de
volgende bepalingen:
a. Zij die als
verzekeringnemer bij een onderlinge
waarborgmaatschappij een overeenkomst
van verzekering lopende hebben, zijn van
rechtswege lid van de
waarborgmaatschappij. Bij de onderlinge
waarborgmaatschappij die krachtens haar
statuten ook verzekeringnemers die geen
lid zijn mag verzekeren, kan van deze
bepaling worden afgeweken.
b. Tenzij de
statuten anders bepalen, duurt het
lidmaatschap dat uit een
verzekeringsovereenkomst ontstaat, voort
totdat alle door het lid met de
waarborgmaatschappij gesloten
verzekeringsovereenkomsten zijn
geëindigd. Bij overdracht of overgang
van de rechten en verplichtingen uit
zodanige overeenkomst gaat het
lidmaatschap, voor zover uit die
overeenkomst voortvloeiende, op de
nieuwe verkrijger of de nieuwe
verkrijgers over, een en ander behoudens
afwijkende bepalingen in de statuten.
c. Indien het
waarborgkapitaal van een onderlinge
waarborgmaatschappij in aandelen is
verdeeld, zijn de artikelen 79-89,
90-92, 95, 96 lid 1, 98 leden 1 en 6, en
98c leden 1 en 2 van dit boek van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 63
1.
Het is aan een persoon
die geen coöperatie of een onderlinge
waarborgmaatschappij is, verboden zaken te
doen met gebruik van de aanduiding
"coöperatief", "onderling" of "wederkerig".
2.
Ingeval van overtreding
van dit verbod kan iedere coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij vorderen,
dat de overtreder zich op straffe van een
door de rechter te bepalen dwangsom onthoudt
het gewraakte woord bij het doen van zaken
te gebruiken.
Afdeling 2. De raad van
commissarissen bij de grote coöperatie en bij de
grote onderlinge waarborgmaatschappij
Artikel 63a
In deze afdeling wordt
onder een afhankelijke maatschappij
verstaan:
a. een
rechtspersoon waaraan de coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij of een
of meer afhankelijke maatschappijen
alleen of samen voor eigen rekening ten
minste de helft van het geplaatste
kapitaal verschaffen.
b. een
vennootschap waarvan een onderneming in
het handelsregister is ingeschreven en
waarvoor de coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij als vennote jegens
derden volledig aansprakelijk is voor
alle schulden.
Artikel 63b
1.
Een coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij moet, indien
lid 2 op haar van toepassing is, binnen twee
maanden na de vaststelling van haar
jaarrekening door de algemene vergadering,
aan het handelsregister opgeven dat zij
voldoet aan de in lid 2 gestelde
voorwaarden. Totdat artikel 63c lid 3
toepassing heeft gevonden, vermeldt het
bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer
de opgave is gedaan; wordt de opgaaf
doorgehaald, dan wordt daarvan melding
gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de
doorhaling wordt uitgebracht.
2.
De verplichting tot
opgave geldt, indien:
a. het eigen
vermogen volgens de balans met
toelichting ten minste een bij
koninklijk besluit vastgesteld
grensbedrag[Red: Bij Stb. 2000/290 is
dit bedrag m.i.v. 1 september 2000
vastgesteld op 13 000 000 euro.]
beloopt,
b. de
rechtspersoon of een afhankelijke
maatschappij krachtens wettelijke
verplichting een ondernemingsraad heeft
ingesteld, en
c. bij de
rechtspersoon en haar afhankelijke
maatschappijen te zamen in de regel ten
minste honderd werknemers in Nederland
werkzaam zijn.
3.
Het in onderdeel a
van lid 2 genoemde grensbedrag wordt ten
hoogste eenmaal in de twee jaren verhoogd of
verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van
een bij algemene maatregel van bestuur aan
te wijzen prijsindexcijfer sedert een bij
die maatregel te bepalen datum; het wordt
daarbij afgerond op het naaste veelvoud van
een miljoen euro. Het bedrag wordt niet
opnieuw vastgesteld zo lang als het
onafgeronde bedrag minder dan een miljoen
euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
4.
Onder het eigen vermogen
wordt in onderdeel a van lid 2
begrepen de gezamenlijke verrichte en nog te
verrichten inbreng van vennoten bij wijze
van geldschieting in afhankelijke
maatschappijen die commanditaire
vennootschap zijn, voor zover dit niet tot
dubbeltelling leidt.
Artikel 63c
1.
De artikelen 63f tot en
met 63j zijn van toepassing op een
rechtspersoon waaromtrent een in artikel 63b
bedoelde opgaaf gedurende drie jaren
onafgebroken is ingeschreven. Deze termijn
wordt geacht niet te zijn onderbroken,
indien een doorhaling van de opgaaf, welke
tijdens die termijn ten onrechte heeft
plaatsgevonden, ongedaan is gemaakt.
2.
De doorhaling van de
inschrijving op de grond dat de
rechtspersoon niet meer voldoet aan de
voorwaarden van artikel 63b lid 2 doet de
toepasselijkheid van de artikelen 63f
tot en met 63j slechts eindigen, indien na
de doorhaling drie jaren zijn verstreken
waarin de rechtspersoon niet opnieuw tot de
opgaaf verplicht is geweest.
3.
De coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij brengt haar
statuten in overeenstemming met de artikelen
63f tot en met 63j welke voor haar gelden,
uiterlijk met ingang van de dag waarop die
artikelen krachtens lid 1 op haar van
toepassing worden.
Artikel 63d
1.
De artikelen 63f
tot en met 63j gelden niet voor een
rechtspersoon wier werkzaamheid zich
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend beperkt
tot het beheer en de financiering van
afhankelijke maatschappijen en van haar en
hun deelnemingen in andere rechtspersonen,
mits de werknemers van de Nederlandse
afhankelijke maatschappijen vertegenwoordigd
zijn in een ondernemingsraad die de
bevoegdheden heeft, bedoeld in de artikelen
158 en 268.
2.
Onze Minister van
Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische
Raad, aan een coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij op haar verzoek
ontheffing verlenen van een of meer der
artikelen 63f tot en met 63j.
De ontheffing kan onder beperkingen worden
verleend en daaraan kunnen voorschriften
worden verbonden. Zij kan worden gewijzigd
en ingetrokken.
Artikel 63e
Een coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij waarvoor
artikel 63c niet geldt, kan bij haar
statuten de wijze van benoeming en ontslag
van commissarissen en de taak en
bevoegdheden van de raad van commissarissen
regelen overeenkomstig de artikelen 63f tot
en met 63j, indien zij of een afhankelijke
maatschappij een ondernemingsraad heeft
ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op
de ondernemingsraden van toepassing zijn.
Deze regeling in de statuten verliest haar
gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te
bestaan of op die raad niet langer de
bepalingen van de Wet op de
ondernemingsraden van toepassing zijn.
Artikel 63f
1.
De grote coöperatie en de
grote onderlinge waarborgmaatschappij hebben
een raad van commissarissen.
2.
De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 8, op
voordracht van de raad van commissarissen
benoemd door de algemene vergadering,
voorzover de benoeming niet reeds is
geschied bij de akte van oprichting of
voordat dit artikel op de rechtspersoon van
toepassing is geworden.
3.
De raad van
commissarissen bestaat uit ten minste drie
leden. Is het aantal commissarissen minder
dan drie, dan bevordert de raad onverwijld
maatregelen tot aanvulling van zijn
ledental.
4.
De algemene vergadering,
de ondernemingsraad en het bestuur kunnen
aan de raad van commissarissen personen
aanbevelen om als commissaris voor te
dragen. De raad van commissarissen deelt hun
daartoe tijdig mede, wanneer en ten gevolge
waarvan in zijn midden een plaats moet
worden vervuld.
5.
De raad van
commissarissen geeft aan de algemene
vergadering en de ondernemingsraad kennis
van de naam van degene die hij voordraagt,
met inachtneming van artikel 57a lid
2.
6.
De algemene vergadering
benoemt de voorgedragen persoon, tenzij de
ondernemingsraad binnen twee maanden na de
kennisgeving of de algemene vergadering zelf
uiterlijk in de eerste vergadering na die
twee maanden tegen de voordracht bezwaar
maakt:
a. op grond dat de
voorschriften van lid 4, tweede volzin,
of lid 5 niet behoorlijk zijn nageleefd;
b. op grond van de
verwachting dat de voorgedragen persoon
ongeschikt zal zijn voor de vervulling
van de taak van de commissaris; of
c. op grond van de
verwachting dat de raad van
commissarissen bij benoeming
overeenkomstig het voornemen niet naar
behoren zal zijn samengesteld.
7.
Het bezwaar wordt aan de
raad van commissarissen onder opgave van
redenen medegedeeld.
8.
Niettegenstaande het
bezwaar van de ondernemingsraad kan de
voorgedragen candidaat worden benoemd,
indien de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam het bezwaar
ongegrond verklaart op verzoek van een
daartoe door de raad van commissarissen
aangewezen vertegenwoordiger. Op diens
verzoek benoemt de ondernemingskamer de
voorgedragen candidaat, indien de algemene
vergadering bezwaar heeft gemaakt of hem
niet in haar daartoe bijeengeroepen
vergadering heeft benoemd, tenzij de
ondernemingskamer een bezwaar van de
algemene vergadering gegrond acht.
9.
Verweer kan worden
gevoerd door een vertegenwoordiger, daartoe
aangewezen door de ledenvergadering of door
de ondernemingsraad die het in lid 6
bedoelde bezwaar heeft gemaakt.
10.
Tegen de beslissing van
de ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel
open. De ondernemingskamer kan geen
veroordeling in de proceskosten uitspreken.
11.
Voor de toepassing van
dit artikel wordt onder de ondernemingsraad
verstaan de ondernemingsraad van de
onderneming van de rechtspersoon of van een
afhankelijke maatschappij. Zijn er twee of
meer ondernemingsraden, dan zijn deze
gelijkelijk bevoegd. Is voor de betrokken
onderneming of ondernemingen een centrale
ondernemingsraad ingesteld, dan komen de
bevoegdheden van de ondernemingsraad volgens
dit artikel toe aan de centrale
ondernemingsraad. De ondernemingsraad neemt
geen besluit als bedoeld in dit artikel dan
na er ten minste eenmaal over te hebben
overlegd met de rechtspersoon.
Artikel 63g
1.
Ontbreken alle
commissarissen, dan kunnen de
ondernemingsraad en het bestuur personen
voor benoeming tot commissaris aanbevelen
aan de ledenvergadering. Degene die de
algemene vergadering bijeenroept, deelt de
ondernemingsraad en het bestuur tijdig mede
dat de benoeming van commissarissen
onderwerp van behandeling zal zijn.
2.
De benoeming is van
kracht, tenzij de ondernemingsraad binnen
twee maanden na overeenkomstig artikel 63f
lid 5 in kennis te zijn gesteld van de naam
van de benoemde persoon, overeenkomstig
artikel 63f lid 6 bij de rechtspersoon
bezwaar maakt. Niettegenstaande dit bezwaar
wordt de benoeming van kracht, indien de
ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam op verzoek van een daartoe door de
algemene vergadering aangewezen
vertegenwoordiger het bezwaar ongegrond
verklaart.
3.
De leden van 10 en 11 van
artikel 63f zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 63h
1.
Commissaris kunnen niet
zijn:
a. personen in
dienst van de rechtspersoon;
b. personen in
dienst van een afhankelijke
maatschappij;
c. bestuurders en
personen in dienst van een
werknemersorganisatie welke pleegt
betrokken te zijn bij de vaststelling
van de arbeidsvoorwaarden van de onder
a en b bedoelde personen.
2.
De statuten mogen voor
ten hoogste twee derden van het aantal
commissarissen bepalen dat zij worden
benoemd uit een kring waartoe ten minste de
leden van de rechtspersoon behoren.
Artikel 63i
1.
Een commissaris treedt
uiterlijk af, indien hij na zijn laatste
benoeming vier jaren commissaris is geweest.
De termijn kan bij de statuten worden
verlengd tot de dag van de eerstvolgende
algemene vergadering na afloop van de vier
jaren of na de dag waarop dit artikel voor
de rechtspersoon is gaan gelden.
2.
De ondernemingskamer van
het gerechtshof te Amsterdam kan op verzoek
een commissaris ontslaan wegens
verwaarlozing van zijn taak, wegens andere
gewichtige redenen of wegens ingrijpende
wijziging van de omstandigheden op grond
waarvan handhaving van de commissaris
redelijkerwijs niet van de rechtspersoon kan
worden verlangd. Het verzoek kan worden
ingediend door een vertegenwoordiger,
daartoe aangewezen door de raad van
commissarissen, door de algemene vergadering
of door de ondernemingsraad. Artikel 63f
lid 11 is van overeenkomstige toepassing.
3.
Een commissaris kan
slechts worden geschorst door de raad van
commissarissen. De schorsing vervalt van
rechtswege, indien niet binnen een maand na
de aanvang der schorsing een verzoek als
bedoeld in lid 2 is ingediend bij de
ondernemingskamer.
Artikel 63j
1.
Aan de goedkeuring van de
raad van commissarissen zijn onderworpen de
besluiten van het bestuur omtrent:
a. uitgifte van
schuldbrieven ten laste van de
rechtspersoon;
b. uitgifte van
schuldbrieven ten laste van een
commanditaire vennootschap of
vennootschap onder firma waarvan de
rechtspersoon volledig aansprakelijke
vennoot is;
c. het aanvragen
van toelating van de onder a en b
bedoelde schuldbrieven tot de handel op
een markt in financiële instrumenten als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht dan wel het
aanvragen van een intrekking van
zodanige toelating;
d. het aangaan of
verbreken van duurzame samenwerking van
de rechtspersoon of een afhankelijke
maatschappij met een andere
rechtspersoon of vennootschap dan wel
als volledig aansprakelijk vennoot in
een commanditaire vennootschap of
vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van
ingrijpende betekenis is voor de
rechtspersoon;
e. het nemen van
een deelneming ter waarde van ten minste
een vierde van het bedrag van het eigen
vermogen volgens de balans met
toelichting van de rechtspersoon, door
deze of een afhankelijke maatschappij in
het kapitaal van een vennootschap,
alsmede het ingrijpend vergroten of
verminderen van zulk een deelneming;
f. investeringen
welke een bedrag vereisen, gelijk aan
een vierde van het eigen vermogen
volgens de balans met toelichting van de
rechtspersoon;
g. een voorstel
tot wijziging der statuten;
h. een voorstel
tot ontbinding van de rechtspersoon;
i. aangifte van
faillissement en aanvrage van surséance
van betaling;
j. beëindiging van
de arbeidsovereenkomst van een
aanmerkelijk aantal werknemers van de
rechtspersoon of een afhankelijke
maatschappij tegelijkertijd of binnen
een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende
wijziging in de arbeidsomstandigheden
van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de rechtspersoon of van een
afhankelijke maatschappij.
2.
Het ontbreken van de
goedkeuring van de raad van commissarissen
op een besluit als bedoeld in lid 1 tast de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van het
bestuur of bestuurders niet aan.
3.
Voor besluiten van de
rechtspersoon als bedoeld in de onderdelen
d, e, f, j en
k van lid 1 is enig besluit vereist van
het bestuur.
Titel 4. Naamloze
vennootschappen
Afdeling 1. Algemene
bepalingen
Artikel 64
1.
De naamloze vennootschap
is een rechtspersoon met een in
overdraagbare aandelen verdeeld
maatschappelijk kapitaal. Een aandeelhouder
is niet persoonlijk aansprakelijk voor
hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het
bedrag dat op zijn aandeel behoort te worden
gestort in de verliezen van de vennootschap
bij te dragen.
2.
De vennootschap wordt
door een of meer personen opgericht bij
notariële akte. Voor oprichting is vereist
een verklaring van Onze Minister van
Justitie dat hem van geen bezwaren is
gebleken. De akte wordt getekend door iedere
oprichter en door ieder die blijkens deze
akte een of meer aandelen neemt.
3.
De akte van oprichting
moet binnen drie maanden na de dagtekening
van de verklaring van geen bezwaar zijn
verleden, op straffe van verval van de
verklaring. Onze Minister kan op verzoek van
belanghebbenden op grond van gewichtige
redenen deze termijn met ten hoogste drie
maanden verlengen.
Artikel 65
De akte van oprichting van
een naamloze vennootschap wordt verleden in de
Nederlandse taal. Een volmacht tot medewerking
aan die akte moet schriftelijk zijn verleend.
Artikel 66
1.
De akte van oprichting
moet de statuten van de naamloze
vennootschap bevatten. De statuten bevatten
de naam, de zetel en het doel van de
vennootschap.
2.
De naam vangt aan of
eindigt met de woorden Naamloze
Vennootschap, hetzij voluit geschreven,
hetzij afgekort tot "N.V.".
3.
De zetel moet zijn
gelegen in Nederland.
Artikel 67
1.
De statuten vermelden het
bedrag van het maatschappelijk kapitaal en
het aantal en het bedrag van de aandelen in
euro tot ten hoogste twee cijfers achter de
komma. Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan vermelden de statuten het
aantal en het bedrag van elke soort. De akte
van oprichting vermeldt het bedrag van het
geplaatste kapitaal en van het gestorte deel
daarvan. Zijn er verschillende soorten
aandelen dan worden de bedragen van het
geplaatste en van het gestorte kapitaal
uitgesplitst per soort. De akte vermeldt
voorts van ieder die bij de oprichting
aandelen neemt de in artikel 86 lid 2 onder
b en c bedoelde gegevens met
het aantal en de soort van de door hem
genomen aandelen en het daarop gestorte
bedrag.
2.
Het maatschappelijke en
het geplaatste kapitaal moeten ten minste
het minimumkapitaal bedragen. Het
minimumkapitaal bedraagt
vijfenveertigduizend euro. Bij algemene
maatregel van bestuur wordt dit bedrag
verhoogd, indien het recht van de Europese
Gemeenschappen verplicht tot verhoging van
het geplaatste kapitaal. Voor naamloze
vennootschappen die bestaan op de dag
voordat deze verhoging in werking treedt,
wordt zij eerst achttien maanden na die dag
van kracht.
3.
Het gestorte deel van het
geplaatste kapitaal moet ten minste
vijfenveertigduizend euro bedragen.
4.
Van het maatschappelijke
kapitaal moet ten minste een vijfde gedeelte
zijn geplaatst.
5.
Een naamloze vennootschap
die is ontstaan voor 1 januari 2002 kan het
bedrag van het maatschappelijke kapitaal en
het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden tot ten hoogste twee cijfers
achter de komma.
Artikel 67a
1.
Indien een naamloze
vennootschap in de statuten het bedrag van
het maatschappelijk kapitaal en het bedrag
van de aandelen in gulden omzet in euro,
wordt het bedrag van de geplaatste aandelen
en het gestorte deel daarvan in euro
berekend volgens de krachtens artikel 109L,
vierde lid van het Verdrag betreffende de
Europese Unie definitief vastgestelde
omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee
cijfers achter de komma. Het afgeronde
bedrag van elk aandeel in euro mag ten
hoogste 15% hoger of lager liggen dan het
oorspronkelijke bedrag van het aandeel in
gulden. Het totaal van de bedragen van de
aandelen in euro bedoeld in artikel 67 is
het maatschappelijk kapitaal in euro. De som
van de bedragen van de geplaatste aandelen
en het gestorte deel daarvan in euro is het
bedrag van het geplaatste kapitaal en het
gestorte deel daarvan in euro. De akte
vermeldt het bedrag van het geplaatste
kapitaal en het gestorte deel daarvan in
euro.
2.
Is na omrekening volgens
lid 1 de som van de bedragen van de
geplaatste aandelen hoger dan het volgens de
krachtens artikel 109L, vierde lid van het
verdrag betreffende de Europese unie
definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst
kapitaal, dan wordt het verschil ten laste
gebracht van de uitkeerbare reserves of de
reserves bedoeld in artikel 389 of 390. Zijn
deze reserves niet toereikend, dan vormt de
vennootschap een negatieve
bijschrijvingsreserve ter grootte van het
verschil dat niet ten laste van de
uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is
gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden
winst of te vormen reserves is voldaan, mag
de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in
artikel 105 doen. Door het voldoen aan het
bepaalde in dit lid worden de aandelen
geacht te zijn volgestort.
3.
Is na omrekening volgens
lid 1 de som van de bedragen van de
geplaatste aandelen lager dan het volgens de
krachtens artikel 109L, vierde lid van het
Verdrag betreffende de Europese Unie
definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst
kapitaal, dan houdt de vennootschap een
niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van
het verschil. Artikel 99 is niet van
toepassing.
Artikel 67b
Indien de vennootschap
in afwijking van artikel 67a het bedrag van
de aandelen wijzigt, behoeft deze wijziging
de goedkeuring van elke groep van
aandeelhouders aan wier rechten de wijziging
afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging
recht op geld of schuldvorderingen, dan mag
het totale bedrag daarvan een tiende van het
gewijzigde nominale bedrag van de aandelen
niet te boven gaan.
Artikel 67c
1.
Een naamloze vennootschap
waarvan de statuten het maatschappelijk
kapitaal en het bedrag van de aandelen in
gulden vermelden, kan in het maatschappelijk
verkeer de tegenwaarde in euro gebruiken tot
ten hoogste twee cijfers achter de komma,
mits daarbij wordt verwezen naar dit
artikel. Dit gebruik van de tegenwaarde in
euro heeft geen rechtsgevolg.
2.
Indien een naamloze
vennootschap waarvan de statuten het bedrag
van het maatschappelijk kapitaal en het
bedrag van de aandelen in gulden vermelden,
na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in
een of meer bepalingen waarin bedragen in
gulden worden uitgedrukt, worden in de
statuten alle bedragen omgezet in euro. De
artikelen 67a en 67b zijn van toepassing.
Artikel 68
1.
Ter verkrijging van een
verklaring van Onze Minister van Justitie
dat hem van geen bezwaren is gebleken,
moeten aan hem alle inlichtingen verstrekt
worden die noodzakelijk zijn voor het
beoordelen van de aanvraag. Tevens moet aan
Onze Minister ten bate van 's Rijks kas een
bedrag van € 90,76 worden voldaan. Wij
kunnen bij algemene maatregel van bestuur
dit bedrag verhogen in verband met de
stijging van het loon- en prijspeil.
2.
De verklaring mag alleen
worden geweigerd op grond dat er, gelet op
de voornemens of de antecedenten van de
personen die het beleid van de vennootschap
zullen bepalen of mede bepalen, gevaar
bestaat dat de vennootschap zal worden
gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of
dat haar werkzaamheid zal leiden tot
benadeling van haar schuldeisers.
3.
Ten behoeve van de
uitoefening van het toezicht, bedoeld in lid
2, verstrekken het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de
rijksbelastingdienst op zijn verzoek aan
Onze Minister de inlichtingen die deze
behoeft. Het instituut en de
rijksbelastingdienst verlenen Onze Minister
op verzoek kosteloos inzage van gegevens
waarover zij beschikken of verstrekken
kosteloos uittreksels daaruit.
Artikel 69
1.
De bestuurders zijn
verplicht de vennootschap te doen
inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift van de akte van
oprichting en van de daaraan ingevolge de
artikelen 93a, 94 en 94a gehechte stukken
neer te leggen ten kantore van het
handelsregister. Tegelijkertijd moeten zij
opgave doen van het totaal van de
vastgestelde en geraamde kosten die met de
oprichting verband houden en ten laste van
de vennootschap komen.
2.
De bestuurders zijn naast
de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk
voor elke tijdens hun bestuur verrichte
rechtshandeling waardoor de vennootschap
wordt verbonden in het tijdvak voordat:
a. de opgave ter
eerste inschrijving in het
handelsregister, vergezeld van de neer
te leggen afschriften, is geschied,
b. het gestorte
deel van het kapitaal ten minste het bij
de oprichting voorgeschreven
minimumkapitaal bedraagt, en
c. op het bij de
oprichting geplaatste kapitaal ten
minste een vierde van het nominale
bedrag is gestort.
Artikel 70 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 71
1.
Wanneer de
naamloze vennootschap zich krachtens artikel
18 omzet in een vereniging, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij, wordt
iedere aandeelhouder lid, tenzij hij de
schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld
in lid 2.
2.
Op het besluit tot
omzetting is artikel 100 van toepassing,
tenzij de vennootschap zich omzet in een
besloten vennootschap. Na zulk een besluit
kan iedere aandeelhouder die niet met het
besluit heeft ingestemd, de vennootschap
schadeloosstelling vragen voor het verlies
van zijn aandelen. Het verzoek tot
schadeloosstelling moet schriftelijk aan de
vennootschap worden gedaan binnen één maand
nadat zij aan de aandeelhouder heeft
meegedeeld, dat hij deze schadeloosstelling
kan vragen. De mededeling geschiedt op de
zelfde wijze als de oproeping tot een
algemene vergadering.
3.
Bij gebreke van
overeenstemming wordt de schadeloosstelling
bepaald door een of meer onafhankelijke
deskundigen, ten verzoeke van de meest
gerede partij te benoemen door de rechtbank
bij de machtiging tot omzetting of door de
voorzieningenrechter van de rechtbank. De
artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
Artikel 72
1.
Wanneer een besloten
vennootschap zich krachtens artikel 18 omzet
in een naamloze vennootschap, worden aan de
akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring
van Onze Minister van Justitie, waarop
artikel 235 van toepassing is, dat hem
van bezwaren tegen de omzetting en
statutenwijziging niet is gebleken;
b. een verklaring
van een accountant als bedoeld in
artikel 393 lid 1, waaruit blijkt dat
het eigen vermogen van de vennootschap
op een dag binnen vijf maanden voor de
omzetting ten minste overeenkwam met het
gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal.
2.
Wanneer een andere
rechtspersoon zich krachtens artikel 18
omzet in een naamloze vennootschap, worden
aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring
van Onze Minister van Justitie, waarop
artikel 68 van toepassing is, dat hem
van bezwaren tegen de omzetting en
statutenwijziging niet is gebleken;
b. een verklaring
van een accountant als bedoeld in
artikel 393 lid 1, waaruit blijkt dat
het eigen vermogen van de rechtspersoon
op een dag binnen vijf maanden voor de
omzetting ten minste het bedrag beloopt
van het gestorte deel van het geplaatste
kapitaal volgens de akte van omzetting;
bij het eigen vermogen mag de waarde
worden geteld van hetgeen na die dag
uiterlijk onverwijld na de omzetting op
aandelen zal worden gestort;
c. indien de
rechtspersoon leden heeft, de
schriftelijke toestemming van ieder lid
wiens aandelen niet worden volgestort
door omzetting van de reserves van de
rechtspersoon;
d. indien een
stichting wordt omgezet, de rechterlijke
machtiging daartoe.
3.
Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij zich krachtens artikel
18 omzet in een naamloze vennootschap, wordt
ieder lid aandeelhouder. De omzetting kan
niet geschieden, zolang een lid nog kan
opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
Artikel 73 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 74
1.
Op verzoek
van het openbaar ministerie ontbindt de
rechtbank de naamloze vennootschap wanneer
deze haar doel, door een gebrek aan baten,
niet kan bereiken, en kan de rechtbank de
vennootschap ontbinden, wanneer deze haar
werkzaamheid tot verwezenlijking van haar
doel heeft gestaakt. Het openbaar ministerie
deelt de Kamer van Koophandel en Fabrieken,
in wier handelsregister de vennootschap is
ingeschreven, mee dat het voornemens is een
vordering tot ontbinding in te stellen.
2.
De rechtbank ontbindt de
vennootschap op verzoek van het openbaar
ministerie wanneer het geplaatste kapitaal
of het gestorte deel daarvan geringer is dan
het minimumkapitaal.
3.
Alvorens de ontbinding
uit te spreken kan de rechter de
vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het
verzuim te herstellen of zich om te zetten
in een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid.
Artikel 75
1.
Uit alle geschriften,
gedrukte stukken en aankondigingen, waarin
de naamloze vennootschap partij is of die
van haar uitgaan, met uitzondering van
telegrammen en reclames, moeten de volledige
naam van de vennootschap en haar woonplaats
duidelijk blijken.
2.
Indien melding wordt
gemaakt van het kapitaal van de
vennootschap, moet in elk geval worden
vermeld welk bedrag is geplaatst, en hoeveel
van het geplaatste bedrag is gestort.
Artikel 76 [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 76a
1.
Onder
beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal wordt verstaan een naamloze
vennootschap,
a. die uitsluitend
ten doel heeft haar vermogen zodanig te
beleggen dat de risico’s daarvan worden
gespreid, ten einde haar aandeelhouders
in de opbrengst te doen delen,
b. waarvan het
bestuur krachtens de statuten bevoegd is
aandelen in haar kapitaal uit te geven,
te verwerven en te vervreemden,
c. waarvoor aan
een beheerder een vergunning is verleend
als bedoeld in de Wet op het financieel
toezicht voor plaatsing van haar
aandelen, en
d. waarvan de
statuten bepalen dat de vennootschap
beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal is.
2.
De vennootschap doet aan
het handelsregister en aan de Stichting
Autoriteit Financiële Markten opgave dat zij
een beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal is. Deze woorden moeten ook in alle
geschriften, gedrukte stukken en
aankondigingen, waarin de
beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal partij is of die van haar uitgaan,
met uitzondering van telegrammen en
reclames, duidelijk bij haar naam worden
vermeld.
Artikel 77
Wanneer in deze titel
het kantoor van het handelsregister wordt
vermeld, wordt onder het handelsregister
verstaan het register dat wordt gehouden
door de Kamer van Koophandel en Fabrieken
die overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van
de Handelsregisterwet 1996 bevoegd is.
Artikel 78
Wanneer in de statuten
wordt gesproken van de houders van zoveel
aandelen als tezamen een zeker gedeelte van
het maatschappelijk kapitaal der
vennootschap uitmaken, wordt, tenzij het
tegendeel uit de statuten blijkt, onder
kapitaal verstaan het geplaatste gedeelte
van het maatschappelijk kapitaal.
Artikel 78a
Voor de toepassing van
de artikelen 87, 96, 96a, 101 lid 6 en 129
wordt onder orgaan van de vennootschap
verstaan de algemene vergadering van
aandeelhouders, de vergadering van houders
van aandelen van een bijzonder soort, het
bestuur, de raad van commissarissen en de
gemeenschappelijke vergadering van het
bestuur en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 79
1.
Aandelen zijn de
gedeelten, waarin het maatschappelijk
kapitaal bij de statuten is verdeeld.
2.
Onderaandelen zijn de
onderdelen, waarin de aandelen krachtens de
statuten zijn of kunnen worden gesplitst.
3.
De bepalingen van deze
titel over aandelen en aandeelhouders vinden
overeenkomstige toepassing op onderaandelen
en houders van onderaandelen voor zover uit
die bepalingen niet anders blijkt.
Artikel 80
1.
Bij het nemen van het
aandeel moet daarop het nominale bedrag
worden gestort alsmede, indien het aandeel
voor een hoger bedrag wordt genomen, het
verschil tussen die bedragen. Bedongen kan
worden dat een deel, ten hoogste drie
vierden, van het nominale bedrag eerst
behoeft te worden gestort nadat de
vennootschap het zal hebben opgevraagd.
2.
Het is geoorloofd aan hen
die zich in hun beroep belasten met het voor
eigen rekening plaatsen van aandelen, bij
overeenkomst toe te staan op de door hen
genomen aandelen minder te storten dan het
nominale bedrag, mits ten minste vier en
negentig ten honderd van dit bedrag
uiterlijk bij het nemen van de aandelen in
geld wordt gestort.
3.
Een aandeelhouder kan
niet geheel of gedeeltelijk worden ontheven
van de verplichting tot storting, behoudens
het bepaalde in artikel 99.
4.
De aandeelhouder en, in
het geval van artikel 90, de voormalige
aandeelhouder zijn niet bevoegd tot
verrekening van hun schuld uit hoofde van
dit artikel.
Artikel 80a
1.
Storting op een aandeel
moet in geld geschieden voor zover niet een
andere inbreng is overeengekomen.
2.
Voor of bij de oprichting
kan storting in vreemd geld slechts
geschieden indien de akte van oprichting
vermeldt dat storting in vreemd geld is
toegestaan; na de oprichting kan dit slechts
geschieden met toestemming van de naamloze
vennootschap. Storting in een valuta die een
eenheid is van de euro krachtens artikel
109L, vierde lid van het Verdrag betreffende
de Europese Unie wordt niet beschouwd als
storting in vreemd geld.
3.
Met storting in vreemd
geld wordt aan de stortingsplicht voldaan
voor het bedrag waartegen het gestorte
bedrag vrijelijk in Nederlands geld kan
worden gewisseld. Bepalend is de wisselkoers
op de dag van de storting dan wel, indien
vroeger dan een maand voor de oprichting is
gestort, op de dag van de oprichting of, na
toepassing van de volgende zin, op de daar
bedoelde dag. De vennootschap kan storting
verlangen tegen de wisselkoers op een
bepaalde dag binnen twee maanden voor de
laatste dag waarop moet worden gestort, mits
de aandelen of certificaten onverwijld na de
uitgifte zullen worden toegelaten tot de
handel op een markt in financiële
instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht, die zijn
zetel heeft buiten Nederland.
Artikel 80b
1.
Indien inbreng anders dan
in geld is overeengekomen, moet hetgeen
wordt ingebracht naar economische maatstaven
kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het
verrichten van werk of diensten kan niet
worden ingebracht.
2.
Inbreng anders dan in
geld moet onverwijld geschieden na het nemen
van het aandeel of na de dag waartegen een
bijstorting is uitgeschreven of waarop zij
is overeengekomen.
Artikel 81
Aan een aandeelhouder
kan niet, zelfs niet door wijziging van de
statuten, tegen zijn wil enige verplichting
boven de storting tot het nominale bedrag
van het aandeel worden opgelegd.
Artikel 82
1.
De statuten bepalen of
aandelen op naam of aan toonder luiden.
2.
Indien aandelen zowel op
naam als aan toonder kunnen luiden, moet de
naamloze vennootschap op verzoek van een
aandeelhouder een op naam luidend volgestort
aandeel aan toonder stellen of omgekeerd,
voor zover de statuten niet anders bepalen,
en wel ten hoogste tegen de kostprijs.
3.
Bewijzen van aandeel aan
toonder mogen niet aan de aandeelhouders
worden afgegeven dan tegen storting van ten
minste het volle bedrag van die aandelen,
behoudens de bepaling van het tweede lid van
artikel 80 van dit Boek.
4.
Indien aandelen aan
toonder door een statutenwijziging op naam
worden gesteld kan de aandeelhouder de aan
een aandeel verbonden rechten niet
uitoefenen, tot na inlevering van het
aandeelbewijs aan de vennootschap. Deze
regeling is van overeenkomstige toepassing
indien houders van aandelen aan toonder door
fusie of splitsing houders worden van
aandelen op naam, met dien verstande dat
overlegging van het aandeelbewijs volstaat.
Artikel 83
Tegenover de latere
verkrijger te goeder trouw staat aan de
naamloze vennootschap niet het bewijs open,
dat een aandeel aan toonder niet is
volgestort, of dat op een aandeel op naam
niet is gestort hetgeen een vanwege de
vennootschap op het aandeelbewijs gestelde
verklaring als storting op het nominale
bedrag vermeldt.
Artikel 84
De vereffenaar van een
naamloze vennootschap en, in geval van
faillissement, de curator zijn bevoegd tot
uitschrijving en inning van alle nog niet
gedane stortingen op de aandelen,
onverschillig hetgeen bij de statuten
daaromtrent is bepaald.
Artikel 85
1.
Het bestuur van de
vennootschap houdt een register waarin de
namen en de adressen van alle houders van
aandelen op naam zijn opgenomen, met
vermelding van de datum waarop zij de
aandelen hebben verkregen, de datum van de
erkenning of betekening, alsmede van het op
ieder aandeel gestorte bedrag. Daarin worden
tevens opgenomen de namen en adressen van
hen die een recht van vruchtgebruik of
pandrecht op die aandelen hebben, met
vermelding van de datum waarop zij het recht
hebben verkregen, de datum van erkenning of
betekening, alsmede met vermelding welke aan
de aandelen verbonden rechten hun
overeenkomstig de leden 2 en 4 van de
artikelen 88 en 89 van dit boek toekomen.
2.
Het register wordt
regelmatig bijgehouden; daarin wordt mede
aangetekend elk verleend ontslag van
aansprakelijkheid voor nog niet gedane
stortingen.
3.
Het bestuur verstrekt
desgevraagd aan een aandeelhouder, een
vruchtgebruiker en een pandhouder om niet
een uittreksel uit het register met
betrekking tot zijn recht op een aandeel.
Rust op het aandeel een recht van
vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt
het uittreksel aan wie de in de leden 2 en 4
van de artikelen 88 en 89 van dit Boek
bedoelde rechten toekomen.
4.
Het bestuur legt het
register ten kantore van de vennootschap ter
inzage van de aandeelhouders, alsmede van de
vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de
in lid 4 van de artikelen 88 en 89 van dit
Boek bedoelde rechten toekomen. De vorige
zin is niet van toepassing op het gedeelte
van het register dat buiten Nederland ter
voldoening aan de aldaar geldende wetgeving
of ingevolge beursvoorschriften wordt
gehouden. De gegevens van het register
omtrent niet-volgestorte aandelen zijn ter
inzage van een ieder; afschrift of
uittreksel van deze gegevens wordt ten
hoogste tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 86
1.
Voor de uitgifte en
levering van aandeel op naam, niet zijnde
een aandeel als bedoeld in artikel 86c, of
de levering van een beperkt recht daarop, is
vereist een daartoe bestemde ten overstaan
van een in Nederland standplaats hebbende
notaris verleden akte waarbij de betrokkenen
partij zijn. Geen afzonderlijke akte is
vereist voor de uitgifte van aandelen die
bij de oprichting worden geplaatst.
2.
Akten van uitgifte of
levering moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het
aandeel of het beperkt recht daarop is
verkregen;
b. naam,
voornamen, geboortedatum,
geboorteplaats, woonplaats en adres van
de natuurlijke personen die bij de
rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm,
naam, woonplaats en adres van de
rechtspersonen die bij de
rechtshandeling partij zijn;
d. het aantal en
de soort aandelen waarop de
rechtshandeling betrekking heeft,
alsmede
e. naam,
woonplaats en adres van de vennootschap
op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 86a
1.
De levering van een
aandeel op naam of de levering van een
beperkt recht daarop overeenkomstig artikel
86 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover
de vennootschap.
Behoudens in het geval
dat de vennootschap zelf bij de
rechtshandeling partij is, kunnen de aan het
aandeel verbonden rechten eerst worden
uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling
heeft erkend of de akte aan haar is betekend
overeenkomstig de bepalingen van artikel 86b
, dan wel deze heeft erkend door
inschrijving in het aandeelhoudersregister
als bedoeld in lid 2.
2.
De vennootschap die
kennis draagt van de rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar
geen erkenning daarvan is verzocht noch
betekening van de akte aan haar is geschied,
die rechtshandeling eigener beweging
erkennen door inschrijving van de verkrijger
van het aandeel of het beperkte recht daarop
in het aandeelhoudersregister. Zij doet
daarvan aanstonds bij aangetekende brief
mededeling aan de bij de rechtshandeling
betrokken partijen met het verzoek alsnog
een afschrift of uittreksel als bedoeld in
artikel 86b lid 1 aan haar over te
leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij,
ten bewijze van de erkenning, een
aantekening op het stuk op de wijze als in
artikel 86b voor de erkenning wordt
voorgeschreven; als datum van erkenning
wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3.
Indien een
rechtshandeling als bedoeld in het eerste
lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende
wijziging in het register van
aandeelhouders, kan deze noch aan de
vennootschap noch aan anderen die te goeder
trouw de in het aandeelhoudersregister
ingeschreven persoon als aandeelhouder of
eigenaar van een beperkt recht op een
aandeel hebben beschouwd, worden
tegengeworpen.
Artikel 86b
1.
Behoudens het bepaalde in
artikel 86a lid 2 geschiedt de
erkenning in de akte dan wel op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of
uittreksel van de akte.
2.
Bij erkenning op grond
van overlegging van een notarieel afschrift
of uittreksel wordt een gedagtekende
verklaring geplaatst op het overgelegde
stuk.
3.
De betekening geschiedt
van een notarieel afschrift of uittreksel
van de akte.
Artikel 86c
1.
Voor de levering van een
aandeel op naam of de levering van een
beperkt recht daarop in een vennootschap,
waarvan aandelen of certificaten van
aandelen zijn toegelaten tot de handel op
een markt in financiële instrumenten als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht, of waarvan aandelen of
certificaten van aandelen, naar ten tijde
van de rechtshandeling op goede gronden kan
worden verwacht, daartoe spoedig zullen
worden toegelaten, gelden de volgende
bepalingen.
2.
Voor de levering van een
aandeel op naam of de levering van een
beperkt recht daarop zijn vereist een
daartoe bestemde akte alsmede, behoudens in
het geval dat de vennootschap zelf bij die
rechtshandeling partij is, schriftelijke
erkenning door de vennootschap van de
levering. De erkenning geschiedt in de akte,
of door een gedagtekende verklaring houdende
de erkenning op de akte of op een notarieel
of door de vervreemder gewaarmerkt afschrift
of uittreksel daarvan, of op de wijze als
bedoeld in lid 3. Met de erkenning staat
gelijk de betekening van die akte of dat
afschrift of uittreksel aan de vennootschap.
Betreft het de levering van niet volgestorte
aandelen, dan kan de erkenning slechts
geschieden wanneer de akte een vaste
dagtekening draagt.
3.
Indien voor een aandeel
een aandeelbewijs is afgegeven, kunnen de
statuten bepalen dat voor de levering
bovendien afgifte van dat aandeelbewijs aan
de vennootschap is vereist. Dit vereiste
geldt niet indien het aandeelbewijs is
verloren, ontvreemd of vernietigd en niet
volgens de statuten kan worden vervangen.
Indien het aandeelbewijs aan de vennootschap
wordt afgegeven, kan de vennootschap de
levering erkennen door op dat aandeelbewijs
een aantekening te plaatsen waaruit van de
erkenning blijkt of door het afgegeven
bewijs te vervangen door een nieuw
aandeelbewijs luidende ten name van de
verkrijger.
4.
Een pandrecht kan ook
worden gevestigd zonder erkenning door of
betekening aan de vennootschap. Alsdan is
artikel 239 van Boek 3 van overeenkomstige
toepassing, waarbij erkenning door of
betekening aan de vennootschap in de plaats
treedt van de in lid 3 van dat artikel
bedoelde mededeling.
Artikel 86d
1.
De houder van een bewijs
van aandeel aan toonder kan de vennootschap
verzoeken hem een duplicaat te verstrekken
van het verloren gegane aandeelbewijs.
2.
De houder dient
aannemelijk te maken dat het aandeelbewijs
is verloren gegaan, onder vermelding van de
identiteit van het betrokken aandeelbewijs.
3.
De vennootschap
publiceert de aanvraag om een duplicaat in
de prijscourant van een markt in financiële
instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht als
bedoeld in artikel 86c lid 1 of, indien de
aandelen daarin niet zijn opgenomen, in een
landelijk verspreid dagblad.
4.
Iedere belanghebbende kan
binnen zes weken vanaf de dag na de
publicatie van de aanvraag door een
verzoekschrift aan de rechtbank in verzet
komen tegen de verstrekking van het
duplicaat.
5.
Indien niet tijdig verzet
is ingesteld of indien een verzet bij
onherroepelijk geworden uitspraak ongegrond
is verklaard, wordt het duplicaat tegen
vergoeding van de kosten verstrekt. Het
duplicaat treedt in de plaats van het
verloren gegane aandeelbewijs. Na het
verstrekken van een duplicaat kunnen aan het
vervangen bewijs van aandeel geen rechten
worden ontleend.
6.
Dit artikel is niet van
toepassing voorzover de statuten van de
vennootschap voorzien in een regeling ter
vervanging van verloren gegane
aandeelbewijzen.
Artikel 87
1.
Bij de statuten kan de
overdraagbaarheid van aandelen op naam
worden beperkt. Deze beperking kan niet
zodanig zijn dat zij de overdracht
onmogelijk of uiterst bezwaarlijk maakt.
Hetzelfde geldt voor de toedeling van
aandelen uit een gemeenschap. Een overdracht
in strijd met een beperking is ongeldig.
2.
Indien de statuten de
overdracht van aandelen onderwerpen aan de
goedkeuring van een orgaan van de
vennootschap of van derden, wordt de
goedkeuring geacht te zijn verleend indien
niet binnen een in de statuten gestelde
termijn van ten hoogste drie maanden op het
verzoek is beslist of indien de
aandeelhouder niet gelijktijdig met de
weigering van de goedkeuring opgave ontvangt
van een of meer gegadigden die bereid zijn
de aandelen waarop het verzoek om
goedkeuring betrekking heeft te kopen. De
regeling dient zodanig te zijn dat de
aandeelhouder die dit verlangt een prijs
ontvangt gelijk aan de waarde van zijn over
te dragen aandeel of aandelen, vastgesteld
door een of meer onafhankelijke deskundigen.
3.
Indien de statuten
bepalen dat een aandeelhouder die een of
meer aandelen wil vervreemden deze eerst
moet aanbieden aan mede-aandeelhouders of
aan een door een orgaan van de vennootschap
aan te wijzen derde, dient de regeling
zodanig te zijn dat de aandeelhouder die dit
verlangt een prijs ontvangt gelijk aan de
waarde van zijn over te dragen aandeel of
aandelen, vastgesteld door een of meer
onafhankelijke deskundigen. De aandeelhouder
blijft bevoegd zijn aanbod in te trekken
mits dit geschiedt binnen een maand nadat
hem bekend is aan welke gegadigden hij al de
aandelen waarop het aanbod betrekking heeft
kan verkopen en tegen welke prijs. Indien is
vastgesteld dat niet al de aandelen waarop
het aanbod betrekking heeft worden gekocht,
zal de aanbieder de aandelen binnen een in
de statuten te stellen termijn van ten
minste drie maanden na die vaststelling
vrijelijk mogen overdragen.
4.
De vennootschap zelf kan
slechts met instemming van de aandeelhouder,
bedoeld in het tweede of derde lid,
gegadigde zijn.
5.
Bepalingen in de statuten
omtrent de overdraagbaarheid van aandelen
gelden niet, indien de houder krachtens de
wet tot overdracht van zijn aandeel aan een
eerdere houder verplicht is.
Artikel 87a
1.
De statuten kunnen
bepalen dat in gevallen, in de statuten
omschreven, de aandeelhouder gehouden is
zijn aandelen aan te bieden en over te
dragen. De statuten kunnen daarbij bepalen
dat zolang de aandeelhouder zijn
verplichtingen tot aanbieding of overdracht
niet nakomt, zijn stemrecht, zijn recht op
deelname aan de algemene vergadering en zijn
recht op uitkeringen is opgeschort.
2.
De statuten kunnen
bepalen dat indien een aandeelhouder niet
binnen een in de statuten te bepalen
redelijke termijn zijn statutaire
verplichtingen tot aanbieding en overdracht
van zijn aandelen is nagekomen, de
vennootschap onherroepelijk gevolmachtigd is
de aandelen aan te bieden en over te dragen.
Wanneer er geen gegadigden zijn aan wie de
aandeelhouder al zijn aandelen zal kunnen
overdragen volgens een regeling in de
statuten, ontbreekt de volmacht en is de
aandeelhouder onherroepelijk van het
bepaalde in lid 1 ontheven.
3.
De regeling dient zodanig
te zijn dat de aandeelhouder die dit
verlangt een prijs ontvangt, gelijk aan de
waarde van zijn aandeel of aandelen,
vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen.
Artikel 87b
1.
De statuten kunnen
bepalen dat van de aandeelhouder die niet of
niet langer aan in de statuten gestelde
eisen voldoet het stemrecht, het recht op
deelname aan de algemene vergadering en het
recht op uitkeringen is opgeschort.
2.
Indien de aandeelhouder
een of meer van de in lid 1 genoemde rechten
niet kan uitoefenen en de aandeelhouder niet
gehouden is zijn aandelen aan te bieden en
over te dragen, is hij onherroepelijk van de
in de statuten gestelde eisen ontheven
wanneer de vennootschap niet binnen drie
maanden na een verzoek daartoe van de
aandeelhouder gegadigden heeft aangewezen
aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen
overdragen volgens een regeling in de
statuten.
3.
De regeling dient zodanig
te zijn dat de aandeelhouder die dit
verlangt een prijs ontvangt, gelijk aan de
waarde van zijn aandeel of aandelen,
vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen.
Artikel 88
1.
De bevoegdheid tot het
vestigen van vruchtgebruik op een aandeel
kan bij de statuten niet worden beperkt of
uitgesloten.
2.
De aandeelhouder heeft
het stemrecht op de aandelen waarop een
vruchtgebruik is gevestigd.
3.
In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de
vruchtgebruiker, indien zulks bij de
vestiging van het vruchtgebruik is bepaald
en de vruchtgebruiker een persoon is, aan
wie de aandelen vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de vruchtgebruiker een
persoon is aan wie de aandelen niet
vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt
hem het stemrecht uitsluitend toe, indien
dit bij de vestiging van het vruchtgebruik
is bepaald en zowel deze bepaling als - bij
overdracht van het vruchtgebruik - de
overgang van het stemrecht is goedgekeurd
door het vennootschapsorgaan dat bij de
statuten is aangewezen om goedkeuring te
verlenen tot een voorgenomen overdracht van
aandelen, dan wel - bij ontbreken van
zodanige aanwijzing - door de algemene
vergadering van aandeelhouders. Van het
bepaalde in de vorige zin kan in de statuten
worden afgeweken. Bij een vruchtgebruik als
bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4
komt het stemrecht eveneens aan de
vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging
van het vruchtgebruik door partijen of door
de kantonrechter op de voet van artikel 23
lid 4 van boek 4 anders wordt bepaald.
4.
De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de vruchtgebruiker die
stemrecht heeft, hebben de rechten, die door
de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven
certificaten van aandelen. De
vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft,
heeft deze rechten, tenzij deze hem bij de
vestiging of de overdracht van het
vruchtgebruik of bij de statuten der
vennootschap worden onthouden.
5.
Indien de statuten der
vennootschap niet anders bepalen, komen ook
aan de aandeelhouder toe de uit het aandeel
voortspruitende rechten, strekkende tot het
verkrijgen van aandelen, met dien verstande
dat hij de waarde van deze rechten moet
vergoeden aan de vruchtgebruiker, voor zover
deze krachtens zijn recht van vruchtgebruik
daarop aanspraak heeft.
Artikel 89
1.
De bevoegdheid tot
verpanding van een aandeel aan toonder kan
bij de statuten niet worden beperkt of
uitgesloten. Op aandelen op naam kan
pandrecht worden gevestigd, voor zover de
statuten niet anders bepalen.
2.
De aandeelhouder heeft
het stemrecht op de verpande aandelen.
3.
In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de
pandhouder, indien zulks bij de vestiging
van het pandrecht is bepaald en de
pandhouder een persoon is, aan wie de
aandelen vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de pandhouder een
persoon is aan wie de aandelen niet
vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt
hem het stemrecht uitsluitend toe, indien
dit bij de vestiging van het pandrecht is
bepaald, en de bepaling is goedgekeurd door
het vennootschapsorgaan dat bij de statuten
is aangewezen om goedkeuring te verlenen tot
een voorgenomen overdracht van aandelen, dan
wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing
- door de algemene vergadering van
aandeelhouders. Treedt een ander in de
rechten van de pandhouder, dan komt hem het
stemrecht slechts toe, indien het in de
vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij
gebreke daarvan, de algemene vergadering de
overgang van het stemrecht goedkeurt. Van
het bepaalde in de voorgaande drie zinnen
kan in de statuten worden afgeweken.
4.
De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft, en de pandhouder die
stemrecht heeft, hebben de rechten die door
de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven
certificaten van aandelen. De pandhouder die
geen stemrecht heeft, heeft deze rechten,
tenzij deze hem bij de vestiging of de
overgang van het pandrecht of bij de
statuten der vennootschap worden onthouden.
5.
De bepalingen van de
statuten ten aanzien van de vervreemding en
overdracht van aandelen zijn van toepassing
op de vervreemding en overdracht van de
aandelen door de pandhouder of de
verblijving van de aandelen aan de
pandhouder, met dien verstande dat de
pandhouder alle ten aanzien van de
vervreemding en overdracht aan de
aandeelhouder toekomende rechten uitoefent
en diens verplichtingen ter zake nakomt.
6.
Is het pandrecht
overeenkomstig artikel 86c lid 4
gevestigd, dan komen de rechten volgens dit
artikel de pandhouder eerst toe nadat het
pandrecht door de vennootschap is erkend of
aan haar is betekend.
Artikel 89a
1.
De naamloze vennootschap
kan eigen aandelen of certificaten daarvan
slechts in pand nemen, indien:
a. de in pand te
nemen aandelen volgestort zijn,
b. het nominale
bedrag van de in pand te nemen en de
reeds gehouden of in pand gehouden eigen
aandelen en certificaten daarvan tezamen
niet meer dan een tiende van het
geplaatste kapitaal bedraagt, en
c. de algemene
vergadering van aandeelhouders de
pandovereenkomst heeft goedgekeurd.
2.
Dit artikel is niet van
toepassing op aandelen en certificaten
daarvan die een financiële onderneming die
in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen ingevolge de Wet op het
financieel toezicht, in de gewone
uitoefening van haar bedrijf in pand neemt.
Deze aandelen en certificaten blijven buiten
beschouwing bij de toepassing van de
artikelen 98 lid 2 onder b en 98a lid 3.
Artikel 90
1.
Na overdracht of
toedeling van een niet volgestort aandeel
blijft ieder van de vorige aandeelhouders
voor het daarop nog te storten bedrag
hoofdelijk jegens de naamloze vennootschap
aansprakelijk. Het bestuur kan tezamen met
de raad van commissarissen de vorige
aandeelhouder bij authentieke of
geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval
blijft de aansprakelijkheid niettemin
bestaan voor stortingen, uitgeschreven
binnen een jaar na de dag waarop de
authentieke akte is verleden of de
onderhandse is geregistreerd.
2.
Indien een vorig
aandeelhouder betaalt, treedt hij in de
rechten die de vennootschap tegen latere
houders heeft.
Artikel 91 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 91a
1.
De houder
van aandelen aan toonder die alle aandelen
in het kapitaal van de vennootschap heeft
verkregen, geeft hiervan schriftelijk kennis
aan de vennootschap binnen acht dagen na de
laatste verkrijging.
2.
De houder van aandelen
aan toonder die ophoudt houder te zijn van
alle aandelen in het kapitaal van de
vennootschap doordat een derde een of meer
van zijn aandelen verkrijgt, geeft hiervan
schriftelijk kennis aan de vennootschap
binnen acht dagen nadien. Indien de houder
van alle aandelen overlijdt of door fusie of
splitsing ophoudt te bestaan, geven de
verkrijgers hiervan schriftelijk kennis aan
de vennootschap binnen een maand na het
overlijden onderscheidenlijk de fusie of de
splitsing.
3.
Indien alle aandelen in
het kapitaal van de vennootschap behoren tot
een huwelijksgemeenschap of in een
gemeenschap van een geregistreerd
partnerschap, wordt de vennootschap geacht
een enkele aandeelhouder te hebben in de zin
van dit artikel en rust op ieder van de
deelgenoten de verplichting tot kennisgeving
overeenkomstig dit artikel.
4.
Voor de toepassing van
dit artikel worden aandelen gehouden door de
vennootschap of haar dochtermaatschappijen
niet meegeteld.
Artikel 92
1.
Voor zover bij de
statuten niet anders is bepaald, zijn aan
alle aandelen in verhouding tot hun bedrag
gelijke rechten en verplichtingen verbonden.
2.
De naamloze vennootschap
moet de aandeelhouders onderscheidenlijk
certificaathouders die zich in gelijke
omstandigheden bevinden, op dezelfde wijze
behandelen.
3.
De statuten kunnen
bepalen dat aan aandelen van een bepaalde
soort bijzondere rechten als in de statuten
omschreven inzake de zeggenschap in de
vennootschap zijn verbonden.
Artikel 92a
1.
Hij die als aandeelhouder
voor eigen rekening ten minste 95% van het
geplaatste kapitaal van de naamloze
vennootschap verschaft, kan tegen de
gezamenlijke andere aandeelhouders een
vordering instellen tot overdracht van hun
aandelen aan de eiser. Hetzelfde geldt,
indien twee of meer groepsmaatschappijen dit
deel van het geplaatste kapitaal samen
verschaffen en samen de vordering instellen
tot overdracht aan een hunner.
2.
Over de vordering
oordeelt in eerste aanleg de
ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam. Van de uitspraak staat
uitsluitend beroep in cassatie open.
3.
Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de
rechter ambtshalve onderzoeken of de eiser
of eisers de vereisten van lid 1 vervullen.
4.
De rechter wijst de
vordering tegen alle gedaagden af, indien
een gedaagde ondanks de vergoeding ernstige
stoffelijke schade zou lijden door de
overdracht, een gedaagde houder is van een
aandeel waaraan de statuten een bijzonder
recht inzake de zeggenschap in de
vennootschap verbinden of een eiser jegens
een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn
bevoegdheid de vordering in te stellen.
5.
Indien de rechter
oordeelt dat de leden 1 en 4 de toewijzing
van de vordering niet beletten, kan hij
bevelen dat een of drie deskundigen zullen
berichten over de waarde van de over te
dragen aandelen. De eerste drie zinnen van
artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352
zijn van toepassing. De rechter stelt de
prijs vast die de over te dragen aandelen op
een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang
en voor zover de prijs niet is betaald,
wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de
wettelijke rente, van die dag af tot de
overdracht; uitkeringen op de aandelen die
in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld,
strekken op de dag van betaalbaarstelling
tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
6.
De rechter die de
vordering toewijst, veroordeelt de overnemer
aan degenen aan wie de aandelen toebehoren
of zullen toebehoren de vastgestelde prijs
met rente te betalen tegen levering van het
onbezwaarde recht op de aandelen. De rechter
geeft omtrent de kosten van het geding
zodanige uitspraak als hij meent dat
behoort. Een gedaagde die geen verweer heeft
gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7.
Staat het bevel tot
overdracht bij gerechtelijk gewijsde vast,
dan deelt de overnemer de dag en plaats van
betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk
mee aan de houders van de over te nemen
aandelen van wie hij het adres kent. Hij
kondigt deze ook aan in een landelijk
verspreid dagblad, tenzij hij van allen het
adres kent.
8.
De overnemer kan zich
altijd van zijn verplichtingen ingevolge de
leden 6 en 7 bevrijden door de vastgestelde
prijs met rente voor alle nog niet
overgenomen aandelen te consigneren, onder
mededeling van hem bekende rechten van pand
en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen.
Door deze mededeling gaat beslag over van de
aandelen op het recht op uitkering. Door het
consigneren gaat het recht op de aandelen
onbezwaard op hem over en gaan rechten van
pand of vruchtgebruik over op het recht op
uitkering. Aan aandeel- en dividendbewijzen
waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar
zijn gesteld, kan nadien geen recht jegens
de vennootschap meer worden ontleend. De
overnemer maakt het consigneren en de prijs
per aandeel op dat tijdstip bekend op de
wijze van lid 7.
Afdeling 3. Het vermogen
van de naamloze vennootschap
Artikel 93
1.
Uit rechtshandelingen,
verricht namens een op te richten naamloze
vennootschap, ontstaan slechts rechten en
verplichtingen voor de vennootschap wanneer
zij die rechtshandelingen na haar oprichting
uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt of
ingevolge lid 4 wordt verbonden.
2.
Degenen die een
rechtshandeling verrichten namens een op te
richten naamloze vennootschap zijn, tenzij
met betrekking tot die rechtshandeling
uitdrukkelijk anders is bedongen, daardoor
hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap
na haar oprichting de rechtshandeling heeft
bekrachtigd.
3.
Indien de vennootschap
haar verplichtingen uit de bekrachtigde
rechtshandeling niet nakomt, zijn degenen
die namens de op te richten vennootschap
handelden hoofdelijk aansprakelijk voor de
schade die de derde dientengevolge lijdt,
indien zij wisten of redelijkerwijs konden
weten dat de vennootschap haar
verplichtingen niet zou kunnen nakomen,
onverminderd de aansprakelijkheid terzake
van de bestuurders wegens de bekrachtiging.
De wetenschap dat de vennootschap haar
verplichtingen niet zou kunnen nakomen,
wordt vermoed aanwezig te zijn, wanneer de
vennootschap binnen een jaar na de
oprichting in staat van faillissement wordt
verklaard.
4.
De oprichters kunnen de
vennootschap in de akte van oprichting
slechts verbinden door het uitgeven van
aandelen, het aanvaarden van stortingen
daarop, het aanstellen van bestuurders, het
benoemen van commissarissen en het
verrichten van rechtshandelingen als bedoeld
in artikel 94 lid 1. Indien een oprichter
hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft
betracht, zijn de artikelen 9 en 138 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 93a
1.
Indien voor of bij de
oprichting op aandelen wordt gestort in
geld, moeten aan de akte van oprichting een
of meer verklaringen worden gehecht,
inhoudende dat de bedragen die op de bij de
oprichting te plaatsen aandelen moeten
worden gestort:
a. hetzij terstond
na de oprichting ter beschikking zullen
staan van de naamloze vennootschap,
b. hetzij alle op
een zelfde tijdstip, ten vroegste vijf
maanden voor de oprichting, op een
afzonderlijke rekening stonden welke na
de oprichting uitsluitend ter
beschikking van de vennootschap zal
staan, mits de vennootschap de
stortingen in de akte aanvaardt.
2.
Indien vreemd geld is
gestort, moet uit de verklaring blijken
tegen hoeveel geld het vrijelijk kon worden
gewisseld op een dag waarop krachtens
artikel 80a lid 3 de koers bepalend
is voor de stortingsplicht.
3.
Een verklaring als
bedoeld in lid 1 kan slechts worden afgelegd
door een financiële onderneming als bedoeld
in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht die in de Europese Unie of in een
staat die partij is bij de Overeenkomst
betreffende de Europese Economische Ruimte
het bedrijf van bank mag uitoefenen. De
verklaring kan slechts worden afgegeven aan
een notaris.
4.
Worden voor de oprichting
aan de rekening, bedoeld in onderdeel b
van lid 1, bedragen onttrokken, dan zijn de
oprichters hoofdelijk jegens de vennootschap
verbonden tot vergoeding van die bedragen,
totdat de vennootschap de onttrekkingen
uitdrukkelijk heeft bekrachtigd.
5.
De notaris moet de bank
wier verklaring hij heeft ontvangen terstond
verwittigen van de oprichting. Indien de
oprichting niet doorgaat, moet hij de bank
de verklaring terugzenden.
6.
Indien na de oprichting
in vreemd geld is gestort, legt de
vennootschap binnen twee weken na de
storting een verklaring, als bedoeld in lid
2, van een in het derde lid bedoelde bank
neer ten kantore van het handelsregister.
Artikel 94
1.
Rechtshandelingen:
a. in verband met
het nemen van aandelen waarbij
bijzondere verplichtingen op de naamloze
vennootschap worden gelegd,
b. rakende het
verkrijgen van aandelen op andere voet
dan waarop de deelneming in de naamloze
vennootschap voor het publiek wordt
opengesteld,
c. strekkende om
enigerlei voordeel te verzekeren aan een
oprichter der naamloze vennootschap of
aan een bij de oprichting betrokken
derde,
d. betreffende
inbreng op aandelen anders dan in geld,
moeten in haar geheel
worden opgenomen in de akte van oprichting
of in een geschrift dat daaraan in origineel
of in authentiek afschrift wordt gehecht en
waarnaar de akte van oprichting verwijst.
Indien de vorige zin niet in acht is
genomen, kunnen voor de vennootschap uit
deze rechtshandelingen geen rechten of
verplichtingen ontstaan.
2.
Na de oprichting kunnen
de in het vorige lid bedoelde
rechtshandelingen zonder voorafgaande
goedkeuring van de algemene vergadering van
aandeelhouders slechts worden verricht,
indien en voor zover aan het bestuur de
bevoegdheid daartoe uitdrukkelijk bij de
statuten is verleend.
3.
Van het bepaalde in dit
artikel zijn uitgezonderd de in artikel 80
lid 2 bedoelde overeenkomsten.
Artikel 94a
1.
Indien bij de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt
overeengekomen, maken de oprichters een
beschrijving op van hetgeen wordt
ingebracht, met vermelding van de daaraan
toegekende waarde en van de toegepaste
waarderingsmethoden. Deze methoden moeten
voldoen aan normen die in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
worden beschouwd. De beschrijving heeft
betrekking op de toestand van hetgeen wordt
ingebracht op een dag die niet eerder dan
vijf maanden voor de oprichting ligt. De
beschrijving wordt door alle oprichters
ondertekend en aan de akte van oprichting
gehecht.
2.
Over de beschrijving van
hetgeen wordt ingebracht moet een accountant
als bedoeld in artikel 393, eerste lid een
verklaring afleggen, die aan de akte van
oprichting moet worden gehecht. Hierin
verklaart hij dat de waarde van hetgeen
wordt ingebracht, bij toepassing van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
beschouwde waarderingsmethoden, ten minste
beloopt het bedrag van de stortingsplicht,
in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng
moet worden voldaan. Indien bekend is dat de
waarde na de beschrijving aanzienlijk is
gedaald, is een tweede verklaring vereist.
3.
De beschrijving en
accountantsverklaring zijn niet vereist,
indien aan de volgende voorwaarden is
voldaan:
a. alle oprichters
hebben besloten af te zien van de
opstelling van de deskundigenverklaring;
b. een of meer
rechtspersonen op wier jaarrekening
titel 9 van toepassing is, of die
krachtens de toepasselijke wet voldoen
aan de eisen van de vierde richtlijn van
de Raad van de Europese Gemeenschappen
inzake het vennootschapsrecht, nemen
alle uit te geven aandelen tegen inbreng
anders dan in geld;
c. elke
inbrengende rechtspersoon beschikt ten
tijde van de inbreng over niet
uitkeerbare reserves, voor zover nodig
door het bestuur hiertoe afgezonderd uit
de uitkeerbare reserves, ter grootte van
het nominale bedrag der door de
rechtspersoon genomen aandelen;
d. elke
inbrengende rechtspersoon verklaart dat
hij een bedrag van ten minste de
nominale waarde der door hem genomen
aandelen ter beschikking zal stellen
voor de voldoening van schulden van de
vennootschap aan derden, die ontstaan in
het tijdvak tussen de plaatsing van de
aandelen en een jaar nadat de
vastgestelde jaarrekening van de
vennootschap over het boekjaar van de
inbreng is neergelegd ten kantore van
het handelsregister, voor zover de
vennootschap deze niet kan voldoen en de
schuldeisers hun vordering binnen twee
jaren na deze nederlegging schriftelijk
aan een van de inbrengende
rechtspersonen hebben opgegeven;
e. elke
inbrengende rechtspersoon heeft zijn
laatste vastgestelde balans met
toelichting, met de
accountantsverklaring daarbij,
neergelegd ten kantore van het
handelsregister en sedert de balansdatum
zijn nog geen achttien maanden
verstreken;
f. elke
inbrengende rechtspersoon zondert een
reserve af ter grootte van het nominale
bedrag der door hem genomen aandelen en
kan dit doen uit reserves waarvan de
aard dit niet belet;
g. de vennootschap
doet ten kantore van het handelsregister
opgave van het onder a bedoelde
besluit en elke inbrengende
rechtspersoon doet aan hetzelfde kantoor
opgave van zijn onder d vermelde
verklaring.
4.
Indien het vorige lid is
toegepast, mag een inbrengende rechtspersoon
zijn tegen de inbreng genomen aandelen niet
vervreemden in het tijdvak, genoemd in dat
lid onder d, en moet hij de reserve,
genoemd in dat lid onder f aanhouden
tot twee jaar na dat tijdvak. Nadien moet de
reserve worden aangehouden tot het bedrag
van de nog openstaande opgegeven vorderingen
als bedoeld in het vorige lid onder d.
De oorspronkelijke reserve wordt verminderd
met betalingen op de opgegeven vorderingen.
5.
De inbrengende
rechtspersoon en alle in lid 3 onder d
bedoelde schuldeisers kunnen de
kantonrechter van de woonplaats van de
vennootschap verzoeken, een bewind over de
vorderingen in te stellen, strekkende tot
hun voldoening daarvan uit de krachtens lid
3 onder d ter beschikking gestelde
bedragen. Voor zover nodig, zijn de
bepalingen van de Faillissementswet omtrent
de verificatie van vorderingen en de
vereffening van overeenkomstige toepassing.
Een schuldeiser kan zijn vordering niet met
een schuld aan een inbrengende rechtspersoon
verrekenen. Over de vorderingen kan slechts
onder de last van het bewind worden beschikt
en zij kunnen slechts onder die last worden
uitgewonnen, behalve voor schulden die
voortspruiten uit handelingen welke door de
bewindvoerder in zijn hoedanigheid zijn
verricht. De kantonrechter regelt de
bevoegdheden en de beloning van de
bewindvoerder; hij kan zijn beschikking te
allen tijde wijzigen.
Artikel 94b
1.
Indien na de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt
overeengekomen, maakt de vennootschap
overeenkomstig artikel 94a lid 1 een
beschrijving op van hetgeen wordt
ingebracht. De beschrijving heeft betrekking
op de toestand op een dag die niet eerder
dan vijf maanden ligt voor de dag waarop de
aandelen worden genomen dan wel waartegen
een bijstorting is uitgeschreven of waarop
zij is overeengekomen. De bestuurders
ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan
wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt.
2.
Artikel 94a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3.
Indien alle
aandeelhouders hebben besloten af te zien
van de opstelling van de beschrijving en
accountantsverklaring en overeenkomstig het
derde lid, onder b-g, van artikel 94a is
gehandeld, is geen beschrijving of
accountantsverklaring vereist en is artikel
94a leden 4 en 5 van overeenkomstige
toepassing.
4.
De vennootschap legt,
binnen acht dagen na de dag waarop de
aandelen zijn genomen dan wel waarop de
bijstorting opeisbaar werd, de
accountantsverklaring bij de inbreng of een
afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister met opgave van de namen van
de inbrengers en van het bedrag van het
aldus gestorte deel van het geplaatste
kapitaal.
5.
Dit artikel is niet van
toepassing voor zover de inbreng bestaat uit
aandelen of certificaten van aandelen,
daarin converteerbare rechten of
winstbewijzen van een andere rechtspersoon,
waarop de vennootschap een openbaar bod
heeft uitgebracht, mits deze effecten of een
deel daarvan zijn toegelaten tot de handel
op een markt in financiële instrumenten als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht.
Artikel 94c
1.
Een rechtshandeling die
de naamloze vennootschap heeft verricht
zonder goedkeuring van de algemene
vergadering van aandeelhouders of zonder de
verklaring, bedoeld in lid 3, kan ten
behoeve van de vennootschap worden
vernietigd, indien de rechtshandeling:
a. strekt tot het
verkrijgen van goederen, met inbegrip
van vorderingen die worden verrekend,
die een jaar voor de oprichting of
nadien toebehoorden aan een oprichter,
en
b. is verricht
voordat twee jaren zijn verstreken na de
inschrijving van de vennootschap in het
handelsregister.
2.
Indien de goedkeuring
wordt gevraagd, maakt de vennootschap een
beschrijving op van de te verkrijgen
goederen en van de tegenprestatie. De
beschrijving heeft betrekking op de toestand
van het beschrevene op een dag die niet voor
de oprichting ligt. In de beschrijving
worden de waarden vermeld die aan de
goederen en tegenprestatie worden toegekend
alsmede de toegepaste waarderingsmethoden.
Deze methoden moeten voldoen aan normen die
in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar worden beschouwd. De
bestuurders ondertekenen de beschrijving;
ontbreekt de handtekening van een of meer
hunner, dan wordt daarvan onder opgave van
reden melding gemaakt.
3.
Artikel 94a lid 2
is van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat de verklaring moet inhouden
dat de waarde van de te verkrijgen goederen,
bij toepassing van in het maatschappelijke
verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden, overeenkomt met ten
minste de waarde van de tegenprestatie.
4.
Op het ter inzage leggen
en in afschrift ter beschikking stellen van
de in de vorige leden bedoelde stukken is
artikel 102 van overeenkomstige toepassing.
5.
De vennootschap legt
binnen acht dagen na de rechtshandeling of
na de goedkeuring, indien achteraf verleend,
de in het derde lid bedoelde verklaring of
een afschrift daarvan neer ten kantore van
het handelsregister.
6.
Voor de toepassing van
dit artikel blijven buiten beschouwing:
a. verkrijgingen
op een openbare veiling of ter beurze,
b. verkrijgingen
die onder de bedongen voorwaarden tot de
gewone bedrijfsuitoefening van de
vennootschap behoren,
c. verkrijgingen
waarvoor een deskundigenverklaring als
bedoeld in artikel 94a is
afgelegd, en
d. verkrijgingen
ten gevolge van fusie of splitsing.
Artikel 94d [Vervallen per
20-01-1986]
Artikel 95
1.
De naamloze
vennootschap mag geen eigen aandelen nemen.
2.
Aandelen die de
vennootschap in strijd met het vorige lid
heeft genomen, gaan op het tijdstip van het
nemen over op de gezamenlijke bestuurders.
Iedere bestuurder is hoofdelijk
aansprakelijk voor de volstorting van deze
aandelen met de wettelijke rente van dat
tijdstip af. Zijn de aandelen bij de
oprichting geplaatst, dan is dit lid van
overeenkomstige toepassing op de
gezamenlijke oprichters.
3.
Neemt een ander een
aandeel in eigen naam maar voor rekening van
de vennootschap, dan wordt hij geacht het
voor eigen rekening te nemen.
Artikel 96
1.
De naamloze vennootschap
kan na de oprichting slechts aandelen
uitgeven ingevolge een besluit van de
algemene vergadering van aandeelhouders of
van een ander vennootschapsorgaan dat
daartoe bij besluit van de algemene
vergadering of bij de statuten voor een
bepaalde duur van ten hoogste vijf jaren is
aangewezen. Bij de aanwijzing moet zijn
bepaald hoeveel aandelen mogen worden
uitgegeven. De aanwijzing kan telkens voor
niet langer dan vijf jaren worden verlengd.
Tenzij bij de aanwijzing anders is bepaald,
kan zij niet worden ingetrokken.
2.
Zijn er verschillende
soorten aandelen, dan is voor de geldigheid
van het besluit van de algemene vergadering
tot uitgifte of tot aanwijzing vereist een
voorafgaand of gelijktijdig goedkeurend
besluit van elke groep houders van aandelen
van een zelfde soort aan wier rechten de
uitgifte afbreuk doet.
3.
De vennootschap legt
binnen acht dagen na een besluit van de
algemene vergadering tot uitgifte of tot
aanwijzing een volledige tekst daarvan neer
ten kantore van het handelsregister.
4.
De vennootschap doet
binnen acht dagen na afloop van elk
kalenderkwartaal ten kantore van het
handelsregister opgave van elke uitgifte van
aandelen in het afgelopen kalenderkwartaal,
met vermelding van aantal en soort.
5.
Dit artikel is van
overeenkomstige toepassing op het verlenen
van rechten tot het nemen van aandelen, maar
is niet van toepassing op het uitgeven van
aandelen aan iemand die een voordien reeds
verkregen recht tot het nemen van aandelen
uitoefent.
Artikel 96a
1.
Behoudens de beide
volgende leden heeft iedere aandeelhouder
bij uitgifte van aandelen een voorkeursrecht
naar evenredigheid van het gezamenlijke
bedrag van zijn aandelen. Tenzij de statuten
anders bepalen, heeft hij evenwel geen
voorkeursrecht op aandelen die worden
uitgegeven tegen inbreng anders dan in geld.
Hij heeft geen voorkeursrecht op aandelen
die worden uitgegeven aan werknemers van de
naamloze vennootschap of van een
groepsmaatschappij.
2.
Voor zover de statuten
niet anders bepalen, hebben houders van
aandelen die
a. niet boven een
bepaald percentage van het nominale
bedrag of slechts in beperkte mate
daarboven delen in de winst, of
b. niet boven het
nominale bedrag of slechts in beperkte
mate daarboven delen in een overschot na
vereffening,
geen voorkeursrecht op
uit te geven aandelen.
3.
Voor zover de statuten
niet anders bepalen, hebben de
aandeelhouders geen voorkeursrecht op uit te
geven aandelen in een van de in het vorige
lid onder a en b omschreven
soorten.
4.
De vennootschap kondigt
de uitgifte met voorkeursrecht en het
tijdvak waarin dat kan worden uitgeoefend,
aan in de Staatscourant en in een
landelijk verspreid dagblad, tenzij alle
aandelen op naam luiden en de aankondiging
aan alle aandeelhouders schriftelijk
geschiedt aan het door hen opgegeven adres.
5.
Het voorkeursrecht kan
worden uitgeoefend gedurende ten minste twee
weken na de dag van aankondiging in de
Staatscourant of na de verzending van de
aankondiging aan de aandeelhouders.
6.
Het voorkeursrecht kan
worden beperkt of uitgesloten bij besluit
van de algemene vergadering van
aandeelhouders. In het voorstel hiertoe
moeten de redenen voor het voorstel en de
keuze van de voorgenomen koers van uitgifte
schriftelijk worden toegelicht. Het
voorkeursrecht kan ook worden beperkt of
uitgesloten door het ingevolge artikel 96
lid 1 aangewezen vennootschapsorgaan, indien
dit bij besluit van de algemene vergadering
of bij de statuten voor een bepaalde duur
van ten hoogste vijf jaren is aangewezen als
bevoegd tot het beperken of uitsluiten van
het voorkeursrecht. De aanwijzing kan
telkens voor niet langer dan vijf jaren
worden verlengd. Tenzij bij de aanwijzing
anders is bepaald, kan zij niet worden
ingetrokken.
7.
Voor een besluit van de
algemene vergadering tot beperking of
uitsluiting van het voorkeursrecht of tot
aanwijzing is een meerderheid van ten minste
twee derden der uitgebrachte stemmen
vereist, indien minder dan de helft van het
geplaatste kapitaal in de vergadering is
vertegenwoordigd. De vennootschap legt
binnen acht dagen na het besluit een
volledige tekst daarvan neer ten kantore van
het handelsregister.
8.
Bij het verlenen van
rechten tot het nemen van aandelen hebben de
aandeelhouders een voorkeursrecht; de vorige
leden zijn van overeenkomstige toepassing.
Aandeelhouders hebben geen voorkeursrecht op
aandelen die worden uitgegeven aan iemand
die een voordien reeds verkregen recht tot
het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 96b
De artikelen 96 en 96a
gelden niet voor een beleggingsmaatschappij
met veranderlijk kapitaal.
Artikel 97
Indien, in het geval
van uitgifte van aandelen na de oprichting,
bekend is gemaakt welk bedrag zal worden
uitgegeven en slechts een lager bedrag kan
worden geplaatst, wordt dit laatste bedrag
slechts geplaatst indien de voorwaarden van
uitgifte dat uitdrukkelijk bepalen.
Artikel 98
1.
Verkrijging door de
naamloze vennootschap van niet volgestorte
aandelen in haar kapitaal is nietig.
2.
Volgestorte eigen
aandelen mag de vennootschap slechts
verkrijgen om niet of indien:
a. het eigen
vermogen, verminderd met de
verkrijgingsprijs, niet kleiner is dan
het gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal, vermeerderd met de reserves
die krachtens de wet of de statuten
moeten worden aangehouden, en
b. het nominale
bedrag van de aandelen in haar kapitaal
die de vennootschap verkrijgt, houdt of
in pand houdt of die worden gehouden
door een dochtermaatschappij, niet meer
beloopt dan een tiende van het
geplaatste kapitaal.
3.
Voor het vereiste in lid
2 onder a is bepalend de grootte van
het eigen vermogen volgens de laatst
vastgestelde balans, verminderd met de
verkrijgingsprijs voor aandelen in het
kapitaal van de vennootschap en uitkeringen
uit winst of reserves aan anderen die zij en
haar dochtermaatschappijen na de balansdatum
verschuldigd werden. Is een boekjaar meer
dan zes maanden verstreken zonder dat de
jaarrekening is vastgesteld, dan is
verkrijging overeenkomstig lid 2 niet
toegestaan.
4.
Verkrijging anders dan om
niet moet door de statuten zijn toegelaten
en de algemene vergadering van
aandeelhouders moet het bestuur daartoe
hebben gemachtigd. Deze machtiging geldt
voor ten hoogste achttien maanden. De
algemene vergadering moet in de machtiging
bepalen hoeveel aandelen mogen worden
verkregen, hoe zij mogen worden verkregen en
tussen welke grenzen de prijs moet liggen.
5.
De machtiging is niet
vereist, voor zover de statuten toestaan dat
de vennootschap eigen aandelen verkrijgt om,
krachtens een voor hen geldende regeling,
over te dragen aan werknemers in dienst van
de vennootschap of van een
groepsmaatschappij. Deze aandelen moeten
zijn opgenomen in de prijscourant van een
beurs.
6.
De leden 1-4 gelden niet
voor aandelen die de vennootschap onder
algemene titel verkrijgt.
7.
De leden 2–4 gelden niet
voor aandelen die een financiële onderneming
die ingevolge de Wet op het financieel
toezicht in Nederland het bedrijf van bank
mag uitoefenen, in opdracht en voor rekening
van een ander verkrijgt.
8.
De leden 2-4 gelden niet
voor een beleggingsmaatschappij met
veranderlijk kapitaal. Het geplaatste
kapitaal van zulk een
beleggingsmaatschappij, verminderd met het
bedrag van de aandelen die zij zelf houdt,
moet ten minste een tiende van het
maatschappelijke kapitaal bedragen.
9.
Onder het begrip aandelen
in dit artikel zijn certificaten daarvan
begrepen.
Artikel 98a
1.
Verkrijging van aandelen
op naam in strijd met de leden 2-4 van het
vorige artikel is nietig. De bestuurders
zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de
vervreemder te goeder trouw die door de
nietigheid schade lijdt.
2.
Aandelen aan toonder en
certificaten van aandelen die de naamloze
vennootschap in strijd met de leden 2-4 van
het vorige artikel heeft verkregen, gaan op
het tijdstip van de verkrijging over op de
gezamenlijke bestuurders. Iedere bestuurder
is hoofdelijk aansprakelijk voor de
vergoeding aan de vennootschap van de
verkrijgingsprijs met de wettelijke rente
daarover van dat tijdstip af.
3.
De vennootschap kan niet
langer dan gedurende drie jaren na omzetting
in een naamloze vennootschap of nadat zij
eigen aandelen om niet of onder algemene
titel heeft verkregen, samen met haar
dochtermaatschappijen meer aandelen in haar
kapitaal houden dan een tiende van het
geplaatste kapitaal; eigen aandelen die zij
zelf in pand heeft, worden meegeteld. De
aandelen die de vennootschap te veel houdt,
gaan op het einde van de laatste dag van die
drie jaren over op de gezamenlijke
bestuurders. Dezen zijn hoofdelijk
aansprakelijk voor de betaling aan de
vennootschap van de waarde van de aandelen
op dat tijdstip met de wettelijke rente van
dat tijdstip af. Onder het begrip aandelen
in dit lid zijn certificaten daarvan
begrepen.
4.
Het vorige lid is van
overeenkomstige toepassing op elk niet
volgestort eigen aandeel dat de vennootschap
onder algemene titel heeft verkregen en niet
binnen drie jaren daarna heeft vervreemd of
ingetrokken.
5.
Het derde lid is van
overeenkomstige toepassing op elk eigen
aandeel of certificaat daarvan dat de
vennootschap ingevolge het vijfde lid van
het vorige artikel heeft verkregen zonder
machtiging van de algemene vergadering van
aandeelhouders en dat zij gedurende een jaar
houdt.
Artikel 98b
Indien een ander in
eigen naam voor rekening van de naamloze
vennootschap aandelen in haar kapitaal of
certificaten daarvan verkrijgt, moet hij
deze onverwijld tegen betaling aan de
vennootschap overdragen. Indien deze
aandelen op naam luiden, is het tweede lid
van het vorige artikel van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 98c
1.
De naamloze vennootschap
mag niet, met het oog op het nemen of
verkrijgen door anderen van aandelen in haar
kapitaal of van certificaten daarvan,
leningen verstrekken, zekerheid stellen, een
koersgarantie geven, zich op andere wijze
sterk maken of zich hoofdelijk of anderszins
naast of voor anderen verbinden. Dit verbod
geldt ook voor haar dochtermaatschappijen.
2.
Het verbod geldt niet
indien aandelen of certificaten van aandelen
worden genomen of verkregen door of voor
werknemers in dienst van de vennootschap of
van een groepsmaatschappij.
3.
Het verbod geldt niet
voor een financiële onderneming die
ingevolge de Wet op het financieel toezicht
in Nederland het bedrijf van bank mag
uitoefenen, voorzover zij handelt in de
gewone uitoefening van haar bedrijf.
Artikel 98d
1.
Een dochtermaatschappij
mag voor eigen rekening geen aandelen nemen
of doen nemen in het kapitaal van de
naamloze vennootschap. Zulke aandelen mogen
dochtermaatschappijen voor eigen rekening
slechts verkrijgen of doen verkrijgen, voor
zover de naamloze vennootschap zelf
ingevolge de leden 1-6 van artikel 98 eigen
aandelen mag verkrijgen.
2.
Indien is gehandeld in
strijd met het vorige lid, zijn de
bestuurders van de naamloze vennootschap
hoofdelijk aansprakelijk tot vergoeding aan
de dochtermaatschappij van de
verkrijgingsprijs met de wettelijke rente
daarover van het tijdstip af waarop de
aandelen zijn genomen of verkregen. Betaling
van de vergoeding geschiedt tegen overdracht
van deze aandelen. Een bestuurder behoeft de
verkrijgingsprijs niet te vergoeden, indien
hij bewijst dat het nemen of verkrijgen niet
aan de naamloze vennootschap is te wijten.
3.
Een dochtermaatschappij
mag,
a. nadat zij
dochtermaatschappij is geworden,
b. nadat de
vennootschap waarvan zij
dochtermaatschappij is, is omgezet in
een naamloze vennootschap, of
c. nadat zij als
dochtermaatschappij aandelen in het
kapitaal van de naamloze vennootschap om
niet of onder algemene titel heeft
verkregen,
niet langer dan
gedurende drie jaren samen met de naamloze
vennootschap en haar andere
dochtermaatschappijen meer van deze aandelen
voor eigen rekening houden of doen houden
dan een tiende van het geplaatste kapitaal.
De bestuurders van de naamloze vennootschap
zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de
vergoeding aan de dochtermaatschappij van de
waarde van de aandelen die zij te veel houdt
of doet houden op het einde van de laatste
dag van die drie jaren, met de wettelijke
rente van dat tijdstip af. Betaling van de
vergoeding geschiedt tegen overdracht van de
aandelen. Een bestuurder behoeft de
vergoeding niet te betalen, indien hij
bewijst dat het niet aan de naamloze
vennootschap is te wijten dat de aandelen
nog worden gehouden.
4.
Onder het begrip aandelen
in dit artikel zijn certificaten daarvan
begrepen.
Artikel 99
1.
De algemene vergadering
van aandeelhouders kan besluiten tot
vermindering van het geplaatste kapitaal
door intrekking van aandelen of door het
bedrag van aandelen bij statutenwijziging te
verminderen. In dit besluit moeten de
aandelen waarop het besluit betrekking
heeft, worden aangewezen en moet de
uitvoering van het besluit zijn geregeld.
2.
Een besluit tot
intrekking kan slechts betreffen aandelen
die de vennootschap zelf houdt of waarvan
zij de certificaten houdt, dan wel alle
aandelen van een soort waarvan voor de
uitgifte in de statuten is bepaald dat zij
kunnen worden ingetrokken met terugbetaling,
of wel de uitgelote aandelen van een soort
waarvan voor de uitgifte in de statuten is
bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met
terugbetaling.
3.
Vermindering van het
bedrag van aandelen zonder terugbetaling en
zonder ontheffing van de verplichting tot
storting moet naar evenredigheid op alle
aandelen van een zelfde soort geschieden.
Van het vereiste van evenredigheid mag
worden afgeweken met instemming van alle
betrokken aandeelhouders.
4.
Gedeeltelijke
terugbetaling op aandelen of ontheffing van
de verplichting tot storting is slechts
mogelijk ter uitvoering van een besluit tot
vermindering van het bedrag van de aandelen.
Zulk een terugbetaling of ontheffing moet
naar evenredigheid op alle aandelen
geschieden, tenzij voor de uitgifte van een
bepaalde soort aandelen in de statuten is
bepaald dat terugbetaling of ontheffing kan
geschieden uitsluitend op die aandelen; voor
die aandelen geldt de eis van evenredigheid.
Van het vereiste van evenredigheid mag
worden afgeweken met instemming van alle
betrokken aandeelhouders.
5.
Zijn er verschillende
soorten aandelen, dan is voor een besluit
tot kapitaalvermindering een voorafgaand of
gelijktijdig goedkeurend besluit vereist van
elke groep houders van aandelen van een
zelfde soort aan wier rechten afbreuk wordt
gedaan.
6.
Voor een besluit tot
kapitaalvermindering is een meerderheid van
ten minste twee derden der uitgebrachte
stemmen vereist, indien minder dan de helft
van het geplaatste kapitaal in de
vergadering is vertegenwoordigd. Deze
bepaling is van overeenkomstige toepassing
op een besluit als bedoeld in het vijfde
lid.
7.
De oproeping tot een
vergadering waarin een in dit artikel
genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het
doel van de kapitaalvermindering en de wijze
van uitvoering. Het tweede, derde en vierde
lid van artikel 123 zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 100
1.
De naamloze vennootschap
legt de in artikel 99 lid 1 bedoelde
besluiten neer ten kantore van het
handelsregister en kondigt de nederlegging
aan in een landelijk verspreid dagblad.
2.
De vennootschap moet, op
straffe van gegrondverklaring van een verzet
als bedoeld in het volgende lid, voor iedere
schuldeiser die dit verlangt zekerheid
stellen of hem een andere waarborg geven
voor de voldoening van zijn vordering. Dit
geldt niet, indien de schuldeiser voldoende
waarborgen heeft of de vermogenstoestand van
de vennootschap voldoende zekerheid biedt
dat de vordering zal worden voldaan.
3.
Binnen twee maanden na de
in het eerste lid vermelde aankondiging kan
iedere schuldeiser door een verzoekschrift
aan de rechtbank tegen het besluit tot
kapitaalvermindering in verzet komen met
vermelding van de waarborg die wordt
verlangd.
4.
Voordat de rechter
beslist, kan hij de vennootschap in de
gelegenheid stellen binnen een door hem
bepaalde termijn een door hem omschreven
waarborg te geven. Op een ingesteld
rechtsmiddel kan hij, indien het kapitaal al
is verminderd, het stellen van een waarborg
bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.
5.
Een besluit tot
vermindering van het geplaatste kapitaal
wordt niet van kracht zolang verzet kan
worden gedaan. Indien tijdig verzet is
gedaan, wordt het besluit eerst van kracht,
zodra het verzet is ingetrokken of de
opheffing van het verzet uitvoerbaar is. Een
voor de vermindering van het kapitaal
vereiste akte van statutenwijziging kan niet
eerder worden verleden.
6.
Indien de vennootschap
haar kapitaal wegens geleden verliezen
vermindert tot een bedrag dat niet lager is
dan dat van haar eigen vermogen, behoeft zij
geen waarborg te geven en wordt het besluit
onmiddellijk van kracht.
7.
Dit artikel is niet van
toepassing, indien een
beleggingsmaatschappij met veranderlijk
kapitaal wettig verkregen eigen aandelen
intrekt.
Artikel 101
1.
Jaarlijks binnen vijf
maanden na afloop van het boekjaar der
vennootschap, behoudens verlenging van deze
termijn met ten hoogste zes maanden door de
algemene vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een
jaarrekening op en legt het deze voor de
aandeelhouders ter inzage ten kantore van de
vennootschap. Binnen deze termijn legt het
bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor
de aandeelhouders, tenzij de artikelen 396
lid 6, of 403 voor de vennootschap gelden.
Het bestuur van de vennootschap waarop de
artikelen 158 tot en met 161 en 164 van
toepassing zijn, zendt de jaarrekening ook
toe aan de in artikel 158 lid 11 bedoelde
ondernemingsraad.
2.
De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen; ontbreekt de ondertekening
van een of meer hunner, dan wordt daarvan
onder opgave van reden melding gemaakt.
3.
De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering.
Vaststelling van de jaarrekening strekt niet
tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
4.
Besluiten waarbij de
jaarrekening wordt vastgesteld, worden in de
statuten niet onderworpen aan de goedkeuring
van een orgaan van de vennootschap of van
derden.
5.
De statuten bevatten geen
bepalingen die toelaten dat voorschriften of
bindende voorstellen voor de jaarrekening of
enige post daarvan worden gegeven.
6.
De statuten kunnen
bepalen dat een ander orgaan van de
vennootschap dan de algemene vergadering van
aandeelhouders de bevoegdheid heeft te
bepalen welk deel van het resultaat van het
boekjaar wordt gereserveerd of hoe het
verlies zal worden verwerkt.
7.
Onze Minister van
Economische Zaken kan desverzocht om
gewichtige redenen ontheffing verlenen van
de verplichting tot het opmaken, het
overleggen en het vaststellen van de
jaarrekening.
Artikel 102
1.
De naamloze vennootschap
zorgt dat de opgemaakte jaarrekening, het
jaarverslag en de krachtens artikel 392 lid
1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep
voor de algemene vergadering, bestemd tot
hun behandeling, te haren kantore aanwezig
zijn. De houders van haar aandelen of van
met haar medewerking uitgegeven certificaten
daarvan kunnen de stukken aldaar inzien en
er kosteloos een afschrift van verkrijgen.
2.
Luiden deze aandelen of
certificaten aan toonder of heeft de
vennootschap schuldbrieven aan toonder
uitstaan, dan kan tevens ieder de stukken,
voor zover zij na vaststelling openbaar
gemaakt moeten worden, inzien en daarvan
tegen ten hoogste de kostprijs een afschrift
verkrijgen. Deze bevoegdheid vervalt zodra
deze stukken zijn neergelegd ten kantore van
het handelsregister.
Artikel 103 [Vervallen per
31-12-2006]
Artikel 104
Ten laste van de door
de wet voorgeschreven reserves mag een
tekort slechts worden gedelgd voor zover de
wet dat toestaat.
Artikel 105
1.
Voor zover bij de
statuten niet anders is bepaald, komt de
winst de aandeelhouders ten goede.
2.
De naamloze vennootschap
kan aan de aandeelhouders en andere
gerechtigden tot de voor uitkering vatbare
winst slechts uitkeringen doen voor zover
haar eigen vermogen groter is dan het bedrag
van het gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal vermeerderd met de reserves die
krachtens de wet of de statuten moeten
worden aangehouden.
3.
Uitkering van winst
geschiedt na de vaststelling van de
jaarrekening waaruit blijkt dat zij
geoorloofd is.
4.
De vennootschap mag
tussentijds slechts uitkeringen doen, indien
de statuten dit toelaten en aan het vereiste
van het tweede lid is voldaan blijkens een
tussentijdse vermogensopstelling. Deze heeft
betrekking op de stand van het vermogen op
ten vroegste de eerste dag van de derde
maand voor de maand waarin het besluit tot
uitkering bekend wordt gemaakt. Zij wordt
opgemaakt met inachtneming van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
beschouwde waarderingsmethoden. In de
vermogensopstelling worden de krachtens de
wet of de statuten te reserveren bedragen
opgenomen. Zij wordt ondertekend door de
bestuurders; ontbreekt de handtekening van
een of meer hunner, dan wordt daarvan onder
opgave van reden melding gemaakt. De
vennootschap legt de vermogensopstelling ten
kantore van het handelsregister neer binnen
acht dagen na de dag waarop het besluit tot
uitkering wordt bekend gemaakt.
5.
Bij de berekening van de
winstverdeling tellen de aandelen die de
vennootschap in haar kapitaal houdt, mede,
tenzij bij de statuten anders is bepaald.
6.
Bij de berekening van het
winstbedrag, dat op ieder aandeel zal worden
uitgekeerd, komt slechts het bedrag van de
verplichte stortingen op het nominale bedrag
van de aandelen in aanmerking, tenzij bij de
statuten anders is bepaald.
7.
De statuten kunnen
bepalen dat de vordering van een
aandeelhouder niet door verloop van vijf
jaren verjaart, doch eerst na een langere
termijn vervalt. Een zodanige bepaling is
alsdan van overeenkomstige toepassing op de
vordering van een houder van een certificaat
van een aandeel op de aandeelhouder.
8.
Een uitkering in strijd
met het tweede of vierde lid moet worden
terugbetaald door de aandeelhouder of andere
winstgerechtigde die wist of behoorde te
weten dat de uitkering niet geoorloofd was.
9.
Geen van de
aandeelhouders kan geheel worden uitgesloten
van het delen in de winst.
10.
De statuten kunnen
bepalen dat de winst waartoe houders van
aandelen van een bepaalde soort gerechtigd
zijn, geheel of gedeeltelijk te hunnen
behoeve wordt gereserveerd.
Artikel 106 [Vervallen per
01-09-1981]
Afdeling 4. De algemene
vergadering van aandeelhouders
Artikel 107
1.
Aan de
algemene vergadering van aandeelhouders
behoort, binnen de door de wet en de
statuten gestelde grenzen, alle bevoegdheid,
die niet aan het bestuur of aan anderen is
toegekend.
2.
Het bestuur en de raad
van commissarissen verschaffen haar alle
verlangde inlichtingen, tenzij een
zwaarwichtig belang der vennootschap zich
daartegen verzet.
Artikel 107a
1.
Aan de goedkeuring van de
algemene vergadering zijn onderworpen de
besluiten van het bestuur omtrent een
belangrijke verandering van de identiteit of
het karakter van de vennootschap of de
onderneming, waaronder in ieder geval:
a. overdracht van
de onderneming of vrijwel de gehele
onderneming aan een derde;
b. het aangaan of
verbreken van duurzame samenwerking van
de vennootschap of een
dochtermaatschappij met een andere
rechtspersoon of vennootschap dan wel
als volledig aansprakelijke vennote in
een commanditaire vennootschap of
vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van
ingrijpende betekenis is voor de
vennootschap;
c. het nemen of
afstoten van een deelneming in het
kapitaal van een vennootschap ter waarde
van ten minste een derde van het bedrag
van de activa volgens de balans met
toelichting of, indien de vennootschap
een geconsolideerde balans opstelt,
volgens de geconsolideerde balans met
toelichting volgens de laatst
vastgestelde jaarrekening van de
vennootschap, door haar of een
dochtermaatschappij.
2.
Het ontbreken van de
goedkeuring van de algemene vergadering op
een besluit als bedoeld in lid 1 tast de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur
of bestuurders niet aan.
Artikel 108
1.
Jaarlijks wordt ten
minste één algemene vergadering gehouden.
2.
Wanneer bij de statuten
niet een kortere termijn is gesteld, wordt
de jaarvergadering gehouden binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar der
vennootschap.
Artikel 108a
Binnen drie maanden
nadat het voor het bestuur aannemelijk is
dat het eigen vermogen van de naamloze
vennootschap is gedaald tot een bedrag
gelijk aan of lager dan de helft van het
gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal, wordt een algemene vergadering van
aandeelhouders gehouden ter bespreking van
zo nodig te nemen maatregelen.
Artikel 109
Het bestuur en de raad
van commissarissen zijn bevoegd tot het
bijeenroepen van een algemene vergadering;
bij de statuten kan deze bevoegdheid ook aan
anderen worden verleend.
Artikel 110
1.
Een of meer houders van
aandelen die gezamenlijk ten minste een
tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen, of een zoveel geringer
bedrag als bij de statuten is bepaald,
kunnen door de voorzieningenrechter van de
rechtbank op hun verzoek worden gemachtigd
tot de bijeenroeping van een algemene
vergadering. De voorzieningenrechter wijst
dit verzoek af, indien hem niet is gebleken,
dat verzoekers voordien aan het bestuur en
aan de raad van commissarissen schriftelijk
en onder nauwkeurige opgave van de te
behandelen onderwerpen het verzoek hebben
gericht een algemene vergadering bijeen te
roepen, en dat noch het bestuur noch de raad
van commissarissen - daartoe in dit geval
gelijkelijk bevoegd - de nodige maatregelen
hebben getroffen, opdat de algemene
vergadering binnen zes weken na het verzoek
kon worden gehouden.
2.
Voor de toepassing van
dit artikel worden met houders van aandelen
gelijkgesteld de houders van de certificaten
van aandelen, welke met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
3.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van
schriftelijkheid van het verzoek als bedoeld
in lid 1 voldaan indien dit verzoek
elektronisch is vastgelegd.
Artikel 111
1.
De voorzieningenrechter
van de rechtbank verleent, na verhoor of
oproeping van de naamloze vennootschap, de
verzochte machtiging, indien de verzoekers
summierlijk hebben doen blijken, dat de in
het vorige artikel gestelde voorwaarden zijn
vervuld, en dat zij een redelijk belang
hebben bij het houden van de vergadering. De
voorzieningenrechter van de rechtbank stelt
de vorm en de termijnen voor de oproeping
tot de algemene vergadering vast. Hij kan
tevens iemand aanwijzen, die met de leiding
van de algemene vergadering zal zijn belast.
2.
Bij de oproeping
ingevolge het eerste lid wordt vermeld dat
zij krachtens rechterlijke machtiging
geschiedt. De op deze wijze gedane oproeping
is rechtsgeldig, ook indien mocht blijken
dat de machtiging ten onrechte was verleend.
3.
Tegen de beschikking van
de voorzieningenrechter is generlei
voorziening toegelaten, behoudens cassatie
in het belang der wet.
Artikel 112
Indien zij, die
krachtens artikel 109 van dit Boek of de
statuten tot de bijeenroeping bevoegd zijn,
in gebreke zijn gebleven een bij artikel 108
of artikel 108a van dit Boek of de
statuten voorgeschreven algemene vergadering
te doen houden, kan iedere aandeelhouder
door de voorzieningenrechter van de
rechtbank worden gemachtigd zelf daartoe
over te gaan. Artikel 110 lid 2 en artikel
111 van dit Boek zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 113
1.
Tot de algemene
vergadering worden opgeroepen de
aandeelhouders alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met
medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven.
2.
De oproeping geschiedt
door aankondiging in een landelijk verspreid
dagblad.
3.
De statuten kunnen
bepalen dat de houders van aandelen op naam
worden opgeroepen door middel van
oproepingsbrieven gericht aan de adressen
van die aandeelhouders zoals deze zijn
vermeld in het register van aandeelhouders.
4.
Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien de houder van aandelen
op naam alsmede de houder van de
certificaten van aandelen, welke met
medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven, hiermee instemt, de oproeping
geschieden door een langs elektronische weg
toegezonden leesbaar en reproduceerbaar
bericht aan het adres dat door hem voor dit
doel aan de vennootschap is bekend gemaakt.
5.
De statuten kunnen
bepalen dat de houders van aandelen aan
toonder alsmede de houders van de
certificaten van aandelen, welke met
medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven, worden opgeroepen door een langs
elektronische weg openbaar gemaakte
aankondiging, welke tot aan de algemene
vergadering rechtstreeks en permanent
toegankelijk is.
Artikel 114
1.
Bij de oproeping worden
de te behandelen onderwerpen vermeld of
wordt medegedeeld dat de aandeelhouders en
de houders van met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten van
haar aandelen er ten kantore van de
vennootschap kennis van kunnen nemen.
2.
Omtrent onderwerpen
waarvan de behandeling niet bij de oproeping
of op de zelfde wijze is aangekondigd met
inachtneming van de voor de oproeping
gestelde termijn, kan niet wettig worden
besloten, tenzij het besluit met algemene
stemmen wordt genomen in een vergadering,
waarin het gehele geplaatste kapitaal
vertegenwoordigd is.
3.
Mededelingen welke
krachtens de wet of de statuten aan de
algemene vergadering moeten worden gericht,
kunnen geschieden door opneming hetzij in de
oproeping hetzij in het stuk dat ter
kennisneming ten kantore der vennootschap is
neergelegd, mits daarvan in de oproeping
melding wordt gemaakt.
Artikel 114a
1.
Een onderwerp, waarvan de
behandeling schriftelijk is verzocht door
een of meer houders van aandelen die daartoe
krachtens het volgende lid gerechtigd zijn,
wordt opgenomen in de oproeping of op
dezelfde wijze aangekondigd indien de
vennootschap het verzoek niet later dan op
de zestigste dag voor die van de vergadering
heeft ontvangen en mits geen zwaarwichtig
belang van de vennootschap zich daartegen
verzet.
2.
Om behandeling kan worden
verzocht door een of meer houders van
aandelen die alleen of gezamenlijk ten
minste een honderdste gedeelte van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of,
indien de aandelen zijn toegelaten tot de
handel op een markt in financiële
instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht ten minste
een waarde vertegenwoordigen van € 50
miljoen. Bij algemene maatregel van bestuur
kan dit bedrag worden verhoogd of verlaagd
in verband met de ontwikkeling van het loon-
en prijspeil.
3.
In de statuten kan het
vereiste gedeelte van het kapitaal of de
waarde van de aandelen lager worden gesteld
en de termijn voor indiening van het verzoek
worden verkort.
4.
Voor de toepassing van
dit artikel worden met de houders van
aandelen gelijkgesteld de houders van de
certificaten van aandelen die met
medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven.
5.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van
schriftelijkheid van het verzoek als bedoeld
in lid 1 voldaan indien dit verzoek
elektronisch is vastgelegd.
Artikel 115
Behoudens het bepaalde
bij de tweede zin van het eerste lid van
artikel 111 van dit Boek, geschiedt de
oproeping niet later dan op de vijftiende
dag vóór die der vergadering. Was die
termijn korter of heeft de oproeping niet
plaats gehad, dan kunnen geen wettige
besluiten worden genomen, tenzij met
algemene stemmen in een vergadering, waarin
het gehele geplaatste kapitaal
vertegenwoordigd is.
Artikel 116
De algemene
vergaderingen worden gehouden in Nederland
ter plaatse bij de statuten vermeld, of
anders in de gemeente waar de naamloze
vennootschap haar woonplaats heeft. In een
algemene vergadering, gehouden elders dan
behoort, kunnen wettige besluiten slechts
worden genomen, indien het gehele geplaatste
kapitaal vertegenwoordigd is.
Artikel 117
1.
Iedere aandeelhouder is
bevoegd, in persoon of bij een schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergaderingen
bij te wonen, daarin het woord te voeren en
het stemrecht uit te oefenen. Houders van
onderaandelen, tezamen uitmakende het bedrag
van een aandeel, oefenen deze rechten
gezamenlijk uit, hetzij door één van hen,
hetzij door een schriftelijk gevolmachtigde.
Bij de statuten kan de bevoegdheid van
aandeelhouders zich te doen
vertegenwoordigen, worden beperkt. De
bevoegdheid van aandeelhouders zich te doen
vertegenwoordigen door een advocaat,
notaris, kandidaat-notaris,
registeraccountant of
accountant-administratieconsulent kan niet
worden uitgesloten.
2.
Iedere houder van een met
medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaat van een aandeel is bevoegd, in
persoon of bij een schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergadering bij
te wonen en daarin het woord te voeren. De
voorlaatste en de laatste zin van lid 1 zijn
van overeenkomstige toepassing.
3.
De statuten kunnen
bepalen dat een aandeelhouder niet
gerechtigd is tot deelname aan de algemene
vergadering zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire
verplichting. Wanneer bij de statuten is
bepaald dat de houders van aandelen de
bewijsstukken van hun recht vóór de algemene
vergadering in bewaring moeten geven, worden
bij de oproeping voor die vergadering
vermeld de plaats waar en de dag waarop
zulks uiterlijk moet geschieden. Die dag kan
niet vroeger worden gesteld dan op de
zevende dag voor die der vergadering. Indien
de statuten voorschriften overeenkomstig de
voorgaande bepalingen van dit lid bevatten,
gelden deze mede voor de houders van de
certificaten van aandelen die met
medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven.
4.
De bestuurders en de
commissarissen hebben als zodanig in de
algemene vergaderingen een raadgevende stem.
5.
De accountant aan wie de
opdracht tot het onderzoek van de
jaarrekening is verleend, bedoeld in artikel
393 lid 1, is bevoegd de algemene
vergadering die besluit over de vaststelling
van de jaarrekening bij te wonen en daarin
het woord te voeren.
6.
Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt
voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 117a
1.
De statuten kunnen
bepalen dat iedere aandeelhouder bevoegd is
om, in persoon of bij een schriftelijk
gevolmachtigde, door middel van een
elektronisch communicatiemiddel aan de
algemene vergadering deel te nemen, daarin
het woord te voeren en het stemrecht uit te
oefenen.
2.
Voor de toepassing van
lid 1 is vereist dat de aandeelhouder via
het elektronisch communicatiemiddel kan
worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter
vergadering en het stemrecht kan uitoefenen.
De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de aandeelhouder via het
elektronisch communicatiemiddel kan
deelnemen aan de beraadslaging.
3.
Bij of krachtens de
statuten kunnen voorwaarden worden gesteld
aan het gebruik van het elektronisch
communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden
krachtens de statuten worden gesteld, worden
deze bij de oproeping bekend gemaakt.
4.
Lid 1 tot en met 3 zijn
van overeenkomstige toepassing op de rechten
van iedere houder van een met medewerking
van de vennootschap uitgegeven certificaat
van een aandeel.
5.
Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt
voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 117b
1.
De statuten kunnen
bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de
algemene vergadering via een elektronisch
communicatiemiddel worden uitgebracht gelijk
worden gesteld met stemmen die ten tijde van
de vergadering worden uitgebracht. Deze
stemmen worden niet eerder uitgebracht dan
op de in het derde lid bedoelde uiterste dag
van registratie.
2.
Voor de toepassing van
lid 1 hebben als stem- of
vergadergerechtigde te gelden zij die op een
bij de bijeenroeping van een algemene
vergadering te bepalen tijdstip die rechten
hebben en als zodanig zijn ingeschreven in
een door het bestuur aangewezen register,
ongeacht wie ten tijde van de algemene
vergadering de rechthebbenden op de aandelen
zijn.
3.
De uiterste dag van de
registratie mag niet vroeger worden gesteld
dan op de dertigste dag voor die van de
vergadering.
4.
Bij de oproeping wordt de
dag van de registratie vermeld, alsmede de
wijze waarop de stem- of
vergadergerechtigden zich kunnen laten
registreren en de wijze waarop zij hun
rechten kunnen uitoefenen.
Artikel 118
1.
Slechts aandeelhouders
hebben stemrecht. Iedere aandeelhouder heeft
ten minste één stem. De statuten kunnen
bepalen dat een aandeelhouder niet
gerechtigd is tot uitoefening van het
stemrecht zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire
verplichting.
2.
Indien het
maatschappelijk kapitaal in aandelen van een
zelfde bedrag is verdeeld, brengt iedere
aandeelhouder zoveel stemmen uit als hij
aandelen heeft.
3.
Indien het
maatschappelijk kapitaal in aandelen van
verschillend bedrag is verdeeld, is het
aantal stemmen van iedere aandeelhouder
gelijk aan het aantal malen, dat het bedrag
van het kleinste aandeel is begrepen in het
gezamenlijk bedrag van zijn aandelen;
gedeelten van stemmen worden verwaarloosd.
4.
Echter kan het door een
zelfde aandeelhouder uit te brengen aantal
stemmen bij de statuten worden beperkt, mits
aandeelhouders wier bedrag aan aandelen
gelijk is, hetzelfde aantal stemmen
uitbrengen en de beperking voor de houders
van een groter bedrag aan aandelen niet
gunstiger is geregeld dan voor de houders
van een kleiner bedrag aan aandelen.
5.
Van het bepaalde bij het
tweede en het derde lid kan bij de statuten
ook op andere wijze worden afgeweken, mits
aan eenzelfde aandeelhouder niet meer dan
zes stemmen worden toegekend indien het
maatschappelijk kapitaal is verdeeld in
honderd of meer aandelen, en niet meer dan
drie stemmen indien het kapitaal in minder
dan honderd aandelen is verdeeld.
6.
Onderaandelen die tezamen
het bedrag van een aandeel uitmaken worden
met een zodanig aandeel gelijkgesteld.
7.
Voor een aandeel dat
toebehoort aan de vennootschap of aan een
dochtermaatschappij daarvan kan in de
algemene vergadering geen stem worden
uitgebracht; evenmin voor een aandeel
waarvan een hunner de certificaten houdt.
Vruchtgebruikers en pandhouders van aandelen
die aan de vennootschap en haar
dochtermaatschappijen toebehoren, zijn
evenwel niet van hun stemrecht uitgesloten,
indien het vruchtgebruik of pandrecht was
gevestigd voordat het aandeel aan de
vennootschap of een dochtermaatschappij
daarvan toebehoorde. De vennootschap of een
dochtermaatschappij daarvan kan geen stem
uitbrengen voor een aandeel waarop zij een
recht van vruchtgebruik of een pandrecht
heeft.
Artikel 118a
1.
Indien met medewerking
van de vennootschap certificaten van
aandelen zijn uitgegeven die zijn toegelaten
tot de handel op een markt in financiële
instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht wordt de
houder van de certificaten op zijn verzoek
gevolmachtigd om met uitsluiting van de
volmachtgever het stemrecht verbonden aan
het betreffende aandeel of de betreffende
aandelen uit te oefenen in een in de
volmacht aangegeven algemene vergadering.
Een aldus gevolmachtigde certificaathouder
kan het stemrecht naar eigen inzicht
uitoefenen. De artikelen 88 lid 4 en 89 lid
4 zijn niet van toepassing.
2.
De stemgerechtigde kan de
volmacht slechts beperken, uitsluiten of een
gegeven volmacht herroepen indien:
a. een openbaar
bod is aangekondigd of uitgebracht op
aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of op certificaten of de
gerechtvaardigde verwachting bestaat dat
daartoe zal worden overgegaan, zonder
dat over het bod overeenstemming is
bereikt met de vennootschap;
b. een houder van
certificaten of meerdere houders van
certificaten en aandelen volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking al
dan niet samen met dochtermaatschappijen
ten minste 25% van het geplaatst
kapitaal van de vennootschap verschaffen
of doen verschaffen; of
c. naar het
oordeel van de stemgerechtigde
uitoefening van het stemrecht door een
houder van certificaten wezenlijk in
strijd is met het belang van de
vennootschap en de daarmee verbonden
onderneming.
De stemgerechtigde
brengt het besluit tot beperking, intrekking
of herroeping gemotiveerd ter kennis van de
certificaathouders en de overige
aandeelhouders.
3.
De bevoegdheid tot
beperking, uitsluiting of herroeping bestaat
niet indien de stemgerechtigde
rechtspersoonlijkheid heeft en de
meerderheid van stemmen in het bestuur van
de rechtspersoon kan worden uitgebracht door
a. bestuurders of
gewezen bestuurders alsmede
commissarissen of gewezen commissarissen
van de vennootschap of haar
groepsmaatschappijen;
b. natuurlijke
personen in dienst van de vennootschap
of haar groepsmaatschappijen;
c. vaste adviseurs
van de vennootschap of haar
groepsmaatschappijen.
4.
Bij het besluit tot het
beperken, uitsluiten of herroepen van de
volmacht en het besluit over de wijze waarop
het stemrecht wordt uitgeoefend, kunnen de
in het lid 3 bedoelde personen geen stem
uitbrengen.
Artikel 119
1.
De algemene vergadering
van aandeelhouders kan het bestuur voor een
periode van ten hoogste vijf jaren machtigen
bij de bijeenroeping van een algemene
vergadering te bepalen dat voor de
toepassing van artikel 117 leden 1 en 2 en
artikel 117a leden 1 en 4 als stem- of
vergadergerechtigde hebben te gelden zij die
op een daarbij te bepalen tijdstip die
rechten hebben en als zodanig zijn
ingeschreven in een door het bestuur
aangewezen register, ongeacht wie ten tijde
van de algemene vergadering de
rechthebbenden op de aandelen of
certificaten zijn. De machtiging kan ook
voor onbepaalde tijd worden verleend bij de
statuten.
2.
De uiterste dag van
registratie mag niet vroeger worden gesteld
dan op de dertigste dag voor die der
vergadering.
3.
Bij de oproeping voor de
vergadering wordt de dag van registratie
vermeld alsmede de wijze waarop de stem- of
vergadergerechtigden zich kunnen laten
registreren en de wijze waarop zij hun
rechten kunnen uitoefenen.
Artikel 120
1.
Alle besluiten
waaromtrent bij de wet of de statuten geen
grotere meerderheid is voorgeschreven,
worden genomen bij volstrekte meerderheid
van de uitgebrachte stemmen. Staken de
stemmen bij verkiezing van personen, dan
beslist het lot, staken de stemmen bij een
andere stemming, dan is het voorstel
verworpen; een en ander voor zover in de wet
of de statuten niet een andere oplossing is
aangegeven. Deze oplossing kan bestaan in
het opdragen van de beslissing aan een
derde.
2.
Tenzij bij de wet of de
statuten anders is bepaald, is de geldigheid
van besluiten niet afhankelijk van het ter
vergadering vertegenwoordigd gedeelte van
het kapitaal.
3.
Indien in de statuten is
bepaald dat de geldigheid van een besluit
afhankelijk is van het ter vergadering
vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal
en dit gedeelte ter vergadering niet
vertegenwoordigd was, kan, tenzij de
statuten anders bepalen, een nieuwe
vergadering worden bijeengeroepen waarin het
besluit kan worden genomen, onafhankelijk
van het op deze vergadering vertegenwoordigd
gedeelte van het kapitaal. Bij de oproeping
tot de nieuwe vergadering moet worden
vermeld dat en waarom een besluit kan worden
genomen, onafhankelijk van het ter
vergadering vertegenwoordigd gedeelte van
het kapitaal.
4.
Het bestuur van de
vennootschap houdt van de genomen besluiten
aantekening. De aantekeningen liggen ten
kantore van de vennootschap ter inzage van
de aandeelhouders en de houders van de met
medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van haar aandelen. Aan ieder
van dezen wordt desgevraagd afschrift of
uittreksel van deze aantekeningen verstrekt
tegen ten hoogste de kostprijs.
Artikel 121
1.
De algemene vergadering
is bevoegd de statuten te wijzigen; voor
zover bij de statuten de bevoegdheid tot
wijziging mocht zijn uitgesloten, is
wijziging niettemin mogelijk met algemene
stemmen in een vergadering waarin het gehele
geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
2.
Een bepaling in de
statuten, die de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen der
statuten beperkt, kan slechts worden
gewijzigd met inachtneming van gelijke
beperking.
3.
Een bepaling in de
statuten, die de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen uitsluit,
kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering waarin het gehele
geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
Artikel 121a
1.
Het besluit tot verhoging
van het bedrag van de aandelen en van het
maatschappelijk kapitaal volgens artikel 67a
wordt genomen bij volstrekte meerderheid van
stemmen. Het besluit tot vermindering van
het bedrag van de aandelen en van het
maatschappelijk kapitaal wordt genomen met
een meerderheid van ten minste twee-derde
van de uitgebrachte stemmen indien minder
dan de helft van het geplaatste kapitaal is
vertegenwoordigd. Zijn er verschillende
soorten aandelen, dan is naast het besluit
tot verhoging of verlaging een voorafgaand
of gelijktijdig goedkeurend besluit nodig
van elke groep van houders van aandelen
waaraan de omzetting afbreuk doet.
2.
Voor de toepassing van
deze bepaling wordt onder aandelen van een
bepaalde soort tevens begrepen aandelen met
een onderscheiden nominale waarde.
Artikel 122
Wijziging van een
bepaling der statuten, waarbij aan een ander
dan aan aandeelhouders der vennootschap als
zodanig enig recht is toegekend, kan indien
de gerechtigde in de wijziging niet
toestemt, aan diens recht geen nadeel
toebrengen; tenzij ten tijde van de
toekenning van het recht de bevoegdheid tot
wijziging bij die bepaling uitdrukkelijk was
voorbehouden.
Artikel 123
1.
Wanneer aan de algemene
vergadering een voorstel tot wijziging van
de statuten zal worden gedaan, moet zulks
steeds bij de oproeping tot de algemene
vergadering worden vermeld.
2.
Degenen die zodanige
oproeping hebben gedaan, moeten
tegelijkertijd een afschrift van dat
voorstel waarin de voorgedragen wijziging
woordelijk is opgenomen, ten kantore van de
vennootschap nederleggen ter inzage voor
iedere aandeelhouder tot de afloop der
vergadering. Artikel 114 lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3.
De aandeelhouders moeten
in de gelegenheid worden gesteld van de dag
der nederlegging tot die der algemene
vergadering een afschrift van het voorstel,
gelijk bij het vorige lid bedoeld, te
verkrijgen. Deze afschriften worden
kosteloos verstrekt.
4.
Hetgeen in dit artikel
met betrekking tot aandeelhouders is
bepaald, is van overeenkomstige toepassing
op houders van met medewerking der
vennootschap uitgegeven certificaten van
aandelen.
Artikel 124
1.
Van een wijziging in de
statuten wordt, op straffe van nietigheid,
een notariële akte opgemaakt. De akte wordt
verleden in de Nederlandse taal.
2.
Die akte kan bestaan in
een notarieel proces-verbaal van de algemene
vergadering, waarin de wijziging aangenomen
is, of in een later verleden notariële akte.
Het bestuur is bevoegd de akte te doen
verlijden, ook zonder daartoe door de
algemene vergadering te zijn gemachtigd. De
algemene vergadering kan het bestuur of een
of meer andere personen machtigen de
veranderingen aan te brengen, die nodig
mochten blijken om de bij het volgende
artikel bedoelde verklaring te verkrijgen.
3.
Wordt het
maatschappelijke kapitaal gewijzigd, dan
vermeldt de akte welk deel daarvan is
geplaatst.
Artikel 125
1.
De wijziging in de
statuten wordt niet van kracht, dan nadat
door Onze Minister van Justitie is
verklaard, dat hem van bezwaren niet is
gebleken.
2.
De in lid één bedoelde
verklaring mag alleen worden geweigerd op
grond dat door de wijziging de vennootschap
een verboden karakter zou verkrijgen of dat
er gevaar bestaat dat door de wijziging de
vennootschap gebruikt zal worden voor
ongeoorloofde doeleinden.
3.
Ter verkrijging van deze
verklaring moeten aan Onze Minister van
Justitie alle inlichtingen verstrekt worden
die noodzakelijk zijn voor het beoordelen
van de aanvraag. Tevens moet aan Onze
Minister ten bate van 's Rijks kas een
bedrag van € 90,76 worden voldaan. Wij
kunnen bij algemene maatregel van bestuur
dit bedrag verhogen in verband met de
stijging van het loon- en prijspeil.
4.
De verklaring is niet
vereist bij een omzetting van de bedragen
van de aandelen of van het maatschappelijk
of het geplaatste kapitaal in euro volgens
artikel 67a.
Artikel 126
De bestuurders zijn
verplicht een authentiek afschrift van de
wijziging en de gewijzigde statuten neder te
leggen ten kantore van het handelsregister.
Artikel 127
Gedurende het
faillissement der naamloze vennootschap kan
in haar statuten geen wijziging worden
aangebracht dan met toestemming van de
curator.
Artikel 128
1.
De statuten kunnen
bepalen dat besluitvorming van
aandeelhouders op andere wijze dan in een
vergadering kan geschieden, tenzij aandelen
aan toonder of, met medewerking van de
vennootschap, certificaten van aandelen zijn
uitgegeven. Indien de statuten een zodanige
regeling bevatten, is zulk een
besluitvorming slechts mogelijk met algemene
stemmen van de stemgerechtigde
aandeelhouders. De stemmen worden
schriftelijk uitgebracht.
2.
Tenzij de statuten anders
bepalen kunnen de stemmen ook langs
elektronische weg worden uitgebracht.
Afdeling 5. Het bestuur
van de naamloze vennootschap en het toezicht op
het bestuur
Artikel 129
1.
Behoudens beperkingen
volgens de statuten is het bestuur belast
met het besturen van de vennootschap.
2.
De statuten kunnen
bepalen dat een met name of in functie
aangeduide bestuurder meer dan één stem
wordt toegekend. Een bestuurder kan niet
meer stemmen uitbrengen dan de andere
bestuurders tezamen.
3.
Besluiten van het bestuur
kunnen bij of krachtens de statuten slechts
worden onderworpen aan de goedkeuring van
een orgaan van de vennootschap.
4.
De statuten kunnen
bepalen dat het bestuur zich dient te
gedragen naar de aanwijzingen van een orgaan
van de vennootschap die de algemene lijnen
van het te voeren beleid op nader in de
statuten aangegeven terreinen betreffen.
Artikel 130
1.
Het bestuur
vertegenwoordigt de vennootschap, voor zover
uit de wet niet anders voortvloeit.
2.
De bevoegdheid tot
vertegenwoordiging komt mede aan iedere
bestuurder toe. De statuten kunnen echter
bepalen dat zij behalve aan het bestuur
slechts toekomt aan een of meer bestuurders.
Zij kunnen voorts bepalen dat een bestuurder
de vennootschap slechts met medewerking van
een of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3.
Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of
aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en
onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet
anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten
of voorgeschreven beperking van of
voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de
vennootschap worden ingeroepen.
4.
De statuten kunnen ook
aan andere personen dan bestuurders
bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 131
De rechtbank, binnen
welker rechtsgebied de vennootschap haar
woonplaats heeft, neemt kennis van alle
rechtsvorderingen betreffende de
overeenkomst tussen de naamloze vennootschap
en de bestuurder, daaronder begrepen de
vordering bedoeld bij artikel 138 van dit
Boek, waarvan het bedrag onbepaald is of €
5000 te boven gaat. Dezelfde rechtbank neemt
kennis van verzoeken als bedoeld in artikel
685 van Boek 7 betreffende de in de eerste
zin genoemde overeenkomst.
Artikel 132
1.
De benoeming van
bestuurders geschiedt voor de eerste maal
bij de akte van oprichting en later door de
algemene vergadering van aandeelhouders,
tenzij zij overeenkomstig artikel 162 van
dit Boek door de raad van commissarissen
geschiedt.
2.
De statuten kunnen de
kring van benoembare personen beperken
door eisen te stellen waaraan de
bestuurders moeten voldoen. De eisen
kunnen terzijde worden gesteld door een
besluit van de algemene vergadering
genomen met twee derden van de
uitgebrachte stemmen die meer dan de
helft van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen.
Artikel 133
1.
Bij de statuten kan
worden bepaald, dat de benoeming door de
algemene vergadering zal geschieden uit een
voordracht, die ten minste twee personen
voor iedere te vervullen plaats bevat.
2.
De algemene vergadering
kan echter aan zodanige voordracht steeds
het bindend karakter ontnemen bij een
besluit genomen met twee derden van de
uitgebrachte stemmen, die meer dan de helft
van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen.
3.
De vorige leden zijn niet
van toepassing, indien de benoeming
geschiedt door de raad van commissarissen.
Artikel 134
1.
Iedere bestuurder kan te
allen tijde worden geschorst en ontslagen
door degene die bevoegd is tot benoeming.
2.
Indien in de statuten is
bepaald dat het besluit tot schorsing of
ontslag slechts mag worden genomen met een
versterkte meerderheid in een algemene
vergadering, waarin een bepaald gedeelte van
het kapitaal is vertegenwoordigd, mag deze
versterkte meerderheid twee derden der
uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigende
meer dan de helft van het kapitaal, niet te
boven gaan.
3.
Een veroordeling tot
herstel van de arbeidsovereenkomst tussen
naamloze vennootschap en bestuurder kan door
de rechter niet worden uitgesproken.
4.
De statuten moeten
voorschriften bevatten omtrent de wijze,
waarop in het bestuur van de vennootschap
voorlopig wordt voorzien ingeval van
ontstentenis of belet van bestuurders.
Artikel 135
1.
De vennootschap heeft een
beleid op het terrein van bezoldiging van
het bestuur. Het beleid wordt vastgesteld
door de algemene vergadering. In het
bezoldigingsbeleid komen ten minste de in
artikel 383c tot en met e omschreven
onderwerpen aan de orde, voor zover deze het
bestuur betreffen.
2.
Indien de vennootschap
krachtens wettelijke bepalingen een
ondernemingsraad heeft ingesteld wordt het
beloningsbeleid schriftelijk en gelijktijdig
met de aanbieding aan de algemene
vergadering van aandeelhouders ter
kennisneming aan de ondernemingsraad
aangeboden. Voor de toepassing van de vorige
zin is het bepaalde in artikel 158 lid 11
van overeenkomstige toepassing op de
dochtermaatschappij bedoeld in de leden 1 en
2 van artikel 24a.
3.
De bezoldiging van
bestuurders wordt met inachtneming van het
beleid, bedoeld in lid 1, vastgesteld door
de algemene vergadering, tenzij bij de
statuten een ander orgaan is aangewezen.
4.
Indien in de statuten is
bepaald dat een ander orgaan dan de algemene
vergadering van aandeelhouders de
bezoldiging vaststelt, legt dat orgaan ten
aanzien van regelingen in de vorm van
aandelen of rechten tot het nemen van
aandelen een voorstel ter goedkeuring voor
aan de algemene vergadering. In het voorstel
moet ten minste zijn bepaald hoeveel
aandelen of rechten tot het nemen van
aandelen aan het bestuur mogen worden
toegekend en welke criteria gelden voor
toekenning of wijziging. Het ontbreken van
de goedkeuring van de algemene vergadering
tast de vertegenwoordigingbevoegdheid van
het orgaan niet aan.
Artikel 136
Tenzij bij de statuten
anders is bepaald, is het bestuur zonder
opdracht der algemene vergadering niet
bevoegd aangifte te doen tot
faillietverklaring van de naamloze
vennootschap.
Artikel 137
1.
Rechtshandelingen van de
vennootschap jegens de houder van alle
aandelen in het kapitaal van de vennootschap
of jegens een deelgenoot in een
huwelijksgemeenschap of in een gemeenschap
van een geregistreerd partnerschap waartoe
alle aandelen in het kapitaal van de
vennootschap behoren, waarbij de
vennootschap wordt vertegenwoordigd door
deze aandeelhouder of door een van de
deelgenoten, worden schriftelijk vastgelegd.
Voor de toepassing van de vorige zin worden
aandelen gehouden door de vennootschap of
haar dochtermaatschappijen niet meegeteld.
Indien de eerste zin niet in acht is
genomen, kan de rechtshandeling ten behoeve
van de vennootschap worden vernietigd.
2.
Lid 1 is niet van
toepassing op rechtshandelingen die onder de
bedongen voorwaarden tot de gewone
bedrijfsuitoefening van de vennootschap
behoren.
Artikel 138
1.
In geval van
faillissement van de naamloze vennootschap
is iedere bestuurder jegens de boedel
hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van
de schulden voor zover deze niet door
vereffening van de overige baten kunnen
worden voldaan, indien het bestuur zijn taak
kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en
aannemelijk is dat dit een belangrijke
oorzaak is van het faillissement.
2.
Indien het bestuur niet
heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de
artikelen 10 of 394, heeft het zijn taak
onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat
onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke
oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde
geldt indien de vennootschap volledig
aansprakelijk vennoot is van een
vennootschap onder firma of commanditaire
vennootschap en niet voldaan is aan de
verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3.
Een onbelangrijk verzuim wordt niet in
aanmerking genomen.
3.
Niet aansprakelijk is de
bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke
taakvervulling door het bestuur niet aan hem
te wijten is en dat hij niet nalatig is
geweest in het treffen van maatregelen om de
gevolgen daarvan af te wenden.
4.
De rechter kan het bedrag
waarvoor de bestuurders aansprakelijk zijn
verminderen indien hem dit bovenmatig
voorkomt, gelet op de aard en de ernst van
de onbehoorlijke taakvervulling door het
bestuur, de andere oorzaken van het
faillissement, alsmede de wijze waarop dit
is afgewikkeld. De rechter kan voorts het
bedrag van de aansprakelijkheid van een
afzonderlijke bestuurder verminderen indien
hem dit bovenmatig voorkomt, gelet op de
tijd gedurende welke die bestuurder als
zodanig in functie is geweest in de periode
waarin de onbehoorlijke taakvervulling
plaats vond.
5.
Is de omvang van het
tekort nog niet bekend, dan kan de rechter,
al dan niet met toepassing van het vierde
lid, bepalen dat van het tekort tot betaling
waarvan hij de bestuurders veroordeelt, een
staat wordt opgemaakt overeenkomstig de
bepalingen van de zesde titel van het tweede
boek van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering.
6.
De vordering kan slechts
worden ingesteld op grond van onbehoorlijke
taakvervulling in de periode van drie jaren
voorafgaande aan het faillissement. Een aan
de bestuurder verleende kwijting staat aan
het instellen van de vordering niet in de
weg.
7.
Met een bestuurder wordt
voor de toepassing van dit artikel
gelijkgesteld degene die het beleid van de
vennootschap heeft bepaald of mede heeft
bepaald, als ware hij bestuurder. De
vordering kan niet worden ingesteld tegen de
door de rechter benoemde bewindvoerder.
8.
Dit artikel laat onverlet
de bevoegdheid van de curator tot het
instellen van een vordering op grond van de
overeenkomst met de bestuurder of op grond
van artikel 9.
9.
Indien een bestuurder
ingevolge dit artikel aansprakelijk is en
niet in staat is tot betaling van zijn
schuld terzake, kan de curator de door die
bestuurder onverplicht verrichte
rechtshandelingen waardoor de mogelijkheid
tot verhaal op hem is verminderd, ten
behoeve van de boedel door een
buitengerechtelijke verklaring vernietigen,
indien aannemelijk is dat deze geheel of
nagenoeg geheel met het oogmerk van
vermindering van dat verhaal zijn verricht.
Artikel 45 leden 4 en 5 van Boek 3 is van
overeenkomstige toepassing.
10.
Indien de boedel
ontoereikend is voor het instellen van een
rechtsvordering op grond van dit artikel of
artikel 9 of voor het instellen van een
voorafgaand onderzoek naar de mogelijkheid
daartoe, kan de curator Onze Minister van
Justitie verzoeken hem bij wijze van
voorschot de benodigde middelen te
verschaffen. Onze Minister kan regels
stellen voor de beoordeling van de
gegrondheid van het verzoek en de grenzen
waarbinnen het verzoek kan worden
toegewezen. Het verzoek moet de gronden
bevatten waarop het berust, alsmede een
beredeneerde schatting van de kosten en de
omvang van het onderzoek. Het verzoek, voor
zover het betreft het instellen van een
voorafgaand onderzoek, behoeft de
goedkeuring van de rechter-commissaris.
Artikel 139
Indien door de
jaarrekening, door tussentijdse cijfers die
de vennootschap bekend heeft gemaakt of door
het jaarverslag een misleidende voorstelling
wordt gegeven van de toestand der
vennootschap, zijn de bestuurders tegenover
derden hoofdelijk aansprakelijk voor de
schade, door dezen dientengevolge geleden.
De bestuurder die bewijst dat dit aan hem
niet te wijten is, is niet aansprakelijk.
Artikel 140
1.
Bij de statuten kan
worden bepaald dat er een raad van
commissarissen zal zijn. De raad bestaat uit
een of meer natuurlijke personen.
2.
De raad van
commissarissen heeft tot taak toezicht te
houden op het beleid van het bestuur en op
de algemene gang van zaken in de
vennootschap en de met haar verbonden
onderneming. Hij staat het bestuur met raad
ter zijde. Bij de vervulling van hun taak
richten de commissarissen zich naar het
belang van de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming.
3.
De statuten kunnen
aanvullende bepalingen omtrent de taak en de
bevoegdheden van de raad en van zijn leden
bevatten.
4.
De statuten kunnen
bepalen dat een met name of in functie
aangeduide commissaris meer dan één stem
wordt toegekend. Een commissaris kan niet
meer stemmen uitbrengen dan de andere
commissarissen tezamen.
Artikel 141
1.
Het bestuur verschaft de
raad van commissarissen tijdig de voor de
uitoefening van diens taak noodzakelijke
gegevens.
2.
Het bestuur stelt ten
minste een keer per jaar de raad van
commissarissen schriftelijk op de hoogte van
de hoofdlijnen van het strategisch beleid,
de algemene en financiële risico's en het
beheers- en controlesysteem van de
vennootschap.
Artikel 142
1.
De commissarissen die
niet reeds bij de akte van oprichting zijn
aangewezen, worden benoemd door de algemene
vergadering van aandeelhouders. De statuten
kunnen de kring van benoembare personen
beperken door eisen te stellen waaraan de
commissarissen moeten voldoen. De eisen
kunnen terzijde worden gesteld door een
besluit van de algemene vergadering genomen
met twee derden van de uitgebrachte stemmen
die meer dan de helft van het geplaatste
kapitaal vertegenwoordigen.
2.
De eerste twee leden van
artikel 133 van dit Boek zijn van
overeenkomstige toepassing, indien de
benoeming door de algemene vergadering van
aandeelhouders geschiedt.
3.
Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris
worden van de kandidaat medegedeeld zijn
leeftijd, zijn beroep, het bedrag aan door
hem gehouden aandelen in het kapitaal der
vennootschap en de betrekkingen die hij
bekleedt of die hij heeft bekleed voor zover
die van belang zijn in verband met de
vervulling van de taak van een commissaris.
Tevens wordt vermeld aan welke
rechtspersonen hij reeds als commissaris is
verbonden; indien zich daaronder
rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde
groep behoren, kan met de aanduiding van de
groep worden volstaan. De aanbeveling en de
voordracht tot benoeming of herbenoeming
worden gemotiveerd. Bij herbenoeming wordt
rekening gehouden met de wijze waarop de
kandidaat zijn taak als commissaris heeft
vervuld.
Artikel 143
Bij de statuten kan
worden bepaald dat een of meer
commissarissen, doch ten hoogste een derde
van het gehele aantal, zullen worden benoemd
door anderen dan de algemene vergadering. Is
de benoeming van commissarissen geregeld
overeenkomstig de artikelen 158 en 159 van
dit Boek, dan vindt de vorige zin geen
toepassing.
Artikel 144
1.
Een commissaris kan
worden geschorst en ontslagen door degene,
die bevoegd is tot benoeming, tenzij artikel
161 leden 2 en 3 of artikel 161a van dit
Boek van toepassing is.
2.
Het tweede en het derde
lid van artikel 134 van dit Boek zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 145
De algemene
vergadering kan aan de commissarissen een
bezoldiging toekennen.
Artikel 146
Tenzij bij de statuten
anders is bepaald, wordt de naamloze
vennootschap in alle gevallen waarin zij een
tegenstrijdig belang heeft met een of meer
bestuurders, vertegenwoordigd door
commissarissen. De algemene vergadering is
steeds bevoegd een of meer andere personen
daartoe aan te wijzen.
Artikel 147
1.
Tenzij bij de statuten
anders is bepaald, is de raad van
commissarissen bevoegd iedere bestuurder te
allen tijde te schorsen.
2.
De schorsing kan te allen
tijde door de algemene vergadering worden
opgeheven, tenzij de bevoegdheid tot
benoeming van de bestuurders bij de raad van
commissarissen berust.
Artikel 148 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 149
Het bepaalde bij de
artikelen 9, 131 en 138 vindt
overeenkomstige toepassing ten aanzien van
de taakvervulling door de raad van
commissarissen.
Artikel 150
Indien door de
jaarrekening een misleidende voorstelling
wordt gegeven van de toestand der
vennootschap, zijn de commissarissen naast
de bestuurders tegenover derden hoofdelijk
aansprakelijk voor de schade, door dezen
dientengevolge geleden. De commissaris die
bewijst dat zulks niet aan een tekortkoming
zijnerzijds in het toezicht is te wijten, is
niet aansprakelijk.
Artikel 151
1.
Allen, commissarissen of
anderen, die, zonder deel uit te maken van
het bestuur der naamloze vennootschap,
krachtens enige bepaling der statuten of
krachtens besluit der algemene vergadering,
voor zekere tijd of onder zekere
omstandigheden daden van bestuur verrichten,
worden te dien aanzien, wat hun rechten en
verplichtingen ten opzichte van de
vennootschap en van derden betreft, als
bestuurders aangemerkt.
2.
Het goedkeuren van
bepaalde bestuurshandelingen of het daartoe
machtigen geldt niet als het verrichten van
daden van bestuur.
Afdeling 6. De raad van
commissarissen bij de grote naamloze
vennootschap
Artikel 152
In deze afdeling wordt
onder een afhankelijk333e maatschappij
verstaan:
a. een
rechtspersoon waaraan de naamloze
vennootschap of een of meer afhankelijke
maatschappijen alleen of samen voor
eigen rekening ten minste de helft van
het geplaatste kapitaal verschaffen,
b. een
vennootschap waarvan een onderneming in
het handelsregister is ingeschreven en
waarvoor de naamloze vennootschap of een
afhankelijke maatschappij als vennote
jegens derden volledig aansprakelijk is
voor alle schulden.
Artikel 153
1.
Een naamloze vennootschap
moet, indien het volgende lid op haar van
toepassing is, binnen twee maanden na de
vaststelling van haar jaarrekening door de
algemene vergadering van aandeelhouders ten
kantore van het handelsregister opgaaf doen,
dat zij aan de in dat lid gestelde
voorwaarden voldoet. Totdat artikel 154 lid
3 van dit Boek toepassing heeft gevonden,
vermeldt het bestuur in elk volgend
jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan;
wordt de opgaaf doorgehaald, dan wordt
daarvan melding gemaakt in het eerste
jaarverslag dat na de datum van die
doorhaling wordt uitgebracht.
2.
De verplichting tot het
doen van een opgaaf geldt, indien:
a. het geplaatste
kapitaal der vennootschap tezamen met de
reserves volgens de balans met
toelichting ten minste een bij
koninklijk besluit vastgesteld
grensbedrag beloopt,
b. de vennootschap
of een afhankelijke maatschappij
krachtens wettelijke verplichting een
ondernemingsraad heeft ingesteld, en
c. bij de
vennootschap en haar afhankelijke
maatschappijen, tezamen in de regel ten
minste honderd werknemers in Nederland
werkzaam zijn.
3.
De verplichting tot het
doen van een opgaaf geldt niet voor:
a. een
vennootschap die afhankelijke
maatschappij is van een rechtspersoon
waarop de artikelen 63f tot en met 63j,
de artikelen 158 tot en met 161 en 164
of de artikelen 268 tot en met 271 en
274 van toepassing zijn, een
vennootschap die afhankelijke
maatschappij is van een Europese
naamloze vennootschap in de zin van
Verordening (EG) Nr. 2157/2001 (Pb L
294) waarvan in de statuten is bepaald
dat de artikelen 158 leden 1 tot en met
12, 159, 161, 161a en 164 van
overeenkomstige toepassing zijn, danwel
een vennootschap die afhankelijke
maatschappij is van een Europese
coöperatieve vennootschap in de zin van
Verordening (EG) Nr. 1435/2003 (PbEU L
207) waarvan in de statuten is bepaald
dat de artikelen 158 leden 1 tot en met
12, 159, 161a en 164 van overeenkomstige
toepassing zijn en dat het ontslag van
leden van het toezichthoudend orgaan
geschiedt door de algemene vergadering,
bedoeld in artikel 52 van de
Verordening, bij volstrekte meerderheid
van de uitgebrachte stemmen
vertegenwoordigend ten minste een derde
van het totale aantal stemrechten op
grond van de statuten,
b. een
vennootschap wier werkzaamheid zich
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
beperkt tot het beheer en de
financiering van groepsmaatschappijen,
en van haar en hun deelnemingen in
andere rechtspersonen, mits de
werknemers in dienst van de vennootschap
en de groepsmaatschappijen in
meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn,
c. een
vennootschap die uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend aan een vennootschap als
bedoeld onder b of in artikel 263 lid 3
onder b, en aan de in die bepalingen
genoemde groepsmaatschappijen en
rechtspersonen diensten ten behoeve van
het beheer en de financiering verleent,
en
d. een
vennootschap waarin voor ten minste de
helft van het geplaatste kapitaal
volgens een onderlinge regeling tot
samenwerking wordt deelgenomen door twee
of meer rechtspersonen waarop de
artikelen 63f tot en met 63j, de
artikelen 158 tot en met 161 en 164 of
de artikelen 268 tot en met 271 en 274
van toepassing zijn of die afhankelijke
maatschappij zijn van zulk een
rechtspersoon.
4.
Het in onderdeel a van
lid 2 genoemde grensbedrag wordt ten hoogste
eenmaal in de twee jaren verhoogd of
verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van
een bij algemene maatregel van bestuur aan
te wijzen prijsindexcijfer sedert een bij
die maatregel te bepalen datum; het wordt
daarbij afgerond op het naaste veelvoud van
een miljoen euro. Het bedrag wordt niet
opnieuw vastgesteld zo lang als het
onafgeronde bedrag minder dan een miljoen
euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
5.
Onder het geplaatste
kapitaal met de reserves wordt in lid 2
onder a begrepen de gezamenlijke verrichte
en nog te verrichten inbreng van vennoten
bij wijze van geldschieting in afhankelijke
maatschappijen die commanditaire
vennootschap zijn, voor zover dit niet tot
dubbeltelling leidt.
Artikel 154
1.
De artikelen 158-164 van
dit Boek zijn van toepassing op een
vennootschap waaromtrent een opgaaf als
bedoeld in het vorige artikel gedurende drie
jaren onafgebroken is ingeschreven; deze
termijn wordt geacht niet te zijn
onderbroken, indien een doorhaling van de
opgaaf, welke tijdens die termijn ten
onrechte heeft plaatsgevonden, is ongedaan
gemaakt.
2.
De doorhaling van de
inschrijving op grond van de omstandigheid
dat de vennootschap niet meer voldoet aan de
voorwaarden, genoemd in het tweede lid van
het vorige artikel, doet de toepasselijkheid
van de artikelen 158-164 van dit Boek
slechts eindigen, indien drie jaren na de
doorhaling zijn verstreken en de
vennootschap gedurende die termijn niet
opnieuw tot het doen van de opgaaf is
verplicht geweest.
3.
De vennootschap brengt
haar statuten in overeenstemming met de
artikelen 158-164 welke voor haar gelden,
uiterlijk met ingang van de dag waarop die
artikelen krachtens lid 1 op haar van
toepassing worden.
4.
In de eerstvolgende
vergadering nadat de vennootschap waarop de
artikelen 158 tot en met 164 of 158 tot en
met 161 en 164 van toepassing zijn gaat
voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de
artikelen 153 lid 3, 154 lid 2, 155 of 155a,
doet het bestuur aan de algemene vergadering
het voorstel in de statuten de wijze van
benoeming en ontslag van commissarissen en
de taak en bevoegdheden van de raad van
commissarissen te regelen zonder toepassing
van de artikelen 158 tot en met 164
respectievelijk de artikelen 158 tot en met
161 en 164, dan wel het voorstel deze
artikelen geheel of met uitzondering van
artikel 162 te blijven toepassen. Het
besluit wordt genomen met volstrekte
meerderheid van stemmen. De bevoegdheid van
de algemene vergadering tot het nemen van
een besluit ter uitvoering van dit artikel
kan niet worden beperkt.
5.
Uiterlijk twaalf maanden
nadat het besluit bedoeld in lid 4 is
genomen, legt het bestuur aan de algemene
vergadering een voorstel tot wijziging van
de statuten voor. Indien de algemene
vergadering geen besluit tot
statutenwijziging neemt, stelt de
ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam op verzoek van degene die daartoe
krachtens het volgende lid bevoegd is, de
statuten vast. De laatste twee zinnen van
lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.
6.
Een verzoek tot
vaststelling van de statuten kan worden
ingediend door een daartoe aangewezen
vertegenwoordiger van het bestuur of van de
raad van commissarissen en door degene die
gerechtigd is tot agendering ingevolge
artikel 114a.
7.
De ondernemingskamer
regelt zo nodig de gevolgen van de door haar
genomen beslissing. De griffier van de
ondernemingskamer doet ten kantore van het
handelsregister waar de vennootschap is
ingeschreven een afschrift van de
beschikking van de ondernemingskamer
neerleggen.
Artikel 155
1.
In afwijking van artikel
154 geldt artikel 162 niet voor een
vennootschap waarin een deelneming voor ten
minste de helft van het geplaatste kapitaal
wordt gehouden:
a. door een
rechtspersoon waarvan de werknemers in
meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn, of door afhankelijke
maatschappijen daarvan
b. volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking
door een aantal van zulke rechtspersonen
of maatschappijen, of
c. volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking
door een of meer van zulke
rechtspersonen en een of meer
rechtspersonen waarvoor artikel 153 lid
3 onder a of artikel 263 lid 3
onder a geldt of waarop de
artikelen 63f tot en met 63j
, de artikelen 158 tot en met 161 en 164
of de artikelen 268 tot en met 271 en
274 van toepassing zijn.
2.
De uitzondering volgens
het vorige lid geldt echter niet, indien de
werknemers in dienst van de vennootschap,
tezamen met die in dienst van de
rechtspersoon of rechtspersonen, in
meerderheid in Nederland werkzaam zijn.
3.
Voor de toepassing van
dit artikel worden onder werknemers, in
dienst van een rechtspersoon, begrepen de
werknemers in dienst van
groepsmaatschappijen.
Artikel 155a
1.
In afwijking van artikel
154 geldt artikel 162 niet voor een
vennootschap waarin:
a. een natuurlijk
persoon het gehele geplaatste kapitaal
verschaft of doet verschaffen, of twee
of meer natuurlijke personen volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking het
gehele geplaatste kapitaal verschaffen
of doen verschaffen;
b. een stichting,
een vereniging of een rechtspersoon als
bedoeld in artikel 1 het gehele
geplaatste kapitaal voor eigen rekening
verschaft of doet verschaffen, of twee
of meer van zulke rechtspersonen volgens
een onderlinge regeling tot samenwerking
het gehele geplaatste kapitaal voor
eigen rekening verschaffen of doen
verschaffen.
2.
Met de natuurlijke
persoon bedoeld in lid 1 worden
gelijkgesteld de echtgenoot of echtgenote en
de geregistreerde partner. Eveneens worden
gelijkgesteld de bloedverwanten in rechte
lijn, mits dezen binnen zes maanden na het
overlijden van de natuurlijke persoon een
onderlinge regeling tot samenwerking zijn
aangegaan.
Artikel 156
Onze Minister van
Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische
Raad, aan een vennootschap op haar verzoek
ontheffing verlenen van een of meer der
artikelen 158-164 van dit Boek; de
ontheffing kan onder beperkingen worden
verleend en daaraan kunnen voorschriften
worden verbonden; zij kan voorts worden
gewijzigd en ingetrokken.
Artikel 157
1.
Een vennootschap waarvoor
artikel 154 van dit Boek niet geldt, kan bij
haar statuten de wijze van benoeming en
ontslag van commissarissen en de taak en
bevoegdheden van de raad van commissarissen
regelen overeenkomstig de artikelen 158-164
van dit Boek indien zij of een afhankelijke
maatschappij een ondernemingsraad heeft
ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op
de ondernemingsraden van toepassing zijn.
Zij mag daarbij artikel 162 buiten
toepassing laten. De in dit lid bedoelde
regeling in de statuten verliest haar
gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te
bestaan of op de ondernemingsraad niet
langer de bepalingen van de Wet op de
ondernemingsraden van toepassing zijn.
2.
Een vennootschap waarvoor
artikel 155 of 155a geldt, kan de
bevoegdheid tot benoeming en ontslag van
bestuurders regelen overeenkomstig artikel
162.
Artikel 158
1.
De vennootschap heeft een
raad van commissarissen.
2.
De raad van
commissarissen bestaat uit ten minste drie
leden. Is het aantal commissarissen minder
dan drie, dan neemt de raad onverwijld
maatregelen tot aanvulling van zijn
ledental.
3.
De raad van
commissarissen stelt een profielschets voor
zijn omvang en samenstelling vast, rekening
houdend met de aard van de onderneming, haar
activiteiten en de gewenste deskundigheid en
achtergrond van de commissarissen. De raad
bespreekt de profielschets voor het eerst
bij vaststelling en vervolgens bij iedere
wijziging in de algemene vergadering van
aandeelhouders en met de ondernemingsraad.
4.
De commissarissen worden,
behoudens het bepaalde in lid 9, op
voordracht van de raad van commissarissen
benoemd door de algemene vergadering van
aandeelhouders, voor zover de benoeming niet
reeds is geschied bij de akte van oprichting
of voordat dit artikel op de vennootschap
van toepassing is geworden. De raad van
commissarissen maakt de voordracht
gelijktijdig bekend aan de algemene
vergadering van aandeelhouders en aan de
ondernemingsraad. De voordracht is met
redenen omkleed. Onverminderd het bepaalde
in artikel 160 kunnen de statuten de kring
van benoembare personen niet beperken.
5.
De algemene vergadering
en de ondernemingsraad kunnen aan de raad
van commissarissen personen aanbevelen om
als commissaris te worden voorgedragen. De
raad deelt hun daartoe tijdig mede wanneer,
ten gevolge waarvan en overeenkomstig welk
profiel in zijn midden een plaats moet
worden vervuld. Indien voor de plaats het in
lid 6 bedoelde versterkte recht van
aanbeveling geldt, doet de raad van
commissarissen daarvan eveneens mededeling.
6.
Voor een derde van het
aantal leden van de raad van commissarissen
geldt dat de raad van commissarissen een
door de ondernemingsraad aanbevolen persoon
op de voordracht plaatst, tenzij de raad van
commissarissen bezwaar maakt tegen de
aanbeveling op grond van de verwachting dat
de aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn
voor de vervulling van de taak van
commissaris of dat de raad van
commissarissen bij benoeming overeenkomstig
de aanbeveling niet naar behoren zal zijn
samengesteld. Indien het getal der leden van
de raad van commissarissen niet door drie
deelbaar is, wordt het naastgelegen lagere
getal dat wel door drie deelbaar is in
aanmerking genomen voor de vaststelling van
het aantal leden waarvoor dit versterkte
recht van aanbeveling geldt.
7.
Indien de raad van
commissarissen bezwaar maakt, deelt hij de
ondernemingsraad het bezwaar onder opgave
van redenen mede. De raad treedt onverwijld
in overleg met de ondernemingsraad met het
oog op het bereiken van overeenstemming over
de voordracht. Indien de raad van
commissarissen constateert dat geen
overeenstemming kan worden bereikt, verzoekt
een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van
de raad aan de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam het bezwaar gegrond
te verklaren. Het verzoek wordt niet eerder
ingediend dan nadat vier weken zijn
verstreken na aanvang van het overleg met de
ondernemingsraad. De raad van commissarissen
plaatst de aanbevolen persoon op de
voordracht indien de ondernemingskamer het
bezwaar ongegrond verklaart. Verklaart de
ondernemingskamer het bezwaar gegrond, dan
kan de ondernemingsraad een nieuwe
aanbeveling doen overeenkomstig het bepaalde
in lid 6.
8.
De ondernemingskamer doet
de ondernemingsraad oproepen. Tegen de
beslissing van de ondernemingskamer staat
geen rechtsmiddel open. De ondernemingskamer
kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.
9.
De algemene vergadering
kan bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend ten
minste een derde van het geplaatste
kapitaal, de voordracht afwijzen. Indien de
aandeelhouders bij volstrekte meerderheid
van stemmen hun steun aan de kandidaat
onthouden, maar deze meerderheid niet ten
minste een derde van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigde, kan een nieuwe
vergadering worden bijeengeroepen waarin de
voordracht kan worden afgewezen met
volstrekte meerderheid van stemmen. Alsdan
maakt de raad van commissarissen een nieuwe
voordracht op. De leden 5 tot en met 8 zijn
van toepassing. Indien de algemene
vergadering de voorgedragen persoon niet
benoemt en niet besluit tot afwijzing van de
voordracht, benoemt de raad van
commissarissen de voorgedragen persoon.
10.
De algemene vergadering
van aandeelhouders kan de bevoegdheid die
haar volgens lid 5 toekomt voor een door
haar te bepalen duur van telkens ten hoogste
twee achtereenvolgende jaren, overdragen aan
een commissie van aandeelhouders waarvan zij
de leden aanwijst; in dat geval doet de raad
van commissarissen aan de commissie de
mededeling bedoeld in lid 5. De algemene
vergadering kan te allen tijde de overdracht
ongedaan maken.
11.
Voor de toepassing van
dit artikel wordt onder de ondernemingsraad
verstaan de ondernemingsraad van de
onderneming van de vennootschap of van de
onderneming van een afhankelijke
maatschappij. Indien er meer dan één
ondernemingsraad is, worden de bevoegdheden
van dit artikel door deze raden afzonderlijk
uitgeoefend; als er sprake is van een
voordracht als bedoeld in lid 6 worden de
bevoegdheden van dit lid door deze raden
gezamenlijk uitgeoefend. Is voor de
betrokken onderneming of ondernemingen een
centrale ondernemingsraad ingesteld, dan
komen de bevoegdheden van de
ondernemingsraad volgens dit artikel toe aan
de centrale ondernemingsraad.
12.
In de statuten kan worden
afgeweken van de leden 2, 4 tot en met 7 en
9, met dien verstande dat niet kan worden
afgeweken van de eerste twee zinnen van lid
9. Voor het besluit tot wijziging van de
statuten is de voorafgaande goedkeuring van
de raad van commissarissen en de toestemming
van de ondernemingsraad vereist.
Artikel 159
1.
Ontbreken alle
commissarissen, anders dan ingevolge het
bepaalde in artikel 161a, dan geschiedt de
benoeming door de algemene vergadering van
aandeelhouders.
2.
De ondernemingsraad kan
personen voor benoeming tot commissaris
aanbevelen. Degene die de algemene
vergadering van aandeelhouders bijeenroept,
deelt de ondernemingsraad daartoe tijdig
mede dat de benoeming van commissarissen
onderwerp van behandeling in de algemene
vergadering zal zijn, met vermelding of
benoeming van een commissaris plaatsvindt
overeenkomstig het aanbevelingsrecht van de
ondernemingsraad op grond van artikel 158
lid 6.
3.
De leden 6, 7, 8, 10 en
11 van het vorig artikel zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 160
Commissaris kunnen
niet zijn:
a. personen die in
dienst zijn van de vennootschap;
b. personen die in
dienst zijn van een afhankelijke
maatschappij;
c. bestuurders en
personen in dienst van een
werknemersorganisatie welke pleegt
betrokken te zijn bij de vaststelling
van de arbeidsvoorwaarden van de onder
a en b bedoelde personen.
Artikel 161
1.
Een commissaris treedt
uiterlijk af, indien hij na zijn laatste
benoeming vier jaren commissaris is geweest.
De termijn kan bij de statuten worden
verlengd tot de dag van de eerstvolgende
algemene vergadering van aandeelhouders na
afloop van de vier jaren of na de dag waarop
dit artikel voor de rechtspersoon is gaan
gelden.
2.
De ondernemingskamer van
het gerechtshof te Amsterdam kan op een
desbetreffend verzoek een commissaris
ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak,
wegens andere gewichtige redenen of wegens
ingrijpende wijziging der omstandigheden op
grond waarvan handhaving als commissaris
redelijkerwijze niet van de vennootschap kan
worden verlangd. Het verzoek kan worden
ingediend door de vennootschap, ten deze
vertegenwoordigd door de raad van
commissarissen, alsmede door een daartoe
aangewezen vertegenwoordiger van de algemene
vergadering van aandeelhouders of van de
ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van
artikel 158. De leden 10 en 11 van artikel
158 zijn van overeenkomstige toepassing.
3.
Een commissaris kan
worden geschorst door de raad van
commissarissen; de schorsing vervalt van
rechtswege, indien de vennootschap niet
binnen een maand na de aanvang der schorsing
een verzoek als bedoeld in het vorige lid
bij de ondernemingskamer heeft ingediend.
Artikel 161a
1.
De algemene vergadering
kan bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend ten
minste een derde van het geplaatste
kapitaal, het vertrouwen in de raad van
commissarissen opzeggen. Het besluit is met
redenen omkleed. Het besluit kan niet worden
genomen ten aanzien van commissarissen die
zijn aangesteld door de ondernemingskamer
overeenkomstig lid 3.
2.
Een besluit als bedoeld
in lid 1 wordt niet genomen dan nadat het
bestuur de ondernemingsraad van het voorstel
voor het besluit en de gronden daartoe in
kennis heeft gesteld. De kennisgeving
geschiedt ten minste 30 dagen voor de
algemene vergadering waarin het voorstel
wordt behandeld. Indien de ondernemingsraad
een standpunt over het voorstel bepaalt,
stelt het bestuur de raad van commissarissen
en de algemene vergadering van dit standpunt
op de hoogte. De ondernemingsraad kan zijn
standpunt in de algemene vergadering doen
toelichten.
3.
Het besluit bedoeld in
lid 1 heeft het onmiddellijk ontslag van de
leden van de raad van commissarissen tot
gevolg. Alsdan verzoekt het bestuur
onverwijld aan de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam tijdelijk een of
meer commissarissen aan te stellen. De
ondernemingskamer regelt de gevolgen van de
aanstelling.
4.
De raad van
commissarissen bevordert dat binnen een door
de ondernemingskamer vastgestelde termijn
een nieuwe raad wordt samengesteld met
inachtneming van artikel 158.
Artikel 162
De raad van
commissarissen benoemt de bestuurders der
vennootschap; deze bevoegdheid kan niet door
enige bindende voordracht worden beperkt.
Hij geeft de algemene vergadering van
aandeelhouders kennis van een voorgenomen
benoeming van een bestuurder der
vennootschap; hij ontslaat een bestuurder
niet dan nadat de algemene vergadering over
het voorgenomen ontslag is gehoord. Het
elfde lid van artikel 158 van dit Boek is
van overeenkomstige toepassing.
Artikel 163 [Vervallen per
01-10-2004]
Artikel 164
1.
Aan de
goedkeuring van de raad van commissarissen
zijn onderworpen de besluiten van het
bestuur omtrent:
a. uitgifte en
verkrijging van aandelen in en
schuldbrieven ten laste van de
vennootschap of van schuldbrieven ten
laste van een commanditaire vennootschap
of vennootschap onder firma waarvan de
vennootschap volledig aansprakelijke
vennote is;
b. medewerking aan
de uitgifte van certificaten van
aandelen;
c. het aanvragen
van toelating van de onder a en b
bedoelde stukken tot de handel op een
markt in financiële instrumenten als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht dan wel het
aanvragen van een intrekking van
zodanige toelating;
d. het aangaan of
verbreken van duurzame samenwerking van
de vennootschap of een afhankelijke
maatschappij met een andere
rechtspersoon of vennootschap dan wel
als volledig aansprakelijke vennote in
een commanditaire vennootschap of
vennootschap onder firma, indien deze
samenwerking of verbreking van
ingrijpende betekenis is voor de
vennootschap;
e. het nemen van
een deelneming ter waarde van ten minste
een vierde van het bedrag van het
geplaatste kapitaal met de reserves
volgens de balans met toelichting van de
vennootschap, door haar of een
afhankelijke maatschappij in het
kapitaal van een andere vennootschap,
alsmede het ingrijpend vergroten of
verminderen van zulk een deelneming;
f. investeringen
welke een bedrag gelijk aan ten minste
een vierde gedeelte van het geplaatste
kapitaal met de reserves der
vennootschap volgens haar balans met
toelichting vereisen;
g. een voorstel
tot wijziging van de statuten;
h. een voorstel
tot ontbinding van de vennootschap;
i. aangifte van
faillissement en aanvraag van surséance
van betaling;
j. beëindiging van
de arbeidsovereenkomst van een
aanmerkelijk aantal werknemers van de
vennootschap of van een afhankelijke
maatschappij tegelijkertijd of binnen
een kort tijdsbestek;
k. ingrijpende
wijziging in de arbeidsomstandigheden
van een aanmerkelijk aantal werknemers
van de vennootschap of van een
afhankelijke maatschappij;
l. een voorstel
tot vermindering van het geplaatste
kapitaal.
2.
Het ontbreken van de
goedkeuring van de raad van commissarissen
op een besluit als bedoeld in lid 1 tast de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur
of bestuurders niet aan.
Artikel 165 [Vervallen per
01-04-1987]
Afdeling 7. De ontbinding
van de naamloze vennootschap
Artikel 166 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 167 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 168 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 169 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 170 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 171 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 172 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 173 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 174 [Vervallen per
01-01-1992]
Afdeling 8. Het beroep
Artikel 174a
De aanvrager kan
beroep instellen bij het College van Beroep
voor het bedrijfsleven tegen:
a. de weigering
van een verzoek als bedoeld in artikel
64, lid 3, tweede zin;
b. de weigering
van een verklaring als bedoeld in
artikel 68, lid 2;
c. de weigering
van een verklaring als bedoeld in
artikel 125, lid 2 en
d. een beschikking
tot weigering, wijziging of intrekking
van de ontheffing, alsmede een
beschikking tot verlening van de
ontheffing voor zover daaraan
voorschriften zijn verbonden dan wel
daarbij beperkingen zijn opgelegd als
bedoeld in artikel 156.
Titel 5. Besloten
vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
Afdeling 1. Algemene
bepalingen
Artikel 175
1.
De besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid is een
rechtspersoon met een in aandelen verdeeld
maatschappelijk kapitaal. Aandeelbewijzen
worden niet uitgegeven; de aandelen zijn
niet vrij overdraagbaar. Een aandeelhouder
is niet persoonlijk aansprakelijk voor
hetgeen in naam van de vennootschap wordt
verricht en is niet gehouden boven het
bedrag dat op zijn aandelen behoort te
worden gestort in de verliezen van de
vennootschap bij te dragen.
2.
De vennootschap wordt
door een of meer personen opgericht bij
notariële akte. Voor oprichting is vereist
een verklaring van Onze Minister van
Justitie dat hem van geen bezwaren is
gebleken. De akte wordt getekend door iedere
oprichter en door ieder die blijkens deze
akte een of meer aandelen neemt.
3.
De akte van oprichting
moet binnen drie maanden na de dagtekening
van de verklaring van geen bezwaar zijn
verleden, op straffe van verval van de
verklaring. Onze Minister kan op verzoek van
belanghebbenden op grond van gewichtige
redenen deze termijn met ten hoogste drie
maanden verlengen.
Artikel 176
De akte van oprichting
van de vennootschap wordt verleden in de
Nederlandse taal. Een volmacht tot
medewerking aan die akte moet schriftelijk
zijn verleend.
Artikel 177
1.
De akte van oprichting
moet de statuten van de vennootschap
bevatten. De statuten bevatten de naam, de
zetel en het doel van de vennootschap.
2.
De naam vangt aan of
eindigt met de woorden Besloten Vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid, hetzij
voluit geschreven, hetzij afgekort tot
"B.V.".
3.
De zetel moet zijn
gelegen in Nederland.
Artikel 178
1.
De statuten vermelden het
bedrag van het maatschappelijk kapitaal en
het aantal en het bedrag van de aandelen in
euro tot ten hoogste twee cijfers achter de
komma. Zijn er verschillende soorten
aandelen, dan vermelden de statuten het
aantal en het bedrag van elke soort. De akte
van oprichting vermeldt het bedrag van het
geplaatste kapitaal en van het gestorte deel
daarvan. Zijn er verschillende soorten
aandelen dan worden de bedragen van het
geplaatste en van het gestorte kapitaal
uitgesplitst per soort. De akte vermeldt
voorts van ieder die bij de oprichting
aandelen neemt de in artikel 196 lid 2 onder
b en c bedoelde gegevens met
het aantal en de soort van de door hem
genomen aandelen en het daarop gestorte
bedrag.
2.
Het maatschappelijke en
het geplaatste kapitaal en het gestorte deel
daarvan moeten bij de oprichting ten minste
het minimumkapitaal bedragen[Red: Bij Stb.
2000/322 is dit bedrag m.i.v. 1 september
2000 vastgesteld op 18 000 euro.] dat bij
koninklijk besluit is vastgesteld. Het
minimumkapitaal wordt ten hoogste eenmaal in
de twee jaren verhoogd of verlaagd,
evenredig aan de ontwikkeling sedert 1
januari 1985 van een bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen prijsindexcijfer;
het wordt daarbij afgerond op het naaste
veelvoud van tweeduizendvijfhonderd euro.
Het minimumkapitaal wordt niet opnieuw
vastgesteld zo lang als het minder dan
tweeduizend euro afwijkt van het onafgeronde
bedrag.
3.
Is de som van het
gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal en de reserves die krachtens een
andere wetsbepaling of de statuten moeten
worden aangehouden, geringer dan het laatst
vastgestelde minimumkapitaal, dan moet de
vennootschap een reserve aanhouden ter
grootte van het verschil.
4.
Van het maatschappelijke
kapitaal moet ten minste een vijfde gedeelte
zijn geplaatst.
5.
Een besloten vennootschap
die is ontstaan voor 1 januari 2002 kan het
bedrag van het maatschappelijk kapitaal en
het bedrag van de aandelen in gulden
vermelden tot ten hoogste twee cijfers
achter de komma.
Artikel 178a
1.
Indien een besloten
vennootschap in de statuten het bedrag van
het maatschappelijk kapitaal en het bedrag
van de aandelen in gulden omzet in euro,
wordt het bedrag van de geplaatste aandelen
en het gestorte deel daarvan in euro
berekend volgens de krachtens artikel 109L,
vierde lid van het Verdrag betreffende de
Europese Unie definitief vastgestelde
omrekenkoers, afgerond tot ten hoogste twee
cijfers achter de komma. Het afgeronde
bedrag van elk aandeel in euro mag ten
hoogste 15% hoger of lager liggen dan het
oorspronkelijke bedrag van het aandeel in
gulden. Het totaal van de bedragen van de
aandelen in euro bedoeld in artikel 178 is
het maatschappelijk kapitaal in euro. De som
van de bedragen van de geplaatste aandelen
en het gestorte deel daarvan in euro is het
bedrag van het geplaatste kapitaal en het
gestorte deel daarvan in euro. De akte
vermeldt het bedrag van het geplaatste
kapitaal en het gestorte deel daarvan in
euro.
2.
Is na omrekening volgens
lid 1 de som van de bedragen van de
geplaatste aandelen hoger dan het volgens de
krachtens artikel 109L, vierde lid van het
verdrag betreffende de Europese unie
definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst
kapitaal, dan wordt het verschil ten laste
gebracht van de uitkeerbare reserves of de
reserves bedoeld in artikel 389 of 390. Zijn
deze reserves niet toereikend, dan vormt de
vennootschap een negatieve
bijschrijvingsreserve ter grootte van het
verschil dat niet ten laste van de
uitkeerbare of niet-uitkeerbare reserves is
gebracht. Totdat het verschil uit ingehouden
winst of te vormen reserves is voldaan, mag
de vennootschap geen uitkeringen bedoeld in
artikel 216 doen. Door het voldoen aan het
bepaalde in dit lid worden de aandelen
geacht te zijn volgestort.
3.
Is na omrekening volgens
lid 1 de som van de bedragen van de
geplaatste aandelen lager dat het volgens de
krachtens artikel 109L, vierde lid van het
Verdrag betreffende de Europese Unie
definitief vastgestelde omrekenkoers
omgerekende bedrag van het geplaatst
kapitaal, dan houdt de vennootschap een
niet-uitkeerbare reserve aan ter grootte van
het verschil. Artikel 208 is niet van
toepassing.
Artikel 178b
Indien de vennootschap
in afwijking van artikel 178a het bedrag van
de aandelen wijzigt, behoeft deze wijziging
de goedkeuring van elke groep van
aandeelhouders aan wier rechten de wijziging
afbreuk doet. Bestaat krachtens de wijziging
recht op geld of schuldvorderingen, dan mag
het gezamenlijk bedrag daarvan een tiende
van het gewijzigde nominale bedrag van de
aandelen niet te boven gaan.
Artikel 178c
1.
Een besloten vennootschap
waarvan de statuten het maatschappelijk
kapitaal en het bedrag van de aandelen in
gulden vermelden, kan in het maatschappelijk
verkeer de tegenwaarde in euro gebruiken tot
ten hoogste twee cijfers achter de komma,
mits daarbij wordt verwezen naar dit
artikel. Dit gebruik van de tegenwaarde in
euro heeft geen rechtsgevolg.
2.
Indien een besloten
vennootschap waarvan de statuten het bedrag
van het maatschappelijk kapitaal en het
bedrag van de aandelen in gulden vermelden,
na 1 januari 2002 een wijziging aanbrengt in
een of meer bepalingen waarin bedragen in
gulden worden uitgedrukt, worden in de
statuten alle bedragen omgezet in euro. De
artikelen 178a en 178b zijn van toepassing.
Artikel 179
1.
Ter verkrijging van een
verklaring van Onze Minister van Justitie
dat hem van geen bezwaren is gebleken,
moeten aan hem alle inlichtingen verstrekt
worden die noodzakelijk zijn voor het
beoordelen van de aanvraag. Tevens moet aan
Onze Minister ten bate van 's Rijks kas een
bedrag van € 90,76 worden voldaan. Wij
kunnen bij algemene maatregel van bestuur
dit bedrag verhogen in verband met de
stijging van het loon- en prijspeil.
2.
De verklaring mag alleen
worden geweigerd op grond dat er, gelet op
de voornemens of de antecedenten van de
personen die het beleid van de vennootschap
zullen bepalen of mede bepalen, gevaar
bestaat dat de vennootschap zal worden
gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of
dat haar werkzaamheid zal leiden tot
benadeling van haar schuldeisers.
3.
Ten behoeve van de
uitoefening van het toezicht, bedoeld in lid
2, verstrekken het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de
rijksbelastingdienst op zijn verzoek aan
Onze Minister de inlichtingen die deze
behoeft. Het instituut en de
rijksbelastingdienst verlenen Onze Minister
op verzoek kosteloos inzage van gegevens
waarover zij beschikken of verstrekken
kosteloos uittreksels daaruit.
Artikel 180
1.
De bestuurders zijn
verplicht de vennootschap te doen
inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift van de akte van
oprichting en van de daaraan ingevolge de
artikelen 203a , 204 en 204a
gehechte stukken neer te leggen ten kantore
van het handelsregister. Tegelijkertijd
moeten zij opgave doen van het totaal van de
vastgestelde en geraamde kosten die met de
oprichting verband houden en ten laste van
de vennootschap komen.
2.
De bestuurders zijn naast
de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk
voor elke tijdens hun bestuur verrichte
rechtshandeling waardoor de vennootschap
wordt verbonden in het tijdvak voordat:
a. de opgave ter
eerste inschrijving in het
handelsregister, vergezeld van de neer
te leggen afschriften, is geschied,
b. het gestorte
deel van het kapitaal ten minste het bij
de oprichting voorgeschreven
minimumkapitaal bedraagt, en
c. op het bij de
oprichting geplaatste kapitaal ten
minste een vierde van het nominale
bedrag is gestort.
Artikel 181
1.
Wanneer de besloten
vennootschap zich krachtens artikel 18 omzet
in een vereniging, coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij, wordt iedere
aandeelhouder lid, tenzij hij de
schadeloosstelling heeft gevraagd, bedoeld
in lid 2.
2.
Op het besluit tot
omzetting is artikel 209 van toepassing,
tenzij de vennootschap zich omzet in een
naamloze vennootschap. Na zulk een besluit
kan iedere aandeelhouder die niet met het
besluit heeft ingestemd, de vennootschap
schadeloosstelling vragen voor het verlies
van zijn aandelen. Het verzoek tot
schadeloosstelling moet schriftelijk aan de
vennootschap worden gedaan binnen één maand
nadat zij aan de aandeelhouder heeft
meegedeeld dat hij deze schadeloosstelling
kan vragen. De mededeling geschiedt op de
zelfde wijze als de oproeping tot een
algemene vergadering.
3.
Bij gebreke van
overeenstemming wordt de schadeloosstelling
bepaald door een of meer onafhankelijke
deskundigen, ten verzoeke van de meest
gerede partij te benoemen door de rechtbank
bij de machtiging tot omzetting of door de
voorzieningenrechter van de rechtbank. De
artikelen 351 en 352 zijn van toepassing.
Artikel 182 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 183
1.
Wanneer een
naamloze vennootschap zich krachtens artikel
18 omzet in een besloten vennootschap,
worden aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring
van Onze Minister van Justitie, waarop
artikel 125 van toepassing is, dat hem
van bezwaren tegen de omzetting en
statutenwijziging niet is gebleken;
b. een verklaring
van een deskundige als bedoeld in
artikel 393, waaruit blijkt dat het
eigen vermogen van de vennootschap op
een dag binnen vijf maanden voor de
omzetting ten minste overeenkwam met het
gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal volgens de akte van omzetting.
2.
Wanneer een andere
rechtspersoon zich krachtens artikel 18
omzet in een besloten vennootschap, worden
aan de akte van omzetting gehecht:
a. een verklaring
van Onze Minister van Justitie waarop
artikel 179 van toepassing is, dat hem
van bezwaren tegen de omzetting en
statutenwijziging niet is gebleken;
b. een verklaring
van een deskundige als bedoeld in
artikel 393, waaruit blijkt dat het
eigen vermogen van de rechtspersoon op
een dag binnen vijf maanden voor de
omzetting ten minste het bedrag beloopt
van het gestorte deel van het geplaatste
kapitaal volgens de akte van omzetting;
bij het eigen vermogen mag de waarde
worden geteld van hetgeen na die dag
uiterlijk onverwijld na de omzetting op
aandelen zal worden gestort;
c. indien de
rechtspersoon leden heeft, de
schriftelijke toestemming van ieder lid
wiens aandelen niet worden volgestort
door omzetting van de reserves van de
rechtspersoon;
d. indien een
stichting wordt omgezet, de rechterlijke
machtiging daartoe.
3.
Wanneer een vereniging,
coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij zich krachtens artikel
18 omzet in een besloten vennootschap, wordt
ieder lid aandeelhouder. De omzetting kan
niet geschieden, zolang een lid nog kan
opzeggen op grond van artikel 36 lid 4.
4.
Na de omzetting kunnen
een aandeelhouder, een vruchtgebruiker en
een pandhouder de aan een aandeel verbonden
rechten niet uitoefenen, zolang zij niet in
het in artikel 194 bedoelde register zijn
ingeschreven. Voor zover aandeelbewijzen
zijn uitgegeven, vindt geen inschrijving
plaats dan tegen afgifte van de
aandeelbewijzen aan de vennootschap.
Artikel 184 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 185
1.
Op verzoek
van het openbaar ministerie ontbindt de
rechtbank de vennootschap, wanneer deze haar
doel, door een gebrek aan baten, niet kan
bereiken, en kan de rechtbank de
vennootschap ontbinden, wanneer deze haar
werkzaamheden tot verwezenlijking van haar
doel heeft gestaakt. Het openbaar ministerie
deelt de Kamer van Koophandel en Fabrieken,
in wier handelsregister de vennootschap is
ingeschreven, mee dat het voornemens is een
verzoek tot ontbinding in te stellen.
2.
Op verzoek van het
openbaar ministerie wordt een vennootschap
waarvan het eigen vermogen geringer is dan
het laatst vastgestelde minimumkapitaal door
de rechtbank ontbonden, indien:
a. zij in strijd
met de wet winst of reserves heeft
uitgekeerd,
b. zij in strijd
met de wet haar kapitaal heeft
verminderd,
c. zij of een
dochtermaatschappij aandelen in haar
kapitaal of certificaten daarvan in
strijd met de wet heeft verkregen, of
d. het eigen
vermogen nooit ten minste het bij de
oprichting vereiste minimumkapitaal
heeft geëvenaard.
3.
Alvorens de ontbinding
uit te spreken kan de rechter de
vennootschap in de gelegenheid stellen
binnen een door hem te bepalen termijn het
verzuim te herstellen.
Artikel 186
1.
Uit alle geschriften,
gedrukte stukken en aankondigingen, waarin
de vennootschap partij is of die van haar
uitgaan, met uitzondering van telegrammen en
reclames, moeten de volledige naam van de
vennootschap en haar woonplaats duidelijk
blijken.
2.
Indien melding wordt
gemaakt van het kapitaal van de
vennootschap, moet daarbij in elk geval
worden vermeld welk bedrag is geplaatst, en
hoeveel van het geplaatste bedrag is
gestort.
Artikel 187 [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 188
Wanneer in deze titel het
kantoor van het handelsregister wordt vermeld,
wordt onder het handelsregister verstaan het
register dat wordt gehouden door de Kamer van
Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig de
artikelen 6 en 7 van de Handelsregisterwet 1996
bevoegd is.
Artikel 189
Wanneer in de statuten
wordt gesproken van de houders van zoveel
aandelen als tezamen een zeker gedeelte van
het maatschappelijk kapitaal der
vennootschap uitmaken, wordt, tenzij het
tegendeel uit de statuten blijkt, onder
kapitaal verstaan het geplaatste gedeelte
van het maatschappelijk kapitaal.
Artikel 189a
Voor de toepassing van
de artikelen 195, 206, 210 lid 6 en 239
wordt onder orgaan van de vennootschap
verstaan de algemene vergadering van
aandeelhouders, de vergadering van houders
van aandelen van een bijzonder soort, het
bestuur, de raad van commissarissen en de
gemeenschappelijke vergadering van het
bestuur en de raad van commissarissen.
Afdeling 2. De aandelen
Artikel 190
Aandelen zijn de
gedeelten, waarin het maatschappelijk
kapitaal bij de statuten is verdeeld.
Artikel 191
1.
Bij het nemen van het
aandeel moet daarop het nominale bedrag
worden gestort. Bedongen kan worden dat een
deel, ten hoogste drie vierden, van het
nominale bedrag eerst behoeft te worden
gestort nadat de vennootschap het zal hebben
opgevraagd.
2.
Een aandeelhouder kan
niet geheel of gedeeltelijk worden ontheven
van de verplichting tot storting, behoudens
het bepaalde in artikel 208.
3.
De aandeelhouder en, in
het geval van artikel 199, de voormalige
aandeelhouder zijn niet bevoegd tot
verrekening van hun schuld uit hoofde van
dit artikel.
Artikel 191a
1.
Storting op een aandeel
moet in geld geschieden voor zover niet een
andere inbreng is overeengekomen.
2.
Voor of bij de oprichting
kan storting in vreemd geld slechts
geschieden, indien de akte van oprichting
vermeldt dat storting in vreemd geld is
toegestaan; na de oprichting kan dit slechts
geschieden met toestemming van de
vennootschap. Storting in een valuta die een
eenheid is van de euro krachtens artikel
109L, vierde lid van het Verdrag betreffende
de Europese Unie wordt niet beschouwd als
storting in vreemd geld.
3.
Met storting in vreemd
geld wordt aan de stortingsplicht voldaan
voor het bedrag waartegen het gestorte
bedrag vrijelijk in Nederlands geld kan
worden gewisseld. Bepalend is de wisselkoers
op de dag van de storting dan wel, indien
vroeger dan een maand voor de oprichting is
gestort, op de dag van de oprichting.
Artikel 191b
1.
Indien inbreng anders dan
in geld is overeengekomen, moet hetgeen
wordt ingebracht naar economische maatstaven
kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het
verrichten van werk of diensten kan niet
worden ingebracht.
2.
Inbreng anders dan in
geld moet onverwijld geschieden na het nemen
van het aandeel of na de dag waartegen een
bijstorting is uitgeschreven of waarop zij
is overeengekomen.
Artikel 192
Aan een aandeelhouder
kan niet, zelfs niet door wijziging van de
statuten, tegen zijn wil enige verplichting
boven de storting tot het nominale bedrag
van het aandeel worden opgelegd.
Artikel 193
De vereffenaar van een
vennootschap en, in geval van faillissement,
de curator, zijn bevoegd tot uitschrijving
en inning van alle nog niet gedane
stortingen op de aandelen, onverschillig
hetgeen bij de statuten daaromtrent is
bepaald.
Artikel 194
1.
Het bestuur van de
vennootschap houdt een register waarin de
namen en de adressen van alle aandeelhouders
zijn opgenomen, met vermelding van de datum
waarop zij de aandelen hebben verkregen, de
datum van de erkenning of betekening,
alsmede van het op ieder aandeel gestorte
bedrag. Daarin worden tevens opgenomen de
namen en adressen van hen die een recht van
vruchtgebruik of pandrecht op aandelen
hebben, met vermelding van de datum waarop
zij het recht hebben verkregen, de datum van
erkenning of betekening, alsmede met
vermelding welke aan de aandelen verbonden
rechten hun overeenkomstig de leden 2 en 4
van de artikelen 197 en 198 van dit boek
toekomen.
2.
Het register wordt
regelmatig bijgehouden; daarin wordt mede
aangetekend elk verleend ontslag van
aansprakelijkheid voor nog niet gedane
stortingen.
3.
Het bestuur verstrekt
desgevraagd aan een aandeelhouder, een
vruchtgebruiker en een pandhouder om niet
een uittreksel uit het register met
betrekking tot zijn recht op een aandeel.
Rust op het aandeel een recht van
vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt
het uittreksel aan wie de in de leden 2 en 4
van de artikelen 197 en 198 van dit Boek
bedoelde rechten toekomen.
4.
Het bestuur legt het
register ten kantore van de vennootschap ter
inzage van de aandeelhouders, alsmede van de
vruchtgebruikers en pandhouders aan wie de
in lid 4 van de artikelen 197 en 198 van dit
Boek bedoelde rechten toekomen. De gegevens
van het register omtrent niet-volgestorte
aandelen zijn ter inzage van een ieder;
afschrift of uittreksel van deze gegevens
wordt ten hoogste tegen kostprijs verstrekt.
Artikel 195
1.
Een aandeelhouder kan,
voor zover de statuten deze bevoegdheid niet
beperken of uitsluiten, een of meer van zijn
aandelen vrijelijk overdragen aan zijn
echtgenoot of geregistreerde partner, aan
zijn bloed- en aanverwanten, in de rechte
lijn onbeperkt en in de zijlijn in de tweede
graad, aan een mede-aandeelhouder en aan de
vennootschap. De kring van personen aan wie
de aandeelhouder een of meer van zijn
aandelen vrijelijk kan overdragen, kan bij
de statuten worden uitgebreid tot zijn
bloed- en aanverwanten in de zijlijn, of
sommigen van hen, in de derde en vierde
graad.
2.
Voor iedere andere
overdracht dan die welke ingevolge het
vorige lid vrijelijk kan geschieden, dienen
de statuten een blokkeringsregeling te
bevatten.
3.
De overdracht krachtens
legaat geldt voor de toepassing van de
blokkeringsregeling als een overdracht door
de erflater.
4.
Deze blokkeringsregeling
dient zodanig te zijn dat de aandeelhouder
voor de overdracht, wil zij geldig zijn, de
goedkeuring behoeft van een bij de statuten
daartoe aangewezen orgaan der vennootschap.
De overdracht moet plaatsvinden binnen drie
maanden nadat de goedkeuring is verleend. De
goedkeuring wordt geacht te zijn verleend
indien het orgaan der vennootschap dat met
de beslissing is belast niet gelijktijdig
met de weigering van de goedkeuring aan de
verzoeker opgave doet van een of meer
gegadigden die bereid zijn al de aandelen
waarop het verzoek om goedkeuring betrekking
heeft tegen contante betaling te kopen.
5.
Het vierde lid vindt geen
toepassing, voor zover de statuten een
blokkeringsregeling bevatten, volgens welke
de aandeelhouder die een of meer aandelen
wil vervreemden, deze eerst moet aanbieden
aan zijn mede-aandeelhouders. Deze regeling
kan voorts inhouden dat, zo de
mede-aandeelhouders het aanbod niet
aanvaarden, het aanbod moet geschieden aan
andere gegadigden, aangewezen door een bij
de statuten daarmede belast orgaan der
vennootschap. De aanbieder blijft bevoegd
zijn aanbod in te trekken, mits dit
geschiedt binnen een maand nadat hem bekend
is aan welke gegadigden hij al de aandelen
waarop het aanbod betrekking heeft kan
verkopen en tegen welke prijs. Indien
vaststaat dat niet al de aandelen waarop het
aanbod betrekking heeft tegen contante
betaling worden gekocht, zal de aanbieder de
aandelen binnen drie maanden na die
vaststelling vrijelijk mogen overdragen.
6.
De blokkeringsregeling
dient zodanig te zijn dat de aandeelhouder,
indien hij dit verlangt, van degenen die als
gegadigden in de zin van het vierde lid
worden opgegeven of aan wie ingevolge de
blokkeringsregeling als bedoeld in het
vijfde lid moet worden aangeboden een prijs
ontvangt, gelijk aan de waarde van zijn
aandeel of aandelen, vastgesteld door een of
meer onafhankelijke deskundigen.
7.
De vennootschap zelf kan
slechts met de instemming van de
aandeelhouder ingevolge het vierde of het
vijfde lid gegadigde zijn.
8.
Beperking van de
overdraagbaarheid van de aandelen kan niet
zodanig geschieden, dat die overdracht
onmogelijk of uiterst bezwaarlijk wordt
gemaakt. Hetzelfde geldt voor toedeling van
aandelen uit een gemeenschap.
9.
Bepalingen in de statuten
omtrent overdraagbaarheid van aandelen
gelden niet, indien de houder krachtens de
wet tot overdracht van zijn aandeel aan een
eerdere houder verplicht is.
Artikel 195a
1.
De statuten kunnen
bepalen dat in gevallen, in de statuten
omschreven, de aandeelhouder gehouden is
zijn aandelen aan te bieden en over te
dragen. De statuten kunnen daarbij bepalen
dat zolang de aandeelhouder zijn
verplichtingen tot aanbieding of overdracht
niet nakomt, zijn stemrecht, zijn recht op
deelname aan de algemene vergadering en zijn
recht op uitkeringen is opgeschort.
2.
De statuten kunnen
bepalen dat indien een aandeelhouder niet
binnen een bepaalde redelijke termijn zijn
statutaire verplichtingen tot aanbieding en
overdracht van zijn aandelen is nagekomen,
de vennootschap onherroepelijk gevolmachtigd
is de aandelen aan te bieden en over te
dragen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan
wie de aandeelhouder al zijn aandelen zal
kunnen overdragen volgens een regeling in de
statuten, ontbreekt de volmacht en is de
aandeelhouder onherroepelijk van het
bepaalde in lid 1 ontheven.
3.
De regeling dient zodanig
te zijn dat de aandeelhouder die dit
verlangt een prijs ontvangt, gelijk aan de
waarde van zijn aandeel of aandelen,
vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen.
Artikel 195b
1.
De statuten kunnen
bepalen dat van de aandeelhouder die niet of
niet langer aan in de statuten gestelde
eisen voldoet het stemrecht, het recht op
deelname aan de algemene vergadering en het
recht op uitkeringen is opgeschort.
2.
Indien de aandeelhouder
een of meer van de in lid 1 genoemde rechten
niet kan uitoefenen en de aandeelhouder niet
gehouden is zijn aandelen aan te bieden en
over te dragen, is hij onherroepelijk van de
in de statuten gestelde eisen ontheven
wanneer de vennootschap niet binnen drie
maanden na een verzoek daartoe van de
aandeelhouder gegadigden heeft aangewezen
aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen
overdragen volgens een regeling in de
statuten.
3.
De regeling dient zodanig
te zijn dat de aandeelhouder die dit
verlangt een prijs ontvangt, gelijk aan de
waarde van zijn aandeel of aandelen,
vastgesteld door een of meer onafhankelijke
deskundigen.
Artikel 196
1.
Voor de uitgifte en
levering van een aandeel of de levering van
een beperkt recht daarop is vereist een
daartoe bestemde ten overstaan van een in
Nederland standplaats hebbende notaris
verleden akte waarbij de betrokkenen partij
zijn. Geen afzonderlijke akte is vereist
voor de uitgifte van aandelen die bij de
oprichting worden geplaatst.
2.
Akten van uitgifte of
levering moeten vermelden:
a. de titel van de
rechtshandeling en op welke wijze het
aandeel of het beperkt recht daarop is
verkregen;
b. naam,
voornamen, geboortedatum,
geboorteplaats, woonplaats en adres van
de natuurlijke personen die bij de
rechtshandeling partij zijn;
c. rechtsvorm,
naam, woonplaats en adres van de
rechtspersonen die bij de
rechtshandeling partij zijn;
d. het aantal en
de soort aandelen waarop de
rechtshandeling betrekking heeft,
alsmede
e. naam,
woonplaats en adres van de vennootschap
op welker aandelen de rechtshandeling
betrekking heeft.
Artikel 196a
1.
De levering van een
aandeel of de levering van een beperkt recht
daarop overeenkomstig artikel 196 lid 1
werkt mede van rechtswege tegenover de
vennootschap. Behoudens in het geval dat de
vennootschap zelf bij de rechtshandeling
partij is, kunnen de aan het aandeel
verbonden rechten eerst worden uitgeoefend
nadat zij de rechtshandeling heeft erkend of
de akte aan haar is betekend overeenkomstig
de bepalingen van artikel 196b , dan
wel deze heeft erkend door inschrijving in
het aandeelhoudersregister als bedoeld in
lid 2.
2.
De vennootschap die
kennis draagt van de rechtshandeling als
bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar
geen erkenning daarvan is verzocht noch
betekening van de akte aan haar is geschied,
die rechtshandeling eigener beweging
erkennen door inschrijving van de verkrijger
van het aandeel of het beperkte recht in het
aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan
aanstonds bij aangetekende brief mededeling
aan de bij de rechtshandeling betrokken
partijen met het verzoek alsnog een
afschrift of uittreksel als bedoeld in
artikel 196b lid 1 aan haar over te
leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij,
ten bewijze van de erkenning, een
aantekening op het stuk op de wijze als in
artikel 196b voor de erkenning wordt
voorgeschreven; als datum van erkenning
wordt de dag van de inschrijving vermeld.
3.
Indien een
rechtshandeling als bedoeld in het eerste
lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit
heeft geleid tot een daarop aansluitende
wijziging in het register van
aandeelhouders, kan deze noch aan de
vennootschap noch aan anderen die te goeder
trouw de in het aandeelhoudersregister
ingeschreven persoon als aandeelhouder of
eigenaar van een beperkt recht op een
aandeel hebben beschouwd, worden
tegengeworpen.
Artikel 196b
1.
Behoudens het bepaalde in
artikel 196a lid 2 geschiedt de
erkenning in de akte dan wel op grond van
overlegging van een notarieel afschrift of
uittreksel van de akte.
2.
Bij erkenning op grond
van overlegging van een notarieel afschrift
of uittreksel wordt een gedagtekende
verklaring geplaatst op het overgelegde
stuk.
3.
De betekening geschiedt
van een notarieel afschrift of uittreksel
van de akte.
Artikel 197
1.
De bevoegdheid tot het
vestigen van vruchtgebruik op een aandeel
kan bij de statuten niet worden beperkt of
uitgesloten.
2.
De aandeelhouder heeft
het stemrecht op de aandelen waarop een
vruchtgebruik is gevestigd.
3.
In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de
vruchtgebruiker, indien zulks bij de
vestiging van het vruchtgebruik is bepaald
en de vruchtgebruiker een persoon is, aan
wie de aandelen overeenkomstig artikel 195
lid 1 van dit Boek vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de vruchtgebruiker niet
zulk een persoon is, komt hem het stemrecht
uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging
van het vruchtgebruik is bepaald en de
statuten dit niet verbieden, mits zowel deze
bepaling als - bij overdracht van het
vruchtgebruik - de overgang van het
stemrecht is goedgekeurd door het
vennootschapsorgaan dat bij de statuten is
aangewezen om goedkeuring te verlenen tot
een voorgenomen overdracht van aandelen, dan
wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing
- door de algemene vergadering van
aandeelhouders. Bij een vruchtgebruik als
bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4
komt het stemrecht eveneens aan de
vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging
van het vruchtgebruik door partijen of door
de kantonrechter op de voet van artikel 23
lid 4 van Boek 4 anders wordt bepaald.
4.
De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft en de vruchtgebruiker die
stemrecht heeft, hebben de rechten, die door
de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven
certificaten van aandelen. De
vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft,
heeft deze rechten, indien de statuten dit
bepalen en bij de vestiging of overdracht
van het vruchtgebruik niet anders is
bepaald.
5.
Uit het aandeel
voortspruitende rechten, strekkende tot het
verkrijgen van aandelen, komen aan de
aandeelhouder toe met dien verstande dat hij
de waarde daarvan moet vergoeden aan de
vruchtgebruiker, voor zover deze krachtens
zijn recht van vruchtgebruik daarop
aanspraak heeft.
Artikel 198
1.
Op aandelen kan pandrecht
worden gevestigd, indien de statuten niet
anders bepalen.
2.
De aandeelhouder heeft
het stemrecht op de verpande aandelen.
3.
In afwijking van het
voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de
pandhouder, indien zulks bij de vestiging
van het pandrecht is bepaald en de
pandhouder een persoon is, aan wie de
aandelen overeenkomstig artikel 195 lid 1
van dit Boek vrijelijk kunnen worden
overgedragen. Indien de pandhouder niet zulk
een persoon is, komt hem het stemrecht
uitsluitend toe indien dit bij de vestiging
van het pandrecht is bepaald en de vestiging
van het pandrecht is goedgekeurd door het
vennootschapsorgaan dat bij de statuten is
aangewezen om goedkeuring te verlenen tot
een voorgenomen overdracht van aandelen, dan
wel - bij ontbreken van zodanige aanwijzing
- door de algemene vergadering van
aandeelhouders. Treedt een ander in de
rechten van de pandhouder, dan komt hem het
stemrecht slechts toe, indien het in de
vorige zin bedoelde orgaan dan wel, bij
gebreke daarvan, de algemene vergadering de
overgang van het stemrecht goedkeurt. De
bevoegdheid tot toekenning van het stemrecht
aan de pandhouder kan in de statuten worden
uitgesloten.
4.
De aandeelhouder die geen
stemrecht heeft en de pandhouder die
stemrecht heeft, hebben de rechten, die door
de wet zijn toegekend aan de houders van met
medewerking ener vennootschap uitgegeven
certificaten van aandelen. De pandhouder die
geen stemrecht heeft, heeft deze rechten
indien de statuten dit bepalen en bij de
vestiging of overgang van het pandrecht niet
anders is bepaald.
5.
Artikel 195 van dit Boek
en de statutaire bepalingen ten aanzien van
de vervreemding en overdracht van aandelen
zijn van toepassing op de vervreemding en
overdracht van de aandelen door de
pandhouder of de verblijving van de aandelen
aan de pandhouder, met dien verstande dat de
pandhouder alle ten aanzien van de
vervreemding en overdracht aan de
aandeelhouder toekomende rechten uitoefent
en diens verplichtingen ter zake nakomt.
Artikel 199
1.
Na overdracht of
toedeling van een niet volgestort aandeel
blijft ieder van de vorige aandeelhouders
voor het daarop nog te storten bedrag
hoofdelijk jegens de vennootschap
aansprakelijk. Het bestuur kan te zamen met
de raad van commissarissen de vorige
aandeelhouders bij authentieke of
geregistreerde onderhandse akte van verdere
aansprakelijkheid ontslaan; in dat geval
blijft de aansprakelijkheid niettemin
bestaan voor stortingen, uitgeschreven
binnen een jaar na de dag waarop de
authentieke akte is verleden of de
onderhandse is geregistreerd.
2.
Indien een vorige
aandeelhouder betaalt, treedt hij in de
rechten die de vennootschap tegen latere
houders heeft.
Artikel 200 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 201
1.
Voor zover
bij de statuten niet anders is bepaald, zijn
aan alle aandelen in verhouding tot hun
bedrag gelijke rechten en verplichtingen
verbonden.
2.
De vennootschap moet de
aandeelhouders onderscheidenlijk
certificaathouders die zich in gelijke
omstandigheden bevinden, op de zelfde wijze
behandelen.
3.
De statuten kunnen
bepalen dat aan aandelen van een bepaalde
soort bijzondere rechten als in de statuten
omschreven inzake de zeggenschap in de
vennootschap zijn verbonden.
Artikel 201a
1.
Hij die als aandeelhouder
voor eigen rekening ten minste 95% van het
geplaatste kapitaal van de vennootschap
verschaft, kan tegen de gezamenlijke andere
aandeelhouders een vordering instellen tot
overdracht van hun aandelen aan de eiser.
Hetzelfde geldt, indien twee of meer
groepsmaatschappijen dit deel van het
geplaatste kapitaal samen verschaffen en
samen de vordering instellen tot overdracht
aan een hunner.
2.
Over de vordering
oordeelt in eerste aanleg de
ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam. Van de uitspraak staat
uitsluitend beroep in cassatie open.
3.
Indien tegen een of meer
gedaagden verstek is verleend, moet de
rechter ambtshalve onderzoeken of de eiser
of eisers de vereisten van lid 1 vervullen.
4.
De rechter wijst de
vordering tegen alle gedaagden af, indien
een gedaagde ondanks de vergoeding ernstige
stoffelijke schade zou lijden door de
overdracht, een gedaagde houder is van een
aandeel waaraan de statuten een bijzonder
recht inzake de zeggenschap in de
vennootschap verbinden of een eiser jegens
een gedaagde afstand heeft gedaan van zijn
bevoegdheid de vordering in te stellen.
5.
Indien de rechter
oordeelt dat de leden 1 en 4 de toewijzing
van de vordering niet beletten, kan hij
bevelen dat een of drie deskundigen zullen
berichten over de waarde van de over te
dragen aandelen. De eerste drie zinnen van
artikel 350 lid 3 en de artikelen 351 en 352
zijn van toepassing. De rechter stelt de
prijs vast die de over te dragen aandelen op
een door hem te bepalen dag hebben. Zo lang
en voor zover de prijs niet is betaald,
wordt hij verhoogd met rente, gelijk aan de
wettelijke rente, van die dag af tot de
overdracht; uitkeringen op de aandelen die
in dit tijdvak betaalbaar worden gesteld,
strekken op de dag van betaalbaarstelling
tot gedeeltelijke betaling van de prijs.
6.
De rechter die de
vordering toewijst, veroordeelt de overnemer
aan degenen aan wie de aandelen toebehoren
of zullen toebehoren de vastgestelde prijs
met rente te betalen tegen levering van het
onbezwaarde recht op de aandelen. De rechter
geeft omtrent de kosten van het geding
zodanige uitspraak als hij meent dat
behoort. Een gedaagde die geen verweer heeft
gevoerd, wordt niet verwezen in de kosten.
7.
Staat het bevel tot
overdracht bij gerechtelijk gewijsde vast,
dan deelt de overnemer de dag en plaats van
betaalbaarstelling en de prijs schriftelijk
mee aan de houders van de over te nemen
aandelen van wie hij het adres kent. Hij
kondigt deze ook aan in een landelijk
verspreid dagblad, tenzij hij van allen het
adres kent.
8.
De overnemer kan zich
altijd van zijn verplichtingen ingevolge de
leden 6 en 7 bevrijden door de vastgestelde
prijs met rente voor alle nog niet
overgenomen aandelen te consigneren, onder
mededeling van hem bekende rechten van pand
en vruchtgebruik en de hem bekende beslagen.
Door deze mededeling gaat beslag over van de
aandelen op het recht op uitkering. Door het
consigneren gaat het recht op de aandelen
onbezwaard op hem over en gaan rechten van
pand of vruchtgebruik over op het recht op
uitkering. Aan aandeel- en dividendbewijzen
waarop na de overgang uitkeringen betaalbaar
zijn gesteld, kan nadien geen recht jegens
de vennootschap meer worden ontleend. De
overnemer maakt het consigneren en de prijs
per aandeel op dat tijdstip bekend op de
wijze van lid 7.
Artikel 202
Certificaten aan
toonder van aandelen mogen niet worden
uitgegeven. Indien in strijd hiermede is
gehandeld, kunnen, zolang certificaten aan
toonder uitstaan, de aan het aandeel
verbonden rechten niet worden uitgeoefend.
Afdeling 3. Het vermogen
van de vennootschap
Artikel 203
1.
Uit rechtshandelingen,
verricht namens een op te richten besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
ontstaan slechts rechten en verplichtingen
voor de vennootschap wanneer zij die
rechtshandelingen na haar oprichting
uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt of
ingevolge lid 4 wordt verbonden.
2.
Degenen die een
rechtshandeling verrichten namens een op te
richten besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid zijn, tenzij met
betrekking tot die rechtshandeling
uitdrukkelijk anders is bedongen, daardoor
hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap
na haar oprichting de rechtshandeling heeft
bekrachtigd.
3.
Indien de vennootschap
haar verplichtingen uit de bekrachtigde
rechtshandeling niet nakomt, zijn degenen
die namens de op te richten vennootschap
handelden hoofdelijk aansprakelijk voor de
schade die de derde dientengevolge lijdt,
indien zij wisten of redelijkerwijs konden
weten dat de vennootschap haar
verplichtingen niet zou kunnen nakomen,
onverminderd de aansprakelijkheid terzake
van de bestuurders wegens de bekrachtiging.
De wetenschap dat de vennootschap haar
verplichtingen niet zou kunnen nakomen,
wordt vermoed aanwezig te zijn, wanneer de
vennootschap binnen een jaar na de
oprichting in staat van faillissement wordt
verklaard.
4.
De oprichters kunnen de
vennootschap in de akte van oprichting
slechts verbinden door het uitgeven van
aandelen, het aanvaarden van stortingen
daarop, het aanstellen van bestuurders, het
benoemen van commissarissen en het
verrichten van rechtshandelingen als bedoeld
in artikel 204 lid 1. Indien een oprichter
hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft
betracht, zijn de artikelen 9 en 248 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 203a
1.
Indien voor of bij de
oprichting op aandelen wordt gestort in
geld, moeten aan de akte van oprichting een
of meer verklaringen worden gehecht,
inhoudende dat de bedragen die op de bij de
oprichting te plaatsen aandelen moeten
worden gestort:
a. hetzij terstond
na de oprichting ter beschikking zullen
staan van de vennootschap;
b. hetzij alle op
een zelfde tijdstip, ten vroegste vijf
maanden voor de oprichting, op een
afzonderlijke rekening stonden welke na
de oprichting uitsluitend ter
beschikking van de vennootschap zal
staan, mits de vennootschap de
stortingen in de akte aanvaardt.
2.
Indien vreemd geld is
gestort, moet uit de verklaring blijken
tegen hoeveel geld het vrijelijk kon worden
gewisseld op een dag waarop daarmee
krachtens artikel 191a lid 3 kon
worden voldaan aan de stortingsplicht.
3.
Een verklaring als
bedoeld in het eerste lid kan slechts worden
afgelegd door een financiële onderneming als
bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht die in de Europese Unie
of een staat die partij is bij de
Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte het bedrijf van bank mag
uitoefenen. De verklaring kan slechts worden
afgegeven aan een notaris.
4.
Worden voor de oprichting
aan de rekening, bedoeld in onderdeel b
van lid 1, bedragen onttrokken, dan zijn de
oprichters hoofdelijk jegens de vennootschap
verbonden tot vergoeding van die bedragen,
totdat de vennootschap de onttrekkingen
uitdrukkelijk heeft bekrachtigd.
5.
De notaris moet de bank
wier verklaring hij heeft ontvangen terstond
verwittigen van de oprichting. Indien de
oprichting niet doorgaat, moet hij de bank
de verklaring terugzenden.
6.
Indien na de oprichting
in vreemd geld is gestort, legt de
vennootschap binnen twee weken na de
storting een verklaring, als bedoeld in lid
2, van een in het derde lid bedoelde bank
neer ten kantore van het handelsregister.
Artikel 204
1.
Rechtshandelingen:
a. in verband met
het nemen van aandelen waarbij
bijzondere verplichtingen op de
vennootschap worden gelegd,
b. strekkende om
enigerlei voordeel te verzekeren aan een
oprichter der vennootschap of aan een
bij de oprichting betrokken derde,
c. betreffende
inbreng op aandelen anders dan in geld,
moeten in haar geheel
worden opgenomen in de akte van oprichting
of in een geschrift dat daaraan in origineel
of in authentiek afschrift wordt gehecht en
waarnaar de akte van oprichting verwijst.
Indien de vorige zin niet in acht is
genomen, kunnen voor de vennootschap uit
deze rechtshandelingen geen rechten of
verplichtingen ontstaan.
2.
Na de oprichting kunnen
de in het vorige lid bedoelde
rechtshandelingen zonder voorafgaande
goedkeuring van de algemene vergadering van
aandeelhouders slechts worden verricht,
indien en voor zover aan het bestuur de
bevoegdheid daartoe uitdrukkelijk bij de
statuten is verleend.
Artikel 204a
1.
Indien bij de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt
overeengekomen, maken de oprichters een
beschrijving op van hetgeen wordt
ingebracht, met vermelding van de daaraan
toegekende waarde en van de toegepaste
waarderingsmethoden. Deze methoden moeten
voldoen aan normen die in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
worden beschouwd. De beschrijving heeft
betrekking op de toestand van hetgeen wordt
ingebracht op een dag die niet eerder ligt
dan hetzij vijf maanden voor de oprichting
hetzij een maand voordat de ministeriële
verklaring van geen bezwaar is aangevraagd
voor een oprichting die uiterlijk een maand
na de verklaring van geen bezwaar geschiedt.
De beschrijving wordt door alle oprichters
ondertekend. De vennootschap legt deze te
haren kantore ter inzage van de houders van
haar aandelen of van certificaten daarvan
die met haar medewerking zijn uitgegeven.
2.
Over de beschrijving van
hetgeen wordt ingebracht moet een
registeraccountant, of een
accountant-administratieconsulent een
verklaring afleggen. Indien wordt ingebracht
in een vennootschap waarvan de jaarrekening
moet worden onderzocht, mag slechts hij die
bevoegd is tot het verplichte onderzoek van
de jaarrekening, de verklaring over de
beschrijving afleggen. Hetzelfde geldt,
indien de waarde van alle in te brengen
activa, zonder aftrek van passiva, ten
minste € 3 600 000 bedraagt. De verklaring
houdt in dat de waarde van hetgeen wordt
ingebracht, bij toepassing van in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar
beschouwde waarderingsmethoden, ten minste
beloopt het in de verklaring genoemde bedrag
van de stortingsplicht, in geld uitgedrukt,
waaraan met de inbreng moet worden voldaan.
De verklaring moet aan de akte van
oprichting worden gehecht. Indien bekend is
dat de waarde na de beschrijving aanzienlijk
is gedaald, is een tweede verklaring
vereist.
3.
De beschrijving en
accountantsverklaring zijn niet vereist,
indien alle oprichters hiervan hebben
afgezien en een rechtspersoon die aandelen
heeft genomen of waarvan een
groepsmaatschappij aandelen heeft genomen,
de volgende vereisten vervult:
a. de
rechtspersoon heeft bij het
handelsregister waar de vennootschap is
ingeschreven een verklaring neergelegd
dat hij zich hoofdelijk aansprakelijk
stelt voor de uit rechtshandelingen van
de vennootschap voortvloeiende schulden;
b. zijn laatste
vastgestelde balans met toelichting is
krachtens de toepasselijke wet
vastgesteld en onderzocht in
overeenstemming met de vierde richtlijn
van de Europese Gemeenschappen inzake
het vennootschapsrecht; een in het
Nederlands, Frans, Duits of Engels
gesteld exemplaar daarvan en van de
accountantsverklaring daarover
overeenkomstig die wet is neergelegd ten
kantore van het handelsregister en
sedert de balansdatum zijn nog geen
achttien maanden verlopen;
c. blijkens de
onder b bedoelde balans overtreft
het eigen vermogen van de rechtspersoon
het nominaal gestorte bedrag van de
aandelen waarop na de balansdatum wordt
ingebracht met toepassing van dit lid in
vennootschappen waarvoor de
rechtspersoon een verklaring heeft
afgelegd als bedoeld onder a.
4.
Artikel 404 is van
overeenkomstige toepassing met dien
verstande, dat de verklaring niet kan worden
ingetrokken binnen twee jaren na de inbreng.
Artikel 204b
1.
Indien na de oprichting
inbreng op aandelen anders dan in geld wordt
overeengekomen, maakt de vennootschap
overeenkomstig artikel 204a lid 1 een
beschrijving op van hetgeen wordt
ingebracht. De beschrijving heeft betrekking
op de toestand op een dag die niet eerder
dan vijf maanden ligt voor de dag waarop de
aandelen worden genomen dan wel waartegen
een bijstorting is uitgeschreven of waarop
zij is overeengekomen. De bestuurders
ondertekenen de beschrijving; ontbreekt de
handtekening van een of meer hunner, dan
wordt daarvan onder opgave van reden melding
gemaakt.
2.
Artikel 204a lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3.
De leden 3 en 4 van
artikel 204a zijn van toepassing, met dien
verstande dat niet de oprichters maar alle
aandeelhouders moeten hebben afgezien van
het opstellen van de beschrijving en de
accountantsverklaring.
4.
De vennootschap legt,
binnen acht dagen na de dag waarop de
aandelen zijn genomen dan wel waarop de
bijstorting opeisbaar werd, de
accountantsverklaring bij de inbreng of een
afschrift daarvan neer ten kantore van het
handelsregister met opgave van de namen van
de inbrengers en van het bedrag van het
aldus gestorte deel van het geplaatste
kapitaal.
5.
Dit artikel is niet van
toepassing voor zover de inbreng bestaat uit
aandelen, certificaten van aandelen, daarin
converteerbare rechten of winstbewijzen van
een andere rechtspersoon, waarop de
vennootschap een openbaar bod heeft
uitgebracht, mits deze effecten of een deel
daarvan zijn toegelaten tot de handel op een
markt in financiële instrumenten als bedoeld
in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht.
Artikel 204c
1.
Een rechtshandeling die
de vennootschap heeft verricht zonder
goedkeuring van de algemene vergadering van
aandeelhouders of zonder de verklaring,
bedoeld in lid 3, kan ten behoeve van de
vennootschap worden vernietigd, indien de
rechtshandeling:
a. strekt tot het
verkrijgen van goederen, met inbegrip
van vorderingen die worden verrekend,
die een jaar voor de oprichting of
nadien toebehoorden aan een oprichter of
aandeelhouder, en
b. is verricht
voordat twee jaren zijn verstreken na de
inschrijving van de vennootschap in het
handelsregister.
2.
Indien de goedkeuring
wordt gevraagd, maakt de vennootschap een
beschrijving op van de te verkrijgen
goederen en van de tegenprestatie. De
beschrijving heeft betrekking op de toestand
van het beschrevene op een dag die niet voor
de oprichting ligt. In de beschrijving
worden de waarden vermeld die aan de
goederen en tegenprestatie worden toegekend
alsmede de toegepaste waarderingsmethoden.
Deze methoden moeten voldoen aan normen die
in het maatschappelijke verkeer als
aanvaardbaar worden beschouwd. De
bestuurders ondertekenen de beschrijving;
ontbreekt de handtekening van een of meer
hunner, dan wordt daarvan onder opgave van
reden melding gemaakt.
3.
Artikel 204a lid 2
is van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat de verklaring moet inhouden
dat de waarde van de te verkrijgen goederen,
bij toepassing van in het maatschappelijke
verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden, overeenkomt met ten
minste de waarde van de tegenprestatie.
4.
Op het ter inzage leggen
en in afschrift ter beschikking stellen van
de in de vorige leden bedoelde stukken is
artikel 212 van overeenkomstige toepassing.
5.
De vennootschap legt
binnen acht dagen na de rechtshandeling of
na de goedkeuring, indien achteraf verleend,
de in het derde lid bedoelde verklaring of
een afschrift daarvan neer ten kantore van
het handelsregister.
6.
Voor de toepassing van
dit artikel blijven buiten beschouwing:
a. verkrijgingen
op een openbare veiling of ter beurze,
b. verkrijgingen
die onder de bedongen voorwaarden tot de
gewone bedrijfsuitoefening van de
vennootschap behoren,
c. verkrijgingen
waarvoor een accountantsverklaring als
bedoeld in artikel 204a is afgelegd, en
d. verkrijgingen
ten gevolge van fusie of splitsing.
7.
De leden 3 en 4 van
artikel 204a zijn van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat niet de
oprichters maar alle aandeelhouders moeten
hebben afgezien van het opstellen van de
beschrijving en de accountantsverklaring en
dat de waarde van alle tegenprestaties
waarbij dat is geschied, wordt overtroffen
door het eigen vermogen van de
medeaansprakelijke rechtspersoon.
Artikel 205
De vennootschap kan geen
eigen aandelen nemen.
Artikel 206
1.
De vennootschap kan
slechts ingevolge een besluit van de
algemene vergadering van aandeelhouders na
de oprichting aandelen uitgeven, voor zover
bij de statuten geen ander orgaan is
aangewezen. De algemene vergadering kan haar
bevoegdheid hiertoe overdragen aan een ander
orgaan en kan deze overdracht herroepen.
2.
Het vorige lid is van
overeenkomstige toepassing op het verlenen
van rechten tot het nemen van aandelen, maar
is niet van toepassing op het uitgeven van
aandelen aan iemand die een voordien reeds
verkregen recht tot het nemen van aandelen
uitoefent.
Artikel 206a
1.
Voor zover de statuten
niet anders bepalen, heeft iedere
aandeelhouder bij uitgifte van aandelen een
voorkeursrecht naar evenredigheid van het
gezamenlijke bedrag van zijn aandelen,
behoudens de beide volgende leden. Hij heeft
geen voorkeursrecht op aandelen die worden
uitgegeven aan werknemers van de
vennootschap of van een groepsmaatschappij.
Het voorkeursrecht kan, telkens voor een
enkele uitgifte, worden beperkt of
uitgesloten bij besluit van de algemene
vergadering van aandeelhouders, voor zover
de statuten niet anders bepalen.
2.
Voor zover de statuten
niet anders bepalen, hebben houders van
aandelen die
a. niet boven een
bepaald percentage van het nominale
bedrag of slechts in beperkte mate
daarboven delen in de winst, of
b. niet boven het
nominale bedrag of slechts in beperkte
mate daarboven delen in een overschot na
vereffening,
geen voorkeursrecht op
uit te geven aandelen.
3.
Voor zover de statuten
niet anders bepalen, hebben de
aandeelhouders geen voorkeursrecht op uit te
geven aandelen in een van de in het vorige
lid onder a en b omschreven
soorten.
4.
De vennootschap kondigt
de uitgifte met voorkeursrecht en het
tijdvak waarin dat kan worden uitgeoefend,
aan in een schriftelijke mededeling aan alle
aandeelhouders aan het door hen opgegeven
adres.
5.
Het voorkeursrecht kan
worden uitgeoefend gedurende ten minste vier
weken na de dag van de verzending van de
aankondiging.
6.
Voor zover de statuten
niet anders bepalen, hebben de
aandeelhouders een voorkeursrecht bij het
verlenen van rechten tot het nemen van
andere aandelen dan de in lid 2 onder a
en b omschreven soorten; de vorige
leden zijn van overeenkomstige toepassing.
Aandeelhouders hebben geen voorkeursrecht op
aandelen die worden uitgegeven aan iemand
die een voordien reeds verkregen recht tot
het nemen van aandelen uitoefent.
Artikel 207
1.
Verkrijging door de
vennootschap van niet volgestorte aandelen
in haar kapitaal is nietig.
2.
Volgestorte eigen
aandelen mag de vennootschap slechts
verkrijgen om niet of indien:
a. het eigen
vermogen, verminderd met de
verkrijgingsprijs, niet kleiner is dan
het gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal vermeerderd met de reserves die
krachtens de wet of de statuten moeten
worden aangehouden,
b. het nominale
bedrag van de te verkrijgen en de reeds
door de vennootschap en haar
dochtermaatschappijen tezamen gehouden
aandelen in haar kapitaal niet meer dan
de helft van het geplaatste kapitaal
bedraagt,
c. de statuten de
verkrijging toestaan, en
d. machtiging tot
de verkrijging is verleend door de
algemene vergadering van aandeelhouders
of door een ander vennootschapsorgaan
dat daartoe bij de statuten of door de
algemene vergadering van aandeelhouders
is aangewezen.
3.
Voor de geldigheid van de
verkrijging is bepalend de grootte van het
eigen vermogen volgens de laatst
vastgestelde balans, verminderd met de
verkrijgingsprijs voor aandelen in het
kapitaal van de vennootschap en uitkeringen
uit winst of reserves aan anderen, die zij
en haar dochtermaatschappijen na de
balansdatum verschuldigd werden. Is een
boekjaar meer dan zes maanden verstreken
zonder dat de jaarrekening is vastgesteld,
dan is verkrijging overeenkomstig lid 2 niet
toegestaan.
4.
De vorige leden gelden
niet voor aandelen die de vennootschap onder
algemene titel verkrijgt.
5.
Onder het begrip aandelen
in dit artikel zijn certificaten daarvan
begrepen.
Artikel 207a
1.
Verkrijging van aandelen
in strijd met het tweede lid van het vorige
artikel is nietig. De bestuurders zijn
hoofdelijk aansprakelijk jegens de
vervreemder te goeder trouw die door de
nietigheid schade lijdt.
2.
De vennootschap mag niet
langer dan gedurende drie jaren nadat zij
eigen aandelen om niet of onder algemene
titel heeft verkregen, samen met haar
dochtermaatschappijen meer aandelen in haar
kapitaal houden dan de helft van het
geplaatste kapitaal. De bestuurders zijn
hoofdelijk aansprakelijk voor de vergoeding
aan de vennootschap van de waarde van de
aandelen die zij te veel houdt of doet
houden op het einde van de laatste dag van
die drie jaren, met de wettelijke rente van
dat tijdstip af. Betaling van de vergoeding
geschiedt tegen overdracht van de aandelen.
3.
Lid 2 is van
overeenkomstige toepassing op elk niet
volgestort aandeel dat de vennootschap onder
algemene titel heeft verkregen en niet
binnen drie jaren daarna heeft vervreemd of
ingetrokken.
4.
Onder het begrip aandelen
in dit artikel zijn certificaten daarvan
begrepen.
Artikel 207b
Indien een ander in
eigen naam aandelen in het kapitaal van de
vennootschap of certificaten daarvan neemt
of verkrijgt voor rekening van de
vennootschap zelf, wordt hij geacht deze
voor eigen rekening te nemen dan wel te
verkrijgen.
Artikel 207c
1.
De vennootschap mag niet,
met het oog op het nemen of verkrijgen door
anderen van aandelen in haar kapitaal of van
certificaten daarvan, zekerheid stellen, een
koersgarantie geven, zich op andere wijze
sterk maken of zich hoofdelijk of anderszins
naast of voor anderen verbinden. Dit verbod
geldt ook voor haar dochtermaatschappijen.
2.
Leningen met het oog op
het nemen of verkrijgen van aandelen in haar
kapitaal of van certificaten daarvan, mag de
vennootschap slechts verstrekken tot ten
hoogste het bedrag van de uitkeerbare
reserves en voor zover de statuten dit
toestaan.
3.
De vennootschap houdt een
niet uitkeerbare reserve aan tot het
uitstaande bedrag van de in het vorige lid
genoemde leningen.
Artikel 207d
1.
Een dochtermaatschappij
mag voor eigen rekening geen aandelen nemen
of doen nemen in het kapitaal van de
vennootschap. Zulke aandelen mogen
dochtermaatschappijen voor eigen rekening
onder bijzondere titel slechts verkrijgen of
doen verkrijgen, voor zover de vennootschap
zelf ingevolge de leden 1-3 van artikel 207
eigen aandelen mag verkrijgen.
2.
Indien is gehandeld in
strijd met het vorige lid, zijn de
bestuurders van de vennootschap hoofdelijk
aansprakelijk tot vergoeding aan de
dochtermaatschappij van de verkrijgingsprijs
met de wettelijke rente daarover van het
tijdstip af waarop de aandelen zijn genomen
of verkregen. Betaling van de vergoeding
geschiedt tegen overdracht van deze
aandelen. Een bestuurder behoeft de
verkrijgingsprijs niet te vergoeden, indien
hij bewijst dat het nemen of verkrijgen niet
aan de vennootschap is te wijten.
3.
Een dochtermaatschappij
mag, nadat zij dochtermaatschappij is
geworden of nadat zij als
dochtermaatschappij aandelen in het kapitaal
van de vennootschap om niet of onder
algemene titel heeft verkregen, niet langer
dan gedurende drie jaren samen met de
vennootschap en haar andere
dochtermaatschappijen meer van deze aandelen
voor eigen rekening houden of doen houden
dan de helft van het geplaatste kapitaal. De
bestuurders van de vennootschap zijn
hoofdelijk aansprakelijk voor de vergoeding
aan de dochtermaatschappij van de waarde van
de aandelen die zij te veel houdt of doet
houden op het einde van de laatste dag van
die drie jaren, met de wettelijke rente van
dat tijdstip af. Betaling van de vergoeding
geschiedt tegen overdracht van de aandelen.
Een bestuurder behoeft de vergoeding niet te
betalen, indien hij bewijst dat het niet aan
de vennootschap is te wijten dat de aandelen
nog worden gehouden.
4.
Onder het begrip aandelen
in dit artikel zijn certificaten daarvan
begrepen.
Artikel 208
1.
De algemene vergadering
van aandeelhouders kan besluiten tot
vermindering van het geplaatste kapitaal
door intrekking van aandelen of door het
bedrag van aandelen bij statutenwijziging te
verminderen. In dit besluit moeten de
aandelen waarop het besluit betrekking
heeft, worden aangewezen en moet de
uitvoering van het besluit zijn geregeld.
Het gestorte en opgevraagde deel van het
kapitaal mag niet kleiner worden dan het ten
tijde van het besluit voorgeschreven
minimumkapitaal.
2.
Een besluit tot
intrekking kan slechts betreffen aandelen
die de vennootschap zelf houdt of waarvan
zij de certificaten houdt, dan wel alle
aandelen van een soort waarvan alle
aandeelhouders instemmen of waarvan voor de
uitgifte in de statuten is bepaald dat zij
kunnen worden ingetrokken met terugbetaling,
of wel de uitgelote aandelen van een soort
waarvan voor de uitgifte in de statuten is
bepaald dat zij kunnen worden uitgeloot met
terugbetaling.
3.
Vermindering van het
bedrag van aandelen zonder terugbetaling en
zonder ontheffing van de verplichting tot
storting moet naar evenredigheid op alle
aandelen van een zelfde soort geschieden.
Van het vereiste van evenredigheid mag
worden afgeweken met instemming van alle
betrokken aandeelhouders.
4.
Gedeeltelijke
terugbetaling op aandelen of ontheffing van
de verplichting tot storting is slechts
mogelijk ter uitvoering van een besluit tot
vermindering van het bedrag van de aandelen.
Zulk een terugbetaling of ontheffing moet
naar evenredigheid op alle aandelen
geschieden, tenzij voor de uitgifte van een
bepaalde soort aandelen in de statuten is
bepaald dat terugbetaling of ontheffing kan
geschieden uitsluitend op die aandelen; voor
die aandelen geldt de eis van evenredigheid.
Van het vereiste van evenredigheid mag
worden afgeweken met instemming van alle
betrokken aandeelhouders.
5.
De oproeping tot een
vergadering waarin een in dit artikel
genoemd besluit wordt genomen, vermeldt het
doel van de kapitaalvermindering en de wijze
van uitvoering. Het tweede, derde en vierde
lid van artikel 233 zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 209
1.
De vennootschap legt de
in het vorige artikel bedoelde besluiten
neer ten kantore van het handelsregister en
kondigt de nederlegging aan in een landelijk
verspreid dagblad.
2.
De vennootschap moet, op
straffe van gegrondverklaring van een verzet
als bedoeld in het volgende lid, voor iedere
schuldeiser die dit verlangt zekerheid
stellen of hem een andere waarborg geven
voor de voldoening van zijn vordering. Dit
geldt niet, indien de schuldeiser voldoende
waarborgen heeft of de vermogenstoestand van
de vennootschap voldoende zekerheid biedt
dat de vordering zal worden voldaan.
3.
Binnen twee maanden na de
in het eerste lid vermelde aankondiging kan
iedere schuldeiser door een verzoekschrift
aan de rechtbank tegen het besluit tot
kapitaalvermindering in verzet komen met
vermelding van de waarborg die wordt
verlangd.
4.
Voordat de rechter
beslist, kan hij de vennootschap in de
gelegenheid stellen binnen een door hem
gestelde termijn een door hem omschreven
waarborg te geven. Op een ingesteld
rechtsmiddel kan hij, indien het kapitaal al
is verminderd, het stellen van een waarborg
bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.
5.
Een besluit tot
vermindering van het geplaatste kapitaal
wordt niet van kracht zolang verzet kan
worden gedaan. Indien tijdig verzet is
gedaan, wordt het besluit eerst van kracht,
zodra het verzet is ingetrokken of de
opheffing van het verzet uitvoerbaar is. Een
voor de vermindering van het kapitaal
vereiste akte van statutenwijziging kan niet
eerder worden verleden.
6.
Indien de vennootschap
haar kapitaal wegens geleden verliezen
vermindert tot een bedrag dat niet lager is
dan dat van haar eigen vermogen, behoeft zij
geen waarborg te geven en wordt het besluit
onmiddellijk van kracht.
Artikel 210
1.
Jaarlijks binnen vijf
maanden na afloop van het boekjaar der
vennootschap, behoudens verlenging van deze
termijn met ten hoogste zes maanden door de
algemene vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een
jaarrekening op en legt het deze voor de
aandeelhouders ter inzage ten kantore van de
vennootschap. Binnen deze termijn legt het
bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor
de aandeelhouders, tenzij de artikelen 396
lid 6, of 403 voor de vennootschap gelden.
Het bestuur van de vennootschap waarop de
artikelen 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn, zendt de jaarrekening ook
toe aan de in artikel 268 lid 11 bedoelde
ondernemingsraad.
2.
De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen; ontbreekt de ondertekening
van een of meer hunner, dan wordt daarvan
onder opgave van reden melding gemaakt.
3.
De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering.
Vaststelling van de jaarrekening strekt niet
tot kwijting aan een bestuurder
onderscheidenlijk commissaris.
4.
Besluiten waarbij de
jaarrekening wordt vastgesteld, worden in de
statuten niet onderworpen aan de goedkeuring
van een orgaan van de vennootschap of van
derden.
5.
De statuten bevatten geen
bepalingen die toelaten dat voorschriften of
bindende voorstellen voor de jaarrekening of
enige post daarvan worden gegeven.
6.
De statuten kunnen
bepalen dat een ander orgaan van de
vennootschap dan de algemene vergadering van
aandeelhouders de bevoegdheid heeft te
bepalen welk deel van het resultaat van het
boekjaar wordt gereserveerd of hoe het
verlies wordt verwerkt.
7.
Onze Minister van
Economische Zaken kan desverzocht om
gewichtige redenen ontheffing verlenen van
de verplichting tot het opmaken, het
overleggen en het vaststellen van de
jaarrekening.
Artikel 211 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 212
De vennootschap zorgt
dat de opgemaakte jaarrekening, het
jaarverslag en de krachtens artikel 392 lid
1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep
voor de algemene vergadering, bestemd tot
hun behandeling, te haren kantore aanwezig
zijn. De houders van haar aandelen of van
met haar medewerking uitgegeven certificaten
op naam daarvan kunnen de stukken aldaar
inzien en er kosteloos een afschrift van
verkrijgen.
Artikel 213 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 214 [Vervallen per
01-01-1984]
Artikel 215
Ten laste van de door
de wet voorgeschreven reserves mag een
tekort slechts worden gedelgd voor zover de
wet dat toestaat.
Artikel 216
1.
Voor zover bij de
statuten niet anders is bepaald, komt de
winst de aandeelhouders ten goede.
2.
De vennootschap kan aan
de aandeelhouders en andere gerechtigden tot
de voor uitkering vatbare winst slechts
uitkeringen doen voor zover het eigen
vermogen groter is dan het gestorte en
opgevraagde deel van het kapitaal
vermeerderd met de reserves die krachtens de
wet of de statuten moeten worden
aangehouden.
3.
Uitkering van winst
geschiedt na de vaststelling van de
jaarrekening waaruit blijkt dat zij
geoorloofd is.
4.
De vennootschap mag
tussentijds slechts uitkeringen doen, indien
de statuten dit toelaten en aan het vereiste
van het tweede lid is voldaan.
5.
Bij de berekening van de
winstverdeling tellen de aandelen die de
vennootschap in haar kapitaal houdt, mede,
tenzij bij de statuten anders is bepaald.
6.
Bij de berekening van het
winstbedrag, dat op ieder aandeel zal worden
uitgekeerd, komt slechts het bedrag van de
verplichte stortingen op het nominale bedrag
van de aandelen in aanmerking, tenzij bij de
statuten anders is bepaald.
7.
De statuten kunnen
bepalen dat de vordering van een
aandeelhouder niet door verloop van vijf
jaren verjaart, doch eerst na een langere
termijn vervalt. Een zodanige bepaling is
alsdan van overeenkomstige toepassing op de
vordering van de houder van een certificaat
van een aandeel op de aandeelhouder.
8.
Geen van de
aandeelhouders kan geheel worden uitgesloten
van het delen in de winst.
9.
De statuten kunnen
bepalen dat de winst waartoe houders van
aandelen van een bepaalde soort gerechtigd
zijn, geheel of gedeeltelijk te hunnen
behoeve wordt gereserveerd.
Afdeling 4. De algemene
vergadering van aandeelhouders
Artikel 217
1.
Aan de algemene
vergadering van aandeelhouders behoort,
binnen de door de wet en de statuten
gestelde grenzen, alle bevoegdheid, die niet
aan het bestuur of aan anderen is toegekend.
2.
Het bestuur en de raad
van commissarissen verschaffen haar alle
verlangde inlichtingen, tenzij een
zwaarwichtig belang der vennootschap zich
daartegen verzet.
Artikel 218
1.
Jaarlijks wordt ten
minste één algemene vergadering gehouden.
2.
Wanneer bij de statuten
niet een kortere termijn is gesteld, wordt
de jaarvergadering gehouden binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar der
vennootschap.
Artikel 219
Het bestuur en de raad
van commissarissen zijn bevoegd tot het
bijeenroepen van een algemene vergadering;
bij de statuten kan deze bevoegdheid ook aan
anderen worden verleend.
Artikel 220
1.
Een of meer houders van
aandelen die gezamenlijk ten minste een
tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen, of een zoveel geringer
bedrag als bij de statuten is bepaald,
kunnen door de voorzieningenrechter van de
rechtbank op hun verzoek worden gemachtigd
tot de bijeenroeping van een algemene
vergadering. De voorzieningenrechter wijst
dit verzoek af, indien hem niet is gebleken,
dat verzoekers voordien aan het bestuur en
aan de raad van commissarissen, schriftelijk
en onder nauwkeurige opgave van de te
behandelen onderwerpen het verzoek hebben
gericht een algemene vergadering bijeen te
roepen, en dat noch het bestuur noch de raad
van commissarissen - daartoe in dit geval
gelijkelijk bevoegd - de nodige maatregelen
hebben getroffen, opdat de algemene
vergadering binnen zes weken na het verzoek
kon worden gehouden.
2.
Voor de toepassing van
dit artikel worden met houders van aandelen
gelijkgesteld de houders van de certificaten
op naam van aandelen, welke met medewerking
van de vennootschap zijn uitgegeven.
3.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van
schriftelijkheid van het verzoek als bedoeld
in lid 1 voldaan indien dit verzoek
elektronisch is vastgelegd.
Artikel 221
1.
De voorzieningenrechter
van de rechtbank verleent, na verhoor of
oproeping van de vennootschap, de verzochte
machtiging, indien de verzoekers summierlijk
hebben doen blijken, dat de in het vorige
artikel gestelde voorwaarden zijn vervuld,
en dat zij een redelijk belang hebben bij
het houden van de vergadering. De
voorzieningenrechter van de rechtbank stelt
de vorm en de termijnen voor de oproeping
tot de algemene vergadering vast. Hij kan
tevens iemand aanwijzen, die met de leiding
van de algemene vergadering zal zijn belast.
2.
Bij de oproeping
ingevolge het eerste lid wordt vermeld dat
zij krachtens rechterlijke machtiging
geschiedt. De op deze wijze gedane oproeping
is rechtsgeldig, ook indien mocht blijken
dat de machtiging ten onrechte was verleend.
3.
Tegen de beschikking van
de voorzieningenrechter is generlei
voorziening toegelaten, behoudens cassatie
in het belang der wet.
Artikel 222
Indien zij, die
krachtens artikel 219 tot de bijeenroeping
bevoegd zijn, in gebreke zijn gebleven een
bij artikel 218 of de statuten
voorgeschreven algemene vergadering te doen
houden, kan iedere aandeelhouder door de
voorzieningenrechter van de rechtbank worden
gemachtigd zelf daartoe over te gaan.
Artikel 220 lid 2 en artikel 221 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 223
1.
De oproeping tot een
algemene vergadering van aandeelhouders
geschiedt door middel van oproepingsbrieven
gericht aan de adressen der aandeelhouders,
zoals deze zijn vermeld in het register van
aandeelhouders.
2.
Zijn er met medewerking
van de vennootschap certificaten op naam van
haar aandelen uitgegeven, dan worden de
houders daarvan opgeroepen door aankondiging
in een landelijk verspreid dagblad. De
statuten kunnen deze oproeping anders
regelen.
3.
Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien de houder van aandelen
op naam alsmede de houder van de
certificaten van aandelen, welke met
medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven, hiermee instemt, de oproeping
geschieden door een langs elektronische weg
toegezonden leesbaar en reproduceerbaar
bericht aan het adres dat door hem voor dit
doel aan de vennootschap is bekend gemaakt.
Artikel 224
1.
De oproeping vermeldt de
te behandelen onderwerpen. Bij de oproeping
in een dag- of nieuwsblad worden de te
behandelen onderwerpen vermeld of wordt
meegedeeld dat de houders van met
medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van haar aandelen er ten
kantore van de vennootschap kennis van
kunnen nemen.
2.
Omtrent onderwerpen
waarvan de behandeling niet bij de oproeping
of op de zelfde wijze is aangekondigd met
inachtneming van de voor oproeping gestelde
termijn, kan niet wettig worden besloten,
tenzij het besluit met algemene stemmen
wordt genomen in een vergadering waarin het
gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd
is.
3.
Mededelingen welke
krachtens de wet of de statuten aan de
algemene vergadering moeten worden gericht,
kunnen geschieden door opneming in de
oproeping alsmede, in voorkomend geval,
hetzij in de aankondiging in een dag- of
nieuwsblad, hetzij in het stuk dat ter
kennisneming ten kantore van de vennootschap
is neergelegd, mits daarvan in de
aankondiging melding wordt gemaakt.
Artikel 224a
1.
Een onderwerp, waarvan de
behandeling schriftelijk is verzocht door
een of meer houders van aandelen die alleen
of gezamenlijk ten minste een honderdste
gedeelte van het geplaatste kapitaal
vertegenwoordigen, wordt opgenomen in de
oproeping of op dezelfde wijze aangekondigd
indien de vennootschap het verzoek niet
later dan op de dertigste dag voor die van
de vergadering heeft ontvangen en mits geen
zwaarwichtig belang van de vennootschap zich
daartegen verzet. In de statuten kan het
vereiste gedeelte van het kapitaal lager
worden gesteld en de termijn voor indiening
van het verzoek worden verkort.
2.
Voor de toepassing van
dit artikel worden met de houders van
aandelen gelijkgesteld de houders van de
certificaten van aandelen die met
medewerking van de vennootschap zijn
uitgegeven.
3.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van
schriftelijkheid van het verzoek als bedoeld
in lid 1 voldaan indien dit verzoek
elektronisch is vastgelegd.
Artikel 225
Behoudens het bepaalde
bij de tweede zin van het eerste lid van
artikel 221 geschiedt de oproeping niet
later dan op de vijftiende dag vóór die der
vergadering. Was die termijn korter of heeft
de oproeping niet plaats gehad, dan kunnen
geen wettige besluiten worden genomen,
tenzij met algemene stemmen in een
vergadering, waarin het gehele geplaatste
kapitaal vertegenwoordigd is.
Artikel 226
De algemene
vergaderingen worden gehouden in Nederland
ter plaatse bij de statuten vermeld, of
anders in de gemeente waar de vennootschap
haar woonplaats heeft. In een algemene
vergadering, gehouden elders dan behoort,
kunnen wettige besluiten slechts worden
genomen, indien het gehele geplaatste
kapitaal vertegenwoordigd is.
Artikel 227
1.
Iedere aandeelhouder is
bevoegd, in persoon of bij schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergadering van
aandeelhouders bij te wonen, daarin het
woord te voeren en het stemrecht uit te
oefenen. Bij de statuten kan de bevoegdheid
van aandeelhouders zich te doen
vertegenwoordigen, worden beperkt. De
bevoegdheid van aandeelhouders zich te doen
vertegenwoordigen door een advocaat,
notaris, kandidaat-notaris,
registeraccountant of
accountant-administratieconsulent kan niet
worden uitgesloten.
2.
Iedere houder van een met
medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaat op naam van een aandeel is
bevoegd, in persoon of bij schriftelijk
gevolmachtigde, de algemene vergadering bij
te wonen en daarin het woord te voeren. De
laatste zin van lid 1 is van overeenkomstige
toepassing.
3.
De statuten kunnen
bepalen dat een aandeelhouder niet
gerechtigd is tot deelname aan de algemene
vergadering zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire
verplichting. De statuten kunnen bepalen,
dat voor bijwoning van de
aandeelhoudersvergadering vereist is, dat de
aandeelhouder van zijn voornemen hiertoe
kennis geeft aan het bestuur van de
vennootschap. Bij de oproeping van de
vergadering wordt alsdan vermeld de dag
waarop de kennisgeving uiterlijk moet
geschieden. Deze dag kan niet vroeger worden
gesteld dan op de derde dag voor die der
vergadering. Indien de statuten een
voorschrift overeenkomstig de voorgaande
bepalingen van dit lid voor de
aandeelhouders bevatten, geldt dat mede voor
de houders van de certificaten op naam van
aandelen, die met medewerking van de
vennootschap zijn uitgegeven.
4.
De bestuurders en de
commissarissen hebben als zodanig in de
algemene vergaderingen een raadgevende stem.
5.
Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt
voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 227a
1.
De statuten kunnen
bepalen dat iedere aandeelhouder bevoegd is
om, in persoon of bij een schriftelijk
gevolmachtigde, door middel van een
elektronisch communicatiemiddel aan de
algemene vergadering deel te nemen, daarin
het woord te voeren en het stemrecht uit te
oefenen.
2.
Voor de toepassing van
lid 1 is vereist dat de aandeelhouder via
het elektronisch communicatiemiddel kan
worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter
vergadering en het stemrecht kan uitoefenen.
De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de aandeelhouder via het
elektronisch communicatiemiddel kan
deelnemen aan de beraadslaging.
3.
Bij of krachtens de
statuten kunnen voorwaarden worden gesteld
aan het gebruik van het elektronisch
communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden
krachtens de statuten worden gesteld, worden
deze bij de oproeping bekend gemaakt.
4.
Lid 1 tot en met 3 zijn
van overeenkomstige toepassing op de rechten
van een met medewerking van de vennootschap
uitgegeven certificaat van een aandeel.
5.
Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt
voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
Artikel 227b
De statuten kunnen
bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de
algemene vergadering via een elektronisch
communicatiemiddel worden uitgebracht, doch
niet eerder dan op de dertigste dag voor die
van de vergadering, gelijk worden gesteld
met stemmen die ten tijde van de vergadering
worden uitgebracht.
Artikel 228
1.
Slechts aandeelhouders
hebben stemrecht. Iedere aandeelhouder heeft
ten minste één stem. De statuten kunnen
bepalen dat een aandeelhouder niet
gerechtigd is tot uitoefening van het
stemrecht zolang hij in gebreke is te
voldoen aan een wettelijke of statutaire
verplichting.
2.
Indien het
maatschappelijk kapitaal in aandelen van een
zelfde bedrag is verdeeld, brengt iedere
aandeelhouder zoveel stemmen uit als hij
aandelen heeft.
3.
Indien het
maatschappelijk kapitaal in aandelen van
verschillend bedrag is verdeeld, is het
aantal stemmen van iedere aandeelhouder
gelijk aan het aantal malen, dat het bedrag
van het kleinste aandeel is begrepen in het
gezamenlijk bedrag van zijn aandelen;
gedeelten van stemmen worden verwaarloosd.
4.
Echter kan het door een
zelfde aandeelhouder uit te brengen aantal
stemmen bij de statuten worden beperkt, mits
aandeelhouders wier bedrag aan aandelen
gelijk is, hetzelfde aantal stemmen
uitbrengen en de beperking voor de houders
van een groter bedrag aan aandelen niet
gunstiger is geregeld dan voor de houders
van een kleiner bedrag aan aandelen.
5.
Van het bepaalde bij het
tweede en het derde lid kan bij de statuten
ook op andere wijze worden afgeweken, mits
aan eenzelfde aandeelhouder niet meer dan
zes stemmen worden toegekend indien het
maatschappelijk kapitaal is verdeeld in
honderd of meer aandelen, en niet meer dan
drie stemmen indien het kapitaal in minder
dan honderd aandelen is verdeeld.
6.
Voor een aandeel dat
toebehoort aan de vennootschap of aan een
dochtermaatschappij daarvan kan in de
algemene vergadering geen stem worden
uitgebracht; evenmin voor een aandeel
waarvan een hunner de certificaten houdt.
Vruchtgebruikers en pandhouders van aandelen
die aan de vennootschap en haar
dochtermaatschappijen toebehoren, zijn
evenwel niet van hun stemrecht uitgesloten,
indien het vruchtgebruik of pandrecht was
gevestigd voordat het aandeel aan de
vennootschap of een dochtermaatschappij
daarvan toebehoorde. De vennootschap of een
dochtermaatschappij daarvan kan geen stem
uitbrengen voor een aandeel waarop zij een
recht van vruchtgebruik of een pandrecht
heeft.
Artikel 229 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 230
1.
Alle
besluiten waaromtrent bij de statuten geen
grotere meerderheid is voorgeschreven,
worden genomen bij volstrekte meerderheid
van de uitgebrachte stemmen. Staken de
stemmen bij verkiezing van personen, dan
beslist het lot, staken de stemmen bij een
andere stemming, dan is het voorstel
verworpen; een en ander voor zover in de
statuten niet een andere oplossing is
aangegeven. Deze oplossing kan bestaan in
het opdragen van de beslissing aan een
derde.
2.
Tenzij bij de statuten
anders is bepaald, is de geldigheid van
besluiten niet afhankelijk van het ter
vergadering vertegenwoordigd gedeelte van
het kapitaal.
3.
Indien in de statuten is
bepaald dat de geldigheid van een besluit
afhankelijk is van het ter vergadering
vertegenwoordigd gedeelte van het kapitaal
en dit gedeelte ter vergadering niet
vertegenwoordigd was, kan, tenzij de
statuten anders bepalen, een nieuwe
vergadering worden bijeengeroepen waarin het
besluit kan worden genomen, onafhankelijk
van het op deze vergadering vertegenwoordigd
gedeelte van het kapitaal. Bij de oproeping
tot de nieuwe vergadering moet worden
vermeld dat en waarom een besluit kan worden
genomen, onafhankelijk van het ter
vergadering vertegenwoordigd gedeelte van
het kapitaal.
4.
Het bestuur van de
vennootschap houdt van de genomen besluiten
aantekening. De aantekeningen liggen ten
kantore van de vennootschap ter inzage van
de aandeelhouders en de houders van de met
medewerking van de vennootschap uitgegeven
certificaten van haar aandelen. Aan ieder
van dezen wordt desgevraagd afschrift of
uittreksel van deze aantekeningen verstrekt
tegen ten hoogste de kostprijs.
Artikel 231
1.
De algemene vergadering
is bevoegd de statuten te wijzigen; voor
zover bij de statuten de bevoegdheid tot
wijziging mocht zijn uitgesloten, is
wijziging niettemin mogelijk met algemene
stemmen in een vergadering waarin het gehele
geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
2.
Een bepaling in de
statuten, die de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen der
statuten beperkt, kan slechts worden
gewijzigd met inachtneming van gelijke
beperking.
3.
Een bepaling in de
statuten, die de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen uitsluit,
kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering waarin het gehele
geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
Artikel 231a
1.
Het besluit tot verhoging
van het bedrag van de aandelen en van het
maatschappelijk kapitaal volgens artikel
178a wordt genomen bij volstrekte
meerderheid van stemmen. Het besluit tot
vermindering van het bedrag van de aandelen
en van het maatschappelijk kapitaal wordt
genomen met een meerderheid van ten minste
twee-derde van de uitgebrachte stemmen
indien minder dan de helft van het
geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd.
Zijn er verschillende soorten aandelen, dan
is naast het besluit tot verhoging of
verlaging een voorafgaand of gelijktijdig
goedkeurend besluit nodig van elke groep van
houders van aandelen waaraan de omzetting
afbreuk doet.
2.
Voor de toepassing van
deze bepaling wordt onder aandelen van een
bepaalde soort tevens begrepen aandelen met
een onderscheiden nominale waarde.
Artikel 232
Wijziging van een
bepaling der statuten, waarbij aan een ander
dan aan aandeelhouders der vennootschap als
zodanig enig recht is toegekend, kan indien
de gerechtigde in de wijziging niet
toestemt, aan diens recht geen nadeel
toebrengen; tenzij ten tijde van de
toekenning van het recht de bevoegdheid tot
wijziging bij die bepaling uitdrukkelijk was
voorbehouden.
Artikel 233
1.
Wanneer aan de algemene
vergadering een voorstel tot wijziging van
de statuten zal worden gedaan, moet zulks
steeds bij de oproeping tot de algemene
vergadering worden vermeld.
2.
Degenen die zodanige
oproeping hebben gedaan, moeten
tegelijkertijd een afschrift van dat
voorstel waarin de voorgedragen wijziging
woordelijk is opgenomen, ten kantore van de
vennootschap nederleggen ter inzage voor
iedere aandeelhouder tot de afloop der
vergadering. Artikel 224 lid 2 is van
overeenkomstige toepassing.
3.
De aandeelhouders moeten
in de gelegenheid worden gesteld van de dag
der nederlegging tot die der algemene
vergadering een afschrift van het voorstel,
gelijk bij het vorige lid bedoeld, te
verkrijgen. Deze afschriften worden
kosteloos verstrekt.
4.
Hetgeen in dit artikel
met betrekking tot aandeelhouders is
bepaald, is van overeenkomstige toepassing
op houders van met medewerking der
vennootschap uitgegeven certificaten op naam
van aandelen.
Artikel 234
1.
Van een wijziging in de
statuten wordt, op straffe van nietigheid,
een notariële akte opgemaakt. De akte wordt
verleden in de Nederlandse taal.
2.
Die akte kan bestaan in
een notarieel proces-verbaal van de algemene
vergadering, waarin de wijziging aangenomen
is, of in een later verleden notariële akte.
Het bestuur is bevoegd de akte te doen
verlijden, ook zonder daartoe door de
algemene vergadering te zijn gemachtigd. De
algemene vergadering kan het bestuur of een
of meer andere personen machtigen de
veranderingen aan te brengen, die nodig
mochten blijken om de bij het volgende
artikel bedoelde verklaring te verkrijgen.
3.
Wordt het
maatschappelijke kapitaal gewijzigd, dan
vermeldt de akte welk deel daarvan is
geplaatst.
Artikel 235
1.
De wijziging in de
statuten wordt niet van kracht, dan nadat
door Onze Minister van Justitie is verklaard
dat hem van bezwaren niet is gebleken.
2.
De in lid één bedoelde
verklaring mag alleen worden geweigerd op
grond dat door de wijziging de vennootschap
een verboden karakter zou verkrijgen of dat
er gevaar bestaat dat door de wijziging de
vennootschap gebruikt zal worden voor
ongeoorloofde doeleinden.
3.
Ter verkrijging van deze
verklaring moeten aan Onze Minister van
Justitie alle inlichtingen verstrekt worden
die noodzakelijk zijn voor het beoordelen
van de aanvraag. Tevens moet aan Onze
Minister ten bate van 's Rijks kas een
bedrag van € 90,76 worden voldaan. Wij
kunnen bij algemene maatregel van bestuur
dit bedrag verhogen in verband met de
stijging van het loon- en prijspeil.
4.
De verklaring is niet
vereist bij een omzetting van de bedragen
van de aandelen of van het maatschappelijk
of het geplaatste kapitaal in euro volgens
artikel 178a.
Artikel 236
De bestuurders zijn
verplicht een authentiek afschrift van de
wijziging en de gewijzigde statuten neder te
leggen ten kantore van het handelsregister.
Artikel 237
Gedurende het
faillissement der vennootschap kan in haar
statuten geen wijziging worden aangebracht
dan met toestemming van de curator.
Artikel 238
| |